24-08-16

Augustinus (354-430)

 

 Welkom op mijn blog met informatie over de Orthodoxie. Teksten, bezinningen, theologie Foto's..........

 

 

Gezangen uitgevoerd door het koor van de Orthodoxe Kerk van Gent o.l.v. Paul Morreel

 

De teksten van de gezangen kunnen teruggevonden worden in de rechter kolom 

start nummer één en ga dan naar de tekst in de rechterkolom om alle gezangen goed te kunnen volgen

(Om de titels van de liederen te kunnen zien : openen in Google chrome of internet explorer - niet in windows ege)

Om mij te contacteren : zie linkerkolom 'contacteer me'

Augustinus (354-430)

HEILIGENLEVEN

AUGUSTINUS (354-430

 

Augustinus werd geboren in Thagaste (Noord Afrika), als zoon van waarschijnlijk Berberse ouders. Hij krijgt een Romeinse opvoeding en wordt leraar. Na zijn bekering tot het christendom wordt hij uiteindelijk bisschop van Hippo, waar hij overlijdt op 75-jarige leeftijd. Hij heeft veel preken en boeken geschreven, maar zijn auto-biografie Belijdenissen is wel de bekendste.

Bekering:
Tijdens een geestelijke crisis in 386, op 32-jarige leeftijd, ging hij languit liggen onder een vijgenboom in de tuin van zijn woning in Milaan. Hij praatte wanhopig tegen God:
"... wel niet met deze woorden, met wel in deze geest: 'En gij, Heer, hoe lang nog? Hoe lang nog, Heer, zult gij steeds maar vertoornd zijn? Wees onze oude ongerechtigheden niet indachtig!' Want door die oude ongerechtigheden - dat merkte ik - werd ik vastgehouden. En ik stiet maar klaaglijke woorden uit: 'Hoe lang nog, hoe lang nog, dat "morgen" en weer "morgen"? Waarom niet meteen? Waarom niet op dit moment een eind aan mijn verfoeilijkheid? Dat zei ik maar en ik schreide maar in bittere vermorzeling van mijn hart.
En ineens, daar hoor ik een stem uit een naburig huis, een stem die zingende zei en steeds weer herhaalde, een stem als van een jongetje of van een meisje, ik weet het niet: "'Tolle, lege! Tolle lege!' ('Neem en lees!') En meteen veranderde mijn gezicht en begon ik ingespannen na te denken of kinderen bij een of ander spelletje iets van dien aard zingen; het wilde me niet te binnen schieten dat ik het ooit ergens had gehoord. Toen bedwong ik de heftige stroom van mijn tranen en stond op: de enige verklaring die ik kon geven was deze, dat ik van Godswege bevel kreeg om het boek te openen en de eerste passage waar mijn oog op viel te lezen." (Belijdenissen, 8, XII, 29)

 

augustinus546.jpg

Snel ging Augustinus terug naar de plek waar hij een Bijbelboek had neergelegd,

"toen ik was opgestaan en weggegaan. Ik pakte het, deed het open en las zwijgend de passage waar mijn ogen het eerst op vielen: 'Niet in brasserij en dronkenschap, niet in slaapkamers en oneerbaarheden, niet in twist en na-ijver, maar trekt de Heer Jezus Christus aan en vertroetelt niet het vlees in begeerlijkheid.' Verder lezen wilde ik niet en het was ook niet nodig. Want meteen, bij het eind van deze zin, stroomde er als een licht zekerheid in mijn hart binnen en vluchtte al de duisternis van mijn weifelen en twijfelen heen."

'Groot bent U, Heer,
U komt alle lof toe!
Groot is uw kracht,
uw inzicht is niet te meten.
Nu wil een mens U prijzen,
een deeltje van uw schepping,
ja, een mens die zijn sterfelijkheid
met zich meedraagt,
het bewijs van zijn zonde,
het bewijs dat U zich tegen de hoogmoedigen keert.
Toch wil hij U prijzen,
deze mens, dit deeltje van uw schepping,
en U zet hem aan daar vreugde in te vinden.
Want zo hebt U ons geschapen, gericht op U,
en ons hart kent geen rust tot het rust vindt in U.'
(Belijdenissen 1,1)
Augustinus wordt vaak afgebeeld met het brandende hart.
Het is bij hem een symbool van de liefde voor God en voor de mensen.

augustinus258.jpg

 

'U had mijn hart doorboord met de pijlen van uw liefde
en de woorden waarmee u mijn binnenste had doorstoken
droeg ik met mij mee.'
(Belijdenissen 9,3)
Zo was het met mij gesteld. Ik vond het beter om me over te geven aan uw
liefde dan te blijven leven volgens mijn eigen begeerte. En toch: het eerste
leek me beter en overwon mij, en het tweede leek me prettig en bond mij.
Als u tegen mij zei: "Ontwaak, slaper, sta op uit de doden en Christus zal
over u stralen" (Ef. 5,14), dan wist ik geen antwoord meer, want dát woord
was waar. Maar mijn antwoord was traag en slaperig: "Zo meteen. Nog
even, nog heel even!" Maar aan dat 'even' kwam geen eind, het werd lang.'

