16-12-14

Augustinus : vele profeten en koningen verlangden te zien wat u ziet

 Welkom op mijn blog met informatie over de Orthodoxie. Teksten, foto's, bezinningen, theologie ..........

 

 

 Om uit de bijbel te horen voorlezen, klik op het bijbeltje

bijbel 2.jpg

 

De teksten van de gezangen kunnen teruggevonden worden in de rechter kolom 

Start nummer één en ga dan naar de tekst in de rechterkolom om alle gezangen goed te kunnen volgen

Om mij te contacteren : zie linkerkolom 'contacteer me'

 

Augustinus : vele profeten en koningen verlangden te zien wat u ziet

H. Augustinus (354-430), bisschop van Hippo (Noord Afrika) en Kerkleraar. Overwegingen over de psalmen, psalm 119, nr 20

 

 

Augustinus6.jpg

 

 

"Vele profeten en koningen verlangden te zien wat u ziet"

 

      “Heer, mijn ziel smacht naar uw redding” (Ps 119,81), dat wil zeggen In haar verwachting. Zalige zwakheid die het verlangen toont van iets wat nog niet ontvangen is, maar vurig begeerd wordt. Op wie slaan die woorden behalve op de oorsprong van de mensheid, tot aan het einde der eeuwen, “een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige volk” (1P 2,9), op elk mens dat, ieder in zijn eeuw, leefde, leeft of zal leven in het verlangen naar Christus?       De getuige van deze verwachting, is de oude man Simeon, die bij het ontvangen van het kind in zijn armen, uitroept: “Nu, Meester, laat U, zoals U gezegd hebt, uw knecht in vrede gaan; want mijn ogen hebben uw heil gezien” (Lc 2,29-30). Want hij had van God de belofte ontvangen dat hij de dood niet zou smaken voordat hij Christus de Heer zou hebben gezien. Het verlangen van deze oude man – dat moeten we geloven- is die van alle heiligen in de tijd die daaraan vooraf ging. Daarom zei de Heer tegen zijn leerlingen: “Vele profeten en koningen hadden willen zien wat jullie zien, maar zij hebben het niet gezien en willen horen wat jullie horen, maar zij hebben het niet gehoord”.       Alle mensen moeten dan ook gerekend worden bij hen die zingen: “Mijn ziel bezweek bij het zien van uw heil”. Nooit is het verlangen van de heiligen in die tijd tot rust gekomen, en nooit zal hij rust vinden in het Lichaam van Christus, in zijn Kerk, tot aan het einde van de wereld totdat “het Verlangen van alle volken”, beloofd door de profeet, komt (Hag 2,8 Vulg)... Het verlangen waarover we spreken komt van wie men liefheeft volgens de apostel Paulus als “de verschijning van Christus”. Dit verlangen zegt: “Wanneer Christus, die uw leven is, verschijnt, zult ook u met Hem verschijnen in heerlijkheid” (Kol 3,4). De Kerk in zijn eerste tijd, voor het baren van de Maagd, zag degenen die naar de komst van Christus in het lichaam verlangden, als heiligen. Vandaag de dag zien ze anderen als heilig, namelijk zij  die verlangen naar de verschijning van Christus in zijn heerlijkheid. Sinds het begin van de wereld tot aan het einde der tijden, is dat verlangen van de Kerk er onafgebroken.

Bron : www.dagelijksevangelie.org

16:08 Gepost door kris | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

13-12-14

27e zondag na Pinksteren : Zondag van de voorouders

Zondag van de voorouders

27e zondag na Pinksteren

 

voorvaders _ de aangezichten centraal Rusland.Provincie Tver,19e eeuw.jpg

 

 

Eerste Lezing :

Door Christus met God verzoend   

   [12] Zeg met vreugde dank aan de Vader, die u in staat heeft gesteld om te delen in de erfenis van de heiligen in het licht. [13] Hij heeft ons ontrukt aan de macht van de duisternis en overgebracht naar het koninkrijk van zijn geliefde Zoon, [14] in wie wij de bevrijding hebben, de vergeving van de zonden.

 

15

Hij* is het beeld van de onzichtbare God, de eerstgeborene van heel de schepping.

 

16

Want in Hem is alles geschapen, in de hemel en op de aarde, het zichtbare en het onzichtbare, tronen en hoogheden, heerschappijen en machten. Alles is door Hem en voor Hem geschapen.

 

17

Hij bestaat vóór alles en alles bestaat in Hem.

 

 

18

Hij* is ook het hoofd van het lichaam dat de kerk is. Hij is de oorsprong, de eerstgeborene uit de doden, om in alles de eerste te zijn, Hij alleen.

 

Evangelie :

Lucas 14,16-24

Hij zei tegen hem: 'Iemand gaf eens een groot feestmaal, waarvoor hij veel mensen had uitgenodigd. Tegen de tijd dat de maaltijd kon beginnen, stuurde hij zijn slaaf eropuit om tegen de genodigden te zeggen: "Kom, alles staat nu klaar." Maar opeens begonnen ze zich allemaal te verontschuldigen. De een zei tegen hem: "Ik heb een akker gekocht en die moet ik dringend gaan bekijken; ik verzoek u mij te verontschuldigen." Een ander zei: "Ik heb vijf span ossen gekocht en ik ga ze nu proberen; ik verzoek u mij te verontschuldigen." Weer een ander zei: "Ik ben pas getrouwd en daarom kan ik niet komen." Bij zijn thuiskomst bracht de slaaf zijn meester hiervan op de hoogte. Toen werd de heer des huizes woedend, en zei tegen de slaaf: "Vlug, ga de straat op, de stegen van de stad in, en breng de armen, de gebrekkigen, de blinden en de kreupelen hier binnen." "Mijnheer," zei de slaaf, "uw bevel is al uitgevoerd en er is nog steeds plaats." Daarop zei de heer tegen de slaaf: "Ga dan de wegen en het land op en dwing hen binnen te komen, zodat mijn huis vol raakt." Want Ik verzeker u, geen van die mensen die genodigd waren, zal van mijn maaltijd proeven.'

 

17:31 Gepost door kris in Lezingen van de zondag | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

09-12-14

heilige Laurentius

Heiligenleven

De Heilige Laurentius

Laurentius van Rome9.jpg

De heilige Laurentius was de diaken van paus Sixtus . Toen deze op weg was naar het executieveld, tijdens de vervolging van Valeriaan, kon Laurentius, die zich onder de samengestroomde menigte bevond, zijn tranen niet bedwingen en hij riep hem toe :"Waarom laat ge mij achter, heilige Vader ? Gij behoort toch niet het offer op te dragen zonder uw diaken ?" Sixtus windde zich tot hem met de woorden : "Mijn zoon, over drie dagen zul je mij volgen".

Men had vastgesteld dat Laurentius de schatbewaarder was van de kerk. Hij werd daarom gearresteerd met de opdracht het kerkbezit in te leveren. Laurentius vroeg een dag tijd om alles bijeen te brengen. Heel de nacht trok hij door de armste wijken van de stad om al wat in de kerk aanwezig was aan de behoeftigen uit te delen, en 's morgens verscheen hij voor het gerecht, gevolgd door een hele stoet van armen,kreupelen en blinden. "Ziedaar de schatten van de kerk", zei hij.

Hij werd ntot een gruwelijke dood veroordeeld: levend geroosterd te worden boven een klein vuur. Hij werd vastgebonden op het gloeiende rooster en leed zonder een enkele klacht te uiten. Integendeel, zijn gelaat straalde als dat van een engel, in innerlijke vreugde. Hij wist zelfs spottend tegen zijn beulen te zeggen :"Keer me maar om, deze kant is gaar".

Zo stierf hij op deze dag van het jaar 258.Hij werd begraven in de zandgroeve aan de Via Tiburtia, op het goed van de weduwe Cyriaca, naast de lichamen van de heilige Hippolytus en de priester Justinus. Zijn gedachtenis werd al spoedig gevierd in alle delen van de Kerk als van de beroemste romeinse martelaar.

Met hem wordt herdacht de gevangenbewaarder Hippolytus, die door de moed waarmee Laurentius de martelingen verduurd had, tot het inzicht van de waarheid was gekomen, en daarom eveneens ter dood was gebracht.

Uit : Heiligenlevens voor elke dag. Uitg. Orth.klooster Den Haag

13:38 Gepost door kris in Heiligenleven | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

06-12-14

26e zondag na Pinksteren : feest van de heilige Ambrosius

26e zondag na Pinksteren

Feest van de heilige Ambrosius

 

ambroise van Milaan.jpg

Ambrosius van Milaan

 

 

 Ef.5,9-19

 

[9] want de vrucht van het licht kan alleen maar zijn: goedheid, gerechtigheid, waarheid. [10] Probeer te ontdekken wat de Heer welgevallig is. [11] Neem geen deel aan de onvruchtbare praktijken van de duisternis, stel ze liever aan de kaak. [12] Want wat deze mensen in het geheim uitvoeren, is zo schandelijk dat men er maar beter niet over kan spreken. [13] Alles wat door het licht aan de kaak wordt gesteld, wordt openbaar. [14] En alles wat openbaar wordt, is licht. Daarom wordt gezegd: Ontwaak,* slaper, sta op uit de doden, en Christus zal over u stralen. [15] Let dus nauwkeurig op, hoe u zich gedraagt: niet als dwazen maar als verstandige mensen. [16] Benut de gunstige gelegenheid, want de tijden zijn slecht. [17] Daarom, wees niet onverstandig, maar probeer te begrijpen wat de Heer wil. [18] Drink niet te veel wijn, wat tot losbandigheid leidt, maar laat u bezielen door de Geest. [19] Spreek elkaar toe in psalmen, hymnen en liederen, ingegeven door de Geest. Zing en speel van ganser harte voor de Heer. Genezing van een kromgebogen vrouw op sabbat [10] Eens gaf Hij op sabbat onderricht in een synagoge. [11] Daar bevond zich een vrouw die al achttien jaar leed onder een geest die haar ziek maakte. Ze liep krom en was niet in staat zich op te richten. [12] Jezus zag haar en sprak haar aan. ‘Vrouw’, zei Hij, ‘u bent van uw kwaal verlost.’ [13] Hij legde haar de handen op en onmiddellijk rechtte ze haar rug, en ze prees God. [14] Geërgerd, omdat Jezus op sabbat iemand genezen had, zei de voorzitter van de synagoge tegen de menigte: ‘Zes dagen zijn er om te werken. Dan kunt u komen om u te laten genezen, niet op sabbat.’ [15] De Heer gaf hem dit antwoord: ‘Huichelaars! Ieder van u maakt toch op sabbat zijn os of ezel los van de voerbak om hem te drinken te geven? [16] Moest deze dochter* van Abraham dan op sabbat niet losgemaakt worden van de boeien waarmee de satan haar al achttien jaar geleden heeft vastgebonden?’ [17] Toen Hij dat zei stonden al zijn tegenstanders beschaamd en verheugde de hele menigte zich over alle prachtige dingen die door Hem totstandkwamen.

 

Lucas 13,10-17

 

Genezing van een kromgebogen vrouw op sabbat
    
[10] Eens gaf Hij op sabbat onderricht in een synagoge. [11] Daar bevond zich een vrouw die al achttien jaar leed onder een geest die haar ziek maakte. Ze liep krom en was niet in staat zich op te richten. [12] Jezus zag haar en sprak haar aan. ‘Vrouw’, zei Hij, ‘u bent van uw kwaal verlost.’ [13] Hij legde haar de handen op en onmiddellijk rechtte ze haar rug, en ze prees God. [14] Geërgerd, omdat Jezus op sabbat iemand genezen had, zei de voorzitter van de synagoge tegen de menigte: ‘Zes dagen zijn er om te werken. Dan kunt u komen om u te laten genezen, niet op sabbat.’ [15] De Heer gaf hem dit antwoord: ‘Huichelaars! Ieder van u maakt toch op sabbat zijn os of ezel los van de voerbak om hem te drinken te geven? [16] Moest deze dochter* van Abraham dan op sabbat niet losgemaakt worden van de boeien waarmee de satan haar al achttien jaar geleden heeft vastgebonden?’ [17] Toen Hij dat zei stonden al zijn tegenstanders beschaamd en verheugde de hele menigte zich over alle prachtige dingen die door Hem totstandkwamen.

