27-06-17

bezinningstekst

 

 

 Welkom op mijn blog met informatie over de

Orthodoxie. Teksten, bezinningen, theologie

Foto's..........

 

Gezangen uitgevoerd door het koor van de orthodoxe kerk van Gent

(openen met windows chrome of internet explorer !)

 

 

 

  De teksten van  de gezangen kunnen teruggevonden worden in de rechter kolom 

start nummer één en ga dan naar de tekst in de rechterkolom.

 

INHOUD VAN MIJN BLOG   (klik)

Om gemakkelijk te vinden wat je zoekt !!

 

 

ignatius van Antiochië

tekst ignatius van antiochie.jpg

Taïsia

borders0528 (2).jpg

Heiligenleven

De heilige Taïsia

Taisia heilige.jpg

Heilige Taïsia

 

De heilige Taïsia, een vrouw van buitengewone schoonheid, leefde daarvan in Alexandrië, in de 4e eeuw. Het kwam vaak tot een hevige strijd tussen haar minnaars, en zij was verantwoordelijk voor verschillende doden. De oude kluizenaar Pafnutios hoorde in de woestijn de verhalen hoe zij de jeugd het hoofd op hol bracht, en hij kwam tot de overtuiging dat hij met haar moest spreken. Hij ging naar de stad, trok gewone kleren aan, ging naar haar huis en vroeg haar te spreken. Zij ontving hem in haar schitterend verblijf, uitgestrekt op een kostbare divan. Pafnutios stond voor haar en keek haar aan. Zijn ogen vulden zich met tranen en hij sprak slechts met moeite. Hij zei: “Laat iedereen weggaan”. “Maar er is hier niemand dan God”, antwoordde zij. “Wat,” riep hij, “weet je dan dat God bestaat?” “Ja, ik ben christelijk opgevoed en ik weet dat dit waar is.” “En weet je dan ook dat de hemel er is voor de gerechten maar de hel voor de goddelozen?” En zij stamelde: “Ja.” Toen brak hij in wenen uit en snikte: “O almachtige God, zij kent U en weet wat Gij gereed hebt voor wie U dienen en wat voor wie U beledigen; en toch heeft zij zoveel arme zielen tot val gebracht, die U hadden kunnen aanschouwen en in Uw heerlijkheid hadden kunnen rusten in alle eeuwigheid, en die nu moeten jammeren in eindeloze ellende”.
Dit woord doorbrak de ijskorst van Taïsia's hart. Zij begon te beven, sprong overeind en viel neer voor de oudvader, omklemde zijn voeten en smeekte: “Vader, vader, laat mij zien hoe ik eraan kan ontkomen. Leer mij hoe ik berouw moet hebben!”
Hij zei dat hij voor haar een plaats ging gereed maken in het vrouwenklooster. Intussen maakte zij een brandstapel van haar rijke gewaden en kwam in oude kleren naar de cel die Pafnutios voor haar had ingericht. Hij verzegelde de deur achter haar en vroeg de zusters haar water en droog brood aan te reiken door het kleine deurvenster. En aan Taïsia verbood hij om zelfs maar haar handen ten hemel te heffen of de naam van God over haar lippen te laten komen, doch zich slechts naar het Oosten te richten en te zeggen: “Gij Die mij geschapen hebt, heb medelijden met mij.”
Drie jaren gingen zo voorbij. Pafnutios had veel over Taïsia nagedacht en voor haar gebeden en hij had medelijden met haar. Hij ging naar Abba Antonios en vroeg hem of hij de gestrengheid van haar boete zou mogen matigen, en of God haar zonden vergeven had. Antonios vroeg toen aan de broeders om een dag te vasten en de nacht door te brengen in gebed om te weten te komen wat Gods wil was. Terwijl zij zo in zwijgend gebed bijeen waren, sloeg de oudste leerling van Abba Antonios, de heilige Paulos de Simpele, plotseling de ogen op en zag in een visioen een plaats vol heerlijkheid in de hemel. En hij zei: “Dat is zeker de plaats voor mijn vader Antonios”. Maar een stem antwoordde hem: “Neen, zo is het niet; die plaats is voor Taïsia, de boetelinge”.
In grote vreugde haastte Pafnutios zich nu naar het klooster. Hij brak de deur van de cel open en zei tot Taïsia: “Kom naar buiten, de Heer heeft uw zonden vergeven”. Zij antwoordde: “Sinds de dag dat ik hier binnentrad, drukten zij mij als een ondraaglijke last, dag en nacht” . Waarop Pafnutios zei: “Juist daarom heeft de Heer u vergiffenis geschonken.” Nadat zij uit haar cel gekomen was, leefde Taïsia nog twee weken en ging toen over naar de Heer.

