19-03-15

Basilius van Caesaria : De twee geboden van de liefde

 Welkom op mijn blog met informatie over de Orthodoxie. Teksten, foto's, bezinningen, theologie ..........

 

 

 Om uit de bijbel te horen voorlezen, klik op het bijbeltje

bijbel 2.jpg

 

De teksten van de gezangen kunnen teruggevonden worden in de rechter kolom 

Start nummer één en ga dan naar de tekst in de rechterkolom om alle gezangen goed te kunnen volgen

Om mij te contacteren : zie linkerkolom 'contacteer me'

 

 


 

 

 

Gebed van de heilige Efraïm de Syriër voor de vasten

 

Heer en Meester van mijn leven,

Bewaar mij voor de geest van traagheid,

Moedeloosheid, heerszucht en ijdel gepraat.

 

Mandylion2.jpg


Maar schenk mij; uw dienaar,

Een geest van ingetogenheid,

Nederigheid, geduld en liefde.

 

Mandylion2.jpg


 
Ja, Heer en Koning,

Doe mij mijn eigen fouten zien

En niet mijn broeder veroordelen,

Want Gij zijt gezegend

In de eeuwen der eeuwen Amen.

 °°°°°°°°°

 

Basilius van Caesaria : De twee geboden van de liefde

H. Basilius (ca 330-379), bisscop van Caesarea in Cappadocië, kerkleraar Grote Monastieke Regels, Vr. 1-2

 

 

Basilios de Grote aartsbisschop van Caesarea in Cappadocia.jpg

Basilius van Caesarea

 

 

De twee geboden van de liefde

 

Vraag: Wij vragen u eerst om ons te vertellen of de tien geboden van God in een bepaalde volgorde zijn gezet. Is er een eerste gebod, een tweede, een derde enzovoort?... Antwoord: De Heer zelf heeft de volgorde bepaald om de geboden te bewaren. De eerste en de grootste is die van liefde voor God en de tweede, die daaraan gelijk is, of liever de vervulling en de consequentie ervan is, betreft de liefde voor de naaste… Vraag: Wilt u voor ons eerst eens spreken over het liefhebben van God. Het is vanzelfsprekend dat men God lief moet hebben, maar hoe moet je Hem liefhebben?... Antwoord: De liefde voor God kun je niet onderrichten. Niemand heeft ons geleerd om van het licht te houden, noch om het leven lief te hebben boven alles; ook heeft niemand ons geleerd om van degenen te houden die ons op de wereld hebben gezet of ons opgevoed hebben. Zo ook, of liever gezegd des te meer is er geen uiterlijk onderricht dat ons leert om God lief te hebben. In de natuur van het levende wezen zelf – ik bedoel van de mens- is een soort van zaadje gelegd dat het principe van deze vaardigheid om lief te hebben bevat. Op de school van de geboden van God, waarbij het hoort om dat zaadje te vinden en het zorgvuldig te verzorgen, het met zorg te voeden, en het tot ontwikkeling te brengen door middel van de goddelijke genade. Ik keur jullie ijver goed, dat is onmisbaar voor het doel… Je moet weten dat deze deugd van liefde er één is, maar dat ze met haar macht alle geboden omvat: “Want wie Mij liefheeft, zal mijn woord bewaren”, zegt de Heer. (Joh 14,23) en ook: “Aan deze twee geboden hangt de hele wet en de profeten” (Mt 22,40)

Bron : www.dagelijksevangelie.org

11-03-15

zondag van de verering van het Heilige Kruis

 3e zondag in de vasten

 Heilige Kruisverering

Kruisverheffing7.jpg

Kruisverheffing

Eerste lezing :

Hebr.4,14-5,1-6

Jezus onze hogepriester  4 -   [14] Nu wij een verheven hogepriester* hebben, een die de hemelse* sferen is doorgegaan, Jezus, de Zoon van God, moeten wij vasthouden aan onze belijdenis. [15] Want*wij hebben een hogepriester die in staat is om mee te voelen met onze zwakheden; Hij werd zelf op allerlei manieren op de proef gesteld, precies zoals wij, afgezien dan van de zonde. [16] Laten wij daarom vrijmoedig naderen tot de troon van Gods genade, om barmhartigheid en genade te vinden en zo hulp te krijgen op de juiste tijd.

5 : [1] Want* elke hogepriester wordt genomen uit de mensen en aangesteld voor de mensen, om hen te vertegenwoordigen bij God, om gaven en offers op te dragen voor de zonden. [2] Hij is in staat onwetenden en dwalenden geduldig te verdragen, omdat hij ook zelf aan zwakheid onderhevig is; [3] daarom moet hij, als hij offers voor de zonden opdraagt, evengoed aan zichzelf denken als aan het volk. [4] En niemand kan zich die waardigheid aanmatigen; men moet evenals Aäron door God geroepen worden.  [5] Zo* heeft ook Christus niet zichzelf de eer van het hogepriesterschap toegekend; dat heeft God gedaan, die Hem zei: Mijn Zoon ben jij, Ik heb je vandaag verwekt. [6] Zoals Hij ook elders zegt: Jij bent priester voor eeuwig, op de wijze van Melchisedek.

 

Evangelie :

Marcus 8,34,9,1

  [8 - 34] Hij riep de menigte met de leerlingen bij zich en zei tegen hen: 'Als iemand achter Mij aan wil komen, laat hij dan met zichzelf breken, zijn kruis opnemen en Mij volgen. [35] Want wie zijn leven wil redden, zal het verliezen. Wie zijn leven verliest vanwege Mij en de goede boodschap*, zal het redden. [36] Want wat baat het een mens heel de wereld te winnen maar zichzelf schade toe te brengen? [37] Want wat kan een mens geven in ruil voor zichzelf? [38] Want wie zich schaamt voor Mij en mijn woorden te midden van deze overspelige en afvallige generatie, over hem zal ook de Mensenzoon* zich schamen wanneer Hij, bekleed met de heerlijkheid van zijn Vader, komt met de heilige engelen.' 9-1] Ook zei Hij hun: 'Ik verzeker u, er zijn er hier die de dood niet zullen proeven voordat ze hebben gezien dat Gods koninkrijk met kracht gekomen is.'

16:04 Gepost door kris in Lezingen van de zondag | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

10-03-15

Macarios van Egypte : Het gemeenschapsleven: "U bent allen broeders"

Derde homilie toegekend aan de heilige Macarius van Egypte (?-390), monnik Derde Homilie, 1-3 ; PG 34, 467-470

 

Makarios de grote.jpg

Makarios van Egypte

 

Het gemeenschapsleven: "U bent allen broeders"

 

      Wat ze ook doen, de broeders en zusters moeten zich liefdevol en vreugdevol naar elkaar betonen. Degene die werkt zal zo spreken over degene die bidt: “De schatten die mijn broer bezit, heb ik ook, want we hebben ze gemeenschappelijk”. Van zijn kant zal degene die bidt over degene die leest zeggen: “Het profijt dat hij uit zijn lezen haalt, verrijkt ook mij”. En degene die werkt zal zeggen: “Het is in het belang van de gemeenschap dat ik deze dienst vervul”.       De veelheid aan lichaamsdelen vormen slechts één lichaam en ze ondersteunen elkaar stilzwijgend doordat een ieder zijn taak vervult. Het oog ziet voor heel het lichaam; de hand werkt voor de andere ledematen; de voet draagt allen in het lopen; één ledemaat lijdt zo gauw een ander lijdt. Zo moeten broeders en zusters zich naar elkaar gedragen (Cf Rm 12, 4-5). Degene die bidt, veroordeelt niet degene die werkt, omdat hij niet bidt. Degene die werkt veroordeelt niet degene die bidt… Wie dient, zal anderen niet veroordelen. Daarentegen zal iedereen wat hij ook doet, handelen tot meerdere eer en glorie van God (cf. 1Kor 10,31 ; 2Kor 4,15)...       Zo zullen een grote samenhang en een oprechte harmonie “banden van vrede” vormen (Ef 4,3), die hen zal verenigen en ze met transparantie en eenvoud onder de welwillende blik van God laat leven. Het belangrijkste is vanzelfsprekend de volharding in het gebed. Overigens wordt één ding behaald: ieder moet in zijn hart die schat bezitten die de levende en geestelijke aanwezigheid van de Heer is. Of hij nu werkt, bidt of leest, een ieder moet kunnen zeggen dat hij dat onvergankelijke goede bezit en dat is de heilige Geest.

Bron : www.dagelijksevangelie.org

07-03-15

2e zondag van de vasten : H. Gregorios Palamas

2e zondag van de vasten

Zondag van de heilige H. Gregorios Palamas

 

palamas5.jpg

Gregorios Palamas

 ....Gij zult grotere dingen zien.... Voorwaar, voorwaar ik zeg u, gij zult de hemel open zien en de engelen Gods opstijgen en neerdalen op de Zoon des mensen....(1e zondag)

Hieraan worden wij herinnerd bij de lezing uit de Hebreeënbrief op de tweede zondag van de vasten.

......Daarom moeten wij temeer aandacht schenken aan hetgeen we gehoord hebben, opdat wij niet afdrijven...hoe zullen wijn dan ontkomen, indien wij geen ernst maken met zulk een heil.

In de evangelie lezing op de tweede zondag wordt die inzet en dat verlangen verbeeld door de lamme die bij Christus gebracht wordt door het dak:

...en daar Jezus hun geloof zag, zei Hij tot de verlamde : uw zonden worden u vergeven.

Lezingen :

Hebr.1,10-2,3

  En:  In het begin, Heer, hebt U de aarde gegrondvest,  en de hemel is het werk van uw handen.  Zij zullen vergaan, U echter blijft.  Alle zullen ze verslijten als kleren,  U zult ze opvouwen als een mantel,  als een kledingstuk zullen zij verwisseld worden.  U echter bent dezelfde  en uw jaren nemen geen einde.  Tot welke engel heeft Hij ooit gezegd:  Ga zitten aan mijn rechterhand,  totdat Ik uw vijanden als een voetbank voor uw voeten heb gelegd?  Wat zijn zij anders dan dienende geesten, uitgezonden ten behoeve van hen die de redding zullen erven? Trouw aan de boodschap 2.Daarom moeten wij des te meer aandacht schenken aan wat wij gehoord hebben, om niet uit de koers te raken. Want als het door engelen gesproken woord zo'n gezag had dat elke overtreding of ongehoorzaamheid haar rechtmatige vergelding ontving,  hoe zullen wij dan ontkomen, wanneer wij een zo grote redding verwaarlozen, die eerst verkondigd is door de Heer, en getrouw aan ons is doorgegeven door hen die Hem gehoord hebben;

 Evangelie :

Marcus,2,1-12

Toenemende tegenstand  Toen Hij enkele dagen later weer in Kafarnaüm kwam, hoorde men dat Hij thuis was.  Er liepen zoveel mensen te hoop dat ze zelfs niet meer bij de deur konden komen, en Hij sprak hen toe. ] Ze kwamen een verlamde bij Hem brengen, door vier man gedragen.  Omdat ze de man niet bij Hem konden krijgen vanwege de menigte, haalden ze de dakbedekking weg boven zijn hoofd, en toen ze een opening gemaakt hadden, lieten ze het bed waar de verlamde op lag, zakken. Bij het zien van hun vertrouwen zei Jezus tegen de verlamde: 'Vriend, uw zonden worden u vergeven.'  Nu zaten daar een paar schriftgeleerden die hun bedenkingen hadden:  'Hoe kan die man zoiets zeggen? Hij lastert God. Wie anders dan de enige God kan zonden vergeven?' Jezus doorzag meteen dat ze deze bezwaren hadden en zei tegen hen: 'Waarom hebt u eigenlijk bezwaren?  Wat is eenvoudiger? Tegen de verlamde zeggen: "Uw zonden worden vergeven", of zeggen: "Sta op en pak uw bed en loop?"  Maar opdat u weet dat de Mensenzoonbevoegd is om op aarde zonden te vergeven ', zei Hij, nu tegen de verlamde:  'Ik zeg u, sta op, pak uw bed en ga naar huis.'  En hij stond op, pakte meteen zijn bed en ging weg voor het oog van iedereen, zodat ze allemaal verrukt waren en God verheerlijkten. 'Zoiets hebben we nog nooit gezien', zeiden ze.