 

 

16:58 Gepost door kris in Lezingen van de zondag | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

01-12-14

heiligenleven : de profeet Habakuk

Heiligenleven

De heilige profeet Hahabuk

 

Habakkuk.jpg

 

De heilige profeet Habakuk (Awwakoem) uit de stam Simeon. Hij trad op in de tijd van de babylonische gevangenschap. Hij schreef over de verwoesting van Jerusalem en hij is gestorven rond 600 voor Christus.

Zijn naam betekent "Vader van de opstanding" en hij heeft ook de toekomstige opstanding verkondigd en de uiteindelijke verlossing van het volk. Het is de verlossing uit een tijd van uitzonderlijk geweld, toen bijna het gehele volk in handen van de vijand was gevallen en naar onbekende streken versleept. Hij beschrijft de komst van de Verlosser dan ook in termen van kosmisch geweld, zodat de aarde beeft en opensplijt, terwijl zon en maan aan hun plaats genageld blijven. En hij ziet de Heer op de zegewagen der Apostelen, waarmee zij het water doen splijten, de dood overwinnen en redding brengen aan het volk. Daarom is Habakuk, hoezeer ontzetting hem ook aangrijpt, toch vervuld van vreugde en zingt hij zijn overwinningslied.

Uit : Heiligenlevens voor elke dag. Uitg. Orth.klooster Den Haag

10:38 Gepost door kris in Heiligenleven | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

29-11-14

parochiefeest Heilige Apostel Andreas

06-12-12 | Permalink

Feestdag heilige Apostel Andreas

ORTHODOXE PAROCHIE HEILIGE APOSTEL ANDREAS  TE  GENT

PAROCHIEFEEST

FEESTDAG VAN DE HEILIGE APOSTEL EN EERSTGEROEPENE ANDREAS

Pontificale Goddelijke Liturgie voorgegaan door Metropoliet Athenagoras

 

Andreas Apostel - Fanar.jpg

Heilige Apostel Andreas

Lezingen

Apostellezing : 1 Kor.4,9-16

Want ons, apostelen, heeft God volgens mij de minste plaats toegewezen, die van ter dood veroordeelden. Wij zijn een schouwspel geworden voor heel de wereld, voor engelen en voor mensen: wij zijn dwaas ter wille van Christus, en u bent zo verstandig in Christus! Wij zijn zwak, u bent sterk; u geëerd, wij geminacht.Tot nu toe lijden wij honger en dorst. Wij zijn naakt en krijgen slaag, wij zijn dakloos en matten ons af om met eigen handen de kost te verdienen. Worden wij uitgescholden, dan zegenen wij; worden wij vervolgd, dan verdragen wij het; op smaad antwoorden wij minzaam. Wij worden nog steeds behandeld als het schuim der aarde, als het uitvaagsel van de maatschappij.      Niet om u beschaamd te maken schrijf ik dit, maar om u te vermanen als mijn dierbare kinderen. Misschien hebt u in Christus duizend opvoeders, maar veel vaders hebt u niet. Ik ben het die u door het evangelie in Christus Jezus heb verwekt. Ik mag u dus aansporen: neem een voorbeeld aan mij.

 

Evangelielezing : Joh.1,35-51

De eerste leerlingen      De volgende dag was Johannes daar weer; twee van zijn leerlingen waren bij hem. Hij richtte zijn blik op Jezus, die daar langskwam, en zei: 'Daar is het lam van God.' De twee leerlingen gaven gehoor aan zijn woord en volgden Jezus. Jezus keerde zich om, zag dat ze Hem volgden en sprak hen aan: 'Zoeken jullie iets?' Ze zeiden: 'Rabbi (dat betekent: meester), waar houdt U uw verblijf?' Hij antwoordde: 'Kom mee en je zult het zien.' Ze gingen mee, en zagen waar Hij zijn verblijf hield. En ze verbleven die dag bij Hem. Het was ongeveer het tiende uur.      Andreas, de broer van Simon Petrus, was een van die twee die naar Johannes hadden geluisterd en Jezus waren gevolgd. De eerste die hij ging opzoeken was zijn broer Simon. 'We hebben de Messias gevonden!' zei hij. (Messias betekent: gezalfde.) Daarop bracht hij hem bij Jezus. Jezus richtte zijn blik op hem en zei: 'Jij* bent Simon, de zoon van Johannes; voortaan zul je Kefas heten.' (Dat betekent: rots).
Jezus roept Filippus en Natanaël      De volgende dag, toen Hij besloten had om naar Galilea te gaan, ontmoette Hij Filippus. 'Volg Mij', zei Jezus tegen hem. Filippus was afkomstig uit Betsaïda, de stad waar ook Andreas en Petrus vandaan kwamen. Filippus ging Natanaël opzoeken en zei tegen hem: 'Degene over wie Mozes in de Wet en ook de profeten hebben geschreven, die hebben we gevonden: Jezus, de zoon van Jozef, uit Nazaret.' 'Nazaret?' zei Natanaël. 'Kan daar iets goeds vandaan komen?' Maar Filippus hield vol: 'Kom mee en je zult het zien.' Jezus zag dat Natanaël naar Hem toe kwam en zei over hem: 'Daar heb je een echte Israëliet, in wie geen oneerlijkheid is.' 'Waar kent U mij van?' vroeg Natanaël. Jezus gaf hem ten antwoord: 'Nog voordat Filippus je kwam roepen, toen je onder de vijgenboom* zat, had Ik je al gezien.' 'Rabbi,' zei Natanaël, 'U bent de Zoon van God, U bent de koning van Israël!' Waarop Jezus zei: 'Je gelooft dus omdat Ik zei dat Ik je gezien heb onder de vijgenboom? Je zult nog grotere dingen zien!' En Hij voegde eraan toe: 'Waarachtig, Ik verzeker jullie: je zult zien hoe de hemel* geopend is en Gods engelen opstijgen en neerdalen boven de Mensenzoon.

 

Kerk Gent 2.jpg

 

21:24 Gepost door kris in Lezingen van de zondag | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

27-11-14

Isaak de Syriër : zeg dan : wij zijn onnutte knechten

Isaak de Syriër (7e eeuw) monnik nabij Mossoel Overweging, 1e serie, nr. 5

 

isaac de syriër.jpg

"Zeg dan: Wij zijn onnutte knechten"

 

      De ogen van de Heer kijken naar de nederigen, opdat ze zich verheugen. Maar het gelaat van de Heer keert zich af van de trotsen, om ze te vernederen. De nederige ontvangt altijd medeleven van God… Maak je klein in alles tegenover de mensen en je zult hoger verheven worden dan de prinsen van deze wereld. Loop vooruit op alle wezens, omhels ze, verlaag je voor hen, en je zult meer geëerd worden dan hen die goud aanbieden… Daal lager af dan jezelf en je zult de heerlijkheid van God in je zien. Want daar ontspruit de nederigheid, daar verspreidt zich de heerlijkheid van God… Als je nederig in je hart bent, dan zal God je daar opheffen in zijn heerlijkheid…       Hou niet van eer, dan zul je niet onteerd worden. De eer vlucht voor degene die het naloopt. Maar de eer achtervolgt degene die het ontvlucht, en hij verklaart zijn nederigheid aan alle mensen. Als je jezelf minacht, om zo niet geëerd te worden, dan zal God Zich zal aan je tonen. Als je jezelf beschuldigt uit liefde voor de waarheid, dan zal God toestaan dat je bij de schepselen wordt geloofd. Ze zullen de deur naar de heerlijkheid van je Schepper openen en ze zullen je loven. Want je bent werkelijk zijn beeld en gelijkenis (Gn 1,26).

Bron :www. dagelijksevangelie.org

21-11-14

24e zondag na Pinksteren : de tempelgang van de Moeder Gods

24e zondag na Pinksteren

FEEST VAN DE TEMPELGANG VAN DE ALHEILIGE  MOEDER GODS 

 

Tempelgang moeder gods.jpg

 Tempelgang van de Moeder Gods

Eerste lezing

Hebr.9,1-7

Toch had ook het eerste verbond liturgische voorschriften en zijn eigen, aardse heiligdom. Er was een eerste tent ingericht die de kandelaar en de tafel met de toonbroden bevatte; die noemde men het heilige. Achter het tweede voorhangsel was een tent die het allerheiligste werd genoemd. Daar stonden een gouden reukofferaltaar en de ark van het verbond, geheel met goud overtrokken, waarin zich een gouden vaas met het manna, de staf van Aäron die gebloeid had, en de tafelen van het verbond bevonden. Boven de ark waren de cherubs van de heerlijkheid, die het verzoendeksel overdekten. Wij kunnen hier nu niet verder op ingaan.      In het aldus ingerichte heiligdom gaan de priesters bij de uitoefening van de eredienst geregeld de eerste tent binnen, maar de tweede wordt alleen door de hogepriester betreden, slechts eenmaal per jaar, en niet zonder het bloed dat hij opdraagt voor zichzelf en voor de tekortkomingen van het volk.

 Evangelie :

Lucas 10,38-42 en 11,27-28

Bij Marta en Maria      Op hun reis ging Hij een dorp in. Een vrouw, Marta genaamd, ontving Hem. Zij had een zuster die Maria heette. Die kwam aan de voeten van de Heer zitten en luisterde naar zijn woorden. Marta had het heel druk met bedienen. Ze ging naar Jezus toe en vroeg: ‘Heer, laat het U koud dat mijn zuster mij alleen laat bedienen? Zeg haar dat ze mij komt helpen.’ De Heer gaf haar ten antwoord: ‘Marta, Marta, je maakt je bezorgd en druk over van alles, maar slechts één ding is nodig. Maria heeft het beste deel gekozen en dat zal haar niet worden ontnomen.’

Gelukwensen      Tijdens zijn toespraak verhief een vrouw uit de menigte haar stem en riep Hem toe: ‘Gelukkig de schoot die U heeft gedragen, en de borsten waaraan U hebt gezogen.’ ‘Inderdaad,’ zei Hij, ‘gelukkig zij die het woord van God horen en het bewaren.

 

TROPARION :

 

 

 

 

 

Heden is het begin van Gods welbehagen : de voorbereidende Verkondiging van de Verlossing der mensen. De Maagd komt in de Tempel Gods en verkondigt reeds aan allen de Christus. Tot haar willen ook wij met de Engel roepen : Verheug U, Vervulling van het Heilsplan van de Schepper.

 

KONDAKION : 

 

 

 

De alreine Tempel van de Verlosser, het kostelijk maagdelijk Bruidsvertrek, de geheiligde Schatkamer van Gods Heerlijkheid wordt heden binnengeleid in het Huis des Heren. Zij brengt daar de genade van Gods Heilige Geest, terwijl Zijn Engelen zingen : Zie, daar is de hemelse woontent.