 

tekst bijbel spreuken346.jpg

 

 

 

25-06-17

“U doorzoekt de Schriften... welnu, juist die getuigen over Mij”


border0706.jpgH. Efraïm (ca. 306-373), diaken in Syrië, kerkleraar
Commentaar op het overeenkomstig Evangelie, 1, 18-19 ; SC 121

Efraïm de syrier 12.jpg

“U doorzoekt de Schriften... welnu, juist die getuigen over Mij”

Het woord van God is een levensboom die je overal gezegende vruchten aanbiedt; ze is als een geopende rots in de woestijn, die voor elke mens overal, een geestelijke drank wordt: “Zij aten allemaal hetzelfde geestelijk voedsel, en dronken allemaal dezelfde geestelijke drank” (1Kor 10,3; Ex 17,1v)

Dat degene die een deel van deze rijkdommen krijgt, niet gaat geloven dat er in het woord van God slechts dat is, wat hij erin vindt; dat hij er eerder rekening mee houdt dat hij slechts in staat was om er slechts één ding in te ontdekken tussen vele andere. Dat hij verrijkt door het woord niet gelooft dat deze verarmd is; dat ook al is hij niet in staat om haar rijkdom te putten, dat hij dankt voor haar grootheid. Verheug je, want je bent verzadigd, maar wordt niet bedroefd omdat de rijkdom van het woord je te boven gaat.

Degene die dorst heeft verheugt zich om te drinken, maar hij wordt niet bedroefd om zijn onmacht om de bron volledig te kunnen uitputten. Het is meer waard dat de bron je dorst lest, dan dat je dorst de bron uitput. Als je dorst gelest is zonder dat de bron uitgedroogd is, dan kun je, iedere keer dat je dorst zult hebben, opnieuw drinken. Als je daarentegen, door je te verzadigen, de bron uitput, dan zal je overwinning je ongeluk worden. Dank voor wat je hebt ontvangen en mopper niet over wat ongebruikt blijft. Wat je hebt genomen en meegenomen is van jou; maar wat blijft is ook je erfenis.

bron : www.dagelijksevangelie.org

tekst efraïm de Syriër.jpg

 

 

22-06-17

aardse en hemelse

border a14.jpg

3e zondag na Pinksteren

Het aardse in vergelijking met het hemelse

aardse.jpg

LEZINGEN

Romeinen 5,1-10

Leven in vrede met God
[1] Gerechtvaardigd door het geloof leven* wij in vrede met God door Jezus Christus onze Heer. [2] Hij is het die ons door het geloof* de toegang* heeft ontsloten tot die genade waarin wij staan; door Hem ook mogen wij ons beroemen* op onze hoop op de heerlijkheid* van God. [3] Meer nog, wij zijn zelfs trots op onze beproevingen, in het besef dat verdrukking leidt tot volharding, [4] volharding tot beproefde deugd en die weer tot hoop. [5] En de hoop wordt niet teleurgesteld, want Gods liefde is in ons hart uitgestort door de heilige Geest die ons werd geschonken.
[6] Want Christus is voor goddelozen gestorven op de gestelde* tijd, toen wij zelf nog geheel hulpeloos waren. [7] Je zult je leven niet snel geven voor een rechtvaardige, al zou misschien iemand de moed hebben te sterven voor een goed mens. [8] God echter bewijst zijn liefde voor ons juist hierdoor dat Christus voor ons is gestorven toen wij nog zondaars waren. [9] Des te zekerder is het dat wij, eenmaal gerechtvaardigd door zijn bloed, dankzij Hem gered worden van de toorn*. [10] Toen wij vijanden waren, zijn wij met God verzoend door de dood van zijn Zoon; des te zekerder is het dat wij, eenmaal verzoend, gered worden door zijn leven. [11] En dat niet alleen: nu reeds roemen wij op God door Jezus Christus onze Heer, door wie wij de verzoening hebben ontvangen.

