30-06-16

de oerkerk

 

 Welkom op mijn blog met informatie over de Orthodoxie. Teksten, bezinningen, theologie Foto's..........

 

 

Gezangen uitgevoerd door het koor van de Orthodoxe Kerk van Gent o.l.v. Paul Morreel

 

De teksten van de gezangen kunnen teruggevonden worden in de rechter kolom 

start nummer één en ga dan naar de tekst in de rechterkolom om alle gezangen goed te kunnen volgen

Om mij te contacteren : zie linkerkolom 'contacteer me'

  

 OPGELET : beziningsteksten van kerkvaders :rechtse kolom - gans onderaan

 Heiligen : in de linkerkolom na 'video's-vervolg'

21:24 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (14)

de oerkerk

Herinneringen in Nederland aan oerbegin van kerk

Beschouwingen over het ontstaan van de kerk gezien door een protestantse broeder.

 

We kennen ze allemaal: vluchtelingen. Ook in Nederland. Maar weten we ook van hun kerken? Onder de zogenaamde migrantenkerken in Nederland treffen we ook de oudste kerken uit de begintijd van het christendom aan: de Oriëntaals-Orthodoxe Kerken. Ze herinneren ons aan het christelijke oerbegin van de kerk.

De Oosters-Orthodoxe Kerken nemen een aparte plaats in naast de Rooms-Katholieke Kerk en de kerken van de Reformatie. Zij bezitten een eigen geschiedenis en een eigen kijk op liturgie, dogma en traditie. De Oosters-Orthodoxe Kerken, die verdeeld zijn over verschillende landen, zijn officieel ontstaan bij het bekende schisma van 1054, toen de kerk van het Griekse Oosten na een lange geschiedenis van wrijving en conflicten, zoals over de positie van de paus zich losmaakte van het Latijnse Westen. Een zelfstandige gemeenschap was in het leven geroepen: de "orthodoxe" kerken; "orthodox" in de zin van "rechte lofprijzing" of "rechte leer".

"" frameborder="0" marginwidth="0" marginheight="0" scrolling="no" style="border: 0px currentColor; border-image: none; vertical-align: bottom;"

De theologische basis van de Orthodoxe Kerken bestaat in het algemeen uit de leer van de eerste zeven algemene concilies (325-787). De eerste twee stelden de leer van de Drie-eenheid vast, de volgende vier het ware mens-zijn van Christus en het zevende de legitimiteit van de iconen. Iconen zijn de geschilderde afbeeldingen van Christus, Maria (de "Moeder Gods"), heiligen en martelaren, of gebeurtenissen uit de Bijbel. Zij vormen een wezenlijk bestanddeel van het oosters-orthodoxe geloof, dat deze afbeeldingen beschouwt als tastbare symbolen van de goddelijke werkelijkheid.

De oosterse orthodoxie kenmerkt zich door een accent op liturgie, dat wil zeggen de viering in de gemeenschappelijke eredienst. Een optimistische visie op mens en wereld is haar niet vreemd. Woorden zoals zonde en schuld krijgen geen nadruk. Daartegenover spelen de begrippen vergoddelijking, liefde en opstanding (het paasfeest is ook het grote feest in de orthodoxie) een grote rol.

Een westers begrip zoals "verzoening door voldoening" of de gedachte van een (juridische) rechtvaardiging door het geloof is afwezig. De nadruk ligt op de menswording en de opstanding van Christus, die consequenties heeft voor de gehele kosmos. Verder is de Orthodoxe Kerk sterk hiërarchisch ingericht, evenals Rome, hoewel ze van de zogenaamde onfeilbaarheid van de paus gruwt en in de plaats daarvan de autoriteit van de concilies stelt. Maar evenals Rome kent zij wel ook de zeven sacramenten, een rijk ontwikkeld kloosterleven (hoewel nu teruglopend) en een uitbundige Mariaverering.

In gevaar

Een van de varianten van de orthodoxie zijn de Oriëntaals-Orthodoxe Kerken. Deze vormen feitelijk de oudste christelijke kerken. De taal in de liturgie van de Syrisch-Orthodoxe Kerk is bijvoorbeeld Aramees, verwant aan de Aramese taal, die Jezus sprak, en aan het Hebreeuws.

Deze kerken in het Midden-Oosten (vandaar: oriëntaals) en in delen van Noord-Afrika bevinden zich in zwaar weer. In sommige regio’s, zoals Syrië en Irak, is het voortbestaan van christelijke kerken zelfs in gevaar. Veel oosterse christenen zijn gevlucht, onder andere naar Europa, ook naar Nederland. Momenteel is er in meerdere grote en middelgrote steden een oriëntaals-orthodoxe gemeenschap te vinden.

Dr. Jaap van Slageren, oud-secretaris van de Nederlandse Zendingsraad (NZR) en adviseur van het Overleg Episcopale Kerken (OEK), heeft de verschillende Oriëntaals-Orthodoxe Kerken in Nederland in kaart gebracht. Doel is de Nederlandse christenen kennis te laten maken met deze snel groeiende groep van gelovigen in Nederland. Het resultaat is een rijk geïllustreerd boekwerk: "Wijzen uit het Oosten, uit zo verren land".

Onder de Oriëntaals-Orthodoxe Kerken vallen de Syrisch-Orthodoxe Kerk (en de nauw met haar verwante Malankara Orthodox-Syrische Kerk van Kerala, in India), de Koptisch-Orthodoxe Kerk van Egypte, de Armeens-Apostolische Kerk, de Ethiopisch-Orthodoxe Tewahedo Kerk en de Eritrees-Orthodoxe Tewahedo Kerk.

"" frameborder="0" marginwidth="0" marginheight="0" scrolling="no" style="border: 0px currentColor; border-image: none; vertical-align: bottom;"

Van Slageren geeft behalve een historische schets van deze kerken ook een aantal voorbeelden van hun kerstverhalen. Daarin is iets te proeven van de beleving van het mysterie van de neerdaling van God onder de mensen. Met een rijkdom aan symbolen wordt dit mysterie in de liturgische traditie van deze kerken gevierd. De eucharistie en de rol van de priester nemen daarbij een belangrijke plaats in, een overeenkomst met de Rooms-Katholieke Kerk, die een grote verwantschap kent met de Orthodoxe Kerken. Door de beschrijving van de liturgische gewoonten, naast eucharistie ook de doop en het vasten, maakt Van Slageren de geloofstraditie concreet en inzichtelijk.

Andere traditie

De Oriëntaals-Orthodoxe Kerken zijn onderscheiden van de Oosters-Orthodoxe Kerken, zoals de Russisch-Orthodoxe en de Grieks-Orthodoxe Kerk, die in Nederland niet zo veel aanhangers hebben en ook een geheel andere liturgische en geloofstraditie vertegenwoordigen.