 

21:23 Gepost door kris in Lezingen van de zondag | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

20-11-14

Augustinus : Weer bekleed worden met het bruiloftskleed

H. Augustinus (354-430), bisschop van Hippo (Noord Afrika) en Kerkleraar. Sermon 90 ; PL 38, 559v

Weer bekleed worden met het bruiloftskleed

 Augustine_Hippo_small.jpg

Wat is toch het bruiloftskleed waar het Evangelie over spreekt? Zeker is dat kleed iets dat alleen de goeden bezitten, zij die aan het feestmaal moeten deelnemen... Zouden het de sacramenten zijn? de doop? Zonder de doop, zal niemand tot bij God komen, maar er zijn er die de doop ontvangen en niet tot God komen... Misschien is het het altaar of dat wat men op het altaar ontvangt? Maar door het Lichaam van de Heer te ontvangen, eten en drinken sommigen hun eigen veroordeling (1Kor 11,29). Wat is het dan? het vasten? De boosdoeners vasten ook. Het kerkbezoek? De boosdoeners gaan net als de anderen naar de kerk... Wat is dan het bruiloftskleed? De apostel Paulus zegt ons: "De voorschriften hebben geen ander doel dan de liefde, die in een zuiver hart, een goed geweten en een ongeveinsd geloof, wordt geboren" (1Tim 1,5). Dat is het bruiloftskleed. Het gaat niet om zomaar een liefde, want vaak ziet men oneerlijke mensen anderen liefhebben..., maar men ziet bij hen niet deze liefde "die in een zuiver hart, een goed geweten en een ongeveinsd geloof, wordt geboren"; welnu die liefde is het bruiloftskleed. “Al ware het dat ik alle talen van de mensen en van de engelen sprak, zegt de apostel Paulus, als ik de liefde niet had, was ik slechts een klinkende gong, of een schelle cimbaal... Al had ik de gave om te profeteren en doorgrondde ik alle geheimen, al bezat ik alle kennis en had ik het geloof dat bergen kan verplaatsen- had ik de liefde niet, dan ware ik niets" (1Kor 13,1-2)... Had ik dat alles, maar zonder Christus, zegt hij, dan "ware ik niets"... Hoeveel bezittingen zijn nutteloos, als er één bezit mist! Als ik geen liefde had, kon ik al mijn bezit uitdelen, de naam van Christus getuigen tot aan mijn bloedvergieten toe (1Kor 13,3), het zou nergens toe dienen, want ik zou zo kunnen handelen uit liefde voor mijn eer... "Als ik de liefde niet heb, dan zou het mij niet baten." Dat is het bruiloftskleed. Onderzoek uzelf: als u het hebt, kom dan met vertrouwen het feestmaal van de Heer.

Bron : www.dagelijksevangelie.org

16-11-14

23e zondag na Pinksteren 'de zwijnenhoeders'

23e zondag na Pinksteren

"genezing van een bezetene"

 

bezeten zwijnen6.jpg

 

 

LEZINGEN

Epistel : Efesiërs 2,4-10:

Door zijn grote liefde voor ons heeft God, die rijk is aan barmhartigheid, ons die dood waren door onze overtredingen, met Christus ten leven gewekt. Aan zijn genade dankt u uw redding. Hij heeft ons samen met Hem laten opstaan en laten zetelen in de hemelse* regionen, in Christus Jezus, om in de toekomstige eeuwen* de overgrote rijkdom van zijn genade te tonen, door zijn goedheid jegens ons in Christus Jezus.      Inderdaad, aan die genade dankt u uw redding door het geloof; en dat dankt u niet aan uzelf. Gods gave is het; u dankt het niet aan uw prestaties, opdat niemand trots zou zijn. Gods werk zijn wij, geschapen in Christus Jezus, om in ons leven de goede werken te doen die God voor ons heeft bereid, opdat wij daarin zouden leven.

 

Evangelie : Lucas 8,26-39 :

Genezing van een bezetene      Zij voeren naar het land van de Gerasenen, dat tegenover Galilea ligt. Toen Hij van boord ging, kwam Hem uit de richting van de stad iemand tegemoet die in de macht was van demonen. Al geruime tijd droeg hij geen kleren en woonde hij niet meer in een huis, maar in rotsgraven. Toen hij Jezus zag, viel hij schreeuwend voor Hem neer en riep luidkeels: 'Wat wilt U van mij, Jezus, Zoon van de allerhoogste God? Doe me alsjeblieft geen pijn.' Hij had de onreine geest bevolen uit de man weg te gaan. Herhaaldelijk had die bezit van hem genomen; men bond hem dan vast met kettingen en voetboeien, maar steeds weer verbrak hij zijn ketenen en werd hij door de demon naar eenzame streken gejaagd. Jezus vroeg hem: 'Wat is uw naam?' Hij zei: 'Legio'; er waren immers vele demonen bij hem ingetrokken. Zij smeekten Jezus hen niet de afgrond in te sturen. Nu weidde daar in de bergen een grote troep varkens; ze vroegen Hem toestemming om in die varkens te gaan, en Hij stond hun dat toe. De demonen kwamen uit de man en gingen de varkens in; de troep stoof de helling af, het meer in, en verdronk. Toen de varkenshoeders zagen wat er gebeurde, gingen ze ervandoor en vertelden het in de stad en op het land. De mensen gingen kijken wat er gebeurd was. Ze kwamen bij Jezus en vonden daar de man uit wie de demonen waren weggegaan, gekleed en bij zijn volle verstand, gezeten aan Jezus' voeten. Ze werden met ontzag vervuld. Ooggetuigen vertelden hun hoe de bezetene gered was. De hele bevolking van de streek van de Gerasenen vroeg Jezus toen bij hen weg te gaan, want ze waren hevig geschrokken. Daarop stapte Jezus in de boot om terug te varen De man uit wie de demonen waren weggegaan, vroeg Hem of hij bij Hem mocht blijven, maar Jezus stuurde hem weg. 'Ga naar huis terug,' zei Hij, 'en vertel wat God voor u heeft gedaan.' De man ging in heel de stad verkondigen wat Jezus voor hem had gedaan

09:21 Gepost door kris in Lezingen van de zondag | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

08-11-14

22e zondag na Pinksteren : van de rijke man en de arme Lazarus

22e zondag na Pinksteren

 "Van de rijke man en de arme Lazarus"

Lazarus en de rijke en de arme man 1.jpg

 

 

LEZINGEN :

 

Galaten 6,11-18

 

Zie met wat voor grote letters ik u nu eigenhandig heb geschreven. De lieden die zo graag in menselijk opzicht een goed figuur willen slaan, trachten u alleen maar de besnijdenis op te dringen om niet vervolgd te worden vanwege het kruis van Christus. Want die besnedenen onderhouden zelf niet eens de wet, maar willen wel dat u zich laat besnijden, om daarop trots te kunnen zijn. Wat mij betreft: ik denk er niet aan mij op iets anders te beroemen dan op het kruis van onze Heer Jezus Christus, waardoor de wereld voor mij gekruisigd is en ik voor de wereld gekruisigd ben. Het gaat niet om besnijdenis of onbesnedenheid, maar om de nieuwe schepping. Laat vrede en barmhartigheid komen over allen die naar dit beginsel leven, en over het Israël van God! Laat voortaan niemand het mij lastig maken, want ik draag de merktekens van Jezus in mijn lichaam. Broeders en zusters, de genade van onze Heer Jezus Christus zij met uw geest. Amen.

 

EVANGELIE :Lucas 16,19-31

 

Lazarus en een rijke man Er was een rijk man, die gekleed ging in purper en het fijnste linnen, en elke dag uitbundig feestvierde. Aan zijn poort lag een zekere Lazarus; hij was arm en zat onder de zweren. ] Hij had graag zijn honger gestild met wat er van de tafel van de rijke op de grond viel, maar nee, de honden kwamen en likten aan zijn zweren. Toen kwam de arme te sterven; de engelen droegen hem in de schoot van Abraham. Ook de rijke stierf, en werd begraven. In het dodenrijk sloeg hij gekweld door pijn zijn ogen op en zag van verre Abraham met Lazarus in zijn schoot. "Vader Abraham," riep hij, "heb medelijden met me; stuur Lazarus om de toppen van zijn vingers nat te maken met water, en er mijn tong mee te verkoelen, want ik lijd hevig in dit vuur.Maar Abraham zei: "Kind, vergeet niet dat jij het heel je leven goed hebt gehad en Lazarus altijd slecht; nu wordt hij hier getroost, en jij lijdt pijn. Bovendien, er gaapt tussen ons en jullie een diepe kloof; al zou iemand van hier naar jullie willen oversteken, hij zou het niet kunnen; evenmin kan iemand van daar naar ons komen.Maar de rijke zei: "Dan, vader, vraag ik u hem naar mijn ouderlijk huis te sturen, want ik heb nog vijf broers. Laat hij hen gaan waarschuwen, zodat zij niet eveneens terechtkomen in dit oord van pijn." Maar Abraham zei: "Ze hebben Mozes en de Profeten; daar moeten ze naar luisteren." Maar hij zei: "Nee, vader Abraham, als iemand van de doden naar hen toe komt, dan zullen zij zich bekeren." Maar Abraham antwoordde: "Als ze niet naar Mozes en de Profeten luisteren, dan zullen ze zich ook niet laten overtuigen als iemand uit de doden opstaat."

09:18 Gepost door kris in Lezingen van de zondag | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

07-11-14

Clemens van Alexandrië : De tollenaars en zondaressen zullen eerder in het Rijk God binnengaan dan u

H. Clemens van Alexandrië (150-ca 215), theoloog Homilie “Welke rijke zal gered worden”, 39-40

 

ClemensVonAlexandrien.jpg

 

“De tollenaars en zondaressen zullen eerder in het rijk Gods binnengaan dan u”

 

De deuren van het Rijk Gods worden geopend voor wie zich oprecht en met heel zijn hart tot God richt, en de Vader ontvangt met vreugde een mens die werkelijk berouw heeft. Wat is het teken van waarlijk berouw? Niet terugvallen in zijn oude fouten en de zonden die u in doodsgevaar brengen met wortel en al uit uw hart trekken. Als ze dan uitgewist zijn, zal God weer in u komen wonen. Want, zoals de Schrift zegt, een zondaar die zich bekeert en berouw toont, geeft aan de Vader en aan de engelen een enorme, onvergelijkelijke vreugde (Lc 15,10). Hierom heeft de Heer uitgeroepen: “Ik wil geen offers, maar barmhartigheid” (Hos 6,6; Mt 9,13). “Ik wil niet de dood van een zondaar, maar dat hij zich bekeert” (Ez 33,11). “Als uw zonden als scharlaken zijn, ze zullen wit worden als sneeuw; als ze donkerder dan de nacht zijn, zal Ik ze wassen, en ze worden als witte wol” (Jes 1,18). Alleen God kan de zonden vergeven en de fouten niet aanrekenen, terwijl de Heer Jezus ons verhoort door elke dag onze broeders en zusters te vergeven als ze berouw hebben. En als wij, die slecht zijn, goede dingen aan anderen weten te geven (Mt 7,11), hoeveel te meer zal “de Vader vol van tederheid” (2Kor 1,3) dat dan doen? De Vader van alle troost, die goed is, vol van barmhartigheid, van compassie, en van nature geduldig is, wacht op hen die zich bekeren. En de werkelijke bekering veronderstelt dat men stopt met zondigen en dat men niet meer achterom kijkt... Laten we dus bitter spijt hebben over onze fouten uit het verleden en bidden we tot de Vader dat Hij ze vergeet. Hij kan, in zijn barmhartigheid, afstand doen van wat was en onze slechte daden uit het verleden door de dauw van de Heilige Geest, uitwissen.

