16-05-15

6e zondag na Pasen : de blindgeborene

 Welkom op mijn blog met informatie over de Orthodoxie. Teksten, bezinningen, theologie Foto's..........

 

 

 Om uit de bijbel te horen voorlezen, klik op het bijbeltje

bijbel 2.jpg

 

De teksten van de gezangen kunnen teruggevonden worden in de rechter kolom 

start nummer één en ga dan naar de tekst in de rechterkolom om alle gezangen goed te kunnen volgen

Om mij te contacteren : zie linkerkolom 'contacteer me'

 

13:15 Gepost door kris in Lezingen van de zondag | Permalink | Commentaren (10) |  Facebook |

6e zondag na Pasen : de blindgeborene

ZONDAG VAN DE BLINDGEBORENE

6e zondag na Pasen

 

blindgeborene ethiopisch.jpg

De blindgeborene - Ethiopische icoon

 

 

 

LEZINGEN :

Handelingen : 16,16-34

    Onderweg naar die gebedsplaats kwam er eens een slavin op ons af die een helderziende geest had en met haar waarzeggerij voor haar eigenaren veel geld verdiende.  Zij liep Paulus en ons achterna en schreeuwde aldoor: 'Deze mensen zijn dienaren van de allerhoogste God. Ze verkondigen u de weg naar de redding.'  Dat deed ze vele dagen achtereen. Toen het Paulus te veel werd, draaide hij zich om en zei tegen de geest: 'In naam van Jezus Christus beveel ik je uit haar weg te gaan.' Op dat ogenblik ging hij weg.  Toen haar eigenaren hun hoop op inkomsten vervlogen zagen, grepen ze Paulus en Silas vast en sleurden hen naar het stadsbestuur op het plein;  ze brachten hen voor de pretoren en zeiden: 'Deze mensen brengen onrust in onze stad. Het zijn Joden  en ze verkondigen zeden en gewoonten die wij als Romeinen niet mogen overnemen of volgen.'  Ook het volk keerde zich tegen hen en de pretoren rukten hun de kleren van het lijf en lieten hen met stokken afranselen.  Toen men hun een flink aantal slagen had toegediend, zetten ze hen in de gevangenis, en ze gaven de cipier het bevel om hen streng te bewaken.  Op dit bevel zette hij hen in de binnenste kerker en sloot hun voeten in het blok.       Rond middernacht zongen Paulus en Silas hun gebeden voor God, terwijl de gevangenen toeluisterden.  Plotseling deed zich een zo zware aardschok voor dat de fundamenten van de gevangenis schudden. Meteen gingen alle deuren open en sprongen bij iedereen de boeien los.  De cipier schoot wakker en toen hij de deuren van de gevangenis open zag staan, trok hij zijn zwaard en wilde hij zelfmoord plegen, omdat hij dacht dat de gevangenen ontsnapt waren.  Maar Paulus schreeuwde: 'Doe uzelf geen kwaad, we zijn er nog allemaal!'  Hij vroeg om licht, rende naar binnen en viel bevend voor Paulus en Silas neer;  daarop ging hij met hen naar buiten en zei: 'Heren, wat moet ik doen om gered te worden?'  Zij antwoordden: 'Geloof in de Heer Jezus; dan zult u gered worden, u en al uw huisgenoten.'  En ze verkondigden het woord van de Heer aan hem en aan al zijn huisgenoten.  Nog op dat uur van de nacht nam hij hen mee om hun wonden te wassen. Meteen daarna liet hij zich met al de zijnen dopen.  Hij nam hen mee naar zijn woning en zette hun een maaltijd voor; met al zijn huisgenoten verheugde hij zich omdat hij nu in God geloofde

EVANGELIE :

Joh.9,1-38 :

 blindgeborene0.jpgGenezing van een blindgeborene Bij het naar buiten gaan zag Hij een man die al vanaf zijn geboorte blind was. Zijn leerlingen vroegen Hem: 'Rabbi, waarom is hij blind geboren? Heeft hij dat te wijten aan zijn eigen zonde of aan die van zijn ouders?' Jezus antwoordde: 'Niet aan zijn eigen zonde, en evenmin aan die van zijn ouders. Nee, de dadenvan God moeten in hem openbaar worden.  We moeten de daden van Hem die Mij gezonden heeft, verrichten zolang het dag is; de nacht komt, en dan kan men niet werken.  Zolang Ik in de wereld ben, ben Ik het licht van de wereld.'  Na deze woorden spuwde Hij op de grond, maakte wat slijk van zand en speeksel en streek dat op de ogen van de blinde.  Daarna zei Hij tegen hem: 'Vooruit, ga u wassen in het Siloambad.' (Siloam wil zeggen: gezondene.) De man ging ernaartoe, waste zich en kwam ziende terug.       Zijn buren en degenen die hem voordien vaak hadden gezien - hij was namelijk een bedelaar - zeiden: 'Is dat niet de man die altijd zat te bedelen?'  'Inderdaad', zeiden sommigen. 'Welnee,' zeiden anderen, 'maar hij lijkt er wel op.' Maar hijzelf zei: 'Toch wel, ik ben het.'  'Maar wat is er dan met je ogen gebeurd, dat je nu ineens kunt zien?' vroegen ze.  Hij antwoordde: 'Een zekere Jezus maakte wat slijk en streek dat op mijn ogen. Toen zei Hij: "Ga nu naar de Siloam om u te wassen." Ik ben dus gegaan, en toen ik mij gewassen had, kon ik zien.'  'Waar is die man?' vroegen ze. 'Dat weet ik niet', zei hij.       Ze brachten de man die blind geweest was bij de farizeeën.  Nu was de dag waarop Jezus slijk had gemaakt en zijn ogen had geopend, een sabbat.  Daarom stelden ook de farizeeën hem de vraag hoe het kwam dat hij nu kon zien. Hij antwoordde: 'Hij deed wat slijk op mijn ogen, ik heb me gewassen en nu zie ik.'  'Zo iemand komt niet van God,' oordeelden sommige farizeeën, 'want Hij houdt de sabbat niet.' Anderen merkten op: 'Maar hoe zou een zondaar zulke tekenen kunnen verrichten?' Kortom, er was verdeeldheid onder hen.  Ze richtten zich toen opnieuw tot de blinde: 'Wat denk jij ervan? Hij heeft toch je ogen geopend!' 'Dat Hij een profeet is', antwoordde hij.       De Joden wilden niet geloven dat de man die nu kon zien ooit blind was geweest, zolang ze zijn ouders er niet bij geroepen hadden  en hun de vraag hadden gesteld: 'Is dit wel degelijk die zoon van u die volgens uw zeggen blind geboren is? Hoe komt het dan dat hij nu kan zien?'  De ouders antwoordden: 'We weten dat dit onze zoon is en dat hij blind geboren is. Maar hoe het komt dat hij nu kan zien, dat weten we niet. En wie zijn ogen geopend heeft, dat weten we evenmin. Dat kunt u beter aan hem vragen: hij is oud genoeg, hij kan zelf zijn woord wel doen.'  Zijn ouders spraken zo omdat ze bang waren voor de Joden. Want die hadden ondertussen besloten dat iedereen die Jezus als de Messias erkende, uit de synagoge gebannen* zou worden.  Dat was de reden waarom zijn ouders zeiden: 'Hij is oud genoeg, vraag het maar aan hem.'       Toen riepen ze de man die blind was geweest voor een tweede verhoor bij zich: 'Wees nu eens eerlijk voor God! We weten dat die man een zondaar is.'  Maar hij antwoordde: 'Of Hij een zondaar is, daar weet ik niets van. Wat ik wel weet, is dat ik eerst blind was en nu kan zien.'  'Wat heeft Hij met je gedaan?' vroegen ze. 'Hoe heeft Hij je ogen geopend?'  'Dat heb ik toch al verteld,' antwoordde hij, 'maar u hebt niet geluisterd. Waarom wilt u het nog eens horen? Wilt u soms ook leerlingen van Hem worden?'  Toen werden ze grof en zeiden: 'Jij bent een leerling van Hem, wij zijn leerlingen van Mozes.  Wij weten dat God heeft gesproken tot Mozes; maar waar* Hij vandaan komt, daar weten we niets van.'  Hierop gaf de man ten antwoord: 'Maar is dat nu juist niet merkwaardig, dat mensen als u niet weten waar Hij vandaan komt? En Hij heeft mij nog wel de ogen geopend.  Naar zondaars luistert God niet, dat weet toch iedereen. Maar naar iemand die ontzag voor Hem heeft en zijn wil doet, naar zo iemand luistert Hij.  Nog nooit heeft men gehoord dat een mens de ogen heeft geopend van iemand die als blinde geboren was.  Als die man niet van God kwam, had Hij dat nooit gekund.'  Toen voeren ze tegen hem uit: 'Wat? Jij die vanaf je geboorte een en al zonde bent, jij wilt ons de les lezen?' En ze gooiden hem eruit.       Jezus hoorde dat ze hem eruit gegooid hadden, en toen Hij hem teruggevonden had, zei Hij: 'Gelooft u in de Mensenzoon?'  Hij antwoordde: 'Wie is dat, Heer? Dan zal ik in Hem geloven.' Toen zei Jezus: 'U hebt Hem ontmoet: het is degene die met u spreekt.'  'Heer, ik geloof', zei hij, en hij wierp zich voor Hem neer

 

blindgeborene41.jpg

 

OH HEMELVAART

Klik op de link :

http://krisbiesbroeck.skynetblogs.be/archive/2011/06/01/h...

 

13:15 Gepost door kris in Lezingen van de zondag | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

14-05-15

Cyrillus van Jeruzalem : Ik ben het brood des levens

H. Cyrillus van Jeruzalem (313-350) bisschop van Jeruzalem en kerkleraar Doopcatechese 22

 

 

cyrille_de_jerusalem_45_01.jpg

 

 

Cyrillus van Jerusalem

 

 

 

 

"Ik ben het brood des levens"

 

      Als Christus zelf over het brood zegt: “Dit is mijn lichaam”, wie zou daarover dan nog kunnen aarzelen? En als Hij bevestigt: “Dit is mijn bloed”, wie zou er dan nog over twijfelen? Eerder in Cana in Galilea had Jezus water in wijn veranderd – de wijn is verwant aan het bloed. Wie zou nu nog weigeren om te geloven dat Hij wijn in bloed verandert? Hij was op een bruiloft hierbeneden uitgenodigd en Hij deed een verbazingwekkend wonder; hoe kan men dan nog weigeren wat Hij geeft aan “de vrienden van de bruidegom” (Mt 9,15), namelijk de vreugde van zijn Lichaam en zijn Bloed?       Want zijn lichaam wordt gegeven in de verschijning van brood, en zijn bloed in de verschijning van wijn; als je hebt deelgenomen aan het lichaam en bloed van Christus, dan ben je met Hem één en hetzelfde lichaam en één en hetzelfde bloed. Zo worden wij “dragers van Christus” (Christoffel). Zijn lichaam en zijn bloed verspreiden zich in onze ledematen; zo worden we deelgenoot aan de goddelijke natuur. Eerder toen Hij zich met de joden onderhield zei Christus: “Wie mijn lichaam eet en mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven en hem zal Ik op de laatste dag uit de dood opwekken” (Joh 6,54). Als het brood en de wijn je alleen maar natuurlijk lijken, eindig daar dan niet … Als je zintuigen je op een dwaalspoor brengen, dan stelt het geloof je gerust.       Wanneer je dus naderbij komt om Hem te ontvangen, kom dan niet respectloos naar voren, door je handen uit te spreiden, de vingers uit elkaar. Maar daar de Koning op je rechterhand gaat rusten, maak daarom voor Hem een troon met je linkerhand, en ontvang in de holte van je hand het Lichaam van Christus en antwoordt: Amen!

12-05-15

de heilige Kalliopios

Heiligenleven

De heilige Kalliopios

 

 

 

kalliopios.jpg

De heilige Kalliopios

 

De heilige Kalliopios, de zoon van de rijke christen weduwe Theoklia, te Pergos in Pamfylië. Hij genoot een zorgvuldige opvoeding; toen de vervolging uitbrak zond zijn moeder hem in een kist, samen met veel andere goederen en een stoet bedienden, naar een van haar bezittingen in een rustiger gebied.

Dit mooie plan mislukte echter. Buiten de stad was de jongen uit zijn kist gekropen en nieuwsgierig liep hij rond in hun eerste aanlegplaats, de havenstad Pompeiopolis. Daar kwam hij in een discussie terecht waardoor bleek dat hij christen was. Hij werd gegrepen en voor de prefect gebracht. Toen deze zijn naam hoorde en zijn rijkdom zag, stelde hij hem voor dat geloof te laten varen en zijn dochter te trouwen. Kalliopios antwoordde dat hij niet kon trouwen zonder toestemming van zijn moeder, en dat er bovendien geen sprake van kon zijn dat hij het christendom zou afzweren. De prefect stelde toen zijn standvastigheid op de proef door hem te laten geselen met loden zwepen, en toen hij de jongeman hiermee niet kon klein krijgen deed hij hen de foltering ven het messenrad ondergaan, waardoor zijn lichaam van onder tot boven verscheurd werd. In deze toestand werd hij in de gevangenis geworpen.

Intussen was een der bedienden naar Pergos teruggereisd en had Theoclia ingelicht. Deze haastte zich om haar zoon op te zoeken en vond hem in de gevangenis. Zijn lichaam was zo gezwollen door de ontstoken wonden dat hij niet kon opstaan om zijn moeder te begroeten, maar hij glimlachte dapper en zei : ‘Welkopm moeder U bent gekomen om getuige te zijn van het lijden van Christus’. En zij antwoordde :’Gezegend ben ik en gezegend is de vrucht van mijn schoot, die ik aan Christus heb opgedragen zoals Anna dat eertijds met Samuël heeft gedaan’.

Die nacht bleef zij bij hem in de gevangenis, verzorgde zijn wonden en zat aan zijn voeten. De volgende morgen werd hij weer voor de prefect gebracht, die hem tot de kruisdood veroordeelde. Het vonnis moest voltrokken worden op de Grote Donderdag, maar de moeder had de beulen omgekocht om het vonnis een dag uit te stellen, zodat hij op dezelfde dag zou gekruisigd worden als zijn Heer en Meester. Maar zij dreven de spot met haar en kruisigden haar kind met het hoofd naar omlaag. Zij bleef bij hem totdat hij gestorven was. De beulen namen hem van het kruis en legden hem in haar schoot. Zij legde zijn armen om haar hals en boog zich over dat gemartelde gezicht. Toen brak haar hart en zij was weer verenigd met Christus en Zijn Martelaar, in het jaar 304.

