02-12-16

24e zondag na Pinksteren

 

 Welkom op mijn blog met informatie over de Orthodoxie. Teksten, bezinningen, theologie Foto's..........

 

 

Gezangen uitgevoerd door het koor van de Orthodoxe Kerk van Gent o.l.v. Paul Morreel

 

De teksten van de gezangen kunnen teruggevonden worden in de rechter kolom 

start nummer één en ga dan naar de tekst in de rechterkolom om alle gezangen goed te kunnen volgen

(Om de titels van de liederen te kunnen zien : openen in Google chrome of internet explorer - niet in windows ege)

 

 

INHOUD VAN MIJN BLOG   (klik)

Om gemakkelijk te vinden wat je zoekt !!

 

 

24e zondag na Pinksteren

24e zondag na pinksteren

"Genezing op een sabbat van een vrouw"

genezing op sabbat2.jpg

LEZINGEN :

Efeziërs,2,14-22 :

Want Hij is onze vrede, Hij die de twee werelden* één gemaakt heeft, en de scheidsmuur* heeft neergehaald, door in zijn vlees de vijandschap*, [15] de wet* met haar geboden en verordeningen, te vernietigen. Hij heeft vrede gesticht door in zijn persoon uit die twee één nieuwe* mens te scheppen, [16] en beiden in één lichaam met God te verzoenen door het kruis, waaraan* Hij de vijandschap heeft gedood. [17] En bij zijn komst heeft Hij vrede verkondigd aan u die veraf was en vrede aan hen die dichtbij waren. [18] Want door Hem hebben wij beiden in één Geest toegang tot de Vader.
[19] Zo* bent u dus geen vreemdelingen en ontheemden meer, maar medeburgers van de heiligen en huisgenoten van God, [20] gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten*, waarvan Christus Jezus zelf de hoeksteen is. [21] Op Hem, die het hele bouwwerk in zijn voegen houdt, groeit* het uit tot een heilige tempel in de Heer. [22] Op Hem wordt ook u mee opgebouwd tot een woning van God, in de Geest.

of

Galaten, 3,23- 4,5

[23] Vóór de komst van het geloof stonden wij onder bewaking van de wet, opgesloten tot het geloof zou worden geopenbaard. [24] De wet is dus voor ons een oppasser geweest tot de komst van Christus, opdat wij gerechtvaardigd zouden worden door het geloof. [25] Maar nu het geloof is gekomen, staan wij niet langer onder de oppasser. [26] Want u bent allemaal kinderen van God door het geloof, in Christus Jezus. [27] Want allemaal bent u in Christus gedoopt*, met Christus bekleed. [28] Er is geen Jood of Griek meer, er is geen slaaf of vrije, het is niet man en vrouw: u bent allemaal één in Christus Jezus. [29] Maar als u bij Christus hoort, dan bent u ook nageslacht van Abraham, erfgenamen overeenkomstig de belofte.
Hoofdstuk 4
[1] Ik* bedoel dit: zolang de erfgenaam onmondig is, verschilt hij in niets van een slaaf, hoewel hij heer van alles is; [2] maar hij staat onder voogden en beheerders tot het tijdstip* dat door zijn vader is bepaald. [3] Zo waren ook wij* slaven zolang we onmondig waren, onderworpen aan de machten* van de kosmos. [4] Maar toen de volheid* van de tijd gekomen was, heeft God zijn Zoon gezonden, geboren uit een vrouw, geboren onder de wet, [5] om hen die onder de wet stonden vrij te kopen, opdat wij de rang van zonen* zouden krijgen

EVANGELIE:

Lucas 13,10-17

Eens gaf Hij op sabbat onderricht in een synagoge. Daar bevond zich een vrouw die al achttien jaar leed onder een geest die haar ziek maakte. Ze liep krom en was niet in staat zich op te richten. Jezus zag haar en sprak haar aan. ‘Vrouw’, zei Hij, ‘u bent van uw kwaal verlost.’ Hij legde haar de handen op en onmiddellijk rechtte ze haar rug, en ze prees God. Geërgerd, omdat Jezus op sabbat iemand genezen had, zei de voorzitter van de synagoge tegen de menigte: ‘Zes dagen zijn er om te werken. Dan kunt u komen om u te laten genezen, niet op sabbat.’ De Heer gaf hem dit antwoord: ‘Huichelaars! Ieder van u maakt toch op sabbat zijn os of ezel los van de voerbak om hem te drinken te geven? Moest deze dochter van Abraham dan op sabbat niet losgemaakt worden van de boeien waarmee de satan haar al achttien jaar geleden heeft vastgebonden?’ Toen Hij dat zei stonden al zijn tegenstanders beschaamd en verheugde de hele menigte zich over alle prachtige dingen die door Hem totstandkwamen.