Bron : www.dagelijksevangelie.org

05-11-14

Kierkegaard

SÖREN  KIERKEGAARD

 

Kierkegaard.png

door Kris Biesbroeck

 

Inleiding

 

Tussen de jaren 1842-1846 heeft Kierkegaard een ongelooflijk grote geestelijke prestatie geleverd. Hij is erin geslaagd een nieuwe wijze te vinden om het leven van de mens tot verwoording te brengen. Hij beschouwde het als zijn roeping, om de mens zichzelf te doen uitspreken, om het individu te brengen tot een bewustwording van zichzelf. Op deze wijze heeft hij een grote stoot gegeven aan het hedendaags denken. In de volgende hoofdstukken zullen wij trachten een kort overzicht te geven van zijn leven zelf en zijn gedachte. Na een beschrijving van zijn leven, in het eerste hoofdstuk, zullen we de twee grondgedachten die men kan onderscheiden bij Kierkegaard behandelen in het tweede en derde hoofdstuk als : zijn strijd tegen de systematische filosofie en theologie, en zijn strijd voor een heroïscher opvatting van het Christendom.

 

 

HOOFDSTUK   1

 

Zijn leven en werken

 

Soren Kierkegaard werd te Kopenhagen geboren op 5 mei 1813. Hij wordt de vader genoemd van het existentialisme.(De pedagoog Husserl vond de methode uit, de fenomenologie). Kierkegaards vader was een melancholiek, een pijnlijk angstvallige. Plicht en zonde domineren in zijn leven. ‘Het ontzettend lot, schreef Sören, van een man, die eens als kleine jongen op de Jutlandse heide de schapen hoedde, veel moest doorstaan, hongerde en het koud had en een heuvel beklom en er God vervloekte. En deze man kon dit niet vergeten hoewel hij 82 jaar oud werd’(Huebscher,A.,Twaalf filosofen, van Hegel tot Heidegger, Antw.,1966,pp41-42). Zijn leven lang droeg Sörens vader het besef van een niet te delgen schuld in zich. Hij nam het met zich mee in al die jaren, waarin hij zich in zijn beroep tot rijke handelaar in laken stoffen opklom en verder door de jaren van een vroeg gekozen, in angst en zwaarmoedigheid doorgebrachte tijd van stil leven. Dit besef lag als een schaduw van het noodlot ook aan het leven deze zijnen : Wanneer zou Gods oordeel hen treffen ? En wat betekende zijn dralen ?. Dit alles heeft voor Sören zelf in grote mate zijn verder denken bepaald. Reeds jong spreekt zijn vader met hem over godsdienstige problemen. Soms bleef hij voor zijn zoon staan en zei :’ Sören, je bent op weg naar een stille vertwijfeling’ (Lowrie,W. Het leven  van Kierkegaard, Antw.,1959, p.42). Sören zelf was eenzaam op school, hij deed nooit mee in het spel met de anderen. Het was een stokoud kind, altijd naar binnen gekeerd. In zijn dagboek schrijft hij daar zelf over :’Ik was al een oud man als ik geboren werd’. En elders :’Teergevoelig, mager en zwak, beroofd van bijna iedere voorwaarde om mij bij andere jongens aan te sluiten, of zelfs om in vergelijking met anderen voor een volledig menselijk wezen door te gaan. Zwaarmoedig, ziek van ziel, in veel opzichten  ongelukkig, had ik één ding : een buitengewoon spitse geest, mij vermoedelijk gegeven opdat ik niet weerloos zou zijn. Als jongen reeds wist ik mij bewust van mijn geestigheid en ik wist dat het mijn kracht was bij onenigheid met veel sterkere kameraden’ (Lowrie,W, Op.cit.,p34). Sören was een ziekelijke jongen, mismaakt, een hoge rug, een schreeuwerige piepstem, zwaarmoedig van karakter. Soms werd hij geplaagd omwille van zijn lichaamsgebrek, en dit vooral tijdens de ontspanning, maar hij beet altijd scherp van zich af. Zijn ironie is zeer bekend. Ook zijn opvoeding was zeer somber. Zijn vader is oud en reeds in de vijftig als Sören ter wereld komt, het is een autoritair, die zich altijd verdoemd waant om zijn zonden.Sörens omgang met zijn medemensen gaat dan ook zeer slecht. Dit verbetert echter als hij in 1830 naar de universiteit gaat. Hij moet van zijn vader theologie studeren om later predikant te worden. Hij neemt zijn studies echter licht op, gaat naar theater, op cafés en maakt veel schulden. Nochtans zijn zijn studies briljant, maar ze duren zeer lang. Er is niemand die er achter zit. Maar temidden van dat studentenleven overvallen hem problemen, hij gevoelt dat het dat niet is. Enkele gebeurtenissen zullen hem dan ook ernstiger maken : zijn moeder sterft in 1834 als hij 21 jaar oud is; ook sterven er nog twee zusters en een broer. Tevens is er nog het geheim en de dood van zijn vader (dat geheim is zeer mysterieus, men heeft het nooit kunnen ontmaskeren. Het moet echter zeer indrukwekkend geweest zijn). Nog datzelfde jaar schrijft hij in zijn dagboek : “Waar  het mij aan hapert is, dat ik niet in het reine kan komen waar het om gaat” . Het afsterven van zijn vrouw en drie kinderen deden de zwaarmoedigheid van Sörens vader  ook nog toenemen. Hij dacht dat hij omwille van zijn zonden gestraft was door God om al zijn kinderen te overleven. Zo dacht hij ook dat Sören  en zijn andere zoon Peter niet lang meer zouden leven; dit is echter niet waar geweest. In het document met vergulde snede verhaalt Sören de verpletterende ervaring die jij in zijn 22e jaar meemaakte, en die een einde maakte aan zijn kinderjaren; of liever aan de periode die onmiddellijk aansloot op zijn kinderjaren, in zoverre dat hij toen nog zijn vader van harte onderdanig was en er nog niet aan dacht met de onafhankelijkheid van de jeugd nieuwe paden in te slaan of zijn eigen plannen te maken overeenkomstig zijn eigen genegenheid en talent.

“Toen geschiedde het dat de grote aardbeving begon, de vreselijke omwenteling, die mij plots een nieuw, onfeilbaar verklaringsprincipe van alle verschijnselen samen opdrong. Toen besefte ik dat de grote ouderdom van zijn vader geen goddelijke zegen was, maar eerder een vloek. Dat de uitzonderlijke geestesgaven van onze familie slechts dienden om elkaar te treffen. Toen voelde ik de stilte des doods rondom mij groeien, wanneer ik mijn vader zag als een ongelukkige, die ons allen moest overleven, als een grafkruis op de tombe van al zijn eigen verwachtingen. Een schuld moest op de hele familie rusten, een straf Gods haar drukken. Zij moest verdwijnen, uitgeveegd worden door Gods machtige hand, uitgewist als een mislukte poging, en slechts bij tussenposen vond ik enige leniging bij de gedachte dat mijn vader de zware plicht was opgelegd ons door de troost van het geloof tot rust te brengen, ons allen te verkondigen dat er toch een betere wereld voor ons zou openstaan ook al verloren wij alles in déze, ook al moest de straf ons treffen die de joden altijd hun vijanden toewensten : dat onze gedachtenis geheel en al zou worden uitgewist, dat men ons niet zou terugvinden”(DUPRé, L.Kierkegaards theologie,Antwerpen, 1957,pp21-22). Wat heeft hij in deze periode ontdekt ? Alleen dit is ons duidelijk, de zuil waartegen heel zijn leven steunde ging aan het wankelen. Hij zag in zijn vader niet meer de uitverkorene voor wie hij hem hield, er rustte een ondelgbare schuld op hem en heel zijn nageslacht. Wat heeft Sören tot deze ontdekking geleid ? Sommigen, zoals de bekende Kierkegaard-kenner W.Lowrie menen dat de oude Michaël zijn zoon bij gelegenheid van diens 22e verjaardag het geheim van zijn leven zou verteld hebben. Anderen menen dat Sören zelf achter de zonden van zijn vader zou gekomen zijn. Dit laatste lijkt het meest waarschijnlijke, o.a. omwille van de mythe van David en Salomon (Kierkegaard, S, Brevier, heruitgegeven door Schäfer P en Bense M, Wiesbaden, 1951,pp 15-16)in Quidams dagboek, die zeker in verband staat met wat zich hier heeft voorgedaan. In elk geval zag Sören plotseling heel het leven  van zijn vader die hij als een heilige had vereerd, in wanverhouding met God. De gevolgen waren vreselijk. Er volgde een tijd van totale ontreddering. Alles wat hem heilige was stortte ineen. Van nu af aan kwam hij veel dronken naar huis en leefde voortdurend op de rand van krankzinnigheid. Op zekere dag begaat hij een grote morele misstap, hij wordt door enkele vrienden naar een ontuchthuis meegetroond. Pas enkele maanden nadien besefte hij dat hij mogelijk een kind kon hebben verwekt. De toestand verergerde zienderogen en ten slotte is het vader en zoon onmogelijk geworden nog langer samen te blijven wonen. Sören huurt een kamer in de stad. Deze morele inzinking, juist op dit ogenblik, laat zich het best verklaren vanuit een sterke angst, gewekt door het bewustzijn van zijn vaders schuld. Drie jaar lang heeft hij met zijn vader in onenigheid geleefd. In zijn 25e levensjaar heeft hij zich terug met zijn vader verzoend. Waarschijnlijk heeft zijn 82 jarige vader bij deze gelegenheid alles opgebiecht, waarschijnlijk heeft hij zelfs zijn zoon vergiffenis gevraagd, want Sören vermeldt in zijn dagboek King Lears woorden tot zijn dochter :

         

                              “When thou dost ask me blessing, I’ll

                                                 kneel down,

                                       and ask of thee forgiveness”.

Rond deze tijd greep ook Sörens bekering plaats.

 

In 1840 vraagt Soren de hand aan Regine Olsen, de dochter van een hoge functionaris. Reeds de volgende dag beseft hij dat het een verkeerde keuze is. Hij droomt van een echte gemeenschap van denken met zijn verloofde. Hij tracht ze op te voeden met het diepe geloof van hemzelf. Hij tracht haar zijn gefolterd hart te doen begrijpen, maar ze is nog te jong en te oppervlakkig. Dit beseft hij reeds de volgende dag. Na een tijdje besluit hij dan ook van haar te scheiden. Dit was voor hem een zwaar offer, want hij zag haar heel graag. Om haar het scheiden gemakkelijker te maken, trachtte hij  de liefde bij haar uit te doven door enkele maanden nors te zijn tegen haar. Kierkegaard heeft echter een zeer ideaal beeld van het huwelijk. Zijn afstand van Regina kost hem dan ook zijn goede naam. “Pas getrouwd en reeds een breuk” zei men. Deze gebeurtenissen behandelt hij in zijn boekje “Vrees en beven”, onder de pseudoniem : “Johannes de Silentio”. Daar behandelt hij de grond van deze gebeurtenis, maar zo, dat zijn tijdgenoten het niet begrepen, Regina echter wel. Het gaat over de offerande van Abraham. Abraham kreeg van God het bevel zijn eniggeboren zoon te offeren. Zoals Abraham bevolen werd zijn inniggeliefde zoon te offeren, zo werd aan Kierkegaard bevolen Regina prijs te geven, die hij boven alles beminde. Hij moest dus iets doen dat hij aan niemand kon uitleggen, en dat voor de wereld immoreel was. Daarom noemt hij zich hier ook “Johannes de Silentio”, alles wordt op een stille, verborgen wijze gezegd, zodat weinigen het begrijpen. Regina begreep het, en dat was voor hem voldoende.  Als motto voor dat boek geeft hij :”Wat Tarquinius Superbus in de tuin met zijn papavers besprak, werd wel door de zoon begrepen, maar niet door zijn boodschappers”. Ondanks de pijn die de scheiding hem veroorzaakte, was het besluit onherroepelijk. De scheiding was voor Kierkegaard een plicht, een plicht die slechts voor hem alleen aanvaardbaar was. Herhaalde malen had Regina’s vader getracht de scheiding terug goed te maken. Een daarvan beschrijft hij in zijn dagboek : Hij zei (Regina’s vader) : “Het is haar dood, ze is volkomen vertwijfeld”. Ik zei : “Ik zal haar wel gerust stellen; maar de zaak is beslist”.. Hij zei : “Ik ben een trots man, het valt mij zwaar, maar ik smeek u haar niet op te geven”. Rond die tijd beschrijft hij dan ook verder de scheiding zelf : “Zal je dan nooit trouwen”, vroeg ze. Ik zei : “Jawel, over tien jaar als ik uitgeraasd zal zijn. Dan heb ik weer een jeugdig meisje nodig om mij te verjongen”. Toen zei ze : ‘Vergeef mij wat ik tegen je misdaan heb’. Ik antwoordde : ‘Ik ben het die dat moet vragen’. Ze zei :’Beloof dat je aan mij zult denken’. Dat deed ik. Ze zei : ‘Kus mij’. Dat deed ik, maar zonder hartstocht. Barmhartige God ! Kierkegaard – een keuze uit zijn dagboeken p.92-93).

