23-07-14

Clemens van Rome : "Dit is mijn gebod, dat u elkaar liefhebt, zoals Ik u heb liefgehad"

 

 

Welkom op mijn blog met allerhande informatie

over de Orthodoxie : teksten, foto's,

bezinningen , theologie.....

 

Om een stukje bijbel te horen voorlezen, KLIK op het bijbeltje en zoek bij index de tekst die je wenst te beluisteren.

bijbel

 

 

 Klik op het icoontje om liederen te beluisteren van de orthodoxe parochie  van Gent

 christus pantocrator.jpg

 

Poimen 1.jpg

 

Clemens van Rome : "Dit is mijn gebod, dat u elkaar liefhebt, zoals Ik u heb liefgehad"

H. Clemens van Rome, paus van 90 tot ongeveer 100 Eerste  brief aan de Korintiërs, 49

Clemens va,n Rome 46.jpg

Clemens van Rome

"Dit is mijn gebod, dat u elkaar liefhebt, zoals Ik u heb liefgehad"

      Dat hij die de liefde van Christus heeft, de geboden onderhoudt. Wie kan deze liefdesband met God uitleggen? (cf Kol 3,14)  Wie is in staat om de grootheid van zijn schoonheid uit te drukken ? De hoogten waar de liefde ons brengt is onuitspreekbaar. De liefde verenigt ons met God, “de liefde bedekt de veelheid aan zonden” (1P 4,8). De liefde verdraagt alles, de liefde is in alles geduldig; er is niets kleingeestigs in de liefde, niets verachtelijks; de liefde kent geen scheiding, zet niet aan tot opstand; de liefde handelt altijd in verbondenheid; in de liefde hebben de uitverkorenen van God de volmaaktheid ontvangen; in de liefde is niets onaangenaam aan God. In de liefde laat de Meester ons tot Hem komen. Door zijn liefde voor ons heeft Jezus Christus zijn bloed voor ons gegeven, naar de wil van God, zijn vlees voor ons vlees, zijn leven voor onze levens.
      Het is u bekend, geliefden, hoe groot en wonderlijk de liefde is en hoezeer haar volmaaktheid alle uitleg te boven gaat! Wie kan deze liefde bezitten dan alleen degene die door God hiervoor waardig is geacht? Laten wij Hem daarom bidden om van zijn barmhartigheid te verkrijgen dat wij mogen leven in de liefde, onberispelijk en ver van alle menselijke partijdigheid. Alle geslachten, vanaf Adam tot aan deze dag, zijn voorbijgegaan, maar zij die door Gods genade volmaakt zijn geworden in de liefde, mogen wonen in de verblijfplaats van de vromen. Dezen zullen in de openbaarheid treden op de dag dat God het koninkrijk van Christus komt bezoeken.
      Gelukkig zijn wij, geliefden, als wij Gods geboden naleven in eendracht en liefde; dan zullen omwille van de liefde onze misslagen worden vergeven.

www.dagelijks evangelie.org

21-07-14

rouwbericht van Patriarch Bartholomeus aan Koning Willem Alexander

 

 

Patriarchal Letter to His Majesty Willem-Alexander on the Recent Malaysia Airlines Tragedy

 

Your Majesty,

 

It is with great pain and sorrow that we have learned of the tragic crash of the Malaysian airliner in Ukraine, and the tragic loss of so many lives, citizens mostly from your country, men and women, young and old. On behalf of the Ecumenical Patriarchate, we wish to convey our deepest condolences to Your Majesty and through You, to the leaders and people of the Netherlands, most especially to the families of the victims.

 

We hope and pray that the facts and causes of this disaster will be established as quickly as possible, and we raise our hearts and hands to God in the highest, fervently praying to Him to send upon each and every afflicted soul His infinite mercy, comforting the mourners for the loss of their relatives. May God accept the repentance of humankind and not allow any similar tragedy from happening anywhere in the world.

 

At the Ecumenical Patriarchate, the eighteenth of July, 2014

Prayerfully yours,

+ BARTHOLOMEW
Archbishop of Constantinople-New Rome
and Ecumenical Patriarch

 

11:59 Gepost door kris in Actualiteit | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

21-06-14

Cyrillus van Jeruzalem : "Uw woorden zijn woorden van eeuwig leven"

H. Cyrillus van Jeruzalem ((313-350), bisschop van Jeruzalem en Kerkleraar Commentaar op het Evangelie van Johannes, 4, 4 ; PG 73, 613

cyrillus van Jerrusalem13.jpg

Cyrillus van Jeruzalem

"Uw woorden zijn woorden van eeuwig leven"

“Naar wie zullen we gaan?”, vraagt Petrus. Hij wilde zeggen: “Wie zal ons zoals U de goddelijke mysteriën uitleggen?” of “Bij wie kunnen we iets beters vinden? U hebt woorden van het eeuwige leven.” Ze zijn niet onverdraaglijk zoals de andere leerlingen zeggen. Daarentegen leiden ze naar de meest buitengewone werkelijkheid van alle, het leven zonder einde, het onvergankelijke leven. Deze woorden tonen ons goed dat we aan de voeten van Christus moeten gaan zitten, Hem aannemen als onze enige meester, en ons voortdurend bij Hem ophouden…
Het Oude Testament leert ons ook dat we Christus moeten volgen, en altijd met Hem verenigd moeten zijn. Inderdaad in de tijd dat de Israëlieten bevrijd waren van de Egyptische onderdrukking, en ze zich haastten naar het beloofde land, liet God hen geen wanordelijke route lopen. Degene die zijn Wet geeft zou hun niet toestaan om waar dan ook maar naar toe te gaan, naar hun eigen smaak. Ze zouden immers zonder gids volledig verdwaald zijn…; de Israëlieten vonden hun heil door bij hun gids te blijven. Vandaag de dag gaan wij ook onze weg door te weigeren ons van Christus af te scheiden, want Hij heeft zich aan de oudsten getoond in de verschijning van de tent, de wolk en het vuur (Ex 13,21; 26,1s)…
“Wie Mij wil dienen, zal Mij moeten volgen, en waar Ik ben, daar zal ook mijn dienaar zijn” (Joh 12,26)… Welnu wie loopt en gezelschap van Christus doet dit niet in materiële zin maar eerder door werken van deugd. De wijste leerlingen hebben zich stevig en met heel hun hart verbonden…; terecht zeggen ze: “Waar gaan we heen?” In andere woorden: “Wij zullen altijd bij U zijn, wij verbinden ons aan uw geboden, wij ontvangen uw woorden, zonder ooit te weigeren. Wij geloven niet zoals de onwetenden dat uw leer moeilijk is om aan te horen. Daarentegen zeggen we: “Hoe kostelijk streelt uw woord mijn gehemelte, kostelijker dan honing mijn mond” (Ps 119,103)

www.dagelijksevangelie.org

2e zondag na Pinksteren : zondag van de eerste leerlingen Petrus en Paulus

2e zondag na Pinksteren : zondag van de eerste leerlingen Petrus en Paulus

 

 

Peter&Paul_24.jpg

Petrus en Paulus

 

 

EERSTE LEZING :

Romeinen 2,10-16

10.heerlijkheid, eer en vrede wacht een ieder die het goede doet, de Jood in de eerste plaats, maar ook de Griek. [11] Want God kent geen aanzien* des persoons.
Wet en besnijdenis      [12] Zij die zonder de wet* hebben gezondigd, zullen ook zonder de wet omkomen; en zij die met de wet hebben gezondigd, zullen door de wet worden veroordeeld. [13] Want niet de hoorders van de wet zijn rechtvaardig in Gods oog; alleen de onderhouders van de wet zullen worden gerechtvaardigd. [14] Wanneer heidenen, die de wet niet hebben, uit zichzelf* doen wat de wet verlangt, zijn zij zichzelf tot wet, ook al bezitten zij de wet niet. [15] Zij tonen dat wat de wet vereist, in hun hart geschreven staat. Hun geweten getuigt daarvan, en hun gedachten, die hen over en weer beschuldigen of ook wel vrijspreken [16] op de dag dat God volgens mijn evangelie over de verborgen daden van de mens zal oordelen, door Christus Jezus.

EVANGELIE :

Matth.4,18-23

Roeping van enkele vissers      [18] Toen Hij eens langs het meer van Galilea liep, zag Hij twee broers - Simon*, die Petrus genoemd wordt, en zijn broer Andreas - het net uitwerpen in het meer; want het waren vissers. [19] Hij sprak hen aan: 'Kom achter Mij aan, en Ik zal jullie tot vissers van mensen maken.' [20] Meteen lieten ze hun netten achter en volgden Hem. [21] Verderop zag Hij nog twee broers, Jakobus van Zebedeüs en zijn broer Johannes; ze waren in de boot met hun vader Zebedeüs hun netten aan het klaren. Hij riep hen. [22] Meteen lieten ze de boot en hun vader achter en volgden Hem. Een grote menigte volgt Hem      [23] Hij trok rond in heel Galilea, terwijl Hij in hun synagogen onderricht gaf, de goede boodschap verkondigde van het koninkrijk, en elke ziekte en elke kwaal onder het volk genas.

21:33 Gepost door kris in Lezingen van de zondag | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

14-06-14

1e zondag na Pinksteren : ALLERHEILIGEN

 

1e zondag na Pinksteren : Allerheiligen

 

alle heiligen.jpg

Alle Heiligen

 

Hebr.11,33-12,2

33. Doorhet geloof hebben zij koninkrijken omvergeworpen, gerechtigheid beoefend, beloften in vervulling zien gaan. Zij hebben leeuwen de muil gesloten, [34] de gloed van vuur gedoofd, ze zijn ontsnapt aan het scherp van het zwaard. Hun zwakheid werd kracht, ze werden machtig in de oorlog, en dreven vijandelijke legers op de vlucht. [35] Vrouwen kregen hun doden terug door opstanding uit de dood. Anderen werden doodgemarteld en wezen hun vrijlating af, om een betere opstanding te verwerven. [36] Weer anderen werden beproefd doordat ze bespot werden en geslagen, en ook nog werden geboeid en gevangengezet. [37] Zij werden gestenigd, doormidden* gezaagd, terechtgesteld met het zwaard. Zij zwierven rond in schapenvachten en geitenvellen, ten prooi aan ontbering, vervolging, mishandeling. [38] Zij waren te goed voor deze wereld. Ze hielden zich op in woestijnen en in de bergen, in spelonken en in de krochten van de aarde. [39] Ook deze mensen werden allen vermeld vanwege hun geloof. Toch heeft geen van hen de belofte in vervulling zien gaan. [40] Aangezien God voor ons nog iets beters had voorzien, wilde Hij niet dat zij hun voleinding zouden bereiken zonder ons. Hoofdstuk 12 Standhouden in de beproeving [1] Door zo’n wolk van getuigen omgeven moeten wij elke zondelast die ons hindert, van ons afschudden, om vastberaden de wedstrijd te lopen waarvoor we hebben ingeschreven. [2] Kijk naar Jezus, de leidsman en voltooier van ons geloof. Omwille* van de vreugde die voor Hem in het verschiet lag, heeft Hij een kruis op zich genomen en de schande niet geteld: nu zit Hij aan de rechterkant van Gods troon

EVANGELIE

Mt.10,32-33,37-38;19,27-30 :

 [32] Als iemand partij kiest voor Mij bij de mensen, zal ook Ik partij kiezen voor hem bij mijn Vader in de hemel. [33] Wie Mij verloochent tegenover de mensen, die zal Ik ook verloochenen tegenover mijn Vader in de hemel….. [37] Wie meer houdt van zijn vader of moeder dan van Mij, is Mij niet waard. Wie meer houdt van zijn zoon of dochter dan van Mij, is Mij niet waard. [38] Wie zijn kruis niet opneemt en Mij niet volgt, is Mij niet waard  ; 19,27-30 : Daarop zei Petrus: ‘Kijk, wij hebben alles achtergelaten en zijn U gevolgd. Wat zullen wij dan krijgen?’ [28] Jezus zei hun: ‘Ik verzeker jullie, bij de wedergeboorte, wanneer de Mensenzoon* op de troon van zijn heerlijkheid zetelt, zullen ook jullie die Mij gevolgd zijn op twaalf tronen zetelen, om te oordelen over de twaalf stammen van Israël. [29] Ieder die zijn huizen, broers, zusters, vader, moeder, kinderen of landerijen heeft achtergelaten omwille van mijn naam, zal het honderdvoud daarvan krijgen en deel hebben aan het eeuwig leven. [30] Vaak zullen de eersten de laatsten zijn en de laatsten de eersten.

alle heiligen van Rusland.jpg

alle heiligen van Rusland

Alle heiligen van Cyprus.jpg

alle heiligen van Cyprus

alle heiligen van Amerika.jpg

alle heiligen van Amerika

alle heiligen van Antiochië.jpg

alle heiligen van Antiochië

alle heiligen van Afrika.jpg

alle heiligen van Afrika

alle heiligen van Kiev-Pechery.jpg

alle heiligen van Kiev-pechery

alle heiligen van estland.jpg

alle heiligen van Schotland

Alle heiligen van China _chinese martelaren.jpg

alle heiligen van China - martelaren

alle heiligen van België.jpg

alle heiligen van België

alle Afrikaanse heiligen.jpg

alle Afrikaanse heiligen

Alle heiligen van zwitserland2.jpg

alle heiligen van Zwitserland

 

 

 

16:24 Gepost door kris in Lezingen van de zondag | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Simeon de nieuwe Theoloog: De heilige Geest, die de Vader in mijn Naam zal zenden, zal u alles leren"

Simeon de Nieuwe Theoloog (ca 949-1022), Griekse monnik Hymne 21 ; SC 174

Simeon de neuwe theoloog + basilios.jpg

Simeon de nieuwe Theoloog en Basilios de Grote

"De heilige Geest, die de Vader in mijn Naam zal zenden, zal u alles leren"

Zij die de Geest hebben om meester te zijn
hebben geen kennis nodig die van mensen komt,
maar, verlicht door het licht van de heilige Geest,
kijken ze naar de Zoon, zien ze de Vader
en aanbidden de Drie-eenheid van Personen,
de enige God, die van nature één is op onuitspreekbare wijze…
Stop mens, heb ontzag sterfelijke natuur,
en denk dat je uit het niets bent voortgekomen
en door uit de buik van je moeder te komen
heb je de wereld gezien die voor jou gemaakt is.
En als je de hoogte van de hemel kon kennen
of aangeven wat de natuur van de zon, de maan en de sterren is,
waar ze vast blijven zitten en hoe ze zich verplaatsen…,
of zelfs de natuur van de aarde waaruit je getrokken bent,
zijn beperkingen en zijn maten, zijn grootte en zijn hoogte…,
als je het doel van elk ding hebt ontdekt
en als je het zand van de zee had geteld
en als je ook je eigen natuur kon kennen…,
dan kon je denken aan je Schepper,
hoe de Drie-eenheid zonder vermenging
en in de Eenheid blijft, de Drie-eenheid zonder scheiding.
Zoek de heilige Geest !...
Misschien dat God je troost en het je zal geven,
zoals Hij je al gegeven heeft om de wereld te zien
en de zon en het daglicht,
ja, Hij durft je nu op dezelfde wijze te verlichten…,
je verlichten in het licht van de Drieëne Zon…
Je zult dan de genade van de heilige Geest leren kennen:
dat zelfs indien afwezig, Hij aanwezig is met zijn kracht
en dat men Hem nu niet ziet door zijn goddelijke natuur,
en dat Hij overal is en nergens.
Als je Hem op een waarneembare wijze probeert te zien,
waar vindt je Hem dan ? Nergens zul je dan zeggen.
Maar als je de kracht hebt om Hem geestelijk te zien,
dan is Hij het eerder die je geest verlichten zal
en de ogen van je hart zal openen.

Bron : www.dagelijksevangelie.org

07-06-14

Pinksteren

PINKSTEREN

8e ZONDAG NA PASEN

 

Pinksteren (2).jpg

Pinksteren

Op een hoefijzervormige bank zitten de twaalf apostelen. Links boven Petrus en rechtsboven Paulus. Bovenin dalen vanuit het hemelsegment de stralen van de Heilige Geest neer op de groep van twaalf.
In het midden onderaan is een donker gewelf zichtbaar, waarin een koninklijk geklede gestalte staat. Hij heeft een witte doek uitgespreid met daarin twaalf evangelierollen. Het betreft de vertegenwoordiging van de kosmos, die het evangelie klaar houdt voor verspreiding over de wereld.

 

LEZINGEN :

Eerste lezing : Handelingen 2,1-11

Pinksteren [1] Toen de dag* van Pinksteren aanbrak, waren zij allen op één plaats bijeen. [2] Plotseling kwam er uit de hemel een geraas alsof er een hevige wind opstak, en het vulde heel het huis* waar zij waren. [3] Er verschenen hun vurige tongen*, die zich verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten. [4] Zij raakten allen vol van heilige Geest en begonnen te spreken* in vreemde talen, zoals de Geest hun ingaf.      [5] Nu woonden er in Jeruzalem vrome Joden, afkomstig uit ieder volk onder de hemel. [6] Toen dat geluid opkwam, liep de menigte te hoop en raakte in verwarring, omdat iedereen hen in zijn eigen taal hoorde spreken. [7] Ze stonden versteld en vroegen zich verwonderd af: 'Maar dat zijn toch allemaal Galileeërs die daar spreken! [8] Hoe is het dan mogelijk dat ieder van ons de taal* van zijn geboortestreek hoort? [9] Parten* en Meden en Elamieten, en bewoners van Mesopotamië, Judea en Kappadocië, Pontus en Asia, [10] Frygië en Pamfylië, Egypte en het Libische gebied bij Cyrene, en hier woonachtige Romeinen, [11] Joden en proselieten, Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze eigen taal spreken over de grote daden van God.'

EVANGELIE

Johannes 7,37-5. 8,12.