Uit : Heiligenlevens voor elke dag. Uitg.orth.klooster Den Haag

09:20 Gepost door kris in Heiligenleven | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

09-05-15

5e zondag na Pasen : de Samaritaanse

ZONDAG VAN DE SAMARITAANSE

5e zondag na Pasen

 

 

samaritaanse vrouw.jpg

 

 LEZINGEN

Hand.11,19-26,29-30:

In Antiochië ontstaat een christelijke gemeente
Zij die sinds de noodtoestand na Stefanus' dood verspreid waren geraakt, trokken verder tot Fenicië Cyprus en Antiochië terwijl zij aan niemand het woord verkondigden dan alleen aan de Joden. Maar er waren ook mensen uit Cyprus en Cyrene bij, die in Antiochië ook aan de hellenisten de goede boodschap gingen verkondigen dat Jezus de Heer is. De Heer stond hen ter zijde: een groot aantal mensen kwam tot geloof en bekeerde zich tot de Heer. [ Berichten over hen kwamen de gemeente in Jeruzalem ter ore en men stuurde Barnabas naar Antiochië. Toen hij daar zag hoezeer God hen begunstigde, verheugde hij zich, en hij spoorde iedereen aan om met hart en ziel trouw te blijven aan de Heer, want hij was een voortreffelijk man, vol heilige Geest en geloof. Een grote groep sloot zich aan bij de Heer. [ Daarna vertrok hij naar Tarsus om Saulus te zoeken. Toen hij hem gevonden had, nam hij hem mee naar Antiochië. Een vol jaar lang maakten zij deel uit van de gemeente en gaven ze onderricht aan een grote groep mensen. Het was ook in Antiochië dat de leerlingen voor het eerst christenen werden genoemd.

De leerlingen besloten dat ieder van hen naar vermogen zou bijdragen aan de ondersteuning van de broeders die in Judea woonden. Dat deden ze en ze stuurden Barnabas en Saulus naar de oudsten om de opbrengst te overhandigen

EVANGELIE

Johannes 4,5-42 :

 

5] Zo kwam Hij bij de Samaritaanse stad Sichar, die in de buurt ligt van het stuk grond* dat Jakob aan zijn zoon Jozef had gegeven, [6] en waar zich de Jakobsbron bevindt. Jezus, die afgemat was van de tocht, was bij de bron gaan zitten. Het was ongeveer het zesde* uur. [7] Een* Samaritaanse vrouw kwam water putten. Jezus sprak haar aan: ‘Geef Mij wat te drinken.’ [8]Zijn leerlingen waren eten gaan kopen in de stad. [9] De Samaritaanse vrouw antwoordde: ‘Hoe kunt U als Jood te drinken vragen aan mij, een Samaritaanse?’ Joden* willen namelijk met Samaritanen niets te maken hebben. [10] Jezus hernam: ‘Als u de gave van God kende, als u wist wie het is die tegen u zegt: geef Mij te drinken, dan had u Hem erom gevraagd en Hij had u levend* water gegeven.’ [11] ‘Maar heer,’ zei de vrouw, ‘U hebt niet eens een emmer en het is een diepe put. Waar wilt U dat levende water dan vandaan halen? [12] Of bent u soms groter dan onze vader Jakob, die ons de put heeft nagelaten en er zelf uit gedronken heeft, evenals zijn kinderen en zijn kudden?’ [13] Jezus antwoordde: ‘Iedereen die drinkt van dit water, krijgt weer dorst, [14] maar wie drinkt van het water dat Ik hem zal geven, krijgt in eeuwigheid geen dorst meer; integendeel: het water dat Ik hem zal geven, zal in hem opborrelen als een bron van eeuwig leven.’ [15] ‘Heer,’ zei de vrouw, ‘geef mij van dat water, dan zal ik geen dorst meer hebben en hoef ik hier niet telkens te komen putten.’
[16] Daarop zei Jezus: ‘Ga uw man roepen en kom hier terug.’[17] ‘Ik heb geen man’, antwoordde de vrouw. ‘Dat zegt u terecht, dat u geen man hebt,’ zei Jezus. [18] ‘Want u hebt vijf mannen gehad, en die u nu hebt is uw man niet. Wat u daar zegt, is waar.’ [19] ‘Heer,’ zei de vrouw, ‘ik zie dat U een profeet*bent. [20] Onze voorouders hebben op die berg* daar God aanbeden, maar volgens jullie is Jeruzalem de plaats waar men moet aanbidden.’ [21] ‘Geloof Me,’ zei Jezus, ‘er komt een uur dat men niet meer op die berg daar en ook niet in Jeruzalem de Vader zal aanbidden. [22] – Jullie aanbidden wat je niet kent, wij aanbidden wat we wel kennen; de redding komt immers uit de Joden. – [23] Er komt een uur, ja het is er al, dat de ware aanbidders de Vader zullen aanbidden in geest* en waarheid: dat zijn de aanbidders waar de Vader naar uitziet. [24] God* is geest, en zij die Hem aanbidden, moeten Hem aanbidden in geest en waarheid.’ [25] De vrouw antwoordde: ‘Ja, er komt een messias, dat weet ik.’ (Messias betekent: gezalfde.) ‘Als die er is, zal Hij ons alles verkondigen.’ [26] Daarop zei Jezus tegen haar: ‘Dat* ben Ik, degene die met u spreekt.’
[27] Juist op dat moment kwamen zijn leerlingen terug. Het verwonderde* hen dat Hij in gesprek was met een vrouw. Toch vroeg geen van hen: ‘Wat wilt U eigenlijk?’ of ‘Wat hebt U met haar te bepraten?’ [28] De vrouw liet haar kruik staan, liep naar de stad en zei tegen de mensen: [29] ‘Kom eens kijken, daar is iemand die mij wist te vertellen wat ik allemaal gedaan heb. Zou Hij soms de Messias zijn?’ [30] Toen liepen ze de stad uit, naar Hem toe.
[31] Ondertussen drongen de leerlingen bij Hem aan: ‘Eet toch iets, rabbi.’ [32] Maar Hij zei: ‘Ik heb al iets te eten, voedsel dat jullie niet kennen.’ [33] De leerlingen zeiden onder elkaar: ‘Zou iemand Hem al eten gebracht hebben?’ [34] Daarop zei Jezus: ‘Mijn voedsel is: de wil* doen van Hem die Mij gezonden heeft en het werk volbrengen dat Hij Mij heeft opgedragen. [35] Zeggen jullie niet: Nog vier* maanden en dan komt de oogst*? Welnu, Ik zeg jullie: kijk eens goed naar de velden, ze staan wit, rijp voor de oogst. [36] Nu al krijgt de maaier zijn loon en verzamelt hij vruchten voor het eeuwig leven; zo kan de zaaier delen in de vreugde van de maaier. [37] Want het gezegde ‘de een zaait en de ander maait’ is waar: [38] Ik* heb jullie uitgezonden om een oogst binnen te halen waarvoor je je niet hebt afgemat: anderen*hebben zich afgemat en jullie plukken de vruchten van hun werk.’
[39] Uit die stad waren vele Samaritanen in Hem gaan geloven op grond van het woord van de vrouw die getuigd had: ‘Hij wist me alles te vertellen wat ik gedaan heb.’ [40] Toen de Samaritanen naar Hem toe gekomen waren, vroegen ze Hem bij hen te blijven. Hij bleef daar twee dagen. [41] En nog veel meer kwamen er tot geloof door zijn woord. [42] En ze zeiden het ook tegen de vrouw: ‘Nu geloven we niet meer op grond van wat jij verteld hebt; we hebben Hem zelf gehoord en nu weten we: dit is werkelijk de redder* van de wereld.’

10:13 Gepost door kris in Lezingen van de zondag | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

08-05-15

Augustinus : Jullie zullen altijd de armen bij jullie hebben. Mij echter niet altijd

H. Augustinus (354-430), bisschop van Hippo( Noord Afrika) en kerkleraar
Sermon over het Evangelie van Johannes, nr 50, 6-7

 

Augustinus15.jpg

Augustinus

 

"Jullie zullen altijd de armen bij jullie hebben. Mij echter niet altijd"

 

“Maria nam een kruikje kostbare, zuivere nardusolie, zalfde de voeten van Jezus en droogde ze af met haar haren. De geur van de olie trok door het hele huis.” Dat is het historische feit, laten we naar het symbool zoeken. Wie je ook bent, als je een trouwe ziel wilt zijn, verspreidt dan met Maria een kostbaar parfum over de voeten van de Heer. Dat parfum is de gerechtigheid… Verspreid een parfum over de voeten van Jezus; volg de sporen van de Heer naar een heilig leven. Veeg zijn voeten af met je haren: als je overvloed hebt, geef het dan aan de armen en je zult zo de voeten van de Heer hebben afgedroogd… Misschien hebben de voeten van de Heer op aarde iets nodig. Zegt Hij immers niet over zijn ledematen (Ef 5,30), aan het einde van de wereld: “Alles wat je aan de kleinsten onder de mijnen hebt gedaan, dat heb je aan Mij gedaan” (Mt 25,40).

“De geur van de olie trok door het hele huis.” Dat wil zeggen de wereld werd gevuld met de goede naam van de vrouw, want de goede geur is de goede reputatie. Zij die de naam ‘christen’ laten samengaan met een oneerlijk leven, beledigen Christus…; als de naam van God gelasterd wordt door deze slechte christenen, wordt Hij daarentegen geloofd en geëerd door de goeden, “want wij zijn overal de goede geur van Christus” (2Kor 2, 14-15). In het Hooglied wordt ook gezegd: “Uitgegoten olie is uw naam” (1,3) 

 

Bron : www.dagelijksevangelie.org

 

02-05-15

4e zondag na Pasen : de verlamde

4e zondag na Pasen

Zondag van "de Verlamde"

 

 

verlamde ...zondag van de.jpg

 

LEZINGEN

Apostellezing : Handelingen 9,32-42 :

Petrus in Lydda en Joppe
     Op een grote rondreis kwam Petrus ook bij de heiligen die in Lydda woonden. Hij trof daar een man aan die Eneas heette en al acht jaar op bed lag omdat hij verlamd was. Petrus zei tegen hem: 'Eneas, Jezus Christus geneest je. Sta op en maak je bed op.' En meteen stond hij op. Alle bewoners van Lydda en Saron zagen hem en bekeerden zich tot de Heer.
     In Joppe woonde een leerlinge die Tabita heette, dat wil zeggen Gazelle. Ze deed veel goede werken en bewees liefdadigheid in overvloed. Juist in die dagen werd ze ziek en stierf. Men waste haar en legde haar in een bovenvertrek. Omdat Lydda dicht bij Joppe ligt, stuurden de leerlingen, die gehoord hadden dat Petrus daar was, twee mannen naar hem toe met het verzoek: 'Kom zonder uitstel naar ons toe.' Petrus ging direct met hen mee. Na zijn aankomst brachten ze hem naar het bovenvertrek. Daar kwamen alle weduwen bij hem en ze lieten hem onder tranen de kledingstukken zien die Gazelle maakte toen ze nog bij hen was. Petrus stuurde ze allemaal weg, knielde neer en bad. Toen keerde hij zich naar het lichaam en zei: 'Tabita, sta op.' Zij deed haar ogen open en toen ze Petrus zag ging ze overeind zitten. Hij reikte haar de hand en hielp haar opstaan. Daarna riep hij de heiligen, ook de weduwen, en liet hun zien dat ze weer leefde. Dit werd bekend in heel Joppe en velen gingen geloven in de Heer.

 

EVANGELIE : Johannes 5,1-15

Genezing van een lamme
Enige tijd later ging Jezus voor een van de Joodse feesten naar Jeruzalem. Nu is er in Jeruzalem bij de Schaapspoort een badinrichting, in het Hebreeuws Betzata geheten, met vijf zuilengangen. Daar lag gewoonlijk een groot aantal zieken, blinden, lammen en kreupelen. Er was ook een man bij die al achtendertig jaar ziek was. Jezus zag hem liggen, en omdat Hij begreep dat hij al lang ziek was, sprak Hij hem aan: 'Wilt u graag gezond worden?' 'Maar Heer,' zei de zieke, 'ik heb geen mens om mij in het bad te helpen wanneer het water in beweging komt, en terwijl ik mij erheen sleep, is een ander mij voor.' Daarop zei Jezus: 'Sta op, pak uw bed en loop.' Meteen werd de man gezond: hij pakte zijn bed en liep.
     Nu was die dag een sabbat. De Joden zeiden dus tegen de genezen man: 'Het is sabbat, u mag uw bed niet dragen!' Maar hij antwoordde: 'Hij die mij gezond heeft gemaakt, heeft mij bevolen: "Pak uw bed en loop." '  'Wie is de man die tegen u gezegd heeft: "Pak uw bed en loop"?' vroegen ze. Maar wie het was geweest, wist de man niet. Jezus was in de menigte verdwenen. Later vond Jezus hem in de tempel terug. 'U bent nu gezond', zei Hij. 'Zorg dat u niet meer zondigt, anders zou u nog iets ergers kunnen overkomen!' De man ging aan de Joden meedelen dat het Jezus was die hem gezond gemaakt had.

14:11 Gepost door kris in Lezingen van de zondag | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

29-04-15

Isaak de Syriër : zijn leven en werk

Isaak de Syriër (7e eeuw)
 
 
Vanaf de derde eeuw ontwikkelde zich binnen het oriëntaalse christendom van Egypte, Palestina en Mesopotamië een veelzijdige spirituele traditie, die een synthese tot stand bracht van lichamelijke discipline, psychologisch inzicht, filosofisch denken, theologisch wereld­beeld en religieuze ervaring. Deze traditie nam tal van vormen aan, verrijkte zich met steeds nieuwe inzichten en bereikte haar hoogtepunt in het werk van de grote Oost-Syrische mystieke auteurs uit de zevende, achtste en negende eeuw.
Dit tijdperk begint met het werk van Isaak de Syriër (Mār Iṣḥaq Suryāyā), die als eerste een synthese vormt van de 

isaac de syriër.jpg

rijkgeschakeerde spirituele leer van het Koptische, Palestijnse en Syrische christendom. Hij is geen systematisch denker of theoretisch schrijver, maar een man van het dage­lijks leven – toegankelijk, mild en vol empathie. Hij spreekt over alledaagse menselijke ervaringen en draagt een Godsbeeld uit waarin universeel mededogen centraal staat. Dankzij deze grote toegankelijkheid werd hij een van de meest geliefde spirituele auteurs in de oosters-orthodoxe en oriëntaals-orthodoxe tradities.
 
