09-12-17

genezing van een vrouw op Sabbat

 

 

 Welkom op mijn blog met informatie over de

Orthodoxie. Teksten, bezinningen, theologie

Foto's..........

 

Gezangen uitgevoerd door het koor van de orthodoxe kerk van Gent

 olv. Paul Morreel

 

 

 

 

  De teksten van  de gezangen kunnen teruggevonden worden in de rechter kolom 

start nummer één en ga dan naar de tekst in de rechterkolom.

 

INHOUD VAN MIJN BLOG   (klik)

Om gemakkelijk te vinden wat je zoekt !!

 

genezing op de sabbath

border 23FDS.gif

27 e zondag na Pinksteren

"Genezing op de sabbat van een vrouw

genezing van een vrous op sabbath.jpg

Lezingen

Ef.6,10-17

De wapenrusting van God [10] Ten slotte, zoek uw kracht bij de Heer en zijn almacht. [11] Trek de wapenrusting* van God aan om te kunnen standhouden tegen de listen van de duivel. [12] Want* onze strijd is niet gericht tegen vlees en bloed, maar tegen de heerschappijen, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van deze duisternis* en tegen de geesten van het kwaad in de hemelse* regionen. [13] Grijp daarom naar de wapenrusting van God om weerstand te kunnen bieden op de dag van het kwaad en staande te blijven, strijdend tot het einde. [14] Stel u op, de waarheid als een gordel om uw middel, de gerechtigheid als een pantser om uw borst, [15] de ijver voor het evangelie van de vrede als schoeisel aan uw voeten. [16] Draag steeds het schild van het geloof, waarmee u alle brandende pijlen van het kwaad kunt doven. [17] Draag ook de helm van de redding en het zwaard van de Geest, dat wil zeggen, het woord van God.

Evangelie :

Lucas 13,10-17

Genezing van een kromgebogen vrouw op sabbat [10] Eens gaf Hij op sabbat onderricht in een synagoge. [11] Daar bevond zich een vrouw die al achttien jaar leed onder een geest die haar ziek maakte. Ze liep krom en was niet in staat zich op te richten. [12] Jezus zag haar en sprak haar aan. ‘Vrouw’, zei Hij, ‘u bent van uw kwaal verlost.’ [13] Hij legde haar de handen op en onmiddellijk rechtte ze haar rug, en ze prees God. [14] Geërgerd, omdat Jezus op sabbat iemand genezen had, zei de voorzitter van de synagoge tegen de menigte: ‘Zes dagen zijn er om te werken. Dan kunt u komen om u te laten genezen, niet op sabbat.’ [15] De Heer gaf hem dit antwoord: ‘Huichelaars! Ieder van u maakt toch op sabbat zijn os of ezel los van de voerbak om hem te drinken te geven? [16] Moest deze dochter* van Abraham dan op sabbat niet losgemaakt worden van de boeien waarmee de satan haar al achttien jaar geleden heeft vastgebonden?’ [17] Toen Hij dat zei stonden al zijn tegenstanders beschaamd en verheugde de hele menigte zich over alle prachtige dingen die door Hem tot stand kwamen.

 

tekst bijbel neem mijn juk op.jpg

tekst paoz.jpg

photo_original_96.jpg

07-12-17

Augustinus : Twee vrouwen, twee beelden van ons leven

border heiligen2.gif

H. Augustinus (354-430), bisschop van Hippo (Noord Afrika) en kerkleraar
Sermon 104 ; PL 38, 616

 

augustinus 87.jpg

Augustinus

Twee vrouwen, twee beelden van ons leven

Ik geloof dat u begrijpt dat de twee vrouwen, beiden geliefden van de Heer zijn, beiden Zijn liefde waard zijn en beiden leerlingen zijn..., deze twee vrouwen dus staan voor de twee vormen van leven: het leven in deze wereld en het leven in de komende wereld, het werkende leven en het rustende leven, het leven vol zorgen en het leven in zaligheid, het leven in de tijd en het eeuwige leven.

Twee levens: laten we daarover eens wat langer mediteren.. Beschouw eens waaruit het leven hier bestaat: ik heb het hier niet over een afkeurenswaardig leven..., een losbandig en zondig leven; nee, ik heb het over een werkzaam leven, vol met beproevingen, angsten en verleidingen, dat leven heeft op zich niets strafbaars, dat is het leven dat Martha leidde... Het kwaad was niet in dat huis aanwezig, niet bij Martha en niet bij Maria; als het kwaad er was geweest dan zou de komst van de Heer hem verjaagd hebben. Twee vrouwen dus, leefden daar en ze hebben beiden de Heer ontvangen. Twee achtenswaardige levens, beiden rechtschapen, de een met het werk, de ander in rust... De ene aan het werk, maar vrij van compromitterend gedrag, wat het risico is van een leven dat aan actie onderhevig is; de ander vrij van luiheid, wat het risico is van een vrijetijds leven. Er waren daar twee levens, en de Bron van het Leven zelf...