Stromen levend water      [37] Op de laatste dag, het hoogtepunt van het feest, stond Jezus daar en riep: 'Heeft* iemand dorst, laat hij dan naar Mij toe komen, en laat drinken [38] wie in Mij gelooft! Zoals de Schrift zegt: Uit zijn binnenste zullen stromen levend water vloeien.' [39] Hiermee doelde Hij op de Geest die men zou ontvangen als men tot geloof in Hem kwam. Toen was de Geest er namelijk nog niet, omdat Jezus nog niet verheerlijkt* was.
Verdeeldheid onder de toehoorders      [40] Onder het volk waren er die bij het horen van deze woorden zeiden: 'Dit is werkelijk de profeet*.' [41] Sommigen beweerden: 'Hij is de Messias.' Maar er waren er ook die zeiden: 'De Messias komt toch niet uit Galilea*? [42] Zegt de Schrift niet dat de Messias uit het geslacht van David komt en uit Betlehem, de woonplaats van David?' [43] Zo ontstond er verdeeldheid over Hem onder het volk. [44] Er waren er die Hem wilden grijpen, maar niemand sloeg werkelijk toe.
Ongeloof van de autoriteiten      [45] Toen de gerechtsdienaren bij de hogepriesters en farizeeën terugkwamen, vroegen dezen: 'Waarom hebben jullie Hem niet meegebracht?' [46] De dienaars zeiden: 'Nog nooit heeft een mens zo gesproken!' [47] Waarop de farizeeën antwoordden: 'Hebben jullie je ook al laten misleiden? [48] Heeft een van de leiders Hem geloof geschonken? Of iemand van de farizeeën? [49] Maar dat volk, dat de wet* niet kent, vervloekt zijn ze!' [50] Nikodemus, de man die indertijd naar Jezus toe was gekomen, iemand uit hun eigen kring, merkte op: [51] 'Sinds wanneer staat de wet ons toe iemand te veroordelen zonder hem eerst te horen en ons over zijn daden een oordeel te vormen?' [52] Maar hij kreeg als antwoord: 'Bent u soms ook een Galileeër? Zoek het maar na en u zult zien: uit Galilea komen geen profeten*!'

 [12] Weer richtte Jezus zich tot* hen: 'Ik* ben het licht* van de wereld. Wie Mij volgt*, gaat zijn weg niet in de duisternis, maar zal het ware levenslicht bezitten.

21:23 Gepost door kris in Lezingen van de zondag | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

31-05-14

gedachtenis van het 1e oecumenisch concilie

7e zondag na Pasen - : GEDACHTENIS VAN HET 1eOECUMENISCH CONCILIE EN DE 318 GODDRAGENDE VADERS DIE ERAAN DEEL HADDEN.

 

oecumenisch concilie 1.jpg

1e Oecumenisch concilie

 

Lezingen :

Handelingen 20,16-18, 28-36

[16] Want Paulus had besloten Efeze voorbij te varen om geen tijd in Asia te verliezen. Hij had haast omdat hij zo mogelijk met Pinksteren in Jeruzalem wilde zijn.      [17] Van Milete uit stuurde hij een bode naar Efeze om de oudsten van de gemeente bijeen te roepen. [18] Toen die bij hem gekomen waren, zei* hij tegen hen: 'U weet hoe ik mij heb gedragen vanaf de eerste dag dat ik in Asia kwam, de hele tijd dat ik bij u was

28] Zorg goed voor uzelf en voor heel de kudde waarover de heilige Geest u als leiders heeft aangesteld om de kerk* van God te weiden, die Hij door het bloed van zijn eigen Zoon heeft verworven. [29] Ik weet dat na mijn vertrek gevaarlijke wolven bij u zullen binnendringen die de kudde niet sparen; [30] zelfs mensen uit uw eigen kring zullen de waarheid gaan verdraaien om de leerlingen achter zich aan te krijgen. [31] Wees daarom op uw hoede en houd in gedachten dat ik drie jaar lang dag en nacht onophoudelijk iedereen onder tranen gewaarschuwd heb. [32] En nu draag ik u op aan God en aan het woord van zijn genade, dat bij machte is om op te bouwen en het erfdeel te geven, met alle geheiligden. [33] Zilver of goud of kleding heb ik van niemand verlangd; [34] u weet zelf dat deze handen in mijn eigen behoeften en die van mijn metgezellen hebben voorzien. [35] In alles heb ik u laten zien dat men zo, door hard te werken, de zwakken moet helpen, gedachtig de woorden van de Heer Jezus, die zelf* heeft gezegd: "Het is zaliger te geven dan te ontvangen." ' [36] Na deze woorden knielde hij met hen allen neer en sprak een gebed.

EVANGELIE :

Johannes 17,1-13

Afscheidsgebed van Jezus [1] Na deze toespraak sloeg Jezus zijn ogen op naar de hemel en bad: 'Vader, het uur is gekomen! Verheerlijk* uw Zoon, opdat uw Zoon U verheerlijkt. [2] Laat Hem, krachtens de macht die U Hem gegeven hebt over alle mensen, eeuwig leven schenken aan al degenen die U aan Hem hebt toevertrouwd. [3] Eeuwig leven! Dat betekent dat ze U, de enige waarachtige God, leren kennen*, en ook degene die U gezonden hebt: Jezus Christus. [4] Ik heb U op aarde verheerlijkt door het werk te volbrengen dat U Mij te doen hebt gegeven. [5] Verheerlijk Mij nu, Vader, aan uw zijde, en bekleed Mij met de heerlijkheid die Ik bij U bezat voordat*de wereld bestond.      [6] Ik* heb uw naam geopenbaard aan de mensen* uit de wereld, die U Mij had toevertrouwd. Ze waren van U, en U hebt hen aan Mij toevertrouwd. Ze hebben uw woord ter harte genomen. [7] Nu erkennen ze dat alles wat U Mij gegeven hebt, van U komt. [8] Want de woorden die U Mij gegeven had, heb Ik aan hen doorgegeven, en zij hebben die aangenomen: ze hebben naar waarheid erkend dat Ik van U ben uitgegaan; ze hebben geloofd dat U Mij hebt gezonden. [9] Voor hen bid Ik. Niet* voor de wereld, maar voor hen die U Mij hebt toevertrouwd bid Ik, omdat ze de uwen zijn - [10] al het mijne is trouwens het uwe en al het uwe is het mijne - en omdat in* hen mijn heerlijkheid zichtbaar is geworden. [11] Ik ben al niet meer in de wereld, maar zij, zij blijven in de wereld achter, terwijl Ik naar U toe kom. Heilige Vader, bewaar* hen in uw naam, die U Mij hebt toevertrouwd, opdat ze één mogen zijn zoals Wij. [12] Zolang Ik bij hen was, was het mijn taak hen te bewaren in uw naam, die naam die U Mij hebt toevertrouwd; Ik heb over hen gewaakt, en geen van hen is verloren gegaan, behalve degene die verloren moest gaan, opdat de Schrift in vervulling zou gaan. [13] Nu kom Ik naar U toe, maar terwijl Ik nog in de wereld ben, zeg Ik dit alles opdat ze volkomen vervuld mogen zijn van mijn vreugde.

11:54 Gepost door kris in Lezingen van de zondag | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

het eerste Oecumenisch concilie

Het (eerste oecumenische) concilie van Nicea (325)

 
De zaak die de meeste aandacht zou vragen op het concilie van Nicea begon rond het jaar 320 in Alexandrië. Een zekere presbyter Arius kwam in conflict met bisschop Alexander van de stad over de status van Jezus Christus als Zoon van God. Moest dit zoonschap zo worden opgevat, dat de Zoon evenzeer God was als zijn Vader, of was er een essentieel verschil, en moest de Zoon als schepsel worden beschouwd? Arius leerde het laatste, Alexander het eerste. Het duurde niet lang, of dit werd een strijdpunt in grote delen van de kerk, zeker in het oosten.
 
Bisschoppen en andere betrokkennen konden deze kwestie hun onverdeelde aandacht geven, omdat de kerk pas door Constantijns tolerantie-edict van 313 was bevrijd van het gevaar van vervolgingen. Sterker nog, omdat Constantijn het christendom als keizerlijke godsdienst had aangenomen, was het van het grootste belang dat er duidelijkheid bestond over de juiste leer en dat er geen scheuringen in de kerk ontstonden.
 
Constantijn was deze mening zelf ook toegedaan, en hij was degene die uiteindelijk besloot een concilie samen te roepen om de kwestie-Arius voor eens en altijd en voor de hele kerk op te lossen. Het fenomeen concilie of synode was echter op zich niet nieuw: het was al sinds de derde eeuw gebruikelijk dat de bisschoppen uit een bepaald gebied, als de omstandigheden het toelieten, bijeenkwamen om samen bepaalde beslissingen te nemen. Dat kon zijn over vragen als het beste beleid aangaande christenen die tijdens een vervolging voor de druk van de overheid waren bezweken en tot de genius van de keizer hadden gebeden (of een valse verklaring hadden gekocht dat ze dat hadden gedaan), maar ook om een nieuwe collega voor een vacante zetel te kiezen. Ten minste één keer, in Antiochië in 268, had een synode zich over de theologie van een collega gebogen, namelijk Paulus van Samosata. Wat wel nieuw was, was het feit dat dit concilie een beslissing moest nemen voor de hele kerk, en dat de belangrijkste kwestie op het concilie theologisch van aard was.
 
Het staat overigens niet vast, dat Constantijn speciaal door de ariaanse strijd besloot tot het organiseren van een concilie: er zijn aanwijzingen, dat hij vanaf het begin van zijn alleenheerschappij plannen had om een rijksconcilie te houden om de nieuwe eenheid, zowel bestuurlijk als kerkelijk, te vieren en te bezegelen.
 

Verloop en beslissingen

Het concilie was eerst in het centrale Ancyra (Ankara) gepland, maar werd op verzoek van Constantijn naar Nicea, vlakbij de keizerlijke hoofdstad van de oostelijke helft van het rijk, gehouden, en begon op 19 juni 325. De keizer hield de openingstoespraak, en liet er geen twijfel over bestaan dat het in grootste belang van het Romeinse Rijk was, dat de verzamelde bisschoppen een beslissing zouden nemen. Of hij ook daadwerkelijk een officiële geloofsbelijdenis verwachtte, is de vraag. Wel is het een feit, dat juist in deze decennia het gebruik ontstond theologische standpunten in de vorm van een geloofsbelijdenis te formuleren.
 
De exacte gang van zaken op het concilie is niet duidelijk, omdat er geen verslag bewaard is gebleven. Onze belangrijkste bronnen zijn een herinnering van Eustathius van Antiochië (die mogelijk optrad als voorzitter), enkele hoofdstukken van Athanasius van Alexandrië (die het concilie wel bijwoonde, maar er pas veel later iets over schreef) en een brief van Eusebius van Caesarea, die zijn eigen kerk na afloop van het concilie informeerde over de gang van zaken.
 
Wel is zeker, dat het concilie grootschalig was opgezet. We kennen de namen van 250 bisschoppen, en de latere traditie heeft altijd het door Athanasius genoemde aantal van 318 concilievaders in ere gehouden. Daarbij moet wel worden aangetekend, dat praktisch alle deelnemers uit de oostelijke helft van de kerk kwamen, waar het geschil tussen Arius en Alexander ook de meeste beroering teweeg had gebracht. Naast de bisschoppen waren er ook verschillende plaatsvervangers en assistenten aanwezig (zo mocht Athanasius, die toen nog diaken was, mee om zijn bisschop bij te staan), en natuurlijk de keizer en een aantal van zijn functionarissen.
 
Van deze deelnemers was de meerderheid beslist niet voor Arius’ positie, die uiteindelijk de Zoon voor het hoogste schepsel hield, maar dat wil niet zeggen dat deze tegenstanders van Arius het eens waren hoe men dan wel precies over Hem moest denken. Bovendien was er ook een groep die Arius steunde. Deze groep kwam met een verklaring, die door de meerderheid werd veroordeeld. Daarmee waren de kansen voor Arius feitelijk al aan het begin van het concilie verkeken.
 
Er moest echter wel een gezamenlijke verklaring komen, en dat verliep minder vlot. Volgens Athanasius probeerde men zich zoveel mogelijk te beperken tot bijbelse terminologie, maar lukte het Arius en de zijnen steeds deze terminologie zo uit te leggen dat zijn eigen positie er ook door werd gedekt. Op zeker moment werd dan ook een traditionele belijdenis (mogelijk in gebruik in Caesarea of Jeruzalem) aangevuld met een aantal specief-theologische termen, waarvan de belangrijkste het zogenaamde homoousios of consubstantialis is, dat uitdrukt dat de Zoon ‘van hetzelfde wezen' als de Vader is.
 
Deze term werd niet direct met algemene goedkeuring ontvangen, maar met de nodige uitleg en misschien ook wel enige keizerlijke druk lukte het toch praktisch alle aanwezige bisschoppen deze aangevulde geloofsbelijdenis te laten ondertekenen, die daarmee de officiële Geloofsbelijdenis van Nicea werd. Degenen die niet wilden ondertekenden (Arius en nog enkele overgebleven medestanders) werden verbannen en geëxcommuniceerd.
 
Het concilie nam ook nog een aantal andere beslissingen. Eén van de belangrijkste was wel het besluit voortaan overal in het Rijk het christelijke Paasfeest op de eerste zondag na de eerste volle maan na de lente-equinox te laten vallen: dit was reeds gebruik in het westen en vele kerken in het oosten, maar er waren ook nog steeds kerken die het Pasen vierden op de eerste zondag na het Joodse Paasfeest (en dus soms op of voor de equinox) of zelfs tegelijk met de Joden vierden, dus op de veertiende dag van de maand Nissan. Ook nam het concilie een besluit over het zogenaamde melitiaanse schisma, dat de kerk van Alexandrië en Egypte verscheurde. Dit schisma had niets te maken met de geloofsleer, maar ging terug op de vraag hoe men afvalligen van de laatste vervolging moest behandelen. Door de bemoeienis van Constantijn kregen degenen die los waren komen te staan van de katholieke kerk de kans de gemeenschap weer te herstellen op opvallend milde condities.
 

De geloofsbelijdenis van Nicea

Hoewel er geen verslag van de synode bewaard is gebleven, zijn er wel een lijst van besluiten (canones) en natuurlijk de geloofsbelijdenis. De geloofsbelijdenis is niet, anders dan men misschien zou verwachten, meteen na het concilie over de hele kerk verspreid en in gebruik geraakt. Dit komt overeen met de bronnen die erop wijzen, dat de meeste aanwezige bisschoppen het gevoel hadden dat de belijdenis in deze vorm erdoor was gedrukt. Toch zijn er voldoende bronnen om zeker te zijn van de tekst; de belangrijkste hiervan is misschien nog wel het officiële verslag van het concilie van Chalcedon in 451, waarbij èn de belijdenis van Nicea, èn de aangepaste versie ervan die werd vastgesteld in Constantinopel, beide werden voorgelezen uit de officiële documenten die toen nog beschikbaar waren, en aldus opnieuw in het verslag van Chalcedon terechtkwamen.
 
De Geloofsbelijdenis van Nicea luidt aldus:
 
Wij geloven in één God, de almachtige Vader, schepper van alle zichtbare en onzichtbare dingen,
en in één Heer Jezus Christus, de Zoon van God, als eniggeborene uit de Vader geboren,
dat wil zeggen uit het wezen van de Vader,
God uit God, Licht uit Licht, waarachtig God uit waarachtig God,
geboren niet gemaakt,
van hetzelfde wezen als de Vader,
door wie alles is ontstaan, zowel in de hemel als op aarde,
die om ons mensen en om onze redding is neergedaald en vlees is geworden, mens is geworden,
die geleden heeft en op de derde dag is opgestaan,
die is opgevaren ten hemel,
die zal wederkomen om te oordelen de levenden en de doden,
en in de Heilige Geest.
 
De zinsneden ‘dat wil zeggen uit het wezen van de Vader’, ‘God uit God, Licht uit Licht, waarachtig God uit waarachtig God’ en vooral ‘van hetzelfde wezen als de Vader’ zijn de theologische toevoegingen, die het Arius en zijn medestanders onmogelijk maakten deze belijdenis te ondertekenen. Echter, aan de geloofsbelijdenis zelf werden ook nog enkele veroordelingen of anathema’s toegevoegd, om iedere ariaanse voorstelling van zaken voortaan de pas af te snijden:
 
Maar zij die zeggen:
Er was een tijd dat Hij er niet was,
en voordat Hij werd geboren was Hij er niet,
en dat Hij uit het niets is ontstaan,
of zij die beweren dat de Zoon van God uit een andere substantie is,
of aan verandering of ontwikkeling onderhevig is,
diegenen veroordeelt de algemene en apostolische kerk.
 

Gevolgen

Het concilie van Nicea had uiteindelijk voor niemand de gevolgen die men zich uiteindelijk gewenst had. Arius en degenen die met hem weigerden de Geloofsbelijdenis van Nicea te ondertekenen. Zij werden veroordeeld en verbannen, en speelden voortaan geen rol van betekenis meer. Zij waren de grote verliezers, en voor de rest van de kerkgeschiedenis is ‘ariaans’ een soort brandmerk geworden voor iedereen die op één of andere manier afstand tussen de Zoon en de Vader aan zou nemen. Het wrange daarbij is, dat van degenen die de Geloofsbelijdenis wel hadden ondertekend, degenen die het dichtst tegen Arius’ positie aan schurkten vrij snel na het concilie de toon gingen aangeven. Volgens de traditie werd zelfs Arius zelf op zeker moment officieel gerehabiliteerd, maar overleed hij de dag voordat hij de communie weer voor het eerst zou ontvangen.
 
De felste tegenstanders van Arius, die geloofden dat de Zoon exact op dezelfde wijze God c.q. goddelijk was als de Vader, hadden een geloofsbelijdenis gekregen die paste bij hun theologie. Echter, het grootste deel van de kerk was met die belijdenis weinig gelukkig vanwege de technisch-theologische terminologie. Bovendien bleek zelfs het woord homoousios voor verschillende interpretaties vatbaar: men kon het zo uitleggen, dat het betekende dat Zoon en Vader hetzelfde wezen, dat wil zeggen dezelfde goddelijkheid deelden, maar ook zo, dat de Zoon en de Vader samen één wezen vormden, dat wil zeggen, één handelende entiteit. Dit zou na het concilie tot de nodige nieuwe discussies en moeilijkheden leiden.
 
De keizer had bereikt dat praktisch alle bisschoppen hetzelfde document hadden ondertekend en dat de kwestie formeel was opgelost. Hij bemoeide zich echter niet met de exacte betekenis van het homoousios, zodat de discussies daarover na het concilie onbekommerd konden oplaaien, en de eenheid feitelijk weer teloor ging. Hij handhaafde en consolideerde deze formele eenheid ook na het concilie (waarbij er dus zelfs weer enige ruimte ontstond voor Arius), maar moest de geestelijke eenheid zien verdwijnen. Het is overigens een open vraag of Constantijn daar zwaar aan tilde.
 
