19-10-17

Het legioen van duivels

 

 

 Welkom op mijn blog met informatie over de

Orthodoxie. Teksten, bezinningen, theologie

Foto's..........

 

Gezangen uitgevoerd door het koor van de orthodoxe kerk van Gent

 olv. Paul Morreel

 

 

 

 

  De teksten van  de gezangen kunnen teruggevonden worden in de rechter kolom 

start nummer één en ga dan naar de tekst in de rechterkolom.

 

INHOUD VAN MIJN BLOG   (klik)

Om gemakkelijk te vinden wat je zoekt !!

 

20e zondag na Pinksteren

newban.gif

20e zondag na Pinksteren

"Het legioen van duivels"

bezeten varkens.jpg

bezeten varkens.jpg2.jpg


LEZINGEN
Eerste lezing :
Galaten 1,11-19

 11 Ik verzeker u, broeders; het evangelie dat door mij is verkondigd is geen produkt van mensen. 12Want ook ik heb het niet van een mens ontvangen of geleerd, maar door een openbaring van Jezus Christus. 13Gij hebt toch gehoord hoe ik vroeger als Jood geleefd heb: hoe ik de kerk van God fel heb vervolgd en haar trachtte uit te roeien; 14en hoe ver ik het bracht in de Joodse godsdienst, vele leeftijdgenoten onder mijn volk overtreffend in mijn grenzeloze ijver voor de overleveringen van mijn voorouders. 15Maar toen Hij die mij vanaf mijn geboorte had uitgekozen en mij riep door zijn genade, 16besloot zijn Zoon aan mij te openbaren, opdat ik Hem onder de heidenvolken zou verkondigen, toen ben ik aanstonds, zonder een mens te raadplegen, 17zonder naar Jeruzalem te gaan, naar hen die eerder apostel waren dan ik, vertrokken naar Arabië en vandaar weer teruggekeerd naar Damascus. 18Pas drie jaar later ging ik naar Jeruzalem om met Kefas kennis te maken en ik ben maar veertien dagen bij hem gebleven. 19Van de andere apostelen heb ik niemand gezien, behalve Jakobus, de broeder des Heren.

 

Evangelie :

Lucas,8,26-39


Genezing van een bezetene
[26] Zij voeren naar het land van de Gerasenen, dat tegenover Galilea ligt. [27] Toen Hij van boord ging, kwam Hem uit de richting van de stad iemand tegemoet die in de macht was van demonen. Al geruime tijd droeg hij geen kleren en woonde hij niet meer in een huis, maar in rotsgraven. [28] Toen hij Jezus zag, viel hij schreeuwend voor Hem neer en riep luidkeels: ‘Wat wilt U van mij, Jezus, Zoon van de allerhoogste God? Doe me alsjeblieft geen pijn.’ [29] Hij had de onreine geest bevolen uit de man weg te gaan. Herhaaldelijk had die bezit van hem genomen; men bond hem dan vast met kettingen en voetboeien, maar steeds weer verbrak hij zijn ketenen en werd hij door de demon naar eenzame streken gejaagd. [30] Jezus vroeg hem: ‘Wat is uw naam?’ Hij zei: ‘Legio’; er waren immers vele demonen bij hem ingetrokken. [31] Zij smeekten Jezus hen niet de afgrond in te sturen. [32] Nu weidde daar in de bergen een grote troep varkens; ze vroegen Hem toestemming om in die varkens te gaan, en Hij stond hun dat toe. [33] De demonen kwamen uit de man en gingen de varkens in; de troep stoof de helling af, het meer in, en verdronk. [34] Toen de varkenshoeders zagen wat er gebeurde, gingen ze ervandoor en vertelden het in de stad en op het land. [35] De mensen gingen kijken wat er gebeurd was. Ze kwamen bij Jezus en vonden daar de man uit wie de demonen waren weggegaan, gekleed en bij zijn volle verstand, gezeten aan Jezus’ voeten. Ze werden met ontzag vervuld. [36] Ooggetuigen vertelden hun hoe de bezetene gered was. [37] De hele bevolking van de streek van de Gerasenen vroeg Jezus toen bij hen weg te gaan, want ze waren hevig geschrokken. Daarop stapte Jezus in de boot om terug te varen. [38] De man uit wie de demonen waren weggegaan, vroeg Hem of hij bij Hem mocht blijven, maar Jezus stuurde hem weg. [39] ‘Ga naar huis terug,’ zei Hij, ‘en vertel wat God voor u heeft gedaan.’ De man ging in heel de stad verkondigen wat Jezus voor hem had gedaan.