Het leven van Martha, dat is onze wereld; het leven van Maria, van de wereld die we verwachten. Laten we dit leven rechtschapen leven, om het andere voluit te leven. Wat bezitten we reeds van dat leven?... Juist op dit moment leven we al een beetje van dat leven; ver van de zaken, buiten de familiale zorg, bent u hier verzameld, bent u hier om te luisteren. Als u zich zo gedraagt, lijkt u op Maria. En dat is voor u gemakkelijker dan voor mij, omdat ik nu moet praten. Hetgeen ik zeg, krijg ik van Christus, en dat voedsel is van Christus. Want Hij is het brood voor allen, en daarvoor leef ik in eenheid met u.

www.dagelijksevangelie.org

 

tekst Augustinus.jpg

 

Augustinus TEKST.jpg

christus in het huis van Lazarus Maria en Martha.jpg

Martha en Maria in het huis van Lazarus

06-12-17

heiligenleven

border 67DF.gif

Heiligenleven

De heilige Kevin van Glendalough

 

Kevin of Glendalough.jpg

Heilige Kevin van Glendalough

 

De heilige Kevin (Coemgen), stichter en abt vanhet klooster Glendalough‚ het Twee-merendal in Ierland. Op twaalfjarigeleeftijd was hij toevertrouwd aan de kloosterschool, waar hij gedurende drie jaar een der ijverigste leerlingen was. Daarna diende hij een kluizenaar, om vervolgens de hulp te worden van bisschop Lugid, die hem ook priester wijdde.
Toen deze zag hoezeer Kevin tot gebed geneigd was, raadde hij hem aan een klooster te stichten op een stuk grond van de bisschop. Hij kreeg daar inderdaad verschillende monniken bijeen, maar hij voelde waarschijnlijk dat het bestuur te zeer afhankelijk was van de bisschop, want Kevin ging terug naar zijn eigen streek en bouwde daar zijn voornaamste stichting, Glendalough. Dit moet vóór 549 zijn gebeurd, omdat het bestond eer de heilige Kiëran stierf.
Glendalough was beroemd door zijn school en de schone ligging, en er kwamen vele volgelingen bijeen. Toen hij oud werd, zocht Kevin de eenzaamheid in de verder afgelegen wouden, waar slechts de vogels hem vertrouwelijk gezelschap hielden en op zijn schouders kwamen uitrusten. Hij kreeg nu de gedachte om een grote pelgrimsreis te ondernemen en sprak daarover met een andere kluizenaar. Deze antwoordde hem: “Vogels kunnen niet broeden terwijl ze vliegen”. Kevin aanvaardde de terechtwijzing en keerde terug naar Glendalough‚ dat hij tot verdere ontwikkeling bracht, en van waaruit ook verschillende stichtingen werden gemaakt. Daar is hij ook gestorven, 3 juni 618.

heiligenlevens voor elke dag. Orth.klooster Den Haag

borders2564 (2).jpg

pasen_30.jpg

tekst bijbel psalmen 10.jpg

tekst bijbel Heb uw vijanden lief.jpg

Kallistos Ware TEKST.jpg

 

01-12-17

26e zondag na Pinksteren : genezing van de blinde

border  e5e42.jpg

26e zondag na Pinksteren
Genezing van de blinde van Jericho

 

blinde genezing7.jpg

Genezing van de blinde

Lezingen :

Efesiërs : 5,8-19

8Eens waart gij duisternis, nu zijt gij licht door uw gemeenschap met de Heer. Leeft dan ook als kinderen van het licht, 9en de vrucht van het licht kan alleen maar zijn: goedheid, gerechtigheid, waarheid. 10Tracht te ontdekken wat de Heer behaagt. 11Neemt geen deel aan hun duistere en onvruchtbare praktijken, brengt ze liever aan het licht. 12Wat deze lieden in het geheim doen is te schandelijk om ook maar over te spreken. 13Alles echter wat aan het licht wordt gebracht, komt in het licht tot helderheid. 14En alles wat verhelderd wordt is zelf ‘licht’ geworden. Zo zegt ook de hymne: “Ontwaak, slaper, sta op uit de dood, en Christus’ licht zal over u stralen.” 15Let dus nauwkeurig op hoe ge u gedraagt: als verstandige mensen, niet als dwazen. 16Benut de gunstige gelegenheid, want de tijden zijn slecht. 17Daarom, weest niet onverstandig, maar tracht te begrijpen wat de Heer wil. 18Bedwelmt u niet met wijn, wat tot losbandigheid leidt, maar laat u bezielen door de Geest. 19Spreekt elkander toe in psalmen en hymnen en liederen, ingegeven door de Geest. Zingt en speelt voor de Heer van ganser harte.