Ten slotte was er de meerderheid die zich weinig gelukkig voelde met zowel de gang van zaken als het bereikte resultaat (afgezien van de veroordeling van Arius), en zich er blijkbaar niet door gebonden voelde. In de eerste decennia na Nicea zijn de meeste bronnen dan ook opvallend zwijgzaam over het concilie, en vinden er soms weer discussies plaats die zich moeilijk laten rijmen met de beslissing van Nicea.
 

Belang

Al met al wordt er heel verschillend over Nicea 325 geoordeeld. Later heeft het de status gekregen van eerste oecumenisch concilie (zoals in principe alle eerste oecumenische concilies pas door latere conciliebesluiten hun officiële status hebben gekregen), en in de oosters- en oriëntaals-orthodoxe kerken hebben de 318 vaderen zelfs een eigen feestdag en een icoon. Of echter voor de later vastgestelde orthodoxie van Constantinopel 381 en de ontwikkelingen die daarop volgden daadwerkelijk in Nicea de basis is gelegd, blijft de vraag. Wat de verschillende deelnemers aan het concilie precies onder homoousios verstonden, is nog steeds onderwerp van wetenschappelijke discussie.
 
Van heel andere zijde en in moderne tijden is het concilie ook wel afgeschilderd als het begin van een val van het christendom: een val voor de sterke arm van de staat, een val voor een officieel in plaats van een charismatisch christendom, een val voor machtsdenken in plaats van het geloof, waarvan Joden en ketters in toenemende mate slachtoffer zijn geworden. Nicea (c.q. Constantijn) wordt dan tot het inbegrip van alles wat er in de kerk niet deugt, en de periode daarvoor wordt verheerlijkt als oorspronkelijk en puur. Een dergelijk beeld is echter karikaturaal. Het concilie van Nicea borduurde voort op soortgelijke concilies die al in de derde eeuw voorkwamen, en het nieuwe was niet het feit dat er een dogmatische beslissing werd genomen, maar dat een dogmatische vraag nu de belangrijkste was, en dat door de veranderde politieke omstandigheden nu voor het eerst een concilie voor de hele kerk kon worden gehouden. En eigenlijk was nog niet de dogmatische vraag op zich de aanleiding, maar die van de gemeenschap: het streven van Constantijn naar één onverdeelde kerk kan men moeilijk niet legitiem vinden. Bovendien was de vraag ook praktisch: als christenen op reis gingen, wilden ze in een andere stad door de kerk worden ontvangen en deel kunnen nemen aan de eucharistie. Dat was juist één van de dingen waardoor de kerk groot was geworden, en achter alle eerste concilies moet niet zozeer een theoretisch-theologische drijfveer worden gezocht, als wel het praktische verlangen de kerkelijke en geestelijke gemeenschap in stand te houden. Daarom was het voor Constantijn (en voor de overgrote meerderheid van de concilievaders) belangrijker dàt er een beslissing werd genomen waarmee men zich kon verenigen, dan hoe die beslissing er uiteindelijk precies uit kwam te zien.
 
Het is één van de tragische aspecten van de latere kerkgeschiedenis, dat voor dit streven de weg van concilies, dogmatische verklaringen en officiële veroordelingen uiteindelijk toch dood bleek te lopen, en dat de eerste tekenen daarvan al zichtbaar werden op het eerste concilie van Nicea.
 
   
Bron: UVT

11:53 Gepost door kris in theologie | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

28-05-14

Sigismund van Bourgondië

 

Heiligenleven

De heilige koning Sigismund

 

Sigismund van Boergondië (fresco door Piero della Francesca.jpg

Sigismund van Bourgondië (fresco van Piero della Francesca)

De heilige koning van Bourgondië, Sigismund, was in 515 van het Arianisme bekeerd door de heilige bisschop van Vienne, Avitus. In 516 werd hij de troonopvolger in Bourgondië.

Hij stichtte de abdij van Agaunum, waar hij ook gaarne vertoefde. Maar hij verloor niet zijn wilde aard. Zijn tweede vrouw, die het niet vinden kon met haar stiefzoon uit Sigismunds eerdere huwelijk, gedroeg zich als de klassieke stiefmoeder en wist door voortdurende klachten en intriges haar man zo ver te krijgen, dat hij zijn eigen zoon liet wurgen. Maar op hetzelfde ogenblik was zijn laaiende woede geblust, en hij wierp zich, onbedaarlijk wenend, op het verslagen lichaam van zijn kind. Een van zijn hovelingen merkte op : ‘Over uw zoon behoeft u niet te wenen, hij heeft nu zijn rust, maar ween over uzelf, als moordenaar van uw zoon’.

De koning vluchtte naar Agaunum om boete te doen met vasten onder tranen. En hij smeekte God hem in deze wereld te straffen en niet in de toekomstige. En dat is wat hem overkwam. Hij werd een gevangene van Chlodomer, koning van Orléans, en zoon van Clothildis, die aanspraak maakte op de troon van Bourgondië en alles in het werd had gesteld om dat doel te bereiken. Sigismund werd met vrouw en kinderen in een put verdronken in 524.

Brfon : Heiligenlevens voor elke dag – orth.klooster Den Haag

10:56 Gepost door kris in Heiligenleven | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

26-05-14

Ireneus van Lyon : Het brood dat Ik zal geven, is mijn vlees, ten bate van het leven der wereld"

H. Ireneüs van Lyon (ca.130-ca. 208), bisschop, theoloog en martelaar Tegen de ketterijen, V, 2, 2

"Het brood dat Ik zal geven, is mijn vlees, ten bate van het leven der wereld"

   Irenaeus_of_lyons 45.jpg   Ze vergissen zich volledig, degenen die het plan van God voor zijn schepping verwerpen, het heil van het vlees ontkennen en het idee van regeneratie verachten door te verklaren dat ze niet in staat is om een onvergankelijke natuur te verkrijgen. Als het vlees niet gered wordt, dan heeft ook de Heer ons niet met zijn bloed verlost; dan geeft ook de beker van de eucharistie geen gemeenschap met zijn bloed, noch het brood dat we breken, gemeenschap met zijn lichaam (1Kor 10,16). Want Hij is immers mens geworden om ons vrij te kopen met zijn bloed…       Wij zijn de ledematen van Christus (1Kor 6,15) en wij zijn gevoed door zijn schepping… Hij verklaarde dat de beker, die geschapen is, zijn eigen bloed is waardoor ons bloed versterkt zou worden; Hij bevestigde dat het brood, het geschapen brood, zijn eigen lichaam is waardoor onze lichaam zich versterken.       Dus als de beker die wij maakten en het brood dat wij gemaakt hebben, het Woord van God ontvangen en de eucharistie worden -dat is het bloed en het lichaam van Christus, die ons lichaam versterken en verstevigen- hoe kan men dan ontkennen dat het vlees niet in staat is om de gave van God te ontvangen, namelijk het eeuwige leven? Ons vlees wordt werkelijk gevoed door het bloed en het lichaam van Christus, ze is lidmaat van Christus, zoals Paulus schreef: “Wij zijn ledematen van zijn lichaam, gevormd uit vlees en beenderen” (Ef 5,30; Gn 2,23). Hij zegt dat niet over een geestelijk en onzichtbaar mens…: hij spreekt over het authentieke menselijke organisme, bestaande uit vlees, zenuwen en beenderen. Het is dit organisme die gevoed wordt door de beker, het bloed van Christus, versterkt door het brood dat zijn lichaam is… En onze lichamen die gevoed zijn door deze eucharistie, zullen nadat ze in de aarde worden gelegd…, op hun tijd verrijzen: het Woord van God zal hen laten verrijzen “tot glorie van God de Vader” (Fil 2,11).

Bron : www.dagelijksevangelie.org

03-05-14

3e zondag na Pasen : de Myrondraagsters

3e zondag na Pasen : de Myrondraagsters

 

myrondraagsters7.jpg

 

LEZINGEN

Handelingen 6,1-7

Zeven medewerkers gekozen; groei van de gemeente [1] In die dagen, toen het aantal leerlingen* steeds groter werd, begonnen de hellenisten* te mopperen op de Hebreeën*; ze vonden dat hun weduwen bij de dagelijkse ondersteuning* werden achtergesteld. [2] De twaalf riepen daarop de hele groep leerlingen bij elkaar en zeiden: ‘Het is onverantwoord dat wij het woord van God verwaarlozen om te kunnen zorgen voor de ondersteuning. [3] Zie daarom uit, broeders, naar zeven personen uit jullie midden, die goed bekend staan, vol van de Geest en van wijsheid. Hen zullen wij dan met deze taak belasten, [4] terwijl wíj ons blijven toeleggen op het gebed en de bediening van het woord.’ [5] De hele groep stemde met dit voorstel in. Zij kozen Stefanus*, een man vol geloof en heilige Geest, en verder Filippus, Prochorus, Nikanor, Timon, Parmenas en Nikolaüs, een proseliet uit Antiochië. [6] Ze droegen hen voor aan de apostelen, en die legden hun na gebed de handen op.      [7] Het woord van God bleef zich verbreiden; het aantal leerlingen in Jeruzalem werd nog veel groter, en ook een grote groep priesters aanvaardde het geloof.

 

Evangelie : Marcus 15,43 – 16,8

43] durfde Jozef van Arimatea, een vooraanstaand lid van de raad, die zelf ook leefde in de verwachting van het koninkrijk van God, het aan om naar Pilatus te gaan en het lichaam van Jezus te vragen. l [44] Pilatus was verbaasd dat Hij al dood zou zijn, en hij riep de centurio bij zich en vroeg hem of Hij al gestorven was. [45] Toen hij dat van de centurio vernomen had, gaf hij het lijk aan Jozef. [46] Deze kocht een linnen doek, nam Hem van het kruis af, en wikkelde Hem in het linnen; hij legde Hem in een graf* dat in de rots was uitgehouwen, en hij rolde een steen voor de ingang van het graf.

Gebrek aan vertrouwen [1] Hij ging daar weg en kwam in zijn vaderstad, en zijn leerlingen volgden Hem. [2] Toen het sabbat was, begon Hij in de synagoge onderricht te geven. Veel toehoorders waren verbaasd en zeiden: ‘Waar heeft Hij dat vandaan, wat voor wijsheid is Hem gegeven, en dan die machtige daden die door zijn handen totstandkomen? [3] Dat is toch de timmerman, de zoon van Maria en de broer* van Jakobus en Joses en Juda en Simon? Zijn zusters wonen toch hier bij ons?’ En ze namen aanstoot aan Hem. [4] Jezus zei hun: ‘Een profeet wordt overal geëerd, behalve in zijn vaderstad, bij zijn familie en in zijn eigen huis.’ [5] Hij kon daar helemaal geen machtige daden* verrichten, behalve dat Hij enkele zieken de handen oplegde en hen genas. [6] En Hij was verbaasd over hun gebrek aan vertrouwen. Hij trok door de dorpen in de omgeving om onderricht te geven. Zending van de twaalf      [7] Hij riep de twaalf bij zich, en begon hen twee aan twee uit te zenden, en Hij gaf hun macht over de onreine geesten. [8] Hij gebood hun om niets* mee te nemen voor onderweg dan een stok – geen brood, geen reistas, geen geld in de beurs

15:55 Gepost door kris in Lezingen van de zondag | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Clemens van Alexandrië : het Licht is in de wereld gekomen

H. Clemens van Alexandrië (150-ca. 215), theoloog Vermaning aan de Grieken, 11, 113 ; GCS 1, 79

ClemensVonAlexandrien.jpg
Clemens van Alexandrië

"Het licht is in de wereld gekomen"

      “De wet van de Heer is volmaakt, het verheldert de blik” (Ps 19,8). Ontvang van Christus, ontvang het vermogen om te zien, ontvang het licht om God en de mens te kennen… Laten we het licht ontvangen om God te ontvangen…, laten we het licht ontvangen en laten we leerlingen van de Heer worden…, laten we de onwetendheid en de duisternis verjagen die onze blik als een mist versluieren, laten we de ware God aanschouwen… Toen we nog omwikkeld waren door de duisternis en gevangenen van de dood" (Mt 4,16; Jes 42,7), straalde er uit de hemel een zuiverder licht dan de zon, het was zoeter dan het leven hierbeneden, het straalde voor ons. Dat licht is het eeuwige leven, en alles wat er aan het leven deelneemt. De nacht vreest dat licht; uit angst verdwijnt ze en maakt plaats voor de dag des Heren; alles is licht geworden zonder schemering.
      Het westen is veranderd in het oosten; het is de “nieuwe schepping” (Gal 6,15; Ap 21,1). Want der “Zon der Gerechtigheid” (Ml 3,20), die overal komt in haar omloop, bezoekt het hele menselijk ras, zonder onderscheid. Hij volgt zijn Vader na die “de zon doet opgaan over alle mensen” (Mt 5,45) en Hij verspreidt over allen de dauw van de waarheid… Door de dood te kruisigen heeft Hij het ongevormd in het leven; Hij heeft de mens van zijn ondergang gered en heeft hem in de hemel vastgezet; Hij heeft wat vergankelijk is overgeplaatst om het onvergankelijk te maken; Hij heeft de aarde in de hemel veranderd…
      Hij geeft het leven van God  aan de mensen door zijn goddelijk onderricht, door “zijn Wet in hun binnenste geschreven, en in hun hart gegrift. …Want iedereen, groot en klein, kent God. Ik vergeef hun misstappen, zegt God, Ik denk niet meer aan hun zonden” (Jr 31,33v). Laten we dus de wetten des levens ontvangen, laten we gehoorzamen aan het onderricht van God, laten we Hem leren kennen.

www.dagelijksevangelie.org

26-04-14

2e zondag na Pasen : Thomaszondag

THOMASZONDAG

 2e zondag na Pasen

 

thomas' ongeloof 2.jpg

 

LEZINGEN :

Handelingen 5,12-20 :

  [12] Door de handen van de apostelen gebeurden er vele tekenen en wonderen onder het volk. Eensgezind bevonden zij zich allen in de Zuilengang van Salomo. [13] Geen buitenstaander durfde zich met hen in te laten, maar het volk sprak met grote waardering over hen. [14] Steeds weer sloten zich mensen aan die in de Heer geloofden, grote groepen mannen en vrouwen; [15] zelfs droeg men de zieken de straat op en legde hen daar neer op een bed of een matras, in de hoop dat wanneer Petrus voorbijkwam in ieder geval zijn schaduw* op een van hen zou vallen. [16] Ook de bevolking uit de steden rondom Jeruzalem stroomde in groten getale toe; ze brachten zieken mee en mensen die te lijden hadden van onreine geesten, en allen werden genezen.
Hernieuwd optreden tegen de apostelen deert hen niet      [17] De hogepriester echter en heel zijn aanhang, de partij van de sadduceeën, werden vervuld met jaloezie; [18] ze arresteerden de apostelen en zetten hen in de stadsgevangenis. [19] Maar een engel van de Heer opende 's nachts de deuren van de gevangenis, bracht hen naar buiten en zei: [20] 'Jullie moeten weer naar de tempel gaan om aan het volk het nieuwe leven* te verkondigen.'

Evangelie :

Johannes 20,19-31:

Verschijning aan de leerlingen      [19] Op de avond van die eerste dag van de week waren de leerlingen bij elkaar. Hoewel de deur op slot was uit vrees voor de Joden, kwam Jezus. Ineens stond Hij in hun midden en zei: 'Vrede!' [20] Na* deze groet toonde Hij hun zijn handen en zijn zijde. Vreugde vervulde de leerlingen toen ze de Heer zagen. [21] 'Vrede', zei Jezus nogmaals. 'Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik jullie.' [22] Na deze woorden ademde* Hij over hen. 'Ontvang de heilige Geest', zei Hij. [23] 'Als jullie iemand zijn zonden vergeven*, dan zijn ze ook vergeven; als jullie ze niet vergeven, dan blijven ze behouden.'
Jezus en Tomas      [24] Tomas, een van de twaalf, ook Didymus genaamd, was er niet bij toen Jezus kwam. [25] De andere leerlingen vertelden hem: 'We hebben de Heer gezien.' Maar hij zei: 'Ik wil zijn handen zien, met de gaten van de spijkers erin; ik wil ze met mijn vingers voelen. Ik wil met mijn hand de opening in zijn zijde voelen. Anders geloof ik niet.'      [26] Acht* dagen later waren de leerlingen weer bijeen, en nu was Tomas erbij. Hoewel de deur op slot was, kwam Jezus. Ineens stond Hij in hun midden en zei: 'Vrede!' [27] Vervolgens richtte Hij zich tot Tomas: 'Kijk maar, hier zijn mijn handen; kom nu maar met je vinger. En kom met je hand om de opening in mijn zijde te voelen. Wees niet langer ongelovig, maar gelovig.' [28] Hierop zei Tomas: 'Mijn Heer! Mijn God!' [29] Jezus zei: 'Omdat* je Me gezien hebt geloof je? Gelukkig zij die zonder gezien te hebben toch tot geloof komen.'
Bedoeling van dit boek      [30] Nog veel andere tekenen heeft Jezus voor de ogen van zijn leerlingen verricht, die niet in dit boek zijn neergeschreven. [31] Die welke u hier vindt, zijn neergeschreven opdat u zult geloven dat Jezus de Messias is, de Zoon van God, en opdat u door te geloven leven zult bezitten in zijn naam.

 

APOSTEL THOMAS

 

 

Thomas333.jpg

 

Wie was ongelovige Thomas?

Dat de apostel Thomas 'ongelovige Thomas' wordt genoemd, is gebaseerd op het ongeloof van de apostel Thomas die niet geloofde dat Jezus uit zijn graf was opgestaan. De andere apostelen hadden Christus gezien, maar Thomas was op dat moment niet aanwezig. Hij zei daarop dat hij de opstanding van Christus pas wilde geloven als hij de wonden van de spijkers in de handen van Christus zou zien en zijn vinger erop kon leggen.
Uitdrukking

Acht dagen later verscheen Jezus opnieuw aan zijn leerlingen en liet hen de wonden aan handen zien en betasten. Thomas schaamde zich voor zijn ongeloof. Christus wees Thomas voor zijn houding terecht met de woorden: 'Zalig zijn zij die niet zien en toch geloven' (Joh. 20: 24-29). Ongelovige Thomas is ook een uitdrukking voor iemand die iets niet wil geloven.