08:34 Gepost door kris in Lezingen van de zondag | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

05-03-15

Gregorius van Nyssa : Leven volgens God

H. Gregorius van Nyssa (ca. 335-395), monnik en bisschop Sermon 1 over de liefde voor de armen: PG 46, 463-466

Gregorius van Nyssa77.jpg

Gregorius van Nyssa

Leven volgens God

 

     Wij worden door elk woord van de goddelijke Schrift uitgenodigd om de Heer na te volgen. Hij heeft ons geschapen door zijn welwillendheid en zie, wij keren alles tot ons eigen nut, wij gebruiken alles voor ons eigen gemak. Wij verschaffen ons goederen voor ons eigen leven en wij reserveren het restant voor onze erfgenamen. Er wordt helemaal niet gekeken naar mensen die zich in ellende bevinden. Voor de armen heeft men geen enkele zorg. O, onbarmhartige harten!       Iemand ziet dat zijn naaste een tekort aan brood heeft en aan middelen om onmisbare voeding aan te schaffen, en in plaats van hem zijn hulp aan te bieden, om hem uit de ellende te trekken, kijkt hij naar hem, zoals men een plant observeert die aan het verdrogen is bij gebrek aan water. En toch heeft deze mens meer dan voldoende rijkdom en zou hij in staat zijn om met zijn middelen veel hulp te bieden. Zo kan ook de capaciteit van één enkele bron vele velden in de wijde omtrek water geven, zo is ook de weelde van een enkel huis in staat om veel armen uit de ellende te halen -tenminste als de zuinigheid en de gierigheid van een mens er geen hindernis opwerpt-; hij kan veel doen, en lijkt op een rots die in een beekje valt en de waterstroom verandert.       Laten we niet alleen naar het vlees leven, maar volgens God.

Bron : www.dagelijksevangelie.org

28-02-15

zondag van de orthodoxie

 

 

Eerste zondag van de vasten

ZONDAG VAN DE ORTHODOXIE

 zondag van de orthodoxie 1145.jpg

 

In de meeste plaatselijke kerken geen liturgie !

Gezamelijke liturgie in de orthodoxe kathedraal te Brussel - Stalingradlaan,34 (Nabij Zuidstation) voorgegaan door onze Metropoliet Panteleimon en Aartsbisschop Simon, omringd door priesters en diakens van alle jurisdicties

Het iconoclasme en het einde ervan

 De strijd die in de achtste en negende eeuw in Byzantium onder leiding van de keizers woedde tegen de verering van de iconen.   De achtergrond van deze strijd was drieledig. Ten eerste cultureel: een semitische huivering met betrekking tot beeld en afbeelding, die haaks stond op de Hellenistische achtergrond van veel christenen in Byzantium. Ten tweede politiek: het bevestigen van keizerlijke macht tegenover aanspraken van de kerk, patriarch en monniken. Ten derde theologisch: het oud-testamentisch verbod op het afbeelden van God en verzet tegen de ontaarding van iconenverering die in bepaalde monastieke kringen verworden was tot beeldenaanbidding. Het iconoclasme is veroordeeld op het concilie van Nicea. 

In de orthodoxe Kerk wordt het terug toestaan van de iconenverering gevierd op de 1e zondag van de vasten.

Op deze dag wordt er in Brussel om 10.00 u.een Pontificale celebratie gehouden met allen orthodoxe bisschoppen in België (van gelijk welk patriarchaat. Op het einde worden de iconen plechtig in processie de kerk rond gedragen.

 

 LEZINGEN VAN DE DAG

Hebr.11,24-26,32, 12,2

 Door het geloof heeft Mozes zelf, toen hij groot geworden was, geweigerd om door te gaan voor een zoon van de dochter van de farao.  Hij wilde liever mishandeld worden met het volk van God dan voor korte tijd profiteren van de zonde.

  En wat moet ik nog meer noemen? De tijd ontbreekt me om te verhalen van Gideon, Barak, Simson en Jefta, van David en Samuël en de profeten.

12. 2 :Kijk naar Jezus, de leidsman en voltooier van ons geloof. Omwille van de vreugde die voor Hem in het verschiet lag, heeft Hij een kruis op zich genomen en de schande niet geteld: nu zit Hij aan de rechterkant van Gods troon.

 

Evangelielezing :

Johannes 1,43-51

 Jezus roept Filippus en Natanaël

      De volgende dag, toen Hij besloten had om naar Galilea te gaan, ontmoette Hij Filippus. 'Volg Mij', zei Jezus tegen hem.  Filippus was afkomstig uit Betsaïda, de stad waar ook Andreas en Petrus vandaan kwamen.  Filippus ging Natanaël opzoeken en zei tegen hem: 'Degene over wie Mozes in de Wet en ook de profeten hebben geschreven, die hebben we gevonden: Jezus, de zoon van Jozef, uit Nazaret.'  'Nazaret?' zei Natanaël. 'Kan daar iets goeds vandaan komen?' Maar Filippus hield vol: 'Kom mee en je zult het zien.'  Jezus zag dat Natanaël naar Hem toe kwam en zei over hem: 'Daar heb je een echte Israëliet, in wie geen oneerlijkheid is.'  'Waar kent U mij van?' vroeg Natanaël. Jezus gaf hem ten antwoord: 'Nog voordat Filippus je kwam roepen, toen je onder de vijgenboom zat, had Ik je al gezien.'  'Rabbi,' zei Natanaël, 'U bent de Zoon van God, U bent de koning van Israël!'  Waarop Jezus zei: 'Je gelooft dus omdat Ik zei dat Ik je gezien heb onder de vijgenboom? Je zult nog grotere dingen zien!'  En Hij voegde eraan toe: 'Waarachtig, Ik verzeker jullie: je zult zien hoe de hemel geopend is en Gods engelen opstijgen en neerdalen boven de Mensenzoon.'

17:39 Gepost door kris in Lezingen van de zondag | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

26-02-15

EfraIm de Syriër : God dichtbij en veraf

EFRAÏM DE SYRIËR (ca. 306 - 373):

Efraim_syyrialainen02.jpg

GOD DICHTBIJ ÉN VERAF

 

Op wonderlijke wijze bent U overal dicht bij ons;

U werkt in ons, Heer, en U blijft verborgen.

U bent daar in de hoogte en de hoogte voelt U niet;

U bent daar in de diepte en de diepte kan U niet omvatten.

  U bent ongrijpbaar als wij U zoeken.

   U bent dichtbij én veraf.

Wie kan U bereiken?

Ons denken en onze zintuigen    raken U niet:

alleen in geloof, liefde en gebed

komen wij U nader.

Gregorius van Nazianze : O Gij , alles voorbij

GREGORIUS VAN NAZIANZE (329/30 - 390):

O GIJ, ALLES VOORBIJ

 

 

Gregorios van Nazianze.jpgO Gij, alles voorbij, hoe u anders noemen? Hoe kunnen woorden u prijzen:

Gij die door geen woord te zeggen zijt. Hoe kunnen gedachten u bereiken,

Gij die door geen denken te grijpen zijt.

Gij, Enige, Onuitsprekelijke, alwat gezegd wordt komt van U.

Gij, Enige, Onkenbare, alwat gekend wordt komt van U.

Alwat spreekt en alwat niet spreekt, prijst u.

Alwat denkt en alwat niet denkt, eert u.

Hunkeringen overal, barensweeën overal, alles reikhalst naar U,

alles bidt tot U, terwijl al wat uw geheim doorgrondt een lied vol stilte zingt.

Bij U alleen blijft alles bewaard, op U hoopt alles,

Gij zijt het doel van alles

Gij zijt één Gij zijt alles Gij zijt niemand

Gij zijt geen een Gij zijt niet alles.

O Gij die alle namen draagt Hoe zal ik U noemen?

Gij Enige Onnoembare

Welke hemelgeest dringt door tot het bovenste wolkendek?

Wees mij genadig,

O Gij alles voorbij.

Hoe U anders bezingen?

 

Gevonden in: J. Streng, Voorbij het denken. Verkenningen in de westerse mystiek, Baarn 19822, pag.62-63.

23-02-15

heilige Lucia

Heiligenleven

De heilige Lucia

 

Lucia heilige.jpg

 

 

 

Lucia van Syracuse (volgens traditie 283-304) is een christelijke martelares, die vereerd wordt als heilige door katholieke en orthodoxe christenen. Ze is de patroonheilige van de blinden. Ze is de enige katholieke heilige die ook vereerd wordt door de lutheranen in Scandinavië, in vieringen die veel voorchristelijke elementen van een joelfeest voor de zonnewende hebben behouden.

De bekendste versie van de legende van Sint Lucia is afkomstig uit de Legenda Aurea, een verzameling heiligenlevens van de 13e-eeuwse schrijver Jacobus de Voragine. De oudst bekende versie van de legende stamt echter uit de 5e eeuw, en er mag worden aangenomen dat de legende in de 6e eeuw al wijdverspreid was. Zo wordt ze genoemd in het sacramentarium van de 6e-eeuwse paus Gregorius I. In de daaropvolgende eeuwen is haar legende onder andere opgetekend door de Britse christelijke schrijvers Adelmus en Beda.

De heiligenlevens van Sint Lucia vertonen gelijkenissen met die van Sint Agatha en staan vol met aan haar toegeschreven wonderen. De mogelijkheid dat de heiligenlevens berusten op een historisch personage wordt groot geacht. Sint Lucia komt namelijk in vrijwel alle middeleeuwse verzamelingen van heiligenlevens voor. Ook is er in de catacomben van Syracuse een graftekst van rond het jaar 400 ontdekt, die waarschijnlijk werd aangebracht als herkenningspunt voor pelgrims. Rond het jaar 600 waren er al kloosters in Syracuse en Rome aan haar gewijd.

   

Volgens de legende leefde Sint Lucia in de tijd van de christenvervolgingen door keizer Diocletianus (regeerde 284-305). Ze was de dochter van een Romeins burger in Syracuse, die haar vader op jonge leeftijd had verloren. Haar moeder, Eutychia, leed al vier jaar aan dysenterie. Beide vrouwen brachten een nacht biddend bij de tombe van de christelijke heilige Sint Agatha door, de beschermheilige van Catania. Aan het einde van de nacht verscheen de heilige voor Lucia in een visioen. De heilige voorspelde Lucia daarin dat zij de glorie van Syracuse zou worden, zoals Agatha dat van Catania was. Ook was haar moeder terstond op wonderbaarlijke wijze genezen.

 

Eutychia regelde een heidense echtgenoot voor haar dochter, maar Lucia haalde haar moeder over het huwelijk niet door te laten gaan de bruidsschat als aalmoezen onder de armen te verdelen. Lucia had echter Christus als bruidegom gekozen en wilde eeuwig maagd blijven. De beoogde echtgenoot kwam op de hoogte van het uitdelen van de bruidsschat. Hij gaf Lucia daarop als christen aan bij de magistraat Paschasius. Deze verzocht haar een offer aan de keizer te brengen, wat ze weigerde. Daarop werd ze veroordeeld tot tewerkstelling in een bordeel, maar op wonderbaarlijke wijze bleken de wachters haar niet te kunnen afvoeren, ook nadat men een ossenspan had ingezet. Daarop werd ze met zwaardsteken om het leven gebracht. De fatale wond zou zijn toegebracht door met een zwaard door haar hals te steken.

 

Een andere legende verhaalt hoe Lucia haar ogen verloor. Eén versie van dit verhaal is dat een heidense minnaar naar haar hand dong. Hij maakte haar een compliment over haar mooie ogen, waarna ze haar ogen uitstak en hem deze toezond op een schaal, met de boodschap haar verder met rust te laten. Op wonderbaarlijke wijze bleef ze echter in staat te zien. In andere versies van de legende worden haar ogen uitgestoken bij haar marteldood. Beide versies komen in heiligenlevens ouder dan de 14e eeuw niet voor en zijn daarom waarschijnlijk een latere toevoeging.

 

Relieken die aan Sint Lucia worden toegeschreven zijn over heel Europa te vinden. De 11e-eeuwse schrijver Sigebert van Gembloux meldde dat het lichaam in zijn tijd in de Saint Vincent in Metz rustte, en dat een arm naar Speyer werd overgebracht. Oorspronkelijk zou ze in Syracuse begraven zijn, de laat 4e-eeuwse grafinscriptie vormt daarvoor extra bewijs. Volgens Sigebert zou het stoffelijk overschot van Sint Lucia vier eeuwen in Syracuse gelegen hebben toen hertog Faroald II van Spoleto Sicilië veroverde en de resten van de heilige overbracht naar Corfinium (in de Abruzzen). In 972 liet keizer Otto I het lichaam overbrengen naar Metz. Tegenwoordig zijn diverse relieken verspreid over Europa te vinden, die mogelijk afkomstig zijn van dit lichaam.

 

Een alternatief verhaal, in tegenspraak dat van Sigebert, is dat het lichaam in 878, toen de islamitische Saracenen Syracuse dreigden in te nemen, naar een geheime locatie gebracht werd. In 1039 werd het door de Byzantijnse generaal Maniakes gestolen en meegenomen naar Constantinopel. Bij de inname van de stad door de kruisvaarders in 1204 werd het lichaam, samen met vele andere relieken, naar Venetië overgebracht. Daar werd het oorspronkelijk in de kerk op het eiland San Giorgio Maggiore bijgezet.