of

Marcus,5,24-34

(24)Hij ging met hem mee. Een grote menigte volgde Hem, en ze drongen tegen Hem op.
[25] Er was een vrouw bij die al twaalf jaar aan vloeiingen* leed. [26] Ze had veel te lijden gehad van allerlei dokters en alles uitgegeven wat ze had, en er geen baat bij gevonden; ze was er eerder op achteruitgegaan. [27] Omdat ze over Jezus gehoord had, kwam ze door de menigte naar Hem toe en raakte van achteren zijn kleren aan. [28] ‘Want’, dacht ze, ‘als ik zijn kleren maar aanraak, zal ik gered worden.’ [29] Meteen droogde de bron van haar bloed op, en ze voelde aan haar lichaam dat ze van haar kwaal was genezen. [30] Maar Jezus, die zelf meteen voelde dat er een kracht van Hem was uitgegaan, draaide zich in de menigte om en zei: ‘Wie heeft mijn kleren aangeraakt?’ [31] Zijn leerlingen zeiden tegen Hem: ‘U ziet hoe de menigte tegen U opdringt, en U zegt: “Wie heeft Mij aangeraakt?” ’ [32] Maar Hij keek rond om de vrouw te zien die dat gedaan had. [33] De vrouw werd bang en begon te beven, omdat ze wist wat er met haar gebeurd was. Ze kwam naar voren, wierp zich voor zijn voeten en vertelde Hem de hele waarheid. [34] Maar Hij zei haar: ‘Mijn dochter, uw vertrouwen is uw redding*; ga in vrede, en blijf van uw kwaal verlost.’

30-11-16

Basilius de Grote : een bruggenbouwer

Basilius de Grote: een bruggenbouwer

Basilios de grote  77.jpg

De monnik | Wie is Christus? | De botsing met de keizer | De zorg voor de armen | Zaken zijn zaken | Nieuwe verwikkelingen | Het dispuut over de Geest | De schepping | De cultuur

De monnik
Basilius leefde van 310 tot 379 n.Chr.. Hij werd geboren te Caesarea in Cappadocië (een streek in het huidige Turkije), als oudste zoon van een christelijk gezin. Zijn ouders hadden beiden vervolgingen meegemaakt, maar toch keerden zij zich niet tegen de 'boze' buitenwereld. Ze gaven Basilius daarentegen een brede vorming, dat wil zeggen dat hij zich bekwaamde in vele vormen van wetenschap. Hij raakte thuis in de platoonse, aristotelische en stoïcijnse denkwereld, en hij kwam in contact met tal van geleerden, onderzoekers, schrijvers en poëten.
Ondanks dit alles raakte Basilius onder de indruk van het ascetische ideaal. Dankzij de bisschop van Sebaste - Eustathius - trokken zijn oudere zus Macrina en zijn moeder zich na het overlijden van zijn vader terug in de eenzaamheid van arbeid en gebed. Ook Basilius maakte een radicale keuze. Hij wilde gehoor geven aan de roeping die losstaat van de wereldse 'wijsheid' en die zijn vorige leven volledig in de schaduw stelde. Hierbij riep hij de hulp in van monniken. Basilius raakte sterk onder de indruk van een leven van volmaaktheid door goederen aan de armen te geven en daardoor los te komen van de aardse verlokkingen. Hij maakte reizen naar Egypte, Palestina, Coële-Syrië en Mesopotamië. Tijdens deze reizen werd hij sterk aangesproken door de asceten die hij daar tegenkwam. Na thuiskomst liet Basilius zich dopen, om zich vervolgens bij zijn moeder en zus aan te sluiten in Annisi.
Basilius wilde Christus volgen door het kruis op te nemen en zichzelf te verloochenen. Dat betekende voor hem afstand doen van alles wat hem bond, dus ook de denkbeelden van zijn studie. De vraag blijft echter of Basilius ooit écht heeft gebroken met het denken van zijn verleden. Voor het monniken-ideaal waren er in de tijd van Basilius diverse voorbeelden, zoals de volgelingen van Antonius, van Pachomius en Eustathius. Basilius' grote liefde betrof de natuur, de plek bij uitstek om tot rust te komen. Dit punt speelde een grote rol bij de totstandkoming van zijn gedachten met betrekking tot het leven van monniken, die hij op schrift heeft gesteld.

Lees meer...

29-11-16

Basilios van Caesarea :"Jezus zei hun...altijd te bidden"

H. Basilius (ca 330-379), monnik en bisschop van Caesarea in Cappadocië, kerkleraar
Homelie 5

Basilios of_caesarea _de Grote.jpg

Basilios van Caesarea

 

"Jezus zei hun...altijd te bidden"

 

 

U moet uw gebed niet beperken tot een in woorden geformuleerde vraag. God heeft het immers niet nodig dat men Hem toespreekt; Hij weet, zelfs als we niets vragen, wat nuttig voor ons is. Wat valt er te zeggen? Het gebed bestaat niet uit formules; zij omvat het gehele leven. "Of u dus eet of drinkt, of wat dan ook doet, doe alles tot eer van God" (1Kor 10,31). Zit u aan tafel? Bid: door uw brood te nemen, dank Degene die het u heeft gegeven; als u uw wijn drinkt, herinner u dan Degene die u die gave heeft gegeven om uw hart te verblijden en uw ellende te verlichten. Als de maaltijd beëindigd is, vergeet dan niet de herinnering aan uw weldoener. Als u zich aankleedt, bedank dan Degene die het u gegeven heeft; als u uw mantel aantrekt, getuig dan van genegenheid voor God die ons kleding levert voor zowel de winter als de zomer, en om ons leven te beschermen.