Thomaszondag

Thomaszondag is de gedenkdag van de apostel Thomas [Grieks: Didymus ofwel ´één van een tweeling´] We kennen hem als iemand die trouw was aan Jezus. Toen Jezus naar Betanië in Judea wilde gaan om de zieke Lazarus te bezoeken, waren de andere apostelen daar op tegen omdat ze het te gevaarlijk vonden, maar op aansporen van Thomas gingen ze toch mee. Trouw van karakter dus, maar ook wantrouwig. Kon hij zijn medebroeders geloven, toen ze zeiden dat Jezus uit de dood was verrezen? Nee, hij moest Hem eerst zien. Pas toen hij de littekens had aangeraakt, kwam hij tot geloof: ´Mijn Heer en mijn God!´ De scène, met Jezus, Thomas en de andere apostelen, is vele malen afgebeeld. Wanneer hij alleen is afgebeeld, zien we Thomas gewoonlijk met een winkelhaak, het gereedschap van een timmerman. Volgens de niet-bijbelse overlevering zou hij namelijk als apostel naar India zijn gevaren en daar als timmerman-missionaris hebben gewerkt.

10:25 Gepost door kris in Lezingen van de zondag | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Bezoek van Patriarch Bartholomeüs I aan Nederland

Bezoek Patriarch Bartholomeüs I aan Nederland

 

Betekenis van patriarch

Het bezoek van patriarch Bartholomeus aan Nederland in april is uniek. Het is vooral aan mgr. Joris Vercammen en de Oud-Katholieke Kerk te danken dat het gelukt is deze geestelijke wereldleider naar Nederland te halen. Om hem verder te introduceren vroeg het bureau van de Raad aan Jan Jorrit Hasselaar om een introductie. Hieronder een bijdrage van zijn hand, wat in die vorm min of meer ook verschenen is in het Friesch Dagblad. Jan Jorrit is econoom en theoloog. Hij was onlangs te gast bij de Oecumenisch Patriarch van Constantinopel. Hij is voorzitter van de werkgroep Duurzaamheid van de Raad van Kerken. Deze groep begeleidt de patriarch op zaterdag bij een bezoek aan de Eemlandhoeve en een daarbij behorend Rondetafelgesprek. Jan Jorrit Hasselaar: De relatie tussen de kerk van het Oosten en Westen is duizend jaar gekenmerkt door twist en verwijdering. Sinds vijftig jaar is er pas weer sprake van toenadering. Het is dan ook niet zo vreemd dat de oecumenisch patriarch in het Westen tamelijk onbekend is. Toch is hij de eerste onder zijns gelijken in de Oosters Orthodoxe Kerk en spiritueel leider van zo’n driehonderd miljoen gelovigen. Formeel is patriarch Bartholomeus samen met paus Franciscus de eerste man in het christendom. In mei van dit jaar brengen patriarch en paus samen een bezoek brengen aan Jeruzalem. Daar vieren ze de hernieuwde toenadering van vijftig jaar geleden. In april brengt Bartholomeus I een officieel bezoek aan de Oud-Katholieke Kerk van Nederland. Om precies te zijn van 23-27 april. Dit bezoek staat in het teken van de warme banden tussen beide kerken. Ook zal de patriarch verder kennis maken met Nederland. In dat licht brengt de patriarch een bezoek aan premier Rutte en gaat hij op audiëntie bij koning Willem-Alexander. Belangrijk thema tijdens het bezoek van de patriarch is de verbinding tussen geloof en het maatschappelijke vraagstuk van duurzaamheid. Op 24 april houdt hij de jaarlijkse Quasimodolezing Faith in the Environment. Op 26 april is er een Rondetafel ter gelegenheid van de patriarch over duurzaamheid en voedsel in de Nederlandse context. De groene patriarch Sinds zijn aantreden in 1992 staat de patriarch in de frontlinie van duurzaamheid. Vrijwel elk jaar organiseert de patriarch met partners uit politiek, wetenschap en religie een congres over de vraag naar duurzaamheid in een bepaald gebied. In 2002 trokken ze een week per boot over de Adriatische Zee en bespraken thema’s die daar speelden. In 2007 bezochten ze de Noordelijke IJszee en in 2009 was het thema opgebouwd rond de Mississippi. Ter gelegenheid van het bezoek van de patriarch zal er een symposium georganiseerd worden over duurzaamheid in de Nederlandse context. Vanwege de inspanningen van Bartholomeus I op het gebied van duurzaamheid kreeg hij de bijnaam ‘de groene patriarch’. De patriarch werd door Time Magazine verkozen tot één van de honderd invloedrijkste mensen ter wereld vanwege zijn spirituele benadering van het milieuvraagstuk. Tijdens zijn bezoek zal de patriarch uitgebreid ingaan op dit thema. Verbinding is echter een breder begrip bij de patriarch. Een ander licht Zo hangt in de officiële entreehal van het patriarchale huis een mozaïek van de apostel Andreas. Op dat mozaïek draagt Andreas het evangelie over aan zijn opvolger Stachys. In de Orthodoxe Kerk geldt Andreas als de stichter van de kerk van Byzantium, het latere Constantinopel. De patriarchen zijn dus de opvolgers van Stachys en Andreas. Opvallend is de verbondenheid van heden, verleden en toekomst. De overleden patriarchen en heiligen doen zichtbaar mee in iconen en relikwieën. In hun leven werd iets zichtbaar van de toekomst van God. Hun iconen en relikwieën weerspiegelen iets van het rijk van God in deze wereld. Daarom kijkt een icoon ons altijd rechtstreeks aan. God is in ons midden en is op ons betrokken. Ook kent een icoon geen dag of nacht. Een icoon weerspiegelt een ander licht.Het licht van God. Iconen, relikwieën en dogma’s zijn volgens de patriarch slechts bescheiden wegwijzers naar het Mysterie. Ook de liturgie wil het rijk van God laten schijnen in deze wereld. Hoe indrukwekkend de liturgie in de Orthodoxe Kerk ook is, ze is nooit bedoeld voor intern gebruik. Altijd gaat het om de verheerlijking van de wereld. In dit licht is het vanzelfsprekend dat de patriarch betrokken is bij vredesopbouw en duurzaamheid. De Patriarch is een speelse en wijze man met opvallend veel oog voor de kwetsbaren, zoals kinderen en mensen met een verstandelijke handicap. Toch heeft deze man van vrede het zelf niet altijd makkelijk in zijn eigen land Turkije. Open en constructief Ofschoon Turkije een democratie is, is het allesbehalve vanzelfsprekend dat minderheden vrijheid van onderwijs en godsdienst hebben. De oosters-orthodoxe christenen zijn zo’n minderheid. Het topje van de ijsberg wordt zichtbaar op Halki. Op het eiland Halki staat de theologische faculteit van het Oecumenisch Patriarchaat. In 1971 werd Halki door de Turkse autoriteiten gesloten. Sindsdien kunnen er geen priesters meer worden opgeleid in Turkije. In 2009 riep president Obama het Turkse parlement op om Halki te heropenen. Ondanks herhaalde toezeggingen door premier Erdogan lijkt de heropening van Halki nog ver weg. Ondanks kleine lichtpuntjes voelt Bartholomeus zich dikwijls een tweederangs burger in eigen land. Er is de patriarch alles aan gelegen om zijn geestelijken zelf op te leiden op een manier die past bij het Oecumenisch Patriarchaat: open, constructief en verbonden met andere kerken en stromingen, zoekend naar eenheid. Eenheid betekent voor de patriarch geen universeel opgelegde doctrine of moraal. Hij pleit voor eenheid met ruimte voor diversiteit. Eenheid ontstaat volgens hem als verschillende mensen en kerken elkaar herkennen als onderdeel van hetzelfde lichaam van Christus. Een eenheid die slechts gerealiseerd kan worden in het gastvrij ontvangen van elkaar en het samen optrekken in goede en slechte tijden. Wij leven in een wereld van iPhone en apps. Aan communicatie geen gebrek. Toch is het niet zo vanzelfsprekend dat we elkaar verstaan. Zeker niet als de ander uit een andere context en traditie afkomstig is. Ik hoop dat het bezoek van de patriarch mag bijdragen aan het waarderen van eenheid en diversiteit in Nederland en de wereldkerk. Hoezeer de kerk als geheel waardering weet op te brengen voor de orthodoxe inbreng, bleek tijdens de inauguratie van paus Franciscus in maart 2013. Buiten het besef van veel journalisten gebeurde er iets unieks in de geschiedenis van het christendom. Omwille van de eenheid schoof de oecumenisch patriarch van Constantinopel Bartholomeus I de protocollen opzij. De patriarch bezocht ongevraagd en onverwacht voor het eerst in de geschiedenis de inauguratie van een paus, zijn rooms-katholieke evenknie. Deze stap werd zo gewaardeerd dat ook de Rooms-Katholieke Kerk van het protocol afweek. Het evangelie bij de installatie van de paus werd niet in het Latijn, maar in het Grieks gezongen, de taal van de Oosterse Kerk.

Jan Jorrit Hasselaar

Raad van Kerken in Nederland

Oecumenis­che Patri­arch Bartholomeus in Ned­er­land

Gepub­liceerd op vri­jdag 25 april 201421:14 | Geschreven door Redac­tie Rorate | |

 

De Oec­u­menisch patri­arch van Con­stan­tinopel Bartholomeus is dezer dagen in Ned­er­land voor de zoge­heten Quasimodo-lezing in de Oud-Katholieke Kerk van Ned­er­land. Don­derda­gavond vierde hij vooraf­gaand aan de lez­ing in de oud-katholieke Sint-Gertudiskathedraal in Utrecht de ves­pers, in aan­wezigheid van — onder meer — de oud-katholieke aarts­biss­chop Joris Ver­cam­men, de de rooms-katholieke kardinaal-aartsbisschop Wim Eijk. 

De Quasimodo-lezing wordt jaar­lijks in de oud-katholieke Kerk gehouden rond de tweede zondag van Pasen en staat steeds in het teken van een thema rond geloof en samen­lev­ing. ‘Qua­si­modo’ duidt op de gre­go­ri­aanse introï­tus ‘Qua­si­modo gen­iti infantes’. 

De lez­ing van de patri­arch had als titel ‘Geloof en Milieu, een inspir­erend per­spec­tief’. De lez­ing werd becom­men­tarieerd door oud-premier Jan Peter Balke­nende en Erik Kemink, de CEO van een dochteron­derne­m­ing van Bal­last Nedam. 

Van­daag, vri­jdag, had de opvol­ger van Adreas een ont­moet­ing in het kader van de Ned­er­landse oec­umene en bezocht hij kon­ing Willem-Alexander in zijn won­ing in Wasse­naar. Mor­gen woont hij een sym­po­sium bij over het milieu en de wereld­voed­sel­prob­lematiek. Bartholomeus word van­wege zijn inzet voor het milieu ook we ‘de groene patri­arch’ genoemd. Zondag keert hij terug naar het vroegere Con­stan­tinopel, dat is het huidige Istan­boel.

rkk.nl

10:11 Gepost door kris in Actualiteit | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

18-04-14

dienst van de paasnacht

Dienst van de Paasnacht

 

 

Verrijzenis groot2.jpg

 

 

LEZINGEN : Handelingen : 1,1-8

Jezus' laatste opdracht en hemelvaart Mijn  eerste boek, Teofilus, ging over alles wat Jezus heeft gedaan en geleerd, vanaf het begin tot de dag waarop Hij in de hemel werd opgenomen, nadat Hij aan de apostelen die Hij had uitgekozen, door de heilige Geest zijn opdracht had gegeven. Aan hen heeft Hij veertig dagen lang herhaaldelijk bewezen dat Hij na zijn lijden weer in leven was. Hij vertoonde zich aan hen en sprak over het koninkrijk van God. Toen Hij bij hen was, drukte Hij hun op het hart: 'Ga niet uit Jeruzalem weg, maar blijf wachten op de belofte van de Vader die jullie van Mij hebben gehoord; immers, Johannes doopte met water, maar jullie zullen gedoopt worden in heilige Geest, binnen enkele dagen.' Degenen die daar samengekomen waren, stelden Hem toen de vraag: 'Heer, herstelt U in deze tijd het koninkrijk voor Israël?' Maar Hij zei tegen hen: 'Het komt jullie niet toe de tijden of momenten te kennen die de Vader in zijn volmacht heeft vastgesteld; maar wanneer de heilige Geest over jullie komt, zullen jullie kracht ontvangen en mijn getuigen zijn in Jeruzalem, in heel Judea en Samaria, en tot het uiteinde van de aarde.

EVANGELIE : Johannes 1,1-17

'Het Woord is mens geworden In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Het was in het begin bij God. Alles is erdoor ontstaan en zonder dit is niets ontstaan van wat bestaat. In het Woord was leven en het leven was het licht voor de mensen. Het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet in haar macht gekregen.      Er kwam iemand die door God was gezonden; hij heette Johannes. Hij kwam als getuige, om van het licht te getuigen, opdat iedereen door hem zou geloven. Hij was niet zelf het licht, maar hij was er om te getuigen van het licht: het ware licht, dat ieder mens verlicht en naar de wereld kwam. Het Woord was in de wereld, de wereld is door hem ontstaan en toch kende de wereld hem niet. Hij kwam naar wat van hem was, maar wie van hem waren hebben hem niet ontvangen. Wie hem wel ontvingen en in zijn naam geloven, heeft hij het voorrecht gegeven om kinderen van God te worden. Zij zijn niet op natuurlijke wijze geboren, niet uit lichamelijk verlangen of uit de wil van een man, maar uit God.      Het Woord is mens geworden en heeft bij ons gewoond, vol van goedheid en waarheid, en wij hebben zijn grootheid gezien, de grootheid van de enige Zoon van de Vader. Van hem getuigde Johannes toen hij uitriep: 'Hij is het over wie ik zei: "Die na mij komt is meer dan ik, want hij was er vóór mij!"' Uit zijn overvloed zijn wij allen met goedheid overstelpt. De wet is door Mozes gegeven, maar goedheid en waarheid zijn met Jezus Christus gekomen.

09:43 Gepost door kris in Lezingen van de zondag | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

heilige Efraïm : Ik ben de Verrijzenis en het leven

H. Efraïm (ca 306-373), diaken in Syrië, Kerkleraar 
Commentaar op het Evangelie 17, 7-10 ; SC 121 

Christus van het kruis genomen4.jpg

"Ik ben de Verrijzenis en het leven"

 

      Toen Jezus vroeg: "Waar hebt u Hem neergelegd?", kwamen de tranen in zijn ogen. Zijn tranen waren als regen, Lazarus als het graan, en het graf als de aarde. Hij riep met donderende stem, de dood beefde door zijn stem, Lazarus sprong op als het graan, is naar buiten gekomen en aanbad de Heer die hem had doen verrijzen. 
      Jezus gaf het leven aan Lazarus terug en de dood is op zijn plaats, want, toen Hij hem uit het graf trok en plaats nam aan zijn tafel, werd Hij zelf symbolisch ingezwachteld door de olie die Maria over zijn hoofd goot (Mt 26,7) . De kracht van de dood die had overwonnen gedurende drie dagen werd vernietigd… opdat de dood wist dat het voor de Heer gemakkelijk was om haar de derde dag te overwinnen…; zijn belofte werd waarheid: Hij had beloofd dat Hij op de derde dag zou verrijzen (Mt 16,21)… De Heer had dus vreugde gebracht bij Maria en Martha door de hel te onderwerpen om daarmee aan te tonen dat Hijzelf nooit door de dood zou worden vastgehouden… Als men vanaf nu zegt dat verrijzen op de derde dag onmogelijk is, dan moet men kijken naar degene die op de vierde dag is verrezen… 
      “Kom dichterbij en haal de steen weg.” Wat zegt u nu, zou Degene die een dode deed verrijzen en hem het leven terug gaf, niet een graf kunnen openen en de steen om kunnen wegnemen? Hij die tegen zijn leerlingen zei: “Als je vertrouwen hebt zo groot als een mosterdzaadje, dan zeg je tegen die berg: ga van hier naar daar, en hij gaat” (Mt 17,20), had Hij niet met een woord de steen kunnen verplaatsen die het graf afsloot? Zeker had Hij de steen door zijn woord kunnen verplaatsen, zijn stem liet stenen en graven splijten toen Hij aan het kruis hing (Mt 27,51-52). Maar omdat Hij een vriend van Lazarus was, zei Hij: “Open het, opdat de stank van rotting jullie tegemoet komt, en maak hem vrij, jullie hebben hem gewikkeld in zijn zwachtels, opdat jullie degene die jullie in doeken hebben gewikkeld, zullen herkennen”.

Bron :  http://www.dagelijksevangelie.org.

12-04-14

Palmzondag - de goede week

 

PALMZONDAG

 

 palmzondag1.jpg

 LEZINGEN

 

Fil.4,4-9 :

[4] Verheug u altijd in de Heer. Nog eens: verheug u! [5] Uw vriendelijkheid moet bij alle mensen bekend zijn. De Heer* is nabij. [6] Wees niet bezorgd, maar laat al uw wensen bij God bekend worden door te bidden en te smeken en door een dankgebed te zeggen. [7] En de vrede van God, die alle begrip te boven gaat, zal uw hart en uw gedachten bewaren in Christus Jezus.      [8] Tenslotte, broeders en zusters, blijf aandacht besteden aan al wat waar en edel is, rechtvaardig en rein, beminnelijk en aantrekkelijk, aan al wat deugd heet en lof verdient. [9] En breng in praktijk wat u geleerd en overgeleverd is, en wat u van mij hebt gehoord en gezien. Dan zal de God van vrede met u zijn

 

 Evangelie

 

Johannes 12,1-18

Zalving in Betanië [1] Jezus kwam zes dagen voor het paasfeest naar Betanië, de woonplaats van Lazarus, de man die door Jezus uit de doden was opgewekt. [2] Men gaf daar een maaltijd ter ere van Hem; Marta trad op als gastvrouw en Lazarus was een van degenen die met Hem aan tafel zaten. [3] Maria kwam met een litra* echte, heel dure nardusbalsem* naar Jezus toe, zalfde daarmee zijn voeten en droogde die met haar haren af. Het huis werd vervuld van de balsemgeur. [4] Judas Iskariot, een van zijn leerlingen, degene die Hem zou overleveren, merkte op: [5] 'Waarom heeft men die balsem niet voor driehonderd* denariën verkocht en het geld aan de armen gegeven?' [6] Dit zei hij niet omdat hij zo met de armen begaan was, maar omdat hij een dief was en zich, als beheerder van de kas, de inkomsten toe-eigende. [7] Toen kwam Jezus tussenbeide: 'Laat haar! Ze moest die balsem bewaren voor de dag van mijn begrafenis. [8] De armen zullen jullie altijd bij je hebben, maar Mij niet.' Plannen om Lazarus te doden      [9] Heel veel Joden waren intussen te weten gekomen dat Hij daar was en kwamen eropaf, niet* alleen vanwege Jezus maar ook omdat ze graag die Lazarus wilden zien die Hij uit de doden had opgewekt. [10] De hogepriesters maakten toen plannen om ook Lazarus ter dood te brengen, [11] want wegens hem liepen er veel Joden over, en ze gingen in Jezus geloven. Intocht in Jeruzalem      [12] De volgende dag hoorde de menigte feestgangers dat Jezus toch naar Jeruzalem kwam, en in groten getale [13] trokken ze Hem met palmtakken tegemoet. Ze riepen almaar: 'Hosanna! Gezegend Hij die komt in de naam van de Heer: de koning van Israël!' [14] Jezus wist een ezeltje te vinden en ging erop zitten, zoals geschreven staat: [15] Vrees niet, dochter Sion! Zie, uw koning komt, gezeten op een ezelsveulen. [16] Dit begrepen zijn leerlingen aanvankelijk niet; maar toen Jezus verheerlijkt was, toen werd het hun duidelijk dat het geschreven stond met het oog op Hem en dat dit met Hem ook gebeurd was.      [17] Veel mensen die erbij waren geweest toen Hij Lazarus uit het graf riep en uit de doden opwekte, bleven daarvan getuigenis afleggen. [18] Dat was ook de reden waarom de menigte Hem tegemoet was getrokken: ze hadden gehoord dat Hij dit teken had verricht.