 

In 1313 werd dit gebeente overgebracht naar de aan haar gewijde kerk Santa Lucia. Toen de Santa Lucia in 1860 werd afgebroken om plaats te maken voor het gelijknamige station werd het lichaam overgebracht naar de nabijgelegen San Geremia, waar het eeuwenlang in een glazen kist lag. In 1935 liet paus Pius XI het lichaam, dat zich in opmerkelijk goede staat bevond, bedekken met een zilveren dodenmasker. In 1981 werden alle beenderen behalve het hoofd gestolen, maar kort daarna door de politie teruggevonden. In 2004 werd het lichaam kortstondig vanuit Venetië overgebracht naar Syracuse, de stad waar de heilige oorspronkelijk bijgezet zou zijn. De stad Syracuse voert een lobby om het gebeente definitief terug te krijgen.

 

In het Franse Bourges bevindt zich een hoofd dat ook aan Sint Lucia wordt toegeschreven. De Venetianen zouden het hoofd in 1513 aan De Franse koning Lodewijk XII hebben geschonken, terwijl de rest van het lichaam in Venetië achterbleef. Lodewijk XII liet het hoofd bijzetten in de kathedraal van Bourges. Volgens een ander verhaal is het hoofd in Bourges echter uit Rome overgebracht, waar het werd ondergebracht in de tijd dat het lichaam in Corfinium rustte. Ook in Metz bevindt zich echter een hoofd waarvan beweerd wordt dat het van Lucia van Syracuse is.

 

De naam Lucia is afgeleid het Latijnse lux, dat licht betekent. Dit komt terug in de naamdag 13 december, die in de oude, juliaanse kalender de kortste dag van het jaar was. Vanwege de legende over de uitgestoken ogen is Sint Lucia de beschermheilige van blinden en opticiens. Daarnaast is ze de beschermheilige van elektriciens, prostituees en zieke kinderen. Ze wordt door katholieken aangeroepen voor genezing van slechtziendheid, halspijnen, blindheid en versterkte bloedingsneigingen.

 

De oudste afbeeldingen (iconen) van Sint Lucia zijn 6e-eeuwse fresco's uit Ravenna. Sinds de 14e eeuw wordt Sint-Lucia vaak afgebeeld met een schaal waarop een paar ogen ligt. Onder de oudste afbeeldingen waarop dit attribuut voorkomt zijn schilderingen van Pietro Lorenzetti in Florence. Francisco de Zurbarán (1598-1664) beeldde haar in Chartres af met een schaal ogen en een palmtak. De heilige wordt ook wel met een kelk of een dolk door haar nek afgebeeld.

 

In het Middellandse Zeegebied worden schelpen van het geslacht Turbo wel ogen van Sint Lucia genoemd. Volgens het volksgeloof zouden ze het boze oog afweren en geluk brengen.

 

In de geboortestad van de heilige, Syracuse, begint de viering ter ere van Sint Lucia op 12 december. Het zilveren beeld van de heilige wordt die dag uit haar kapel naar het altaar van de kathedraal verplaatst en er wordt cuccìa gegeten, een zoete Siciliaanse soep. Op de eigenlijke feestdag, 13 december, wordt het beeld in processie door de stad gedragen naar de kerk boven het graf van de heilige geplaatst. Acht dagen later volgt een processie in tegenovergestelde richting. In het zuiden en midden van Italië vieren diverse steden de dag van Sint Lucia met processies, feesten en vuurwerk.

 

In het noorden van Italië is in sommige streken een traditie ontstaan die lijkt op het Sinterklaasfeest uit Nederland en België. Sint Lucia brengt kinderen cadeaus in de nacht op 13 december, vergezeld van haar ezel en haar koetsier. Kinderen kunnen Sint Lucia een verlanglijst schrijven en laten bij het naar bed gaan sinaasappels, koekjes en rode wijn voor de heilige achter, of hooi voor de ezel. De kinderen wordt verteld vroeg naar bed te gaan omdat de heilige anders as in hun ogen komt strooien, waardoor ze verblind kunnen raken. De volgende dag zoeken de kinderen hun cadeaus, die in het huis verstopt zijn.

 

Ook in de Scandinavische landen Noorwegen, Zweden, Finland en Denemarken vormt de dag een traditionele feestdag, ondanks dat deze landen sinds de Reformatie geen grote katholieke bevolkingsgroep meer hebben. Waarschijnlijk stamt deze viering deels af van een voorchristelijke viering van de winterzonnewende. Traditioneel vormde de dag het begin van de vastentijd voor Kerstmis. Het feest wordt zowel thuis als op scholen en werkplaatsen gevierd met zoete lekkernijen en kaarslicht. Er worden optochten met fakkels of kaarsen gehouden waarin meisjes als de heilige verkleed gaan. Ook op de Faeröereilanden en op sommige plaatsen in de V.S. komt deze wijze van viering voor.

Bron : onbekend

 

18:58 Gepost door kris in Heiligenleven | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

21-02-15

zondag van de verbanning van Adam - begin van de vastentijd

 

Zondag van de verbanning van Adam

Begin van de vastentijd

verbanning van Adam.jpg

 

LEZINGEN

Rom.13,-14,4 :

Waakzaam zijn [11] U weet trouwens hoe laat het is, u weet dat het uur* om uit de slaap te ontwaken reeds is aangebroken. Nu is onze redding dichterbij dan toen wij tot het geloof kwamen. [12] De nacht loopt ten einde, de dag breekt aan. Laten wij ons dus ontdoen van de werken van de duisternis en ons toerusten met de wapens van het licht. [13] Laten wij ons behoorlijk gedragen, als op klaarlichte dag, en ons onthouden van zwelgpartijen en drinkgelagen, van ontucht en losbandigheid, van twist en nijd. [14] Bekleed u met de Heer Jezus Christus, en vertroetel* uw lichaam niet; er mogen geen begeerten worden opgewekt.Hoofdstuk 14Verdraagzaam zijn [1] Aanvaard* ieder die zwak* is in het geloof, zonder zijn opvattingen te betwisten. [2] De een is ervan overtuigd dat hij alles mag eten, terwijl een zwakke alleen maar plantaardig voedsel eet. [3] Wie vlees eet, moet iemand die dat niet doet, niet minachten; en wie geen vlees eet, moet iemand die dat wel doet, niet veroordelen; God zelf heeft die ander immers als de zijne aanvaard. [4] Wie ben jij, dat je jezelf een oordeel aanmatigt over de knecht van een ander? Of hij staat of valt, gaat alleen zijn heer aan. Hij zal trouwens staande blijven, want zijn heer is bij machte hem staande te houden.

Evangelie :

De Vader ziet in het verborgene [1] Pas op dat jullie je gerechtigheid* niet doen voor het oog van de mensen, om door hen gezien te worden. Anders wacht je geen loon bij jullie Vader in de hemel. [2] Dus wanneer je barmhartig bent, loop er dan niet mee te koop, zoals de schijnheiligen dat doen in de synagogen en op straat, om door de mensen geprezen te worden. Ik verzeker jullie, ze hebben hun loon al. [3] Maar als jij barmhartig bent, laat dan je linkerhand niet weten wat je rechter doet, [4] opdat je barmhartigheid in het verborgene* gebeurt; en je Vader, die in het verborgene ziet, zal het je lonen. [5] En wanneer je bidt, wees dan niet als de schijnheiligen; zij staan graag in de synagogen en op de hoeken van de straten te bidden, om op te vallen bij de mensen. Ik verzeker jullie, ze hebben hun loon al. [6] Maar als je bidt, ga dan je binnenkamer in, doe de deur dicht, bid tot je Vader, die in het verborgene is; en je Vader, die in het verborgene ziet, zal het je lonen. [7] Gebruik bij het bidden geen omhaal van woorden zoals de heidenen, want die menen dat ze vanwege hun talrijke woorden verhoord zullen worden. [8] Neem daar geen voorbeeld aan, want jullie Vader weet wat je nodig hebt, voordat je het Hem vraagt. [9] Jullie moeten zo bidden:

   

Onze Vader in de hemel, uw naam worde geheiligd,

 

[10]

uw koninkrijk kome, uw wil geschiede, op aarde zoals in de hemel.

 

[11]

Geef ons vandaag het nodige* brood,

 

[12]

en vergeef ons onze schulden, zoals ook wij hebben vergeven wie schulden heeft bij ons.

 

[13]

En breng ons niet in beproeving*, maar red ons van het kwaad.

[14] Want als jullie de mensen hun overtredingen vergeven, zal je hemelse Vader ook jullie vergeven. [15] Maar als jullie de mensen niet vergeven, zal je Vader jullie overtredingen ook niet vergeven. [16] Wanneer je vast, zet dan geen somber gezicht zoals de schijnheiligen, want zij vertrekken hun gezicht om met hun vasten op te vallen bij de mensen. Ik verzeker jullie, ze hebben hun loon al. [17] Maar als jij vast, zalf dan je hoofd en was je gezicht, [18] opdat het bij de mensen niet opvalt dat je vast, maar wel bij je Vader, die in het verborgene is; en je Vader, die in het verborgene ziet, zal het je lonen.Maak je geen zorgen! [19] Verzamel geen schatten op aarde, waar mot of houtworm ze aantast, en waar dieven inbreken om ze te stelen. [20] Maar verzamel schatten in de hemel, waar mot noch houtworm ze aantasten, en waar geen dieven inbreken om ze te stelen. [21] Want waar je schat is, daar zal ook je hart zijn.

BEGIN VAN DE VASTENTIJD

 

De orthodoxe Kerk staat aan de vooravond van de Grote Vasten als voorbereiding op Pasen (27 april) Zondag 9 maart is de laatste zondag van de voorvasten.Na de Goddelijke Liturgie zal de Kerk in een speciale sfeer herschapen worden : men zal er plechtig de vespers van VERGEVINGSZONDAG vieren, wij vragen aan allen vergiffenis voor onze fouten. Dit luidt officieel reeds een overgang in naar de Grote Vasten de zondag daarop. Die zondag eten de Orthodoxen ook geen vlees, omdat wij ons reeds willen aanpassen aan de grote inspanning die zeven dagen later van ons verwacht wordt.

 

Troparion van Vergevingszondag Een bittere spijze was het die Adam uit het paradijs verdreven heeft : hij weigerde om te vasten volgens het gebod van zijn Heer, en werd toen veroordeeld om de aarde, waaruit hij genomen was, met veel moeite te bewerken, en zijn brood te eten in het zweet zijns aanschijns. Laat ons daarom het vasten beminnen, opdat wij niet als Adam wenen moeten buiten het Paradijs, maar dat wij daarin mogen binnentreden.

 

Kondakion van Vergevingszondag Gids der wijsheid, Schenker van het verstand, Opvoeder der onverstandigen en Beschermer der armen, bevestig en onderricht mijn hart, o Meester. Schenk mij het woord, Gij die het Woord des Vaders zijt, want zie, mijn lippen houden niet op om tot u te roepen : Barmhartige, ontferm U mijner, die gevallen ben.

 

PR t.8 – Doet geloften aan de Heer uw God. God wordt gekend in Judea : zijn Naam is groot in Israël. ALL : Het is goed de Heer te belijden ….psalm 216 - Rom.13,11b-14,4 – Matt. 6,14-21.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

14:49 Gepost door kris in Lezingen van de zondag | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

14-02-15

zondag van het laatste oordeel

 

ZONDAG VAN HET LAATSTE OORDEEL

 

laatste oordeel 50.jpg

 

Laatste oordeel

 

lezingen :

 

1 kor.8,8-9,2

 [8] Voedsel brengt ons niet dichter bij God; wij verliezen er niets bij als wij het niet eten, en als wij het wel eten, worden wij er niet beter van. [9] Maar zorg ervoor dat uw vrijheid van handelen de zwakken geen aanstoot geeft. [10] Als zo iemand u, die daar geestelijk boven staat, in een afgodstempel aan een maaltijd ziet deelnemen, zal hij er dan, met zijn zwakke geweten, niet toe aangezet worden om ook offervlees te gaan eten? [11] Dan gaat ten gevolge van uw beter inzicht de zwakke verloren, een broeder voor wie Christus is gestorven. [12] Door zo te zondigen tegen de broeders, en hun angstvallige geweten te kwetsen, zondigt u tegen Christus. [13] Daarom, als mijn voedsel aanstoot geeft aan mijn broeder, zal ik in eeuwigheid geen vlees meer eten, want ik wil mijn broeder geen aanstoot geven. de Heer? 9,2 Al ben ik voor anderen geen apostel, voor u toch zeker wel; want u bent in de Heer het waarmerk van mijn apostelschap

EVANGELIE : Matth.,25,31-46

 