Isaaks leven
 
Als Syrisch schrijver en oriëntaals christen bleef Isaak echter grotendeels buiten beeld, omdat de ruimte en tijd waarin hij leefde tot voor kort ontoegankelijk waren. We beschikken over twee bronnen, die ons enigszins inlichten over het leven van Isaak: een veelgelezen verzameling van levensbeschrijvingen van bekende monniken, aangelegd door de Oost-Syrische auteur Išō‘dnaḥ van Baṣrā (negende eeuw) en uitgegeven in 1896, en een anoniem tekstfragment uit de West-Syrische traditie dat in 1904 werd gepubliceerd. Volgens deze korte teksten stamde Isaak uit Bēt Qaṭrāyē, de zuidwestelijke kuststreek van de Perzische Golf, waar hij een geleerde malfānā, ‘leraar’, en vervolgens dayrāyā, ‘kloosterling’, werd.
Gewargis I, van 661-680 Katholikos van de Kerk van het Oosten, reisde in 676 naar Qaṭar om een eind te maken aan een schisma van de plaatselijke bisschoppen. Op de terugreis nam hij Isaak mee naar Bēt Arāmāyē, het noorden van Mesopotamië, waar hij hem tot bisschop van Nineve (het huidige Mosul) wijdde. Al na vijf maanden nam Isaak ontslag uit zijn ambt, ‘om een reden die God alleen kent’ (Išō‘dnaḥ) of ‘vanwege de scherpte van zijn inzicht en zijn ijver’ (anonieme bron). De bijnaam ‘de Syriër’ past dus veel beter bij hem dan ‘van Nineve’.
Isaak trok naar Bēt Ḥuzāyē (beter bekend als Elam, nu Ḥūzestān), een bergachtige streek in het zuidwesten van Perzië, waar hij lange tijd onder de kluizenaars woonde. Hij schreef daar ‘vijf boeken die vol zijn van een zoet soort onderwijs’ (anonieme bron), maar waarin hij enkele ideeën uiteenzette die door bepaalde kerkelijke autoriteiten niet geaccepteerd werden. Volgens Išō‘dnaḥ ‘werd de afgunst jegens hem aangestookt door degenen die in de binnenlanden van Perzië woonden.’ Dit laatste wijst misschien op tegenstanders uit het kerkelijk centrum van Bēt Lāpaṭ, dat vanouds het intellectuele centrum van Perzië was en ook voor de christenen een belangrijk centrum van geleerdheid werd. In de loop der jaren werd Isaak blind, maar dicteerde zijn geschriften aan zijn leerlingen. Op hoge leeftijd trok hij zich terug bij het beroemde klooster van Rabban Šābūr (ligging onbekend), waar hij na zijn overlijden werd begraven.
 
Isaaks teksten
 
Van Isaak zijn ruim 130 verhandelingen of traktaten (mēmrē ofλόγοι) bewaard en tevens vier Centuriën, dat wil zeggen verzamelingen van honderd (centum) aforismen of spreuken. In historische bronnen is sprake van het bestaan van vijf en zelfs zeven ‘boeken’ of ‘banden’ met teksten van Isaak, maar tot voor kort was slechts één daarvan bekend in een uitgave door Paul Bedjan uit 1909. Deze verzameling van 81 Verhandelingen staat nu bekend als het Eerste Deel.
Het Eerste Deel werd tegen het eind van de 8e en het begin van de 9e eeuw in de Laura van Mar Saba door twee monniken, Abraham en Patrikios, in het Grieks vertaald en vandaaruit in het Georgisch, Arabisch, Ethiopisch, Oud-Slavisch, Roe­meens en Russisch vertaald. Een Latijnse vertaling van de Griekse tekst werd in de 15e en 16e eeuw in het Portugees, Spaans, Catalaans, Frans en Italiaans vertaald. De Griekse vertaling is gebaseerd op een West-Syrische tekst, die uit meerdere manuscripten bekend is en met zijn 77 Verhandelingen korter is dan de Oost-Syrische tekst die door Bedjan werd gepubliceerd. De West-Syrische overlevering heeft de teksten hier en daar wat herschreven, zoals dat ook de Griekse vertaling op haar beurt deed, vooral vanwege bepaalde theologische gevoeligheden. Bovendien nam de Griekse versie een aantal geschriften op die niet van Isaaks hand zijn: Verhandelingen 15, 16, 17 en 18 zijn van Johannes van Dalyātā (achtste eeuw), ‘Brief 4’ van Philoxenus van Mabbug (†523).
Het Tweede Deel, waarvan bepaalde stukken in vertaling bekend waren, ging na de eerste wereldoorlog verloren en werd in 1983 door Sebastian Brock teruggevonden in de Bodleian Library te Oxford. Hij gaf in 1995 Verhandelin­gen 4-41 uit, samen met een Engelse vertaling. Het Derde Deel met zestien Verhandelingen werd in 2011 door Sabino Chialà samen met een Italiaanse vertaling uitgegeven. Een aantal manuscripten bevat een Vijfde Deel, waarvan de authenticiteit nog moet worden vastgesteld.
Algemene kenmerken van Isaaks geschriften
Isaaks geschriften behandelen een veelheid aan thema’s zonder enige systematische opzet. Ook al geeft hij in bepaalde verhandelingen een goed gestructureerde uiteenzetting van een bepaald thema, soms voorzien van een inleiding en samenvatting, het is duidelijk niet zijn bedoeling om een complete gids tot het geestelijk leven aan te bieden. Isaak plaatst zijn ideeën inzake het monastieke leven binnen een grootse kosmische context, waarbij hij het symbolisch denken van Efrem de Syriër (ca. 300-373) en de driedelige antropologie van Johannes van Apamea (eerste helft 5e eeuw) integreert met de ascetische theologie van Evagrius van Pontus (345-399). Terwijl hij fundamentele begrippen en voorstellingen uit de voorafgaande monastieke en theologische literatuur hanteert en een gedegen inhoudelijke reflectie allesbehalve schuwt, staan zijn overwegingen voortdurend in functie van de directe communicatie met zijn toehoorders. Isaak schrijft vanuit zijn persoonlijke ervaring en zijn vermogen om door middel van zijn teksten een persoonlijke band met zijn lezers aan te knopen, verleent hem een geheel eigen ‘stem’ die over de eeuwen heen is blijven klinken.
Omdat zijn aandacht steeds uitgaat naar het bevorderen van een persoonlijke initiatie in de ervaring van God, vertoont zijn ‘technische’ terminologie een grote flexibiliteit. Zo vloeien termen als hawnā, ‘geest, intellect’, mad‘ā, ‘verstand’, re‘yānā, ‘denken, gedachte, verstand’ en lebbā, ‘hart’, tot op zekere hoogte in elkaar over, omdat zij een dynamiek van menselijke groei beschrijven zonder de intrinsieke eenheid daarvan ooit uit het oog te verliezen. Terwijl deze termen een lange voorgeschiedenis hebben binnen de Syrische literatuur en bij Isaak hun specifiek autochtone karakter behouden, hanteert hij begrippen als sukkālā, ‘inzicht, begrip’, hergā, ‘overweging, meditatie’ en renyā, ‘reflectie’ als vertaling van traditionele Griekse begrippen. Woorden als teyōriyā, ‘beschouwing’, en hiyūlā, ‘stof’, zijn zelfs een directe weergave van de oeroude Griekse termen theôria (θεωρία) en hylê (ὑλὴ).
Isaak herneemt de driedelige antropologie van Johannes van Apamea (pagrā, ‘lichaam’, nafšā, ‘ziel’ en ruḥā, ‘geest’), een aantal door Evagrius geformuleerde begrippen als ‘naaktheid van het intellect’ (γυμνότης νοῦ) en ‘onstoffelijke beschouwing’ (θεωρία τῶν ἀσωμάτων), en traditionele Syrische begrippen als ‘stilte’ (šelyā, equivalent van ἡσυχία), ‘overschaduwing’ (magnānūtā), ‘verlichting’ (nahhirūtā) en ‘verwondering’ (tahrā), aan de hand waarvan hij zijn eigen synthese opbouwt:
De lichamelijke discipline (dubbārā pagrānā) van het leven in stilte (šelyā) reinigt het lichaam (pagrā) van al het stoffelijke (hiyūlā) dat zich erin bevindt. De discipline van het verstand (dubbārā d-re‘yānā) verootmoedigt de ziel (nafšā) en zuivert haar van de grove impulsen die haar op het vergankelijke richten, doordat ze haar overbrengt van impulsen die zich aan passies onderwerpen naar impulsen die worden bewogen door de beschouwing (teyōriyā) van het vergankelijke. Deze beschouwing brengt haar naar de naaktheid van het intellect (‘arṭelāyūtā d-hawnā), die ‘onstoffelijke beschouwin­gen’ (teyōriyas d-lā hiyūlā) wordt genoemd. Dit is de geestelijke discipline (dubbārā ruḥānā): deze immers verheft het verstand (mad‘ā) boven al het aardse en doet het zo naderen tot de eerste beschouwing van de geest (teyōriyā qadmaytā d-rūḥ) en richt het verstand (mad‘ā) op God door de aanschouwing (ḥezwā) van de onuitsprekelijke heerlijkheid en schenkt geestelijk genot door de hoop op het toekomstige (Verhandeling I.40).
 
Isaaks leer over het spirituele leven
 
Isaak leefde in een semi-anachoretisch milieu, waarin eenzaamheid en gemeenschap niet als twee onderscheiden levensvormen werden beschouwd, maar als twee van elkaar afhankelijk dimensies van één en hetzelfde monastieke leven. Helemaal in de lijn van de grote hervormer Abraham van Kaškar (†586) beschouwde Isaak monniken als gemeenschapsmensen die een deel van hun tijd in eenzaamheid doorbrengen, omdat het zoeken van God zowel afzondering en stilte als naastenliefde en universeel mededogen inhoudt.
Allereerst kiest de monnik voor een leven in uitwendige stilte, waarin hij door veelvuldig vasten en waken en bidden begint zijn leven wat op orde te brengen. Geleidelijk aan maakt de nogal ongenuanceerde toeleg op uiterlijke praktijken (de ‘lichamelijke discipline’) plaats voor de toeleg op veelvuldig neerknielen in stil gebed en langdurig lezen van de bijbel en geestelijke boeken. De monnik bindt dan steeds meer de strijd aan met zijn eigen gedachten, neigingen en motivaties (de ‘discipline van het verstand of de ziel’) om een ‘rein hart’ te verwerven, dat karakteristiek is voor het tweede stadium.
Wie zich hierop blijft toeleggen, mag af en toe ervaren dat hij van ‘het reine gebed van de ziel’ overgaat naar ‘de stilte van de geest’ – een ervaring die kenmerkend is voor het derde en hoogste stadium:
Eerst komt de meditatie over God stilletjes op in een mens, om geleidelijk aan zijn geest steeds meer in beslag te nemen en zijn verstand mee te nemen en het te plaatsen in de donkere wolk van Gods heerlijkheid en in de Bron van Leven, waaruit het leven te allen tijde ononderbroken opborrelt … (Verhandeling II.10.17).
De menselijke natuur laat op dit punt alles volkomen achter zich en alles dat haarzelf eigen is. Zij verblijft dan in een onuitsprekelijk en onverklaarbaar stilzwijgen, omdat de inwerking van de Heilige Geest haar beweegt en zij boven het gezag van het begrip van de ziel is verheven (Verhandeling II.32.4).
Deze ervaringen, kortstondig en onvoorspelbaar, geven de mens een voorproef van de komende heerlijkheid van het herrezen leven:
Vanaf dit moment worden we gemakkelijk gebracht naar wat ‘verenigende kennis’ wordt genoemd, die niets anders dan de verwondering over God is. Dit is de orde van de toekomstige verheven leefwijze, die ons geschonken wordt in de vrijheid van het onsterfelijk leven in het bestaan na de opstanding (Verhandeling I.40).
Vanuit deze ervaring groeit in de mens een besef van de alomvattende liefde van God, waartegen al het kwaad dat mensen of demonen bedrijven niet bestand is. Als consequentie van deze grenzeloze liefde stelt Isaak dat de hel slechts een tijdelijk louteringsoord is:
Voor zover het van God afhangt, zal geen enkel van alle geestelijke wezens verloren gaan bij de voorbereiding van het verheven Koninkrijk, dat voor alle eeuwigheid is toebereid. Vanwege de goedheid van zijn natuur, waarmee Hij het heelal tot het aanzijn roept en alle schepsels dankzij zijn mateloze barmhartigheid verdraagt en leidt en verzorgt, heeft Hij voor alle geestelijke schepsels het Koninkrijk van de hemel ingericht. Daarbij is een tussentijd voorzien om alle wezens tot hetzelfde niveau te brengen. Ik zeg dit, omdat ik in overeenstemming wil zijn met het onderricht van de Schrift. Toch is de Gehenna een vreselijke realiteit, al is ze maar tijdelijk (Verhandeling II.40.7).
Uiteindelijk liggen alle wederwaardigheden van het mensdom ingesloten in een onbegrijpelijk mededogen, dat begin en einde is van alles:
Hoe onpeilbaar is de rijkdom en het begrip en de verheven wijsheid van God! Hoe welwillend is de barmhartigheid en hoe rijk de goedheid van de Schepper! Met wat voor gedachte en wat voor liefde heeft Hij deze wereld geschapen en tot het aanzijn gebracht! Wat voor mysterie staat het bestaan van deze schepping te wachten! … Uit liefde bracht Hij de wereld tot het aanzijn; in liefde zal Hij haar tot een wonderlijke, helemaal omgevormde toestand brengen; in liefde zal de wereld worden opgeslokt in dat grote mysterie van Hem die dit alles tot stand bracht; in liefde zal de hele loop van het leven in deze wereld tot voleinding worden gebracht (Verhandeling II.38:1-2).
 
 Bron: Tilburg School of Catholic Theology, met dank aan Kees den Biesen.
 

11:26 Gepost door kris in theologie | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

25-04-15

begrafenis Vader Silouan Osseel

Bdegrafenis van de dienaar Gods Vader Silouan Osseel

 

Op donderdag 24 april werd de begrafenis gehouden van Aartspriester Silouan Osseel in de orthodoxe kerk van Gent. Vader Silouan heeft jaren gediend als diaken van deze kerk Later heeft hij de orthodoxe parochie van Eindhoven (Nederland) gesticht, waar hij na zijn priesterwijding als rektor werd aangesteld. Vader Silouan was een diep spiritueel man en was sterk beïnvloed door de heilige Silouan de Athoniet, waarover hij een bijzonder ingrijpend boek heeft geschreven. Hij was vader van vier kinderen, waarvan een dochter moniale is in het orthodox klooster van Maldon.

'Hij heeft zijn tempel van de Heilige Geest verlaten om op te gaan naar de Verrezen Christus (tekst op zijn overlijdensprentje)

Vader Silouan zal altijd in onze gebeden aanwezig blijven. Eeuwige gedachtenis !