De Oriëntaals-Orthodoxe Kerken beroepen zich op de eerste oecumenische concilies van de ongedeelde kerk, zoals Nicea (325) en Constantinopel (381), waar respectievelijk de godheid van Christus en de Heilige Geest werd vastgelegd. Tijdens het concilie van Efeze (431) werd eveneens vastgelegd dat het goddelijke en het menselijke op volmaakte wijze in Jezus verenigd zijn, zonder vermenging en ongedeeld. De Oriëntaals-Orthodoxe Kerken hebben afstand genomen van het latere concilie van Chalcedon in 451, waarin het wezen van Christus, met inachtneming van de eenheid van Zijn persoon, toch ook als twee duidelijk van elkaar te onderscheiden naturen wordt voorgesteld.

De Oriëntaals-Orthodoxe Kerken hanteren de juliaanse kalender, onderscheiden van de gregoriaanse kalender, die in de meeste westerse kerken gehanteerd wordt. Daardoor vallen de feestdagen, zoals Pasen en Pinksteren, op andere data. De Oriëntaalse Kerken hebben zich elk op eigen wijze ontwikkeld. Pas in de twintigste eeuw ontstond het besef dat al deze kerken samen één confessionele familie vormen. Op 15 januari 1965 vond in Addis Abeba (Ethiopië) de eerste conferentie plaats van hoge vertegenwoordigers van deze kerken. Besloten werd tot een voortgaand oriëntaals overleg, dat in 1989 onder supervisie van de Wereldraad van Kerken werd verbreed tot een beraad samen met de Oosters-Orthodoxe Kerken.

Omdat zij uiteindelijk tot dezelfde geloofsfamilie behoren, worden de gelovigen in beide kerken tot elkaars heilige communie toegelaten. Binnenkort wordt er aan de Vrije Universiteit een priesteropleiding geopend waaraan zowel oriëntaalse als oosters-orthodoxe studenten de mogelijkheid krijgen om opgeleid te worden tot priester. Veel van de Oriëntaals-Orthodoxe Kerken hebben in Nederland een onderkomen gevonden in voormalige rooms-katholieke kerkgebouwen. Dat is ook niet vreemd, gezien hun liturgische setting. Veel kerken hebben ook nieuwe kerkelijke centra gesticht, die voorzien in de behoefte aan nevenruimtes voor gemeentebijeenkomsten en activiteiten onder jongeren.

Sterke groei

Van Slageren merkt op dat er sprake is van een sterke groei van de Oriëntaalse Kerken in Nederland. Zo bouwen de kopten momenteel een kerk in Assen en verrijst er in Enschede een koptisch klooster. Ook het aantal christenen uit Eritrea en Syrië groeit. In Nederland wonen nu al meer dan 25.000 Syrische christenen.

Van Slageren: Velen van hen verblijven nog in azc’s en hebben het daar niet gemakkelijk. Ze willen hun christelijke tradities in praktijk brengen, maar worden niet geaccepteerd door de moslims, ten opzichte waarvan zij een minderheid zijn." Samen met aartsbisschop Polycarpus van de Syrisch-Orthodoxe Kerk in Nederland is Van Slageren bezig een actie op te zetten om deze christenen de gelegenheid te geven de diensten van hun geloofs- en volksgenoten te bezoeken door te zorgen voor reisgeld of een taxi.

Er zijn volgens Van Slageren nauwelijks theologische verschillen met de Oosters-Orthodoxe Kerken. Men staat niet meer vijandig tegenover elkaar, zoals in het verleden. Men beseft dat de uitspraken op Chalcedon maar kleine toevoegingen zijn geweest die misverstanden hebben opgeroepen, maar die nu toenaderingen niet meer in de weg staan. Dank zij de Wereldraad van de Kerken is er meer overeenstemming gekomen. Wel is het zo dat de Oriëntaalse Kerken een bestaan hebben opgebouwd. Voor de Nederlandse kerken is het een uitdaging om deze kerken te leren kennen. In Frankrijk is met name de Rooms-Katholieke Kerk daarmee al verder. De Oriëntaalse Kerken zijn de oudste kerken uit de begintijd van het christendom. De protestantse kerken moeten de dialoog met deze kerken nog beginnen. Ze krijgen daarvoor nu een historische kans."

 

Boekgegevens

Wijzen uit het Oosten, uit zo verren land. Oriëntaals-Orthodoxe Kerken in Nederland. Over hun geschiedenis, liturgie en geboorteverhalen van Christus, Jaap van Slageren; uitg. Bar Hebraeus, Glanem 2016; ISBN 9789050470537; 204 blz.; € 19,95.

(bron : gereformeerd dagblad)

21:23 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (0)

25-06-16

allerheiligen

Eerste zondag na Pinksteren

 FEEST VAN ALLERHEILIGEN

 Allerheiligen14.jpg

 


 

Eerste Lezing :

Hebr.11,32-33, 37-38, 9,27-30

[33] Door het geloof hebben zij koninkrijken omvergeworpen, gerechtigheid beoefend, beloften in vervulling zien gaan. Zij hebben leeuwen de muil gesloten, [34] de gloed van vuur gedoofd, ze zijn ontsnapt aan het scherp van het zwaard. Hun zwakheid werd kracht, ze werden machtig in de oorlog, en dreven vijandelijke legers op de vlucht. [35] Vrouwen kregen hun doden terug door opstanding uit de dood. Anderen werden doodgemarteld en wezen hun vrijlating af, om een betere opstanding te verwerven. [36] Weer anderen werden beproefd doordat ze bespot werden en geslagen, en ook nog werden geboeid en gevangengezet. [37] Zij werden gestenigd, doormidden*gezaagd, terechtgesteld met het zwaard. Zij zwierven rond in schapenvachten en geitenvellen, ten prooi aan ontbering, vervolging, mishandeling. [38] Zij waren te goed voor deze wereld. Ze hielden zich op in woestijnen en in de bergen, in spelonken en in de krochten van de aarde. [39] Ook deze mensen werden allen vermeld vanwege hun geloof. Toch heeft geen van hen de belofte in vervulling zien gaan. [40] Aangezien God voor ons nog iets beters had voorzien, wilde Hij niet dat zij hun voleinding zouden bereiken zonder ons. 12 :[1] Door zo'n wolk van getuigen omgeven moeten wij elke zondelast die ons hindert, van ons afschudden, om vastberaden de wedstrijd te lopen waarvoor we hebben ingeschreven. [2] Kijk naar Jezus, de leidsman en voltooier van ons geloof. Omwille*van de vreugde die voor Hem in het verschiet lag, heeft Hij een kruis op zich genomen en de schande niet geteld: nu zit Hij aan de rechterkant van Gods troon.