 

tekst antonius de grote3.jpg

 

tekst antonius de grote5.jpg

 

tekst Philaret of Moscou.jpg

 

tekst engels5.jpg

Heiligenleven

border 07.jpg

Heiligenleven

De heilige Dunstan  Aartsbisschop van Canterbury

dunstan van Canterbury.jpg

Dunstan van Canterbury

 

De heilige Dunstan, aartsbisschop van Canterbury. Hij was geboren in de buurt van deze stad in 909, en werd als jongen naar de beroemde abdij van Glastonbury gestuurd voor zijn opvoeding. Daar werd hij aangetast door hersenvliesontsteking, en hij was zo’n rumoerige patient dat hij niet op de slaapzaal gehandhaafd kon worden. Daarom werd hij toevertrouwd aan een zorgzame vrouw om hem te verplegen. Op een nacht sprong hij schreeuwend uit zijn bed en vloog de torentrap op tot hij uitkwam op het dak van de kerk, waar hij gezien werd, wankelend op de scherpe nok. Maar hij kwam heelhuids beneden en ging in de kerk, waar hij uitgeput in slaap viel. Men liet hem maar liggen en de volgende dag kwam hij geheel verkwikt wakker, zonder herinnering aan wat hij die nacht had gedaan.
Hij was verder een begaafde jongeman: niet slechts een studiehoofd maar ook bekwaam in muziek, schilderen en handenarbeid, in het bijzonder edelsmeedwerk. Er is nog een door hem verlucht manuscript in het Brits Museum aanwezig.
Dunstan werd in 943 door koning Edmund l aangesteld tot abt van Glastonbury, met de opdracht het monastieke leven daar te herstellen. Dit was het begin van de wederopbloei van het monastieke leven in Engeland, dat door de voortdurende Scandinavische invallen vrijwel was uitgeroeid. Tegelijk was hij minister van de koning. Hij zette zich met sterke hand aan de kerkhervorming. De engelse priesters waren meestal getrouwd, en gebruikten hun positie in de kerk tot verbetering van hun inkomen. Dunstan begon stelselmatig alle getrouwde priesters uit de grote kerken te verdrijven en stelde monniken in hun plaats. Deze bezigheid werd door de betreffende partijen natuurlijk zeer verschillend gewaardeerd, en er is vaak felle kritiek op Dunstan geuit. Zo stond hij bij de ene koning hoog in eer, terwijl een volgende koning hem uit het land verdreef. Hij vond toen een toevluchtsoord in Vlaanderen.
In 957 werd Dunstan teruggeroepen en aangesteld tot bisschop van Worcester zowel als van Londen: anti-canoniek maar door de nood van de tijd gerechtvaardigd. Twee jaar later werd Dunstan gekozen tot aartsbisschop van Canterbury, en hij ontving te Rome het pallium uit de handen van paus Joannes Xll. Opnieuw was hij de voornaamste raadsheer van de nieuwe koning, en dank zij een goed bestuur beleefde het land een tijd van opbloei, terwijl koning Edgar gezag uitoefende over alle andere vorsten van Engeland.
Maar tegelijk bleef Dunstan zich bekommeren om de abdij van Glastonbury, die hij vaak bezocht. Hij kende niet slechts alle monniken persoonlijk, maar ook alle leerlingen van de kloosterschool. Dunstan stichtte of hervormde een aantal abdijen, waaronder Malmesbury, Westminster, Bath en Exeter. In 970 werd op een nationale synode van bisschoppen, abten en abdissen, de Regularis Concordia vastgesteld, die voor alle kloosters zou gelden. Deze behelsde in hoofdzaak de Regel van de heilige Benedictus, doch minder afgescheiden van het leven van het volk.
Dunstan was veelzijdig begaafd. Hij was niet alleen een heilige, maar ook een groot organisator, speelde harp en had een mooie zangstem. “Wanneer hij aan het Altaar zong”, zegt de kroniek, “was het of hij van aangezicht tot aangezicht met Christus sprak”. In zijn ouderdom wijdde hij zich geheel aan het lesgeven op de kloosterschool, en hij was bijzonder geliefd bij de leerlingen.
Op het feest van Hemelvaart in 988, toen hij dus 79 was, celebreerde en preekte hij met bijzondere godsvrucht. Na de zegen preekte hij nog eens en hij zei dat hij op het punt stond te sterven. Hij wees de plaats aan waar hij begraven wilde worden en stierf drie dagen later.