 

Evangelie, Mattheüs 6,22-33

22] De lamp van het lichaam is het oog. Dus als je oog helder is, zal heel je lichaam verlicht zijn. [23] Maar als je oog slecht is, zal heel je lichaam duister zijn. Als nu binnenin je het licht duisternis is, hoe erg zal dan de duisternis zijn! [24] Niemand kan twee heren dienen. Want hij zal de een verfoeien en van de ander houden, of zich hechten aan de eerste en de ander verachten. Je kunt God en de geldduivel* niet tegelijk dienen. [25] Daarom zeg Ik jullie: maak je niet bezorgd over wat je zult eten of drinken om in leven te blijven, en ook niet over de kleding voor je lichaam. Is het leven niet meer dan het eten, en het lichaam niet meer dan de kleding? [26] Kijk naar de vogels van de hemel: ze zaaien niet en maaien niet en oogsten niet, je hemelse Vader voedt ze. Zijn jullie niet meer waard dan vogels? [27] Wie van jullie kan met al zijn zorgen een el toevoegen aan zijn leven? [28] En wat maak je je bezorgd over je kleren? Leer van de lelies op het veld hoe ze groeien. Ze werken niet, ze spinnen niet. [29] Maar Ik zeg jullie: zelfs Salomo met al zijn pracht en praal ging niet gekleed als een van hen. [30] Als God nu het gras op het veld, dat er vandaag staat en morgen in de oven wordt gegooid, zo kleedt, hoeveel te meer kleedt Hij dan jullie, kleingelovigen? [31] Vraag je dus niet bezorgd af: Wat zullen we eten? Wat zullen we drinken? Wat zullen we aantrekken? [32] Want naar dat alles zijn de heidenen op zoek. Jullie hemelse Vader weet wel dat je dat allemaal nodig hebt. [33] Zoek eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid, dan krijg je dat alles

 

aardse2.jpg

20-06-17

de heilige Konstantijn XI

Jezus Maria en engelen.jpg

 

Heiligenleven

De heilige Konstantijn XI Paleologos

ConstantinoXI.jpg

De heilige martelaar Konstantijn Xl werd in 1405 geboren als 4e zoon van Keizer Manuel ll Paleologos. Zijn moeder was de Servische prinses Helena Dragas. Hij had een nauwe band met haar en gebruikte haar naam later als eretitel. Toen hij 17 jaar oud was probeerden de Turken, na in 1402 door de Mongoolse heerser Tamerlan verslagen te zijn, opnieuw Konstantinopel in te nemen. De stad kon toen nauwelijks verdedigd worden, en keizer Manuel stierf aan een beroerte.
De nieuwe keizer, Joannes Vlll Paleologos, zag in dat er hulp van het Westen moest komen, anders was de situatie hopeloos. De westerse voorwaarde voor hulp was echter gehoorzaamheid aan de paus, en vereniging van de Orthodoxe Kerk met die van Rome. Tijdens zijn afwezigheid had Konstantijn als regent een verdrag met de Turken gesloten, waardoor de stad verder gevrijwaard zou blijven voor aanvallen, tegen betaling van een jaarlijkse som geld. Na de terugkeer van Joannes, kregen Konstantijn en zijn andere broers elk een stuk van de Griekse Peloponnesos toegewezen, dat grotendeels onder het gezag van Byzantium viel. Binnen korte tijd was de gehele Peloponnesos onder controle, maar dit verontrustte de Turken en leidde ook tot strijd tussen de broers. Joannes haalde Konstantijn nu naar Konstantinopel, en gaf daarmee aan dat hij troonopvolger was.
ln 1437 ging Joannes weer naar ltalie voor hulp uit het Westen, en liet zich overhalen tot de Unie van Florence (1439), waardoor velen in Konstantinopel zich verraden voelden. Zij vertrouwden liever op God dan op een unie.
De verhouding met Rome leek echter beter. ln 1443 keerde Konstantijn naar Mistra in de Peloponnesos terug om het bestuur weer op zich te nemen, en hij herbouwde de verdedigingsmuur over de lsthmus bij Korinthe. De paus organiseerde daarop een kruistocht tegen de Turken, maar die werd volledig verslagen. Daarna versloeg Sultan Murad Konstantijn, zodat deze voortaan een jaarlijks tribuut moest betalen.
Op 6 januari 1449 werd Konstantijn tot keizer uitgeroepen in Mistra. ln 1451 werd de overleden Sultan Murad opgevolgd door zijn jonge zoon Mohammed ll. Deze zwoer dat hij Konstantinopel met rust zou laten, maar toch probeerde Konstantijn de paus over te halen zijn beloofde steun te geven. Deze weigerde, omdat de Orthodoxe Kerk de Unie van Florence verwierp.