EVANGELIE :

Mattheüs : 10,32-33,37-38

[32] Als iemand partij kiest voor Mij bij de mensen, zal ook Ik partij kiezen voor hem bij mijn Vader in de hemel. [33] Wie Mij verloochent tegenover de mensen, die zal Ik ook verloochenen tegenover mijn Vader in de hemel. [37] Wie meer houdt van zijn vader of moeder dan van Mij, is Mij niet waard. Wie meer houdt van zijn zoon of dochter dan van Mij, is Mij niet waard. [38] Wie zijn kruis niet opneemt en Mij niet volgt, is Mij niet waard. 11 . 27] Alles is Mij door mijn Vader in handen gegeven. Niemand kent de Zoon behalve de Vader, en niemand kent de Vader behalve de Zoon, en ieder aan wie de Zoon Hem heeft willen onthullen. [28] Kom allen naar Mij toe die afgemat en belast zijn, en Ik zal u rust geven. [29] Neem mijn juk op en kom bij Mij in de leer, omdat Ik zachtmoedig ben en eenvoudig van hart, en u zult rust vinden voor uw ziel. [30] Want mijn juk is zacht en mijn last is licht.                                                                                                                                                                                                                

 

 

TROPARION :

Over de gehele wereld is Uw Kerk getooid met het bloed van Uw Martelaren als met byssos en purper; en door hen roept zij tot U, Christus God : Zend over Uw volk Uw barmhartigheid neer; schenk vrede aan Uw wereld, en aan onze zielen de grote genade.

KONDAKION :

Als het eerstelingenoffer der natuur offert de wereld U, de Heer en Schepper van het heelal de goddragende Martelaren.

Door hun gebeden bewaar in diepe vrede Uw Kerk Uw woning bij de mensen, en bescherm haar door de Moeder Gods, Barmhartige.

PROKIMEN :

Wonderbaar is God in Zijn Heiligen, de God van Israël.

Loot God in de Kerken, de Heer uit de bronnen van Israël.

De Heer schenkt Zijn Woord met grote kracht aan de Verkondigers der Blijde Boodschap.

ALLELUIA :

De Rechtvaardigen roepen en de Heer verhoort hen.

Talrijk zijn de beproevingen der Rechtvaardigen maar de Heer bevrijdt hen uit alle kwelling.

 

 

Betekenis van het feest van Allerheiligen 

 

De zondag volgend op Pinksteren is toegewijd aan alle Heiligen, deze die door ons gekend zijn én dezen die alleen bij God gekend zijn. Er zijn altijd heiligen geweest, in alle uithoeken der aarde. Het waren Apostels, Martelaren, Profeten, Hierarchen, Monniken en rechtvaardigen.
Allen waren vervuld van dezelfde Heilige Geest.
 De Nederdaling van de Heilige Geest maakt het mogelijk voor ons om boven onze gevallen toestand uit te stijgen en de heiligheid te bereiken. Aldus vervullen wij Gods bevel : ‘Wees heilig, zoals IK heilige ben ‘ (Lev. 11,44 – 1 Petrus 1,16).Daarom is het van belang alle heiligen te herdenken op de 1e zondag na Pinksteren. 
Waarschijnlijk is dit feest ontstaan, toen men de Martelaren ging vereren. Later kwamen daar alle vrouwen en mannen bij die getuigen waren geweest van Christus’ boodschap. De heilige Petrus van Damascus  in zijn ‘vierde stelling van de Beschouwing’, spreekt van 5 soorten heiligen : Apostelen, Martelaren, Profeten, Hierarchen en Monniken (Filokalia, vol.3, p.131 – in de engelse versie) 
Hieronder ziet men een icoon van alle heiligen van Rusland. Dergelijke iconen bestaan ook van alle heiligen in andere landen.

18-06-16

Pnksteren

PINKSTEREN

 

Pinksteren11154.jpg

 

 

LEZINGEN :

Eerste lezing : Handelingen 2,1-11

Pinksteren
 Toen de dag van Pinksteren aanbrak, waren zij allen op één plaats bijeen.  Plotseling kwam er uit de hemel een geraas alsof er een hevige wind opstak, en het vulde heel het huis waar zij waren.  Er verschenen hun vurige tongen, die zich verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten.  Zij raakten allen vol van heilige Geest en begonnen te spreken in vreemde talen, zoals de Geest hun ingaf.
     
Nu woonden er in Jeruzalem vrome Joden, afkomstig uit ieder volk onder de hemel.  Toen dat geluid opkwam, liep de menigte te hoop en raakte in verwarring, omdat iedereen hen in zijn eigen taal hoorde spreken.  Ze stonden versteld en vroegen zich verwonderd af: 'Maar dat zijn toch allemaal Galileeërs die daar spreken!  Hoe is het dan mogelijk dat ieder van ons de taal van zijn geboortestreek hoort?  Parten en Meden en Elamieten, en bewoners van Mesopotamië, Judea en Kappadocië, Pontus en Asia,  Frygië en Pamfylië, Egypte en het Libische gebied bij Cyrene, en hier woonachtige Romeinen,  Joden en proselieten, Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze eigen taal spreken over de grote daden van God.'

EVANGELIE

Johannes 7,37-5. 8,12.

Stromen levend water
      Op de laatste dag, het hoogtepunt van het feest, stond Jezus daar en riep: 'Heeft iemand dorst, laat hij dan naar Mij toe komen, en laat drinken  wie in Mij gelooft! Zoals de Schrift zegt: Uit zijn binnenste zullen stromen levend water vloeien.'  Hiermee doelde Hij op de Geest die men zou ontvangen als men tot geloof in Hem kwam. Toen was de Geest er namelijk nog niet, omdat Jezus nog niet verheerlijkt was.

Verdeeldheid onder de toehoorders

      Onder het volk waren er die bij het horen van deze woorden zeiden: 'Dit is werkelijk de profeet.'  Sommigen beweerden: 'Hij is de Messias.' Maar er waren er ook die zeiden: 'De Messias komt toch niet uit Galilea Zegt de Schrift niet dat de Messias uit het geslacht van David komt en uit Betlehem, de woonplaats van David?'  Zo ontstond er verdeeldheid over Hem onder het volk.  Er waren er die Hem wilden grijpen, maar niemand sloeg werkelijk toe.

Ongeloof van de autoriteiten

      Toen de gerechtsdienaren bij de hogepriesters en farizeeën terugkwamen, vroegen dezen: 'Waarom hebben jullie Hem niet meegebracht?'  De dienaars zeiden: 'Nog nooit heeft een mens zo gesproken!'  Waarop de farizeeën antwoordden: 'Hebben jullie je ook al laten misleiden?  Heeft een van de leiders Hem geloof geschonken? Of iemand van de farizeeën?  Maar dat volk, dat de wet niet kent, vervloekt zijn ze!'  Nikodemus, de man die indertijd naar Jezus toe was gekomen, iemand uit hun eigen kring, merkte op:  'Sinds wanneer staat de wet ons toe iemand te veroordelen zonder hem eerst te horen en ons over zijn daden een oordeel te vormen?'  Maar hij kreeg als antwoord: 'Bent u soms ook een Galileeër? Zoek het maar na en u zult zien: uit Galilea komen geen profeten!'

  Weer richtte Jezus zich tot hen: 'Ik ben het licht van de wereld. Wie Mij volgt, gaat zijn weg niet in de duisternis, maar zal het ware levenslicht bezitten.

 

Pinksteren 1111.jpg

10-06-16

1e oecumenisch concilie

7e zondag na Pasen - :

GEDACHTENIS VAN HET 1eOECUMENISCH CONCILIE EN DE 318 GODDRAGENDE VADERS DIE ERAAN DEEL HADDEN.