Dank aan het einde van de dag, Degene die u de zon heeft gegeven voor het dagelijks werk en het vuur om de nacht te verlichten en om onze behoeften te voorzien. De nacht geeft u redenen tot dankbaarheid; door naar de hemel te kijken en door de schoonheid van de sterren te aanschouwen, bid dan tot de Meester van het universum die alles gemaakt heeft met wijsheid. Als u de gehele natuur ingeslapen ziet, aanbid dan nog steeds Degene die ons door de slaap van onze vermoeidheid ontlast en die ons door een beetje rust de energie aan onze krachten teruggeeft.

Zo zult u bidden zonder ophouden, als door de formules uw gebed onbevredigend is, blijft u daarentegen verenigd met God gedurende uw hele bestaan, door zo van uw leven een onophoudelijk gebed te maken.

Bron : www.dagelijksevangelie.org

26-11-16

feest heilige apostel Andreas

kaart (153 x 90).jpg

FEESTDAG VAN DE HEILIGE APOSTEL EN EERSTGEROEPENE ANDREAS

Patroonfeest van de Orthodoxe kerk van Gent
Pontificale Goddelijke Liturgie voorgegaan door Metropoliet Athenagoras om 10.00u

 

 

Andreas 158.JPG

heilige Apostel Andreas de eerstgeroepene der apostelen

 

Lezingen

Apostellezing : 1 Kor.4,9-16

Want ons, apostelen, heeft God volgens mij de minste plaats toegewezen, die van ter dood veroordeelden. Wij zijn een schouwspel geworden voor heel de wereld, voor engelen en voor mensen: wij zijn dwaas ter wille van Christus, en u bent zo verstandig in Christus! Wij zijn zwak, u bent sterk; u geëerd, wij geminacht.Tot nu toe lijden wij honger en dorst. Wij zijn naakt en krijgen slaag, wij zijn dakloos en matten ons af om met eigen handen de kost te verdienen. Worden wij uitgescholden, dan zegenen wij; worden wij vervolgd, dan verdragen wij het; op smaad antwoorden wij minzaam. Wij worden nog steeds behandeld als het schuim der aarde, als het uitvaagsel van de maatschappij. Niet om u beschaamd te maken schrijf ik dit, maar om u te vermanen als mijn dierbare kinderen. Misschien hebt u in Christus duizend opvoeders, maar veel vaders hebt u niet. Ik ben het die u door het evangelie in Christus Jezus heb verwekt. Ik mag u dus aansporen: neem een voorbeeld aan mij.

 

Evangelielezing : Joh.1,35-51

De eerste leerlingen De volgende dag was Johannes daar weer; twee van zijn leerlingen waren bij hem. Hij richtte zijn blik op Jezus, die daar langskwam, en zei: 'Daar is het lam van God.' De twee leerlingen gaven gehoor aan zijn woord en volgden Jezus. Jezus keerde zich om, zag dat ze Hem volgden en sprak hen aan: 'Zoeken jullie iets?' Ze zeiden: 'Rabbi (dat betekent: meester), waar houdt U uw verblijf?' Hij antwoordde: 'Kom mee en je zult het zien.' Ze gingen mee, en zagen waar Hij zijn verblijf hield. En ze verbleven die dag bij Hem. Het was ongeveer het tiende uur. Andreas, de broer van Simon Petrus, was een van die twee die naar Johannes hadden geluisterd en Jezus waren gevolgd. De eerste die hij ging opzoeken was zijn broer Simon. 'We hebben de Messias gevonden!' zei hij. (Messias betekent: gezalfde.) Daarop bracht hij hem bij Jezus. Jezus richtte zijn blik op hem en zei: 'Jij* bent Simon, de zoon van Johannes; voortaan zul je Kefas heten.' (Dat betekent: rots).
Jezus roept Filippus en Natanaël De volgende dag, toen Hij besloten had om naar Galilea te gaan, ontmoette Hij Filippus. 'Volg Mij', zei Jezus tegen hem. Filippus was afkomstig uit Betsaïda, de stad waar ook Andreas en Petrus vandaan kwamen. Filippus ging Natanaël opzoeken en zei tegen hem: 'Degene over wie Mozes in de Wet en ook de profeten hebben geschreven, die hebben we gevonden: Jezus, de zoon van Jozef, uit Nazaret.' 'Nazaret?' zei Natanaël. 'Kan daar iets goeds vandaan komen?' Maar Filippus hield vol: 'Kom mee en je zult het zien.' Jezus zag dat Natanaël naar Hem toe kwam en zei over hem: 'Daar heb je een echte Israëliet, in wie geen oneerlijkheid is.' 'Waar kent U mij van?' vroeg Natanaël. Jezus gaf hem ten antwoord: 'Nog voordat Filippus je kwam roepen, toen je onder de vijgenboom* zat, had Ik je al gezien.' 'Rabbi,' zei Natanaël, 'U bent de Zoon van God, U bent de koning van Israël!' Waarop Jezus zei: 'Je gelooft dus omdat Ik zei dat Ik je gezien heb onder de vijgenboom? Je zult nog grotere dingen zien!' En Hij voegde eraan toe: 'Waarachtig, Ik verzeker jullie: je zult zien hoe de hemel* geopend is en Gods engelen opstijgen en neerdalen boven de Mensenzoon.