Het oordeel van de Mensenzoon [31] Wanneer de Mensenzoon* komt, bekleed met zijn heerlijkheid en rondom Hem alle engelen, dan zal Hij plaatsnemen op de troon van zijn heerlijkheid. [32] Alle volkeren zullen vóór Hem bijeengebracht worden, en Hij zal ze van elkaar scheiden, zoals een herder de schapen van de bokken scheidt. [33] De schapen zal Hij aan zijn rechterhand opstellen, de bokken aan zijn linkerhand. [34] Dan zal de koning tegen hen die aan zijn rechterhand staan zeggen: “Kom, gezegenden van mijn Vader, neem het koninkrijk in bezit dat vanaf het begin van de schepping voor jullie klaar ligt. [35] Want Ik had honger en jullie hebben Me te eten gegeven, Ik had dorst en jullie hebben Me te drinken gegeven, Ik was vreemdeling en jullie hebben Me opgenomen. [36] Ik was naakt en jullie hebben Me gekleed, Ik was ziek en jullie hebben naar Me omgezien, Ik zat in de gevangenis en jullie kwamen naar Me toe.” [37] Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden: “Heer, wanneer hebben we U hongerig gezien en U te eten gegeven, of dorstig en U te drinken gegeven? [38] Wanneer hebben we U als vreemdeling gezien en U opgenomen, of naakt en hebben we U gekleed? [39] Wanneer hebben we U ziek of in de gevangenis gezien en zijn we naar U toe gekomen?” [40] De koning zal hun antwoorden: “Ik verzeker jullie, alles wat je voor één van deze minste broeders van Mij hebt gedaan, heb je voor Mij gedaan.” [41] Dan zal Hij zich ook richten tot hen die aan zijn linkerhand staan en tegen hen zal Hij zeggen: “Ga weg van Mij, vervloekten, naar het eeuwige vuur, dat aangelegd is voor de duivel en zijn engelen. [42] Want Ik had honger en jullie hebben Me niet te eten gegeven, Ik had dorst en jullie hebben Me niet te drinken gegeven, [43] Ik was vreemdeling en jullie hebben Me niet opgenomen, Ik was naakt en jullie hebben Me niet gekleed, Ik was ziek en zat in de gevangenis en jullie hebben niet naar Me omgezien.” [44] Dan zullen ook zij antwoorden: “Heer, wanneer hebben we U hongerig gezien of dorstig of als vreemdeling of naakt of ziek of in de gevangenis en hebben we U niet geholpen?” [45] Dan zal Hij hun antwoorden: “Ik verzeker jullie, alles wat je niet voor één van deze minsten hebt gedaan, heb je ook niet voor Mij gedaan.” [46] Zij zullen naar de eeuwige straf gaan, maar de rechtvaardigen naar het eeuwig leven.’

15:29 Gepost door kris in Lezingen van de zondag | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

13-02-15

Clemens van Alexandrië : De nieuwe wet staat in het hart van de mensen geschreven

 

H. Clemens van Alexandrië (150- ca 215), theoloog De Pedagoog, III 89, 94, 98-99

De nieuwe wet staat in het hart van de mensen geschreven

 

Wij hebben de tien geboden, die door Mozes zijn gegeven… en alles wat het lezen van heilige boeken ons aanraadt, waarvan Jesaja ons heeft overgebracht: “Was u, reinig u, haal uw boze daden uit mijn ogen weg. Leer om het goede te doen, zoek wat rechtvaardig is; verdedig de onderdrukte, de weduwe en de wees, kom toch en laat ons samen spreken, zegt de Heer” (Jes 1,16v)… Maar we hebben ook de wetten van het Woord, het Woord van God, de woorden die bemoedigen die niet door de vinger van de Heer op stenen tafelen zijn geschreven (Ex 24,12), maar in het hart van mensen is geschreven (2Kor 3,3)… Deze twee wetten hebben het Woord gediend voor de opvoeding van de mensheid, eerst dclement_alexandria.jpgoor de mond van Mozes, vervolgens door die van de apostelen… Maar we hebben een meester nodig om deze heilige woorden uit te leggen…; Hij zal ons de woorden van God onderrichten. De kerk is onze school; onze enige Meester is de Bruidegom, de goede wil van de goede Vader, de oorspronkelijke wijsheid, de heiligheid van de kennis. “Hij is de verzoening voor onze zonden”, zegt Johannes (1Joh 2,2), Hij geneest onze lichamen en onze zielen, de hele mens, Hij, Jezus, die niet alleen de verzoening voor onze zonden is, maar ook voor die van de hele wereld. Hieraan kunnen we weten dat we Hem kennen: dat is door ons aan de geboden te houden” (v.3)… “Wie zegt dat hij in Hem blijft, behoort ook zelf zo te wandelen als Hij, Jezus, gewandeld heeft” (v.6). Wij zijn de leerlingen van deze gelukzalige opvoeding, laten we het mooie gelaat van de Kerk voltooien en laten we ons als kinderen naar deze moeder vol goedheid haasten. Laten we luisteren naar het Woord van God; laten we de zalige gidsende voorschriften van deze Leraar, verheerlijken en Hij zal ons als kinderen van God heiligen. Wij zullen hemelbewoners zijn, als we leerlingen van deze Leraar zijn op aarde, en daarboven zullen we alles begrijpen wat Hij ons leert over de Vader.

www.dagelijksevangelie.org

07-02-15

Tweede zondag van de voorvasten :"Zondag van de verloren zoon"

Tweede zondag van de voorvasten

"Zondag van de verloren zoon"

 

verloren zoon icoon.jpg

 De verloren zoon

 

LEZINGEN :

 

Eerste lezing : 1 Kor.6,12-20 :

Het lichaam als tempel van de Geest 'Alles is mij geoorloofd.' Ja, maar niet alles is goed voor mij. 'Alles mág ik.' Ja, maar ik moet mij door niets laten knechten. 'Het voedsel is er voor de buik en de buik voor het voedsel, en God zal aan allebei een eind maken.' Het lichaam is er echter niet voor de ontucht, maar voor de Heer, en de Heer voor het lichaam. God heeft niet alleen de Heer opgewekt, Hij zal ook ons laten opstaan door zijn kracht. U weet toch dat uw lichamen lichaamsdelen zijn van Christus? Zou ik dan van die lichaamsdelen van Christus lichaamsdelen van een hoer maken? Dat nooit! Of weet u niet dat hij die met een hoer omgang heeft, één met haar wordt? De Schrift zegt immers: Die twee zullen één zijn. Maar wie zich met de Heer verenigt, is met Hem één geest. Vlucht weg van ontucht. Elke andere zonde die een mens bedrijft, gaat buiten het lichaam om; maar de ontuchtige zondigt tegen zijn eigen lichaam. U weet het: uw lichaam is een tempel van de heilige Geest die in u woont, die u van God hebt ontvangen. U bent niet van uzelf. U bent gekocht en de prijs is betaald. Eer God dus met uw lichaam.

EVANGELIE : Lucas 15,11-32 :

Gelijkenis van een vader met twee zonen Hij zei: 'Iemand had twee zonen. De jongste zei tegen zijn vader: "Vader, geef mij mijn deel van de erfenis." En hij verdeelde zijn vermogen onder hen. Niet lang daarna vertrok de jongste zoon met al zijn bezit naar een ver land, waar hij het verkwistte in een losbandig leven. Toen hij alles opgemaakt had, kwam er een zware hongersnood over dat land en ook hij begon gebrek te lijden. Hij zwierf rond tot hij in dienst trad bij een van de inwoners van dat land; die stuurde hem het veld in om varkens te hoeden. Graag had hij zijn honger gestild met het voer dat de varkens aten, maar niemand gaf hem wat. Toen kwam hij tot zichzelf en zei: "Zoveel dagloners van mijn vader hebben brood in overvloed, en ik verga hier van de honger! Ik ga terug naar mijn vader. Ik zal hem zeggen: Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u; ik ben het niet meer waard om uw zoon te heten, behandel me als een van uw dagloners." En hij ging terug naar zijn vader. Toen hij nog ver van huis was, zag zijn vader hem al en werd ontroerd; snel liep hij op hem toe, viel hem om de hals en kuste hem. "Vader," zei de zoon tegen hem, "ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u; ik ben het niet meer waard om uw zoon te heten." Maar de vader zei tegen zijn slaven: "Haal vlug de mooiste kleren en trek ze hem aan, doe een ring aan zijn vinger en schoenen aan zijn voeten. Haal het gemeste kalf en slacht het; laten we eten en feestvieren, want mijn zoon hier was dood en is weer levend geworden, hij was verloren en is teruggevonden." En het feest begon. Maar zijn oudste zoon was nog op het land. Toen hij naar huis kwam, hoorde hij muziek en dans. Hij riep een van de knechten en vroeg wat er te doen was. Die antwoordde: "Uw broer is thuisgekomen en uw vader heeft het gemeste kalf geslacht, omdat hij hem gezond en wel terug heeft." Toen werd hij kwaad en hij wilde niet binnenkomen. Daarop kwam zijn vader naar buiten en probeerde hem tot andere gedachten te brengen. Maar hij gaf zijn vader ten antwoord: "Ik dien u nu al zoveel jaren en nooit heb ik een gebod van u overtreden, maar mij hebt u nog nooit een bokje gegeven om met mijn vrienden feest te vieren. Maar nu die zoon van u is thuisgekomen, die uw vermogen met hoeren heeft verbrast, hebt u voor hem het gemeste kalf geslacht." Maar hij zei : "Jongen, jij bent altijd bij me en alles wat ik heb is van jou. We moeten feestvieren en blij zijn, want die broer van je was dood en is weer levend geworden, hij was verloren en is teruggevonden." '

16:00 Gepost door kris in Lezingen van de zondag | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

03-02-15

Heiligenleven : de heilige Bonifatius

Heiligenleven

Heilige BONIFATIUS

 

Bonifacius heilige 1.jpg

 

'Weldoener' of 'Hij die het goede doet' is de Nederlandse betekenis van Bonifatius (672 - 754), de Angelsaksische missionaris die in geen enkel boek over de vaderlandse geschiedenis ontbreekt. Hij werd immers - officiële lezing - door de toen nog heidense Friezen vermoord en dat is mooi uitgebeeld op van die oude gekleurde schoolplaten die bij geschiedenislessen werden gebruikt, toen de basisschool nog lagere school heette.


Bonifatius draagt zijn strijdnaam overigens niet omdat hij al zo'n uitzonderlijk goed mens zou zijn geweest. Het was paus Gregorius II (715-731) die Winfried of Wynfreth, zoals hij eigenlijk heette, diens Latijnse naam gaf. En waarom Bonifatius? Gewoon, omdat de paus hem op 15 mei van het jaar 719 de zending onder de heidense Germanen opdroeg en de kerk op 14 mei ene Bonifatius herdacht die in het jaar 300 de martelaarsdood zou zijn gestorven.
Hoewel hij behoort tot de grote namen uit de Nederlandse geschiedenis, is hij vooral werkzaam geweest in de Duitse deelstaten Thüringen en Hessen, die toen aan de oostelijke rand van het Frankische Rijk lagen. Daar vooral heeft hij het geloof verkondigd en de kerk gesticht. Dat hij daarbij niet altijd fijngevoelig te werk ging, blijkt wel uit de anekdote dat hij de Donarseik bij Fritzlar liet omhakken, die plaatselijke Germaanse stammen vereerden om aan te tonen, dat de Germaanse goden niet veel voorstelden.
Dat wil overigens niet zeggen dat hij in geen enkel opzicht rekening hield met de cultuur en denkwijze van de Germanen. Indien nodig paste hij de christelijke praktijk aan de omstandigheden aan. Zo was het in de rooms-katholieke kerk van die dagen de gewoonte om volwassenen pas te dopen als ze grondig op de doop waren voorbereid. Dit paste echter niet bij de denkwijze van de Germanen en Bonifatius draaide de procedure om. Hij gebruikte de doop bij wijze van initiatierite en begon daarna pas met het christelijk onderricht. Het doel heiligde dus de middelen.
Bonifatius' verdienste voor de kerk ligt niet zozeer op theologisch als wel op organisatorisch vlak. In tegenstelling tot zijn Ierse vakbroeders, die veel waarde hechtten aan spiritualiteit en het voorleven van het geloof om heidenen voor het christendom te winnen, vond de Angelsaks Bonifatius dat het prille geloof van de Germanen een goed doortimmerde kerkelijke organisatie nodig had. Hij heeft die organisatie op poten gezet én nauw met Rome verbonden. Juist bij het opbouwen van die kerkelijke organisatie heeft Bonifatius zich in het politieke spel van die dagen moeten, en misschien ook wel willen, mengen. Zo zag hij er geen been in hem onwelgevallige kerkelijke concurrenten op synodes ook letterlijk te verketteren. Ook rekruteerde hij medewerkers bij voorkeur in zijn Angelsaksische vaderland en probeerde die op hoge posten te krijgen. Dit werd hem weer niet door Frankische kerkelijke en wereldlijke machthebbers in dank afgenomen. Met name de Frankische adel bemoeide zich graag met plaatselijke, kerkelijke besognes en probeerde zo zijn macht uit te breiden. Door ervoor te zorgen, dat bij bisschopbenoemingen alleen Rome het voor het zeggen kreeg, werd de invloed van de Franken kleiner en die van de paus in Rome groter.
In dit ijveren om de macht van de kerk van Rome te vergroten, past waarschijnlijk ook zijn laatste missioneringstocht naar Friesland. Hij wilde in dit gebied in elk geval de Frankische invloed tegengaan. Toen hij op pad ging naar die afgelegen streek, was hij al hoogbejaard. Hij moet dus nog straf van lijf en leden zijn geweest, anders had hij zo'n tocht niet kunnen volbrengen. In een uithoek van het te kerstenen gebied sneuvelde hij uiteindelijk in het harnas. Zoals we allemaal weten, is hij bij Dokkum vermoord. De geschiedenis heeft de Friezen deze moord in de schoenen geschoven. Er zijn echter historici die daaraan twijfelen. Een lezing wil dat Bonifatius vermoord is door als Friezen verklede huurmoordenaars, in opdracht van de bisschop van Keulen. Het zou dus ook kunnen dat hij het loodje heeft gelegd in een machtsstrijd tussen twee kerkelijke facties: de richting die de macht van Rome voorop stelde, en de richting die een sterke plaatselijke kerk voorstond.
 