Uit : heiligenlevens voor elke dag . Orth.klooster Den Haag

 

Paisios TEKST.jpg

 

tekst222.jpg

 

Kopie van blijf%20jezelf.jpg

tekst Jesaja-43-4.jpg

Maximiliaan van Turijn : “Aan hen die zijn zoals zij, behoort het Rijk der hemelen”

border04010101.gif

 

H. Maximilianus van Turijn (?-ca. 420), bisschop
Homilie 58, over Pasen ; PL 57, 363

 

“Aan hen die zijn zoals zij, behoort het Rijk der hemelen”

 

maximiliaan van Turijn.jpg

Maximiliaan van Turijn

Wat een prachtig en bewonderingswaardig geschenk heeft God ons bereid, mijn broeders [en zusters]! In zijn Paasmysterie …, door de opstanding van Christus, wordt wie gisteren wegkwijnde in zonde, herboren in de onschuld van de allerkleinsten. In zijn eenvoud omarmt Christus de kinderlijkheid. Het kind is zonder wrok, kent geen bedrog, waagt het niet te slaan. Evenzo trekt de christen, die kind geworden is, zich niets aan van beledigingen, hij verdedigt zich niet als men hem besteelt, hij slaat niet terug als hij geslagen wordt. De Heer vraagt hem zelfs om te bidden voor zijn vijanden, om hemd en mantel af te staan aan dieven, om de andere wang toe te keren (Mt 5,39v).

Deze kinderlijkheid van Christus overstijgt de simpele menselijke kinderlijkheid. Deze laatste kent geen zonde, de eerste heeft er afkeer van. De laatste heeft zijn onschuld te danken aan zijn kwetsbaarheid, de eerste aan zijn deugdzaamheid. Hij verdient zelfs nog meer lofprijzing: zijn haat voor het kwaad komt voort uit zijn wil, niet uit zijn hulpeloosheid… Natuurlijk, je ontmoet kinderen met de wijsheid van een ouderling, en de onschuld van de jeugd vind je bij personen op leeftijd. En de juiste en ware liefde kan jongeren tot volwassenen maken, want, zegt de profeet: “Het aanzien van de ouderdom berust niet op een lang leven en wordt niet afgemeten naar het aantal jaren, … maar naar verstandigheid”. (Wijsh 4,8) Maar toch zegt de Heer tot de reeds volwassen apostelen: “Als gij niet opnieuw wordt als de kleine kinderen, zult gij het Rijk der Hemelen zeker niet binnengaan” (Mt 18,3). Hij stuurt hen terug naar de bron van hun leven; Hij moedigt hen aan om hun kinderlijkheid weer te hervinden, opdat deze mannen, wiens krachten al aan het afnemen zijn, herboren worden in de onschuld van hun hart. “Als iemand niet geboren wordt uit water en geest, kan hij het Rijk Gods niet binnengaan” (Joh 3,5).

www.dagelijksevangelie.org

 

tekst bijbel psalm 90.png

 

 

5f3591807a06667729f5542d1e348824.jpg

 

11df055a928cdbc2e39671c0efb84d07.jpg

 

tekst dankbaar zijn.jpg

heiligenleven

 

 

 