Konstantijn probeerde van de nieuwe Turkse heerser meer geld los te krijgen voor het gevangen houden van diens voornaamste rivaal, maar zette hem daardoor aan tot beleg van Konstantinopel. Konstantijn verklaarde toen formeel de oorlog aan de sultan en maakte de stad gereed voor de belegering. Hernieuwde verzoeken om hulp uit het Westen hadden alleen de komst van een pauselijk gezantschap tot gevolg, dat van de situatie gebruik maakte de Unie van Florence door te zetten. Toen het Westen eindelijk in beweging kwam, was het te laat.
In 1453 liepen de voorraden in de stad ten einde, het voedsel werd onbetaalbaar. Goud en zilver uit de kerken werd gebruikt om de nood te lenigen.
Konstantijn hield persoonlijk toezicht op de aanleg van versterkingen waarmee de inwoners van de stad, mannen en vrouwen, dag en nacht bezig waren. Op Paasmaandag, 2 april 1453, begon de definitieve Turkse aanval met een niet aflatend bombardement, waartegen de driedubbele muren van Konstantinopel niet bestand waren: ze stortten stuk voor stuk in. Konstantijn vroeg de sultan om vrede, maar was niet bereid diens eis, de stad over te geven, in te wiligen.
De spanning in de stad werd ondraaglijk. De hulp uit het Westen was er niet en Konstantijn voelde zich bedrogen. Op 24 mei was er ook nog een maansverduistering, en viel de ikoon van de heilige Moeder Gods, de beschermster van de stad, op onverklaarbare wijze op de grond.
In afwachting van de bestorming werden de bombardementen plotseling gestopt. In de stad werd een laatste processie gehouden, met Konstantijn aan het hoofd. Daarna sprak hij zijn soldaten toe, en zijn woorden maakten grote indruk.
Tijdens de liturgie die volgde, de eerste die na de proclamatie van de Unie van Florence in de Agia Sofia werd gehouden, ontving hij de Communie, daarna ging hij zijn troepen op de muren inspecteren.
In de ochtend van 29 mei kwam de bestorming. Na zes uur slaagden de aanvallers erin de Turkse vlag te hijsen op een van de torens, waarop er paniek uitbrak in de stad. Konstantijn wierp zijn keizerlijke eretekens af en wierp zich met getrokken zwaard in de strijd.
Hij werd het laatst gezien bij de Poort van de heilige Romanos, waar hij roemrijk sneuvelde, zoals past voor de laatste keizer van het Byzantijnse Rijk.

heiligenlevens voor elke dag : orth.klooster Den Haag

 

border aaaaaaz.gif

heilige Pelagia

borders1458 (2).jpg

Heiligenleven

De heilige Pelagia

 

Pelagia van Antiochie.jpg

Heilige Pelagia

 