(Belijdenissen 8,5)
'Het zijn slechte tijden! Het zijn moeilijke tijden!
Dat zeggen de mensen tenminste.
Laten we liever goed leven, dan worden de tijden vanzelf goed.
Wij zijn de tijden.
Zoals wij zijn, zijn de tijden….
Waarom teleurgesteld zijn, waarom mopperen op God?
De wereld is slecht, jazeker, slecht. ...
Wat is er dan zo slecht aan de wereld?
Want de hemel, de aarde en het water zijn niet slecht,
en alles wat daarin is, vissen, vogels en bomen ook niet.
Al die dingen zijn goed.
Nee, het zijn de slechte mensen die de wereld slecht maken!'
(Preek 80,8)
'Wees dus gewaarschuwd:
alleen op grond van de liefde
zijn de daden van de mensen te onderscheiden.
Er gebeuren veel dingen die ogenschijnlijk goed lijken
maar niet voortkomen uit de wortel van de liefde.
Ook dorens bloeien.
Sommige dingen lijken hard of onvriendelijk,
maar zij gebeuren om op te voeden en zijn door de liefde ingegeven.
Voor eens en altijd wordt je een kort bevel gegeven:
bemin en doe dan wat je wilt. Zwijg je, zwijg dan uit liefde.
Spreek je, spreek dan uit liefde. Wijs je iemand op fouten, doe het uit liefde.
Ontzie je iemand, doe het uit liefde.
Alleen vanuit de liefde wordt alles waardevol en zinvol.
Draag daarom de bron van de liefde in je hart,
want uit de liefde kan niets anders dan goeds voortkomen.'
(Preken over de eerste brief van Johannes 7,8)
Heer onze God, onder de schutse
van uw vleugels hopen wij.
escherm ons en draag ons.
U zult ons van kleins af aan dragen;
totdat onze haren vergrijsd zijn
zult U ons dragen.
Want als U onze kracht zijt,
dan zijn wij sterk,
terwijl onze sterkte enkel zwakheid is.
Bij U leeft al wat goed is voor ons,
voor altijd.
(Belijdenissen 4,16)
Pas laat ben ik van u gaan houden, schoonheid oud en toch zo nieuw! Pas laat ben ik van u gaan houden. Ja, u was binnen in mij en ik buiten en daar zocht ik u.. U was bij mij, maar ik was niet bij u. Geroepen hebt u en geschreeuwd, door mijn doofheid bent u heengebroken. Gestraald hebt u, geschitterd en mijn blindheid verjaagd. Heerlijk was uw geur, ik heb hem ingeademd en ik snak naar u. Ik heb u geproefd en nu honger en dorst ik naar u. U hebt mij aangeraakt en ik kwam in vuur en vlam te staan voor uw vrede.

Augustinus doop.jpg

 

20-08-16

storm op het meer

9e zondag na Pinksteren

Storm op het meer

storm op het meer45.jpg

 

Eerste lezing :1 Korintiërs 3,9-17

Apollos en Paulus

[5] Wat zijn Apollos en Paulus eigenlijk? Niet meer dan dienaren die u geholpen hebben om tot het geloof te komen, en wel ieder op zijn eigen manier, zoals de Heer het ons vergund heeft: [6] ik heb geplant, Apollos heeft begoten, maar God gaf de groei. [7] Noch hij die plant betekent iets, noch hij die begiet, maar alleen God, die de wasdom geeft. [8] Wie plant en wie begiet staan op één lijn, al* ontvangt wel ieder loon naar eigen inspanning. [9] Gods medewerkers zijn wij; Gods akker, Gods bouwwerk bent u.
[
10 Naar de mij gegeven genade van God heb ik als een kundig bouwmeester het fundament gelegd waarop een ander voortbouwt. Maar laat iedereen uitkijken hoe hij daarop verder bouwt. [11] Want niemand kan een ander fundament leggen dan wat er reeds ligt, namelijk Jezus Christus.

 

EVANGELIE : Matteüs 14,22-34

Tegenwind op het meer
[
22] Meteen hierna dwong Hij de leerlingen om aan boord te gaan en alvast voor Hem uit over te steken; dan zou Hij intussen de mensen wegsturen. [23] Toen Hij de mensen had weggestuurd, ging Hij de berg op om te bidden, Hij alleen. Toen het avond geworden was, was Hij daar nog alleen. [24] Toen de boot al veel stadiën* uit de kust was, had die het zwaar te verduren van de golven, omdat de wind tegenzat. [25] Op het einde van de nacht ging Hij lopend over het meer naar hen toe. [26] Toen de leerlingen Hem op het meer zagen lopen, raakten ze in paniek. ‘Een spook!’, riepen ze, en ze schreeuwden van angst. [27] Meteen zei Jezus: ‘Rustig maar, Ik ben het. Wees niet bang.’ [28] Petrus gaf Hem ten antwoord: ‘Heer, als U het bent, laat me dan over het water naar U toekomen.’ [29] Hij zei: ‘Kom.’ En Petrus stapte overboord, liep over het water en kwam naar Jezus toe. [30] Toen hij lette op de kracht van de wind, werd hij bang, en toen hij begon te zinken, schreeuwde hij: ‘Heer, red me.’ [31] Meteen stak Jezus zijn hand uit en greep hem vast. Hij zei: ‘Kleingelovige, waarom heb je getwijfeld?’ [32] Toen ze in de boot gestapt waren, ging de wind liggen. [33] De mensen in de boot vielen voor Hem op de knieën en zeiden: ‘Werkelijk, U bent de Zoon van God*.’ [34
] Ze staken over en kwamen aan land in Gennesaret.

 

18-08-16

Diognetus-brief: Leren van christenen uit 2e eeuw

Diognetus-brief: Leren van christenen uit 2e eeuw

In zijn toespraak maakte Gabe Lyons een toespeling op een 'brief aan Diognetus': een brief uit de tweede eeuw van een onbekende auteur, die aan een zekere Diognetus over de christenen schrijft.

In de beschrijving maakt de auteur gebruik van paradoxen. Blijkbaar is het concrete leven van de christenen op die manier het best te typeren. Samenvattend stelt hij dat christenen voluit leven in deze wereld, maar dat zij niet tot deze wereld behoren.

Wat betekent dit? Het lijkt er op, dat christenen zich niet neerleggen bij het status quo van de wereld, maar dat zij leven met het besef dat er steeds iets ontbreekt. Zij nemen dus geen genoegen met de realiteit zoals die is. In het slotstukje noemt de auteur de christenen de ziel van de wereld. Hij bedoelt wellicht de gedrevenheid waarmee christenen de wereld bewoonbaarder willen maken.

De eigenaardigheid zit er dus in, dat de christenen op het eerste zicht niet anders zijn of op een andere manier leven in de wereld, maar dat zij in de wereld nooit helemaal thuis kunnen zijn.