 

oecumenisch concilie 1.jpg

1e Oecumenisch concilie

 

Lezingen :

Handelingen 20,16-18, 28-36

[16] Want Paulus had besloten Efeze voorbij te varen om geen tijd in Asia te verliezen. Hij had haast omdat hij zo mogelijk met Pinksteren in Jeruzalem wilde zijn.      [17] Van Milete uit stuurde hij een bode naar Efeze om de oudsten van de gemeente bijeen te roepen. [18] Toen die bij hem gekomen waren, zei* hij tegen hen: 'U weet hoe ik mij heb gedragen vanaf de eerste dag dat ik in Asia kwam, de hele tijd dat ik bij u was

28] Zorg goed voor uzelf en voor heel de kudde waarover de heilige Geest u als leiders heeft aangesteld om de kerk* van God te weiden, die Hij door het bloed van zijn eigen Zoon heeft verworven. [29] Ik weet dat na mijn vertrek gevaarlijke wolven bij u zullen binnendringen die de kudde niet sparen; [30] zelfs mensen uit uw eigen kring zullen de waarheid gaan verdraaien om de leerlingen achter zich aan te krijgen. [31] Wees daarom op uw hoede en houd in gedachten dat ik drie jaar lang dag en nacht onophoudelijk iedereen onder tranen gewaarschuwd heb. [32] En nu draag ik u op aan God en aan het woord van zijn genade, dat bij machte is om op te bouwen en het erfdeel te geven, met alle geheiligden. [33] Zilver of goud of kleding heb ik van niemand verlangd; [34] u weet zelf dat deze handen in mijn eigen behoeften en die van mijn metgezellen hebben voorzien. [35] In alles heb ik u laten zien dat men zo, door hard te werken, de zwakken moet helpen, gedachtig de woorden van de Heer Jezus, die zelf* heeft gezegd: "Het is zaliger te geven dan te ontvangen." ' [36] Na deze woorden knielde hij met hen allen neer en sprak een gebed.

EVANGELIE :

Johannes 17,1-13

Afscheidsgebed van Jezus [1] Na deze toespraak sloeg Jezus zijn ogen op naar de hemel en bad: 'Vader, het uur is gekomen! Verheerlijk* uw Zoon, opdat uw Zoon U verheerlijkt. [2] Laat Hem, krachtens de macht die U Hem gegeven hebt over alle mensen, eeuwig leven schenken aan al degenen die U aan Hem hebt toevertrouwd. [3] Eeuwig leven! Dat betekent dat ze U, de enige waarachtige God, leren kennen*, en ook degene die U gezonden hebt: Jezus Christus. [4] Ik heb U op aarde verheerlijkt door het werk te volbrengen dat U Mij te doen hebt gegeven. [5] Verheerlijk Mij nu, Vader, aan uw zijde, en bekleed Mij met de heerlijkheid die Ik bij U bezat voordat*de wereld bestond.      [6] Ik* heb uw naam geopenbaard aan de mensen* uit de wereld, die U Mij had toevertrouwd. Ze waren van U, en U hebt hen aan Mij toevertrouwd. Ze hebben uw woord ter harte genomen. [7] Nu erkennen ze dat alles wat U Mij gegeven hebt, van U komt. [8] Want de woorden die U Mij gegeven had, heb Ik aan hen doorgegeven, en zij hebben die aangenomen: ze hebben naar waarheid erkend dat Ik van U ben uitgegaan; ze hebben geloofd dat U Mij hebt gezonden. [9] Voor hen bid Ik. Niet* voor de wereld, maar voor hen die U Mij hebt toevertrouwd bid Ik, omdat ze de uwen zijn - [10] al het mijne is trouwens het uwe en al het uwe is het mijne - en omdat in* hen mijn heerlijkheid zichtbaar is geworden. [11] Ik ben al niet meer in de wereld, maar zij, zij blijven in de wereld achter, terwijl Ik naar U toe kom. Heilige Vader, bewaar* hen in uw naam, die U Mij hebt toevertrouwd, opdat ze één mogen zijn zoals Wij. [12] Zolang Ik bij hen was, was het mijn taak hen te bewaren in uw naam, die naam die U Mij hebt toevertrouwd; Ik heb over hen gewaakt, en geen van hen is verloren gegaan, behalve degene die verloren moest gaan, opdat de Schrift in vervulling zou gaan. [13] Nu kom Ik naar U toe, maar terwijl Ik nog in de wereld ben, zeg Ik dit alles opdat ze volkomen vervuld mogen zijn van mijn vreugde.

 

cherubijnen7.jpg

 

 Eerste Concilie van Nicea

Het Concilie van Nicea van 325 was het eerste oecumenische concilie. Voor het eerst kwamen bisschoppen uit het oostelijk deel en het westelijk deel van het Romeinse Rijk samen om zich te buigen over dringende zaken. Dit Concilie was allereerst bedoeld om een definitief oordeel uit te spreken over het arianisme.

Verdeeldheid in het Rijk

Keizer Constantijn de Grote, vanaf het jaar 324 alleenheerser over het Oosten en het Westen van het Romeinse Rijk, vreesde dat het imperium inwendig zou worden verscheurd door de ariaanse kwestie. Een aantal invloedrijke bisschoppen waren aanhanger van de leer van de Alexandrijnse priester Arius. Die ontkende dat Christus, de Logos, God was. Volgens Arius was de Logos uit de Vader geboren en dus was zijn goddelijkheid ondergeschikt aan die van de Schepper. Met andere woorden, de Zoon was een schepsel, dat niet in alle eeuwigheid had bestaan.

Constantijn alleenheerser

De christologie van Arius werd in Alexandrië als een gevaarlijke dwaling beschouwd, wat leidde tot zijn veroordeling. Arius nam zijn toevlucht tot bisschop Eusebius van Nicomedia, die goede banden had met keizer Constantijn, die toen nog heerser van het Westen was. Eusebius organiseerde in 320 een synode, waarin hij pleitte voor de rehabilitatie van Arius. Bisschop Alexander van Alexandrië weigerde dat en zocht steun bij tal van oostelijke bisschoppen die hun hoop op de augustus van het Westen hadden gevestigd. Toen Constantijn in 324 Licinius, de augustus van het Oosten, had verslagen, schrok hij van het kerkelijke conflict dat hij in het Oosten aantrof. Hij stuurde zijn gezant bisschop Ossius van Cordoba naar Alexandrië met als opdracht een einde te maken aan de twist.

Oecumenisch

Toen de oproep tot eenheid niets uithaalde, nam Constantijn het besluit de kwestie voor te leggen aan de gezamenlijke vergadering van alle bisschoppen van de 'oecumene', dat wil zeggen die van het Westen en het Oosten. De keizer had als augustus van het Westen al eerder een synode bijeengeroepen: het Concilie van Arles van 314, waar de donatisten van Carthago werden veroordeeld. Dit keer ging het echter om het de eenheid binnen heel het Rijk. Als alleenheerser was hij nu bij machte een oecumenisch concilie bijeen te roepen.