Evangelie :

Lucas 18,35-43

Genezing van een blinde bij Jericho [35] Toen Hij in de buurt van Jericho kwam, zat er een blinde langs de weg te bedelen. [36] Die hoorde veel mensen voorbijkomen en vroeg wat er aan de hand was. [37] ‘Jezus de Nazoreeër* komt hierlangs’, vertelden ze hem. [38] Toen riep hij: ‘Jezus, Zoon van David, heb medelijden met mij!’ [39] Degenen die voorop liepen snauwden hem toe dat hij zijn mond moest houden. Maar hij schreeuwde des te harder: ‘Zoon van David, heb medelijden met mij!’ [40] Jezus bleef staan en gaf opdracht om de man bij Hem te brengen. Toen hij voor Hem stond, vroeg Hij : [41] ‘Wat wilt u dat Ik voor u doe?’ Hij zei: ‘Dat ik weer zien kan, Heer.’ [42] ‘Kijk Me aan!’ zei Jezus, ‘uw vertrouwen* is uw redding.’ [43] Meteen kon hij weer zien; en hij volgde Hem terwijl hij God verheerlijkte. Heel het volk zag het en prees God.

 

genezing458.jpg

tekst Titus genade.jpg

8c0da8f90cff991feb3b7aa7b8e9030d.jpg

 

 

Johannes van Damascus

border 51.jpg

Heiligenleven 

De heilige Johannes van Damascus

Johannes van Damascus.jpg

Joh. van Damascus

 


Johannes van Damascus, theoloog en polemist


Johannes van Damascus (of Johannes Damascenus, 676-749) kan wel als de laatste kerkvader worden beschouwd, voordat de Middeleeuwen aanbreken. Zijn omvangrijk oeuvre heeft hier en daar encyclopedische pretenties. Hij zag zichzelf als een origineel denker in de zin dat hij uit de oorspronkelijke bronnen van het christelijke geloof putte. De wat negatieve reputatie van zijn werk louter een encyclopedisch weergave te zijn van wat anderen hebben gedacht, miskent deze betekenis van originaliteit.

Leven

Johannes van Damascus leefde onder de heerschappij van de Omayyaden (651-750), eerst in Damascus en later, vanaf 706, in Palestina, waar hij als monnik leefde , misschien zelfs in het beroemde St. Sabaklooster te Jeruzalem. Als hij niet in dat klooster leefde, dan toch waarschijnlijk in de buurt van Jeruzalem. Damascus was vanaf 651 de hoofdstad van de Omayyaden en de vader van Johannes, die de familienaam Mansoer droeg, werkte zelfs aan het hof van de kalief als financieel raadsman. Het neemt niet weg dat Johannes zelf zeer scherp was over de islam, waar hij waarschijnlijk een grondige kennis van had, in een periode dat de Koran nog maar amper officieel was vastgesteld.
Wie heden ten dage in Damascus komt wordt getroffen door de grote ouderdom van de oude stad, maar vooral door de reusachtige Omayyaden-moskee, een van de oudste bouwwerken van de islam. Deze moskee staat op de plek waar vóór 700 de kerk van Johannes de Doper stond, die zelf weer op de plek was gebouwd van een Romeinse tempel, aan Jupiter gewijd. Het hoofd van Johannes de Doper, oftewel Jahya al-Nabi, wordt als een kostbaar reliek vereerd tot vandaag de dag. Er is geen twijfel aan dat deze reliek uit de kerk afkomstig was. De overname van de kerk door de Omayyaden moet een traumatische ervaring voor de christenen in Damascus zijn geweest, maar opmerkelijk genoeg spreekt Johannes er nergens over. Ook literatuur over Johannes van Damascus gaat zelden op deze kwestie in. Dat Johannes de administratieve post in Damascus verliet om monnik te worden is zeker; wellicht hangt één en ander samen? Inmiddels was ook de taal aan het hof van Grieks naar Arabisch geswitcht.
Behalve monnik is Johannes van Damascus waarschijnlijk ook priester geworden. Hij preekte veel en gloedvol, met als hoogtepunten zijn preken over de maagd Maria ‘op locatie’, namelijk op de Sionsberg in de kerk van de Dormitio, het ontslapen van de moeder Gods.
Zijn werken zijn lastig te dateren en veel aanwijzing voor een chronologie is er niet. Zijn werken over de beeldenverering zullen na 726 zijn geschreven, die over de islam hoeven niet per se uit de vroege periode in Damascus te stammen.
Johannes beschouwt zichzelf als orthodox en als volger van het concilie van Chalcedon, waar Christus als één persoon in twee naturen (goddelijk en menselijk) werd beleden. Dit melkitische christendom volgde het gezag van de Byzantijnse keizer (malka = koning). Johannes richt zich dan ook tegen miafysieten (Christus heeft één natuur) en monotheletisten (dat er slechts één goddelijke wil in Christus is). Hij richt zich fel tegen het dualisme van de manicheeën, maar of die groepering, die we kennen uit Augustinus en uit manichese geschriften zelf zoals de Mani-codex, in de tijd van Johannes van Damascus nog een levende realiteit was, is de vraag.
Johannes bediende zich van drie genres: uiteenzetting van het geloof en verdediging ervan, preken en tenslotte liturgische poëzie. Hij kan gezien worden als representant van het monnikendom in Palestina, hetgeen zijn theologische posities, bijvoorbeeld over het vereren van beelden, groter gezag verlenen. De nabijheid van de heilige plaatsen in Palestina klinkt dan ook door in enkele van zijn werken.