 

border 7gE.jpg

Heiligenleven

De heilige Dunstan, Aartsbisschop van Canterbury

Dunstan2.jpg

De heilige Dunstan, aartsbisschop van Canterbury. Hij was geboren in de buurt van deze stad in 909, en werd als jongen naar de beroemde abdij van Glastonbury gestuurd voor zijn opvoeding. Daar werd hij aangetast door hersenvliesontsteking, en hij was zo’n rumoerige patient dat hij niet op de slaapzaal gehandhaafd kon worden. Daarom werd hij toevertrouwd aan een zorgzame vrouw om hem te verplegen. Op een nacht sprong hij schreeuwend uit zijn bed en vloog de torentrap op tot hij uitkwam op het dak van de kerk, waar hij gezien werd, wankelend op de scherpe nok. Maar hij kwam heelhuids beneden en ging in de kerk, waar hij uitgeput in slaap viel. Men liet hem maar liggen en de volgende dag kwam hij geheel verkwikt wakker, zonder herinnering aan wat hij die nacht had gedaan.
Hij was verder een begaafde jongeman: niet slechts een studiehoofd maar ook bekwaam in muziek, schilderen en handenarbeid, in het bijzonder edelsmeedwerk. Er is nog een door hem verlucht manuscript in het Brits Museum aanwezig.
Dunstan werd in 943 door koning Edmund l aangesteld tot abt van Glastonbury, met de opdracht het monastieke leven daar te herstellen. Dit was het begin van de wederopbloei van het monastieke leven in Engeland, dat door de voortdurende Scandinavische invallen vrijwel was uitgeroeid. Tegelijk was hij minister van de koning. Hij zette zich met sterke hand aan de kerkhervorming. De engelse priesters waren meestal getrouwd, en gebruikten hun positie in de kerk tot verbetering van hun inkomen. Dunstan begon stelselmatig alle getrouwde priesters uit de grote kerken te verdrijven en stelde monniken in hun plaats. Deze bezigheid werd door de betreffende partijen natuurlijk zeer verschillend gewaardeerd, en er is vaak felle kritiek op Dunstan geuit. Zo stond hij bij de ene koning hoog in eer, terwijl een volgende koning hem uit het land verdreef. Hij vond toen een toevluchtsoord in Vlaanderen.
In 957 werd Dunstan teruggeroepen en aangesteld tot bisschop van Worcester zowel als van Londen: anti-canoniek maar door de nood van de tijd gerechtvaardigd. Twee jaar later werd Dunstan gekozen tot aartsbisschop van Canterbury, en hij ontving te Rome het pallium uit de handen van paus Joannes Xll. Opnieuw was hij de voornaamste raadsheer van de nieuwe koning, en dank zij een goed bestuur beleefde het land een tijd van opbloei, terwijl koning Edgar gezag uitoefende over alle andere vorsten van Engeland.
Maar tegelijk bleef Dunstan zich bekommeren om de abdij van Glastonbury, die hij vaak bezocht. Hij kende niet slechts alle monniken persoonlijk, maar ook alle leerlingen van de kloosterschool. Dunstan stichtte of hervormde een aantal abdijen, waaronder Malmesbury, Westminster, Bath en Exeter. In 970 werd op een nationale synode van bisschoppen, abten en abdissen, de Regularis Concordia vastgesteld, die voor alle kloosters zou gelden. Deze behelsde in hoofdzaak de Regel van de heilige Benedictus, doch minder afgescheiden van het leven van het volk.
Dunstan was veelzijdig begaafd. Hij was niet alleen een heilige, maar ook een groot organisator, speelde harp en had een mooie zangstem. “Wanneer hij aan het Altaar zong”, zegt de kroniek, “was het of hij van aangezicht tot aangezicht met Christus sprak”. In zijn ouderdom wijdde hij zich geheel aan het lesgeven op de kloosterschool, en hij was bijzonder geliefd bij de leerlingen.
Op het feest van Hemelvaart in 988, toen hij dus 79 was, celebreerde en preekte hij met bijzondere godsvrucht. Na de zegen preekte hij nog eens en hij zei dat hij op het punt stond te sterven. Hij wees de plaats aan waar hij begraven wilde worden en stierf drie dagen later.