De brief aan Diognetus

Het geheim van het christendom
"De christenen onderscheiden zich niet van andere mensen door taal, vaderland of kledij. Zij wonen immers nergens in eigen steden, gebruiken geen afwijkend dialect en leven geen uitzonderlijk leven. Hun leer is niet uitgevonden door de vindingrijkheid of het overleg van mensen die zich met nutteloze problemen bezighouden en zij zijn niet, zoals sommigen, de verdedigers van een menselijke leer. Zij wonen in steden van Grieken en barbaren, zoals aan ieder het lot beschoren was en zij leven volgens de zeden van het land, wat betreft kledij, voeding en andere levensomstandigheden, en geven zo blijk van een verwonderlijk en naar aller mening paradoxaal burgerschap.
Zij wonen in hun eigen vaderland, maar als vreemdeling;
zij kwijten zich van hun burgerplichten en verdragen als vreemdeling alles.
Ieder vreemd land is hun vaderland en ieder vaderland is een vreemd land.
Zij trouwen als ieder ander maar leggen hun kinderen niet te vondeling.
Zij delen hun tafel maar niet hun bed.
Zij leven in het vlees maar niet naar het vlees.
Zij wonen op aarde maar zijn thuis in de hemel.
Zij gehoorzamen de heersende wetten maar overtreffen ze in hun eigen leven.
Zij hebben iedereen lief en worden door iedereen vervolgd.
Zij worden miskend en veroordeeld; ze worden gedood en ten leven gewekt.
Zij zijn arm als bedelaars maar maken velen rijk.
Zij hebben aan alles gebrek maar leven in overvloed.
Zij worden veracht maar ze worden verheerlijkt door de verachting.
Ze worden belasterd maar worden gerechtvaardigd door de laster.
Zij worden bespot en ze zegenen. Ze worden beledigd en bewijzen eer aan zij die hen beledigen.
Hoewel zij goed doen, worden ze gestraft als misdadigers.
Zij die hen haten kunnen geen reden opgeven voor hun haat."


De ziel van de wereld
"In één woord, wat de ziel is voor het lichaam, dat zijn de christenen in de wereld. De ziel is verspreid over alle delen van het lichaam en de christenen over alle steden van de wereld. De ziel verblijft in het lichaam, maar is niet van het lichaam. Christenen zijn in de wereld maar niet van de wereld."


(Anoniem, Brief aan Diognetus, ong. 150 na Christus)

11:53 Gepost in theologie | Permalink | Commentaren (0)

15-08-16

ontslaping van de Moeder Gods

15 augustus

FEEST VAN DE ONTSLAPING VAN DE MOEDER GODS

 

ontslaping van de moeder Gods17.jpg

Over het overlijden en vervolgens met lichaam en ziel opgenomen worden in de hemel van Maria zijn verschillende versies in omloop. Maria moet ergens tussen 36 en 50 n.Chr. zijn overleden ofwel in Jeruzalem ofwel Ephese. Hierbij zouden alle apostelen aanwezig zijn geweest behalve Tomas . Toen deze arriveerde was Maria's lichaam al begraven en om haar toch eer te bewijzen bezocht Thomas in zijn eentje haar graf. Volgens de traditie zou Thomas toen de tenhemelopneming van Maria hebben gezien. Daarbij zou hij van Maria haar gordel hebben gekregen. De overige apostelen geloofden dit niet totdat hij hen de gordel toonde en het lege graf. Een opmerkelijke omkering van de situatie toen Thomas als enige apostel aanvankelijk niet geloofde in de verrezen Christus!

Aanvankelijk was de naam voor deze feestdag 'Dormitio Mariae' (Ontslaping van Maria). In het westerse christendom werd, onder invloed van apocriefe teksten en volkslegenden, vanaf de achtste eeuw de term 'Tenhemelopneming van Maria' gebruikt. In het Nieuwe Testament staat nergens expliciet dat Maria in de hemel is opgenomen

De orthodoxe kerken geloven weliswaar dat de Moeder Gods lichamelijk is opgevaren naar de hemel, maar kennen desondanks geen dogma dat de lichamelijke tenhemelopneming van de Moeder Gods behelst. In de kerkelijke traditie van de Oosterse orthodoxie spreekt onverkort van het Ontslapen van de Moeder Gods.

In de orthodoxe kerken worden bij deze voorstelling vaak simultaan twee taferelen getoond: het inslapen (dormitio) van de Moeder Gods met de apostelen rond haar sterfbed verzameld en de eigenlijke tenhemelopneming . Op oude mozaïken en iconen is het tweede tafereel vaak de voorstelling van Christus die de ziel van zijn Moeder - uitgebeeld als een ingebakerd kindje - mee ten hemel neemt. Deze manier van uitbeelden is onder meer terug te vinden in de zesde eeuwse ""verlosser Chora Kerk" in Istanbul, het vroegere Constantinopel, en verwijst naar de (iconografie van de) geboorte-icoon.

In de Orthodoxe kerken wordt het feest nog traditioneel aangeduid met de "Ontslapenis van de Moeder Gods". Aan de viering gaat ook thans nog een voorbereidende vasten en een "voorfeest" op 14 augustus vooraf. De naviering duurt tot en met 23 augustus.

In de Russisch-orthodoxe Kerk wordt het feest gevierd op 28 augustus, dit vanwege het uiteenlopen van de Juliaanse kalender en Gregoriaanse kalender.

 

LEZINGEN VAN HET FEEST

Eerste Lezing : Fil. 2,5-11

Laat onder u de gezindheid heersen die Christus Jezus had. Hij die de gestalte van God had, hield zijn gelijkheid aan God niet vast, maar deed er afstand van. Hij nam de gestalte aan van een slaaf en werd gelijk aan een mens. En als mens verschenen, heeft hij zich vernederd en werd gehoorzaam tot in de dood de dood aan het kruis. Daarom heeft God hem hoog verheven en hem de naam geschonken die elke naam te boven gaat, opdat in de naam van Jezus elke knie zich zal buigen, in de hemel, op de aarde en onder de aarde, en elke tong zal belijden: ‘Jezus Christus is Heer,’ tot eer van God, de Vader.

Evangelielezing : Lucas,10,38-42, 11,27-28

Toen ze verder trokken ging hij een dorp in, waar hij gastvrij werd ontvangen door een vrouw die Marta heette. Haar zuster, Maria, ging aan de voeten van de Heer zitten en luisterde naar zijn woorden. Maar Marta werd helemaal in beslag genomen door de zorg voor haar gasten. Ze ging naar Jezus toe en zei: ‘Heer, kan het u niet schelen dat mijn zuster mij al het werk alleen laat doen? Zeg tegen haar dat ze mij moet helpen.’ De Heer zei tegen haar: ‘Marta, Marta, je bent zo bezorgd en je maakt je veel te druk. Er is maar één ding noodzakelijk. Maria heeft het beste deel gekozen, en dat zal haar niet worden ontnomen.’

Terwijl hij dit zei, verhief een vrouw uit de menigte haar stem en riep tegen hem: ‘Gelukkig de schoot die u gedragen heeft en de borsten waaraan u gedronken hebt!’ Maar hij zei: ‘Gelukkiger zijn zij die naar het woord van God luisteren en ernaar leven.’