Werken

Het grote werk van Johannes van Damascus, Bron van Wijsheid, valt zelf weer uiteen in drie delen: een filosofisch deel, een deel over de ketterijen en een uiteenzetting van het ware ‘orthodoxe’ geloof.
Het tweede deel, over de ketterijen, is weer een voortzetting van de Medicijnkast (Panarion) van Epifanius van Salamis (4e eeuw). Deze beschouwde elke ketterij als een slang waartegen een tegengif, een medicijn, moest worden gevonden. Toch is het woord ketterij bij Epifanius ietwat verwarrend: hij beschouwt ook Samaritanen, Farizeeërs en allerhande joods-christelijke groeperingen als ‘ketterij’, haeresis. Gaan we nog verder terug, bij de joodse geschiedschrijver Flavius Josefus, dan zien we dat het woord haeresis bij hem gewoon ‘partij’, ‘groepering’, kan betekenen, zoals het Griekse woord hairesis feitelijk ‘keuze’ betekent. Het woord heeft dus duidelijk een ontwikkeling doorgemaakt. Johannes telt maar liefst 100 ketterijen, twintig méér dan Epifanius. Zoals we die bij meerdere kerkvaders terugvinden, was zijn visie op de heilsgeschiedenis dat er sprake was van toenemende afdwaling en versplintering ten opzichte van de ongebroken eenheid van het begin. Historici beargumenteren tegenwoordig – met enig recht – liever het omgekeerde: het Nieuwe Testament was de canonisering van verscheidenheid en hoe meer de kerk in de eeuwen daarna probeert de zaak te consolideren en uniformeren, hoe meer deze verschillen aan het licht treden en dan als ketterij worden gemarginaliseerd, niet altijd met succes overigens.

Johannes van Damascus over de iconenverering

Johannes heeft zich in een kleiner werk expliciet beziggehouden met de kwestie van het iconoclasme, het driedelige apologetische traktaat tegen degenen die de heilige beelden vernietigen. De drie delen lijken eerder drie keer hetzelfde te vertellen dan dat het werkelijk een driedelig betoog betreft. Het is frappant dat deze kwestie van het iconoclasme zich in de kerk aandiende min of meer tegelijkertijd met de opkomst van de islam, die ook uiterst iconoclastisch is, maar precieze verbanden kunnen niet worden aangetoond. De islam lijkt zich vooral tegen het teken van het kruis te hebben gericht, vandaar ook dat de kruisdood van Christus in islamitische bronnen wordt geloochend en dat kruisen op kerken werden verwijderd onder islamitisch bewind. Hoe lag de zaak in het christendom van Johannes? Keizer Leo III verbood rond 700 de icoon van Christus te vereren, maar beeltenissen van de keizer waren ironisch genoeg wel geoorloofd! Johannes pleitte voor de legitimiteit van afbeeldingen en behoort dus tot de zogeheten iconodoelen, vereerders van beelden.
De zaak ligt tot op de dag van vandaag in de oosterse kerken zeer subtiel. Allereerst impliceert het beeldenverbod in de Tien geboden (zie Ex. 20), dat het gaat om gesneden beelden, althans zo kan het verbod worden uitgelegd. Dat zou betekenen dat driedimensionale beelden verboden zijn, maar dat het platte vlak wel mag. God mag echter sowieso nooit worden afgebeeld, anders dan als wolk, vinger of hand. Maar het bijbels beeldenverbod verbiedt ook het afbeelden van alle levende wezens. Het is duidelijk dat zowel Jodendom, christendom als islam hier verschillende interpretaties van laten zien.
Johannes van Damascus ziet in de menswording van God de diepste legitimatie voor het maken van afbeeldingen. Het betreft immers geen afbeeldingen van de onzichtbare God, maar van Christus en de heiligen. Bovendien onderscheidt hij tussen aanbidding en verering. Niets van het geschapene mag worden aanbeden – Origenes zei al dat alles wat zelf bidt, d.i. heel de kosmos, niet kan worden aanbeden – maar beelden mogen wel worden vereerd. Ook kunnen in de bijbel allerhande zaken metaforisch naar God verwijzen: zon, water, licht.
Ook vinden we bij Johannes al de later ook in het Westen vertrouwde gedachte dat afbeeldingen de bijbel van de ongeletterden vormen.
Johannes van Damascus en de Mariaverering
Een andere thematiek waarin Johannes van Damascus een pionier was is de Mariaverering. Hij kan wel de eerste marioloog worden genoemd. Toch was de rol van Maria in het oosters christendom al eeuwen een bron van controverse. We weten immers dat Nestorius weigerde het theotokos, Godbarende, als benaming voor Maria te aanvaarden op het concilie van Efeze in 431. Niet onmogelijk speelden toen al andere zaken mee, die feitelijk altijd rond de Mariaverering zijn blijven zweven: Nestorius vreesde wellicht een vergoddelijking van Maria, waarmee zij als een godin zou worden, waaraan Syrië in die tijd zo rijk was (de godin Cybele, ‘moeder van de goden’). Een curieuze getuige is de Koran die spreekt over een Triniteit bestaande uit God, Jezus en Maria (Soera 5:116), die natuurlijk in alle toonaarden wordt afgewezen. Mogelijk worden hier Marianieten aangeduid die Maria als manifestatie van de Heilige Geest beschouwden.
Inzet van zijn betoog is welk lot Maria heeft ondergaan toen zij ten hemel werd opgenomen. Johannes zegt expliciet dat christenen Maria niet als eeuwig en God beschouwen – dit gericht tegen de pagane godinnencultus –, maar tegelijkertijd verheerlijkt hij Maria die met ziel en lichaam ten hemel is opgenomen en zelfs niet is afgedaald in het dodenrijk zoals Christus.