Uit : heiligenlevens voor elke dag. Orth.klooster Den Haag

 

tekst bijbel21.jpg

tekst bijbel 257s6s4.jpg

 

tekst bijbel3.jpg

 

tekst krohnstadt.jpg

15-10-17

heiligenleven

border 54.jpg

Heiligenleven

De heilige Pulcheria

 

Markianos en Pulcheria.jpg

Heilige Pulcheria (rechts)

 

De heilige keizerin Pulcheria. Het bestuur werd in haar handen gelegd in 414, toen zij nog slechts 16 jaar oud was. Maar zij was zeer begaafd en bezat een grote geestkracht: een ware erfgenaam van de grote keizer Theodosios. Zij moest waarnemen voor haar 13-jarige broer, de eveneens heilige Theodosios (zie 29 juli).
Om mogelijke strijd om de troon te voorkomen haalde Pulcheria haar beide zusters Arcadia en Marina over dat zij alle drie de celibaatsgelofte zouden afleggen, zodat er zich geen nieuwe troonpretendenten konden aandienen. Gezamenlijk deden zij nu het werk dat hun verplichtingen met zich meebrachten: de godsdienstige plechtigheden, de charitas en het huiselijk bestuur. Zij wijdden al hun kracht aan het ondersteunen van de armen en het verzorgen van de zieken. Zij steunden ruimhartig kerkbouw en kloosterstichtingen, vooral in Konstantinopel. Daarnaast was heel hun zorg erop gericht hun broer op te voeden. Pulcheria gaf hem godsdienstig onderricht en liet hem verder een soldatesk programma doorwerken om hem ook lichamelijk sterker te maken. Om zijn verantwoordelijkheidsgevoel te trainen liet zij hem aanwezig zijn op de bijeenkomsten met haar staatkundige raadgevers.
Om de zonde van hun ouders uit te boeten lieten zij en haar broer in 438 het lichaam van de heilige Joannes Chrysostomos terughalen uit Komana, waar hij in ballingschap gestorven was.
Toen Theodosios in 450 stierf ten gevolge van een ongeluk op de jacht, kwam Pulcheria, die intussen 52 jaar oud was, weer aan het bewind. Haar zusters waren reeds gestorven, en om de toestand beter het hoofd te kunnen bieden, trad zij in het huwelijk met Markianos, een 60-jarige militair. Zijn eerste werk was om de kerkvrede te herstellen, en het door hen bijeengeroepen concilie werd het 4e Oecumenisch Concilie van Chalcedon, dat de schade moest herstellen die toegebracht was door de Rover-synode van Efese in 449. Daarna bracht hij de troepen van de bijna onoverwinnelijke Hunnenkoning Atilla een nederlaag toe in de Donau-vlakte, en Atilla, die reeds de Alpen overgetrokken was om zich op Rome over zijn bourgondische nederlaag te wreken, moest vrede sluiten en naar zijn basis terugkeren om Hongarije tegen Markianos te verdedigen.
Pulcheria stierf op deze dag in 453, in de ouderdom van 54 jaar: vorstin en steunpilaar van de kerk, moeder der armen en sieraad van het vrouwelijk geslacht. Zij wordt ook herdacht op 17 februari, met haar echtgenoot Markianos.

 

Uit : heiligenlevens voor elke dag . uitg.Orth.klooster Den Haag

 

twaalf apostelen.jpg

De twaalf Apostelen

 

pasen_76.jpg

Epiphanios of Athens  TEKST.jpg

tekst bijbel johannes44.jpg

14-10-17

Zondag van de Vaders van het zevende Oecumenisch Concilie

border 8Marcus apostel.jpg

19e zondag na Pinksteren

Zondag van de Vaders van het zevende Oecumenisch Concilie

 

zevende oecumenisch concilie222.jpg

Vaders van het zevende Oecumenisch concilie

 