 

 

09:58 Gepost door kris in Heiligenleven | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

citaat van André Louf

citaat van André Louf

André Louf (1929-2010) was jarenlang abt van de trappistenabdij van de Catsberg, in Noord-Frankrijk. In 1998 trok hij zich als kluizenaar terug in Zuid-Frankrijk. Hij wijdde er zich niet alleen aan het gebed en de beschouwing, maar vertaalde ook talloze werken van grote geestelijke schrijvers naar het Frans. In 2008 schreef hij een klein boekje "Initiation à la vie spirituelle" [Initiatie in het geestelijk leven], waarin hij op een toegankelijke manier enkele constanten in de ontwikkeling van het geestelijk leven beschrijft. Het geestelijk leven heeft zich doorheen twintig eeuwen christendom op vele verschillende manieren ontwikkeld, telkens afgestemd op de cultuur en het levensgevoel van een bepaalde tijd. Zo hebben er zich binnen de christelijke spiritualiteit verschillende tradities afgetekend. Bovendien, aldus dom Louf, past de heilige Geest zich wonderlijk aan aan de eigenheid van elke mens. Zo beschouwd zijn er dus evenveel spirituele parcours als er mensen zijn. En toch kan men achter deze grote verscheidenheid qua vorm en beleving van de christelijke spiritualiteit een aantal constanten onderscheiden. Over die constanten gaat het boekje "Initiation à la vie spirituelle". André Louf ziet als eerste constante in het geestelijk leven het contact met het Woord van God. Leven als christen is een levenswijze die niet alleen geboren wordt uit het Woord van God, maar er ook constant moet door gevoed worden. Wie bidt met het Woord van God in de Schrift, die leert afdalen in zijn innerlijkheid. Over dit afdalen in de innerlijke mens schrijft André Louf het volgende:

Dit afdalen in de innerlijke mens is de eerste ervaring van iedereen die waarachtig probeert te bidden. Het is de meest fundamentele ervaring, de oerervaring, waaraan men altijd met ontroering en dankbaarheid terugdenkt. Maar tegelijk is deze ervaring nog maar een begin. Want naarmate het leven van de Geest zich ontplooit in het hart van wie bidt met de Schrift, zal deze zonder ophouden nieuwe betekenissen vinden in het Woord, dat immers "een oceaan van zin en betekenis" is (Origenes). Deze betekenis kan je echter niet op verstandelijke wijze formuleren; ze kan alleen gesmaakt worden met wat de Vaders "het verhemelte van het hart" noemen. De betekenis die de Schrift krijgt, vermenigvuldigt en ontwikkelt zich altijd gelijk opgaand met het geestelijk leven van de lezer, en dat tot op het punt waarop de Schrift zelfs het draagvlak wordt van de meest verheven mystieke ervaringen. Dit thema werd wondermooi uitgewerkt door Johannes Cassianus, en later opgenomen door Gregorius de Grote. Eeuwenlang hebben alle christelijke Kerken de Schrift zo gelezen, namelijk als een methode en een parcours van de spirituele ervaring, de mystieke ervaring incluis, ook al werd deze manier van lezen niet altijd even duidelijk geformuleerd. Laten we er een getuigenis uit de Oosterse Kerk bijhalen, zelfs een van de meest Oosterse die er zijn: Isaac van Ninive (8e eeuw), die niet in het Latijn of Grieks, maar in het Syrisch schrijft. Bij alle Schriftteksten die je onder ogen krijgt, dien je na te gaan wat de diepere betekenis ervan is, om je er diep in onder te dompelen en de intuïties te peilen in de geschriften van die verlichte mensen. Zij die door Gods genade ertoe gebracht worden zelf verlicht te worden, bemerken in de Schrift altijd iets als een geestelijke lichtstraal die doorheen de neergeschreven woorden schijnt. Die lichtstraal stelt hen in staat een onderscheid te maken tussen woorden die op een gewone manier gezegd zijn en andere die belangrijk zijn voor de verlichting van de ziel. Als iemand de Schriftwoorden, die een bijzondere betekenis bevatten, op een gewone, doordeweekse manier leest, dan maakt hij van zijn hart ook iets gewoons. Hij ontneemt zijn hart dan die heilige kracht die hem een zoete smaak kan bezorgen, door middel van intuïties uit de Schrift die de ziel in verbijstering halt doen houden. De ziel die deel krijgt aan de heilige Geest en die het Schriftwoord beluistert waarin een geestelijke kracht schuilgaat, die zal deze krachtbron vurig voor zichzelf willen vasthouden. Niet iedereen is echter voldoende wakker en waakzaam om zich te verwonderen over wat de Schrift op een geestelijke manier zegt en over de grote kracht die daarin schuilt. Deze auteur onderscheidt in de Schrift enerzijds "woorden die op een gewone manier gezegd zijn", die niet tot het hart of de geest spreken, en anderzijds datgene "wat de Schrift op een geestelijke manier zegt", en dat rechtstreeks tot de ziel van de lezer is gericht. We mogen dit onderscheid niet begrijpen alsof de Schrift zowel betekenisvolle als minder betekenisvolle woorden zou bevatten. Het gaat er eerder om dat niet elk woord uit de Schrift evenveel betekenis heeft voor elke individuele lezer. Isaac van Ninive legt hier het accent op de subjectieve houding van de lezer: er zijn woorden en verzen uit de Bijbel die de lezer koud en onverschillig laten, en andere die hem in vuur en vlam zetten door de vurigheid van Gods liefde. Het is van groot belang niet zomaar voorbij te gaan aan deze verzen uit de Schrift die "vol van betekenis" zijn, en de geestelijke intuïties die ze bevatten niet te laten ontsnappen. Wanneer iemand in de Schrift leest en de verborgen betekenis ervan probeert te vatten, dan groeit zijn begrip naargelang zijn Schriftlezing vordert. Stap voor stap wordt de lezer naar een staat van geestelijke verwondering gebracht. Wanneer hij deze staat eenmaal bereikt heeft, weet hij zich helemaal ondergedompeld in God: Zo komt hij ertoe zichzelf en zijn menselijke natuur te vergeten, want hij wordt als een dolblije mens die geen enkele gedachte aan het heden meer heeft. Over alles wat Gods grootheid aangaat, denkt hij met een bijzondere toeleg na, terwijl hij zegt "Eer aan zijn goddelijkheid!" of "Eer aan zijn wondere werken!". Wie zo in beslag genomen is door Gods wonderwerken en onophoudelijk met verstomming geslagen wordt, leeft in een soort geestelijke dronkenschap, als leefde hij nu reeds het leven van na de verrijzenis. Het is duidelijk dat voor Isaac van Ninive de Schriftlezing niet alleen de bron van het gebed is, maar dat de ziel van daaruit ook opgetild wordt tot de hoogten van de mystieke ervaring.

ANDRÉ LOUF, Initiation à la vie spirituelle, Parole et Silence, 2008, p. 43-46

 

 

 

30-01-15

SERVATIUS, bisschop en heilige te Maastricht

Heiligenleven

SERVATIUS, bisschop en heilige te Maastricht

 

Servaas-300.jpg

Heilige Servatius van Maastricht

 

 

Willibrord (+ 739) en Bonifatius (+754) mogen dan wel degenen zijn die naam hebben Nederland te hebben bekeerd tot het christendom. Limburgers vinden, dat vele jaren eerder in wat nu Maastricht heet, al een bisschop was: Servatius, Sint Servaas. Zijn sterfdag wordt van oudsher herdacht op 13 mei van het jaar 384, drieëneenhalve eeuw voordat Willibrord of Bonifatius vanuit Ierland in de Lage Landen aankwamen.

Maar wie was eigenlijk die Servatius? Wat we met zekerheid van hem weten, is niet zo heel erg veel, menen historici. Veel 'van horen zeggen, veel legende en weinig historisch vaststelbaar. Het begint al met zijn afkomst. Volgens een van de interpretaties uit het verleden zou hij uit Armenië komen, gelegen in het Griekse deel van het Romeinse rijk. Hij heette Serbatios, in het Latijn Servatius; die naam betekent: 'hij die bewaart'. Anderen houden het erop, dat hij waarschijnlijk een telg was uit een belangrijk Gallisch geslacht, uit het huidige Frankrijk dus, zoals in die tijd gangbaar was met bisschoppen. In ieder geval was hij in het midden van de vierde eeuw bisschop van Tongeren, een zeer oude nederzetting met een oude abdij een belangrijk christelijk centrum in de zuidelijke Nederlanden. Hij was er al de tiende bisschop, zegt de traditie. Hij lijkt meer te zijn geweest dan een kleine lokale bisschop aan de grenzen van het afbrokkelend Romeinse rijk. In vierde-eeuwse bronnen valt te lezen dat bisschop Servatius zeer actief was op enkele kerk-vergaderingen, concilies. Athanasius meldt dat Serbatios een van de bisschoppen was op het concilie van Sardica, nu Sofia, de hoofdstad van Bulgarije. Dat concilie vond in 343 plaats. In 346 neemt hij deel aan een kerkvergadering in Keulen en in 359 in Rimini, in Italië. Op al deze drie concilies is hij een felle bestrijder van het Arianisme, dat de godheid van Jezus ontkende. Geschiedvorsers zijn Servatius ook tegengekomen als diplomaat van keizer Constantius in een officiële delegatie naar een Gallische tegenkeizer.

Servatius had dus een drukke agenda en was vaak op reis om de ketterij van het Arianisme te bestrijden, zo beweren oude bronnen. Terug in Tongeren van een lange reis naar Rome, bleek het kwaad ook in eigen huis welig te tieren. De rijkdom van de stad was de Tongerenaren naar het hoofd gestegen en ze leefden zo in zonde, dat zelfs veel heidenen hun ten voorbeeld gesteld konden worden, zo staat in een oud verhaal. Ze vonden dat hun bisschop veel te streng in de leer was, te vaak weg was en ook nog hun taal niet sprak. Hij werd de stad uitgezet, of pakte volgens andere bronnen zelf zijn bisschoppelijke bullen en de relieken van zijn voorgangers in, en toog naar Maastricht. In 383 werd officieel de bisschoppelijke zetel naar die stad verplaatst, waarmee Maastricht de officiële woonplaats van de bisschop werd en Servatius de eerste bisschop van wat nu Nederland is. Het jaar daarop, in 384, stierf hij er op pinkstermaandag 13 mei en werd zoals toen te doen gebruikelijk, vlak buiten de stad aan de oude Romeinse weg naar Tongeren, begraven.

Wat er ook waar is van zijn levensgeschiedenis, al vlug wordt zijn graf een plek, dat tot wijd in de omgeving bekendheid geniet en pelgrims aantrekt. Bisschop Servatius wordt Sint Servaas, zijn graf een bedevaartsplaats. Anderhalve eeuw later, in de zesde eeuw, wordt er door bisschop Monulphus een stenen kerk boven gebouwd, waarschijnlijk als vervanging van een houten gebouwtje dat nogal eens placht in te storten. In het boek van Gregorius van Tours over belangrijke Frankische kerkmensen neemt Sint Servaas al een markante plaats in. Hoewel het ter plaatse flink kan sneeuwen, blijft op het graf de sneeuw niet liggen, weet hij te vertellen. Als op 13 mei 721, de sterfdag van Servatius, de Karolingische vorst Karel Martel in de slag van Poitiers de Moren weet terug te drijven, moet dat aan Sint Servaas te danken zijn! Hij schenkt de kerk in Maastricht een schitterend altaar. Wat later komt Karel de Grote er vanuit Aken de hulp van de heilige inroepen. Vele groten en kleinen der aarde volgen. In de 11e eeuw wordt begonnen met de huidige Sint Servaaskerk, die het hart wordt van de huidige stad.