 

kerk van gent.jpg

19-11-16

22e zondag na Pinksteren

22e zondag na pinksteren

"Rijkdom en dwaasheid"

LEZINGEN

Galaten,6,11-18

[11] Zie met wat voor grote* letters ik* u nu eigenhandig heb geschreven. [12] De lieden die zo graag in menselijk opzicht een goed figuur willen slaan, trachten u alleen maar de besnijdenis op te dringen om niet vervolgd te worden vanwege het kruis van Christus. [13] Want die besnedenen onderhouden zelf niet eens de wet, maar willen wel dat u zich laat besnijden, om daarop trots te kunnen zijn.
[14] Wat mij betreft: ik denk er niet aan mij op iets anders te beroemen dan op het kruis van onze Heer Jezus Christus, waardoor de wereld voor mij gekruisigd is en ik voor de wereld gekruisigd ben. [15] Het gaat niet om besnijdenis of onbesnedenheid, maar om de nieuwe schepping. [16] Laat vrede en barmhartigheid komen over allen die naar dit beginsel leven, en over het Israël van God! [17] Laat voortaan niemand het mij lastig maken, want ik draag de merktekens van Jezus in mijn lichaam.
[18] Broeders en zusters, de genade van onze Heer Jezus Christus zij met uw geest. Amen.

EVANGELIE

Lucas 10,38-42;11,27-28

Bij Marta en Maria
[38] Op hun reis ging Hij een dorp in. Een vrouw, Marta genaamd, ontving Hem. [39] Zij had een zuster die Maria heette. Die kwam aan de voeten van de Heer zitten en luisterde naar zijn woorden. [40] Marta had het heel druk met bedienen. Ze ging naar Jezus toe en vroeg: ‘Heer, laat het U koud dat mijn zuster mij alleen laat bedienen? Zeg haar dat ze mij komt helpen.’ [41] De Heer gaf haar ten antwoord: ‘Marta, Marta, je maakt je bezorgd en druk over van alles, [42] maar slechts één ding is nodig. Maria heeft het beste deel gekozen en dat zal haar niet worden ontnomen.’
Gelukwensen
[27] Tijdens zijn toespraak verhief een vrouw uit de menigte haar stem en riep Hem toe: ‘Gelukkig de schoot die U heeft gedragen, en de borsten waaraan U hebt gezogen.’ [28] ‘Inderdaad*,’ zei Hij, ‘gelukkig zij die het woord van God horen en het bewaren.’

16-11-16

Gregorius van Nyssa :"Zalig jullie armen"

H. Gregorius van Nyssa (ca. 335-395), monnik en bisschop
De Zaligsprekingen 1

 

Gregor_von_Nazianz_der_Juengere741.jpg

 

"Zalig jullie armen"

 

 

Aangezien bijna alle mensen op natuurlijke wijze naar de trots worden gebracht, begint de Heer met de Zaligsprekingen door het oorspronkelijk kwaad van de zelfgenoegzaamheid te verwijderen en door aan te raden om de ware vrijwillige Arme, die werkelijk gelukkig is, na te volgen – door op Hem te lijken naar ons vermogen, door een vrijwillige armoede, om zo deel te hebben aan zijn zaligspreking, aan zijn geluk. “Die gezindheid moet onder u heersen welke ook Jezus Christus bezielde. Hij die bestond in goddelijke majesteit heeft zich niet willen vastklampen aan de gelijkheid met God: Hij heeft zich van zichzelf ontdaan en het bestaan van een slaaf aangenomen” (Fil 2,5-7).

Wat is er ellendiger voor God dan de gestalte van een dienstknecht aan te nemen? Wat is er geringer voor de Koning van het universum, dan onze menselijke natuur aan te nemen? De Koning der koningen en de Heer der heren, de Rechter van het universum betaalt belasting aan de keizer (1Tm 6,17; He 12,23; Mc 12,17). De Meester van de schepping omhelst deze wereld, gaat een grot binnen, vindt geen plaats in een herberg en neemt toevlucht in een stal, in gezelschap van redeloze dieren. Degene die zuiver en onbevlekt is neemt de zonden van de menselijke natuur op zich, en na al onze ellende te hebben gedeeld, gaat Hij door tot aan de ervaring van de dood. Beschouw de mateloosheid van zijn vrijwillige armoede! Het Leven proeft de dood; de Rechter is voor de rechtbank gesleept; de Meester van het leven van allen, onderwerpt zich aan de gezagsdragers; de Koning van de hemelse machten onttrekt zich niet aan de beulen. Naar dit voorbeeld, zegt de heilige Paulus, wordt nederigheid gemeten (Fil 2,5-7).

bron : www.dagelijksevangelie.org

11-11-16

Het voornaamste gebod

 

21e zondag na Pinksteren

"Het voornaamste gebod"

liefde-is-9-638.jpg

LEZINGEN

 

Hebreeën : 7,26-8,2

 

7, [26] Zo’n hogepriester hadden wij ook nodig: een die heilig is, schuldeloos, onbesmet, afgescheiden* van de zondaars, en hoog verheven boven de hemelen; [27] Hij hoeft ook niet, zoals de hogepriesters, elke dag opnieuw eerst voor zijn eigen zonden offers op te dragen en daarna voor die van het volk, want dit heeft Hij eens en voorgoed gedaan, toen Hij zichzelf offerde. [28] De wet stelt als hogepriester mensen aan, die met zwakheid behept zijn; maar de eed, die uitgesproken is na de wetgeving, wijst de Zoon aan, die volmaakt is in eeuwigheid.
Hoofdstuk 8
De eredienst van het eerste verbond
[1] De* kern van ons betoog is dat wij zo’n hogepriester hebben. Gezeten aan de rechterkant van de troon van de majesteit in de hemel, [2] bedient Hij het heiligdom, de waarachtige tent, die de Heer zelf heeft opgericht, en niet een mens.