Eerste lezing :
Titus 3,8-15


8Op dit woord kunt ge bouwen, en ik wil dat me moedig voor uw overtuiging uitkomt. Zij die in God geloven, moeten zij beijveren de eersten te zijn bij elk goed werk. Dat is voor hen een ereplicht en de wereld zal er wel bij varen.
9Maar houd u niet op met onzinnige kwesties, genealogieën, discussies en twistpunten aangaande de wet; deze dingen zijn nutteloos en hebben geen zin.
10Een ketter moet ge na een eerste en een tweede waarschuwing afwijzen.
11Ge kunt er zeker van zijn dat zo iemand op de verkeerde weg is en met zijn zonde zichzelf veroordeelt.
12Kom, als ik Artemas of Týchikus naar u gezonden heb, zo spoedig mogelijk bij mij in Nikópolis, want ik heb besloten daar de winter door te brengen.
13Neem alle maatregelen voor de reis van Zenas, de rechtsgeleerde, en Apollos; het mag hun aan niets ontbreken.
14Ook de onzen moeten leren zich met eerlijke arbeid bezig te houden en het hunne bij te dragen ter voorziening in allerlei behoeften; dan maken zij zich nuttig.
15Allen die bij mij zijn, groeten u. Groet alle vrienden in het geloof. De genade zij met u allen.

Evangelie :
Lucas 8,5-15 :


8Nog een ander gedeelte viel op goede grond; het schoot op en bracht honderdvoudige vrucht voort.' En met luider stem voegde Hij eraan toe: 'Wie oren heeft om te horen, hij luistere.'
9Zijn leerlingen vroegen Hem, wat die gelijkenis wel betekende.
10Hij antwoordde: 'Aan u is het gegeven de geheimen van het Rijk Gods te kennen, maar de overigen ontvangen ze in gelijkenissen, opdat zij ziende niet zien, en horende niet begrijpen.
11Welnu, de betekenis van de gelijkenis is deze: Het zaad is het woord van God.
12Die op de weg, zijn zij die geluisterd hebben. Maar dan komt de duivel en rooft het woord uit hun hart weg, opdat ze niet door te geloven gered worden.
13Die op de rots, zijn zij die het woord met blijdschap ontvangen wanneer zij het horen, maar zij hebben geen wortel, zij geloven voor een ogenblik, maar ten tijde van de beproeving vallen zij af.
14Wat onder de distels viel, zijn zij die wel geluisterd hebben, maar gaandeweg door de zorgen, de rijkdom en de genoegens van het leven verstrikt raken en niet tot rijpheid komen.
15Het zaad in de goede aarde zijn zij, die het woord dat Zij hoorden in een goed en edel hart bewaren en vrucht voortbrengen door hun standvastigheid.

 

zeven oecumenische concilies.jpg

De zeven Oecumenische concilies

12-10-17

heilige Theodora van Alexandrië

border ppppp.gif

Heiligenleven

De heilige Theodora van Alexandrië

Theodora van Alexandrie.jpg

De heilige Theodora van Alexandrië, boetelinge 5e eeuw. Zij was de vrouw van de prefect van Egypte, en tijdens zijn afwezigheid was zij in zonde gevallen. Door een diepe schaamte bevangen, durfde zij haar man niet meer onder ogen komen. Zij pakte wat oude mannenkleren en liep weg, steeds verder weg, tot zij in de Thebaïde-woestijn volkomen uitgeput in een klooster opgenomen werd. Zij bleef daar en vroeg als monnik te mogen intreden. Zij werd aanvaard in de veronderstelling dat men met een eunuch van het hof te doen had, wat in die dagen wel vaker voorkwam. Van 10 vrouwen is het bekend dat zij als man in een mannenklooster hebben geleefd en juist daardoor de heiligheid hebben verworven. Theodora leefde zo 17 jaar, van 474 tot 491. Zij legde een grote ijver aan de dag, nam steeds het moeilijkste en het laagste werk op zich, en bracht hele nachten door in gebed, wenend om haar zonde, en werd zo een voorbeeld voor de anderen.
Vele jaren na haar intrede werd zij met enkele kamelen naar Alexandrië gezonden, waarbij zij enkele zaken moest afleveren aan het huis van de prefect. Tot haar ontsteltenis herkende deze zijn diepbetreurde vrouw in de armzalige kameeldrijver. Zij liet zich echter niet overhalen om tot haar vroeger leven terug te keren. Zij had nu de geloften afgelegd en wilde daaraan tenminste trouw blijven. Zo keerde zij naar de woestijn terug. Eerst toen zij stervende was, verhaalde zij de werkelijkheid over zichzelf en vroeg een boodschap te sturen aan haar man. Hij kwam ogenblikkelijk, maar Theodora was reeds gestorven, en hij kon slechts haar begrafenis bijwonen.
Enkele spreuken zijn uit haar mond overgeleverd. Zo vertelde zij over een broeder die zich beroerd en koortsig voelde en bij zichzelf dacht: “Ik ben veel te ziek om te bidden”. Maar na een tijdje kwam de gedachte: “Ik kan maar éénmaal doodgaan”. Toen kwam hij uit zijn bed en begon het officie te bidden. Toen hij dit klaar had, was de koorts verdwenen.
En over een kluizenaar die zei: “lk word hier van alle kanten omringd door alle mogelijke bekoringen. Dat is niet uit te houden, ik moet ergens anders heen”. Hij ging dus uit zijn cel en trok zijn sandalen aan. Toen zag hij zichzelf naast zich staan, die ook sandalen aandeed en zei: “Waar je ook heen gaat, daar ben ik ook”.
En tegen een volgeling van Valentinianos, die geweldige kritiek had op de wet, want het Evangelie heeft ons vrijgemaakt van alle dwang. Theodora zei toen: “De Wet die het lichaam bedwingt schenkt dat lichaam terug aan zijn Schepper”.
En over het vasten, het nachtwaken en de eenzaamheid: “De duivel eet noch drinkt, slaap is hem onbekend, de eenzaamheid is zijn geliefkoosde verblijfplaats. Maar hij vlucht voor de deemoed.”