 

ontslaping van de moeder Gods18.jpg

Johannes van Damascus : Homilie 1 over de Tenhemelopneming van Maria

.H. Johannes van Damascus (ca 675-749), monnik, theoloog, Kerkleraar

Homilie 1 over de Ontslaping van de Moeder Gods ,11-14

De Maagd Maria "beeld van de toekomstige Kerk... die de hoop van uw volk gidst en ondersteunt" (

 

Moeder van God, eeuwige maagd, uw heilig vertrek uit deze wereld is werkelijk een overgang, een binnengaan in het verblijf van God. Uit deze materiële wereld gaand bent u "een beter vaderland" (Heb 11,16) binnengegaan. De hemel ontvangt uw ziel met vreugde: "Wie rijst daar als de dageraad, mooi als de maan, stralend als de zon?" (Hoogl 6;10)… "De koning heeft je meegenomen in zijn vertrekken" (Hoogl. 1,4) en de engelen verheerlijken haar, die de moeder is van hun eigen meester, van nature en in waarheid volgens het plan van God…

 

De apostelen hebben uw smetteloze lichaam gedragen, u bent de werkelijke ark van het verbond, en ze hebben het in zijn heilig graf gelegd. En daar. als door een andere Jordaan, bent u in het ware beloofde Land aangekomen, ik bedoel "het Jeruzalem van boven", moeder van alle gelovigen (Gal 4,26), van wie God de architect en de bouwmeester is. Want uw ziel is zeker "niet aan het dodenrijk prijsgegeven, en zijn lichaam geen bederf zou zien" (Ps 16,10; Hand 2,31). Uw lichaam is zuiver, zonder vervuiling, en werd niet aan de aarde overgeleverd, maar u hebt het meegenomen naar de woningen van het Koninkrijk der hemelen, u koningin, vorstin, onze lieve vrouw, Moeder van God, de ware Theotokos…

 

Vandaag naderen wij tot u, onze koningin, Moeder van God en maagd; we laten onze zielen keren naar de hoop die u voor ons bent… Wij willen u vereren door "psalmen, hymnen en liederen" (Ef 5,19). Door de dienares te eren, laten we onze verbintenis met onze eigen gemeenschappelijke Meester zien… Werp uw blik op ons, o koningin, moeder van onze goede Verlosser; gids ons op weg naar de haven zonder storm van het goede verlangen naar God.

 

06-08-16

Feest van de transfiguratie van onze Heer en God en Verlosser Jezus Christus

TRANSFIGURATIE VAN ONZE HEER EN GOD EN VERLOSSER JEZUS CHRISTUS

Transfiguratie_19e eeuw Volga regio.jpg

Transfiguratie - 19e eeuw - Volga regio

 

Lezingen :

2 Petrus 1,10-19:

Daarom, broeders en zusters, doe uw best om steeds meer aan Gods roeping en uitverkiezing te beantwoorden. Als u zo handelt, zult u nooit ten val komen, en wordt u royaal toegang verleend tot het eeuwige koninkrijk van onze Heer en redder Jezus Christus.

Trouw aan de traditie
Ik zal dan ook niet ophouden u deze dingen in herinnering te brengen, ofschoon u ze weet en vast staat in de waarheid die u hebt ontvangen. Maar zolang ik nog woon in de tent van mijn lichaam, voel ik me verplicht om uw geheugen op te frissen. Ik weet dat deze tent weldra wordt neergehaald; onze Heer Jezus Christus heeft het mij gezegd. Maar ik zal ervoor zorgen, dat u zich dit alles ook na mijn heengaan telkens opnieuw voor de geest kunt halen.
Toen wij u de macht en de komst van onze Heer Jezus Christus verkondigden, beriepen wij ons niet op vernuftig bedachte mythen maar wij spraken als ooggetuigen van zijn glorie.Want Hij heeft van God de Vader eer en verheerlijking ontvangen, toen door de verheven majesteit dit woord tot Hem gericht werd: 'Dit is mijn geliefde Zoon; luister naar Hem.' En deze stem hebben wij zelf uit de hemel horen klinken, toen wij met Hem op de heilige berg verbleven. Hierdoor kreeg voor ons het woord van de profeten nog meer gezag. Ook u doet er goed aan dat in acht te nemen: het is de lamp die licht verspreidt in een donkere ruimte, tot het ogenblik dat de dag aanbreekt en de morgenster opgaat in uw hart.

EVANGELIE : Matth.17,1-9

Jezus met Mozes en Elia
Zes dagen later nam Jezus Petrus, Jakobus en diens broer Johannes met zich mee een hoge berg op, waar Hij met hen alleen was. Voor hun ogen veranderde Hij van gedaante. Zijn gezicht ging stralen als de zon en zijn kleren werden wit als licht. Opeens verschenen hun Mozes en Elia, in gesprek met Hem. [ Petrus zei daarop tegen Jezus: 'Heer, het is maar goed dat wij hier zijn. Als U wilt, zal ik hier drie hutten maken, voor U een en voor Mozes een en voor Elia een.' Hij was nog niet uitgesproken of daar kwam een lichtende wolk die hen overdekte, en opeens klonk er een stem uit die wolk: 'Dit is mijn geliefde Zoon, in wie Ik vreugde vind. Luister naar Hem.' Toen de leerlingen dat hoorden, wierpen ze zich op de grond en werden ze vreselijk bang. Jezus kwam naar hen toe, raakte hen aan en zei: 'Sta op en wees niet bang.' Toen ze hun ogen opsloegen, zagen ze niemand meer dan Jezus alleen.
Terwijl ze van de berg afdaalden, gebood Jezus hun: 'Vertel niemand van dit visioen voordat de Mensenzoon uit de doden is opgewekt.'

03-08-16

heiligenleven : de heilige Ireneüs van Lyon

HEILIGENLEVEN

 

IRENEÜS VAN LYON, EEN

STRIJDVAARDIGE VREDESDUIF

 

ireneus van Lyon4.jpg

 

'Eirenaios" klinkt nogal Grieks. Het is ook Grieks en betekent: ‘vredelievende’. Het is de eigenlijke naam van een heilige bisschop uit de tweede Eeuw, Ireneüs, zoals men hem in het Latijn is gaan noemen. In onze taal spreekt men wel eens (op zijn Frans) van Irené (vrouwelijk: Irène), namen die ook teruggaan op dat Griekse eirenei: vrede. Hij is echt geen onbekende voor de katholieken. Tot de 4de eeuw was hij zeer goed gekend. Daarna minder tot Erasmus hem weer opdiepte en zelfs sprak van ‘mijn Ireneüs'. Paus Benedictus XVI citeert hem een paar keer in zijn recent boek over Jezus van Nazareth (Lannoo 2007). Zijn icoon siert de voorpagina van dit nummer van ‘Geloof en Leven’.