 

In 1840 begint voor Kierkegaard een periode van intense activiteit, die eindigt bij zijn dood. Van 1840 tot 1850 leidt hij een dubbel leven : overdag beweegt hij zich in de wereld met veel succes trouwens. ’s Nachts geeft hij zich over aan zijn inspiratie en schrijft hij. De markante gebeurtenissen uit die tijd zijn niet alleen zijn wereken, zijn boeken, maar twee opzienbarende polemieken, waartoe hijzelf het initiatief neemt. De eerste poleniek is gricht tegen het satirisch weekblad van de Kopenhaagse ‘beau-monde’, de Korsaar. Hij zegt van dat blad dat het demoraliserend is. Wij hebben vroeger reeds gezien dat hij reeds als kleine jongen niet bang was van grotere. Daarom durft hij het nu ook aan. Hij brengt het zo ver dat het blad verdwijnt. Maar vooraleer het zo ver is publiceert de Korsaar een reeks artikelen die hem in een slecht daglicht stellen.Hij wordt er ronduit in uitgelachen, maar daardoor ook meteen beroemd, maar niet in de gunstige zin (Tondriau J., Kierkegaard : de moeilijkheid een mens te zijn ,1965,p21). Hijzelf meent dat een religieus schrijver vervolging moet lijden (cf. Lowrie,W.,Het leven van Kierkegaard, pp 131-145). De tweede polemiek is naar aanleiding van het overlijden van bisschop Mynster van Kopenhagen. Zoals het gebruik was bij alle grote mannen, wordt ook hier een lijkrede gehouden, ditmaal door één van zijn vermoedelijke opvolgers, de theoloog Martensen. Martensen verklaarde dat Mynster getuige is geweest van de waarheid. Volgens Kierkegaard is dat niet waar. In zijn dagboek schreef hij reeds eerder over Mynster : ‘De middeleeuwen meenden dat het christelijke is : verzaken, ascese. Mynster meent ongeveer – en dat is trouwens het moderne standpunt-, dat het christelijke bestaat in ‘beschaving’. Maar dat begrip beschaving is – zonder meer – uiterst vaag en kan vaak het tegendeel van het christendom inhouden, namelijk, als men er genot, verfijning, louter menselijke beschaving onder verstaat. Hij, zegt Kierkegaard, die staande wil blijven in de wereld, die wil getuigen voor de waarheid, krijgt voldoende ascese in zijn leven (Kierkegaard : een keuze uit zijn dagboeken, pp.123-124).

 Kierkegaard had een zeer ideaal beeld van het Christendom. Hij zag echter dat er in de praktijk van de geestelijkheid veel schijnheiligheid en komedie mee gemoeid was. Zo ook bij bisschop Mynster. Het evangelie beleven ten koste van zijn leven, had hij moeten doen, of ten minste, dat het christendom dat de zondag wordt gepredikt niet dat van de maandag is, dat had hij ten minste nog moeten bekennen – zegt Kierkegaard, men kan er de maandag niets meer mee doen. Het komt dan ook tot een breuk met de gevestigde kerk. Een breuk die nooit meer hersteld is geworden. Hij komt hiertoe vanuit een overtuigend idealisme.

 Kierkegaard verlangt niet oud te worden, en hij verwondert er zich over dat hij de dertig overleeft. In 1855 krijgt hij op straat een flauwte en sterft een paar dagen later zonder het avondmaal te gebruiken. Hij wilde het niet ontvangen uit de handen van een predikant.

 Peter – zijn enige broer nog in leven, en op dat ogenblik bisschop – houdt een indrukwekkende toespraak aan het graf. Zij ontaardt echter niet in rouw. Men wil de tekst voorlezen van de heilige Paulus aan de verflauwde kerk van Laodicea.

 Vooraleer met zijn eigenlijke leer te beginnen is het nuttig nog even een kort overzicht te geven van zijn werken. Schrijven is voor Kierkegaard een must, hij moet kunnen schrijven. Hij schrijft dan ook veel dat niet voor publicatie bestemd bv. Zijn dagboeken. Een deel is echter wel voor publicatie bestemd en daarin wil hij een zuivere uiteenzetting geven van het christendom, niet zoals de catechismus het altijd heeft gedaan, maar zoals Christus het heeft gedaan, in vertellingen, die de mens rechtstreeks aanspreken. Hij wil geen traditionele dogmatiek geven, geen rationele apologetiek. Hij wil de lezers rechtstreeks treffen in hun gemoed en hun verstand.  Daarom voert hij in zijn boeken bepaalde personen ten tonele – zoals Sartre en anderen het ook hebben gedaan. De lezer wordt aldus meegevoerd in een innerlijke strijd voor waarheid en geloof, maar krijgt nooit een pasklare oplossing. Hij stelt problemen, de mens wordt voor een keuze gesteld, die hijzelf zal moeten oplossen.

 Enkele werken :

 - Het begrip Ironie(1841).Proefschrift voor zijn doctoraat in de Theologie      

- Het één of het ander (1843)

- Vrees en beven (1843)

- Het begrip angst (1844).

- Stadia op de levensweg (1845).

- Liefdesdaden (1847).

- Ziekte tot de dood (1848)

Lees meer...

10:58 Gepost door kris in filosofie | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

02-11-14

heilige Joannes van Tobolsk

Heiligenleven

De heilige Joannes van Tobolsk

 

John of tobolsk.jpg

 

 Heilige Joannes van Tobolsk

 

 De heilige Joannes, metropoliert van Tobolsk en siberië, 1651-1715. Hij studeerde aan het theologisch instituut in Kiev, waar hij ook leraar latijn werd. Hij werd monnik van het Holenklooster en leidde een diep geestelijk leven. Hij was nog jong toen hem het predikambt voor de broeders werd toevertrouwd. Het grote thema van zijn onderricht, dat hem heel zijn leven bezig hield was :’ Hoe brengt de mens zijn wil in overeenstemming met de wil van God ?’ Dit was ook de ondertitel van zijn laatste en belangrijkste boek, ‘De Heliotroop’, de bloem die zich altijd wendt naar de zon en daardoor zelf tot een icoon wordt van de zon. Hij legde daarbij grote nadruk op innerlijke religieuze zelfkennis, en zijn preken deden middelen aan de hand om die te bereiken.

In 1678 werd hij met een opdracht naar Moscou gezonden, waar de patriarch hem tot assistent aanstelde van de hegoumen van het Svena-klooster in Bryansk.

In 1696 benoemde de heilige aartsbisschop Theodosios van Tsernigov hem tot archimandriet van het klooster van de Aljetskaja-icoon van de Moeder Gods, en wees hem aan als zijn opvolger. Het volgend jaar werd hij gewijd. Hij gaf bijzondere aandacht aan de theologische school van Tsjernigov en zette een hoge standaart vast van geestelijk onderricht en wetenschap, waarmee deze tot eersteling en model werd van de seminaries in Rusland. Tevens grondvestte hij een drukkerij voor geestelijke boeken, waar een reeks belangrijke uitgaven tot stand kwamen.

Als Aartsbisschop onderhield Joannes innige betrekkingen met de Athos, en hij verleende veel steun aan het Russische Panteleimon klooster op de Heilige Berg.

In 1710 werd hij benoemd tot Metropoliet van Tobolsk en Siberië. Ook daar besteedde hij bijzondere zorg aan de priesteropleiding, en aan het missiewerk onder de nog heidense Siberiërs. Hier schreef hij ook zijn ‘Heliotroop’, met het oog gericht op ‘zijn natuiurkinderen’ in dat land. Ook toonde hij zijn liefde voor hen door na de Goddelijke Liturgie in zijn huis open tafel te houden voor de geestelijkheid en de armen, waarbij hij zelf aan tafel diende. Na 5 jaar kwam er echter een einde aan dit werkzame leven : hij stierf plotseling na deze tafeldienst op 10 juni 1715. Twee eeuwen later werd Joannes plechtig heilig verklaard.

Uit : Heiligenleven voor elke dag – uitg. Orthodox klooster Den Haag

17:45 Gepost door kris in Heiligenleven | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

01-11-14

parabel van de zaaier

21e zondag na Pinsteren, 4e na de Kruisverheffing

Feest van de Vaders van het Zevende Oecumenisch Concilie

“De parabel van de zaaier”

 

 

zaaier_ van Gogh.jpg

 

LEZINGEN

Galaten 2,16-20

Aangezien wij weten dat de mens niet gerechtvaardigd wordt door de werken van de wet, maar alleen door het geloof in Jezus Christus, zijn ook wij in Christus Jezus gaan geloven, om gerechtvaardigd te worden door het geloof in Christus en niet door de werken van de wet, want door de werken van de wet zal geen mens gerechtvaardigd worden. Als wij nu, door onze gerechtigheid te zoeken bij Christus, ook zelf zondaars bleken te zijn, betekent dit dan dat Christus in dienst staat van de zonde? Dat nooit! Maar als ik weer opbouw wat ik heb afgebroken, maak ik mezelf tot overtreder. Want staande onder de wet ben ik gestorven voor de wet, om te leven voor God. Met Christus ben ik gekruisigd. Ikzelf leef niet meer, Christus leeft in mij. Mijn sterfelijk leven is een leven in het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en zichzelf heeft overgeleverd voor mij.

EVANGELIE

‘Een zaaier ging het land op om zijn zaad te zaaien. Bij het zaaien viel er een deel op het pad; het werd vertrapt en de vogels van de hemel aten het op. [6] Een ander deel viel op rotsige bodem; het kwam wel op, maar het verdorde door gebrek aan vocht. [7] Weer een ander deel viel tussen de distels, maar ook de distels groeiden op en ze verstikten het. [8] En weer een ander deel viel in goede aarde; het kwam op en droeg honderdvoudig vrucht.’ En Hij besloot met de uitroep: ‘Wie oren heeft om te horen, moet horen.’
     [9] Zijn leerlingen vroegen Hem wat de gelijkenis betekende. [10] Hij zei: ‘Jullie is het gegeven de geheimen van het koninkrijk van God te kennen, maar* de anderen moeten het doen met gelijkenissen, opdat ze kijken, maar niet zien; horen, maar niet verstaan. [11] Dit* betekent de gelijkenis: het zaad is het woord van God. [12] Die op het pad zijn zij die het woord horen, maar dan komt de duivel en pakt het weg uit hun hart om te voorkomen dat ze gaan geloven en gered worden. [13] Die op de rotsige bodem zijn zij die het woord met vreugde aannemen wanneer ze het horen, maar ze hebben geen wortel; ze geloven enige tijd, maar op het moment van de beproeving worden ze afvallig. [14] Wat in de distels valt zijn zij die horen, maar gaandeweg worden ze door zorgen, rijkdom en de genoegens van het leven verstikt en raken niet volgroeid. [15] Wat in goede aarde valt zijn zij die het woord met een goed en edel hart horen en vasthouden, die volharden en vrucht dragen.