Johannes van Damascus en de islam

Wij vermoeden dat Johannes een grondige kennis van het Arabisch en de islam bezat, maar goede redenen had om zijn geschrift niet in het Arabisch te publiceren. Zijn familie speelde een belangrijke rol in Damascus: zijn grootvader was financieel gouverneur van Damascus; zijn vader was secretaris van vijf opeenvolgende kaliefen. Het lijkt er op dat de eerste periode van de islamitische Omayyaden in Damascus tolerant en vreedzaam is geweest. Johannes heeft waarschijnlijk zelf ook een rol in de regering gespeeld, voordat hij als monnik naar het klooster van Mar Saba bij Jeruzalem vertrok.
Kalief Yazid II beval in 721 dat de kruisen overal weggebroken moesten worden en de afbeeldingen in de kerk verwijderd. Ook liet deze kalief christelijke pelgrims ter dood brengen alsook christelijke leiders die zich kritisch uitlieten over de islam. Of het vertrek van Johannes naar het klooster te Jeruzalem te maken heeft met spanningen in Damascus tussen moslims en christenen is moeilijk te zeggen, maar is niet onwaarschijnlijk.
In zijn werk Over de ketterijen richt Johannes zich in het slothoofdstuk, de honderdste ketterij, fel tegen de islam. Hij begint al meteen fors: hij ziet de islam als voorloper van de ‘antichrist’. Het duidt erop dat hij de islam niet als een volstrekt andere religie ziet, maar als een nabootsing van het christendom. Ook ziet hij de islam als haeresis (ketterij), een woord dat hij toepast op elke leer die ontkent dat Christus niet werkelijk mens is geworden (Over het orthodoxe geloof IV.26), dus eerder een christelijke ketterij dan een heidense godsdienst. Het feit dat bij al deze benamingen de term ‘moslims’ niet valt, heeft kritische islamologen ertoe gebracht te suggereren dat in deze periode de islam nog geen zelfstandige religie was, maar een (joods-) christelijke groepering met een archaïsche Syrische christologie.
Vervolgens spreekt hij over Ismaëlieten, teruggaand op Ismaël , zoon van Abraham en Hagar, die in Joodse en christelijke bronnen negatiever bejegend worden dan in de bijbel zelf (zie Gen. 21:18, 25:9 en 16). Islamitische bronnen zien Ismaël en Hagar zelfs als dragers van beloften aan Abraham en als stichters van Mekka. Dan gebruikt Johannes nog een betiteling: Saraceen, en hij verbindt er tevens een etymologie aan: ‘Vanuit Sara leeg’ (ek tês Sarras kenous), Sara die Hagar zonder iets heenzond, terwijl een slaaf toch niet ledig heengezonden mag worden.

De Arabische afgoden

Johannes van Damascus beschuldigt de Saracenen, als voorlopers van de moslims, van afgoderij. Dat een periode van afgoderij en onwetendheid (jāhiliyya) aan de islam voorafging is ook de overtuiging van de islam zelf. Het geloof van Ibrahim in Mekka werd later overwoekerd door afgoderij en volgens de traditie door Mohammed hersteld door 360 afgoden bij de Ka’aba te verwoesten. Johannes zegt dus niet met zoveel woorden dat de islam zelf afgoderij is, maar lijkt wel een bedenkelijke voorgeschiedenis te suggereren.
Mohammed zelf heeft volgens Johannes het meeste van christelijke zegslieden overgenomen. Hierbij vallen doorgaans drie namen van ‘ketters’: Arius, Nestorius en Sergius.