KLIK OP DE FOTO

Silouan.jpg

Vader Silouan samen met zijn vrouw Matouchka Odette tijdens de plechtigheid van hun 50e huwelijksverjaardag

21:40 Gepost door kris in Actualiteit | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

3e zondag na Pasen : de Myrondraagsters

ZONDAG VAN DE MYRONDRAAGSTERS

en de heilige Jozef van Arimathea

3e zondag na Pasen

 

 

Myrondraagsters44.jpg

De myrondraagsters

 

 

Apostellezing: Handelingen,6, 1-7

Zeven medewerkers gekozen; groei van de gemeente In die dagen, toen het aantal leerlingen steeds groter werd, begonnen de hellenisten te mopperen op de Hebreeën; ze vonden dat hun weduwen bij de dagelijkse ondersteuning* werden achtergesteld. De twaalf riepen daarop de hele groep leerlingen bij elkaar en zeiden: 'Het is onverantwoord dat wij het woord van God verwaarlozen om te kunnen zorgen voor de ondersteuning. Zie daarom uit, broeders, naar zeven personen uit jullie midden, die goed bekend staan, vol van de Geest en van wijsheid. Hen zullen wij dan met deze taak belasten, terwijl wíj ons blijven toeleggen op het gebed en de bediening van het woord.' De hele groep stemde met dit voorstel in. Zij kozen Stefanus, een man vol geloof en heilige Geest, en verder Filippus, Prochorus, Nikanor, Timon, Parmenas en Nikolaüs, een proseliet uit Antiochië. Ze droegen hen voor aan de apostelen, en die legden hun na gebed de handen op. Het woord van God bleef zich verbreiden; het aantal leerlingen in Jeruzalem werd nog veel groter, en ook een grote groep priesters aanvaardde het geloof.

Evangelie : Marcus 15,43 - 16,8

de dag vóór de sabbat - durfde Jozef van Arimatea, een vooraanstaand lid van de raad, die zelf ook leefde in de verwachting van het koninkrijk van God, het aan om naar Pilatus te gaan en het lichaam van Jezus te vragen. Pilatus was verbaasd dat Hij al dood zou zijn, en hij riep de centurio bij zich en vroeg hem of Hij al gestorven was. Toen hij dat van de centurio vernomen had, gaf hij het lijk aan Jozef. Deze kocht een linnen doek, nam Hem van het kruis af, en wikkelde Hem in het linnen; hij legde Hem in een graf dat in de rots was uitgehouwen, en hij rolde een steen voor de ingang van het graf.

De vrouwen bij het graf Toen de sabbat voorbij was, kochten Maria van Magdala, Maria van Jakobus, en Salome kruiden om Hem te gaan zalven. In alle vroegte op de eerste dag van de week gingen ze na zonsopgang naar het graf. Ze zeiden tegen elkaar: 'Wie zal voor ons de steen bij de ingang van het graf wegrollen?' Toen ze opkeken, zagen ze dat de steen weggerold was; hij was overigens buitengewoon groot. Toen ze het graf binnengingen, zagen ze rechts een jongeman zitten met een wit kleed om, en ze schrokken hevig. Maar hij zei hun: 'Schrik niet. U zoekt Jezus van Nazaret, die gekruisigd is. Hij is tot leven gewekt, Hij is niet hier. Kijk, hier is de plaats waar ze Hem neergelegd hadden. Maar ga tegen zijn leerlingen en tegen Petrus* zeggen: "Hij gaat u voor naar Galilea. Daar zult u Hem zien, zoals Hij u gezegd heeft." ' Ze vluchtten naar buiten, van het graf weg, bevend van angst en buiten zichzelf. Ze zeiden niemand iets, want ze waren bang.

 

Wat betekent Myron en Myrondraagsters ?

Myron betekent ‘geur'. Het is een geurige en zeer kostbare olie. Rijke mensen lieten er hun doden mee inwrijven. Samen met andere kruiden balsemde men het lichaam, zodat het kon bewaard blijven. De Myron zorgde voor een aangename geur.

Myron wordt ook voor veel andere gelegenheden gebruikt : doopsel , Myronzalving (vormsel), inwijding altaar van een nieuwe Kerk , bij een wijding enz...

Olie maakt ook sterk, soepel :

Bijvoorbeeld bij Aaron. Dan druipte de olie over zijn baard tot op zijn kleed. Het moest hem sterken om zijn hogepriesterschap te kunnen dragen.

Myrondraagsters : dat zijn dan de vrouwen die aan het graf aankwamen om Jezus lichaam met Myron in te wrijven.

Myron heeft ook nog voor de Kerk een andere betekenis voor ogen : het wordt gewijd door de bisschop. In feite heeft elke autokefale kerk (is elke Kerk die zelf zijn opvolgers kiest : bv. het Patriarchaat van Constantinopel, de Kerk van Griekenland , enz...) het recht om zelf de Myron te wijden, maar bijna alle kerken betrekken het uit Constantinopel. Dat doen ze om de éénheid van de Orthodoxie aan te tonen. In elke plaatselijke Kerk wordt dus Myron gebruikt die van dezelfde hoofdkerk afkomstig is.

De myronzalving noemt men ook : CHRISMATIE : de grote zalving door de Heilige Geest om kracht en sterkte in het geloof.

 

 

joseph van Arimatea25.jpg

Jozef van Arimathea

 

10:53 Gepost door kris in Lezingen van de zondag | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Gregorius van Nazianze :O GIJ, ALLES VOORBIJ

GREGORIUS VAN NAZIANZE (329/30 - 390):

O GIJ, ALLES VOORBIJ

 

 

gregorius van Nazianze (2).jpg

Gregorius van Nazianze

 

 

O Gij, alles voorbij, hoe u anders noemen?

Hoe kunnen woorden u prijzen: Gij die door geen woord te zeggen zijt.

Hoe kunnen gedachten u bereiken, Gij die door geen denken te grijpen zijt.

Gij, Enige, Onuitsprekelijke, alwat gezegd wordt komt van U. Gij, Enige, Onkenbare,

al wat gekend wordt komt van U.

Al wat spreekt en al wat niet spreekt, prijst u.

Al wat denkt en al wat niet denkt, eert u. Hunkeringen overal, barensweeën overal,

alles reikhalst naar U, alles bidt tot U, terwijl al wat uw geheim doorgrondt een lied vol stilte zingt.

Bij U alleen blijft alles bewaard, op U hoopt alles,

Gij zijt het doel van alles Gij zijt één Gij zijt alles Gij zijt niemand Gij zijt geen een Gij zijt niet alles.

O Gij die alle namen draagt

Hoe zal ik U noemen?

Gij Enige Onnoembare Welke hemelgeest dringt door tot het bovenste wolkendek?

Wees mij genadig, O Gij alles voorbij. Hoe U anders bezingen? O Gij alles voorbij.

(J. Streng, Voorbij het denken. Verkenningen in de westerse mystiek, Baarn 19822, pag.62-63.)

18-04-15

2e zondag van Pasen : Thomaszondag

2e zondag van Pasen

THOMASZONDAG

 

 

thomas'ongeloof (495 x 660).jpg

 

LEZINGEN :

Handelingen 5,12-20 :

  [12] Door de handen van de apostelen gebeurden er vele tekenen en wonderen onder het volk. Eensgezind bevonden zij zich allen in de Zuilengang van Salomo. [13] Geen buitenstaander durfde zich met hen in te laten, maar het volk sprak met grote waardering over hen. [14] Steeds weer sloten zich mensen aan die in de Heer geloofden, grote groepen mannen en vrouwen; [15] zelfs droeg men de zieken de straat op en legde hen daar neer op een bed of een matras, in de hoop dat wanneer Petrus voorbijkwam in ieder geval zijn schaduw* op een van hen zou vallen. [16] Ook de bevolking uit de steden rondom Jeruzalem stroomde in groten getale toe; ze brachten zieken mee en mensen die te lijden hadden van onreine geesten, en allen werden genezen.
Hernieuwd optreden tegen de apostelen deert hen niet      [17] De hogepriester echter en heel zijn aanhang, de partij van de sadduceeën, werden vervuld met jaloezie; [18] ze arresteerden de apostelen en zetten hen in de stadsgevangenis. [19] Maar een engel van de Heer opende 's nachts de deuren van de gevangenis, bracht hen naar buiten en zei: [20] 'Jullie moeten weer naar de tempel gaan om aan het volk het nieuwe leven* te verkondigen.'

Evangelie :

Johannes 20,19-31:

Verschijning aan de leerlingen      [19] Op de avond van die eerste dag van de week waren de leerlingen bij elkaar. Hoewel de deur op slot was uit vrees voor de Joden, kwam Jezus. Ineens stond Hij in hun midden en zei: 'Vrede!' [20] Na* deze groet toonde Hij hun zijn handen en zijn zijde. Vreugde vervulde de leerlingen toen ze de Heer zagen. [21] 'Vrede', zei Jezus nogmaals. 'Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik jullie.' [22] Na deze woorden ademde* Hij over hen. 'Ontvang de heilige Geest', zei Hij. [23] 'Als jullie iemand zijn zonden vergeven*, dan zijn ze ook vergeven; als jullie ze niet vergeven, dan blijven ze behouden.'
Jezus en Tomas      [24] Tomas, een van de twaalf, ook Didymus genaamd, was er niet bij toen Jezus kwam. [25] De andere leerlingen vertelden hem: 'We hebben de Heer gezien.' Maar hij zei: 'Ik wil zijn handen zien, met de gaten van de spijkers erin; ik wil ze met mijn vingers voelen. Ik wil met mijn hand de opening in zijn zijde voelen. Anders geloof ik niet.'      [26] Acht* dagen later waren de leerlingen weer bijeen, en nu was Tomas erbij. Hoewel de deur op slot was, kwam Jezus. Ineens stond Hij in hun midden en zei: 'Vrede!' [27] Vervolgens richtte Hij zich tot Tomas: 'Kijk maar, hier zijn mijn handen; kom nu maar met je vinger. En kom met je hand om de opening in mijn zijde te voelen. Wees niet langer ongelovig, maar gelovig.' [28] Hierop zei Tomas: 'Mijn Heer! Mijn God!' [29] Jezus zei: 'Omdat* je Me gezien hebt geloof je? Gelukkig zij die zonder gezien te hebben toch tot geloof komen.'
Bedoeling van dit boek      [30] Nog veel andere tekenen heeft Jezus voor de ogen van zijn leerlingen verricht, die niet in dit boek zijn neergeschreven. [31] Die welke u hier vindt, zijn neergeschreven opdat u zult geloven dat Jezus de Messias is, de Zoon van God, en opdat u door te geloven leven zult bezitten in zijn naam.

 

APOSTEL THOMAS

 

Thomas_the_Apostle.jpg

 

 

 

 

Wie was ongelovige Thomas?

Dat de apostel Thomas 'ongelovige Thomas' wordt genoemd, is gebaseerd op het ongeloof van de apostel Thomas die niet geloofde dat Jezus uit zijn graf was opgestaan. De andere apostelen hadden Christus gezien, maar Thomas was op dat moment niet aanwezig. Hij zei daarop dat hij de opstanding van Christus pas wilde geloven als hij de wonden van de spijkers in de handen van Christus zou zien en zijn vinger erop kon leggen.

Uitdrukking

Acht dagen later verscheen Jezus opnieuw aan zijn leerlingen en liet hen de wonden aan handen zien en betasten. Thomas schaamde zich voor zijn ongeloof. Christus wees Thomas voor zijn houding terecht met de woorden: 'Zalig zijn zij die niet zien en toch geloven' (Joh. 20: 24-29). Ongelovige Thomas is ook een uitdrukking voor iemand die iets niet wil geloven.

Thomaszondag

Thomaszondag is de gedenkdag van de apostel Thomas [Grieks: Didymus ofwel ´één van een tweeling´] We kennen hem als iemand die trouw was aan Jezus. Toen Jezus naar Betanië in Judea wilde gaan om de zieke Lazarus te bezoeken, waren de andere apostelen daar op tegen omdat ze het te gevaarlijk vonden, maar op aansporen van Thomas gingen ze toch mee. Trouw van karakter dus, maar ook wantrouwig. Kon hij zijn medebroeders geloven, toen ze zeiden dat Jezus uit de dood was verrezen? Nee, hij moest Hem eerst zien. Pas toen hij de littekens had aangeraakt, kwam hij tot geloof: ´Mijn Heer en mijn God!´ De scène, met Jezus, Thomas en de andere apostelen, is vele malen afgebeeld. Wanneer hij alleen is afgebeeld, zien we Thomas gewoonlijk met een winkelhaak, het gereedschap van een timmerman. Volgens de niet-bijbelse overlevering zou hij namelijk als apostel naar India zijn gevaren en daar als timmerman-missionaris hebben gewerkt.

 

 

 


 

Troparion:

Nadat de steen verzegeld was, o Christus God, zijt Gij, het leven, opgegaan uit het graf, en bij gesloten deuren stond Gij te midden van Uw leerlingen, als de Opstanding van het heelal, om door hen in ons de rechte geest te hernieuwen, volgens Uw grote barmhartigheid.

Kondakion:

Met zijn nieuwsgierige hand o Christus God, mocht Thomas Uw levenbrengende zijde betasten, hoewel Gij binnengetreden waart door de gesloten deuren. Daarom riep hij tot U, tezamen met de andere apostelen : Gij zijt mijn Heer en mijn God.

Prokimen:

Groot is de Heer en groot is Zijn kracht, en oneindig is Zijn begrip

 

Alleluia:

Komt, laat ons jubelen voor de Heer, laat ons juichen voor God, onze Heiland.

Want God is een machtige Heer : een grote Koning over heel de aarde.

 

 

 

 

 

 

 

22:23 Gepost door kris in Lezingen van de zondag | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

11-04-15

Pasen

 

Zalig Paasfeest

Christus is verrezen, Hij is waarlijk verrezen !!!

 

 

 

 

 Lezingen van de Goddelijke Liturgie van Pasen

 

Handelingen 1,1-8:

Jezus' laatste opdracht en hemelvaart [1] Mijn * eerste boek, Teofilus, ging over alles wat Jezus heeft gedaan en geleerd, vanaf het begin [2] tot de dag waarop Hij in de hemel werd opgenomen, nadat Hij aan de apostelen die Hij had uitgekozen, door de heilige Geest zijn opdracht had gegeven. [3] Aan hen heeft Hij veertig* dagen lang herhaaldelijk bewezen dat Hij na zijn lijden weer in leven was. Hij vertoonde zich aan hen en sprak over het koninkrijk van God. [4] Toen Hij bij hen was, drukte Hij hun op het hart: 'Ga niet uit Jeruzalem weg, maar blijf wachten op de belofte van de Vader die jullie van Mij hebben gehoord; [5] immers, Johannes doopte met water, maar jullie zullen gedoopt worden in heilige Geest, binnen enkele dagen.' [6] Degenen die daar samengekomen waren, stelden Hem toen de vraag: 'Heer, herstelt* U in deze tijd het koninkrijk voor Israël?' [7] Maar Hij zei tegen hen: 'Het komt jullie niet toe de tijden of momenten te kennen die de Vader in zijn volmacht heeft vastgesteld; [8] maar wanneer de heilige Geest over jullie komt, zullen jullie kracht ontvangen en mijn getuigen zijn in Jeruzalem, in heel Judea en Samaria, en tot het uiteinde van de aarde.'