Nicea

Als locatie voor het concilie koos Constantijn het keizerlijk zomerpaleis in de stad Nicea in Bythinië (Grieks: Νικαια Βιθυνιας, Nikaia Bithynias; Latijn: Nicaea), het huidige Iznik in Turkije. Nicea, genoemd naar de overwinningsgodin Nikè, lag vlakbij Nicomedia (het huidige Izmit), de oostelijke hofstad. Volgens bisschop en geschiedschrijver Eusebius van Caesarea stelde de keizer postkoetsen ter beschikking om de bisschoppen vanuit uit alle gewesten van het rijk snel naar Nicea te vervoeren.

Concilievaders

Het concilie werd op 19 juni 325 geopend in aanwezigheid van de keizer. Er waren ongeveer 300 bisschoppen komen opdagen. Een aantal van hen had nog geleden onder de christenvervolgingen van keizer Diocletianus. Officieel was er sprake van 318 deelnemers, maar dat zou een symbolisch getal zijn, verwijzend naar het aantal strijdvaardige dienaren van Abraham (Gen. 14,14). De voornaamste anti-arianen waren: Alexander van Alexandrië, die zijn diaken Athanasius had meegenomen, Eustathius van Antiochië en Marcellus van Ancyra. De pro-Ariusfactie was ver in de minderheid. Invloedrijk was een middenpartij, die zich tot doel had gesteld een compromis te sluiten. Deze factie werd aangevoerd door Arius' protector, Eusebius van Nicomedia, die inmiddels Constantijns hofbisschop was geworden, en Eusebius van Caesarea. Uit het Westen waren er slechts vijf bisschoppen, onder wie Ossius van Cordoba. De bisschop van Rome, paus Sylvester I was er zelf niet, maar liet zich vertegenwoordigen door de priesters Vitus en Vincentius. Volgens een legende zou Nicolaas van Myra ook aan het concilie hebben deelgenomen.

Vader en Zoon

Het theologische debat ging over de verhouding van de Zoon tot de Vader. Allen waren het erover eens dat de Zoon geboren was uit de Vader. De arianen echter meenden dat de Zoon dan niet gelijk kon zijn aan de Vader. Toen de discussie daarover zich ontvouwde en steeds feller werd, stelde Eusebius van Nicomedia voor een formule te aanvaarden uit een door hem gebruikte geloofsbelijdenis, waarin de Heer Jezus Christus werd beleden als "God uit God, Licht uit Licht, Leven uit Leven, enige Zoon, geboren vóór alle schepselen, verwekt door de Vader vóór alle tijden, door wie alles geschapen is". Niemand had daar bezwaar tegen. Volgens Athanasius was het Ossius van Cordoba die toen voorstelde om het Alexandrijnse begrip ομοουσιος (homo-ousios) te gebruiken. Het betekent 'van hetzelfde wezen'. Men ging akkoord en men aanvaardde de formule ομοουσιον τωι Πατρι (homo-ousion tooi Patri), dat 'wezensgelijk aan de Vader' betekent. De Latijnse vaders vertaalde ουσιος echter niet met essentia, maar met substantia. De Latijnse formulering luidt dan ook: unius substantiae cum Patre. In 381 op het Concilie van Constantinopel (381) zou dit worden gewijzigd in consubstantialem Patri.

Geloofsbelijdenis

Het uiteindelijke resultaat was de Geloofsbelijdenis van Nicea. Onmiddellijk werd daar deze tekst aan toegevoegd: “Wie echter beweren: 'Er was eens een tijd dat Hij [de Zoon] niet bestond' en 'Voordat Hij geboren werd, bestond Hij niet' en 'Hij is uit het niets geworden' of wie zeggen: 'God is van een andere substantie of wezen' of 'Hij is geschapen of veranderlijk', hen vervloekt de katholieke Kerk (hos anathematizat catholica Ecclesia).” Daarmee waren Arius en de aanhangers van zijn leer officieel veroordeeld.

Paasdatum

Het Concilie hield zich na de afhandeling van de ariaanse kwestie ook nog bezig met de Paasdatum. Constantijn wenste voor heel zijn Rijk één Paasfeest, overal op dezelfde dag gevierd. Voordien vierde een aantal kerken de Verrijzenis op dezelfde dag als het Joodse Pesach: de 14e Nissan. De meerderheid wilde deze traditie opheffen, zodat Pasen altijd op een zondag viel. Besloten werd om de berekening van de kerken van Rome en Alexandrië te volgen.

Schisma van Meletius

Verder werd de kwestie rond het schisma van Meletius afgehandeld. Deze Egyptische bisschop was in conflict geraakt met bisschoppen die naar zijn smaak onterecht lapsi weer in de kerk hadden opgenomen. Meletius en zijn volgelingen stichtte een eigen kerk. Het Concilie wilde het schisma opheffen. De concilievaders besloten dat hij zijn bisschoppelijke waardigheid kon behouden. Degenen die door hem waren gewijd, moesten zich echter opnieuw laten wijden. De meletianen konden daar niet mee leven en besloten zich aan te sluiten bij de arianen.

Canons

Er werden ook zaken behandeld die de kerkelijke hiërarchie en de discipline betroffen, zoals bisschopswijdingen, de periode van het catechumenaat, de autonomie van de kerkprovincies, het priestercelibaat, de voorrechten van de kerken van Alexandrië, Antiochië en Rome, de erepositie van de kerk van Jeruzalem Deze werden samengevat in twintig canons. De eerste canon, heel opmerkelijk, betrof het verbod op zelfcastratie.

Ambtsjubileum keizer

De sluiting van het Concilie viel samen met het twintigjarig regeringsjubileum van Constantijn. De keizer vierde dit tezamen met de concilievaders tijdens een feestmaal. Bij het afscheid ontvingen ze van hem allerlei geschenken. Nogmaals vermaande hij de bisschoppen om de eenheid te bewaren. Na het Concilie werd de invloed van het arianisme echter steeds groter. Tijdens het Eerste Oecumenische van Constantinopel van 381 zou deze ketterij opnieuw worden veroordeeld.

 

09-06-16

De wereld als levende icoon

De wereld als levende icoon

 

verrijzenis1.jpg

Duurzaamheid en klimaatverandering vormen uiteindelijk vooral een moreel en spiritueel vraagstuk, betoogt Lisette van der Wel. Zij gaat te rade bij de ecologische wijsheid van het oosters-orthodoxe christendom.

Wij mensen hebben de macht om het leven op aarde te bepalen en verstoren. Die macht maakt ons ook kwetsbaar. Waarvoor we kiezen en waardoor we ons laten leiden is van cruciaal belang, wil er een leefbare toekomst voor onze (klein-)kinderen zijn.

Zijn we hier op aarde om alsmaar meer te hebben of om meer te zijn? Zijn we hier met het recht om de aarde vrijelijk te plunderen of om haar zorgzaam te beheren? Het vraagstuk van duurzaamheid en klimaatverandering is zo uiteindelijk een moreel en spiritueel vraagstuk.