Bron : heiligenlevens voor elke dag .Orth.Klooster Den Haag

 

1-johannes-4-16.jpg

1-johannes-4-18.jpg

1-petrus-1-15-16.jpg

Xenia van St.Petersburg

border !ei!.gif

Heiligenleven

De heilige Xenia van St. Petersburg

xenia_of_st_petersburg.jpg

De heilige Xenia van Sint Petersburg (Leningrad) was gehuwd met een briljante kolonel van het Russische leger, verbonden aan het hofkoor. Zij leidde het op plezier gerichte mondaine leven van de aristocratie in de hoofdstad. Toen zij 26 jaar was, stierf plotseling haar man en Xenia kwam met een schok tot het bewustzijn van de vergankelijkheid van het aards geluk. Dit bewustzijn veranderde haar leven totaal.
Zij wilde zich nu geheel aan de dienst van God wijden, maar deed ook dit op de meest radicale manier door de ascese van het Dwaas zijn om Christus op zich te nemen, een manier die aansloot bij haar gevoelens van totaal verlies en van rouw.
Zij begon met het wegschenken van haar bezittingen aan de armen en trok het uniform van haar man aan. Zo probeerde ze zijn persoonlijkheid in stand te houden en zij liet zich ook noemen met zijn naam. Maar weldra was zij nog slechts in lompen gehuld. Blootsvoets zwierf zij door de straten van het armenkwartier, ook in de winter, en zonder onderdak. Wanneer iemand haar geld gaf, deelde zij dat ogenblikkelijk uit aan de bedelaars. Zij at slechts af en toe, wanneer zij bij kennissen was uitgenodigd. ‘s Nachts ging zij buiten de stad en bleef in het open veld knielend bidden tot zonsopgang.
Oplettende gelovigen kwamen langzamerhand tot het inzicht dat er zich een heilige in hun midden bevond. Haar raadselachtige woorden hadden vaak een diepe zin, en soms bleek zij nog toekomstige gebeurtenissen te hebben voorspeld. Ook bracht zij merkbare zegen waar zij kwam. Zelfs op stoffelijk gebied. Winkels of koetsiers deden goede zaken wanneer zij er was geweest. Zieke kinderen die zij kuste herwonnen snel hun gezondheid. Zo veranderde in de loop der jaren het medelijden dat men voor haar voelde in een algemene verering, en men zag haar als de beschermengel van de stad. Nadat zij 45 jaar dit onmenselijk zware leven had geleid, ontsliep Xenia in de Heer in de ouderdom van 71 jaar, rond het jaar 1800.
Haar graf werd vanaf het begin bezocht en werd in steeds sterker mate een bedevaartsplaats waar wonderen, genezingen voorspellingen en verschijningen nog steeds voortduren. Over haar graf werd een kerkje gebouwd dat nu midden in een van de grote kerkhoven (met de naam: Smolensk) van St.-Petersburg staat. Door de Sovjets werd dit gesloten en bouwvallig verklaard. Toen de gelovigen toch bleven komen werd er een grote schutting omheen geplaatst, maar de spleten daarvan dienden als bevestiging voor de briefjes met gebeds-intenties, die de mensen daar kwamen brengen. De eigenlijke kerk van de begraaf-plaats herbergt een vurige gemeente die zeer actief aan de kerkelijke getijden deelneemt.
In het kader van de duizendjarige viering van de Doop van Rusland, is het grafkerkje vrijgegeven, en je geheel gerestaureerd. Haar officiële heiligverklaring vond plaats tijdens de grote millennium-herdenking in de zomer van 1988.
Op haar graf is nog het oorspronkelijk inschrift te lezen: In de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Hier rust het lichaam van de dienaresse Gods, Xenia Grigorievna, echtgenote van de keizerlijke koorzanger Kolonel Andrei Theodorowitsj Petrov. Zij werd weduwe op de leeftijd van 226 jaar; was een pelgrim gedurende 45 jaar, en zij leefde in het geheel 71jaar. Zij stond bekend onder de naam Andrei Theodorowitsj. Laat ieder die mij gekend heeft bidden voor mijn ziel opdat uw eigen ziel moge worden gered. Amen