 Evangelie :

 Johannes, 1,1-17 Hoofdstuk 1

 [1] In* het begin was het woord*, en het woord was bij God, en het woord was God. [2] Het was in het begin bij God. [3] Alles* is door Hem ontstaan, en buiten Hem om is er niets ontstaan. Wat ontstaan was, [4] had leven in Hem, en het leven was het licht van de mensen. [5] Het licht schijnt in de duisternis, en de duisternis kon het niet aan. [6] Er is een mens geweest, een gezondene van God; zijn naam was Johannes. [7] Hij kwam als getuige: hij moest getuigen van het licht, opdat allen door hem tot geloof zouden komen. [8] Hij was niet het licht, hij moest getuigen van het licht. [9] Het* ware licht was er, dat elke mens verlicht en dat in de wereld* moest komen. [10] Het was in de wereld, een wereld die door Hem was ontstaan, en die wereld heeft Hem niet erkend. [11] In zijn eigen* huis is Hij gekomen, en zijn eigen* mensen hebben Hem niet opgenomen. [12] Aan diegenen die Hem toch opnamen, heeft Hij het vermogen gegeven om kinderen te worden van God: aan hen die geloven* in zijn naam. [13] Niet langs de weg van het bloed, niet door de begeerte van het vlees of door mannelijk streven, maar uit God zijn ze geboren. [14] Ja, het woord* is vlees geworden! Hij* is onder ons zijn tent komen opslaan en we hebben zijn heerlijkheid gezien, de heerlijkheid die Hij als eniggeboren* Zoon aan de Vader ontleende, vervuld als Hij was van genade en waarheid. [15] Van Hem legt Johannes getuigenis af en zijn verklaring luidt: 'Hem bedoelde ik toen ik zei: "Hij die na mij komt, is mijn meerdere, want vóór mij was Hij er al." ' [16] Van zijn volheid hebben wij allen ontvangen, genade op genade. [17] wet gegeven door Mozes, de genade en de waarheid zijn gebracht door Jezus Christus.

 

 

16:16 Gepost door kris in Lezingen van de zondag | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

10-04-15

Good friday lamentations

 

Klaagzangen op Goede Vrijdag (Arabisch)

 

15:12 Gepost door kris in Video | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Efrem de Syriër : Wanneer ik van de aarde omhooggeheven word......

Homilie toegekend aan H. Efraïm (ca. 306-373), diaken in Syrie

 

 

Ephraim-Syrian0005.jpg

 

 

 

"Wanneer Ik van de aarde omhooggeheven word, zal Ik iedereen naar Mij toe halen" (Joh 12,32)

 

Vandaag verschijnt het kruis, de schepping jubelt; het kruis, de weg van de verdwaalden, hoop van de christenen, prediking van de apostelen, zekerheid van het universum, fundament van de Kerk, fontein voor hen die dorst hebben… In een grote zachtmoedigheid wordt Jezus naar het Lijden geleid: Hij wordt naar het oordeel van Pilatus geleid; op het zesde uur bespot men Hem; tot aan het negende uur verdraagt Hij de pijn van de spijkers, dan maakt zijn dood een einde aan zijn Lijden. Op het twaalfde uur wordt Hij van het kruis gehaald: men zou zeggen een leeuw die slaapt… Tijdens het oordeel zwijgt de Wijsheid en het Woord zegt niets. Zijn vijanden minachten Hem en kruisigen Hem… Zij aan wie Hij gisteren nog zijn lichaam als voedsel gaf, zagen Hem van verre sterven. Petrus de eerste onder de apostelen, vluchtte het eerst. Andreas nam ook de benen, en Johannes, die aan zijn borst lag, heeft de soldaat niet verhinderd om zijn zijde met een lans te doorsteken. De Twaalf zijn gevlucht; ze hebben geen woord tegen Hem gezegd, Hij had zijn leven voor hen gegeven. Lazarus is er niet, hij werd naar het leven teruggeroepen. De blinde heeft niet gehuild om Degene die zijn ogen heeft geopend voor het licht, en de manke, die dankzij Hem kon lopen, is niet naar Hem toegesneld. Alleen de misdadiger, die aan zijn zijde werd gekruisigd, getuigt van Hem en noemt Hem zijn koning. O goede moordenaar, kostbare bloem aan de boom van het kruis, eerste vrucht van het hout van Golgotha…! De Heer regeert: de schepping is vol vreugde. Het kruis overwint, en alle naties, stammen, talen en volkeren (Ap 7,9) komen Hem aanbidden… Het kruis geeft het licht terug aan het hele universum, ze verjaagt de duisternis en verzamelt de naties… in één enige Kerk, één geloof, één doop in de liefde. Ze staat rechtop in het centrum van de wereld, vastgezet op de Calvarieberg.

Bron : www.dagelijksevangelie.org

09-04-15

Jezusfilm in 10 delen (Nederlands)

Nederlandstalige Jezusfilm in 10 delen

 

22:37 Gepost door kris in Video | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

04-04-15

Palmzondag

PALMZONDAG

 

palmzondag1.jpg

Intocht van Jezus in Jerusalem

 

 

 LEZINGEN

 Fil.4,4-9 :

 

[4] Verheug u altijd in de Heer. Nog eens: verheug u! [5] Uw vriendelijkheid moet bij alle mensen bekend zijn. De Heer* is nabij. [6] Wees niet bezorgd, maar laat al uw wensen bij God bekend worden door te bidden en te smeken en door een dankgebed te zeggen. [7] En de vrede van God, die alle begrip te boven gaat, zal uw hart en uw gedachten bewaren in Christus Jezus.      [8] Tenslotte, broeders en zusters, blijf aandacht besteden aan al wat waar en edel is, rechtvaardig en rein, beminnelijk en aantrekkelijk, aan al wat deugd heet en lof verdient. [9] En breng in praktijk wat u geleerd en overgeleverd is, en wat u van mij hebt gehoord en gezien. Dan zal de God van vrede met u zijn

 Evangelie :

Johannes 12,1-18

 

Zalving in Betanië [1] Jezus kwam zes dagen voor het paasfeest naar Betanië, de woonplaats van Lazarus, de man die door Jezus uit de doden was opgewekt. [2] Men gaf daar een maaltijd ter ere van Hem; Marta trad op als gastvrouw en Lazarus was een van degenen die met Hem aan tafel zaten. [3] Maria kwam met een litra* echte, heel dure nardusbalsem* naar Jezus toe, zalfde daarmee zijn voeten en droogde die met haar haren af. Het huis werd vervuld van de balsemgeur. [4] Judas Iskariot, een van zijn leerlingen, degene die Hem zou overleveren, merkte op: [5] 'Waarom heeft men die balsem niet voor driehonderd* denariën verkocht en het geld aan de armen gegeven?' [6] Dit zei hij niet omdat hij zo met de armen begaan was, maar omdat hij een dief was en zich, als beheerder van de kas, de inkomsten toe-eigende. [7] Toen kwam Jezus tussenbeide: 'Laat haar! Ze moest die balsem bewaren voor de dag van mijn begrafenis. [8] De armen zullen jullie altijd bij je hebben, maar Mij niet.'
Plannen om Lazarus te doden      [9] Heel veel Joden waren intussen te weten gekomen dat Hij daar was en kwamen eropaf, niet* alleen vanwege Jezus maar ook omdat ze graag die Lazarus wilden zien die Hij uit de doden had opgewekt. [10] De hogepriesters maakten toen plannen om ook Lazarus ter dood te brengen, [11] want wegens hem liepen er veel Joden over, en ze gingen in Jezus geloven.
Intocht in Jeruzalem      [12] De volgende dag hoorde de menigte feestgangers dat Jezus toch naar Jeruzalem kwam, en in groten getale [13] trokken ze Hem met palmtakken tegemoet. Ze riepen almaar: 'Hosanna! Gezegend Hij die komt in de naam van de Heer: de koning van Israël!' [14] Jezus wist een ezeltje te vinden en ging erop zitten, zoals geschreven staat: [15] Vrees niet, dochter Sion! Zie, uw koning komt, gezeten op een ezelsveulen. [16] Dit begrepen zijn leerlingen aanvankelijk niet; maar toen Jezus verheerlijkt was, toen werd het hun duidelijk dat het geschreven stond met het oog op Hem en dat dit met Hem ook gebeurd was.      [17] Veel mensen die erbij waren geweest toen Hij Lazarus uit het graf riep en uit de doden opwekte, bleven daarvan getuigenis afleggen. [18] Dat was ook de reden waarom de menigte Hem tegemoet was getrokken: ze hadden gehoord dat Hij dit teken had verricht.

 

DE GOEDE WEEK

 

GOEDE WEEK

Lijden

Dood

Verrijzenis   

van

JEZUS CHRISTUS

Na de winter  en het kaal worden van de natuur, wordt alles vernieuwd.

zoals Christus die, in het mysterie van de Verrijzenis, zijn leven terugwint in een overwinning op de dood.

De mystiek en de ervaring  van het Mysterie van God 

 

Het is niet alleen een intellectuele ervaring: alle zintuigen worden aangesproken. 

 

MYSTIEKE ERVARING.

De uitdaging bestaat in het overstijgen van dezintuigen om zich in God onder te dompelen. 

 

De Goede Week

is het feest van deontmoeting met God.

PALMZONDAG. 

Palmzondag

De weg die Jezus neemt om te redden is niet de kracht en de rijkdom, maar zwakheid en armoede.

Deze liturgische samenkomst is het voorspel op het Pasen van de Heer...  Jezus gaat Jeruzalembinnen om het mysterie van zijn dood en verrijzenis te voltooien...  Vragen wij de genade hem te volgen met het kruis om deel te nemen aan zijn Verrijzenis.

 

HET MYSTERIE VAN HET KRUIS. Het koningschap van Christus wordt op een eigenaardige manier op het kruis getoond. 

Waarom?

Op het kruis sterven alle valse beelden van God die de menselijke geest heeft voortgebracht en die wij, misschien, onbewust verder doorgeven.

 

«Hij draagt de last van onze zonden»

het is de onmacht

van de Liefde! 

Jezus is niet dood omdat hij vermoord is, maar omdat hij «zichzelfoverlevert» uit liefde in soevereine vrijheid.

 

Alleen het geloof is in staat de almacht van God in de onmacht van een kruis te lezen.

 

De ware grootheid van de mens  bestaat niet in macht,  rijkdom en sociaal aanzien,  maar in de Liefde die deelt,  die solidair is,  die mensen nabij is,  die dienstbaar is.

De rechtvaardige God onttrekt zich aan onze schema’s van rechtvaardigheid, die onmiddellijk wraak zou eisen op zijn belagers. 

De verliezer die vergeeft aan de winnaar laat zien dat Liefde haat overwint.

GOD REGEERT   VAN OP HET HOUT. 

In het kruishout heeft de eerste generatie christenen het teken van het koningschap vanChristus met wijsheid opgemerkt.

Uit de vernietiging van de Zoon van God  ontstaat een nieuwe mensheid. 

Het mysterie van de dood wordt mysterie van leven en overwinning.

 

Ieder gebaar vanwordt zo  "sacrament": teken van Liefde  van de Vader in Christus, van de Liefde  in Christus van de gelovigen.Liefde

GODDELIJKE LITURGIE TEKEN VAN LIEFDE. 

Jezus is het Paaslam

die het project van bevrijding  tot voltooiing brengt

dat in de eerste uittocht

begonnen is. 

 

Zijn zelfgave in de dood is het begin van een nieuwe en blijvende aanwezigheid.

 

LITURGIE IS VERBONDENHEID. 

Bewust deelnemen aan het eucharistisch offer, herdenken van het Offer van Jezus, houdt in zoveel eerbied te hebben voor het kerkelijk lichaam van Christus als aan zijn eucharistisch lichaam gegeven wordt.

 Wie discrimineert, 

wie anderen veracht,

wie de verdeeldheid

in de gemeenschap in stand houdt

«herkent het lichaam van de Heer niet».

Dan is het niet meer het Avondmaal van de Heer, maar een leeg gebaar dat zijn veroordeling tekent.

«Zijn voor ons geofferd lichaam  is ons voedsel en geeft ons kracht, zijn bloed voor ons vergoten is de drank die ons van alle schuld bevrijdt»

Het kruis laat alleen ruimte voor stilte en contemplatie.

De Dienaar van de Heer maakt de zending actueel om het volk van zijn zonden te bevrijden: als vlekkeloos lam, beladen met de misdaden van zijn volk, wordt hij in stilte naar de slachtbank geleid. 

«Door zijn wonden zijn wij genezen»

De keuzen van God zijn onbegrijpelijk:

de almacht weigert zich op te dringen en wordt onmacht. 

Jezus sterft op het ogenblik   waarop in de tempel de schapen worden geofferd die bestemd zijn voor de viering van Pasen.

De gekruisigde Jezus

is «het ware Paaslam»,

het verbond met God.

«Wanneer ik zal zijn omhoog geheven,  zal ik allen tot mij trekken»

(Joh 12,32) 

EEN DOOD   VOOR HET LEVEN.

Het lijden van Jezus

is «glorierijk lijden»:

de Vader heeft zijn antwoord gegeven en maakt dat de nederlaag een overwinning wordt. 

In het vlees van het geslachte Lam

«is alles volbracht»

en wordt het heil door de Vader gewild actueel.

Het kruis wordt het hart van de wereld.  Van hieruit begint het gebed van Christus voor de redding van de wereld.  De Kerk, verbonden met zijn Heer,  verheft zich tot God  in de liturgie.

Door het bloed van het Paaslam wordt God verzoent met de mensheid

en treedt zij zelf in levende verbondenheid met God.

het geloof belijdt dat   de Rechtvaardige «voor onze zonden gestorven is»: 

- omwille van onze zonden,  maar vooral

  • ten gunste van ons,  voor de vergeving van de zonden.

 

«Laten wij opkijken naar Hem die zij doorboord hebben»

De aanbidding van het kruis is het betekenisvolle antwoord op deze geweldige gave.  Zo wordt de profetie waar:   «Zij richten hun blik op hem die zij doorstoken hebben».

De liturgische verbondenheid maakt ons tot deelnemers aan de glorierijke dood van Christus.

De mensheid is opgenomen in het verbond bezegeld   in het bloed van het Lam.

In de stilte treedt God in mij binnen, intiemer dan ik zelf.

Alleen wanneer men vrij is, is men in staat in stilte te blijven en de waarheid wordt dan vanzelfsprekend.

PAASNACHT

In deze nacht is de Heer  «voorbijgekomen» om zijn volk uit onderdrukkende slavernij te bevrijden.

In deze nacht is Christus «overgegaan» naar het leven door de dood te overwinnen.

«Herleven wij het Pasen  van de Heer» 

De liturgie is geen toneel,  maar levende aanwezigheid, in de tekens,  van het heilsgebeuren.

Voor de Kerk die viert is het altijd Pasen, maar de dienst van de Paasnacht vertegenwoordigt ons zichtbaar in de herinnering van het gebeuren.

De christen is geroepen om drager van het Licht te zijn.

De christen is geroepen om te volharden in het luisteren naar Christus. 

Woord

De christen is geroepen om onder leiding van de Geest de eigen roeping van het doopsel te beleven. 

Ga weg uit uw graf!