De heilige boetelinge Pelagia was de eerste actrice en danseres van het theater in Antiochië. De bisschop van de stad hield eens een synode, waarbij ook de oude bisschop Nonnos van Edessa aanwezig was, een oudvader uit de woestijn, die min of meer met geweld bisschop was gewijd, en die de gave van het overtuigende woord bezat. Tijdens de rustpauze zaten de bisschoppen buiten in de schaduw rustig met elkaar te praten. Juist passeerde toen Pelagia in haar stralende schoonheid, met rijke gewaden en kostbare paarlen‚ die haar de bijnaam Margarita hadden bezorgd. De bisschoppen wendden het hoofd af, maar Nonnos zag haar vol in het gezicht en staarde haar na tot zij uit het gezicht verdwenen was.
Hij vroeg toen aan de anderen of zij haar schoonheid hadden gezien, maar zij gaven geen antwoord. Toen boog Nonnos het hoofd over de knieën en toen hij weer opkeek zagen zij dat zijn boek nat was van tranen. En hij zei: “Het was inderdaad een schoon schouwspel, maar ik geloof dat God haar op onze weg heeft gebracht om een oordeel te vellen over ons leven als bisschop. Denk u toch in hoeveel tijd zij besteedt om zich te baden en te zalven en te kleden, en hoeveel inspannende oefeningen zij moet doen om haar beroep als danseres te kunnen uitoefenen. Vergelijken wij dat eens met de moeite die wij opbrengen voor onze taak, en of wij ons ook zo inspannen om onze ziel te reinigen en die behaaglijk te maken voor de ogen van onze rechtvaardige en heilige Heer.” En ‘s avonds, in de hem toegewezen cel, wierp hij zichzelf op de vloer en bad wenend, tot hij in slaap viel met zijn hoofd in zijn handen.
De volgende zondag werd Nonnos verzocht de preek te houden na het Evangelie. Hij was geen geleerde, maar hij was bezield door de Heilige Geest zodat het volk diep ontroerd was. Onder het gehoor bevond zich ook Pelagia, die uit nieuwsgierigheid naar de kerk was gegaan, waarin zij nog nooit een voet had gezet, want zij was een heidense. Haar ziel werd door God geraakt, zodat zij in snikken uitbarstte. Het was geen voorbijgaande ontroering, maar zij deed alles om Nonnos te spreken te krijgen en gedoopt te worden. Na haar doop verdween zij uit het gezicht.
Enkele jaren later kwam de diaken van bisschop Nonnos, die ook deze gebeurtenissen uitvoerig opgeschreven heeft, naar, Jeruzalem, met de opdracht van Nonnos om onderzoek te doen naar een monnik Pelagios. Hij vond deze in een kluis op de Olijfberg, en hoorde overal in Jeruzalem met veel eerbied over hem spreken. Toen hij die monnik de volgende dag opnieuw wilde bezoeken, kreeg hij geen antwoord meer op zijn kloppen: Pelagios was gestorven. Er werd een plechtige begrafenis voorbereid en toen bleek dat de vereerde kluizenaar een vrouw was geweest. Toen kwamen alle monniken en monialen uit de kloosters van Jericho en de Jordaan-streek, en zij begroeven haar met kaarsen en lampen en hymnen, terwijl het lichaam gedragen werd door de heilige Vvaders, in 457. Haar relieken bevinden zich te Jouarre in Frankrijk.

heiligenlevens voor elke dag : uitg.orth.klooster Den Haag

 

communie.jpg

19-06-17

“Verheugt u en juicht, want groot is uw loon in de hemel”

border kruis249 (2).jpg

H. Johannes Chrysostomus (ca 345-407), priester te Antiochië, daarna bisschop te Constantinopel, kerkleraar
Homilie over de Tweede brief aan de Korintiërs, 12,4 ; PG 61, 486

 

yekst chrysostomos joh.jpg

“Verheugt u en juicht, want groot is uw loon in de hemel”