Allochtoon in een kosmopolitische stad

Hoewel men hem meestal Ireneüs van Lyon noemt, werd hij rond 130 in Klein-Azië geboren en was Griekstalig. Hij had christelijke ouders wat op dat moment nog wel een uitzondering was in de Kerk. Hij groeide waarschijnlijk op in Smyrna in de omgeving van de heilige Polycarpus (°70 +156) die daar bisschop was; Smyrna was de antieke naam van de Turkse stad Izmir. Over Polycarpus, een van zijn leermeesters, deelt Ireneüs mee dat deze nog "gesproken heeft met de heilige Johannes en andere getuigen van de Heer". Met Ireneüs staan we dus nog bij de heel jonge kerk en leren we op welke manier de H. Schrift werd doorgegeven in het jonge christendom. Naast zijn vertrouwdheid met de heilige Schrift was Ireneüs ook een gecultiveerde ‘Griekstalige’ die de verschillende filosofen had bestudeerd; te Rome had hij mogelijks onderricht gekregen van de heilige martelaar Justinus; we weten dat toen Ireneüs rond 155 in Rome was, de heilige Justinus daar onderricht gaf. In 170 wordt Ireneüs te Rome priester gewijd. In 177 of 178 volgt hij bisschop van Lyon op, Pothinus, ook een Griekstalige bisschop die de christenvervolging in Lyon niet overleefde.

Lyon

Die vervolging van 177 onder de regering van de zogenaamd humanistische keizer Marcus Aurelius (was Romeins keizer van 160-180) was eigenlijk geëist door de heidense bevolking van Lyon. Er waren al zoveel onlusten geweest sedert Germaanse horden waren binnengevallen (166), een verschrikkelijke besmettelijke ziekte en het uitroepen van een tegenkeizer… het kon niet anders of de goden waren vertoord. En wie was daar de oorzaak van? Och, een zondebok vind je altijd: de christenen, want deze andersdenkenden wilden de Romeinse goden niet vereren. En dus wreekte de bevolking van de Rhônestad zich op die Griekstalige christengemeenschap van Lyon Ireneüs zelf ontkwam aan die vervolging, hoewel hij toen reeds behoorde tot de geestelijkheid van Lyon.

Naar Rome gezonden

Vlak voor die vervolging, waarbij zo’n 49 christenen gedood werden, zendt men Ireneüs als afgevaardigde naar Rome met een brief voor paus Eleutherius vanwege de Lyonese ‘belijders’. Het is wel opvallend dat tijdens die vervolging die Griekstalige kerk van Lyon nog bedacht was op de juiste leer en de eenheid van de kerk. Hun brief handelde immers over het Montanisme in Azië en de maatregelen die men tegen hen had genomen. De Lyonese christenen (het grote deel van de clerus was in de kerker opgesloten) vroegen aan de paus om zo vlug mogelijk de vrede ‘tussen de kinderen van de kerk’ te herstellen. Wie kon men beter met deze brief naar Rome zenden dan Ireneüs "zeer gedreven voor het testament van Christus" en wiens naam (Eirènei) etymologisch ‘vrede’ betekende.

"Wij groeten u in God duizend en duizend keer, vader Eleutherius. Wij hebben onze broeder en metgezel Ireneüs opgedragen u deze brief te brengen en wij vragen u hem goed te achten, als ijveraar van het testament van Christus. Want als wij zouden weten dat de rang zou bijdragen ter rechtvaardiging van iemand, dan is het als presbyteros (op dat moment nog ‘bisschop’) van de kerk, functie waarmee hij bekleed is, dat wij hem eerst en vooral zouden aanbevolen hebben" (Eusebius Kerkgesch. V,4,2)

Met die brief is wel iets speciaals aan de hand, aangezien (nog steeds volgens de Dictionnaire de Spiritualité) er eerst de handtekeningen op staan van de Belijders van Wenen, mogelijks omdat Ireneüs al bisschop was van (de Griekssprekende kerkgemeenschap van) Wenen en pas daarna de handtekening van de belijders van Lyon. Het is evenwel mogelijk dat Ireneüs op het ogenblik van de brief ook reeds bisschop was van Lyon, want bij het begin van de vervolging te Lyon was de 90-jarige bisschop Photinus gestorven in de gevangenis en die vervolgde gemeenschap kon niet lang zonder leidsman blijven. Mogelijks was Ireneüs dus reeds bisschop toen hij met die brief naar Rome vertrok.

De brief was ook weer verzoenend van opzet, omdat hij de bisschop van Efese wou ontlasten van de beschuldigingen die tegen hem waren ingebracht. Waarschijnlijk bereikte Ireneüs met deze ‘brief van de martelaren van Lyon’ zijn vredebrengend doel bij paus Eleutherius. 15 jaar later zal hij weer zo’n soort verzoenende stap ondernemen bij paus Victor. Ireneüs, de vredelievende.

Bisschop te Lyon

Ireneüs verbleef niet al te lang in Rome en spoedig na het eind van de vervolging daar vertrok hij naar Lyon waar bisschop Pothinus gestorven was. Vanuit Lyon heeft Ireneüs als bisschop bijgedragen aan de kerstening van het toenmalige Gallië (Frankrijk). Wanneer hij juist gestorven is en hoe is ons niet bekend. De heilige Hiëronymus en anderen stellen dat hij als martelaar is gestorven onder keizer Septimus Severus (202), maar over deze overlevering bestaat geen zekerheid. In ieder geval wordt de heilige Ireneüs in de Rooms-katholieke Kerk gevierd op 28 juni als bisschop èn martelaar. Op de icoon die we met de Fraterniteit van Maria schilderden draagt hij dan ook de rode martelaarsmantel. Volgens sommigen is hij niet officieel erkend als kerkleraar (noch als kerkvader), misschien omdat hij het millenarisme was toegenegen, een overigens wijd verspreide overtuiging in die eerste eeuwen, mede onder invloed van het ‘duizendjarig rijk’ zoals het ook in de Openbaring van Johannes voorkomt (Apoc. 20,1-7).