 

(over de goede Week : klik op lees meer)

 

Lees meer...

11:33 Gepost door kris in Lezingen van de zondag | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Andreas van Kreta : U probeert mij te doden

H. Andreas van Kreta (660-740),monnik en bisschop Grote Canon van de orthodoxe liturgie in de vastentijd, 4e ode

 

"U probeert Mij te doden"

 

Word wakker, mijn ziel, overdenk de daden die je verricht hebt, en houd ze voor ogen en laat je tranen lopen: Toon openlijk je daden en je gedachten aan Christus, om gerechtvaardigd te worden. (Jes 43:26) Ontferm U over mij, mijn God, ontferm U over mij.
Op het kruis, o Woord van God, hebt U voor allen Uw lichaam en uw bloed geofferd : Uw lichaam om de mijne te herscheppen Uw bloed om mij te wassen. Christus, U hebt mijn geest teruggebracht Om mij naar uw Vader terug te brengen (Lc 23,46).
In het hart van deze aarde is zijn Schepper gekomen om ons te redden. Hij wilde aan de boom van smarten genageld worden En direct werd het verloren Paradijs teruggevonden (Lc 23,43). Daarom wordt U door hemel en aarde aanbeden, Door de hele schepping Door de menigte van verlosten komende uit alle naties.
Dat het bloed en het water die voortkwamen Uit uw doorstoken zijde (Joh 19,34) Voor mij een doopbad mogen zijn, Een drank van verlossing. Zo gezalfd door uw woorden van leven als olie En ze als drank te ontvangen, Zal ik dubbel gezuiverd zijn, o Woord van God.
De Kerk is de beker die De straal van uw levende zijde ontvangt, Dubbele en enige stroom van kennis en vergeving, Beeld van de Testamenten in één verenigd, Het oude en het nieuwe. Ontferm U over mij, mijn God, ontferm U over mij.

08-04-14

Patriarch Bartholomeus in Nederland

DE OECUMENISCHE PATRIARCH WELDRA

IN NEDERLAND

 

ΑΝΑΜΕΝΟΥΜΕ ΤΟΝ ΟΙΚΟΥΜΕΝΙΚΟΝ ΠΑΤΡΙΑΡΧΗΝ

ΣΤΗΝ ΟΛΛΑΝΔΙΑ

 

 

LE  PATRIARCHE OECUMENIQUE BIENTOT

AUX PAYS-BAS

 

 

 

HET ORTHODOX AARTSBISDOM VANBELGIE EN EXARCHAAT VAN NEDERLAND EN LUXEMBURG  (OECUMENISCH PATRIARCHAAT)

heeft het grote genoegen aan te kondigen dat ZijneAlheiligheid de Oecumenische Patriarch Bartholomeos van 23 tot 27 april 2014 in Nederland zal zijn op uitnodiging van de Oud-Katholieke Kerk. Bij deze gelegenheid zal hij gelegenheid hebben de orthodoxe christenen in Nederland te ontmoeten:

•  op zaterdag 26 april 2014 om 18u zal hij in het Orthodox Klooster van de Geboorte aan de Moeder Gods te Asten (Gruttoweg 7 te 5725 RTAsten, Nederland) van op de Troon de Vespers voorzitten. 

•  op zondag 27 april2014 zal hij in de Orthodoxe Kathedraal van de Heilige Nikolaas te Rotterdam (Westzeedijk 333 te Rotterdam) van op de Troon de Metten en Goddelijke Liturgie voorzitten (9u – 12u). Ter verduidelijking: hij viert niet de Goddelijke Liturgie, maar zit ze voor van op de Troon (chorostasia)! De Liturgie wordt gecelebreerd door een priester en een diaken. De aanwezige priesters en diakens kunnen weliswaar communiceren. Nadien volgt een receptie voor alle aanwezigen.

 

Alle orthodoxe christenen in Nederland, priesters,diakens en gelovigen zijn van harte welkom op beide vieringen.

Dank voor het aankondigen en verspreiden van dit bericht!

Mededeling van het Orthodox Aartsbisdom (info@orthodoxia.be).

 

 Η ΙΕΡΑ ΜΗΤΡΟΠΟΛΙΣ ΒΕΛΓΙΟΥ ΚΑΙ ΕΞΑΡΧΙΑ ΚΑΤΩ ΧΩΡΩΝ ΚΑΙ ΛΟΥΞΕΜΒΟΥΡΓΟΥ

(ΟΙΚΟΥΜΕΝΙΚΟΝΠΑΤΡΙΑΡΧΕΙΟΝ)

 

ανακοινώνει με μεγάλη χαρά ότι από 23 έως 27 Απριλίου θα ευρίσκεται στην Ολλανδίαο Οικουμενικός Πατριάρχης κ.κ. Βαρθολομαίος, προσκεκλημένος της Παλαιοκαθολικής Εκκλησίας.Με  την ευκαιρία αυτή η Αυτού Θειοτάτη Παναγιότης ο Οικουμενικός μας Πατριάρχης θα συναντήση τους Ορθοδόξους χριστιανούς μας σε δύο ευκαιρίες, σε δύο πατριαρχικές χοροστασίες:

 

1.    το Σάββατον 26 Απριλίου 2014 στις 18.00 στην Ιερά Μονή του Γενεθλίου της Θεοτόκου στο Asten (Gruttoweg 7 a 5725 RT Asten, Pays-Bas) και

 

2.    την Κυριακή 27 Απριλίου 2014 στον Ιερό Ναό του Αγίου Νικολάου Rotterdam (Westzeedijk 333 a 3015 AA Rotterdam, Pays-Bas). Μετά την Θεία Λειτουργία θα ακολουθήσει Δεξίωση για όλους τους παρόντες.

 

Η Ιερά Μητρόπολις προσκαλεί όλους τους κληρικούς και λαϊκούς χριστιανούς της να συμμετάσχουν στις δύο αυτές Πατριαρχικές Χοροστασίες.

 

Παρακαλούμε να γνωρίσετε την Ανακοίνωση αυτή σε όλους τους γνωστούς σας.

 

Εκ της Ιεράς Μητροπόλεως Βελγίου

(info@orthodoxia.be).

 

LA METROPOLE ORTHODOXE DE BELGIQUE ET EXARCHAT DES PAYS-BAS ET DU LUXEMBOURG (PATRIARCAT OECUMENIQUE)

a  la grande joie de vous annoncer la venue de Sa Toute-Saintete le Patriarche Œcumenique Bartholomee du 23 au 27 avril 2014 aux Pays-Bas, a l’invitation de l’Eglise Vieille-Catholique. Il profitera de l’occasion pour rencontrer les chretiens orthodoxes des Pays-Bas :

-               le samedi 26 avril 2014 a 18h, au Monastere de la Nativite de la Mere de Dieu a Asten (Gruttoweg 7 a 5725 RT Asten, Pays-Bas) ou il presidera les Vepres depuis son trone

-               le dimanche 27 avril 2014 a la Cathedrale Orthodoxe Saint Nicolas de Rotterdam (Westzeedijk 333 a Rotterdam) ou il presidera les Matines et le Divine Liturgie (9h-12h). Qu’il soit bien clair qu’il n’officiera pas lors de la Divine Liturgie, mais il la presidera depuis son trone (chorostasie) ! La liturgie sera celebree par un seul pretre et un seul diacre. Les pretres et les diacres presents pourront bien entendu communier. Une reception suivra pour toutes les personnes presentes.

Tous les chretiens orthodoxes des Pays-Bas, pretres, diacres et fideles sont cordialement invites a assister a ces deuxcelebrations.

Merci de bien vouloir faire circuler cette information dans vos cercles de connaissances respectifs !

Communique de la Metropole Orthodoxe

(info@orthodoxia.be).

16:40 Gepost door kris in Actualiteit | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

29-03-14

vierde zondag in de vasten : Johannes Climacos

 

 

Vierde zondag in de vasten

De heilige Johannes Climacos

 

climacus-ladder.jpg

Johannes Climacos : de ladder

 

Hebr.6,13-20

Gods trouw aan zijn belofte      [13] Toen God aan Abraham zijn belofte deed, zwoer Hij bij zichzelf, aangezien Hij niemand boven zich had om bij te zweren: [14] Ik zal u rijkelijk zegenen en uw nageslacht zeer talrijk maken. [15] Abraham heeft dan ook, na lang en geduldig wachten, gekregen wat hem beloofd was. [16] Mensen zweren bij een hogere macht, en de eed is voor hen de hoogste vorm van bevestiging, die alle tegenspraak moet uitsluiten. [17] En zo heeft God met een eed willen instaan voor zijn belofte, om de erfgenamen van de belofte nog duidelijker te tonen hoe onwrikbaar vast zijn besluit stond. [18] God heeft dus twee* onherroepelijke daden gesteld die het Hem onmogelijk maken om ons te bedriegen; voor ons, die bij Hem onze toevlucht zoeken, zijn ze dan ook een krachtige aansporing om ons vast te klampen aan de hoop op wat voor ons ligt. [19] De hoop is het veilige en vaste anker voor onze ziel. Zij reikt tot achter het voorhangsel in het heiligdom, [20] waarin Jezus voor ons als voorloper is binnengegaan, nu Hij voor eeuwig hogepriester is geworden op de wijze van Melchisedek.

 

EVANGELIE

Marcus 9,17-31

[17] Iemand uit de menigte gaf Hem ten antwoord: ‘Meester, ik heb mijn zoon naar U meegenomen, omdat hij in de greep is van een stomme geest. [18] Wanneer hij hem aangrijpt, knijpt hij hem de keel dicht, en dan staat het schuim hem op de mond, knarst hij met de tanden en wordt hij helemaal stijf. Ik vroeg uw leerlingen hem uit te drijven, maar ze waren er niet toe in staat.’ [19] Hij antwoordde hun: ‘Ongelovig slag mensen! Hoelang moet Ik nog bij jullie blijven? Hoelang moet Ik jullie nog verdragen? Breng hem bij Me.’ [20] En ze brachten hem naar Hem toe. Zodra de geest Hem zag, liet hij hem stuiptrekken. Hij viel op de grond en rolde heen en weer met het schuim op zijn mond. [21] Jezus vroeg zijn vader: ‘Hoe lang heeft hij dat al?’ Hij zei: ‘Van kindsbeen af. [22] Hij heeft hem ook al vaak in het vuur en in het water gegooid om hem te doden. Maar als U enigszins kunt, wees met ons begaan, kom ons te hulp.’ [23] Jezus zei tegen hem: ‘Of Ik dat zou kunnen? Alles kan voor wie vertrouwen heeft.’ [24] Meteen riep de vader van de jongen uit: ‘Ik heb vertrouwen. Kom mijn gebrekkig vertrouwen te hulp.’ [25] Toen Jezus zag dat de menigte toestroomde, bestrafte hij de onreine geest met de woorden: ‘Stomme en dove geest, Ik beveel je, ga uit hem weg en kom niet meer in hem terug.’ [26] Onder gekrijs en veel stuiptrekkingen ging hij weg. Hij bleef achter als een lijk, zodat velen zeiden: ‘Hij is dood.’ [27] Maar Jezus nam hem bij de hand en liet hem opstaan, en hij stond op.      [28] Thuisgekomen*, alleen met zijn leerlingen, vroegen dezen Hem: ‘Waarom konden wij die geest niet uitdrijven?’ [29] Hij zei tegen hen: ‘Dit soort kun je niet anders uitdrijven dan met gebed.’ Onderricht aan de leerlingen      [30] Ze gingen daar weg en trokken door Galilea. Hij wilde niet dat iemand het te weten kwam, [31] want Hij was bezig met onderricht aan zijn leerlingen. Hij zei tegen hen: ‘De Mensenzoon wordt uitgeleverd en valt in de handen van mensen. Ze zullen Hem doden, en drie dagen na zijn dood zal Hij opstaan.

 

 

 

Climacos_Georges en Blaise.jpgZijn leven  

Men kan het leven van de heilige Johannes van de ladder een lofzang noemen. We kunnen hem typeren als een man van gebed en beschouwing. "Want Johannes was genaderd tot de geheime berg waartoe de niet-ingewijden geen toegang hebben, en opgevoed in de stadia van het geestelijke leven, had hij het visioen (van God) en de door Hem geschreven wet ontvangen." Hij is een soort nieuw gemanifesteerde Mozes. Men weet weinig over zijn leven. Alles wijst er op dat hij gestorven is in het midden van de VIIde eeuw. Hij kwam zeer jong toe in de Sinaï en bleef er gans zijn leven. Hij was er gedurende vele jaren in de leer bij een geestelijke vader. Na diens dood leefde Johannes als kluizenaar in een niet zo verafgelegen maar wel eenzame grot. Hij was reeds hoog bejaard toen hij tot higoumen van het klooster werd verkozen. Hij was dit voor korte tijd en keerde terug naar het kluizenaarsleven(2) 

De Ladder van de heilige Johannes Climacos 
 

Toen hij kloosteroverste was schreef hij zijn Ladder, "een boek dat genoemd wordt: de tafels van de spirituele weg", "voor de opbouw van de nieuwe Israëlieten, te weten de nieuwkomers die het spirituele Egypte en de oceaan van het bestaan hadden verlaten". Het is een systematische beschrijving van de normale monastieke weg, volgens de stadia van de spirituele volmaaktheid. 
Fundamenteel hierin is precies het systeem: de idee van een logische en regelmatige voortgang in de ascetische strijd. De Ladder is geschreven in een eenvoudige, bijna volkse taal. De auteur houdt van vergelijkingen aan het dagelijkse leven ontleend, hij houdt van spreuken en gezegden. Hij schrijft zijn persoonlijke ervaring neer. Toch blijft hij steeds steunen op de traditie, op het 
onderricht van de "door God geïnspireerde vaders". Hij refereert naar de vaders uit Kappadocië, naar Nilus en Evagrius, naar de Apoftegmata en naar een Cassianus en een Gregorius de Grote in het Westen. De Ladder eindigt met een "Brief aan de herder" waar Johannes het heeft over de plichten van de kloosteroverste. 

De Ladder is het te lezen boek bij uitstek en dit niet enkel in de kloosters. Het bewijs is het grote aantal kopijen in oost en in west. 
Het plan van het boek is zeer eenvoudig. Het is bepaald door de logica van het hart, eerder dan door de logica van de geest (verstand). De praktische raadgevingen worden gestaafd door de psychologische analyse. Elke vereiste moet worden uitgelegd. Dit betekent dat hij die de ascese beoefent duidelijk moet weten waarom deze of gene vereiste hem aangereikt wordt en waarom dat in deze logische volgorde gebeurt. Vergeten we niet dat Johannes speciaal voor monniken schrijft en dat hij steeds de levensomstandigheden in de kloosters voor ogen heeft. 

De eerste vereiste van het monachisme is te verzaken aan al wat van de wereld is. Het verzaken (aan de wereld) is slechts mogelijk door de vrijheid, de vrije wil, en deze vrijheid is de essentiële waardigheid van de mens. De zonde bestaat erin God vrijwillig af te wijzen of van zich van Hem te verwijderen. Deze ontkenning van het leven, dat is de vrijwillige dood, een soort van ingestemde zelfmoord. 

De ascetische strijd bestaat erin zich tot God te keren in alle vrijheid en met heel zijn wil, bestaat erin Christus te volgen en na te volgen. Het is dus anders gezegd steeds zijn wil richten en zich naar God keren. 

Het hoogtepunt van de ascese wordt beleefd in het monachisme. "De monnik is een permanent geweld aan de natuur aangedaan en het onophoudelijk bewaken van de zinnen. Het verzaken aan de wereld moet totaal en absoluut zijn: "het verwerpen van de natuurom de goederen te ontvangen die hoger zijn dan de natuur". Dit is een 
zeer belangrijke tegenstelling: het "natuurlijke" wordt doorbroken ten voordele van het boven-natuurlijke en is niet vervangen door het tegen-natuurlijke. De opdracht van de ascetische strijd bestaat erin de natuurlijke vrijheid te sublimeren (op te tillen), maar dit betekent niet het bevechten van haar authentieke wetmatigheden. Het is daarom dat alleen de ware motivaties en het waarachtige doel het verzaken (aan de wereld) en de ascetische strijd rechtvaardigen. 

De ascese is een middel, niet het doel. En de ascetische strijd bereikt slechts zijn volmaaktheid wanneer Jezus Zelf komt en de steen van de deur van het verharde hart komt wegrollen. Zoniet is de ascese steriel en ijdel. 