‘Groene patriarch’

Het is op dit punt dat religies een waardevolle bijdrage kunnen leveren. Een mooi voorbeeld van een waardevolle christelijke bron is hoe er binnen de oosters-orthodoxe traditie wordt gedacht over een zorgzame omgang met de aarde.

De oosterse orthodoxie laat zien dat we in de natuur iets aantreffen dat groter is dan onszelf

De oosters-orthodoxe kerk heeft een sterke reputatie waar het de betrokkenheid met ecologische kwesties betreft. De oecumenische Patriarch Bartolomeus wordt vaak de ‘groene patriarch’ genoemd vanwege zijn consequente oproep tot spirituele omkeer inzake milieu- en klimaatproblemen. Het is daarom de moeite waard om te kijken wat we zouden kunnen leren van deze rijke traditie.

Doortrokken van God

De oosters-orthodoxe traditie is diep doordrongen van het besef dat de huidige klimaatcrisis niet primair ecologisch is, maar spiritueel. Het is een crisis aangaande de manier waarop we onszelf en de wereld zien. Tegenover het westerse ideaalbeeld van het autonome individu als kroon en heerser van de schepping stelt de oosterse orthodoxie de doorleefde ervaring dat we in onze natuurlijke leefomgeving iets aantreffen dat groter is dan onszelf. Heel de natuur of schepping is doortrokken van God. Het aantasten van deze schepping ten bate van materieel gewin is een zonde.

De orthodoxe theologie en spiritualiteit reikt drie behulpzame manieren aan om het gevoel van verwondering en verbinding met Gods schepping te herstellen: de iconografie, de liturgie en de ascese.

Ruimer perspectief

Iconen, afbeeldingen van Christus, de Moeder Gods of heiligen, behoren tot het hart van de orthodoxe traditie. Een icoon is een trefpunt van het materiële en het transcendente, een medium waardoor mensen iets van het goddelijke kunnen ervaren. Zoals God mens is geworden in Jezus Christus, zo is in de orthodoxe visie de hele levende natuur een icoon, een teken van God. De heilige Johannes van Damascus zei al in de 8e eeuw:

"De hele wereld is een levende icoon van het gezicht van God."

Een icoon helpt je om beter te zien; het beschouwen ervan onthult iets van de goddelijke dimensie in alles wat we ervaren. In onze westerse cultuur zijn we zo op onszelf gericht geraakt; een icoon kan helpen dat beeld te corrigeren, ons weer te verbinden met een ruimer perspectief van de wereld als doortrokken van een goddelijke aanwezigheid.

Kosmische liturgie

Dan wordt het ook weer mogelijk om de wereld te gaan ervaren als een sacrament, als een plaats van gemeenschap (communie), in plaats van een zielloos gebruiksvoorwerp. Liturgie wil ook juist dat zijn: een viering van gemeenschap, van de onderlinge verbondenheid van alle mensen en al wat leeft.

Het oosters-orthodoxe denken spoort aan om niet achteloos om te gaan met de natuur; want alles is een spoor van God

Als we zó liturgie kunnen vieren dat we de hele wereld als een integraal deel ervan kunnen ervaren, dan verwerven we een liefdevol hart voor al wat leeft. St. Maximus noemde dit in de 7e eeuw een ‘kosmische liturgie’.

Vermogen tot zelfbeperking

De derde weg, de weg van ascese, is niet een negatief onderdrukken van allerlei behoeften, maar veeleer een positieve uitdrukking van ons vermogen tot zelfbeperking, tot het zeggen van ‘nee’ of ‘genoeg’. Het is een weg van bevrijding, gericht op delen, dienstbaarheid. Vasten is een concrete expressie daarvan.

Het oosters-orthodoxe denken spoort aan om niet achteloos om te gaan met de natuur; want alles is een teken, een spoor van God. Het leert om stil te staan, niet te doen, en zodoende je dieper te verbinden met het wonder en mysterie van al wat leeft. En het kan ons leren dat eenvoud en matigheid geen straf zijn, maar bevrijding. Maat houden kan leiden tot een geest van dankbaarheid, een herontdekken van het wonder van onze plek als mens in het web van het leven op aarde.

Bron : Ignis

09:59 Gepost in theologie | Permalink | Commentaren (0)

04-06-16

gregorius de Grote : "Jezus, Zoon van David, ontferm U over mij"

H. Gregorius de Grote (ca. 540-604), paus en kerkleraar

Homilie over het Evangelie, nr 2(over de blindgeborenene)

 

Gregorius de grote-Paus van Rome.jpg

"Jezus, Zoon van David, ontferm U over mij"

De Schrift heeft een reden om aan ons deze blinde voor te stellen, die aan de kant van de weg zit en een aalmoes vraagt, want de Waarheid zegt zelf : "Ik ben de Weg" (Joh 14,6). Zo is iemand die de helderheid van het eeuwige licht ontkent, blind.

Als hij al in de Verlosser gelooft, dan zit hij langs de kant van de weg. Als hij gelooft, maar niet vraagt om hem het eeuwige licht te geven en als hij niet bidt, dan kan deze blinde aan de kant van de weg zitten, maar hij vraagt geen aalmoes. Maar als hij gelooft, dan kent hij de blindheid van zijn hart en bidt hij om het licht van de waarheid te ontvangen, dan is hij deze blinde die aan de kant van de weg zit en die ook een aalmoes vraagt.

Wie de duisternis van zijn blindheid kent en voelt dat hij van het eeuwig licht verstoken is, moet vanuit de diepte van zijn hart roepen en met heel zijn ziel: "Jezus, Zoon van David, ontferm u over mij!"

Bron : www.dagelijksevangelie.org

 

zondag van de Blindgeborene

 

ZONDAG VAN DE BLINDGEBORENE

6e zondag na Pasen

 

blindgeborene0.jpg

LEZINGEN :