Verzoener

In Rome was op dat ogenblik alles wat rustiger en toen Ireneüs terugkeerde te Lyon was er ook daar geen vervolging meer. Ofwel was Ireneüs toen reeds bisschop van Lyon ofwel werd hij nu door de christenen van Lyon tot hun bisschop gekozen. Hij lijkt verder Lyon niet meer te hebben verlaten. Over zijn leven is ons verder niet zoveel bekend, maar des te meer kennen wij hem als schrijver, met name als bestrijder van allerlei ketterijen en als (daar overigens mee samenhangend) vurig verdediger van het primaatschap van de bisschop van Rome. Omdat de eenheid van de Kerk voor hem en zijn geloofsverdediging zo belangrijk leek, trachtte hij te bemiddelen tussen paus Victor I en de Oosterse kerken omtrent de datum van het Paasfeest waarbij hij de paus vroeg om toch niet te streng op te treden (de paus stond op het punt om de Oosterse kerken in de ban te slaan, hetgeen dus gelukkig mede dankzij de tussenkomst van Ireneüs - niet gebeurde). Wij zagen hierboven reeds dat hij waarschijnlijk naar aanleiding van het Montanisme verzoenend mocht optreden bij paus Eleutherius.

Verdediger van de Kerk en de christelijke leer

Ireneüs mag het dan al in zich hebben om verzoening te brengen, hij bracht de spreuk in praktijk die in de 2de Johannesbrief terloops vermeld wordt: "waarheid én liefde", de twee! Dit betekent dat hij wel liefdevol was en op verzoening gericht, maar dat hij anderzijds - uit liefde voor de waarheid en voor de volgelingen van Jezus - de strijd aanbond voor de waarheid en dus tegen dwaalleraren en ketters die de ware leer van Jezus verdraaiden. Van de twee werken die ons van Ireneüs bekend zijn is ligt vooral het eerste in die lijn.

1° Te Lyon schreef hij inderdaad zijn groot werk "Tegen de ketters" (Adversus haereses), dat eigenlijk uitsluitend tegen allerlei gnostieke invloeden gericht is. De hele titel luidt: Ontmaskering en weerlegging van de valselijk genoemde Kennis. Het boek werd in het Grieks geschreven, een taal die toen nog zowel in het Oosten als in het Westen door wie gestudeerd had ook begrepen werd; het werk noemt dan soms ook met het Griekse beginwoord: "Elenchos". 2° In het begin van de 20ste eeuw werd van Irenaeus nog een klein traktaat in Armeense vertaling teruggevonden en gepubliceerd "Over het bewijs van de apostolische verkondiging" ("epideixin" of "demonstratio"). De oorspronkelijke Griekse tekst hebben we dus niet meer. In dit werkje, een soort catechese, verklaart en staaft hij de voornaamste christelijke dogma’s aan de hand van het Oude Testament.

"Adversus haereses" - "Tegen de ketters" Dit werk werd in het Grieks geschreven, misschien omdat die taal hem het best lag en deze taal begrepen werd zowel in het Oosten als het Westen door ieder die wat gestudeerd had; maar bovendien schreef Ireneüs toch vooral voor de eigen en dus Griekstalige christenen van zijn gemeenschap, die het meest bedreigd werden door de leraars van het zogenaamde christelijk gnosticisme. Als bisschop had hij minder schrik van de mysteriegodsdiensten maar vreesde hij eerder de opvattingen van zogenaamde christenen die het gnosticisme een christelijk sausje hadden gegeven. Zo was er o.m. Marcus de Magiër, een verstandig maar ook geniepig gnostische leraar, die niet vies was van allerlei vormen van demagogie. Hij kende bv. trucks om bij de consecratie de wijn een dieprode kleur te geven. Vooral deze goocheltrucs en dan ook zijn theorie dat je niet je energie mocht verkwisten door de strijd tegen je sexuele driften maar dat het beter is je op tijd en stond over te geven aan seksuele uitspattingen zodat je al je krachten kon besteden om op te stijgen naar de geestelijke sferen, de echte Kennis (of Gnosis), dit soort zaken viel wel in de smaak van een aantal mensen. Hij zocht zijn waar vooral aan te brengen bij wankelmoedige gelovigen en bij rijke dames. Uit het boek blijkt dat Ireneüs de leer van Marcus goed kende, zodat hij hem ook met kennis van zaken van antwoord kon dienen en ook diens volgelingen en de christenen die zich door zijn volgelingen lieten verleiden.

Uit zijn "Tegen de Ketters" blijkt dat hij de Schrift door en door kent en hij neemt ze als basis bij zijn weerlegging van het gnosticisme. Hij is er zich evenwel van bewust dat ook de ketters vaak beroep deden op de Schrift maar ze dan echter verdraaiden om hun eigen stellingen te onderstutten. Waarop kan je dan het geloof laten berusten? Op de geloofszin, zegt Ireneüs, de ‘sensus fidei’, ‘le sens de la foi’. De heilige Geest werkt in het gelovige volk en als gelovige, als christen voel je aan waar de ware geloofswaarheid ligt. Als bovendien dit aanvoelen van het gelovige volk ook nog ondersteund wordt door de bisschoppen, dan mag je zeker zijn dat dit ook Gods woord is. En ook hier is er een ‘maar’. Ireneüs had er weet van dat sommige priesters en zelfs bisschoppen afwijkende leerstellingen verdedigden en zo de gelovigen misleidden. Dan ben je natuurlijk nergens meer veilig. Waar moet je dàn nog zekerheid vinden? Waar vind je dàn nog de veilige baken waarnaar je je overtuiging kunt richten? Eigenlijk is dit ook een hedendaagse vraag nu allerlei echte of would-be theologen en ook priesters soms afwijkende leerstellingen verkondigen, en sommige bisschoppen denk aan Mgr. Lefèbvre - zich zelfs tegen de paus en het concilie keren. Maar ook als priesters en bisschoppen ik zwijg dan nog over (Renaissance-) pausen helemaal geen christelijke levenswandel leiden? Wat moet je dan doen? Naar wie moet je je dan richten? Waar heeft Ireneüs naar een oplossing gezocht voor deze problematiek?