Johannes van Damascus en de Koran

Johannes had een gedegen kennis van de Koran. Hij bespreekt bekende passages waar over Gods Woord en Gods Geest wordt gesproken (zoals Sura 3:40 en Sura 66:11). Hij constateert terecht dat de Koran duidelijk de Triniteit en het goddelijk Zoonschap van Jezus verwerpt: ‘Jezus is profeet en een dienaar van God’. De Koran noemt God daarom nooit Vader. Ook citeert Johannes de bekende passage in de Koran waar volgens moslims de kruisdood van Christus wordt ontkend (Sura 4:156-159).
Johannes gaat ook nog op een aantal andere Koranplaatsen in, waarin hij zelfs over kennis van tradities van ná de Koran blijkt te beschikken. Ook is het mogelijk dat in de tijd van Johannes van Damascus de Koran nog niet precies de huidige vorm had, maar uit verschillende geschriften bestond die nog niet waren samengevoegd.

(door Marcel Poorthuis
Uit Lucepedia)

 

 

johannes van Damascus154.jpg

 

johannes van Damascus888.jpg

 

johannes van Damascus658.jpg

 

tekst johannes van Damascus2.jpg

 

tekst bijbel nederlands filippenzen.jpg

 

 

30-11-17

H. Sofrony van Jeruzalem : Zalig de schoot, die U heeft gedragen

borders4.jpg

 

H. Sofrony van Jeruzalem (?-639), monnik, bisschop
Homilie voor de Annunciatie 2 ; PG 87, 3, 3241

 

sofrony of jerusalem.jpg

Sofrony van Jeruzalem

"Zalig de schoot, die U heeft gedragen"

"Wees gegroet Maria, vol van genade, de Heer is met u" (Lc 1,28). Wat is er boven deze vreugde, o Maagd Moeder? Wat gaat er boven deze genade?... Werkelijk "u bent de gezegende onder de vrouwen" (Lc 1,42), omdat u de vloek van Eva omgevormd hebt in zegen; omdat Adam, die eerder vervloekt was, nu door u de zegen gekregen heeft.

Werkelijk "u bent de gezegende onder de vrouwen", omdat dankzij u, de zegen van de Vader over de mensen is gekomen en ze van de oude vloek heeft verlost.

Werkelijk "u bent de gezegende onder de vrouwen", omdat, dankzij u, uw voorouders gered zijn, want u bent het die de Verlosser gaat baren, die ze het heil zal verschaffen.

Werkelijk "u bent de gezegende onder de vrouwen" omdat u, zonder het zaad te hebben ontvangen, deze vrucht hebt gedragen, die de gehele aarde van zegen voorzien heeft, en haar verlost van de vloek waaruit de doornen geboren worden.

Werkelijk "u bent de gezegende onder de vrouwen", omdat door van nature vrouw te zijn, u werkelijk de Moeder van God wordt. Want als degene die u gaat baren werkelijk de vleesgeworden God is, dan wordt u terecht Moeder van God genoemd, aangezien u in volledige waarheid God baart.

www.dagelijksevangelie.org

28-11-17

De triniteitsleer van de Capadocische Vaders

border 729NW.jpg

De triniteitsleer van de Capadocische Vaders

 

 

De fronten

De Cappadociërs situeren hun trinitarische godsconcepties tussen de godsconceptie van Arius / Eunomius en die van Sabellius. Hiermee zijn de fronten tevens gedefinieerd, namelijk het tritheïsme en het modalisme, d.w.z. (1) het bestaan van drie goden en (2) het bestaan van één God die afhankelijk van de situatie een ander masker opzet, namelijk dat van de Vader of van de Zoon of van de heilige Geest.

Het front van het tritheïsme had voor de Cappadociërs de gestalte van het arianisme en het daarvan afgeleide semi-arianisme. Het arianisme kreeg in hun tijd een gezicht in de persoon van Eunomius van Cyzicus (ca. 330-394/96). Hij vertegenwoordigde een radicale variant van het arianisme door te stellen dat er geen enkele gelijkenis bestaat tussen God de Vader en de Zoon. Zijn opvattingen zijn door Basilius en Gregorius van Nyssa nadrukkelijk bestreden in hun boeken Contra Eunomium.