Handelingen : 16,16-34

[16] Onderweg naar die gebedsplaats kwam er eens een slavin op ons af die een helderziende geest had en met haar waarzeggerij voor haar eigenaren veel geld verdiende. [17] Zij liep Paulus en ons achterna en schreeuwde aldoor: 'Deze mensen zijn dienaren van de allerhoogste God. Ze verkondigen u de weg naar de redding.' [18] Dat deed ze vele dagen achtereen. Toen het Paulus te veel werd, draaide hij zich om en zei tegen de geest: 'In naam van Jezus Christus beveel ik je uit haar weg te gaan.' Op dat ogenblik ging hij weg. [19] Toen haar eigenaren hun hoop op inkomsten vervlogen zagen, grepen ze Paulus en Silas vast en sleurden hen naar het stadsbestuur op het plein; [20] ze brachten hen voor de pretoren* en zeiden: 'Deze mensen brengen onrust in onze stad. Het zijn Joden [21] en ze verkondigen zeden en gewoonten die wij als Romeinen niet mogen overnemen of volgen.' [22] Ook het volk keerde zich tegen hen en de pretoren rukten hun de kleren van het lijf en lieten hen met stokken afranselen. [23] Toen men hun een flink aantal slagen had toegediend, zetten ze hen in de gevangenis, en ze gaven de cipier het bevel om hen streng te bewaken. [24] Op dit bevel zette hij hen in de binnenste kerker en sloot hun voeten in het blok.
[
25] Rond middernacht zongen Paulus en Silas hun gebeden voor God, terwijl de gevangenen toeluisterden. [26] Plotseling deed zich een zo zware aardschok voor dat de fundamenten van de gevangenis schudden. Meteen gingen alle deuren open en sprongen bij iedereen de boeien los. [27] De cipier schoot wakker en toen hij de deuren van de gevangenis open zag staan, trok hij zijn zwaard en wilde hij zelfmoord plegen, omdat hij dacht dat de gevangenen ontsnapt waren. [28] Maar Paulus schreeuwde: 'Doe uzelf geen kwaad, we zijn er nog allemaal!' [29] Hij vroeg om licht, rende naar binnen en viel bevend voor Paulus en Silas neer; [30] daarop ging hij met hen naar buiten en zei: 'Heren, wat moet ik doen om gered te worden?' [31] Zij antwoordden: 'Geloof in de Heer Jezus; dan zult u gered worden, u en al uw huisgenoten.' [32] En ze verkondigden het woord van de Heer aan hem en aan al zijn huisgenoten. [33] Nog op dat uur van de nacht nam hij hen mee om hun wonden te wassen. Meteen daarna liet hij zich met al de zijnen dopen. [34] Hij nam hen mee naar zijn woning en zette hun een maaltijd voor; met al zijn huisgenoten verheugde hij zich omdat hij nu in God geloofde

EVANGELIE :

Joh.9,1-38 :

Genezing van een blindgeborene[1] Bij het naar buiten gaan zag Hij een man die al vanaf zijn geboorte blind was. [2] Zijn leerlingen vroegen Hem: 'Rabbi, waarom is hij blind geboren? Heeft hij dat te wijten aan zijn eigen zonde of aan die van zijn ouders?' [3] Jezus antwoordde: 'Niet aan zijn eigen zonde, en evenmin aan die van zijn ouders. Nee, de daden* van God moeten in hem openbaar worden. [4] We moeten de daden van Hem die Mij gezonden heeft, verrichten zolang* het dag is; de nacht komt, en dan kan men niet werken. [5] Zolang Ik in de wereld ben, ben Ik het licht van de wereld.' [6] Na deze woorden spuwde Hij op de grond, maakte wat slijk van zand en speeksel en streek dat op de ogen van de blinde. [7] Daarna zei Hij tegen hem: 'Vooruit, ga u wassen in het Siloambad*.' (Siloam wil zeggen: gezondene.) De man ging ernaartoe, waste zich en kwam ziende terug.
[
8] Zijn buren en degenen die hem voordien vaak hadden gezien - hij was namelijk een bedelaar - zeiden: 'Is dat niet de man die altijd zat te bedelen?' [9] 'Inderdaad', zeiden sommigen. 'Welnee,' zeiden anderen, 'maar hij lijkt er wel op.' Maar hijzelf zei: 'Toch wel, ik ben het.' [10] 'Maar wat is er dan met je ogen gebeurd, dat je nu ineens kunt zien?' vroegen ze. [11] Hij antwoordde: 'Een zekere Jezus maakte wat slijk en streek dat op mijn ogen. Toen zei Hij: "Ga nu naar de Siloam om u te wassen." Ik ben dus gegaan, en toen ik mij gewassen had, kon ik zien.' [12] 'Waar is die man?' vroegen ze. 'Dat weet ik niet', zei hij.
[
13] Ze brachten de man die blind geweest was bij de farizeeën. [14] Nu was de dag waarop Jezus slijk had gemaakt en zijn ogen had geopend, een sabbat. [15] Daarom stelden ook de farizeeën hem de vraag hoe het kwam dat hij nu kon zien. Hij antwoordde: 'Hij deed wat slijk op mijn ogen, ik heb me gewassen en nu zie ik.' [16] 'Zo iemand komt niet van God,' oordeelden sommige farizeeën, 'want Hij houdt de sabbat niet.' Anderen merkten op: 'Maar hoe zou een zondaar zulke tekenen kunnen verrichten?' Kortom, er was verdeeldheid onder hen. [17] Ze richtten zich toen opnieuw tot de blinde: 'Wat denk jij ervan? Hij heeft toch je ogen geopend!' 'Dat Hij een profeet is', antwoordde hij.
[
18] De Joden wilden niet geloven dat de man die nu kon zien ooit blind was geweest, zolang ze zijn ouders er niet bij geroepen hadden [19] en hun de vraag hadden gesteld: 'Is dit wel degelijk die zoon van u die volgens uw zeggen blind geboren is? Hoe komt het dan dat hij nu kan zien?' [20] De ouders antwoordden: 'We weten dat dit onze zoon is en dat hij blind geboren is. [21] Maar hoe het komt dat hij nu kan zien, dat weten we niet. En wie zijn ogen geopend heeft, dat weten we evenmin. Dat kunt u beter aan hem vragen: hij is oud genoeg, hij kan zelf zijn woord wel doen.' [22] Zijn ouders spraken zo omdat ze bang waren voor de Joden. Want die hadden ondertussen besloten dat iedereen die Jezus als de Messias erkende, uit de synagoge gebannen* zou worden. [23] Dat was de reden waarom zijn ouders zeiden: 'Hij is oud genoeg, vraag het maar aan hem.'
[
24] Toen riepen ze de man die blind was geweest voor een tweede verhoor bij zich: 'Wees nu eens eerlijk voor God! We weten dat die man een zondaar is.' [25] Maar hij antwoordde: 'Of Hij een zondaar is, daar weet ik niets van. Wat ik wel weet, is dat ik eerst blind was en nu kan zien.' [26] 'Wat heeft Hij met je gedaan?' vroegen ze. 'Hoe heeft Hij je ogen geopend?' [27] 'Dat heb ik toch al verteld,' antwoordde hij, 'maar u hebt niet geluisterd. Waarom wilt u het nog eens horen? Wilt u soms ook leerlingen van Hem worden?' [28] Toen werden ze grof en zeiden: 'Jij* bent een leerling van Hem, wij zijn leerlingen van Mozes. [29] Wij weten dat God heeft gesproken tot Mozes; maar waar* Hij vandaan komt, daar weten we niets van.' [30] Hierop gaf de man ten antwoord: 'Maar is dat nu juist niet merkwaardig, dat mensen als u niet weten waar Hij vandaan komt? En Hij heeft mij nog wel de ogen geopend. [31] Naar zondaars luistert God niet, dat weet toch iedereen. Maar naar iemand die ontzag voor Hem heeft en zijn wil doet, naar zo iemand luistert Hij. [32] Nog nooit heeft men gehoord dat een mens de ogen heeft geopend van iemand die als blinde geboren was. [33] Als die man niet van God kwam, had Hij dat nooit gekund.' [34] Toen voeren ze tegen hem uit: 'Wat? Jij die vanaf* je geboorte een en al zonde bent, jij wilt ons de les lezen?' En ze* gooiden hem eruit.
[
35] Jezus hoorde dat ze hem eruit gegooid hadden, en toen Hij hem teruggevonden had, zei Hij: 'Gelooft u in de Mensenzoon?' [36] Hij antwoordde: 'Wie is dat, Heer? Dan zal ik in Hem geloven.' [37] Toen zei Jezus: 'U hebt Hem ontmoet*: het is degene die met u spreekt.' [38] 'Heer, ik geloof', zei hij, en hij wierp zich voor Hem neer