De apostolische traditie

Ireneüs is dan gaan zoeken naar de ‘bron van ons geloof’ en hij heeft het over de ‘apostolische traditie’, nl. wat de apostelen hebben doorgegeven, dàt is het fundament van de geloofstraditie en daar moet je steeds naar terugkeren. Jezus heeft immers gezegd: "Wie naar jullie luistert, luistert naar Mij, en wie jullie afwijst, wijst Mij af" (Lk.10,16). Over heel de bekende wereld hebben de apostelen het geloof uitgedragen. Ireneüs verwoordt het als volgt: "Zij gingen tot de uiteinden van de aarde en verkondigden het goede ons door God geschonken en de vrede van de hemel voor de mensen. Zij hadden allen in gelijke mate en ieder afzonderlijk deel aan het evangelie van God". De al wat oudere Ireneüs zal verder ook dankbaar terugdenken aan de wijze waarop hijzelf het geloof heeft overgeleverd gekregen. Hij vertelt dit bijna emotioneel in een brief aan Florinus, een jeugdvriend die op het ketterse spoor was geraakt:

"Ik herinner mij beter zaken van vroeger dan hetgeen pas geleden gebeurd is. Het is zelfs zo dat ik nog de plaats kan aanwijzen waar de eerbiedwaardige Polycarpus ging zitten om met ons te praten (…). Hoe hij vertelde over zijn relaties met Johannes en met de anderen die de Heer hadden gezien, hoe hij hun woorden overbracht en wat hij van hen gehoord had over de Heer. (…) In één woord, hoe Polycarpus de traditie had doorgekregen van degenen die met eigen ogen het leven van het Woord hadden gezien. (…) Door Gods welwillende goedheid luisterde ik er aandachtig naar en ik schreef het niet op papier, maar in mijn hart, en met Gods genade overweeg ik het nog steeds bij mezelf". Hier stoten wij op het diepe inzicht van Ireneüs. De apostelen hebben Jezus gekend, beluisterd, aanvaard en in de kracht van de heilige Geest hebben zij hem over heel de (toen gekende) wereld verkondigd. Zij die hen gelovig aanhoord hebben (zoals Polycarpus die Johannes nog gekend heeft), die hebben op hun beurt weer aan anderen het Blijde Nieuws van het Koninkrijk verkondigd (zoals Polycarpus aan Ireneüs). Het is dus van belang dat je kunt opklimmen tot de eerste bron van de verkondiging.

De waarheid van de kerkelijke leer zit in de wereldwijde eenheid… Ireneüs schuift dan nog een ander argument naar voor. Hij wijst er in zijn werk op dat over heel de wereld de christenen een en dezelfde geloofsregel hebben. En hij somt dan de artikels van dat geloof kort op: één God, de almachtige Vader; één Jezus Christus, Zoon van God die mensgeworden is voor ons heil; de heilige Geest die door de profeten de plannen van God heeft aangekondigd; de Menswording, de maagdelijke ontvangenis, het lijden, de verrijzenis en de hemelvaart van Jezus Christus onze Heer en tenslotte zijn terugkomst om alles te herstellen en de opstanding van het vlees van het menselijk geslacht.

Kijk, zegt Ireneüs, dat geloof is over heel de wereld hetzelfde. Dit is voor hem niet gewoon een vaststelling, maar een argument, een reden om te geloven. Iedere christen gelooft dit alles immers vanaf zijn doopsel. De kerk mag dan wel verschillende talen spreken, deze overlevering is overal dezelfde.

… en de apostolische opvolging! We moeten er evenwel altijd van overtuigd blijven dat de eenheid en katholiciteit maar menselijke realisaties zouden zijn als het onderricht van de profeten, van de Heer en van de apostelen niet de bron zou zijn van het geloof. In elke kerk, als men maar even de ogen wil openen, ontmoet men de traditie en de leer van de apostelen, écht verklaard door de actuele bisschoppen die teruggaan tot bij de apostelen door een voortdurende en waarachtige opeenvolging. Die apostolische overlevering zie hij het duidelijkst gegarandeerd in de opvolging van Petrus door de Romeinse bisschop in de gemeente van Rome. Dit argument slingert hij de gnostische dwaalleraren in het gezicht. Naar aanleiding hiervan heeft Ireneüs ons ook de oudste Romeinse bisschopslijst overgeleverd Kijk, zegt Ireneüs, het zou me te ver brengen om de bisschopslijsten van alle kerken op te sommen, maar het volstaat de lijst in herinnering te roepen van een kerk, de grootste, de oudste, de meest gekende, gebaseerd op de twee glorierijke apostelen, Petrus en Paulus: de kerk van Rome. En inderdaad, nadat de gelukzalige apostelen die kerk gesticht en georganiseerd hadden, hebben ze het bestuur overgelaten aan Linus, die opgevolgd werd door (Ana)cletus. De derde na de apostelen was Clemens, die de apostelen nog gezien en gesproken heeft, die de klank van hun prediking nog gehoord heeft en hun overlevering onder ogen heeft gehad. Clemens werd opgevolgd door Evaristus, dan Alexander, daarna Sixtus, dan Telesphorus die als martelaar stierf. Dan kwam Hyginus, Pius, Anicetus en dan Soter. En vandaag (zo getuigt Ireneüs) heeft Eleutherius tenslotte het bisschopsambt van Rome als 12de opvolger van de apostelen.

Omdat dit het argument is waarop Ireneüs zo sterk steunt gaven we hierboven de lijst van de opvolgers van Petrus op de bisschopsstoel van Rome (zie noot 40).

Ireneüs is hierbij zo wijs om te vermelden dat deze apostolische opeenvolging en het leiderschap in de verkondiging vergezeld zouden moeten gaan van een echt christelijk getuigenis en pastorale bewogenheid.

Wij stellen inderdaad vast hoe in de tijd van de Renaissancepausen sommigen van hen een schandelijke levenswandel geleid hebben en misschien nooit een ketterij verkondigd; zij zijn op dat moment allesbehalve een voorbeeld zijn geweest voor de kudde en hebben de kerk wellicht meer kwaad berokkend dan sommige ketterse bisschoppen.

Toch schrijft Ireneüs: "Wegens een sterkere belangrijkheid moet iedere kerk, de gelovigen van overal, overeenstemmen met deze kerk (van Rome) door welke band de apostolische overlevering altijd door de gelovigen van overal bewaard is gebleven". Adversus haereses blijft een belangrijk werk.