 

Galaten, 2,16-20 :

16] Aangezien wij weten dat de mens niet gerechtvaardigd wordt door de werken van de wet, maar alleen door het geloof in Jezus Christus, zijn ook wij in Christus Jezus gaan geloven, om gerechtvaardigd te worden door het geloof in Christus en niet door de werken van de wet, want door de werken van de wet zal geen mens gerechtvaardigd worden. [17] Als* wij nu, door onze gerechtigheid te zoeken bij Christus, ook zelf zondaars bleken te zijn, betekent dit dan dat Christus in dienst staat van de zonde? Dat nooit! [18] Maar als ik weer opbouw wat ik heb afgebroken, maak ik mezelf tot overtreder. [19] Want staande* onder de wet ben ik gestorven voor de wet, om te leven voor God. Met Christus ben ik gekruisigd. [20] Ikzelf leef niet meer, Christus leeft in mij. Mijn sterfelijk leven is een leven in het geloof in de Zoon* van God, die mij heeft liefgehad en zichzelf heeft overgeleverd voor mij.

 

Evangelie : Johannes 10,9-16 :

 

 

[25] Jezus antwoordde: ‘Dat heb Ik al gedaan, maar u wilt niet geloven: de daden die Ik namens mijn Vader verricht, getuigen van Mij. [26] Maar omdat u niet tot mijn schapen behoort, wilt u niet geloven. [27] Mijn schapen luisteren naar mijn stem; Ik ken ze en ze volgen Mij. [28] Ik geef hun eeuwig leven: nooit zullen ze verloren gaan, niemand zal ze aan mijn hand ontrukken. [29] Want* wat mijn Vader Mij heeft toevertrouwd, gaat alles te boven: niemand kan het ontrukken aan de hand van mijn Vader! [30] Ik* en de Vader, Wij zijn één.’
[31] Weer scheelde het niet veel of de Joden hadden Hem gestenigd. [32] Hierop zei Jezus: ‘Zoveel daden heb Ik u te zien gegeven, weldaden die van de Vader kwamen; om welke daarvan wilt u Mij stenigen?’ [33] De Joden antwoordden: ‘Niet om een weldaad willen we U stenigen, maar wegens godslastering. Want hoewel U maar een mens bent, geeft U zich voor God uit.’ [34] Jezus hernam: ‘Staat er niet in uw wet* geschreven: Ik heb gezegd: jullie zijn goden? [35] Als dus de wet degenen tot wie dit woord gericht wordt, goden noemt – en de Schrift is onaantastbaar – [36] met welk recht bestempelt u dan degene die de Vader heeft uitverkoren en naar de wereld heeft gezonden, als een godslasteraar omdat Hij zich Zoon van God noemt? [37] Als Ik de daden* van mijn Vader niet verricht, hoeft u niet in Mij te geloven.

 

Evangelie : Lucas 10,25-37 :

[25] Daar* kwam een wetgeleerde naar Hem toe om Hem op de proef te stellen. ‘Rabbi,’ zei hij, ‘wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwig leven?’ [26] Hij zei tegen hem: ‘Wat staat er in de wet geschreven? Hoe leest u dat?’ [27] Hij gaf ten antwoord: ‘U zult de Heer uw God liefhebben* met heel uw hart, met heel uw ziel, met heel uw kracht en met heel uw verstand, en uw naaste als uzelf.’ [28] Hij zei tegen hem: ‘Juist geantwoord! Doe dat en u zult leven.’
[29] Maar hij wilde zich rechtvaardigen en vroeg aan Jezus: ‘Ja maar, wie is mijn naaste?’ [30] Jezus* nam weer het woord en zei: ‘Op reis van Jeruzalem naar Jericho viel iemand in handen van rovers. Ze schudden hem uit, mishandelden hem en lieten hem halfdood achter. [31] Toevallig kwam er een priester langs die weg; hij zag hem, maar liep in een boog om hem heen. [32] Ook een Leviet die voorbijkwam en hem zag, liep in een boog om hem heen. [33] Toen kwam er een Samaritaan langs die op reis was; hij zag hem en was ten diepste met hem begaan. [34] Hij ging naar hem toe, goot olie en wijn op zijn wonden en verbond ze. Toen zette hij hem op zijn eigen rijdier en bracht hem naar een herberg, waar hij hem verder verzorgde. [35] De volgende ochtend haalde hij twee denariën tevoorschijn en gaf ze aan de waard. “Zorg voor hem,” zei hij, “en als u nog meer kosten moet maken, zal ik ze u op mijn terugreis vergoeden.” [36] Wie van die drie is naar uw mening de naaste geweest van de man die in handen van de rovers was gevallen?’ [37] Hij zei: ‘Hij die hem barmhartigheid heeft bewezen.’ Jezus zei tegen hem: ‘Doe dan voortaan net als hij.’