 

17:29 Gepost door kris in Lezingen van de zondag | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Johannes Chrysostomos : De apostelen zijn getuigen van de verrezen Christus

  H. Johannes Chrysostomus (ca 345-407), priester te Antiochië daarna bisschop van Constantinopel, Kerkleraar Homilie over de eerste brief aan de Korinthiërs, 4, 3 ; PG 61,34 (vert. brevier)

 

chrysostom22American stained glass (XX c.), [1600x1200].jpg

De apostelen zijn getuigen van de verrezen Christus

 

Paulus zei: “De zwakheid van God is sterker dan de mensen.” (1Kor 1,25). Daaruit blijkt eveneens dat de prediking goddelijk is. Hoe konden twaalf ongeletterde mensen eraan denken zoiets te ondernemen? Ze hadden altijd op het water geleefd en in afgelegen streken en nauwelijks een stad of een marktplein betreden. Hoe konden ze eraan denken tegen heel de wereld ten strijde te trekken? Ze waren bang en kleinmoedig. Dat getuigt de evangelist zonder te trachten hun tekorten te verbergen, wat wel het beste bewijs is van de waarheid. Wat zei hij over hen? Dat ze vluchtten toen Christus gevangen genomen was, hoewel ze talloze wonderen hadden gezien; en dat hun leider Hem verloochende. Toen Christus nog leefde waren ze niet in staat om de aanvallen van de vijanden konden verdragen. Hoe dan te verklaren dat ze … tegen heel de wereld ten strijde trokken, nadat Hij gestorven was? …Hadden ze toen bij zichzelf niet moeten zeggen: “Wat betekent dat? Hij was niet in staat zichzelf te redden. Zou Hij ons kunnen beschermen? Toen Hij leefde, kon Hij zichzelf niet verdedigen. Zou Hij, nu Hij dood is, ons de hand kunnen reiken? Tijdens zijn leven heeft Hij geen enkel volk onderworpen, en wij zouden door zijn woord heel de wereld moeten winnen…” Vast en zeker, ze zouden het niet gewaagd hebben, als ze Hem niet verrezen hadden gezien en een overtuigend bewijs hadden gekregen van zijn macht.

bron : www.dagelijksevangele.net

26-10-14

Mozaïken in de orthodoxe kerk van Gent

De gevel van de Orthodoxe Kerk van gent werd verrijkt met 12 Mozaïken voorstellend de twaalf Apostelen. Deze werden op vrijdag 24 oktober ingezegend door de Metropoliet van België Athenagoras.Hierbij een weergave van deze gebeurtenis.

 

 

Mozaik.jpg

 

KLIK op de FOTO

Deze mozaïken zijn een realisatie van de monniken en monialen van het Orthodox klooster van Maldon (Essex - Groot Britannië)

 

 

21:45 Gepost door kris in fotos | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

25-10-14

20e zondag na Pinksteren : de jongeling van Naim

20e zondag na Pinksteren

"Opwekking van de jongeling van Naïm"

 

Naim jongeling van.jpg

De jongeling van Naïm

 

 

Lezingen :

Galaten 1,11-19

Ik verzeker u, broeders en zusters, het evangelie dat door mij is verkondigd, is niet door mensen uitgedacht. Want ook ik heb het niet van een mens ontvangen of geleerd, maar door een openbaring van Jezus Christus. Voorvallen uit Paulus' leven U hebt toch gehoord hoe ik vroeger als Jood geleefd heb: hoe ik de kerk van God fel vervolgde en haar trachtte uit te roeien; en hoever ik het gebracht heb in de Joodse godsdienst, vele leeftijdgenoten onder mijn volk overtreffend in mijn grenzeloze ijver voor de overleveringenvan mijn voorouders. Maartoen God, die mij had uitgekozen, nog in mijn moeders schoot, en die mij heeft geroepen door zijn genade, besloot zijn Zoon aan mij te openbaren om Hem onder de heidenvolken te verkondigen, toen ben ik aanstonds, zonder een mens te raadplegen, zonder naar Jeruzalem te gaan, naar hen die eerder apostel waren dan ik, vertrokken naar Arabië en vandaar naar Damascus teruggekeerd. Pas drie jaar later ben ik naar Jeruzalem gegaan om met Kefas kennis te maken, en ik ben veertien dagen bij hem gebleven. Van de andere apostelen heb ik niemand gezien, behalve Jakobus, de broer van de Heer.

Evangelie : Lucas 7,11-16

Opwekking van de zoon van een weduwe uit Naïn Naderhand ging Jezus naar een stad die Naïn heette; zijn leerlingen en een grote menigte gingen met Hem mee. Toen Hij de stadspoort naderde, werd er juist een dode uitgedragen, de enige zoon van een weduwe. Een talrijke menigte uit de stad was bij haar. Toen de Heer haar zag, was Hij ten diepste met haar begaan. 'Huil niet', zei Hij tegen haar. Hij liep naar de lijkbaar toe en raakte die aan. De dragers bleven staan en Hij zei: 'Jongeman, kom overeind, zeg Ik je!' En de dode ging rechtop zitten en begon te praten, en Hij gaf hem aan zijn moeder. Ontzag vervulde allen en ze prezen God. Ze zeiden: 'Een groot profeet is onder ons opgestaan', en: 'God heeft naar zijn volk omgezien

10:33 Gepost door kris in Lezingen van de zondag | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Heilige Grootmartelares Irene

Heiligenleven

Heilige Grootmartelares Irene

 

 

Irene grootmartelaar.jpg

Irene grootmartelares

De heilige Grootmartelares Irene (Irina) was de dochter van Likinios, hoofd van de stad Magido op de Balcan. Door de apostel Timotheos had zij Christus leren kennen, en vol enthousiasme had zij zich aan Hem toegewijd. Zij poogde ook haar ouders tot inzicht te brengen, maar haar woedende vader slingerde haar onder de hoeven van een aanstormende kudde wilde paarden. Deze stoven uiteen om Irene te ontwijken en vertrapten daarbij Likinios. Op het gebed van zijn dochter keerde hij echter tot het levfen terug. Hij kwam tot het geloof met heel zijn huis, en met vele anderen die van het beschreven voorval getuige waren geweest.

Likinios deed afstand van het ambt. Onder zijn opvolger werd Irene gearrsteerd en aan dodelijke folteringen onderworpen. Maar slangen beten haar niet, en ingenieus uitgedachte foltermachines weigerden dienst op zulk een overtuigende wijze, dat de beul zich liet dopen, evenals een menigte heidenen. Toen Irene de dood voelde naderen in 184, trok zij zich terug in een spelonk, waarvan zij de ingang met stenen liet versperren.

Uit : Heiligen voor elke dag – uitg Orthodox klooster Den Haag

10:25 Gepost door kris in Heiligenleven | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

22-10-14

Symeon de Nieuwe Theoloog :Hoeveel te meer zal dan uw Vader in de hemel de heilige Geest geven aan wie Hem erom vragen

Symeon de Nieuwe Theoloog (ca 949-1022), Griekse monnik Aanroeping van de heilige Geest, inleiding op de hymnen, SC 156

Simeon de nieuwe theoloog2.jpg
"Hoeveel te meer zal dan uw Vader in de hemel de heilige Geest geven aan wie Hem erom vragen"

Kom, waarlijk licht. Kom, eeuwig leven. Kom, verborgen mysterie. Kom, schat zonder naam. Kom, onuitsprekelijke werkelijkheid. Kom, onbegrijpelijke persoon. Kom, oneindig geluk. Kom, niet ondergaand licht. Kom, onfeilbare verwachting van allen die gered moeten worden. Kom, ontwaken van allen die slapen, Kom, opstanding uit de doden. Kom, Machtige, die altijd doet en opnieuw doet en alles transformeert door uw wil alleen… Kom, U die altijd onbeweeglijk blijft en toch op ieder moment helemaal in beweging bent om bij ons te komen, gelegen tussen de doden, U die boven alles in de hemelen bent… Kom, U die naar mijn ellendige ziel verlangde en verlangt. U de Enige, kom, want U ziet dat ik alleen ben… Kom, U die in mij verlangen bent geworden, dat me naar U doet verlangen, U die de absoluut ontoegankelijke bent. Kom, mijn adem en mijn leven. Kom, troost van mijn arme ziel. Kom, mijn vreugde, mijn heerlijkheid, mijn oneindige blijdschap.
Ik dank U dat U tot één geest met mij bent geworden (Rom 8,16), zonder verwarring, zonder verandering, zonder omvorming, U de God boven alles, en om voor mij alles in allen te zijn geworden (1Kor 15,28)… Ik dank U dat U voor mij een licht zonder ondergang bent geworden, zon zonder daling, want U hebt geen plaats waar U Uzelf kunt verbergen, U die vervuld bent met het universum van uw heerlijkheid. Nee, nooit aan niemand hebt U Uzelf verborgen, maar wij zijn het die ons altijd voor U verbergen, door te weigeren om tot U te gaan…
Kom toch, Meester, zet vandaag uw tent op in mij (Joh 1,14); maak voortdurend uw huis en verblijf in mij, uw dienaar, onafgescheiden tot aan het einde, U die zeer goed bent. En dat ik me, bij mijn heengaan uit deze wereld, ook in U terugvindt, O zeer Goede, en met U heers, God die boven alles bent.

www.dagelijksevangelie.org

05-10-14

18e zondag na Pinksteren : Gedachtenis van de Vaders van het zevende oecumenisch concilie

18e zondag na Pinksteren

 

Gedachtenis van de Vaders van het zevende Oecumenisch Concilie (787)

oecumenisch concilie zevende9.gif

 

LEZINGEN :

Eerste Lezing :2 Kor.9,6-11

Bedenk dit: wie karig zaait, zal karig oogsten; wie overvloedig zaait, zal overvloedig oogsten. Laat iedereen geven waartoe hij in zijn hart besloten heeft, zonder tegenzin en zonder dwang, want God houdt van een blijmoedige gever. En God heeft de macht om u met allerlei gaven te overstelpen, zodat u altijd in alle opzichten goed voorzien bent en nog ruimschoots overhoudt voor elk goed werk. Zo staat er ook geschreven: Hij heeft overvloedig gegeven aan de armen, zijn gerechtigheid* zal altijd blijven.      Hij die de zaaier zaad verschaft en brood geeft als voedsel, Hij zal ook u zaad verschaffen, het vermenigvuldigen en uw gerechtigheid rijke vrucht laten opleveren. Zo bent u van alles rijk voorzien om vrijgevig te kunnen zijn, en door onze bemiddeling wordt uw vrijgevigheid weer reden tot dankzegging aan God

Evangelie :Lucas 5,1-11

Roeping van enkele vissers Toen Hij aan het meer van Gennesaret stond en de mensenmenigte zich om Hem verdrong om het woord van God te horen, zag Hij twee boten bij het meer liggen. De vissers waren van boord gegaan en spoelden de netten. Hij stapte in een van die boten, die van Simon, en vroeg hem een eindje van het land af te varen. Hij ging zitten en vanuit de boot gaf Hij de mensen onderricht. Toen Hij uitgesproken was zei Hij tegen Simon: 'Vaar nu het meer op naar diep water. Daar moeten jullie je netten uitwerpen.'  'Meester,' antwoordde Simon, 'de hele nacht hebben we ons al afgetobd zonder iets te vangen. Maar als U het zegt zal ik de netten uitwerpen.' Dat deden ze en ze vingen zo'n massa vis dat hun netten ervan scheurden. Daarom wenkten ze hun maats in de andere boot om hen te komen helpen. Die kwamen, en beide boten vulden ze tot zinkens toe. Toen Simon Petrus dat zag, viel hij op z'n knieën voor Jezus en zei: 'Ga weg van mij, Heer, ik ben een zondig mens.' Want schrik had hem, en allen die bij hem waren, bevangen, vanwege de vissen die ze samen gevangen hadden. Zo verging het ook Jakobus en Johannes, zonen van Zebedeüs, die met Simon samenwerkten. Maar Jezus zei tegen Simon: 'Wees niet bang. Voortaan zul je mensen* vangen.' Ze brachten de boten aan land, lieten* alles achter en volgden Hem.