01-06-16

Justinus de filosoof

Heiligenleven

De heilige Justinus de filosoof

 

justinus de filosoof.jpg

 

Van zijn leven weten we tamelijk veel bijzonderheden uit zijn eigen geschriften. Hij vertelt over zijn vader en grootvader dan dat hij leefde in het oude Sichem van Samaria, ofschoon zij van oorsprong grieken waren. Waarschijnlijk behoorden ze tot de kolonie die daar door keizer Vespasianus was gesticht.

Justinus werd geboren in het begin van de tweede eeuw. Zijn ouders waren rijk, gaven hem een goede opvoeding en zorgden voor een veelzijdige ontwikkeling. Hij voelde zich sterk aangetrokken tot de filosofie omdat hij zocht naar de zin van het leven en wat nu eigenlijk waar was, vooral over God, de Schepper van alles wat bestaat. Hij zocht privaat-onderricht bij verschillende filosofen. De stoïcijn probeerde te bewijzen dat het niet nodig is God te kennen. Daarop ging Justinus naar een Aristoteliaan, maar deze begon zo te sjacheren over het collegegeld dat hij hem zou moeten betalen, dat Justinus er gauw genoeg van kreeg. Een Pythagoreeër zei hem dat hij muziek, sterrekunde en meetkunde moest studeren, want door deze abstracte wetenschappen leert de ziel zich los te maken van de zintuigelijke indrukken en zich open te stellen voor geestelijke invloeden. Maar Justinus was weinig geïnteresseerd in deze vakken en hij kon zich niet voorstellen dat de kennis van God van zulk een vervelende studie afhankelijk zou zijn.

Gelukkiger was hij bij het onderricht van een platoons filosoof, en hij merkt op dat Plato een leermeester is die tot Christus leidt. 'De kennis van de metafysica, het schouwen van de ideeën, gaf vleugels aan mijn geest en al spoedig was is ervan overtuigd dat ik een wijze was, en weldra God-zelf zou schouwen en echte wetenschap over Hem zou bezitten'.

Om dieper door te dringen in deze filosofie trok hij zich terug in de eenzaamheid aan een stil strandgedeelte. Daar ontmoette hij op een dag een oude man met eerbiedwaardig uiterlijk, met wie hij in gesprek kwam. Zijn mond vloeide over van waar zijn hart van vol was. De ander luisterde meelevend en vroeg toen waarom hij aan het nadenken de voorkeur gaf boven iets te doen. Justinus antwoordde dat alleen filosofische meditatie God aangenaam kon zijn. De ander maakte tegenwerpingen waar Justinus geen verweer tegen had, en tenslotte moest hij toegeven dat zijn filosofie niet de kracht bezat om het diepste verlangen van de ziel te stillen. Zo begon hij open te staan voor een nieuw inzicht en toen de oude man hem aanraadde zich te wenden tot de profeten, tot Jezus Christus en Zijn leerlingen, en tot God te bidden zijn ogen voor de waarheid te openen, ontvlamde er een vuur in zijn ziel.

 

Efraïm de Syriër : "De Mensenzoon is gekomen...om zijn leven te geven"

H. Efraïm (ca. 306-373), diaken in Syrië, kerkleraar

Commentaar op het Diatessaron, 20, 2-7

 

Efraim_syyrialainen01.jpg

"De Mensenzoon is gekomen...om zijn leven te geven"

 

"Als het mogelijk is, laat deze beker dan aan Mij voorbijgaan" (Mt 26,39). Waarom maakte U Simon Petrus een verwijt toen hij zei: "Dat zal U niet overkomen" (Mt 16,22), en nu zegt U: "Als het mogelijk is, laat deze beker dan aan Mij voorbijgaan"? Hij wist goed wat Hij tegen zijn Vader zei en dat het mogelijk was dat de beker voorbij zou gaan, maar Hij was gekomen om het voor allen leeg te drinken, om zo door het drinken van de beker de losprijs van de schuld af te lossen die de dood van de profeten en martelaren niet konden betalen... Hij had zijn dood door de profeten laten beschrijven en door de rechtvaardigen het mysterie van zijn dood laten voorafbeelden. Toen de tijd kwam om deze dood te volvoeren, weigerde Hij niet om te drinken. Als Hij het niet had willen drinken, maar het zou afslaan, dan zou Hij zijn lichaam niet in de Tempel vergeleken hebben met deze woorden: "Breek deze Tempel af en in drie dagen laat Ik hem weer herrijzen" (Joh 2,19); Hij zou niet tegen de zonen van Zebedeüs gezegd hebben: "Kunt u de beker drinken die Ik zal drinken?" en ook "Ik moet een doop ondergaan" (Lc 12,50)...

"Als het mogelijk is, laat deze beker dan aan Mij voorbijgaan." Hij zei dat, omdat Hij bekleed was met de zwakheid en niet door te doen alsof, maar werkelijk. Omdat Hij zich klein had gemaakt en werkelijk bekleed was met onze kwetsbaarheid, moest Hij vrezen en wankelde Hij in de kwetsbaarheid. Door het lichaam aan te nemen werd Hij met kwetsbaarheid bekleed, at Hij als Hij honger had, was Hij moe door het werk, werd Hij overmand door de slaap, was het nodig dat alles vervuld zou worden wat het lichaam zou laten verrijzen als de tijd van zijn dood is gekomen...

Om door zijn Lijden troost aan zijn leerlingen te brengen, voelde Jezus wat zij voelden. Hij had hun angst in zich opgenomen om hun zijn zielsgelijkenis te tonen, en dat je je niet laat voorstaan op de dood voordat je deze ondergaan hebt. Als immers Degene die nergens bang voor is, angst heeft gehad en had gevraagd om bevrijd te worden, terwijl Hij wist dat het onmogelijk was, hoeveel te meer moeten de anderen dan wel niet volharden in hun gebed voor de verleiding om bevrijd te worden als de dood zich toont... Om hen die de dood vrezen moed te geven, heeft Hij zijn eigen angst niet verborgen, opdat ze weten dat deze angst hen niet doet zondigen. "Nee, Vader, zei Jezus, niet mijn wil, maar uw wil geschiedde": zodat Ik sterf om het leven aan de mensen te geven.

Bron : www.dagelijksevengelie.org

 

1 2 3 4 5 6 7 8 Volgende