liefde2.jpg

10-11-16

theodorus de Studiet

H. Theodorus de Studiet (759-826), monnik te Constantinopel
Klein Catechisme, nr 130

 

Theodoor stratilates.jpg

theodorus de studiet

Elk moment is gunstig

Broeders en zusters, er is een tijd van zaaien en een tijd oogsten, een tijd voor vrede en een tijd voor oorlog. Een tijd om bezig te zijn en een tijd voor vrije tijd (cf Pr. 3) Maar voor het heil van de ziel, is elk moment gunstig, en elke dag geschikt, als we dat tenminste willen. Laten we zo dus altijd op weg zijn naar het goede, het is gemakkelijk in beweging te zetten, vol van frisheid, door woorden in handelingen om te zetten. “Want, zegt de apostel Paulus, het zijn niet zij die luisteren naar de wet die rechtvaardig zijn in God's ogen, maar zij die de wet in de praktijk omzetten, zijn rechtvaardigen” (Rom 2,13)... Is dit de tijd van de spirituele oorlog? Dan moet men met vuur vechten en de demonische gedachten, die in ons opkomen, met de hulp van God achtervolgen… Als integendeel, het tijd is voor de spirituele oogst, dan moet men oogsten met vuur en de voorraden van het eeuwig leven in de geestelijke voorraadschuren verzamelen...

Het is altijd tijd voor het gebed, tijd voor tranen, tijd voor verzoening na fouten, en tijd om zich te verheugen over het Koninkrijk des hemelen. Waarom aarzelen we desondanks? Waarom verzetten we het naar later? Waarom stellen we verbetering dag na dag uit? “Gaat deze wereld zoals we die zien, niet voorbij?” (1 Kor 7,31) … Zullen wij altijd blijven?... Maakt het voorbeeld van de tien verstandige meisjes ons niet bevreesd? “Daar komt de bruidegom, zegt het Evangelie, ga Hem tegemoet”. En de verstandige meisjes zijn Hem tegemoet gegaan met brandende lampen en ze zijn bij de bruidsvertrek binnengegaan; terwijl de dwaze meisjes die verlaat waren door de afwezigheid van goede werken, schreeuwden; “Heer, Heer, doe voor ons open”. Maar Hij antwoordde: "Ik zeg jullie in waarheid, ik ken jullie niet” en Hij voegde er aan toe: “Waak dus want u kent dag noch uur”. Men moet dus waken en de ziel wakker maken voor soberheid, berouw, heiligheid, zuiverheid, voor de verlichting, om te voorkomen dat de dood ons de deur sluit en dat er niemand is die voor ons open doet of ons helpt

bron : www.dagelijksevangelie.org

theodorus de Studiet

HEILIGENLEVEN

 

De heilige Theodorus de Studiet

Theodoor de studiet.jpg

heilige Theodorus de Studiet

 

De heilige Theodorus Studites, brengt ons midden in de Middeleeuwen in het Byzantijnse Rijk, in een tamelijk onrustige periode op religieus en politiek vlak. De heilige Theodorus werd in 759 geboren in een edele en vrome familie: zijn moeder Theoctista en zijn nonkel Plato, abt van het klooster van Sakkudion in Bithinië, worden als heiligen vereerd. Het was zijn nonkel, die hem de weg naar het kloosterleven toonde, en daarvoor koos hij op 22-jarige leeftijd. Hij werd door patriarch Tarasius tot priester gewijd, maar brak met hem omwille van de zwakke houding die hij aannam tegenover het overspelige huwelijk van keizer Constantijn VI. Met als gevolg dat hij in 796 naar Tessalonica verbannen werd. Het jaar daarop kwam er terug verzoening met het keizerlijk gezag onder keizerin Irene, door wiens welwillendheid Theorodus en Plato, met een groot deel van de monnikengemeenschap van Saccoudion, hun intrek konden nemen in het stedelijk klooster van Stoudion om de invallen van de Sarrazenen te vermijden. Zo begon de grote “Studietische hervorming”.