De opdracht ligt niet in het verzaken zelf, maar in die vereniging met God die slechts realiseerbaar is doorheen een authentiek verzaken, te weten het vrij-komen van de wereld, Het vrij-komen van de hartstochten en neigingen, van de gehechtheden en de aantrekking van de wereld teneinde de apatheia te vinden en te verwerven. In de ascetische strijd zelf is de motor van het proces het belangrijkste: i.e. de liefde voor God en de bewuste keuze. Voor het overige kan zelfs de onvrijwillige strijd vruchtbaar zijn: verzaken naargelang de omstandigheden (het vragen). Ook als men (tot verzaken) gedwongen wordt, want de ziel kan ook plotseling ontwaken. "En welk is de wijze en trouwe monnik, die de vurigheid tot aan het einde van zijn leven heeft bewaard zonder deze uit te doven, en die, tot op het einde van zijn leven, elke dag onophoudelijk dit vuur in het vuur aanwakkert, deze vurigheid in de vurigheid, deze ijver in de ijver en dit verlangen in het verlangen?". Het is met andere woorden niet zozeer het los staan ten opzichte van de wereld, dan wel het brandende verlangen om naar God uit te gaan, dat van belang is. Het verzaken bereikt zijn volmaaktheid in het spirituele omzwerven. De wereld moet vreemd worden en vreemd voorkomen. "Het (geestelijk) omzwerven bestaat erin alles achter zich te laten, zonder erop terug te komen, wat, in het vaderland, ons tegenwerkt in onze inspanning voor de vroomheid." Het is de weg naar het zo verlangde goddelijke. En het feit van zich tot vreemdeling te maken is enkel te rechtvaardigen om "de eigen gedachte onafscheidbaar te maken van God". Anders zou de pelgrimstocht naar God een ijdele omzwerving zijn zonder doel. 
 

Het (geestelijk) omzwerven moet zich niet voeden met de haat voor de wereld en voor diegenen die in de wereld blijven maar enkel met de oprechte liefde voor God. Werkelijk, deze liefde is exclusief en dooft zelf de liefde voor de ouders. En het verzaken moet onvoorwaardelijk zijn: "Trek weg uit uw land, uw ras en het huis van uw vader" (Genesis XII,1). Maar, deze "haat" voor wat in de wereld achtergelaten is, is een "haat zonder hartstocht". Het monachisme is een  uittocht uit het "vaderland". Dit is uit de sociale omgeving waarin ieder zich bevindt uit hoofde van zijn geboorte. Het monachisme is de verleidingen en geneugten vluchten. Men moet een nieuw milieu creëren en gunstige omstandigheden voor de ascese: "Dat uw vader diegene is die metu kan en wil zwoegen om de zware last van uw zonden te dragen". Deze nieuwe levensorde komt tot stand in alle vrijheid. Niettemin is het belangrijk eens te meer te verzaken: nu aan de eigen wil, maar niet aan zijn vrijheid. Het gaat hier over het stadium van de gehoorzaamheid.  

Gehoorzamen is niet de vrijheid verstikken, maar de wil transfigureren, zijn neiging voor hartstochten in de wil zelf overstijgen. "De gehoorzaamheid is het graf van de eigen wil en de opstanding van de nederigheid". Het is "een leven vreemd aan de nieuwsgierigheid" of "een daad die niet beproefd wordt". (...) De 
gehoorzaamheid wordt gerechtvaardigd door het geloof in en de hoop op de hulp van God. De onwankelbare hoop is de poort die leidt tot de passieloosheid. (...) De gehoorzaamheid is een anticipatie van de waarachtige apatheia. "De gehoorzame, als een dode, weerspreekt niet en argumenteert niet, noch ten aanzien van wat goed is, evenmin ten aanzien van wat slecht lijkt". (...) 

De innerlijke strijd gaat via het berouw. Of juister gezegd: het berouw of de droefheid over de zonden is het eigenlijke (spirituele) element dat de ascese mogelijk maakt. Het berouw is verbonden met de gedachtenis van de dood. Het gaat hier over de spirituele anticipatie van de dood en in zekere zin al een "dagelijkse dood". De waarachtige "gedachtenis van de dood" is slechts mogelijk door de totale afwezigheid van hartstochten en het volmaakte verzaken aan de (eigen-) wil. Er is geen vrees in deze gedachte. En dit is een gave van God. 

De volgende stap zijn de tranen en de tranen van vreugde. "Het berouw is de vernieuwing van het doopsel" en de tranen zijn meer dan het doopsel. "De bron van de tranen na het doopsel is meer dan het doopsel", hoe paradoxaal dit ook moge zijn. Want de tranen zuiveren onophoudelijk de zonden die begaan worden. Er zijn tranen van vrees en tranen die de barmhartigheid afsmeken; en er zijn ook de tranen van liefde, die getuigen dat het gebed werd verhoord. "Wij zullen niet beschuldigd worden, mijn broeders, omdat wij geen wonderen hebben verricht, niet omdat wij geen theologie hebben bedreven, niet omdat wij geen visioenen hebben gehad. Maar zonder enige twijfel zullen wij rekenschap moeten geven aan God omdat wij niet zonder ophouden onze zonden hebben beweend". 

"Gij waart een bewoner van de woestijn en hebt daar geleefd 
als een Engel in het vlees. Wonderbaar hebt gij allen bijgestaan, 
 
heilige Goddragende Vader Johannes: door uw vasten, uw waken en uw gebed hebt gij de hemelse genadegaven ontvangen. Gij geneest de zieken en de zielen van hen die gelovig tot u komen. Ere zij Hem, Die u kracht heeft geschonken, ere zij Hem Die u gekroond heeft; ere zij Hem, Die door u aan allen genezing schenkt" (Troparion in toon 1) 

De apatheia, het doel van de ascese  

Het doel van de innerlijke ascetische strijd is de apatheia te verwerven, de afwezigheid van hartstochten. De innerlijke opdracht om dit op gang te brengen herleidt zich tot het onophoudelijk doven van de hartstochten. Het is noodzakelijk erop gericht te zijn en erin te slagen om, in zichzelf, de beweging en het ontwaken van de hartstochten een halt toe te roepen. 

Voor alles moeten we de neigingen tot toorn (woede) overstijgen, dit "onweer van het hart"; we moeten de afwezigheid van toorn verwerven, de zachtmoedigheid, de vrede en de stilte. Voor de heilige Johannes Climacos, is de toorn gebonden aan de eigenliefde. Daarom definieert hij de afwezigheid van toorn als "het onlesbare verlangen naar vernederingen" en de zachtmoedigheid als "een onwrikbare gesteldheid van de ziel die gelijk blijft aan zichzelf in de eer en de oneer". Nog hoger (op de ladder) staat de volmaakte afwezigheid van wrok, naar het beeld van de zachtmoedigheid van Jezus. Men moet er zich totaal van onthouden te oordelen. "Voor hen die zondigen, bid in het geheim: deze vorm van liefde is God aangenaam". Oordelen en veroordelen passen niet bij diegenen die zich berouwen. "Oordelen betekent zich op hoogmoedige wijze de rang van God eigen maken". Want de mens kan niet alles kennen, en zonder alles te kennen gaat men vluchtig oordelen. "Zelfs als gij met uw eigen ogen iemand ziet die zondigt, oordeel hem niet. Want vaak gaan zelfs de ogen bedriegen". 

De heilige Johannes Climacos spreekt vaak over hoe men de zinnelijke begeerten kan overwinnen en de zuiverheid kan bereiken. De bron van de zuiverheid is in het hart. De zuiverheid overstijgt de menselijke krachten, zij is een gave van God, zelfs indien zij bekomen wordt door de ascese. 

De liefde voor het geld wordt overwonnen door de bezitloosheid, wanneer wij "alle aardse zorgen terzijde stellen". Het is een vorm van afwezigheid van de zorgen voor het aardse,afwezigheid van droefheid, en dit omwille van het 
geloof en de hoop. 

Nog gevaarlijker is de verleiding van de hoogmoed, want de hoogmoedige wordt verleid, zelfs zonder (de verleiding van) de duivel, en hij is voor zichzelf een demon en vijand geworden. De hoogmoed wordt overwonnen door de 
nederigheid. De nederigheid laat zich niet met woorden omschrijven, het is een vorm van "onzegbare genade van de ziel" die men slechts verwerft in de eigen ervaring. We kunnen de nederigheid slechts leren bij Christus: "Leer niet van de engel, noch van de mens, noch van een boek, maar van mij, omdat ik in u woon en omdat ik u heb verlicht en omdat ik in u handel, want ik ben zachtmoedig en nederig van hart" (cf. Mat. XI,29). In zekere zin is, voor diegenen die de ascese beoefenen, de nederigheid een vorm van blindheid met betrekking tot hun eigen deugden: "de goddelijke bescherming die ons niet toelaat onze eigen vooruitgang te zien". In de ontwikkeling van de hartstocht, onderscheidt de heilige Johannes van de Ladder de volgende stappen. Vooreerst is er de suggestie (het voorspiegelen) of de aanval, een bepaald beeld of gedachte, "de toestroom (flux) van gedachten". Er is nog geen zonde, want de wil neemt geen deel. "De wil treedt naar voren in de verbinding (die hij aangaat), een soort van onderhoud(gesprek, dialoog) met het beeld dat zich heeft aangediend". En in deze interesse of deze aandacht (voor het zich aandienende beeld of gedachte) zit het begin van de zonde. Het engagement van de wil (in dit gebeuren)is echter veel belangrijker, "het instemmen van de ziel met de gedachte die zich aandient, en dit, geassocieerd met het plezier dat men erin vindt". Later verwortelt de gedachte (de verleidende gedachte of het beeld) zich in de ziel: dit is de trede (van de Ladder) van de gevangenneming, een soort van in bezit name van het hart van het hart. Tenslotte ontstaat een terugkerende gewoonte: dit is de hartstocht in de letterlijke zin van het woord. We zien dus dat de wortel van de hartstochten eerst en vooral gelegen is in het laten varen van de wil, en ten tweede in de aanval van de verleiding doorheen de gedachte, onder de vorm van een overweging of een gedachte. 

De taak van de ascese is dus dubbel. Enerzijds vereist zij dat de wil versterkt wordt (door het afsnijden van de eigenwil en door de gehoorzaamheid) en anderzijds vereist zij een uitzuivering van de gedachte. De verleiding komt van buitenaf: "van nature bestaan het kwaad en de hartstochten niet in de mens. Want God heeft geen hartstochten geschapen". Dit wil niet zeggen dat de mens vandaag nog zuiver is. Maar hij is zuiver door de kracht van het doopsel, en hij valt opnieuw door zijn wil, maar hij zuivert zich (opnieuw en telkens weer) door het berouw en de ascese. In de natuur zelf is er een kracht gegeven, een mogelijkheid om het goede te doen. Nu de zonde is tegen de natuur. De zonde is  een perversie van de natuurlijke mogelijkheden. De taak van de mens echter bestaat er niet alleen in om de natuurlijke maat te vervullen, maar om deze te overstijgen, opdat hij zich verheft boven de natuur. Zo zijn de zuiverheid, de nederigheid, het waken, en het voortdurende berouw van het hart. 

Daarom is er een synergie nodig van de vrij aangegane ascetische strijd en de Goddelijke gaven, die de mens verheffen boven de beperkingen van de natuur. Het gevecht tegen de zonde en de verleiding moet zo vroeg mogelijk beginnen, vooraleer de verleiding verhardt tot hartstocht. Maar zeldzaam zijn zij die hierin niet te laat komen. Daarom is de ascese zo moeilijk is en zo lang en op deze weg zijn er geen binnenwegen. Meer nog, de weg zelf is ook zonder einde. De liefde van God kent geen einde of (met andere woorden) het eindpunt zelf is eindeloos: "de liefde houdt niet op". "En ook wij zullen nooit ophouden erin te groeien, noch in deze eeuw, noch in de komende eeuw. In het licht zullen wij altijd een nieuw geestelijk licht ontvangen. Ik zou zeggen dat ook de engelen, deze onlichamelijke wezens, niet zonder vooruitgang blijven, maar dat zij altijd glorie op glorie en inzicht op inzicht zullen ontvangen". 

Het eindpunt van de ascese 
 

Het eindpunt van de ascese ligt in de heilige stilte (), in de stilte van het lichaam en de ziel. "De stilte van het lichaam is de goede orde en harmonie van de gewoonten en de lichamelijke gevoelens. De stilte van de ziel is de goede orde van de gedachten die opkomen in de geest, en een gedachte die zich niet laat inpalmen". Anders gezegd, (de stilte is) de innerlijke en dus ook de uiterlijke harmonie en vrede, de coherentie en de harmonie van het leven. De stilte is de waaktoestand van de ziel: "ik slaap maar mijn hart waakt" (Hooglied V,2). En deze innerlijke stilte is veel belangrijker dan alleen de uiterlijke stilte. Deze strikte waakzaamheid van het hart is belangrijk. De ware stilte is "de geest die niet beroerd wordt". Het gaat hier over "de waakzaamheid van het hart" en "de waakzaamheid van de geest". 

De kracht van de stilte ligt in het onophoudelijke gebed (dat zich niet laat verstrooien): "de stilte is de voortdurende dienst aan God en het feit van in Zijn aanwezigheid te staan". Of nog, de stilte overstijgt de menselijke krachten. Ook het gebed moet zich in de aanwezigheid van God volbracht worden, en zich vervolgens met Hem verenigen. Of anders gezegd, in waarheid voor God staan, dat is bidden. In de verscheiden wijzen van bidden, moet men eerst en vooral dankzeggen, 
zich dan zondig erkennen voor Hem, tenslotte vragen. Het gebed moet altijd eenvoudig zijn en uit weinig woorden bestaan. Het hoogste gebed bestaat uit de éen-woord-aanroeping van de naam van Jezus. Het gebed moet eerder gelijken op het eenvoudige en herhaaldelijke gebrabbel van het kind dan op een intelligente en gekunstelde redevoering. De vloed aan woorden in het gebed verstrooit en brengt de dromerij binnen in de geest. En als er iets gevaarlijk is in het gebed, dan is de "sentimentele dromerij". De gedachte moet altijd beteugeld worden en opgesloten worden in de woorden. Alle "gedachten" en "beelden" (fantasieën) moeten met waakzaamheid afgesneden worden. Men moet zijn geest concentreren. "Want indien hij doolt zonder remming, dan zal hij nooit met U vertoeven". Het gebed is een rechtlijnig gericht zijn op God, het gebed is vreemdeling zijn ten aanzien van de zichtbare en de onzichtbare wereld". Tot volmaaktheid gekomen, wordt het gebed een geestelijke gave, een soort van neerdaling van de Geest, handelend in het hart. Dan bidt de Geest in diegene die deze staat van gebed heeft bereikt. Dan vallen gebed en stilte in zekere zin samen. En deze zelfde geestelijke toestand kan als apatheia omschreven worden. Want ook de apatheia is eveneens gericht op God, en zij geeft zich vrijwillig over aan Hem. "Sommigen zeggen nog dat de apatheia de verrijzenis van de ziel is vór de verrijzenis van het lichaam". Voor de rest wordt het lichaam zelf, bij het bereiken van de apatheia, onbederfelijk. Dit is wat men verstaat onder het verwerven van de geest van de Heer (cf.1 Cor.II,16). "In de ziel weerklinkt de onzegbare stem van God zelf, waarbij Hij zijn wil bekend maakt, en dit is al hoger dan elk menselijk onderricht". Het is voor deze werkelijkheid dat de dorst voor de onsterfelijke schoonheid ontvlamt. "Hij die de stilte heeft bereikt, die heeft de diepte van de mysteries gekend". De heilige Johannes Climacos aanschouwt de dynamische spanning naar de geestelijke wereld en wordt deze gewaar. In de wereld der engelen is er ook een spanning naar de hoogte der serafijnen. De ascetische strijd van de mens omvat ook de hunkering naar de hoogten der engelen en naar de "levenswijze van de geestelijke machten". De apatheia is het eindpunt én de gegeven opdracht. Allen bereiken dit eindpunt niet, maar zij die het niet hebben bereikt kunnen even goed aan hun verlossing werken. Want het belangrijkste is er naar te verlangen. De drijvende kracht van de ascese is de liefde. De volheid van de ascese bestaat in het verwerven van de liefde. In de liefde zijn er gradaties die wij niet volledig kunnen kennen, want Liefde is de Naam van God zelf. Daarom is het dat, in haar volheid, de liefde onuitsprekelijk is. "Het woord over de liefde is door de engelen gekend, maarook voor hen, in de mate van hun verlichting". De apatheia en de liefde zijn verschillende namen van de ene volmaaktheid. De liefde is tegelijk de weg en het eindpunt. "Gij hebt mijn ziel verwond en mijn hart verdraagt Uw vlam niet. Ik ga mijn weg terwijl ik U bezing". In de fragmentarische en sobere aforismen (spreuken) van de heilige Johannes Climacos over de liefde, voelen wij hoe dicht dit aanleunt bij de mystiek van het Corpus Areopagiticum. (cf. de betrokkenheid tussen de menselijke wereld en die van de engelen). Bijzonder is dat de heilige Johannes Climacos minder spreekt over de superieure stadia en etappes en hierin zo karig wordt met zijn woorden. Hij schrijft voor de beginnelingen en de gevorderden. De volmaakten hebben geen adviezen en geen menselijke gids meer nodig. Zij bezitten reeds de innerlijke zekerheid en evidentie. Bovendien verliezen in de superieure stadia de woorden zelf hun kracht en voldoen ze niet meer. Deze stadia zijn nauwelijks te beschrijven. Het is reeds de hemel op aarde, die opengaat in de ziel. Het is de woning van God zelf in de ziel. Icoon uit het Sinaïklooster : 12e eeuw "Het gebed van hij die werkelijk bidt is het gericht, het oordeel en de troon van de Rechter voor het Laatste Oordeel". Of nog: het is het anticiperen van de toekomst. "En deze gelukzalige ziel draagt in zich het altijd aanwezige Woord. Dit Woord is het dat hem inwijdt in de mysteries van God, hem onderricht en verlicht". Hier bevindt zich de top van de ladder die zich verbergt in de hemelse hoogten. Russische Icoon : 17e eeuw "Als een leidende ster die niet kan dwalen heeft de Heer u hoog aan het firmament der onthouding geplaatst, om uw licht te doen schijnen tot aan de einden der wereld, onze Leraar en Vader Johannes" (kondakion in toon 4) 

Schematisch presenteert Bisschop Kallistos (Timothy Ware) de dertig trappen als volgt:   

1. verzaking 2. onthechting 3. vreemdelingschap4.gehoorzaamheid 5. boete 6. gedachte aan de dood 7. rouwmoedigheid 8. toorn 9. wrok 10. kwaadsprekerij 11.veelpraterij 12. leugen 13. lusteloosheid 14. gulzigheid 15. onkuisheid 16-17. geldzucht 18-20. gevoelloosheid 21. ijdelheid 22. hoogmoed 23. godslastering 24. eenvoud 25. nederigheid 26. onderscheiding 27. stilheid 28. gebed 29. hartstochtloosheid 30. liefde. 