Ga weg uit uw egoïsme!

Treed binnen in open veld,

verkondig en getuig van het Evangelie!

CHRISTUS is VERREZEN!

HIJ IS WAARLIJK VERREZEN! 

PASEN VAN DE VERRIJZENIS.

Weest in de wereld getuigen van de Verrezen Heer

10:40 Gepost door kris in Lezingen van de zondag | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Epifanes van Salamin : "Zie uw koning komt tot u, hij is nederig en rijdt op een ezel, een ezelinnenjong" (Za 9,9)

Homilie toegekend aan Epifanes van Salamin (? - 403), bisschop 1ste homilie van Palmzondag; PG 43, 427v

 

 

Epiphanius- van Salamis kerkvader.jpg

Epifanes van Salamis

 

 

"Zie uw koning komt tot u, hij is nederig en rijdt op een ezel, een ezelinnenjong" (Za 9,9)

 

“Dochter van Sion, verheug u”, wees blij, Kerk van God; “zie uw koning komt naar u toe” (Zach 9,9). Ga Hem tegemoet, haast je om zijn heerlijkheid te schouwen. Zie de redding van de wereld: God gaat naar het kruis, en de Gewenste van de naties (Hag 2,8 Vulg) komt Sion binnen. Het licht komt; roepen we met het volk: “Hosanna Zoon van David. Gezegend Hij die komt in de naam van de Heer.” De Heer God is aan ons verschenen, aan ons, wij die in de duisternis zaten en in de schaduw van de dood (Lc 1,79). Hij is verschenen, verrijzenis van hen die gevallen zijn, bevrijding van de gevangene, licht van de blinden, troost voor de geslagenen, rust voor de zwakken, bron voor de dorstigen, wreker van de vervolgden, vrijkoper van hen die verloren zijn, eenheid van de verdeelden, geneesheer van de zieken, redding voor de verdwaalden. Gisteren liet Christus Lazarus nog uit de doden verrijzen; vandaag gaat Hij zelf de dood tegemoet. Gisteren trok Hij Lazarus uit de banden die hem vastbonden; vandaag reikt Hij de handen naar hen die Hem willen vastbinden. Gisteren trok hij die man uit de duisternis; vandaag gaat Hij, voor de mensen, de diepte van de duisternis en de schaduw van de dood binnen. En de Kerk viert feest. Ze begint aan het feest der feesten, want ze ontvangt haar koning als een bruidegom, want haar koning bevindt zich midden onder haar.

Bron : dagelijksevangelie.org

28-03-15

Vijfde zondag van de vasten : de Heilige Maria van Egypte

vijfde zondag van de Grote Vasten

De heilige Maria van Egypte

 

 

Maria van egypte149.gif

Heilige Maria van Egypte

 

Lezingen :

Hebr.9,11-14,4

De eredienst van het nieuwe verbond      [11] Maar* nu is Christus gekomen, de hogepriester van de komende goede dingen. Hij is door een verhevener en volmaakter tent, die niet gemaakt is door mensenhand - dat wil zeggen: ze behoort niet tot onze geschapen wereld - [12] eens en voorgoed het heiligdom binnengegaan, en niet met het bloed van bokken en kalveren maar met zijn eigen bloed heeft Hij een eeuwige verlossing verworven. [13] Want als het bloed van bokken en stieren en het bestrooien met de as van een vaars de verontreinigden kan heiligen zodat zij uiterlijk rein worden, [14] hoeveel te meer dan het bloed* van Christus. Door de eeuwige Geest heeft Hij zichzelf aan God geofferd als een smetteloos offer, dat ons geweten zuivert van dode werken, om de levende God te dienen.

Marcus : 10,32-45

Onderricht aan de twaalf apart      [32] Ze trokken verder op hun weg naar Jeruzalem; Jezus ging voor hen uit. Ze waren ontdaan. Ook de mensen die volgden waren bang. Weer nam Hij de twaalf apart en begon hun te vertellen wat Hem zou overkomen: [33] 'Kijk*, we gaan op naar Jeruzalem en de Mensenzoon zal overgeleverd worden aan de hogepriesters en de schriftgeleerden, en ze zullen Hem ter dood veroordelen en overleveren aan de heidenen, [34] en zij zullen Hem bespotten, op Hem spugen, Hem geselen en ter dood brengen, en na drie dagen zal Hij opstaan.'      [35] Toen kwamen Jakobus* en Johannes, de zonen van Zebedeüs, bij Hem: 'Meester, we willen U vragen iets voor ons te doen.' [36] Hij vroeg hun: 'Wat wil je dan dat Ik voor jullie doe?' [37] Ze zeiden Hem: 'Dat een van ons rechts en de ander links van U mag zitten, als U in uw heerlijkheid gekomen bent.' [38] Maar Jezus zei hun: 'Je weet niet wat je vraagt*. Kunnen jullie de beker* drinken die Ik drink, of gedoopt worden met de doop waarmee Ik gedoopt word?' [39] Ze zeiden Hem: 'Ja, dat kunnen wij.' Jezus zei hun: 'De beker die Ik drink, die zullen jullie drinken, en met de doop waarmee Ik gedoopt word, daarmee zullen jullie gedoopt worden, [40] maar rechts of links van Mij zitten - het is niet aan Mij om dat te vergeven. Dat wordt gegeven aan hen voor wie dat is weggelegd.'      [41] Toen de tien dat hoorden, ergerden ze zich aan Jakobus en Johannes. [42] Daarop riep Jezus hen bij zich en zei: 'Jullie weten dat de erkende leiders van de volken heerschappij voeren over hen, en dat hun grote mannen hun gezag laten gelden. [43] Maar zo is het onder jullie zeker niet. Wie daarentegen groot wil worden onder jullie, moet jullie dienaar zijn; [44] wie onder jullie eerste wil zijn, moet slaaf van allen zijn. [45] Want ook de Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losgeld voor velen.'

 

De heilige Maria van Egypte

 

 

 

De heilige Maria van Egypte. Van haar wordt een uitvoerige levensbeschrijving gelezen in de Avonddienst van de 5e donderdag van de Grote Vasten (Triodion 3b, 283-305), geschreven door de heilige Sofronios, bisschop van Jeruzalem in de 7e eeuw. Het oudste bericht wordt aangetroffen in het leven van de heilige Kyriakos ( rond 500), die als eerste kluizenaar leefde in de overjordaanse woestijn. Twee van zijn leerlingen drongen eens diep in de woestijn door, en zagen de schim van een mens wegvluchten. Zij kwamen toen bij een grot waar een stem hen toeriep niet dichterbij te komen daar zij een vrouw was en geen kleren meer had. Op hun vragen noemde zij zich Maria, de grote zondares en publieke vrouw, die boete deed voor haar zonden.

De leerlingen vertelden het aan Kyriakos, keerden enige tijd later terug naar die grot en vonden haar gestorven. Zij haalden spaden om haar te begraven. Dit is een terloopse beschrijving binnen het leven van een andere heilige, maar het helpt ons om de tijd waarin zij leefde vast te stellen.

Haar eigen levensverhaal, dat we lezen in de Avonddienst van de 5e donderdag in de Grote Vasten, brengt natuurlijk veel meer bijzonderheden zoals zij die verteld had aan de monnik Zozima , nadat deze haar zijn kleed had afgestaan.

Maria was geboren op het platteland van Egypte, maar haar verhitte natuur dreef haar al op twaalfjarige leeftijd naar de grote stad, waar zij een onverzadigbaar wellustig leven leidde. Zij was niet berekenend en daardoor bleef zij arm, zodat zij in haar levensonderhoud moest voorzien door vlas te spinnen, de minst betaalde bezigheid. Na 17 jaar wilde ze daarom haar geluk elders beproeven en zij zag de kans naar Jeruzalem te komen. Ze kwam daar in september, de grote feesttijd van de Verheffing van het heilige Kruis, die daar natuurlijk met grote luister werd gevierd en uit nieuwsgierigheid wilde ze dat feest meemaken. Het was haar onmogelijk tussen de opdringende menigte de kerk binnen te komen, al liet zij zich heus niet zo gemakkelijk opzij duwen. Terwijl zij zich zo vergeefs uitputte, kwamen oude herinneringen in haar op, haar geweten ontwaakte en in een flits drong het tot haar door dat zij niet waard was het heilig Kruis te aanschouwen. Haar felle natuur kwam tegelijk tot een volledige ommekeer. Bij de icoon, die daar hing, smeekte zij de heilige Moeder Gods haar borg te zijn dat zij zich zou bekeren, als zij nu maar het kostbare levenschenkende Hout zou mogen aanschouwen. En toen dit inderdaad gebeurde, trok zij vandaar rechtstreeks naar de woestijn over de Jordaan om haar boeteleven aan te vangen.

Daar leefde zij 47 jaar onder de blote hemel, eerst van het weinige brood dat zij had kunnen meenemen, later van de planten die daar in het voorjaar groeien. Van haar kleren bleef langzamerhand niets over, zij ontmoette nooit enig dier, laat staan een mens. Zij had een harde strijd te voeren tegen haar ingeroeste gewoontes, zij snakte naar vlees, zij had een brandende behoefte aan wijn, maar had zelfs geen water te drinken. Ook de dubbelzinnige liedjes die zij gewoon was te zingen wilden maar niet uit haar gedachten. Maar dan weende zij van schaamte, sloeg zich op de borst en wendde zich uit alle macht tot de Moeder Gods die immers haar borg was geweest; en dan kwam zij langzaam tot kalmte en een mystiek licht omscheen haar van alle kanten.

Zo deed zij haar verhaal, ze baden samen en Zosima zag haar daarbij in de lucht zweven, zonder enige steun en los van de grond. Toen zond zij Zosima naar het klooster terug met de opdracht het volgend jaar, op de dag van het Laatste Avondmaal voor haar de heilige Communie gereed te houden. Terwijl hij die avond vol onrust op haar wachtte aan de oever van de Jordaan, zag hij haar over het water naar zich toelopen. Zij ontving de heilige Mysterieën en vroeg hem, haar het volgend jaar weer te komen opzoeken, diep in de woestijn. Zosima vond haar daar, gestorven, en hij begroef haar met behulp van een leeuw die plotseling was komen opdagen. Op de grond stond geschreven dat zij Maria heette en dat ze gestorven was op Goede Vrijdag, de 1e april, hetgeen wijst op het jaar 522 als het meest waarschijnlijke sterfjaar.

 

 

 TROPARION

 

In u, o Moeder, werd duidelijk gered Gods evenbeeld, want nadat hijn het Kruis aanvaard hebt om Christus na te volgen, leerde gij door uw voorbeeld om het vergankelijk vlees te verachten, maar te zorgen voor de ziel die onsterfelijk is. Daarom o heilige moeder Maria, verheugt zich uw geest met de Engelen

 

KONDAKION

 

Gij die eens van ontucht vervuld waart, zijt nu foor het berouw de bruid van Christus. Vol verlangen naar de levenswandel der Engelen, hebt gij de demonen overwonnen door het wapen des Kuizes. Daarom zijt gij, heerlijke Maria, nu verschenen als de Bruid des Konings.

 

10:00 Gepost door kris in Lezingen van de zondag | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Leo de grote : dan zullen zij vasten

 

H. Leo de Grote ( ?-ca.461) paus en kerkleraar 6e sermon voor de Veertigdagentijd, 1-2 ; SC 49 (vert. brevier)

Leo de grote van Rome.jpg

Leo de Grote

"Dan zullen zij vasten"

 

Dierbaren, altijd al “is de aarde vol van zijn mildheid” (Ps. 33, 5). …Nu echter de dagen terugkeren waarop de geheimen van onze verlossing hun stempel drukken en die onmiddellijk aan het paasfeest voorafgaan, wordt ons met nog meer aandrang voorgehouden, ons hierop voor te bereiden door geestelijke zuivering… Het is eigen aan het paasfeest dat heel de kerk zich verheugt over de vergeving van de zonden. Deze vindt niet alleen plaats bij hen die door het heilig doopsel worden herboren, maar ook bij hen die reeds lang gerekend worden onder het getal van Gods aangenomen kinderen. Hoewel het bad van de wedergeboorte (Tt 3,5) op de eerste plaats nieuwe mensen voortbrengt, heeft ieder toch dagelijks de taak zich te vernieuwen om bestand te zijn tegen de roest van de sterfelijkheid. En ook al maakt men grote vorderingen, er is altijd nog wel iets dat beter kan. In het algemeen moet men er daarom naar streven dat niemand op de dag van de verlossing nog behept blijkt te zijn met de gebreken van de oude mens. Daarom, dierbaren, wat elke christen te allen tijde moet doen, moet nu met des te meer zorg en godsvrucht volbracht worden. Zo moet men het apostolische voorschrift door een vasten van veertig dagen nakomen. Dit doet men niet alleen door zich in voedsel te matigen, maar vooral door zich te bevrijden van zijn zonden. Niets is echter zo nuttig als het geestelijke en heilige vasten gepaard te laten gaan met werken van barmhartigheid. Onder de ene naam van barmhartigheid bevatten deze werken vele prijzenswaardige daden van godsvrucht. Ondanks verschil in vermogen kunnen de gelovigen op die manier toch eenzelfde gezindheid hebben.

Bron : www.dagelijksevangelie.org

27-03-15

Orthodox Pasen

Orthodox Pasen

Datum: zondag 12 en maandag 13 april 2015
 
 
Orthodox Pasen wordt gevierd in Servië, Roemenië, Griekenland, Rusland en de Oekraïne, maar ook in de oriëntaalse orthodoxe kerken: koptisch, Syrisch, Armeens en Ethiopisch.
 
Men viert Jezus' overwinning op de dood. Na zijn kruisiging op Goede Vrijdag stond Hij op uit de dood: verrijzenis. Hierdoor is aan christenen de hoop gegeven op een beter leven nu of na de dood.
Waarom valt Orthodox Pasen op een andere datum?
In de eerste paar eeuwen na Christus vierde bijna iedere plaatselijke kerk Pasen op een verschillende datum. Sommige kerken bepaalden de datum aan de hand van het Joodse Pesach, andere vierden Pasen ieder jaar op 27 maart, en zo waren er nog meer tradities die allemaal een andere uitkomst gaven.
Het eerste Oecumenische Concilie in Constantinopel (een algemene vergadering van de hele kerk) maakte daar een eind aan. Men wilde één regel gebruiken om de datum van het feest van de Opstanding te berekenen.
Het Concilie besloot dat het feest van de Opstanding altijd na Pesach moest vallen, zoals ook de Opstanding zelf na Pesach was. Verder moest het een zondag zijn, de eerste dag van de week, als de nieuwe of Achtste Dag van de Schepping. Een vaste datum kwam dus niet in aanmerking.
Het Concilie bepaalde dat het feest moest vallen op de eerste zondag na de eerste volle maan na de eerste dag van de lente. De datum van Pesach wordt op een soortgelijke manier berekend, en deze berekening zou meestal voldoende moeten zijn om Pasen na Pesach te laten vallen. Voor de jaren waarin dat niet zo was voegde het Concilie toe "na het Joodse Pesach".
Het verschil in paasdatum is niet alleen het gevolg van het feit dat de Orthodoxe Kerk nog eeuwen na 1582 (het jaar waarin Rome de Gregoriaanse kalender invoerde) de Juliaanse kalender heeft gebruikt, hoewel de paasdatum wel volgens de Juliaanse kalender wordt berekend. Lang daarvoor heeft de Orthodoxe Kerk al overwogen de berekening te hervormen, maar men wilde geen methode invoeren waardoor Pasen vóór Pesach zou kunnen vallen.