bron : heiligenlevens voor elke dag. uitg Orth.klooster Den Haag

 

tekst ambrosius van Optina.jpg

1-Petrus-3-18.jpg

1-korintiers-13-3.jpg

11-10-17

Barnabas : Christus roept ons op de weg te kiezen die lijdt naar zijn Koninkrijk (Mt 7,13)

border 76UA.gif

 

Epistel toegekend aan Barnabas (ca 130)
§19

Barnabas.jpg

Christus roept ons op de weg te kiezen die lijdt naar zijn Koninkrijk (Mt 7,13)

Er bestaan twee wegen van leren en handelen: die van het licht en die van het duister. Het verschil tussen deze twee is groot. Op de ene zijn de engelen van God, dragers van het licht, geposteerd, op de andere de engelen van de duivel.

Zie hier de weg van het licht. Wie deze weg wil gaan tot het beoogde doel, zal volledig toegewijd moeten zijn aan zijn opdracht. En dit is de kennis die ons gegeven is om deze weg te gaan: Gij zult Hem liefhebben die u geschapen heeft, gij zult Hem vrezen die u gevormd heeft, gij zult Hem eren die u ontrukt heeft uit de dood, gij zult eenvoudig van hart zijn en rijk van geest. Gij zult u niet verbinden met hen die de weg gaan die ten dode voert… Gij zult uzelf niet verhogen maar immer nederig zijn. Gij zult u nergens op beroepen. Gij zult over uw naasten geen roddels verspreiden… Gij zult anderen niet aanvaardbaar maken door hun fouten over te nemen. Gij zult zachtmoedig en geduldig zijn, en gij zult in angst zijn voor de woorden die u gehoord heeft. Gij zult geen haat koesteren jegens uw broeder.

Gij zult u niet afvragen wat morgen brengen zal. Gij zult de naam van de Heer niet ijdel gebruiken. Gij zult uw naaste liefhebben boven uw eigen leven. Gij zult geen abortus plegen en pasgeborenen niet ombrengen… Gij zult al hetgeen gebeurt in uw leven ontvangen als daden van goedheid, wetend dat niets gebeurt buiten God om.

Gij zult alles delen met uw naaste, zonder iets uw eigendom te noemen, (Hand 4,32) want zo gij samen deel hebt aan het onvergankelijk goede, hoeveel te meer dan aan het vergankelijke… Gij zult het kwaad haten tot het einde toe. Gij zult rechtvaardig oordelen. Gij zult geen verdeeldheid zaaien maar vrede herstellen en tegenstanders verzoenen. Gij zult uw zonden biechten. Gij zult niet met een slecht geweten ter gebedsdienst gaan.

www.dagelijksevangelie.org

 

tekst bijbel Kollossenzen.jpg

pasen_78.jpg

 

tekst5557.jpg

orthodox is a life you live.jpg

 

1 2 3 4 5 6 7 8 Volgende