VOETNOTEN : 
(1).uit "les pères byzantins du Vème au VIIIème siècles, les pères ascètes" cours de l'institut de théologie orthodoxe Saint-Serge de Paris, 1997, traduit du russe par Françoise Lhoest. Vader Georges Florovski, geboren in Odessa in 1893, was assistent professor aan de universiteit van Odessa in 1919. Na Rusland te hebben verlaten onderwees hij filosofie in Praag van 1922 tot 1926. Toen werd hij uitgenodigd tot een leerstoel van patrologie aan het theologische instituut Saint-Serge te Parijs. In 1948 kwam v. Florovski aan in de Verenigde Staten. Hij was er professor en dekaan van Saint Vladimir's theological school tot in 1955, terwijl hij ook onderwees als adjunct professor aan de Columbia University en Union Theological Seminary. Van 1956 tot 1964 hield hij de leerstoel van Oosterse Kerkgeschiedenis aan de Harvard University. Sinds 1964 tot 1972 onderwees hij Slavische studies en geschiedenis aan de Princeton University.Hij overleed in 1979. 

(2)Voor een volledige biografie en analyse van het werk en vertaling van `de Ladder' zie "Johannes Climacus, de Geestelijke Ladder" in Monastieke cahiers nr. 50 door Drs. Paul Gillis, uitgaven Abdij Bethlehem, B-2820 Bonheiden, 
2002. 

 

Vader Dominique

 

 

10:53 Gepost door kris in Lezingen van de zondag | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

28-03-14

Chrysostomos : "Spreek met niemand over wat jullie hebben aanschouwd, voordat de Mensen­zoon uit de doden is opgestaan"

H. Johannes Chrysostomos (ca 345-407), priester in Antiochië, vervolgens bisschop in Constantinopel, Kerkleraar Homilie over het Evangelie van Mattheus, nr. 56 ; PG 58, 549

Chrysostomos- onbekend uit Turkije.jpg

"Spreek met niemand over wat jullie hebben aanschouwd, voordat de Mensen­zoon uit de doden is opgestaan"

      Jezus Christus heeft vaak tegen zijn leerlingen gesproken over zijn lijden, over zijn Passie en over zijn dood en Hij heeft hun de pijnen voorspeld die ze zelf moesten verduren en zelfs de gewelddadige dood welke men hun op een dag zou doen lijden (Mt 16,21-26). Daarom probeert Hij hen, na hun zulke harde en moeilijke zaken te hebben verteld, te troosten door de beloning te noemen die Hij zal geven als Hij in heerlijkheid van zijn Vader zal komen (v.27)…  Van te voren wil Hij hen, voor zover ze ertoe in staat zouden zijn in dit leven, hun deze grote majesteit laten zien waarin Hij moest komen, en voorkomt zo de zorg en de pijn die zijn leerlingen, in het bijzonder Petrus, zou kunnen voelen voor zijn dood…
     “Jezus nam Petrus, Jacobus en Johannes met zich mee.” Waarom neemt Hij slechts deze drie apostelen mee? Ongetwijfeld omdat ze de anderen verder dan de anderen waren. Petrus door zijn ijver en zijn liefde; Johannes omdat hij de leerling was van wie Jezus hield (Joh 1, 23); en Jacobus omdat hij samen met zijn broer had gezegd: “Wij kunnen die beker drinken”(Mt 20,22), en omdat hij zich vervolgens aan zijn woord heeft gehouden (Hand 12,2)…
      Waarom liet Jezus met Mozes en Elia verschijnen?... Men beschuldigde Hem ervan dat Hij de Wet overtrad en dat Hij God lasterde, door zich een heerlijkheid toe te dichten die Hem niet toekwam, de heerlijkheid van zijn Vader… Zo wilde Hij tonen dat Hij de Wet niet overtrad en zich geen heerlijkheid toekende die Hem niet toekwam, Jezus riep de autoriteit van twee van de meest onberispelijke getuigen op: Mozes die de Wet had gegeven … en Elia die brandde van ijver voor de heerlijkheid en de dienst aan God (1Kon 19,10)… Hij wilde ze ook onderrichten dat Hij de meester van het leven en de dood is, door een mens te laten komen die dood is en een ander die met een vurige wagen werd meegevoerd (2Kon 2,11). En Hij wilde aan zijn leerlingen de heerlijkheid van het kruis openbaren, Petrus en zijn metgezellen troosten, die angstig waren door zijn Passie en hun moed geven. Want Mozes en Elia spraken met Hem over de heerlijkheid die Hij in Jeruzalem zou ontvangen (Lc 9,31), dat wil zeggen ze spraken over zijn Passie en over zijn kruis, dat door de profeten altijd zijn heerlijkheid werd genoemd.

http://www.dagelijksevangelie.org.

26-03-14

heilige Basilios van Ostrog

 

Heiligenleven

 De heilige Basilios van Ostrog

 

Basil_of_Ostrog.jpg

 

De heilige Basilios van Ostrog (Montenegro) was afkomstig uit Herzegowina, de grensstreek bij Montenegro. Hij was een kind met een sterk godsdienstige aanleg, en zodra hij de leeftijd bereikt had ging hij naar het Moeder Gods klooster te Treblinski, en wijdde zich geheel aan het monastieke leven. Zijn warme persoonlijkheid en diepe godsdienstigheid trokken de mensen aan, en hij werd tot bisschop gekozen van Zahum en Skendrië. Daar moest hij op twee fronten strijden, tegen de wreedheid der turkse overheersers, en tegen de opdringerigheid der Latijnen. Daarbij had hij zijn intrek genomen in het klooster van Tvrdos, van waaruit hij zijn diocees bestuurde.

De moeilijkheden werden echter steeds groter, en toen het klooster door de Turken verwoest was, verplaatste Basilios zijn  zetel naar het meer beschutte Ostrog.

Daar is hij in vrede gestorven in de 16e eeuw. Bij zijn graf geschieden talrijke wonderen tot in onze dagen. Zowel Christenen als moslims zoeken zijn hulp, en elk jaar met Pinksteren komt een grote menigte ter bedevaart.

Op de ruïnes van het oude Tvrdos is later een nieuwe stichting gebouwd.

 

Uit : heiligenlevens voor elke dag. Orth.klooster Den Haag

16:00 Gepost door kris in Heiligenleven | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

15-03-14

2e zondag van de vasten : Zondag van de heilige H. Gregorios Palamas

2e zondag van de vasten

Zondag van de heilige H. Gregorios Palamas

 

 

palamas5.jpg

 

Heilige Gregorius Palamas

 

 

....Gij zult grotere dingen zien.... Voorwaar, voorwaar ik zeg u, gij zult de hemel open zien en de engelen Gods opstijgen en neerdalen op de Zoon des mensen....(1e zondag)

Hieraan worden wij herinnerd bij de lezing uit de Hebreeënbrief op de tweede zondag van de vasten.

......Daarom moeten wij temeer aandacht schenken aan hetgeen we gehoord hebben, opdat wij niet afdrijven...hoe zullen wijn dan ontkomen, indien wij geen ernst maken met zulk een heil.

In de evangelie lezing op de tweede zondag wordt die inzet en dat verlangen verbeeld door de lamme die bij Christus gebracht wordt door het dak:

...en daar Jezus hun geloof zag, zei Hij tot de verlamde : uw zonden worden u vergeven.

Lezingen :

Hebr.1,10-2,3

  En:  In het begin, Heer, hebt U de aarde gegrondvest,  en de hemel is het werk van uw handen.  Zij zullen vergaan, U echter blijft.  Alle zullen ze verslijten als kleren,  U zult ze opvouwen als een mantel,  als een kledingstuk zullen zij verwisseld worden.  U echter bent dezelfde  en uw jaren nemen geen einde.  Tot welke engel heeft Hij ooit gezegd:  Ga zitten aan mijn rechterhand,  totdat Ik uw vijanden als een voetbank voor uw voeten heb gelegd?  Wat zijn zij anders dan dienende geesten, uitgezonden ten behoeve van hen die de redding zullen erven? Trouw aan de boodschap 2.Daarom moeten wij des te meer aandacht schenken aan wat wij gehoord hebben, om niet uit de koers te raken. Want als het door engelen gesproken woord zo'n gezag had dat elke overtreding of ongehoorzaamheid haar rechtmatige vergelding ontving,  hoe zullen wij dan ontkomen, wanneer wij een zo grote redding verwaarlozen, die eerst verkondigd is door de Heer, en getrouw aan ons is doorgegeven door hen die Hem gehoord hebben;

Evangelie :

Marcus,2,1-12

Toenemende tegenstand  Toen Hij enkele dagen later weer in Kafarnaüm kwam, hoorde men dat Hij thuis was.  Er liepen zoveel mensen te hoop dat ze zelfs niet meer bij de deur konden komen, en Hij sprak hen toe. ] Ze kwamen een verlamde bij Hem brengen, door vier man gedragen.  Omdat ze de man niet bij Hem konden krijgen vanwege de menigte, haalden ze de dakbedekking weg boven zijn hoofd, en toen ze een opening gemaakt hadden, lieten ze het bed waar de verlamde op lag, zakken.  Bij het zien van hun vertrouwen zei Jezus tegen de verlamde: 'Vriend, uw zonden worden u vergeven.'  Nu zaten daar een paar schriftgeleerden die hun bedenkingen hadden:  'Hoe kan die man zoiets zeggen? Hij lastert God. Wie anders dan de enige God kan zonden vergeven?'  Jezus doorzag meteen dat ze deze bezwaren hadden en zei tegen hen: 'Waarom hebt u eigenlijk bezwaren?  Wat is eenvoudiger? Tegen de verlamde zeggen: "Uw zonden worden vergeven", of zeggen: "Sta op en pak uw bed en loop?"  Maar opdat u weet dat de Mensenzoon bevoegd is om op aarde zonden te vergeven ', zei Hij, nu tegen de verlamde:  'Ik zeg u, sta op, pak uw bed en ga naar huis.'  En hij stond op, pakte meteen zijn bed en ging weg voor het oog van iedereen, zodat ze allemaal verrukt waren en God verheerlijkten. 'Zoiets hebben we nog nooit gezien', zeiden ze.

08:36 Gepost door kris in Lezingen van de zondag | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Wat het bdetekent een christen te zijn volgens de heilige Paulus

Wat het betekent een christen te zijn volgens de heilige Paulus

Een toespraak van Metropoliet Anthony van Sourozh bij de ontvangst van de graad van Doctor in de Theologie 'Honoris Causa' aan de Theologische Academie van Moskou op 3 februari 1983

 

Nadat ik het Evangelie las op jeugdige leeftijd - ik was een jongen van 14 jaar - voelde ik dat er voor mij geen andere taak in het leven kon zijn dan met anderen de vreugde te delen die het leven vernieuwt en die mij geopend was in de kennis van God en Christus. Het was toen, in mijn opgroeiende jaren, dat ik, op gunstige en niet gunstige momenten - op school, in de metro, in jeugdkampen - over Christus begon te spreken, hoe ik Hem ervaarde: als leven, als vreugde, als zin, als iets dat zo nieuw was dat het alles vernieuwde. Als het passend zou zijn mijzelf te beschrijven in de woorden van de Heilige Schrift, zou ik met de heilige Paulus willen zeggen: "Want wee mij, als ik niet het Evangelie predik! (l Kor. 9:16)." 'Wee', omdat het niet delen van dit wonder een misdaad zou zijn tegen God, Die dit wonder bewerkte, en voor de mensen, die ook vandaag overal ter wereld dorsten naar het levende woord van God.

Maar wie van ons, priesters en degenen die studeren voor priester, kan de woorden van Christus vergeten: "Want door uw woorden zult gij gerechtvaardigd worden, en door uw woorden zult gij veroordeeld worden (Mat. 12:37)." Toen ik begon te preken - voor het eerst als leek met de zegen van Metropoliet Eleutherius van Vilna en Litouwen, vroeg ik mijzelf af: "Hoe kan ik over dingen spreken die ik niet volbracht heb, over heiligheid waar ik nog ver van af sta, waarnaar ik alleen kan zien met eerbied, ontzag en vrees? Hoe kan ik over dingen preken die ik in mijn leven niet verricht?" Maar daar ik zo'n grote geestelijke honger rondom mij waarnam, bracht ik mij de woorden in herinnering: van de heilige Johannes Climacus, die zei dat er mensen zijn die het Woord van God preken, hoewel zij onwaardig zijn dat te doen. Bij het Laatste Oordeel, echter, zullen zij gerechtvaardigd worden door het getuigenis van diegenen die, door hun woorden, vernieuwd werden, nieuwe schepselen werden. "Heer", zullen zij zeggen, "als hij niet gepreekt had, zou ik nooit gehoord hebben van Uw levenschenkende Waarheid..."

Wanneer men preekt, staat men vóór het eigen geweten, dat veroordeelt, dat nuchter, streng, en ontoegeeflijk is, en vóór het aangezicht van Christus, de barmhartige Verlosser, Die ons Zijn goddelijk Woord toevertrouwt, maar dat wij, helaas, dragen in aarden vaten. En men is gedwongen zich af te vragen: "Wat betekent het een christen te zijn?" Het antwoord is, aan de ene kant, erg eenvoudig: het gehele Evangelie maakt duidelijk hoe men moet leven, hoe men moet denken en voelen teneinde een christen te zijn. Aan de andere kant, hetzelfde Evangelie openbaart ons, en de Vaders van de Kerk onderwijzen het ons, dat het niet genoeg is alleen maar de geboden te vervullen. Men moet een nieuw mens worden, een mens voor wie Gods gebod niet meer slechts een bevel is, maar een persoonlijke drijfveer in het leven: we moeten worden dat wat het Evangelie ons openbaart.

Dit is echter niet waar ik vandaag over wil uitweiden. Ieder van ons moet zich in het Evangelie inleven, daarin die geboden vinden, die roep van God, de smeking van God, aan ons allen persoonlijk gericht, waaraan men met zijn hele leven - geest, hart, en ziel, met alle krachten en zwakheden - kan beantwoorden. Woorden moeten gevonden worden die niet aan iedereen in het algemeen gericht zijn, maar aan ieder van ons persoonlijk; woorden die het hart doen ontbranden, de geest verlichten, de wil versterken, en Gods kracht in ons uitstorten. Wij moeten bovendien die nieuwe diepte ontdekken die in God is, in de mens, in de kosmos, en in gehele wereld die door het Woord geschapen is, en in onze gemeenschap met Christus, Zijn liefde voor ons en onze beantwoordende liefde voor Hem. Dit betekent dat wij het leven moeten ontdekken en dit ervaren zoals God liet leven ziet.

Ik zou graag de heilige Paulus als voorbeeld nemen.

U zult zich allen zijn vermetele woorden herinneren: "Daarom verzoek ik u, wees navolgers van mij, zoals ook ik van Christus ben (l Kor. 4:16)." Lange tijd was ik verbijsterd: hoe kon Paulus tot ons zeggen: "Volg mij na, wees zoals ik, want ik ben, blijkbaar, aan Christus gelijk." Maar plotseling drong het tot mij door dat hij dat in het geheel niet had bedoeld, maar ons eraan herinnerde wat met hem gebeurd was.

U kent allen zijn leven onder de Joden, hoe hij Christus en Zijn discipelen vervolgde, hoe hij alle pogingen deed, al zijn krachten aanwendde, vanuit een brandende begeerte, om het werk van Degene Die hij beschouwde als een valse profeet, te vernietigen. Op weg naar Damaskus kwam hij echter van aangezicht tot aangezicht tegenover Christus te staan, Die hij slechts gekend had als een gekruisigde misdadiger, maar Die Zich aan hem openbaarde als zijn verrezen Verlosser en God, Die in het vlees was verschenen om de wereld te redden. Toen werd zijn hele leven door elkaar geschud, maar Paulus wendde zich niet, zoals hij zelf zegt, tot Zijn voornaamste apostelen. Datgene dat aan hem werd geopenbaard kwam rechtstreeks van God. Het nieuwe leven dat hem geschonken werd, drong hem het te delen met anderen, het te delen ondanks de grote prijs die hij ervoor moest betalen. U zult zich herinneren hoe de heilige Paulus zijn strijd beschrijft in zijn brieven. Hij kon waarachtig zeggen: "Ik draag in mijn lichaam de kentekenen van de Heer Jezus (Gal. 6:17)"; "en vul in mijn lichaam aan wat ontbreekt aan het lijden van Christus... (Kol. 1:24)."

Hier vervulde hij iets waarin wij hem moeten navolgen, aan hem gelijk moeten zijn bij het keerpunt van berouw, dat hem veranderde van een vervolger in een discipel, en dat hem in staat stelde, niet alleen met woorden maar met zijn hele leven, de oproep te volgen van Christus aan Jakobus en Johannes: "Kunt gij de beker drinken die Ik drink, en met de doop gedoopt worden waarmee Ik gedoopt word? Mat. 20:22)", dat wil zeggen, de verschrikking doorstaan die Mij wacht: de verschrikking van Gethsemane, van het lijden, van de kruisiging, van het verlaten zijn door God, de afdaling in de hel...? Als Paulus tot ons zegt: "... wees navolgers van mij, zoals ook ik van Christus ben", dan bedoelt hij: Leer van mij en bekeer u op dezelfde wijze, zodat gij nieuwe mensen zult worden, inwoners van de hemel en de gezonden getuigen van Christus in deze wereld.

Christus roept een ieder van ons en zegt: "Volg Mij!" Toen Christus op aarde was, was deze roep eenvoudig, maar toch hoe moeilijk, hoe verschrikkelijk moeilijk (denk aan het verhaal van de rijke jongeling), maar ook hoe duidelijk: "Laat al uw zorgen achter u; verlaat wat gij bezig zijt te doen, en volg Mij op de wegen van het Heilige Land ..."

Wat betekent dit in ons leven van vandaag? Hetzelfde als tijdens het leven van Christus op aarde: "Ruk uzelf los, keer af van alles dat u een slaaf van het verderf maakt, een gevangene van de aarde, van alles dat u bindt, en volg Mij."