Doch, de persoonlijke geschiedenis van Theodorus, bleef bewogen. Met zijn gekende energie, leidde hij de weerstand tegen het iconoclasme van Leo V de Armeniër, die zich opnieuw kantte tegen beelden en iconen in de kerken. De processie met iconen die de monniken van Stoudion organiseerden, ontketende reactie bij de politie. Tussen 815 en 821 werd Theodorus gegeseld, gevangen genomen en naar verschillende plaatsen in Klein Azië verbannen. Uiteindelijk mocht hij terug binnen in Constantinopel maar niet meer in zijn klooster. Dan vestigde hij zich met zijn monniken aan de andere kant van de Bosporus. Hij stierf naar het schijnt, in Prinkipo op 11 november 826, dag waarop de Byzantijnse kalender hem gedenkt. Theodorus onderscheidde zich in de Kerkgeschiedenis als één van de grote hervormers van het kloosterleven en ook als verdediger van de heiligenbeelden tijdens de tweede fase van het iconoclasme, aan de zijde van de patriarch van Constantinopel, de heilige Niceforus. Theodorus had begrepen dat de kwestie van de iconenverering te maken had met de waarheid van de Menswording zelf. In zijn drie boeken “Antirretikoi” (“Weerleggingen”), maakte Theodorus een vergelijking tussen de eeuwige relaties binnen de Drie-eenheid, waar het bestaan van elke Goddelijke persoon afzonderlijk hun eenheid niet tenietdoet en de relatie tussen de twee naturen in Christus, die de unieke Persoon van de Logos niet in gevaar brengen. Zijn argumentatie luidt als volgt: de verering van een Christusicoon afschaffen zou betekenen, Zijn verlossend werk afschaffen, want door de menselijke natuur aan te nemen, is het onzichtbare eeuwige Woord in het zichtbare menselijke vlees verschenen en heeft Het zo heel de zichtbare kosmos geheiligd. Iconen, geheiligd door liturgische zegeningen en door de gebeden van de gelovigen, verenigen ons met de Persoon van Christus, met de heiligen en op hun voorspraak, met de hemelse Vader en getuigen van de toegang van onze zichtbare en stoffelijke kosmos tot de Goddelijke werkelijkheid.

Theodorus en zijn monniken zijn als getuigen van moed in een tijd van iconoclastische vervolging, onlosmakelijk verbonden met de hervorming van het gemeenschapsleven in de Byzantijnse wereld. Hun belang dringt zich zelfs op door een uiterlijk gegeven: hun aantal. Terwijl de kloosters van die tijd niet meer dan dertig of veertig monniken telden, vernemen wij in het “Leven van Theodorus” dat er in totaal in de Studietische kloosters meer dan duizend waren. Theodorus licht ons zelf in over de aanwezigheid van ongeveer driehonderd monniken in zijn klooster; wij zien dus de begeestering van het geloof die ontstond rond deze man, die echt door het geloof gevormd was. Doch, meer dan het aantal, bleek de nieuwe geest die de stichter aan het gemeenschapsleven gaf, invloed te hebben. In zijn geschriften benadrukt hij de noodzaak van een bewuste terugkeer naar de leer van de Kerkvaders, vooral naar de heilige Basilius, de eerste die aan het kloosterleven een regel gaf en naar de heilige Dorotheüs van Gaza, de bekende spirituele vader in de woestijn van Palestina. De karakteristieke bijdrage van Theodorus ligt in de nadruk op de noodzaak van orde en onderwerping van de monniken. Tijdens de vervolging waren zij verstrooid geraakt en ieder leefde volgens eigen inzicht. Nu het opnieuw mogelijk was het gemeenschapsleven te organiseren, vroeg het een grondig engagement om van het klooster een ware georganiseerde gemeenschap te maken, een ware familie of zoals hij zegt, een waarachtig “Lichaam van Christus”. Zo een gemeenschap is de concrete realisatie van de Kerk in haar geheel.


Een andere basisovertuiging van Theodorus is deze: ten overstaan van leken, nemen monniken het engagement om de christelijke plichten te vervullen, strenger en intenser op. Daarom leggen zij een bijzondere gelofte af die tot de “hagiasmata” (wijdingen) behoort, bijna een nieuw doopsel; het habijt is daarvan het symbool. Aan de andere kant is het engagement voor armoede, kuisheid en gehoorzaamheid eigen aan monniken, in tegenstelling tot leken. Wanneer Theodorus zich tot monniken richt, spreekt hij concreet, soms bijna schilderachtig, over armoede; deze is in de navolging van Christus en van in den beginne een essentieel element van het kloosterleven maar wijst eveneens de weg voor ons allen. Onthechting aan bezit van materiële dingen, vrijheid tegenover bezit, matigheid en eenvoud gelden op een radicale manier alleen voor monniken, doch de geest van deze onthechting is dezelfde voor iedereen. Inderdaad, wij mogen niet afhankelijk zijn van materieel bezit, wij moeten integendeel onthechting leren, soberheid, strengheid en matigheid. Alleen zo kan een solidaire samenleving bloeien en kan het grote probleem van de armoede in de wereld overwonnen worden. Zo wijst het radicale teken van de armoede bij monniken, wezenlijk ook de weg voor ons allen. Wanneer hij het vervolgens heeft over de bekoringen tegen de kuisheid, verbergt Theodorus zijn ervaring niet en toont hij de weg van de innerlijke strijd om zelfbeheersing te vinden en zo, eerbied voor het eigen lichaam en dat van de andere, als tempel van God.