Het ‘bewijs van de apostolische verkondiging’ Over zijn kleiner werk "Over het bewijs van de apostolische verkondiging" ("epideixin" of "demonstratio") willen we kort zijn. Het is eerder een "Samenvatting" of een "Ter herinnering" zoals hij zegt: "nuttig voor zij die zich bekommeren om hun heil (§ 1). Het is gericht aan een vriend, die we verder niet kennen, Marcianus. Het is zeer vlot geschreven, maar toch kunnen wij na de aanhef 2 delen onderscheiden: de uiteenzetting (2 tot 42)en het bewijs (42 tot 97), gevolgd door een korte aansporing (98-100). De uiteenzetting of samenvatting van de apostolische verkondiging vertrekt van de Ongeschapen God, Vader, Zoon, Heilige Geest, roept dan de schepping voor de geest, herinnert aan Adam en zijn val, en onthult dan de feiten van het Oude Testament waar doorheen de het werkplan of heilsplan ("economieën") van God zich vertoont. Voor wat het bewijs betreft: dit steunt op de teksten van de Schrift die als om strijd bewijzen dat de apostolische prediking over de Zoon van God gekruisigd, verrezen en Redder waarachtig is omdat zij eenvormig is aan wat de profeten reeds hadden aangekondigd. In dit werkje ontmoeten wij verder ook thema’s die reeds in de Adversus Haereses ontwikkeld werden.

"Dit is onze geloofsregel, het fundament van het gebouw en hetgeen stevigheid geeft aan ons gedrag: God Vader, ongeschapen, die niet bevat wordt, onzichtbaar, één God, de schepper van het heelal; dat is het allereerste artikel van ons geloof.

Maar als tweede artikel: het Woord van God, de Zoon van God, Christus Jezus onze Heer, die is verschenen aan de profeten volgens het soort van profetie en volgens de staat van het Heilsplan van de Vader, door wie alles geschapen is; Die, bovendien, aan het einde van de tijden, om alles te recapituleren, mens geworden is tussen de mensen, zichtbaar en tastbaar, om de dood te vernietigen, het leven te doen verschijnen en een eenheid (communio) tot stand te brengen tussen God en mens.

En als derde artikel: De heilige Geest door wie de profeten geprofeteerd hebben en de Vaders geleerd hebben wat God betreft en de rechtvaardigen geleid werden op de weg van de gerechtigheid en die, op het einde de tijden, over onze mensheid is verspreid geworden op een nieuwe manier om de mens te vernieuwen op heel de aarde met het zicht op God". Een ander klein citaat waaruit een diepe vreugde en gelovig christelijk bewustzijn spreekt wijst ons op onze verheven staat (en roeping) als kinderen van God:

"Wij hebben het doopsel ontvangen in de Naam van God de Vader, in de Naam van Jezus Christus, die mens werd, gestorven is en verrezen. Laten we ons ook herinneren dat het doopsel het zegel is van het eeuwige leven en de nieuwe geboorte in God, zodat wij geen kinderen meer zijn van sterfelijke mensen, maar van de eeuwige God. Laten we ons ook herinneren dat God het eeuwig Wezen is en dat Hij verheven is boven alles wat geschapen is, dat alles onder Hem gesteld is ..."

Verzameld door Ben Van Vossel

Isaak de Syriër : Op water lopen en door vuur gaan

Izaak de Syriër (7e eeuw), monnik nabij Mossoel

Ascetische overwegingen, 1ste serie, nr 62

 

Isaak de eerbiedwaardige stichter van het Dalmatian Monasterie van Constantinopel.jpg

 

Op water lopen en door vuur gaan

 

Het intellectuele weten bevrijdt ons niet van de angst. Maar wie wandelt in het geloof is er volledig vrij van; echt een kind van God, hij kan vrij gebruik maken van alle dingen. Zij die liefde hebben voor dat geloof, gebruiken als God zelf alle elementen van de schepping, want het geloof heeft de kracht om elk nieuw schepsel te maken als gelijkenis van God...

 De intellectuele kennis kan niets doen zonder de materiële basis; ze heeft niet het lef om iets te vervullen wat niet door de natuur gegeven is. Het lichaam kan niet over water lopen; zij die vuur aanraken, branden zich. Vandaar dat de eenvoudige kennis op zijn hoede is; ze gaat nooit over de natuurlijke grenzen heen. Maar het geloof heeft de kracht om verder te gaan en zegt: "Als u door rivieren trekt, overspoelen ze u niet ... en de vlammen verwonden u niet als u door vuur heen moet" (Jes 43,2). Vaak vervult het geloof zulke dingen door de ogen van heel de schepping. Als het aan het verstand gegeven was om dezelfde dingen te doen, dan zou hij nooit gedurfd hebben.

 Door het geloof zijn velen door vlammen heengegaan..., ze zijn gezond en wel door het vuur gegaan en ze liepen over zee als over stevige aarde. Al deze dingen waren hoger dan de natuur en tegengesteld aan de wijze van de eenvoudige intellectuele kennis. Zij tonen aan hoe ijdel ze zijn op alle vlakken en alle wetten. Zie je hoe het verstand de natuurlijke omstandigheden observeert? Zie je hoe het geloof zijn eigen weg gaat door hoger te lopen dan de natuur?

Bron : www.dagelijksevangelie.org

 

27-07-16

Caesarius van Arles : "Waar uw schat is, daar is ook uw hart"

H. Caesarius van Arles (470-543), monnik en bisschop

Sermon 32, 1-3 ; SC 243

Cesaire_d'Arles_icone_byzantine.jpg

"Waar uw schat is, daar is ook uw hart"

 

God aanvaardt onze geldoffers en vindt het fijn als wij aan de armen geven, maar onder deze voorwaarde: dat elke zondaar, als hij zijn geld aan God geeft, tegelijkertijd zijn ziel aan God geeft... Wanneer de Heer zegt: "Geef aan de keizer wat aan de keizer behoort, en aan God wat van God is" (Mc 12,17), wat anders wil Hij dan zeggen dan: "Zoals u aan de keizer zijn afbeelding op een geldstuk geeft, geef zo ook aan God in uzelf de afbeelding van God" (cf Gn 1,26)...

 

Daarom offeren we, als we het geld aan de armen geven, zoals we al hebben gezegd, onze ziel aan God omdat daar waar onze schat is, ook ons hart kan zijn. Waarom zou God ons immers vragen om geld [te geven]? Hij weet er zeker van dat we daar erg veel van houden en wij er voortdurend aan denken; en daar waar ons geld is, daar is ook ons hart. Daarom roept God ons op om schatten in de hemel te maken door aan de armen te geven; dat is opdat ons hart volgt waar we onze schat heen sturen en als de priester zegt: "Verheft uw hart", dan kunnen we met een rustig geweten antwoorden: "Wij zijn met ons hart bij de Heer".

Bron : www.dagelijksevangelie.org

 

1 2 3 4 5 6 7 8 Volgende