17:20 Gepost door kris in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

19-03-15

Basilius van Caesaria : De twee geboden van de liefde

H. Basilius (ca 330-379), bisscop van Caesarea in Cappadocië, kerkleraar Grote Monastieke Regels, Vr. 1-2

 

 

Basilios de Grote aartsbisschop van Caesarea in Cappadocia.jpg

Basilius van Caesarea

 

 

De twee geboden van de liefde

 

Vraag: Wij vragen u eerst om ons te vertellen of de tien geboden van God in een bepaalde volgorde zijn gezet. Is er een eerste gebod, een tweede, een derde enzovoort?... Antwoord: De Heer zelf heeft de volgorde bepaald om de geboden te bewaren. De eerste en de grootste is die van liefde voor God en de tweede, die daaraan gelijk is, of liever de vervulling en de consequentie ervan is, betreft de liefde voor de naaste… Vraag: Wilt u voor ons eerst eens spreken over het liefhebben van God. Het is vanzelfsprekend dat men God lief moet hebben, maar hoe moet je Hem liefhebben?... Antwoord: De liefde voor God kun je niet onderrichten. Niemand heeft ons geleerd om van het licht te houden, noch om het leven lief te hebben boven alles; ook heeft niemand ons geleerd om van degenen te houden die ons op de wereld hebben gezet of ons opgevoed hebben. Zo ook, of liever gezegd des te meer is er geen uiterlijk onderricht dat ons leert om God lief te hebben. In de natuur van het levende wezen zelf – ik bedoel van de mens- is een soort van zaadje gelegd dat het principe van deze vaardigheid om lief te hebben bevat. Op de school van de geboden van God, waarbij het hoort om dat zaadje te vinden en het zorgvuldig te verzorgen, het met zorg te voeden, en het tot ontwikkeling te brengen door middel van de goddelijke genade. Ik keur jullie ijver goed, dat is onmisbaar voor het doel… Je moet weten dat deze deugd van liefde er één is, maar dat ze met haar macht alle geboden omvat: “Want wie Mij liefheeft, zal mijn woord bewaren”, zegt de Heer. (Joh 14,23) en ook: “Aan deze twee geboden hangt de hele wet en de profeten” (Mt 22,40)

Bron : www.dagelijksevangelie.org

11-03-15

zondag van de verering van het Heilige Kruis

 3e zondag in de vasten

 Heilige Kruisverering

Kruisverheffing7.jpg

Kruisverheffing

Eerste lezing :

Hebr.4,14-5,1-6

Jezus onze hogepriester  4 -   [14] Nu wij een verheven hogepriester* hebben, een die de hemelse* sferen is doorgegaan, Jezus, de Zoon van God, moeten wij vasthouden aan onze belijdenis. [15] Want*wij hebben een hogepriester die in staat is om mee te voelen met onze zwakheden; Hij werd zelf op allerlei manieren op de proef gesteld, precies zoals wij, afgezien dan van de zonde. [16] Laten wij daarom vrijmoedig naderen tot de troon van Gods genade, om barmhartigheid en genade te vinden en zo hulp te krijgen op de juiste tijd.

5 : [1] Want* elke hogepriester wordt genomen uit de mensen en aangesteld voor de mensen, om hen te vertegenwoordigen bij God, om gaven en offers op te dragen voor de zonden. [2] Hij is in staat onwetenden en dwalenden geduldig te verdragen, omdat hij ook zelf aan zwakheid onderhevig is; [3] daarom moet hij, als hij offers voor de zonden opdraagt, evengoed aan zichzelf denken als aan het volk. [4] En niemand kan zich die waardigheid aanmatigen; men moet evenals Aäron door God geroepen worden.  [5] Zo* heeft ook Christus niet zichzelf de eer van het hogepriesterschap toegekend; dat heeft God gedaan, die Hem zei: Mijn Zoon ben jij, Ik heb je vandaag verwekt. [6] Zoals Hij ook elders zegt: Jij bent priester voor eeuwig, op de wijze van Melchisedek.

 

Evangelie :

Marcus 8,34,9,1

  [8 - 34] Hij riep de menigte met de leerlingen bij zich en zei tegen hen: 'Als iemand achter Mij aan wil komen, laat hij dan met zichzelf breken, zijn kruis opnemen en Mij volgen. [35] Want wie zijn leven wil redden, zal het verliezen. Wie zijn leven verliest vanwege Mij en de goede boodschap*, zal het redden. [36] Want wat baat het een mens heel de wereld te winnen maar zichzelf schade toe te brengen? [37] Want wat kan een mens geven in ruil voor zichzelf? [38] Want wie zich schaamt voor Mij en mijn woorden te midden van deze overspelige en afvallige generatie, over hem zal ook de Mensenzoon* zich schamen wanneer Hij, bekleed met de heerlijkheid van zijn Vader, komt met de heilige engelen.' 9-1] Ook zei Hij hun: 'Ik verzeker u, er zijn er hier die de dood niet zullen proeven voordat ze hebben gezien dat Gods koninkrijk met kracht gekomen is.'

16:04 Gepost door kris in Lezingen van de zondag | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

10-03-15

Macarios van Egypte : Het gemeenschapsleven: "U bent allen broeders"

Derde homilie toegekend aan de heilige Macarius van Egypte (?-390), monnik Derde Homilie, 1-3 ; PG 34, 467-470

 

Makarios de grote.jpg

Makarios van Egypte

 

Het gemeenschapsleven: "U bent allen broeders"

 

      Wat ze ook doen, de broeders en zusters moeten zich liefdevol en vreugdevol naar elkaar betonen. Degene die werkt zal zo spreken over degene die bidt: “De schatten die mijn broer bezit, heb ik ook, want we hebben ze gemeenschappelijk”. Van zijn kant zal degene die bidt over degene die leest zeggen: “Het profijt dat hij uit zijn lezen haalt, verrijkt ook mij”. En degene die werkt zal zeggen: “Het is in het belang van de gemeenschap dat ik deze dienst vervul”.       De veelheid aan lichaamsdelen vormen slechts één lichaam en ze ondersteunen elkaar stilzwijgend doordat een ieder zijn taak vervult. Het oog ziet voor heel het lichaam; de hand werkt voor de andere ledematen; de voet draagt allen in het lopen; één ledemaat lijdt zo gauw een ander lijdt. Zo moeten broeders en zusters zich naar elkaar gedragen (Cf Rm 12, 4-5). Degene die bidt, veroordeelt niet degene die werkt, omdat hij niet bidt. Degene die werkt veroordeelt niet degene die bidt… Wie dient, zal anderen niet veroordelen. Daarentegen zal iedereen wat hij ook doet, handelen tot meerdere eer en glorie van God (cf. 1Kor 10,31 ; 2Kor 4,15)...       Zo zullen een grote samenhang en een oprechte harmonie “banden van vrede” vormen (Ef 4,3), die hen zal verenigen en ze met transparantie en eenvoud onder de welwillende blik van God laat leven. Het belangrijkste is vanzelfsprekend de volharding in het gebed. Overigens wordt één ding behaald: ieder moet in zijn hart die schat bezitten die de levende en geestelijke aanwezigheid van de Heer is. Of hij nu werkt, bidt of leest, een ieder moet kunnen zeggen dat hij dat onvergankelijke goede bezit en dat is de heilige Geest.

Bron : www.dagelijksevangelie.org

07-03-15

2e zondag van de vasten : H. Gregorios Palamas

2e zondag van de vasten

Zondag van de heilige H. Gregorios Palamas

 

palamas5.jpg

Gregorios Palamas

 ....Gij zult grotere dingen zien.... Voorwaar, voorwaar ik zeg u, gij zult de hemel open zien en de engelen Gods opstijgen en neerdalen op de Zoon des mensen....(1e zondag)

Hieraan worden wij herinnerd bij de lezing uit de Hebreeënbrief op de tweede zondag van de vasten.

......Daarom moeten wij temeer aandacht schenken aan hetgeen we gehoord hebben, opdat wij niet afdrijven...hoe zullen wijn dan ontkomen, indien wij geen ernst maken met zulk een heil.

In de evangelie lezing op de tweede zondag wordt die inzet en dat verlangen verbeeld door de lamme die bij Christus gebracht wordt door het dak:

...en daar Jezus hun geloof zag, zei Hij tot de verlamde : uw zonden worden u vergeven.

Lezingen :

Hebr.1,10-2,3

  En:  In het begin, Heer, hebt U de aarde gegrondvest,  en de hemel is het werk van uw handen.  Zij zullen vergaan, U echter blijft.  Alle zullen ze verslijten als kleren,  U zult ze opvouwen als een mantel,  als een kledingstuk zullen zij verwisseld worden.  U echter bent dezelfde  en uw jaren nemen geen einde.  Tot welke engel heeft Hij ooit gezegd:  Ga zitten aan mijn rechterhand,  totdat Ik uw vijanden als een voetbank voor uw voeten heb gelegd?  Wat zijn zij anders dan dienende geesten, uitgezonden ten behoeve van hen die de redding zullen erven? Trouw aan de boodschap 2.Daarom moeten wij des te meer aandacht schenken aan wat wij gehoord hebben, om niet uit de koers te raken. Want als het door engelen gesproken woord zo'n gezag had dat elke overtreding of ongehoorzaamheid haar rechtmatige vergelding ontving,  hoe zullen wij dan ontkomen, wanneer wij een zo grote redding verwaarlozen, die eerst verkondigd is door de Heer, en getrouw aan ons is doorgegeven door hen die Hem gehoord hebben;

 Evangelie :

Marcus,2,1-12

Toenemende tegenstand  Toen Hij enkele dagen later weer in Kafarnaüm kwam, hoorde men dat Hij thuis was.  Er liepen zoveel mensen te hoop dat ze zelfs niet meer bij de deur konden komen, en Hij sprak hen toe. ] Ze kwamen een verlamde bij Hem brengen, door vier man gedragen.  Omdat ze de man niet bij Hem konden krijgen vanwege de menigte, haalden ze de dakbedekking weg boven zijn hoofd, en toen ze een opening gemaakt hadden, lieten ze het bed waar de verlamde op lag, zakken. Bij het zien van hun vertrouwen zei Jezus tegen de verlamde: 'Vriend, uw zonden worden u vergeven.'  Nu zaten daar een paar schriftgeleerden die hun bedenkingen hadden:  'Hoe kan die man zoiets zeggen? Hij lastert God. Wie anders dan de enige God kan zonden vergeven?' Jezus doorzag meteen dat ze deze bezwaren hadden en zei tegen hen: 'Waarom hebt u eigenlijk bezwaren?  Wat is eenvoudiger? Tegen de verlamde zeggen: "Uw zonden worden vergeven", of zeggen: "Sta op en pak uw bed en loop?"  Maar opdat u weet dat de Mensenzoonbevoegd is om op aarde zonden te vergeven ', zei Hij, nu tegen de verlamde:  'Ik zeg u, sta op, pak uw bed en ga naar huis.'  En hij stond op, pakte meteen zijn bed en ging weg voor het oog van iedereen, zodat ze allemaal verrukt waren en God verheerlijkten. 'Zoiets hebben we nog nooit gezien', zeiden ze.

08:34 Gepost door kris in Lezingen van de zondag | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

05-03-15

Gregorius van Nyssa : Leven volgens God

H. Gregorius van Nyssa (ca. 335-395), monnik en bisschop Sermon 1 over de liefde voor de armen: PG 46, 463-466

Gregorius van Nyssa77.jpg

Gregorius van Nyssa

Leven volgens God

 

     Wij worden door elk woord van de goddelijke Schrift uitgenodigd om de Heer na te volgen. Hij heeft ons geschapen door zijn welwillendheid en zie, wij keren alles tot ons eigen nut, wij gebruiken alles voor ons eigen gemak. Wij verschaffen ons goederen voor ons eigen leven en wij reserveren het restant voor onze erfgenamen. Er wordt helemaal niet gekeken naar mensen die zich in ellende bevinden. Voor de armen heeft men geen enkele zorg. O, onbarmhartige harten!       Iemand ziet dat zijn naaste een tekort aan brood heeft en aan middelen om onmisbare voeding aan te schaffen, en in plaats van hem zijn hulp aan te bieden, om hem uit de ellende te trekken, kijkt hij naar hem, zoals men een plant observeert die aan het verdrogen is bij gebrek aan water. En toch heeft deze mens meer dan voldoende rijkdom en zou hij in staat zijn om met zijn middelen veel hulp te bieden. Zo kan ook de capaciteit van één enkele bron vele velden in de wijde omtrek water geven, zo is ook de weelde van een enkel huis in staat om veel armen uit de ellende te halen -tenminste als de zuinigheid en de gierigheid van een mens er geen hindernis opwerpt-; hij kan veel doen, en lijkt op een rots die in een beekje valt en de waterstroom verandert.       Laten we niet alleen naar het vlees leven, maar volgens God.

Bron : www.dagelijksevangelie.org

28-02-15

zondag van de orthodoxie

 

 

Eerste zondag van de vasten

ZONDAG VAN DE ORTHODOXIE

 zondag van de orthodoxie 1145.jpg

 

In de meeste plaatselijke kerken geen liturgie !

Gezamelijke liturgie in de orthodoxe kathedraal te Brussel - Stalingradlaan,34 (Nabij Zuidstation) voorgegaan door onze Metropoliet Panteleimon en Aartsbisschop Simon, omringd door priesters en diakens van alle jurisdicties

Het iconoclasme en het einde ervan

 De strijd die in de achtste en negende eeuw in Byzantium onder leiding van de keizers woedde tegen de verering van de iconen.   De achtergrond van deze strijd was drieledig. Ten eerste cultureel: een semitische huivering met betrekking tot beeld en afbeelding, die haaks stond op de Hellenistische achtergrond van veel christenen in Byzantium. Ten tweede politiek: het bevestigen van keizerlijke macht tegenover aanspraken van de kerk, patriarch en monniken. Ten derde theologisch: het oud-testamentisch verbod op het afbeelden van God en verzet tegen de ontaarding van iconenverering die in bepaalde monastieke kringen verworden was tot beeldenaanbidding. Het iconoclasme is veroordeeld op het concilie van Nicea. 

In de orthodoxe Kerk wordt het terug toestaan van de iconenverering gevierd op de 1e zondag van de vasten.