Het semi-arianisme kreeg een gezicht in Eustathius van Sebaste (ca. 300-380). Hoewel Basilius aanvankelijk een vriendschappelijke betrekking met hem onderhield, bekoelde hun vriendschap toen Eustathius voorman werd van de geestbestrijders in Klein-Azië. Geestbestrijders beleden wel de godheid van de Zoon, maar ontkenden dat de heilige Geest als een derde persoon tot de godheid behoorde. Basilius heeft deze opvatting uitvoerig bestreden in zijn traktaat Over de heilige Geest. Tegen het front van het tritheïsme benadrukten de Cappadociërs de gelijkgoddelijkheid van de Vader, de Zoon en de heilige Geest.

Lees meer...

09:42 Gepost in theologie | Permalink | Commentaren (0)

27-11-17

Heiligenleven

border 0909.gif

Heiligenleven

De heilige Hilarius Paus van Rome

Hilarius Paus77.jpg

De heilige Hilarius, paus van Rome, 461-468. Hij was afkomstig van Sardinië maar in het eerste bericht over hem is hij reeds diaken van Rome en afgezant van de heilige paus Leo de Grote op het concilie van Efese. Toen daar de heilige Flavianus veroordeeld werd, omdat de ketterij van Eutyches gesteund werd door keizer Theodosios Il, vertrok Hilarius onder protest. Hij schreef ook naar Pulcheria de moeder van de keizer, maar deze was machteloos tegenover de raadslieden van haar zoon.
Bij zijn terugkeer werd Hilarius aartsdiaken gewijd, en na de dood van Leo de Grote werd hij tot paus gekozen. Hij bestreed de dwaalleer van Eutyches, Nestorios en Dioskoros in het oosten van het Rijk, en versterkte het pauselijk gezag in het westen. Hij riep in Rome een synode bijeen die de praktijk veroordeelde dat bisschoppen hun eigen opvolger aanwezen.

 heiligenlevens voor elke dag. uitg Orth.klooster Den Haag

 

Hilarius van Rome Paus (2).jpg

tekst patriarch Bartholomeus.jpg

tekst maximos de confessor als God liefde is.... (2).jpg

 

25-11-17

Feest van de heilige Aposztel Andreas - parochiefeest

border apostel Andreas.jpg

FEEST VAN DE HEILIGE APOSTEL ANDREAS DE EERSTGEROEPENE DER APOSTELEN,

Patroonheilige van onze Parochie - Feestliturgie voorgegaan door onze Metropoliet Aartsbisschop Athenagoras 

Zondag om 10.00 u

 

 

 

andreas apostel66.jpg

Heilige Apostel Andreas

 

Apostellezing :

1 Kor.4,9-16

Want ons, apostelen, heeft God volgens mij de minste plaats toegewezen, die van ter dood veroordeelden. Wij zijn een schouwspel geworden voor heel de wereld, voor engelen en voor mensen: wij zijn dwaas ter wille van Christus, en u bent zo verstandig in Christus! Wij zijn zwak, u bent sterk; u geëerd, wij geminacht.Tot nu toe lijden wij honger en dorst. Wij zijn naakt en krijgen slaag, wij zijn dakloos en matten ons af om met eigen handen de kost te verdienen. Worden wij uitgescholden, dan zegenen wij; worden wij vervolgd, dan verdragen wij het; op smaad antwoorden wij minzaam. Wij worden nog steeds behandeld als het schuim der aarde, als het uitvaagsel van de maatschappij. Niet om u beschaamd te maken schrijf ik dit, maar om u te vermanen als mijn dierbare kinderen. Misschien hebt u in Christus duizend opvoeders, maar veel vaders hebt u niet. Ik ben het die u door het evangelie in Christus Jezus heb verwekt. Ik mag u dus aansporen: neem een voorbeeld aan mij.

 

Evangelielezing :

Joh.1,35-51

 