Maar de grootste onthechting is voor hem die van de gehoorzaamheid, want iedere monnik heeft zijn eigen manier van leven en het feit tot een grote gemeenschap van driehonderd monniken te behoren, veronderstelt werkelijk een nieuwe levenswijze die hij het “martelaarschap van de onderwerping” noemt. Ook hier geven de monniken een voorbeeld van de noodzaak daarvan, want sinds de erfzonde heeft de mens de neiging zijn eigen wil te doen, staat het wereldse leven voorop en wordt alles aan de eigenwil onderworpen. Maar indien iedereen slechts zichzelf volgt, kan de sociale structuur niet werken. Alleen als men zich leert aansluiten bij de gemeenschappelijke vrijheid, als men ze leert delen en er zich aan onderwerpt, als men leert trouw te zijn, ’t is te zeggen als men zich onderwerpt en gehoorzaamt aan de regels van het algemeen welzijn en het gemeenschapsleven, kan een samenleving genezen, zodat het 'ik' van de hoogmoed niet meer in het midden staat. Zo helpt de heilige Theodorus zijn monniken en uiteindelijk ook ons, om door middel van een fijngevoelige introspectie, het ware leven te begrijpen, te weerstaan aan de bekoring om van zijn eigen wil de hoogste levensregel te maken, zijn ware persoonlijke identiteit te bewaren – die altijd een identiteit met de anderen is – evenals de vrede des harten.

Voor Theodorus de Studiet is een even belangrijke deugd als gehoorzaamheid en nederigheid, de “philergia”, liefde voor het werk, waarin hij een criterium ziet om de kwaliteit van iemands devotie te testen: wie vurig is in materiële engagementen, wie met toewijding werkt, zo beweert hij, is dat ook in zijn spirituele engagementen. Hij laat dus niet toe dat de monnik zich, onder het voorwendsel van gebed en contemplatie, ontslaat van werk, evenmin van handenarbeid, wat volgens hem en volgens heel de monastieke traditie, het middel is om God te vinden. Theodorus heeft geen schrik om werk het “offer van de monnik” te noemen, zijn “liturgie” en zelfs een soort van Mis dat het monastieke leven engelachtig maakt. Juist zo moet de wereld van het werk gehumaniseerd worden en wordt de mens door het werk meer zichzelf, komt hij dichter bij God. Een gevolg van deze opmerkelijke visie is vermeldenswaard: juist omdat ze de vrucht zijn van een vorm van “liturgie”, mogen de rijkdommen die voortkomen uit het gezamenlijk werk niet dienen voor het comfort van de monniken maar zijn ze bestemd voor hulp aan de armen. Hier ziet iedereen dat de vrucht van het werk noodzakelijk aan iedereen ten goede komt. Het is evident dat het werk van de “Studieten” niet alleen manueel was: zij waren van groot belang voor de religieuze en culturele ontwikkeling van de Byzantijnse beschaving als kalligraaf, schilder, dichter, opvoeder, leraar, bibliothecaris.

Alhoewel Theodorus een uitgebreide activiteit aan de dag legde, liet hij zich niet verstrooien door wat hem afleidde van wat strikt behoorde tot zijn functie van overste: de geestelijke vader zijn van iedereen. Hij kende de doorslaggevende invloed die zijn goede moeder en zijn heilige nonkel Plato - die hij betekenisvol “vader” noemde - op hem hadden uitgeoefend. Hij had dus de geestelijke leiding over zijn monniken. Iedere dag, zo vertelt zijn biograaf, ging hij na het avondgebed voor de iconostase zitten om naar ieders vertrouwelijke mededelingen te luisteren. Hij gaf ook geestelijke raad aan vele mensen van buiten het klooster. Het “Testamento spirituale” en de “Brieven” benadrukken zijn open en liefdevol karakter en tonen dat uit zijn vaderschap ware geestelijke vriendschappen groeiden in het monastieke midden en erbuiten.

De “Regel”, gekend onder de naam “Hypotyposis”, die kort na Theodorus’ dood gecodificeerd werd, werd mits enkele wijzigingen overgenomen op de Berg Athos toen de heilige Athanasius de Athoniet er in 962 de Grote Lavra (Klooster) stichtte en in het Rus’ van Kiev, toen bij de aanvang van het tweede millennium de heilige Theodosius hem in het Grottenklooster invoerde. Begrepen in zijn authentieke zin, blijkt de “Regel” opmerkelijk actueel. Er bestaan vandaag talrijke stromingen die de eenheid van het gemeenschappelijke geloof bedreigen en naar een soort van gevaarlijk spiritueel individualisme en intellectuele hoogmoed leiden. Er is engagement nodig om de volmaakte eenheid van het Lichaam van Christus te verdedigen en te doen groeien, zodat vrede door orde en oprechte persoonlijke relaties in de Geest harmonieus tot stand kunnen komen.

Het is misschien nuttig tot slot enkele van de belangrijkste elementen van de geestelijke leer van Theodorus te hernemen. Liefde voor de mens geworden Heer en voor Zijn zichtbaarheid in de liturgie en de iconen. Trouw aan het Doopsel en engagement om te leven in de gemeenschap van het Lichaam van Christus, dat ook begrepen wordt als de gemeenschap van de Christenen onderling. Geest van armoede, matigheid, onthechting; kuisheid, zelfbeheersing, nederigheid en de gehoorzaamheid die ingaat tegen het primaat van de eigenwil die de sociale structuur en de vrede in de zielen tenietdoet. Liefde voor materieel en spiritueel werk. Geestelijke vriendschap die ontstaat door de zuivering van zijn geweten, van zijn ziel, van zijn leven. Proberen wij deze leer te volgen, die ons werkelijk de weg toont naar het echte leven.

1 2 3 4 5 6 7 8 Volgende