Rond die tijd - als Sint Servaas steeds belangrijker wordt voor Maastricht - wordt ook het leven van Sint Servaas naar Middeleeuwse wijze opgepoetst. Het prachtigste heiligenleven is geschreven door Hendrik van Veldeke in de 11e en 12e eeuw. In zijn moedertaal, het Maastrichts. Het is een van de oudste boeken van ons taalgebied. Hij begint met te vertellen dat Servatius zelfs een bloedverwant van Jezus is, een afstammeling van Maria's zuster Esmeria. Eens biddend op het graf van Onze Lieve Heer in Jeruzalem verscheen hem een engel met de boodschap dat hij de nieuwe bisschop van Tongeren moest worden. Diezelfde engel bracht hem ernaar toe. Kromstaf, ring en mijter lagen er op het altaar al op hem te wachten. In de legende staan nog een heleboel meer wonderen om Servaas' grootheid en heiligheid aan te kleden en verhuizing naar Maastricht te verklaren. Volgens Van Veldeke kreeg hij rechtstreeks van Petrus zelfs de zilveren sleutel van de hemelpoort. Je kunt hem nog steeds in de schatkamer van de Sint Servaas bewonderen. Met andere zeer mooie geschenken van dankbare Maastrichtenaren en pelgrims.

Servatius was bisschop van Tongeren, fanatiek en recht in de leer. Maar over Servatius als missionaris en geloofsverkondiger in onze streken weten we eigenlijk niets. Wel dat er in het jaar 350 blijkbaar al sprake was van christenen in en rond Maastricht. Genoeg voor Servatius om er zich als bisschop bij te vestigen. En er na zijn dood in 384 als grote beschermheilige te worden vereerd. De kerstening van zuid Nederland heeft daar ongetwijfeld veel aan te danken!  j.b. -

Bron : de derde Kerk.

16:03 Gepost door kris in Heiligenleven | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

25-01-15

33e zondag na Pinksteren - Zacheüszondag

 

33e zondag na Pinksteren : “Zacheüszondag”

 

 

Zacheüs  Duitse prentenbijbel XVe eeuw.jpg

Zacheüs - Duitse prentenbijbel uit de 15e eeuw

 

 

LEZINGEN

1Tim.4,9-15

 [9] Dit* woord is betrouwbaar en verdient volledige instemming! [10] Dit* is het doel van al ons zwoegen en strijden, want wij hebben onze hoop gesteld op de levende God, die een redder is voor alle mensen, in het bijzonder voor de gelovigen. [11] Dit moet u hun bijbrengen en hierin moet u hen onderrichten. [12] Niemand* mag u verachten om uw jeugd, maar wees een voorbeeld voor de gelovigen door woord en gedrag, in liefde, in geloof en in zuiverheid. [13] In afwachting van mijn komst moet u zich wijden aan de voorlezing* van de Schrift, de vermaning* en het onderricht. [14] Verwaarloos* niet de genadegave* die in u is en die u krachtens een profetenwoord* werd geschonken, onder handoplegging* van de gezamenlijke oudsten. [15] Neem dit alles ter harte, ga er geheel in op, dan zullen uw vorderingen voor allen zichtbaar zijn.

EVANGELIE : Lucas 19,1-10

Bij Zacheüs [1] Hij* kwam in Jericho en trok door de stad. [2] Daar was een man die Zacheüs heette. Hij was oppertollenaar en hij was rijk. [3] Hij wilde wel eens zien wat Jezus voor iemand was, maar het lukte hem niet vanwege de mensenmassa, want hij was klein van stuk. [4] Daarom rende hij vooruit en klom in een moerbeivijgenboom om Hem te zien te krijgen, want Hij zou daar voorbijkomen. [5] Toen Jezus bij die plek kwam, keek Hij omhoog en zei tegen hem: ‘Zacheüs, kom vlug naar beneden; vandaag moet Ik in uw huis verblijven.’ [6] Hij kwam vlug naar beneden en ontving Hem met vreugde. [7] Iedereen die het zag sprak er schande van. ‘Hij neemt zijn intrek bij een zondaar’, zeiden ze. [8] Zacheüs richtte zich tot de Heer. ‘Heer,’ zei hij, ‘hierbij geef ik de helft van mijn bezit aan de armen, en als ik iemand iets heb afgeperst, vergoed ik het viervoudig*.’ [9] Jezus zei tegen hem: ‘Vandaag is er redding gekomen voor dit huis, want ook hij is een zoon van Abraham. [10] De Mensenzoon is immers gekomen om te zoeken en te redden wat verloren is.’

09:33 Gepost door kris in Lezingen van de zondag | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

21-01-15

Vatopedi klooster Athos

Vatopedi klooster op de Athos.

Bekijk de nieuwe website !!

 

vatopedi klooster.jpg

 

(Klik op de foto)

10:00 Gepost door kris in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

19-01-15

Grieks orthodoxe zang vanuit de Agia Sophia

Grieks orthodoxe zang vanuit de Agia Sophia

16:13 Gepost door kris in Video | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Johannes Chrysostomos : zie het Lam van God, dat de zonden van de wereld wegneemt

H. Johannes Chrysostomus (ca. 345-407), priester in Antiochië, daarna bisschop van Constantinopel, kerkleraar Homilie over het Evangelie van Johannes nr. 18

 

 

Chrysostomos onbekend 3.jpg

“Zie het Lam van God, dat de zonden van de wereld wegneemt”

 

“Zie het Lam van God”, zegt Johannes de Doper. Jezus spreekt niet, Johannes de Voorloper, zegt alles. Bij ons bestaat er ook de gewoonte van de bruidegom om op deze wijze te handelen: hij zegt nog niets tegen de bruid, maar hij toont zich en houdt zich stil. Anderen kondigen hem aan en stellen hem voor aan zijn bruid. Als ze verschijnt, neemt de bruidegom haar niet zelf mee, maar ontvangt haar uit de handen van een ander. Maar nadat hij haar zo van een ander heeft ontvangen, verbindt hij zich zo sterk met haar, dat ze zich degenen die ze verliet om hem te volgen, niet meer herinnert. Dat is wat er gebeurt ten aanzien van Jezus Christus. Hij is gekomen om met de menselijke natuur te trouwen; Hij heeft zelf niets gezegd, Hij heeft zichzelf slechts laten voorstellen. Johannes, de vriend van de Bruidegom (Joh 3,29), heeft Zijn hand in die van de Bruid gelegd – met andere woorden, het hart van de mensen die hij overtuigd heeft door zijn prediking. Dan heeft Jezus Christus ze ontvangen en ze vervuld met zoveel goeds, dat ze niet teruggekomen zijn bij degene die ze bij Hem hadden gebracht … Johannes is de enige die Hem als aanwezig onder het volk kan tonen; want hij alleen was aanwezig bij de bruiloft met de kerk, hij ontvangt de titel “vriend van de Bruidegom”. Hij heeft alles gedaan en alles inbegrepen; toen hij zijn blik op de Messias liet vallen, zei hij: “Zie het Lam van God”. Hij toonde zo dat hij niet alleen door de stem getuigde, maar ook door de ogen. Hij bewonderde de Zoon van God en door Hem te aanschouwen, sprong zijn hart op van vreugde. Hij opende niet zijn mond om eerst te prediken: hij bewonderde Hem in de verbazing. Zo liet hij de gave kennen die Jezus in de wereld kwam brengen, naar de betekenis van het woord “lam”. Johannes zei niet: “Hij moet wegnemen”, of “Hij heeft weggenomen”, maar “Hij die de zonde van de wereld wegneemt”: niet alleen op het moment van zijn Lijden, maar onophoudelijk. Hij offert slechts eenmaal zijn offer voor de zonden van de wereld, maar door deze offergave zuivert Hij voor altijd het geweten van de zondige mensen.

Bron : www.dagelijksevangelie.org

18-01-15

32e zondag na Pinksteren

32e zondag na Pinksteren : 'genezing van de tien melaatsen'

 

 

Feest van de heiligen Athanasios en Kirillos aartsbisschoppen van Alexandrië

 

 

 

athanasios en kyrillos van Alexandrië 12.jpg

Heiligen Athanasios en Kirillos van Alexandrië

Eerste lezing : 1 Tim.1,15-17 :

 

Dit woord* is betrouwbaar en verdient volledige instemming: ‘Christus Jezus is in de wereld gekomen om zondaars te redden.’ En de eerste van hen ben ik. [16] Daarom juist heb ik barmhartigheid ondervonden: Christus Jezus wilde aan mij als eerste heel zijn lankmoedigheid tonen, als een voorbeeld voor allen die in de toekomst op Hem zouden vertrouwen, omwille van het eeuwig leven. [17] Aan de koning van de eeuwen, aan de onvergankelijke, onzichtbare, enige God zij de eer en de glorie tot in alle eeuwigheid! Amen

Evangelie : Lucas.17-12-19 :

Reiniging van tien melaatsen [11] Op zijn reis naar Jeruzalem trok Jezus door het grensgebied van Samaria en Galilea. [12] Toen Hij een dorp inging, kwamen Hem tien melaatsen tegemoet. Ze bleven op een afstand staan [13] en riepen luidkeels: ‘Jezus, Meester, heb medelijden met ons.’ [14] Toen Hij hen zag, zei Hij tegen hen: ‘Ga u aan de priesters laten zien.’ Onderweg werden ze gereinigd. [15] Een van hen kwam terug toen hij zag dat hij genezen was, en met luide stem verheerlijkte hij God. [16] Hij wierp zich aan Jezus’ voeten en bedankte Hem. Dit was een Samaritaan. [17] Jezus zei daarop: ‘Er zijn er toch tien gereinigd! Waar blijven de negen anderen? [18] Is er niemand teruggekomen om God eer te brengen, alleen deze vreemdeling?’ [19] En Hij zei tegen hem: ‘Sta op en ga weer; uw vertrouwen* is uw redding.’

09:20 Gepost door kris in Lezingen van de zondag | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

13-01-15

De wereld als levende icoon

 

 

verrijzenis%20van%20christus.jpg

 

De wereld als levende icoon

Lisette van der Wel

Duurzaamheid en klimaatverandering vormen uiteindelijk vooral een moreel en spiritueel vraagstuk, betoogt Lisette van der Wel. Zij gaat te rade bij de ecologische wijsheid van het oosters-orthodoxe christendom.

Wij mensen hebben de macht om het leven op aarde te bepalen en verstoren. Die macht maakt ons ook kwetsbaar. Waarvoor we kiezen en waardoor we ons laten leiden is van cruciaal belang, wil er een leefbare toekomst voor onze (klein-)kinderen zijn.

Zijn we hier op aarde om alsmaar meer te hebben of om meer te zijn? Zijn we hier met het recht om de aarde vrijelijk te plunderen of om haar zorgzaam te beheren? Het vraagstuk van duurzaamheid en klimaatverandering is zo uiteindelijk een moreel en spiritueel vraagstuk.

‘Groene patriarch’

Het is op dit punt dat religies een waardevolle bijdrage kunnen leveren. Een mooi voorbeeld van een waardevolle christelijke bron is hoe er binnen de oosters-orthodoxe traditie wordt gedacht over een zorgzame omgang met de aarde.

De oosterse orthodoxie laat zien dat we in de natuur iets aantreffen dat groter is dan onszelf

De oosters-orthodoxe kerk heeft een sterke reputatie waar het de betrokkenheid met ecologische kwesties betreft. De oecumenische Patriarch Bartolomeus wordt vaak de ‘groene patriarch’ genoemd vanwege zijn consequente oproep tot spirituele omkeer inzake milieu- en klimaatproblemen. Het is daarom de moeite waard om te kijken wat we zouden kunnen leren van deze rijke traditie.

Doortrokken van God

De oosters-orthodoxe traditie is diep doordrongen van het besef dat de huidige klimaatcrisis niet primair ecologisch is, maar spiritueel. Het is een crisis aangaande de manier waarop we onszelf en de wereld zien. Tegenover het westerse ideaalbeeld van het autonome individu als kroon en heerser van de schepping stelt de oosterse orthodoxie de doorleefde ervaring dat we in onze natuurlijke leefomgeving iets aantreffen dat groter is dan onszelf. Heel de natuur of schepping is doortrokken van God. Het aantasten van deze schepping ten bate van materieel gewin is een zonde.

De orthodoxe theologie en spiritualiteit reikt drie behulpzame manieren aan om het gevoel van verwondering en verbinding met Gods schepping te herstellen: de iconografie, de liturgie en de ascese.

Ruimer perspectief

Iconen, afbeeldingen van Christus, de Moeder Gods of heiligen, behoren tot het hart van de orthodoxe traditie. Een icoon is een trefpunt van het materiële en het transcendente, een medium waardoor mensen iets van het goddelijke kunnen ervaren. Zoals God mens is geworden in Jezus Christus, zo is in de orthodoxe visie de hele levende natuur een icoon, een teken van God. De heilige Johannes van Damascus zei al in de 8e eeuw:

"De hele wereld is een levende icoon van het gezicht van God."

Een icoon helpt je om beter te zien; het beschouwen ervan onthult iets van de goddelijke dimensie in alles wat we ervaren. In onze westerse cultuur zijn we zo op onszelf gericht geraakt; een icoon kan helpen dat beeld te corrigeren, ons weer te verbinden met een ruimer perspectief van de wereld als doortrokken van een goddelijke aanwezigheid.