Alleen de christenen schatten de dingen op hun juiste waarde in, en ze hebben niet dezelfde redenen om zich te verheugen en bedroefd te zijn als de rest van de mensen. Bij het zien van een gewonde atleet, die op zijn hoofd de overwinningskroon draagt, kan iemand, die nooit ook maar een enkele sport heeft beoefend, alleen de blessures zien die deze mens laten lijden; hij kan zich het geluk van de gewonde atleet, dat zijn beloning hem verschaft, niet inbeelden. Zo doen de mensen waarover wij spreken. Ze weten dat wij beproevingen ondergaan, maar niet waarom wij ze verdragen. Ze zien slechts het lijden. Ze zien de strijd die we aanvaarden en de gevaren die ons bedreigen. Maar de beloningen en de bekroningen blijven voor hen verborgen, evenals de reden van onze strijd. Zoals Paulus bevestigt: “Wij lijken berooid van alles, maar we bezitten alles” (2Kor 6,10)...

Wat ons betreft, wanneer we onderworpen zijn aan een beproeving om Christus, verdragen we het dan onverschrokken, meer nog, met vreugde. Als we vasten, laten we dan huppelen van vreugde alsof we gelukzalig zijn. Als men ons beledigt, laten we dan blij dansen alsof we vervuld waren met lofzang. Als we pech hebben, beschouwen we het dan als winst. Als we aan de arme geven, overtuigen we ons er dan van dat wij ontvangen... Herinner je voor alles dat je strijd voor Jezus Christus. Dan zul je met plezier de strijd aangaan en je zult altijd in vreugde leven, want niets maakt ons zo gelukkig als een goed geweten.

 

tekst Chrysostomos47.jpg

16-06-17

eerste leerlingen

border YTY.jpg

2e zondag na Pinksteren

Roeping van de eerste leerlingen

 

EERSTE LEZING :

Romeinen 2,10-16

10.heerlijkheid, eer en vrede wacht een ieder die het goede doet, de Jood in de eerste plaats, maar ook de Griek. [11] Want God kent geen aanzien* des persoons.
Wet en besnijdenis
[12] Zij die zonder de wet* hebben gezondigd, zullen ook zonder de wet omkomen; en zij die met de wet hebben gezondigd, zullen door de wet worden veroordeeld. [13] Want niet de hoorders van de wet zijn rechtvaardig in Gods oog; alleen de onderhouders van de wet zullen worden gerechtvaardigd. [14] Wanneer heidenen, die de wet niet hebben, uit zichzelf* doen wat de wet verlangt, zijn zij zichzelf tot wet, ook al bezitten zij de wet niet. [15] Zij tonen dat wat de wet vereist, in hun hart geschreven staat. Hun geweten getuigt daarvan, en hun gedachten, die hen over en weer beschuldigen of ook wel vrijspreken [16] op de dag dat God volgens mijn evangelie over de verborgen daden van de mens zal oordelen, door Christus Jezus.

EVANGELIE :

Matth.4,18-23

Roeping van enkele vissers
[18] Toen Hij eens langs het meer van Galilea liep, zag Hij twee broers - Simon*, die Petrus genoemd wordt, en zijn broer Andreas - het net uitwerpen in het meer; want het waren vissers. [19] Hij sprak hen aan: 'Kom achter Mij aan, en Ik zal jullie tot vissers van mensen maken.' [20] Meteen lieten ze hun netten achter en volgden Hem. [21] Verderop zag Hij nog twee broers, Jakobus van Zebedeüs en zijn broer Johannes; ze waren in de boot met hun vader Zebedeüs hun netten aan het klaren. Hij riep hen. [22] Meteen lieten ze de boot en hun vader achter en volgden Hem.

Een grote menigte volgt Hem
[23] Hij trok rond in heel Galilea, terwijl Hij in hun synagogen onderricht gaf, de goede boodschap verkondigde van het koninkrijk, en elke ziekte en elke kwaal onder het volk genas.

 

13bdca073a04b9c2a1fe406df441c145.jpg

Make friends

 

border a22.jpg

Wereldwijde godsdienstleiders roepen op tot wederzijds respect en vriendschap.

We zijn allen kinderen van éénzelfde Vader !

 

 

gview3.png

14:03 Gepost in Actualiteit | Permalink | Commentaren (0)

1 2 3 4 5 6 7 8 Volgende