20:33 Gepost door kris in Lezingen van de zondag | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

19e zondag na Pinksteren : Heb uw vijanden lief.

19e zondag na Pinksteren

'Heb uw vijanden lief !'

 

 

 

 

Eerste Lezing

 2 Kor. 11,31-12,9

 

11 .31 De God en Vader van de Heer Jezus, de God die moet worden geprezen tot in eeuwigheid, weet dat ik niet lieg. 32 Toen ik in Damascus was, liet de stadhouder van koning Aretas de stad afsluiten om mij gevangen te nemen; 33 ik kon alleen aan hem ontkomen doordat ik in een mand door een venster in de muur werd neergelaten.

12 .1 Ik word er wel toe gedwongen hoog van mezelf op te geven. Daarom zal ik, hoewel het geen enkel doel dient, het hebben over visioenen en openbaringen die de Heer ons schenkt. 2 Ik ken een volgeling van Christus die veertien jaar geleden tot in de derde hemel werd weggevoerd – in zijn lichaam of buiten zijn lichaam, dat weet ik niet, dat weet God alleen. 3 Maar ik weet dat deze man – in zijn lichaam of zonder zijn lichaam, dat weet ik niet, dat weet God alleen – 4 werd weggevoerd tot in het paradijs en dat hij daar woorden hoorde die door geen mens mogen worden uitgesproken. 5 Van zo iemand wil ik hoog opgeven. Wat mijzelf betreft zal ik me slechts op mijn zwakheid laten voorstaan. 6 En zelfs al zou ik hoog van mezelf willen opgeven, dan nog zou ik geen dwaas zijn, want ik zou de waarheid spreken. Maar ik zie ervan af, want ik wil worden beoordeeld op grond van wat men van mij hoort en ziet, 7 niet op grond van de uitzonderlijke openbaringen die ik heb gekregen. Om te verhinderen dat ik mezelf zou verheffen, werd mij een doorn in het vlees gestoken: ik word gekweld door een engel van Satan. 8 Ik heb de Heer driemaal gesmeekt mij van hem te bevrijden, 9 maar hij zei: ‘Je hebt niet meer dan mijn genade nodig, want kracht wordt zichtbaar in zwakheid.’ Dus laat ik mij veel liever voorstaan op mijn zwakheid, zodat de kracht van Christus in mij zichtbaar wordt.

 

 

Evangelie :

 Lucas 6,31-36

 

6 .31 Behandel anderen zoals je wilt dat ze jullie behandelen. 32 Is het een verdienste als je liefhebt wie jullie liefhebben? Want ook de zondaars hebben degenen lief die hen liefhebben. 33 En is het een verdienste als je weldaden bewijst aan wie weldaden bewijzen aan jullie? Ook de zondaars handelen zo. 34 En is het een verdienste als je geld leent aan degenen van wie jullie iets terug verwachten? Ook zondaars lenen geld aan zondaars in de verwachting alles terug te krijgen. 35 Nee, heb je vijanden lief, doe goed en leen geld aan anderen zonder iets terug te verwachten; dan zullen jullie rijkelijk worden beloond, en zullen jullie kinderen van de Allerhoogste zijn, want ook hij is goed voor wie ondankbaar en kwaadwillig is.

36 Wees barmhartig zoals jullie Vader barmhartig is

20:27 Gepost door kris in Lezingen van de zondag | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Johannes Chrysostomos : Het lijden van Christus en de daarop volgende verheerlijking


H. Johannes Chrysostomus (ca 345-407), priester te Antiochië daarna bisschop van Constantinopel, Kerkleraar 
Homilie "Vader, als het mogelijk is"; PG 51, 34-35 

 
"Het lijden van Christus en de daarop volgende verheerlijking" (1P 1,11)

 

Bij het naderen van zijn dood, riep de Verlosser uit: “Vader, het uur is gekomen, verheerlijk uw Zoon” (Joh 17,1). Welnu, zijn heerlijkheid was zijn kruis. WaaromPaneel van een deesis,15e eeuw,Kerk van de Kruisverheffing, Drogobytch, Lviv region, Ukraïne.JPG zou Hij dan proberen om te vermijden wat Hij eerder had gevraagd? Dat zijn heerlijkheid het kruis zij, het Evangelie leert het ons door te zeggen: “De Geest was er namelijk nog niet, omdat Jezus nog niet verheerlijkt was” (Joh 7,39). Dit is de betekenis van dat woord: de genade was nog niet gegeven, omdat Christus nog niet op het kruis was verheven om God en de mensen te verzoenen. Het was immers het kruis dat de mensen met God heeft verzoend, dat van de aarde een hemel heeft gemaakt, dat mensen met de engelen heeft verenigd. Het kruis heeft de burcht van de dood omvergeworpen, de macht van de duivel vernietigd, de aarde bevrijd van de dwaling, de fundamenten van de Kerk gelegd. Het kruis is de wil van de Vader, de heerlijkheid van de Zoon en de vreugde van de heilige Geest. Het kruis is de trots van Paulus: “Ik denk er niet aan om mij op iets anders te beroemen dan op het kruis van onze Heer Jezus Christus” (Gal 6,14).

04-10-14

17e zondag na Pinksteren : de kananese vrouw

 

 

17e zondag na Pinksteren

2e na de Kruisverheffing

 

"Van de kananese vrouw"

 

 

Maria Magdalena abab.jpg

 

LEZINGEN :

Eerste lezing :

2 Kor.9,6-16 - 7,1

Is er enig verband tussen de tempel van God en de afgoden? Wij zijn de tempel van de levende God. God heeft zelf gezegd: Ik zal onder hen wonen en met hen omgaan. Ik zal hun God zijn en zij zullen mijn volk zijn. Daarom, ga weg uit hun midden en houd u ver van hen, zegt de Heer, en raak niets aan wat onrein is. Dan zal Ik u genadig aannemen. Ik zal voor u een vader zijn en u zult voor mij zonen en dochters zijn, zegt de Heer, de Albeheerser.

Zulke beloften zijn ons gedaan, geliefden; laten wij ons dus zuiveren van elke smet naar lichaam en geest, en vol ontzag voor God onze heiliging voltooien.

 

Evangelie :

Matth.15,21-28

Jezus en een Kananese vrouw      Jezus ging daar weg en nam de wijk naar het gebied van Tyrus en Sidon. En kijk, een Kananese vrouw uit die streek kwam naar buiten en riep: 'Heb medelijden met mij, Heer, Zoon van David. Mijn dochter is vreselijk bezeten.' Maar Hij gaf haar niet eens antwoord. Zijn leerlingen kwamen naar Hem toe en vroegen Hem: 'Stuur haar weg, want ze roept ons achterna.' Hij antwoordde: 'Ik ben alleen gestuurd naar de verloren schapen van het huis van Israël.' Maar zij kwam naar Hem toe en knielde voor Hem neer en zei: 'Heer, help me.' Hij gaf haar ten antwoord: 'Het is niet goed het brood van de kinderen te nemen en het aan de hondjes te geven.' Maar zij zei: 'Juist, Heer, want wat de hondjes eten, zijn de kruimels die van de tafel van hun baas vallen.' Toen gaf Jezus haar ten antwoord: 'Vrouw, groot is uw vertrouwen. Moge het u vergaan zoals u wenst.' En haar dochter was vanaf dat moment genezen.

10:29 Gepost door kris in Lezingen van de zondag | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

03-10-14

Gregorius Palamas : Ga naar mijn broeders en zusters

H. Gregorius Palamas (1296-1359), monnik, bisschop en theoloog Homilie 20 over de acht evangeliën van Paasmorgen volgens Johannes; PG 151, 265

gregory-palamas.jpg

'Ga naar mijn broeders en zusters"

      De duisternis heerste buiten, het was nog geen dag, maar in deze graftombe was het vol met het licht van de verrijzenis. Maria had dit licht gezien door de genade van God: haar liefde voor Christus werd verlevendigd en ze kreeg het vermogen om engelen te zien… Ze zeiden toen tegen haar: “Vrouw waarom huil je? U ziet de hemel in deze graftombe of liever een hemelse tempel in plaats van een gegraven graf welke een gevangenis is… Waarom huilt u dan?”…
      Buiten was de dag nog weifelachtig, en de Heer laat niet zijn goddelijke straling verschijnen waardoor Hij herkend zou worden in het lijdende hart. Maria herkent Hem daarom niet… Toen Hij sprak en zich liet kennen…, zelfs toen, ook al zag ze Hem levend, had ze geen idee van zijn goddelijke grootheid maar richtte zich tot Hem als tot een eenvoudig mens van God … In het enthousiasme van haar hart, wil ze zich vervolgens op de knieën werpen, en zijn voeten aanraken. Maar Hij zei tegen haar: “Raak Me niet aan…, want dit lichaam dat Ik nu heb is lichter en beweeglijker dan het vuur; het kan naar de hemel opstijgen en zelfs tot bij de Vader komen in de hoogste hemel. Ik ben nog niet naar mijn Vader opgestegen, omdat Ik me nog niet heb getoond aan mijn leerlingen. Ga naar hen; het zijn mijn broeders en zusters, want wij zijn allen kinderen van één Vader” (cf Ga 3,26)…
      De Kerk waarin we ons bevinden is het symbool van die graftombe. Zij is zelfs meer dan een symbool: zij is, om het zo te zeggen, een ander Heilig Graf. Daar bevindt zich de plaats waar men het lichaam van de Meester neerlegt...; daar bevindt zich de heilige tafel. Degene die dus met heel zijn hart naar het goddelijk graf snelt, het ware verblijf van God…, zal op de wijze van de engelen, leren van de woorden uit de geïnspireerde boeken, over de goddelijkheid en de menselijkheid van het vleesgeworden Woord van God. Hij zal zo zonder enige vergissing de Heer zelf zien… Want degene die met geloof naar de mystieke tafel en naar het levensbrood erop kijkt, zal er in werkelijkheid het Woord van God zien dat voor ons vlees geworden is en onder ons is komen wonen (Joh 1,14). En hij zal waardig zijn om Hem te ontvangen, niet alleen ziet hij Hem, maar hij neemt ook deel aan zijn wezen; hij ontvangt Hem in zichzelf opdat Hij er verblijven zal.

Bron : www.dagelijksevangelie.org

30-09-14

interview met Moeder Maria

Interview met abdis Moeder Maria van het Orthodox klooster van Asten (Nederland) in drie delen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

10:30 Gepost door kris in Video | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

25-09-14

16e zondag na Pinksteren : Gelijkenis der talenten

16e zondag na Pinksteren

"Gelijkenis der talenten"

 

Talenten6.jpg

 

 

LEZINGEN :

1e Lezing : 2 Kor.6,1-10

Als zijn medewerkers sporen wij u aan: zorg dat u de genade van God niet tevergeefs hebt ontvangen. Hij zegt immers: Op de gunstige tijd heb Ik u verhoord, op de dag van het heil ben Ik u te hulp gekomen. Nú is het die gunstige tijd, nú is het de dag van het heil. Wij geven absoluut niemand aanstoot, om het dienstwerk niet in diskrediet te brengen. Integendeel, in alle omstandigheden proberen wij ons te gedragen als dienaren van God door het standvastig verduren van moeilijkheden, nood, ellende, slagen, gevangenschap, oproer, zwaar werk, slaapgebrek, te weinig eten; maar ook door zuiverheid, inzicht, geduld, goedheid, door een geest van heiligheid en oprechte liefde, door het woord van de waarheid en de kracht van God. Wij vallen aan en verdedigen ons met de wapens van de gerechtigheid. Eer en smaad, laster en lof zijn ons deel; wij zijn als bedriegers die de waarheid spreken, als onbekenden die iedereen kent, als stervenden die blijven leven, als streng gestraften die niet worden gedood, als treurenden die altijd verheugd zijn, als armen die velen rijk maken, als havelozen die toch alles hebben.