Kosmische liturgie

Dan wordt het ook weer mogelijk om de wereld te gaan ervaren als een sacrament, als een plaats van gemeenschap (communie), in plaats van een zielloos gebruiksvoorwerp. Liturgie wil ook juist dat zijn: een viering van gemeenschap, van de onderlinge verbondenheid van alle mensen en al wat leeft.

Het oosters-orthodoxe denken spoort aan om niet achteloos om te gaan met de natuur; want alles is een spoor van God

Als we zó liturgie kunnen vieren dat we de hele wereld als een integraal deel ervan kunnen ervaren, dan verwerven we een liefdevol hart voor al wat leeft. St. Maximus noemde dit in de 7e eeuw een ‘kosmische liturgie’.

Vermogen tot zelfbeperking

De derde weg, de weg van ascese, is niet een negatief onderdrukken van allerlei behoeften, maar veeleer een positieve uitdrukking van ons vermogen tot zelfbeperking, tot het zeggen van ‘nee’ of ‘genoeg’. Het is een weg van bevrijding, gericht op delen, dienstbaarheid. Vasten is een concrete expressie daarvan.

Het oosters-orthodoxe denken spoort aan om niet achteloos om te gaan met de natuur; want alles is een teken, een spoor van God. Het leert om stil te staan, niet te doen, en zodoende je dieper te verbinden met het wonder en mysterie van al wat leeft. En het kan ons leren dat eenvoud en matigheid geen straf zijn, maar bevrijding. Maat houden kan leiden tot een geest van dankbaarheid, een herontdekken van het wonder van onze plek als mens in het web van het leven op aarde.

11:04 Gepost door kris in theologie | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De oude Kerkvaders

DE OUDE KERKVADERS: EEN OVERZICHT

Gemakshalve worden de schrijvers uit de eerste tijd van de kerk tot aan 300 na Chr.

‘kerkvaders’ genoemd. Wat de schrijvers betreft kunnen we echter, als we nog meer precies

willen zijn, een driedeling maken.

1. De apostolische vaders

De alleroudste kerkvaders die leerlingen waren van de apostelen, worden meestal

‘apostolische vaders’ genoemd.

Ignatius (+ 107). Hij was een leerling van de apostel Petrus en tijdgenoot van Johannes. Hij

was bisschop van Antiochië (tweede opvolger van Petrus), van 69 tot 107, het jaar van zijn

marteldood in Rome. Op zijn reis naar Rome schreef hij 7 brieven.

Polycarpus (+ 155). Hij was een leerling van de apostel Johannes en was door hem tot

bisschop aangesteld van Smyrna, rond het jaar 100. Hij heeft veel mensen ontmoet die

Jezus nog gekend hebben. Van zijn marteldood is een getuigenis bewaard gebleven. Hij

schreef één brief.

Clemens van Rome (+ 101). Hij was een medewerker van de apostelen Petrus en Paulus te

Filippi en elders in Griekenland en Italië. Hij was de derde bisschop van Rome, na de

apostelen (92-101). Hij is de marteldood gestorven circa 101 na Chr. Hij heeft een of

misschien twee brieven geschreven.

2. De kerkvaders

Irenaeus (120-202). Hij was een leerling van Polycarpus en was bisschop van Lyon. Hij

stierf waarschijnlijk de marteldood in 202. Er is van hem een uitgebreid werk tegen de

gnostici bewaard gebleven: Adversus Haereses.

Hippolytus (160/170-235) was een leerling van Irenaeus. Hij werd waarschijnlijk te

Alexandrië geboren en werd rond 200 te Rome aangesteld als presbyter. Zijn werken

weerspiegelen het liturgisch leven in de kerk van 200-235, het jaar waarin hij stierf als

banneling, onder keizer Maximinus Thrax.

Cyprianus (210-258) was leraar in de welsprekendheid voordat hij rond zijn veertigste tot

bekering kwam. Hij was bisschop van Carthago en daarmee patriarch van de kerken in

Noord Afrika. Hij heeft vele verhandelingen geschreven. Hij stierf de marteldood.

3. De kerkelijke schrijvers

Justinus de martelaar (110-165). Ofschoon hij in Samaria was geboren, was hij van

heidense afkomst en uit de Griekse filosofie bekeerd tot Jezus Christus. Hij stierf de

marteldood in Rome.

Hij schreef de Eerste en Tweede Apologie en de Dialoog met de jood Trypho.

Tertullianus (145-240). Hij werd in Carthago geboren in 145 na Chr. Hij werd tot presbyter

gewijd kort na zijn bekering uit het heidendom, circa 190. Hij heeft een aantal werken

geschreven, o.a. Apologeticum, en De Baptismo, over de doop. Hij heeft werken tegen

Marcion en de gnostici op zijn naam staan. Omdat hij zich later heeft aangesloten bij de

strenge sekte der Montanisten, wordt hij vaak niet meer als kerkvader beschouwd.

Clemens van Alexandrië (150-ca. 215). Hij was een heidense Athener en werd na zijn

bekering presbyter of oudste en ca. 200 leider van de beroemde catechetenschool te

0075 www.stucom.nl 2/2

Alexandrië. In 203 moest hij, tijdens de hevige christenvervolgingen onder de Afrikaanse

keizer Septimus Severus, uit Alexandrië vluchten.

Zijn bekendste werk is de Paedagogos.

Origenes (185-253). Hij kwam uit een christelijk gezin. Hij was de opvolger van Clemens in

de Alexandrijnse school.

Na zijn wijding tot presbyter (ca. 230) ging hij in Palestina werken. Hij stierf de marteldood.

Zijn grote werken zijn De Principiis en Contra Celsum. Hij schreef ook diverse

bijbelcommentaren.

Eusebius (263-339). Hij was bisschop van Caesarea vanaf 313. Hij is vooral bekend als

kerk-historicus.

Oude christelijke geschriften

De Didachè. Dit geschrift stamt uit het einde van de eerste eeuw en is geschreven door

christen-Joden, leerlingen nog van Jezus zelf of van zijn apostelen. Het boek genoot in de

oude kerk een hoog aanzien en behoorde volgens sommigen zelfs tot de canon.

De “Pastor” van Hermas. Hermas werd geïdentificeerd met de Hermas uit de brief aan de

Romeinen. Het genoot ook een hoog aanzien en behoorde voor Irenaeus zelfs tot de Heilige

Schrift.

De Brief van Barnabas. Deze oude brief stond eens hoog in aanzien, maar Eusebius

rekende hem tot de onechte geschriften, d.w.z niet van de hand van de reisgezel van

Paulus, Jozef-Barnabas.

09:45 Gepost door kris in theologie | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

10-01-15

24e zondag na Pinksteren - zondag na Theofanie

 

24e zondag na Pinksteren

Zondag na Theofanie

 

feest van de heiligen Theodosius de grote abt in Palestina, Theodosius van Antiochië, Michel van Novgorod

Theodosius de grote, de Cenobiarch.jpg

Theodosius de Grote

 

Efesiërs : 4,7-13

 

7] Aan ieder van ons is genade geschonken naar de maat waarmee Christus geeft. [8] Daarom staat er: ‘Toen hij opsteeg naar omhoog, voerde hij gevangenen mee en schonk hij gaven aan de mensen.’ [9] ‘Hij steeg op’ – wat betekent dat anders dan dat hij ook is afgedaald naar wat lager ligt, naar de aarde? [10] Hij die is afgedaald is dezelfde als hij die opsteeg, tot boven de hemelsferen, om alles met zijn aanwezigheid te vullen. [11] En hij is het die apostelen heeft aangesteld, en profeten, evangelieverkondigers, herders en leraren, [12] om de heiligen toe te rusten voor het werk in zijn dienst. Zo wordt het lichaam van Christus opgebouwd, [13] totdat wij allen samen door ons geloof en door onze kennis van de Zoon van God een eenheid vormen, de eenheid van de volmaakte mens, van de tot volle wasdom gekomen volheid van Christus

 

Evangelie : Matth.4,12-17

Begin van Jezus’ verkondiging in Galilea [12] Toen Hij hoorde dat Johannes overgeleverd was, nam Hij de wijk naar Galilea. [13] Met voorbijgaan van Nazaret vestigde Hij zich in Kafarnaüm* bij het meer, in het gebied van Zebulon en Naftali, [14] opdat vervuld zou worden wat bij monde van de profeet Jesaja gezegd is: [15] Land van Zebulon en land van Naftali, aan de weg naar zee, aan de overkant van de Jordaan, Galilea van de heidenen! [16] Het volk dat in duisternis zit heeft een groot licht gezien, en over hen die in het land en in de schaduw van de dood zitten, over hen is een licht opgegaan. [17] Vanaf toen begon Jezus te verkondigen. Hij zei: ‘Bekeer u, want het koninkrijk der hemelen* is ophanden.’

21:59 Gepost door kris in Lezingen van de zondag | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

08-01-15

H. Clemens van Alexandrië : "De Wijsheid van God vindt haar rechtvaardigheid": God roept ons op tot bekering

H. Clemens van Alexandrië (150-ca. 215), theoloog De Protreptiek, 9, 87-88 ; SC 2

 

ClemensVonAlexandrien.jpg

 

 

"De Wijsheid van God vindt haar rechtvaardigheid": God roept ons op tot bekering

Niemand werd zo geraakt door de oproepen van de andere heiligen als door die van de Heer zelf, met al zijn liefde voor de mensen, want Hij heeft geen andere bezigheid dan die van het redden van de mens. Hij roept dus op om de mensen aan te sporen om zich te laten redden: "Het Koninkrijk der hemelen is nabij" (Mc 1,15). Hij probeert de mensen die bij Hem komen te bekeren. Op diezelfde wijze maakt de apostel van de Heer… zich tot vertolker van de stem van God: "De Heer is nabij. Leef niet in de duisternis, zodat de dag u als een dief zou verrassen" (cf Ph 4,5; 1Th 5,4). Maar u die zo weinig vrees voelt, of liever, bent u zo ongelovig dat u noch in de Heer zelf, noch in Paulus gelooft, vooral wanneer hij om Christus vastgebonden is? (Fil 1,13) "Proef en geniet: hoe zoet is de Heer" (Ps 34,9). Het geloof zal u inleiden, de ervaring zal het u leren, de Schrift, als een pedagoog, zal u gidsen. Ze zegt tegen u: "Kom, kinderen, luister naar mij: in ontzag voor de Heer zal ik jullie onderwijzen". En dan voegt ze, als iemand gelooft, eraan toe: "Is er iemand die het leven bemint en gelukkige dagen wil genieten?" (Ps 34,12-13) Wij zijn het, de aanbidders van het goede, de navolgers van de goeden. –Luister dan, "u die ver weg bent", luister, "u die nabij bent" (Jes 57, 19). Het Woord is voor niemand verborgen; het is het gemeenschappelijke licht. Het straalt voor alle mensen; voor Hem bestaat er geen vreemdeling. Laten we ons haasten naar de redding, naar de nieuwe geboorte. Laten we ons haasten, wij die in zo grote getale zijn, om ons te verenigen als een kudde (Joh 10,16), laten we de eenheid navolgen door de ene Christus te volgen. Zo zal de vereniging van veel stemmen, als hun wanklanken en hun versnippering aan de goddelijke harmonie onderworpen zullen zijn, een enige symfonie vormen. En het koor dat aan de meester, het Woord, gehoorzaamt, zal slechts rust vinden in de waarheid zelf, wanneer hij zal kunnen zeggen: "Abba, Vader" (Mc 14,36).

Bron : www.dagelijksevangelie.org

07-01-15

Geloof in de Heilige Geest

Geloof in de Heilige Drieëenheid en de Heilige Geest

Prof. Dr. Leon Zander

 

 

 

Heilige geest236.jpg

Prof. Dr. Leon Zander was docent aan het Orthodox Theologisch Instituut St. Sergius te Parijs.  Deze bijdrage komt uit zijn werk : «Leer en geestelijk leven in de Orthodoxe Kerk».

Het geloof in één God in drie Personen (het Drieëenheidsdogma) wordt door alle Christenen beleden. De Orthodoxe Kerk echter belijdt dit geloof op zodanige wijze, en geeft er een zodanige inhoud aan, dat zij, zonder zich van de andere confessies te onderscheiden in betrekking tot het wezen van het mysterie, toch duidelijk van deze afwijkt in de uitleg ervan. Reeds zeer vroeg openbaarde zich op dit punt een verschil tussen de theologen van het Oosten en die van het Westen. De orthodoxe leer, zoals die neergelegd is in de geschriften der Griekse Kerkvaders, ging uit van het onderscheid tussen de drie Personen, terwijl daarentegen in het Westen de visie van Sint Augustinus, die uitging van de eenheid van het goddelijk Wezen, veel weerklank vond. Alles tezamen genomen is hier slechts sprake van een verschil in uitgangspunt, dat op zichzelf niet tot een tegenstelling hoeft te leiden; het onderscheid was onafscheidelijk verbonden met de theologische probleemstelling; er was een verschil in benaderingswijze, maar het ging om één en hetzelfde goddelijk mysterie.