De eerste leerlingen De volgende dag was Johannes daar weer; twee van zijn leerlingen waren bij hem. Hij richtte zijn blik op Jezus, die daar langskwam, en zei: 'Daar is het lam van God.' De twee leerlingen gaven gehoor aan zijn woord en volgden Jezus. Jezus keerde zich om, zag dat ze Hem volgden en sprak hen aan: 'Zoeken jullie iets?' Ze zeiden: 'Rabbi (dat betekent: meester), waar houdt U uw verblijf?' Hij antwoordde: 'Kom mee en je zult het zien.' Ze gingen mee, en zagen waar Hij zijn verblijf hield. En ze verbleven die dag bij Hem. Het was ongeveer het tiende uur. Andreas, de broer van Simon Petrus, was een van die twee die naar Johannes hadden geluisterd en Jezus waren gevolgd. De eerste die hij ging opzoeken was zijn broer Simon. 'We hebben de Messias gevonden!' zei hij. (Messias betekent: gezalfde.) Daarop bracht hij hem bij Jezus. Jezus richtte zijn blik op hem en zei: 'Jij* bent Simon, de zoon van Johannes; voortaan zul je Kefas heten.' (Dat betekent: rots).
Jezus roept Filippus en Natanaël De volgende dag, toen Hij besloten had om naar Galilea te gaan, ontmoette Hij Filippus. 'Volg Mij', zei Jezus tegen hem. Filippus was afkomstig uit Betsaïda, de stad waar ook Andreas en Petrus vandaan kwamen. Filippus ging Natanaël opzoeken en zei tegen hem: 'Degene over wie Mozes in de Wet en ook de profeten hebben geschreven, die hebben we gevonden: Jezus, de zoon van Jozef, uit Nazaret.' 'Nazaret?' zei Natanaël. 'Kan daar iets goeds vandaan komen?' Maar Filippus hield vol: 'Kom mee en je zult het zien.' Jezus zag dat Natanaël naar Hem toe kwam en zei over hem: 'Daar heb je een echte Israëliet, in wie geen oneerlijkheid is.' 'Waar kent U mij van?' vroeg Natanaël. Jezus gaf hem ten antwoord: 'Nog voordat Filippus je kwam roepen, toen je onder de vijgenboom* zat, had Ik je al gezien.' 'Rabbi,' zei Natanaël, 'U bent de Zoon van God, U bent de koning van Israël!' Waarop Jezus zei: 'Je gelooft dus omdat Ik zei dat Ik je gezien heb onder de vijgenboom? Je zult nog grotere dingen zien!' En Hij voegde eraan toe: 'Waarachtig, Ik verzeker jullie: je zult zien hoe de hemel* geopend is en Gods engelen opstijgen en neerdalen boven de Mensenzoon.

andreas apostel 8.jpg

 Apostel Andreas

 

Vandaag ook zondag van

" Een rijke jongeman "

 

Rijke en arme.jpg

1 Kor.15,1-11

De opstanding van Christus

Broeders en zusters, ik wijs u nog eens op het evangelie dat ik u heb verkondigd, dat u hebt aanvaard, waarop u gegrondvest bent en waardoor u ook gered wordt, tenminste als u zich houdt aan de bewoordingen waarin ik het u verkondigd heb; anders zou u het geloof zonder nadenken hebben aanvaard. In de eerste plaats heb ik u doorgegeven wat ik zelf als overlevering heb ontvangen, namelijk dat Christus gestorven is voor onze zonden, volgens de Schriften, en dat Hij begraven is, en opgestaan op de derde dag, volgens de Schriften; en dat Hij is verschenen aan Kefas en daarna aan de twaalf. Vervolgens is Hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders tegelijk, van wie de meesten nog in leven zijn; sommigen echter zijn gestorven. Vervolgens is Hij verschenen aan Jakobus, daarna aan alle apostelen. Het laatst van allen, als aan een misgeboorte, is Hij ook verschenen aan míj. Ik ben immers de minste van de apostelen, niet waard om apostel te heten, want ik heb de kerk van God vervolgd. Maar door de genade van God ben ik wat ik ben, en zijn genade voor mij is niet vruchteloos geweest. Ik heb harder gewerkt dan alle anderen; dat wil zeggen, niet ik, maar de genade van God met mij. Maar zij of ik, wat maakt het uit? Dit verkondigen wij, en dit hebt u geloofd.

Evangelie :

Matth.19,16-26

Toen kwam er iemand naar Hem toe die zei: 'Meester, wat voor goeds moet ik doen om het eeuwig leven te krijgen?' Maar Hij zei: 'Waarom stelt u Mij die vraag over het goede? Eén is er goed. Als u het leven wilt binnengaan, houd u dan aan de geboden.' 'Welke?', vroeg hij. Jezus zei daarop: 'Niet doden, geen echtbreuk plegen, niet stelen, niet vals getuigen, uw vader en uw moeder eren, en uw naaste beminnen als uzelf.' De jongeman antwoordde Hem: 'Aan dat alles heb ik mij gehouden. Wat ontbreekt mij nog?' Jezus zei: 'Als u onverdeeld goed wilt zijn, ga dan uw bezit verkopen en geef het aan de armen, en u zult een schat hebben in de hemel. Kom dan terug om Mij te volgen.' Toen de jongeman dat woord hoorde, ging hij verdrietig weg, want hij had veel bezittingen. Tegen zijn leerlingen zei Jezus: 'Ik verzeker jullie, voor een rijke is het moeilijk het koninkrijk der hemelen binnen te gaan. Nog eens zeg Ik jullie: Een kameel komt gemakkelijker door het oog van een naald dan een rijke in het koninkrijk van God.' Toen de leerlingen dat hoorden, schrokken ze vreselijk en zeiden: 'Wie kan er dan nog gered worden?' Jezus keek hen aan en zeide: bij de mensen is dit onmogelijk, maar bij God zijn alle dingen mogelijk.

tekst hebreeen-13-5-2.jpg

tekst bijbel psalm 139 nederlnas.jpg

888ff0e4e62bfcafb14757c0911b1b1e.jpg

1 2 3 4 5 6 7 8 Volgende