Evangelielezing : Mattheüs 25,14-30 :

Het is als met iemand die naar het buitenland ging. Hij riep zijn slaven bij zich en vertrouwde hun zijn bezit toe. Aan de een gaf hij vijf talenten, aan een ander twee en aan een derde één, overeenkomstig ieders bekwaamheid. En hij vertrok naar het buitenland. Degene die de vijf talenten gekregen had, ging er meteen mee handelen en verdiende er nog vijf bij. Zo verdiende ook die er twee gekregen had er nog twee bij. Maar die er één gekregen had, ging een gat in de grond graven en stopte daar het geld van zijn heer in. Na lange tijd kwam de heer van die slaven terug en hield afrekening met hen. Degene die de vijf talenten gekregen had, kwam naar voren met nog vijf talenten en zei: Vijf talenten, heer, had u me toevertrouwd. Kijk, ik heb er nog vijf talenten bij verdiend. Zijn heer zei tegen hem: "Uitstekend, goede en trouwe slaaf, in het kleine ben je betrouwbaar geweest, over veel zal ik je aanstellen. Kom delen in de vreugde van je heer." Ook degene die de twee talenten gekregen had, kwam naar voren en zei: "Twee talenten, heer, had u me toevertrouwd. Kijk, ik heb er nog twee bijverdiend." Zijn heer zei tegen hem: "Uitstekend, goede en trouwe slaaf, in het kleine ben je betrouwbaar geweest, over veel zal ik je aanstellen. Kom delen in de vreugde van je heer. Ook degene die het ene talent had gekregen, kwam naar voren en zei: "Heer, ik heb u leren kennen als een streng man; u oogst waar u niet hebt gezaaid en u haalt binnen waar u niet hebt uitgestrooid. Uit angst heb ik uw talent in de grond gestopt. Kijk, hier hebt u uw eigendom terug.Maar zijn heer antwoordde hem: "Slechte, lamlendige slaaf, je wist dat ik oogst waar ik niet heb gezaaid en binnenhaal waar ik niet heb uitgestrooid. Je had dus mijn geld op de bank moeten zetten. Dan had ik het bij mijn komst met rente teruggekregen. Neem hem daarom het talent af en geef het aan hem die de tien talenten heeft. Want aan ieder die heeft, zal gegeven worden en wel overvloedig. Maar aan degene die niet heeft, zal zelfs nog ontnomen worden wat hij heeft. Werp die nutteloze slaaf in de uiterste duisternis." Het zal daar een gejammer zijn

17:23 Gepost door kris in Lezingen van de zondag | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

23-09-14

Archiemandriet Zenon : de tweede komst van de Heer

 

 

De tweede komst van de Heer

laatste_oordeel1.jpgLaatste oordeel

 

Het einde van de wereld is een veelvuldig gespreksthema met verwijzing naar de Apocalyps, zonder goed te begrijpen wat er in deze Openbaring staat…In de taal van de Kerk gebruikt men het woord ‘eschatologie’ voor alles wat te maken heeft met het einde van de wereld en de tweede komst van de Heer. Die verwachting getuigt tegenwoordig niet van een zuiver inzicht.

Naar de mening van de Kerkvaders bevinden wij ons altijd in de laatste dagen, ook al zou de wereld nog miljoenen jaren blijven bestaan, want Christus zal ons geen ander Nieuw Testament geven. De eschatologische verwachting was de dynamische dimensie van de Kerk voor de eerste christenen. De eschatologische tekenen waren altijd aanwezig in het bewustzijn van de toenmalige gemeenschap. De apostelen, zo weten wij, waren ervan overtuigd dat ze zelf de wederkomst van de Heer zouden zien. Volgens de H. Simeon de Nieuwe Theoloog, is het Laatste Oordeel al gekomen. Vanaf de verkondiging van het Evangelie, wordt het oordeel aangekondigd sat op het einde van de wereld zal voltrokken worden.

Elke dag bidt de gelovige in het gebed van de Heer, ‘het Onze Vader’ : Uw Rijk kome. Hij bidt voor het einde van de wereld en voor de komst van het Rijk van Christus en, plots, wordt hij bevreesd…Maar als wij leven volgens ons geweten, zal de ontmoeting met Christus altijd een verwachting zijn. Voor de apostelen was de Tweede Komst van de Heer belangrijker dan de eerste. Zij keken er naar uit, omdat zij leefden in hetb perspectief van de neeuwigheid en altijd klaar stonden om, met een zuiver geweten, te verschijnen voor het Laatste Oordeel.

Als wij dag aan dag zouden veranderen wat slecht is in ons leven, zouden wij ongetwijfeld Christus verwachten zoals de eerste christenen het deden. Wie de geboden van Christus onderhoudt hoeft niets te vrezen van de dag waarop de Heerlijkheid van God zich zal openbaren. De Eerste Komst van Christus was bedekt met een sluier van nederigheid. De Tweede komst zal open en klaar gebeuren in volle glorie : iedereen zal zichzelf zien zoals hij is, als hij in de tijd van nu deel heeft aan het nieuwe leven dat in de Kerk reeds aanwezig is.

Wij hebben deel aan het toekomstig leven in de mate van onze huidige deelneming aan dat leven het Koninkrijk dat komt zal op deze aarde gevestigd worden, maar vernieuwd en verheerlijkt door de Geest van God. De Apocalyps eindigt met de woorden : Kom, Heer Jezus ! De eerste christenen verwachten Hem met vreugde, niet met angst.

Archimandriet Zenon, Monnik en iconograaf

21:45 Gepost door kris in theologie | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

21-09-14

heilige Arsenios de Grote

Heiligenleven

De heilige Arsenios de Grote

De heilige Arsenios de Grote was een diaken van de Kerk van Rome en gold als de grootste geleerde in Italië van zijn tijd. Daarom werd hij, toen hij 29 jaar oud was, door keizer Theodosios rond 383 naar Constantinopel geroepen, in de senatorenstand verheven, en tot leraar aangesteld voor zijn zonen Arkadios en Honorios. Hij leefde aan het hof in arsenios 11 juli.jpggrote weelde.

Toen hij zijn taak voltooid had, vroeg Arsenios zich af hoe hij zijn leven verder zou inrichten. Tijdens zijn gebed begon het tot hem door te dringen dat zijn levenswijze weinig innerlijke diepgang bezat. Het was alsof een stem hem toeriep :’Arsenios, vlucht weg van de mensen, dan kun je gered worden’. Arsenios, die zichzelf altijd radicaal had aangepakt aarzelde niet, en hij trok in stilte naar Alexandrië om bij monniken van de Sketis raad te vragen wat hij moest doen.

Uit zijn spraak en manier van doen bleek duidelijk dat Arsenios van hoge stand was, en hij werd dus met nadruk uitgevraagd, waarbij zij zich erop beriepen dat hij vertrouwen in hen moest stellen. Ze besloten raad te gaan vragen bij de beroemde Johannes de Kleine. Aangekomen tegen het einde van de middag in diens cel, besloot deze het uur van de avondmaaltijd te vervroegen omwille der gastvrijheid. De tafel werd gereed gemaakt en de monniken werden uitgenodigd aan te zitten. Maar Johannes verwaardigde  Arsenios met geen blik en hij liet hem staan terwijl zij aten. Halverwege de maaltijd scheen Johannes zich iets te herinneren. Hij nam een brood van tafel en smeet dat ergens op de grond terwijl hij zei : ‘Als je wilt, kun je eten’. Heel gevat viel Arsenios op de ellebogen en knieën en hapte in het brood dat op de grond lag. Toen had Johannes geen verdere proeven meer nodig en hij zei tot de anderen :’Ga nu maar, mijn broeders, met de zegen van de Heer, en bid voor ons. Ik ben ervan overtuigd dat hij een goede monnik wordt’. En toen ze Arsenios vroegen wat hij van de zaak dacht, antwoordde hij dat hij, omdat hij als een hond beschouwd werd, daarom ook maar als een hondje gegeten had.

Arsenios ging voort op deze radicale weg, en omdat hij zo lang in aanzien en luxe geleefd had, legde hij zich op buitengewone wijze toe op deemoed en ascese. Het duurde dan ook niet lang tot Johannes hem rijp oordeelde voor het kluizenaarsleven. Arsenio vestigde zich een twaalftal mijlen verderop, maar toch kwam er telkens bezoek. Toen monniken hem eens vroegen waarom hij zo zwijgzaam was, zei hij dat de intimiteit met God te lijden had van de omgang met mensen.

Zijn celdienaar, Daniël, vertelde van Arsenios dat deze vaak de gehele nacht doorbracht in gebed. En elke zaterdag avond, wanneer de zon in het westen onderging, keerde hij zich naar het Oosten en bad met opgeheven armen tot de opgaande zon hem in het gezicht scheen. Eerst dan zette hij zich neer om wat te rusten. Hij nodigde dan de slaap uit, ‘die slechte dienstknecht’ en viel zittend in slaap, tot hij na een korte tijd terug opstond. Arsenios zei dan ook dat een monnik die werkelijk strijd wilde voeren tegen zijn hartstochten, niet meer dan één uur per dag mocht slapen. Toch moest hij nog steeds strijden tegen de slaperigheid, en soms vroeg hij zijn leerlingen om hem wakker te houden.

Een andere uitspraak van hem luidde : ‘Wanneer we God zoeken, zullen we Hem ontmoeten; en wanneer we erin slagen Hem vast te houden, dan blijft Hij bij ons’. Ook zei hij ; ‘Zet heel uw kracht erop dat het werk in uw binnenste van God uitgaat om zo de uitwendige driften te overwinnen’. Hij verhaalde ook over twee mannen te paard, die een balk dwars tussen zich indroegen en de poort van de stad niet konden binnengaan omdat geen van beiden de ander wilde laten voorgaan. Zo is het ook wanneer wij het juk der gerechtigheid dragen met hoogmoed en onszelf niet willen vernederen. Dan blijven we buiten het Rijk Gods. En wanneer we goede werken verrichten maar tegelijk toegeven aan de boosheid, dan zijn we als iemand die water schept in een bak maar daar een gat in slaagt : het loopt er even snel weer uit als het erin geschept wordt. Door onze boosheid verliezen we ook onze goede werken.

Arsenios zocht herhaalde malen andere oudvaders op om hun raad te vragen. Toen hem eens gevraagd werd wat hij, die zulk een vooraanstaande geleerde was, bij zulke analfabeten te leren had, zei hij dat hij inderdaad bedreven was in grieks en latijn, maar dat hij nog niet toe was aan het abc van zulk een oude monnik. Dikwijls vroeg hij zichzelf hardop af : ‘Arsenios, waarom ben je weggetrokken uit de wereld ?’ om zich te wapenen tegen allerlei verleiding.

Na 56 jaar stierf hij, 95 jaar oud, omringd door zijn meest geliefde leerlingen, te Trojene bij Memphis, in 449.

 

Bron : Heiligenlevens voor elke dag. Uitg. orthodox klooster Den Haag

22:01 Gepost door kris in Heiligenleven | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

1 2 3 4 5 6 7 8 Volgende