Wij moeten ons echter, als mensen van deze tijd, nog een andere vraag stellen: namelijk of het dogma der Drieëenheid nog steeds een levende werkelijkheid is in het leven der Kerk. In de Orthodoxe Kerk spreekt dit vanzelf: men bidt daar tot de Heilige Drieëenheid als tot één enige God; de Vader als Oorsprong, Die de Zoon verwekt en van Wie de Geest uitgaat; de Zoon, door Wie in den beginne al het bestaande tot aanzijn is geroepen, door Wiens offer en Verrijzenis aan het einde der tijden de gehele schepping is verlost; de Heilige Geest, die het leven schenkt, zonder Wie al wat is tot stof zou vergaan. Het mysterie der Drieëenheid is het uitgangspunt en het hoogtepunt van een levende theologie, opgevat als een visioen van God.

De uitzending van de Heilige Geest door de Vader, waarvan Christus spreekt in de afscheidsrede (Joh. XIV, 16), die op het Pinksterfeest werkelijkheid is geworden, is volgens de orthodoxe opvatting de grondslag van het leven der Kerk in alle aspecten, de essentie van haar sacramentele handelingen, de krachtbron, die haar in staat stelt de wereld te verlichten: de Kerk is het Lichaam van Christus en de gemeenschap der Heiligen; in haar duurt het Pinksterfeest voort; de gelovigen hebben een persoonlijke band met alle drie Personen van de Heilige Drieëenheid. Deze persoonlijke verhouding tot de Drieënige God vindt zijn uitdrukking in de gebeden. Niet alleen de klassieke rituele boeken van de Orthodoxie (Oktoïch, Triodion, Pentekostarion, Meneon), ook de eenvoudige dagelijkse gebeden tonen duidelijk aan hoezeer de Orthodoxie doortrokken is van de Triniteitsleer. Wij tekenen slechts aan, dat in de aanhef van ieder gebed, persoonlijk of gemeenschappelijk, de orthodoxe christene de Heilige Geest vraagt om “te komen en in ons te verblijven”.

Voor de grote russische mysticus van de 19de eeuw, de H. Serafim van Sarov, was juist het ontvangen van de gaven en de waarachtige krachten van de Heilige Geest, het eigenlijk levensdoel van de christen. Wanneer dus de Orthodoxie zozeer gekenmerkt wordt door deze visie en dit vervuld zijn van de Heilige Geest (wat op christenen van andere confessies soms zulk een diepe indruk maakt), is dit toe te schrijven aan de omstandigheid, dat de Orthodoxe Kerk de goddelijke “orde”  in het leven van de Heilige Drieëenheid heeft bewaard, welke grondslag is van haar geheel theologisch denken.

10:56 Gepost door kris in theologie | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

03-01-15

feest van de theofanie van Christus

Groot feest van de heilige Theofanie van onze Heer en God en Verlosser Jezus Christus

Doopsel van Christus 8.jpg

Doop van Jezus

 

 

LEZINGEN :

Lezing : Titus,2,11-14;3,4-7

  Want de genade van God is verschenen, bron van redding voor alle mensen, die ons leert af te zien van goddeloosheid en wereldse begeerten, en bezonnen, rechtvaardig en vroom te leven in deze wereld, in afwachting van het geluk waarop we hopen, de verschijning van de heerlijkheid van onze grote God en onze redder Jezus Christus. Hij heeft zichzelf voor ons gegeven om ons van alle ongerechtigheid te verlossen, ons te reinigen en ons tot zijn eigen volk te maken, vol ijver voor goede werken.

Maar toen de goedheid en mensenliefde van God onze redder is verschenen, heeft Hij ons gered, niet omdat wij iets gedaan zouden hebben dat ons kan rechtvaardigen maar alleen omdat Hij barmhartig is.      Gered heeft Hij ons door het bad van wedergeboorte en vernieuwing door de heilige Geest,  die Hij overvloedig over ons heeft uitgestort door Jezus Christus onze redder. Zo zijn wij gerechtvaardigd door zijn genade en erfgenamen geworden van het eeuwig leven, waar onze hoop op gericht is.

EVANGELIE : Mattheüs 3,13-17

Jezus laat zich dopen      Toen kwam Jezus uit Galilea naar Johannes bij de Jordaan om zich door hem te laten dopen. Johannes probeerde Hem tegen te houden. Hij zei: 'Ik zou door U gedoopt moeten worden, en U komt naar mij?' Jezus gaf hem ten antwoord: 'Laat nu maar, want zo behoren wij de gerechtigheid volledig te vervullen.' Toen liet hij Hem begaan. Toen Jezus gedoopt was, kwam Hij meteen uit het water. En zie, daar opende zich de hemel voor Hem en Hij zag de Geest van God als een duif neerdalen en op Hem neerkomen. Er kwam een stem uit de hemel, die zei: 'Dit is mijn geliefde Zoon, in wie Ik vreugde vind.'

21:29 Gepost door kris in Lezingen van de zondag | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Augustinus : over de barmhartigheid

Over de barmhartigheid

Augustinus

 

 

augustine_of_cantebury 27 mei.jpg

Elke liefde veronderstelt een zekere welwillendheid tegenover hen die we beminnen. Ook de lichamelijke liefde, die we eerder genegenheid noemen.(Het woord 'liefde' wordt in onze cultuur immers gewoonlijk voorbehouden om een verheven liefde aan te duiden. Hoewel voor mij alle woorden om liefde aan te duiden gelijkwaardig zijn, aangezien de Heilige Schrift ze door elkaar gebruikt)(Deze passage is door de vertaler een beetje ingekort weergegeven, omdat ze in het Nederlands onvertaalbaar is. Het latijn kent namelijk drie verschillende woorden voor 'liefde' : caritas, dilectio en amor. DSommige christelijke schrijvers vóór Augustinus hebben getracht een zeker onderscheid tussen deze verschillende termen aan te brengen. Augustinus verwerpt echter dit onderscheid en wel op grond van het gebruik ervan in de H.Schrift) .Want wij mogen en kunnen de mens niet beminnen zoals een gastronoom verklaart van gebraden lijsters te houden. Waarom niet ? Omdat de gastronoom er alleen maar op uit is te doden en op te eten. Als hij zegt dat hij van gebraden lijsters houdt, dan houdt hij niet van de lijsters zelf, want die laat hij niet in leven doch vernietigt hij. Van eten houden we slechts om het te verbruiken en zelf weer op kracht te komen. Maar van mensen mogen we nooit houden als van gebruiksgoederen. Neen, vriendschap is een zaak van welwillendheid; vriendschap is iets willen geven aan hen die we beminnen. En als men dan niets heeft om te geven ? Dat is niet erg, de welwillendheid alleen is genoeg voor iemand die bemint.

Het heeft geen zin te verlangen dat er ongelukkige mensen zouden zijn om zich barmhartig over hen te kunnen buigen. Gij geeft brood aan iemand die honger heeft, maar het zou veel beter zijn dat niemand honger leed en gij aan niemand iets hoefde te geven. Gij geeft kleren aan iemand die er geen heeft, maar het zou veel beter zijn dat iedereen kleren bezat en er geen armoede bestond. Gij begraaft doden, maar het zou veel beter zijn dat iedereen het leven bezat, en dat niemand meer hoefde te sterven. Gij tracht mensen die het oneens zijn met elkaar, te verzoenen; maar het zou veel beter zijn te leven in die eeuwige vrede van Jeruzalem waarin geen onenigheid meer bestaat. Al de hulp die we geven wordt opgeroepen door nood. Neem de ongelukkigen weg uit deze wereld en alle werken van barmhartigheid worden overbodig.

Maar als er in deze wereld geen barmhartigheid meer nodig is, betekent dit dan nhiet noodzakelijk het einde van de weldoende gloed van de liefde ? Helemaal niet, Uw liefde zal meer authentiek zijn, als ze uitgaat naar een gelukkig mens aan wie ge niets hoeft te geven; zij zal zuiverder en oprechter zijn. Want als gij geeft aan een ongelukkig mens, dreigt het gevaar dat gij over hem wilt heersen en hij, die de beweegreden was van uw weldaad, u onderdanig moet zijn. Hij verkeert in nood, gij geeft hem iets. Omdat gij de gevende partij zijt, lijkt gij beter en meer mens te zijn dan hij aan wie gij geeft. Wens dat ieder mens uw gelijke is, zodat wij allen op gelijke wijze afhankelijk zijn van die Ene, aan wie wij niets kunnen geven.

In dergelijke zaken kent de hoogmoedige mens geen maat en daardoor wordt hij ook op een bepaalde manier hebzuchtig, aangezien 'de geldzucht de oorsprong is van alle kwaad' ( 1 Tim. 6,10). Er is ook gezegd dat 'de hoogmoed het begin is van elke zonde' (Sir.10,15) SZoms vragen we ons, hoe deze twee uitspraken met elkaar te verenigen zijn : 'De geldzucht is de oorsprong van het kwaad' en ' De hoogmoed is het begin van elke zonde'. Als de hoogmoed het begin is van elke zonde, dan is zij ook de oorsprong van alle kwaad, want in de hoogmoed ligt hebzucht opgesloten. Dit blijkt hieruit dat de hoogmoed geen maat kent. En wat is hebzucht ? Ook hebzucht bestaat juist juist daarin : verder willen gaan dan nodig is. Door hoogmoed is Adam ten val gekomen, want 'de hoogmoed is nhet begin van elke zonde'. Daar was ook hebzucht mee gemoeid, want wie is meer hebzuchtig dan een mens voor wie God nog niet voldoende is.

We lezen dat de mens gemaakt is naar het beeld en de gelijkenis van God. Van deze mens zei God : 'Hij heerse over de vissen van de zee, de vogels in de lucht en alle dieren die zich over de aarde voortbewegen' ( Gen.1,26). Hij zei niet : heerse over de mens ! Hij gaf de mens wel macht over de natuur : over de vissen, de vogels en de dieren die over de aarde kruipen. Waarom heeft de mens van nature een zekere macht over deze dieren ? Die macht bezit hij door het feit dat hij geschapen is naar Gods beeld. De mens is beeld van God door zijn verstand, door zijn geest, door zijn innerlijkheid : doordat hij de waarheid begrijpt, onderscheid kan maken tussen recht en onrecht, weet door wie hij geschapen is, en zijn schepper ken verstaan en loven. Wie zich verstandig gedraagt, bezit dit inzicht.

Uit : Eenheid en liefde : Augustinus preken over de eerste brief van Johannes. Uitg. Augustijns historisch instituut Heverlee-Leuven. Vertaald door Prof.dr.T.J.van Bavel. pp. 133-135

29-12-14

Johannes Chrysostomos : Zijn vader en moeder stonden verbaasd over wat van Hem gezegd werd

H. Johannes Chrysostomus (ca. 345-407), priester in Antiochië, daarna bisschop van Constantinopel, kerkleraar Homilie voor kerstmis; PG 56, 392

 

chrysostom16 modern amerikaans [1600x1200].jpg

"Zijn vader en moeder stonden verbaasd over wat van Hem gezegd werd"

 

Wat kan ik zeggen over dit mysterie? Ik zie een arbeider, een voederbak, een kind, doeken, het baren door een maagd die al het benodigde ontbreekt, allemaal tekenen van nederigheid, de hele last van de armoede. Hebt u ooit de rijkdom in zo’n penarie zien zitten? Hoe arm heeft degene die rijk was zich toch voor ons gemaakt (2Kor 8,9) tot op het punt dat Hij, bij een tekort aan een wieg en dekens, moest slapen in een harde voederbak? … Ach, enorme rijkdom onder de verschijning van armoede! Hij slaapt in een voederbak en Hij laat het universum wankelen. Hij is strak in doeken gewikkeld en breekt de boeien van de zonde. Terwijl Hij geen woord uit kan brengen, onderricht Hij de magiërs, opdat ze een andere weg terug gaan nemen. Het mysterie gaat het woord te boven! Zie de baby gewikkeld in doeken, gelegen in een kribbe; daar is ook Maria die tegelijk maagd en moeder is; en daar is Jozef die men zijn vader noemt. Hij is met Maria getrouwd, maar de heilige Geest heeft Maria met zijn schaduw overdekt. Daarom was Jozef bang, hij wist niet hoe hij het kind moest noemen… In zijn angst werd hem door een engel een boodschap gebracht: “Vrees niet, Jozef, het kind dat in haar verwekt is, is uit de heilige Geest” (Mt 1,20)… Waarom is de Verlosser uit een maagd geboren? Vroeger liet Eva die maagd was, zich verleiden en baarde de oorzaak van onze dood; Maria, die de Goede Boodschap van de engel had ontvangen, baarde het Woord dat vlees geworden was en dat ons het eeuwige leven brengt

Bron : www.dagelijksevangelie.org

1 2 3 4 5 6 7 8 Volgende