Om te beginnen, ga tot in het diepste van uw leven, uw geest, uw ziel en uw hart: de enige plaats waar u Christus de Verlosser en de levende God kunt vinden, het Koninkrijk der hemelen. En als u dit Koninkrijk hebt gevonden en deel hebt gekregen aan het nieuwe leven, vervolg moedig uw weg van het apostelschap. En tenslotte, "het sterven van de Heer Jezus in uw lichaam dragende (2 Kor. 4:l0)", Zijn volmaakte vervreemding van alles dat ten diepste de oorzaak is van zonde, van dood, van vervreemding van God, en van afkeer van uw medemens, groei tot de maat dat u een ikoon zult zijn, het beeld, het woord en de aanwezigheid van Christus de Verlosser.

In zijn brief aan de Filippenzen schrijft de heilige apostel Paulus: "Want voor mij is leven Christus (l:2l)." Wij vragen ons vaak af wat dit zou kunnen betekenen. Wanneer wij van iemand houden, of iets heel sterk begeren, of iets wordt ons zeer dierbaar, zodat wij bereid zijn alles op te geven terwille daarvan, dan geloven wij dat de persoon of zaak waar het om gaat ons eigen leven is. Wat ons geboeid houdt kan bijvoorbeeld de wetenschap zijn, de theologie, ons gezin, onze trots. Met een dergelijke onweerstaanbare kracht moeten wij geboeid zijn door Christus. Hij zou voor ons moeten worden, voor ons moeten zijn, ons hele leven en op elk moment, met al onze gedachten, geloof en kracht, met onze gehele persoon, wat de beminde is voor de minnaar: de betekenis en inhoud van ons leven. Alles dat van Christus is, zou van ons moeten zijn, en alles dat lijkt te getuigen dat Hij tevergeefs leefde en tevergeefs stierf, zou ons niet alleen vreemd moeten zijn, maar ook afschrikwekkend, dan zal Christus waarlijk ons leven zijn.

Maar hoe bereiken wij dit? Is dit werkelijk mogelijk? Welk een geweldige kracht is nodig om dit te verwezenlijken. Hier moeten wij opnieuw aan de heilige Paulus herinneren, hoe hij Christus om kracht verzocht, en Christus hem antwoordde: "Mijn genade is u genoeg, want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht (2 Kor. 12:9)." De menselijke kracht is niet toereikend om de christelijke roeping te volbrengen. Wie kan enkel uit eigen kracht een lid, een deel worden van Christus' Lichaam, de voortzetting van Zijn geïncarneerde aanwezigheid op aarde? Wie kan enkel uit eigen kracht een ongerepte tempel van de Heilige Geest worden? Wie kan uit eigen kracht een deelnemer aan de goddelijke Natuur worden? Wie kan uit eigen kracht een zoon van God worden zoals Christus de Zoon van God is? Tezelfdertijd deelt de heilige IrenaeГјs van Lyon ons mee dat de mens Gods heerlijkheid wordt, Gods schittering, wanneer hij de volheid en volmaaktheid heeft bereikt; en wanneer wij met Christus verenigd zijn door de kracht van de Heilige Geest, dan zullen wij in Christus en de Heilige Geest zonen van God zijn in de Zoon van God. Niets dat de mens verricht, geen enkele handeling van de mens, kan dit tot stand brengen, maar de goddelijke genade kan alle dingen tot stand brengen.

Gods kracht wordt inderdaad in zwakheid volbracht, maar niet de zwakheid die ons voortdurend verhindert één met Christus te worden - vrees, luiheid, traagheid, zondigheid, gehechtheid aan aardse zaken, afkeer van alles dat hemels is, maar een ander soort zwakheid - buigzaamheid, doorzichtigheid - een zwakheid waarin de Heer Zijn kracht kan schenken. Wij moeten de zwakheid leren die volmaakt plooibaar is in Gods handen, volmaakt buigzaam, dan zal Gods kracht waarlijk vervuld worden, ondanks onze zwakheid, ondanks het feit dat wij in ander opzicht zondaars zijn en redding behoeven evenzeer als, zo niet meer dan, degenen aan wie wij het leven en de redding prediken.

Maar in de aanhaling waarmee ik begon staat meer: "Voor mij is leven Christus en sterven gewin (Fil. 1:2l)." Hier is het tweede, nuchtere criterium voor ons allen: hoe bezien wij de dood, niet de dood in het algemeen (want dat is een theologisch begrip), maar onze eigen dood? Toen ik een jongen was, zei mijn vader tot mij: "Leer te leven op een wijze dat je altijd de dood zult verwachten, zoals een jongeling de komst van zijn geliefde, zijn bruid verwacht." Op deze wijze verwachtte de heilige Paulus zijn dood, omdat, zoals hij zegt, wij zolang wij in het vlees zijn gescheiden zijn van Christus. Hoe groot ook onze ervaring is van het gebed, hoe groot ook onze ervaring van de sacramenten die ons transfigureren, wij zijn nog steeds gescheiden; er is een sluier tussen Hem en ons: wij zien de dingen als door een beslagen spiegel. Hoe begeren wij niet door deze spiegel heen te breken, de sluier weg te rukken, en door te dringen tot wat zich daarachter bevindt, God te kennen zoals wij door Hem gekend worden!

Als wij ons afvragen: "Zijn wij het eigendom van Christus?", wordt de vraag gesteld met betrekking tot ons leven. "Terwille waarvan ben ik bereid te leven, te leven van dag tot dag, van uur tot uur; waarvoor ben ik bereid mijn leven neer te leggen?" Het neer te leggen van dag tot dag, van uur tot uur, mijzelf te verloochenen, mijn kruis op te nemen en Christus te volgen op Zijn weg, niet alleen in Zijn heerlijkheid, maar ook op Zijn weg van het kruis. Hoe beschouwen wij die dood, onze eigen dood? Zien wij er naar uit de dood te ontmoeten, zien wij hem als het einde van ons leven, of als de deur die zal opengaan naar de volheid van het leven? Paulus zegt dat sterven voor Hem niet betekent ontdaan te worden van het aardse leven, maar bekleed te worden met de eeuwigheid (vgl. 2 Kor. 5:4). Is dit ons geloof, het geloof waarmede wij de eeuwigheid verkondigen?

Paulus voegt hier echter iets anders aan toe, wat ik in mijn eigen woorden zal weergeven. Na zijn laatste woorden over de dood zegt hij: "Voor u is het beter dat ik leef..." En hij blijft leven. Overweeg goed wat dit betekent, het betekent dat het leven voor hem is de Weg van het Kruis op de aarde, dat de dood voor hem het moment inhoudt dat hij de heerlijkheid zal verwerven van het leven van de verrezen Christus, maar hij is bereid zich dit zelfs te ontzeggen teneinde anderen in aanraking te brengen met het levenschenkende, transformerende en reddende Woord van God.

En hier is het derde criterium dat ik aan u wil meedelen, een criterium, waarvan ik mij altijd bewust ben en dat mij doet zeggen: "Heer, vergeef mij, want ik ben zelfs nog niet begonnen een christen te zijn. Help mij te groeien in het geloof, niet naar de mate van Paulus, maar te groeien opdat Gij mijn liefde zijt, dat mijn verlangen is U te ontmoeten en met U verenigd te worden, dat ik bereid moge zijn alles te doen om U te dienen, in de harten, zielen, de bestemmingen en levens van anderen."

 

(Vertaling uit het Engels door Andreas Wilts)

08:25 Gepost door kris in theologie | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

05-03-14

Begin van de vastentijd

 

vasten2.jpg

 

BEGIN VAN DE VASTENTIJD 

"Open voor mij de deur van het berouw,

O Schenker van het leven.

Want zie, mijn geest waakt en verlangt

Naar uw heilige tempel

Omdat de tempel van mijn lichaam

Geheel veronteinigd is;

Maar Gij Bermahrtige, reinig mij door uw grote genade.

 

Leid mij op het pad des heils,

O Moeder van God,

Want met beschamende daden

Heb ik mijn ziel besmeurd

En de traagheid mijn leven verdaan.

Maar bevrijd mij door uw gebeden

Van al mijn onreinheid.

 

Denkende aan de vele boosheden

Die ik heb begaan,

Beef ik, ongelukkige,

Voor de dag des oordeels.

Maar hopende op de genade

Van uw barmhartigheid,

Roep ik als David U toe :

Ontferm U over mij, o God,

Volgens uw grote genade

 

(Horologion,p120)

04-03-14

vredesoproep van patriarch van Moscou

Vredesoproep van patriarch van Moskou

Hilversum (van onze redactie) 2 maart 2014 – De Russisch-orthodoxe patriarch Kyrill I van Moskou heeft opgeroepen tot vrede in Oekraïne. Er moet alles aan worden gedaan om te vermijden dat er in Oekraïne meer onschuldige mensen worden gedood, aldus de patriarch vandaag in een brief aan het Oekraïens-orthodoxe genootschap dat ressorteert onder het patriarchaat van Moskou.

Geen kritiek op Poetin Volgens Kyrill is het de schuld van “politieke twisten” in de hoofdstad Kiev dat de eenheid van Oekraïense republiek nu wordt bedreigd. De patriarch valt de Russische president Vladimir Poetin niet af en gaat niet in op de militaire interventie van de Russen op de Krim.

Metropoliet Onufri De patriarch reageert met zijn brief op een oproep van de leiding van het met Moskou verbonden Oekraïens-orthodoxe kerkgenootschap. Hoofd daarvan is metropoliet Onufri. Die had er bij Kyrill op aangedrongen om de Russische regering op te roepen “de territoriale integriteit van de Oekraïense staat” te respecteren en alles in het werk te stellen om bloedvergieten in Oekraïne te voorkomen. Onufri vreest voor de “catastrofale gevolgen” voor een Russische invasie van Oekraïne.

‘Vredesmissie’ De Russisch-orthodoxe aartspriester Vsevolod Tsjaplin, referent van het Moskouse patriarchaat voor maatschappelijke kwesties, zei gisteravond de militaire interventie op de Krim te rechtvaardigen. Hij zei dat er sprake is van een vredesmissie die als doel heeft de Russische inwoners van de Krim te beschermen.

Twee kerken In Oekraïne bestaan twee orthodoxe genootschappen: de Oekraïens-Orthodoxe Kerk van het Patriarchaat Kiev en de Oekraïens-Orthodoxe Kerk van het Patriarchaat Moskou. Het land kent ook een met de paus van Rome verbonden Grieks-Katholieke Kerk. Vanochtend lieten Oekraïense kerkleiders, onder wie patriarch Filaret, de Grieks-katholieke grootaartsbisschop Svjatoslav Sjevtsjoek en opperrabbijn Jakob Bleich, een verklaring uitgaan waarin zij de Russische regering opriepen de troepen onmiddellijk terug te trekken. Ook beschuldigden zij het Kremlin ervan valse propaganda te verspreiden waarin de machtswisseling in Oekraïne een fascistische putsch wordt genoemd.    

VN-vredesmacht Westerse wereldleiders uitten dit weekeinde dreigende taal tegen Poetin. Ze riepen hem op de provocerende militaire activiteiten in Oekraïne onmiddellijk te stoppen. De VS eisten dat er een VN-vredesmacht naar Oekraïne wordt gestuurd en dreigden met zware sancties tegen Rusland. Verschillende landen staakten de voorbereidingen voor de top van de G8 in Sotsji.

Marine De Russische Federatieraad (senaat) gaf Poetin gisteren toestemming voor een militaire interventie in Oekraïne. Het Kremlin liet weten dat Poetin nog niet heeft besloten over militair ingrijpen. Zijn besluit zal afhangen van de verdere ontwikkeling op de Krim. Het schiereiland is sinds gisteren feitelijk afgescheiden van Oekraïne. Er zouden al 15.000 Russische militairen zijn. De Oekraïense marine op de Krim is uitgeweken naar zee.

NAVO Westerse landen voerden ondertussen koortsachtig diplomatiek overleg. NAVO-chef Anders Fogh Rasmussen heeft Rusland opgeroepen de militaire dreigingen op de Krim onmiddellijk te stoppen. De Amerikaanse president Barack Obama liet weten dat een Russische invasie Moskou duur te staan zou komen. Canada is voorlopig het enige land dat zijn ambassadeur terughaalt uit Moskou.

Bron : RKK

 

11:32 Gepost door kris in Actualiteit | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

03-03-14

Vasten, gebed en liefde

VASTEN,GEBED EN LIEFDE

 

 De periode van de vasten, van de veertig dagen die beginnen met Vergevingszondag, kan begrepen worden als een volmaakt unieke tijd, een tijd van voorbereiding tot het jaarlijkse Pasen van de lente, en daardoor, tot het eeuwige Pasen van de ‘doortocht’ ( dit is de letterlijke betekenis van het joodse woord Pasen-Pesah), van het bederfelijk leven naar het eeuwig leven, van het halfduister naar het licht, van de ballingschap in een verre wereld, deze van de zonde, naar het visioen van het ‘van aangezicht tot aangezicht’ in het Koninkrijk. Het programma van de Vasten dat de voortdurende ascese van gans het christelijk leven, bewust en verantwoordelijk samenvat en terug in herinnering brengt, is het antwoord op de drie bekoringen welke Christus in de loop van de veertig dagen heeft ondergaan in de woestijn ,en waarin Hij niet at en honger leed (Mt.4,3).

 

Bekoring van het brood :

 

’t Is te zeggen, van elk aards voedsel welke aan de mens de illusie geeft uit zichzelf te kunnen leven, door in wezen elke angst voor de dood en de vrees voor het hiernamaals te verdringen Kiezen om honger te hebben, te vasten, is ook kiezen om open te staan voor een ander voedsel : het woord en het brood van de levende God, waar elke mens nood aan heeft om te kunnen voortbestaan.

 

Bekoring van het mirakel :

 

’t Is te zeggen een onbeperkte macht over de anderen, door hen te dwingen om God te aanbidden, om Hem te gehoorzamen, door hen te onderwerpen, veeleer dan ten overstaan van hen te handelen door middel van het enig mirakel van de Heilige Geest, dat van de liefde, van de bekering van het hart. Deze innerlijke bekering eist de ontlediging van zichzelf, de weigering om gediend te worden. De ‘Zoon des mensen is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen’(Marc.10,45). De waarachtige liefde moet erop gericht zijn om al onze relaties, al onze menselijke houdingen, tot de meest gewone toe, te doordringen.

 

Bekoring van de macht …

 

…over de koninkrijken van deze wereld, met als enige voorwaarde, om de satan te aanbidden. ‘Gij zult de Heer uw God aanbidden en Hem alleen dienen’. Deze aanbidding van God de Vader in Christus door de Heilige Geest moet onze belangrijkste innerlijke houding zijn, het meest vaststaande gegeven in ons leven, de meest absolute voorrang van alles in het geloof van elk menselijk wezen. Het nederig en onopvallend gebed, zoals de dagelijkse tekens van liefde kunnen in werkelijkheid ons hart zodanig overrompelen, dat het voor altijd gekwest blijft. Het waarachtige gebed is niet alleen spreken en in dialoog treden met God, maar het moet in het binnenste van onszelf gebed van de Heilige Geest zijn, die in ons leeft en die samenvalt met ons menselijk bestaan en onze meest persoonlijke en diepste bezieling.

 

Dit driedelig programma van de Vasten moet gekruid worden met bescheidenheid , het niet-uiterlijk vertoon, de vreugde op het gezicht, met het niet beoordelen van de zwakken, met het niet jaloers zijn op de sterken, met het gevoel ook, dat de Heer Jezus gekomen is om de zondaars te redden waarvan ik de eerste ben (‘Laat mij eerst mijn eigen zonden zien en mijn broeder niet beoordelen’). De vrucht van de Vasten en haar kracht zal het gebed zijn, het teken van de komst in ons van de Heilige Geest van liefde zal de liefde zelf zijn, de liefde voor onze naaste, voor iedereen waarvoor Christus is gestorven.

Vertaling : kris biesbroeck

 

11:16 Gepost door kris in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

01-03-14

Vergevingszondag

 

VERGEVINGSZONDAG

 Laatste zondag van de voorvasten

 

 Adam en eva _verdrijving uit het paradijs michelangelo.jpg

 Adam en Eva : de verbanning (Michelangelo)

 

LEZINGEN

Romeinen : 13,11-14,4:

Waakzaam zijn       U weet trouwens hoe laat het is, u weet dat het uu om uit de slaap te ontwaken reeds is aangebroken. Nu is onze redding dichterbij dan toen wij tot het geloof kwamen.  De nacht loopt ten einde, de dag breekt aan. Laten wij ons dus ontdoen van de werken van de duisternis en ons toerusten met de wapens van het licht.  Laten wij ons behoorlijk gedragen, als op klaarlichte dag, en ons onthouden van zwelgpartijen en drinkgelagen, van ontucht en losbandigheid, van twist en nijd.  Bekleed u met de Heer Jezus Christus, en vertroetel uw lichaam niet; er mogen geen begeerten worden opgewekt.
Hoofdstuk 14 Verdraagzaam zijn  Aanvaard ieder die zwak is in het geloof, zonder zijn opvattingen te betwisten.  De een is ervan overtuigd dat hij alles mag eten, terwijl een zwakke alleen maar plantaardig voedsel eet. Wie vlees eet, moet iemand die dat niet doet, niet minachten; en wie geen vlees eet, moet iemand die dat wel doet, niet veroordelen; God zelf heeft die ander immers als de zijne aanvaard.  Wie ben jij, dat je jezelf een oordeel aanmatigt over de knecht van een ander? Of hij staat of valt, gaat alleen zijn heer aan. Hij zal trouwens staande blijven, want zijn heer is bij machte hem staande te houden.

Evangelie :

Mattheüs 6,14-21:

 Want als jullie de mensen hun overtredingen vergeven, zal je hemelse Vader ook jullie vergeven.  Maar als jullie de mensen niet vergeven, zal je Vader jullie overtredingen ook niet vergeven.  Wanneer je vast, zet dan geen somber gezicht zoals de schijnheiligen, want zij vertrekken hun gezicht om met hun vasten op te vallen bij de mensen. Ik verzeker jullie, ze hebben hun loon al.  Maar als jij vast, zalf dan je hoofd en was je gezicht,  opdat het bij de mensen niet opvalt dat je vast, maar wel bij je Vader, die in het verborgene is; en je Vader, die in het verborgene ziet, zal het je lonen. Maak je geen zorgen!  Verzamel geen schatten op aarde, waar mot of houtworm ze aantast, en waar dieven inbreken om ze te stelen.  Maar verzamel schatten in de hemel, waar mot noch houtworm ze aantasten, en waar geen dieven inbreken om ze te stelen. Want waar je schat is, daar zal ook je hart zijn.

21:45 Gepost door kris in Lezingen van de zondag | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

1 2 3 4 5 6 7 8 Volgende