Op deze dag wordt er in Brussel om 10.00 u.een Pontificale celebratie gehouden met allen orthodoxe bisschoppen in België (van gelijk welk patriarchaat. Op het einde worden de iconen plechtig in processie de kerk rond gedragen.

 

 LEZINGEN VAN DE DAG

Hebr.11,24-26,32, 12,2

 Door het geloof heeft Mozes zelf, toen hij groot geworden was, geweigerd om door te gaan voor een zoon van de dochter van de farao.  Hij wilde liever mishandeld worden met het volk van God dan voor korte tijd profiteren van de zonde.

  En wat moet ik nog meer noemen? De tijd ontbreekt me om te verhalen van Gideon, Barak, Simson en Jefta, van David en Samuël en de profeten.

12. 2 :Kijk naar Jezus, de leidsman en voltooier van ons geloof. Omwille van de vreugde die voor Hem in het verschiet lag, heeft Hij een kruis op zich genomen en de schande niet geteld: nu zit Hij aan de rechterkant van Gods troon.

 

Evangelielezing :

Johannes 1,43-51

 Jezus roept Filippus en Natanaël

      De volgende dag, toen Hij besloten had om naar Galilea te gaan, ontmoette Hij Filippus. 'Volg Mij', zei Jezus tegen hem.  Filippus was afkomstig uit Betsaïda, de stad waar ook Andreas en Petrus vandaan kwamen.  Filippus ging Natanaël opzoeken en zei tegen hem: 'Degene over wie Mozes in de Wet en ook de profeten hebben geschreven, die hebben we gevonden: Jezus, de zoon van Jozef, uit Nazaret.'  'Nazaret?' zei Natanaël. 'Kan daar iets goeds vandaan komen?' Maar Filippus hield vol: 'Kom mee en je zult het zien.'  Jezus zag dat Natanaël naar Hem toe kwam en zei over hem: 'Daar heb je een echte Israëliet, in wie geen oneerlijkheid is.'  'Waar kent U mij van?' vroeg Natanaël. Jezus gaf hem ten antwoord: 'Nog voordat Filippus je kwam roepen, toen je onder de vijgenboom zat, had Ik je al gezien.'  'Rabbi,' zei Natanaël, 'U bent de Zoon van God, U bent de koning van Israël!'  Waarop Jezus zei: 'Je gelooft dus omdat Ik zei dat Ik je gezien heb onder de vijgenboom? Je zult nog grotere dingen zien!'  En Hij voegde eraan toe: 'Waarachtig, Ik verzeker jullie: je zult zien hoe de hemel geopend is en Gods engelen opstijgen en neerdalen boven de Mensenzoon.'

17:39 Gepost door kris in Lezingen van de zondag | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

26-02-15

EfraIm de Syriër : God dichtbij en veraf

EFRAÏM DE SYRIËR (ca. 306 - 373):

Efraim_syyrialainen02.jpg

GOD DICHTBIJ ÉN VERAF

 

Op wonderlijke wijze bent U overal dicht bij ons;

U werkt in ons, Heer, en U blijft verborgen.

U bent daar in de hoogte en de hoogte voelt U niet;

U bent daar in de diepte en de diepte kan U niet omvatten.

  U bent ongrijpbaar als wij U zoeken.

   U bent dichtbij én veraf.

Wie kan U bereiken?

Ons denken en onze zintuigen    raken U niet:

alleen in geloof, liefde en gebed

komen wij U nader.

Gregorius van Nazianze : O Gij , alles voorbij

GREGORIUS VAN NAZIANZE (329/30 - 390):

O GIJ, ALLES VOORBIJ

 

 

Gregorios van Nazianze.jpgO Gij, alles voorbij, hoe u anders noemen? Hoe kunnen woorden u prijzen:

Gij die door geen woord te zeggen zijt. Hoe kunnen gedachten u bereiken,

Gij die door geen denken te grijpen zijt.

Gij, Enige, Onuitsprekelijke, alwat gezegd wordt komt van U.

Gij, Enige, Onkenbare, alwat gekend wordt komt van U.

Alwat spreekt en alwat niet spreekt, prijst u.

Alwat denkt en alwat niet denkt, eert u.

Hunkeringen overal, barensweeën overal, alles reikhalst naar U,

alles bidt tot U, terwijl al wat uw geheim doorgrondt een lied vol stilte zingt.

Bij U alleen blijft alles bewaard, op U hoopt alles,

Gij zijt het doel van alles

Gij zijt één Gij zijt alles Gij zijt niemand

Gij zijt geen een Gij zijt niet alles.

O Gij die alle namen draagt Hoe zal ik U noemen?

Gij Enige Onnoembare

Welke hemelgeest dringt door tot het bovenste wolkendek?

Wees mij genadig,

O Gij alles voorbij.

Hoe U anders bezingen?

 

Gevonden in: J. Streng, Voorbij het denken. Verkenningen in de westerse mystiek, Baarn 19822, pag.62-63.

23-02-15

heilige Lucia

Heiligenleven

De heilige Lucia

 

Lucia heilige.jpg

 

 

 

Lucia van Syracuse (volgens traditie 283-304) is een christelijke martelares, die vereerd wordt als heilige door katholieke en orthodoxe christenen. Ze is de patroonheilige van de blinden. Ze is de enige katholieke heilige die ook vereerd wordt door de lutheranen in Scandinavië, in vieringen die veel voorchristelijke elementen van een joelfeest voor de zonnewende hebben behouden.

De bekendste versie van de legende van Sint Lucia is afkomstig uit de Legenda Aurea, een verzameling heiligenlevens van de 13e-eeuwse schrijver Jacobus de Voragine. De oudst bekende versie van de legende stamt echter uit de 5e eeuw, en er mag worden aangenomen dat de legende in de 6e eeuw al wijdverspreid was. Zo wordt ze genoemd in het sacramentarium van de 6e-eeuwse paus Gregorius I. In de daaropvolgende eeuwen is haar legende onder andere opgetekend door de Britse christelijke schrijvers Adelmus en Beda.

De heiligenlevens van Sint Lucia vertonen gelijkenissen met die van Sint Agatha en staan vol met aan haar toegeschreven wonderen. De mogelijkheid dat de heiligenlevens berusten op een historisch personage wordt groot geacht. Sint Lucia komt namelijk in vrijwel alle middeleeuwse verzamelingen van heiligenlevens voor. Ook is er in de catacomben van Syracuse een graftekst van rond het jaar 400 ontdekt, die waarschijnlijk werd aangebracht als herkenningspunt voor pelgrims. Rond het jaar 600 waren er al kloosters in Syracuse en Rome aan haar gewijd.

   

Volgens de legende leefde Sint Lucia in de tijd van de christenvervolgingen door keizer Diocletianus (regeerde 284-305). Ze was de dochter van een Romeins burger in Syracuse, die haar vader op jonge leeftijd had verloren. Haar moeder, Eutychia, leed al vier jaar aan dysenterie. Beide vrouwen brachten een nacht biddend bij de tombe van de christelijke heilige Sint Agatha door, de beschermheilige van Catania. Aan het einde van de nacht verscheen de heilige voor Lucia in een visioen. De heilige voorspelde Lucia daarin dat zij de glorie van Syracuse zou worden, zoals Agatha dat van Catania was. Ook was haar moeder terstond op wonderbaarlijke wijze genezen.

 

Eutychia regelde een heidense echtgenoot voor haar dochter, maar Lucia haalde haar moeder over het huwelijk niet door te laten gaan de bruidsschat als aalmoezen onder de armen te verdelen. Lucia had echter Christus als bruidegom gekozen en wilde eeuwig maagd blijven. De beoogde echtgenoot kwam op de hoogte van het uitdelen van de bruidsschat. Hij gaf Lucia daarop als christen aan bij de magistraat Paschasius. Deze verzocht haar een offer aan de keizer te brengen, wat ze weigerde. Daarop werd ze veroordeeld tot tewerkstelling in een bordeel, maar op wonderbaarlijke wijze bleken de wachters haar niet te kunnen afvoeren, ook nadat men een ossenspan had ingezet. Daarop werd ze met zwaardsteken om het leven gebracht. De fatale wond zou zijn toegebracht door met een zwaard door haar hals te steken.

 

Een andere legende verhaalt hoe Lucia haar ogen verloor. Eén versie van dit verhaal is dat een heidense minnaar naar haar hand dong. Hij maakte haar een compliment over haar mooie ogen, waarna ze haar ogen uitstak en hem deze toezond op een schaal, met de boodschap haar verder met rust te laten. Op wonderbaarlijke wijze bleef ze echter in staat te zien. In andere versies van de legende worden haar ogen uitgestoken bij haar marteldood. Beide versies komen in heiligenlevens ouder dan de 14e eeuw niet voor en zijn daarom waarschijnlijk een latere toevoeging.

 

Relieken die aan Sint Lucia worden toegeschreven zijn over heel Europa te vinden. De 11e-eeuwse schrijver Sigebert van Gembloux meldde dat het lichaam in zijn tijd in de Saint Vincent in Metz rustte, en dat een arm naar Speyer werd overgebracht. Oorspronkelijk zou ze in Syracuse begraven zijn, de laat 4e-eeuwse grafinscriptie vormt daarvoor extra bewijs. Volgens Sigebert zou het stoffelijk overschot van Sint Lucia vier eeuwen in Syracuse gelegen hebben toen hertog Faroald II van Spoleto Sicilië veroverde en de resten van de heilige overbracht naar Corfinium (in de Abruzzen). In 972 liet keizer Otto I het lichaam overbrengen naar Metz. Tegenwoordig zijn diverse relieken verspreid over Europa te vinden, die mogelijk afkomstig zijn van dit lichaam.

 

Een alternatief verhaal, in tegenspraak dat van Sigebert, is dat het lichaam in 878, toen de islamitische Saracenen Syracuse dreigden in te nemen, naar een geheime locatie gebracht werd. In 1039 werd het door de Byzantijnse generaal Maniakes gestolen en meegenomen naar Constantinopel. Bij de inname van de stad door de kruisvaarders in 1204 werd het lichaam, samen met vele andere relieken, naar Venetië overgebracht. Daar werd het oorspronkelijk in de kerk op het eiland San Giorgio Maggiore bijgezet.

 

In 1313 werd dit gebeente overgebracht naar de aan haar gewijde kerk Santa Lucia. Toen de Santa Lucia in 1860 werd afgebroken om plaats te maken voor het gelijknamige station werd het lichaam overgebracht naar de nabijgelegen San Geremia, waar het eeuwenlang in een glazen kist lag. In 1935 liet paus Pius XI het lichaam, dat zich in opmerkelijk goede staat bevond, bedekken met een zilveren dodenmasker. In 1981 werden alle beenderen behalve het hoofd gestolen, maar kort daarna door de politie teruggevonden. In 2004 werd het lichaam kortstondig vanuit Venetië overgebracht naar Syracuse, de stad waar de heilige oorspronkelijk bijgezet zou zijn. De stad Syracuse voert een lobby om het gebeente definitief terug te krijgen.

 

In het Franse Bourges bevindt zich een hoofd dat ook aan Sint Lucia wordt toegeschreven. De Venetianen zouden het hoofd in 1513 aan De Franse koning Lodewijk XII hebben geschonken, terwijl de rest van het lichaam in Venetië achterbleef. Lodewijk XII liet het hoofd bijzetten in de kathedraal van Bourges. Volgens een ander verhaal is het hoofd in Bourges echter uit Rome overgebracht, waar het werd ondergebracht in de tijd dat het lichaam in Corfinium rustte. Ook in Metz bevindt zich echter een hoofd waarvan beweerd wordt dat het van Lucia van Syracuse is.

 

De naam Lucia is afgeleid het Latijnse lux, dat licht betekent. Dit komt terug in de naamdag 13 december, die in de oude, juliaanse kalender de kortste dag van het jaar was. Vanwege de legende over de uitgestoken ogen is Sint Lucia de beschermheilige van blinden en opticiens. Daarnaast is ze de beschermheilige van elektriciens, prostituees en zieke kinderen. Ze wordt door katholieken aangeroepen voor genezing van slechtziendheid, halspijnen, blindheid en versterkte bloedingsneigingen.

 

De oudste afbeeldingen (iconen) van Sint Lucia zijn 6e-eeuwse fresco's uit Ravenna. Sinds de 14e eeuw wordt Sint-Lucia vaak afgebeeld met een schaal waarop een paar ogen ligt. Onder de oudste afbeeldingen waarop dit attribuut voorkomt zijn schilderingen van Pietro Lorenzetti in Florence. Francisco de Zurbarán (1598-1664) beeldde haar in Chartres af met een schaal ogen en een palmtak. De heilige wordt ook wel met een kelk of een dolk door haar nek afgebeeld.

 

In het Middellandse Zeegebied worden schelpen van het geslacht Turbo wel ogen van Sint Lucia genoemd. Volgens het volksgeloof zouden ze het boze oog afweren en geluk brengen.

 

In de geboortestad van de heilige, Syracuse, begint de viering ter ere van Sint Lucia op 12 december. Het zilveren beeld van de heilige wordt die dag uit haar kapel naar het altaar van de kathedraal verplaatst en er wordt cuccìa gegeten, een zoete Siciliaanse soep. Op de eigenlijke feestdag, 13 december, wordt het beeld in processie door de stad gedragen naar de kerk boven het graf van de heilige geplaatst. Acht dagen later volgt een processie in tegenovergestelde richting. In het zuiden en midden van Italië vieren diverse steden de dag van Sint Lucia met processies, feesten en vuurwerk.

 

In het noorden van Italië is in sommige streken een traditie ontstaan die lijkt op het Sinterklaasfeest uit Nederland en België. Sint Lucia brengt kinderen cadeaus in de nacht op 13 december, vergezeld van haar ezel en haar koetsier. Kinderen kunnen Sint Lucia een verlanglijst schrijven en laten bij het naar bed gaan sinaasappels, koekjes en rode wijn voor de heilige achter, of hooi voor de ezel. De kinderen wordt verteld vroeg naar bed te gaan omdat de heilige anders as in hun ogen komt strooien, waardoor ze verblind kunnen raken. De volgende dag zoeken de kinderen hun cadeaus, die in het huis verstopt zijn.

 

Ook in de Scandinavische landen Noorwegen, Zweden, Finland en Denemarken vormt de dag een traditionele feestdag, ondanks dat deze landen sinds de Reformatie geen grote katholieke bevolkingsgroep meer hebben. Waarschijnlijk stamt deze viering deels af van een voorchristelijke viering van de winterzonnewende. Traditioneel vormde de dag het begin van de vastentijd voor Kerstmis. Het feest wordt zowel thuis als op scholen en werkplaatsen gevierd met zoete lekkernijen en kaarslicht. Er worden optochten met fakkels of kaarsen gehouden waarin meisjes als de heilige verkleed gaan. Ook op de Faeröereilanden en op sommige plaatsen in de V.S. komt deze wijze van viering voor.

Bron : onbekend

 

18:58 Gepost door kris in Heiligenleven | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

1 2 3 4 5 6 7 8 Volgende