20-02-18

Sofrony van Jerusalem : "Ik ben het licht dat in de wereld is gekomen opdat zij die in Mij geloven niet meer in de duisternis verblijft" (Joh 12,46)

 

 

Welkom op mijn blog met informatie over de

Orthodoxie. Teksten, bezinningen, theologie

Foto's..........

 

Gezangen uitgevoerd door het koor van de orthodoxe kerk van Gent

 olv. Paul Morreel

 

 

 

 

  De teksten van  de gezangen kunnen teruggevonden worden in de rechter kolom 

start nummer één en ga dan naar de tekst in de rechterkolom.

 

INHOUD VAN MIJN BLOG   (klik)

Om gemakkelijk te vinden wat je zoekt !!

 

(Vastengebed van Efrem de syriër)

 

Heer en Meester van mijn leven,

Bewaar mij voor de geest van traagheid,

Moedeloosheid, heerszucht en ijdel gepraat.

 

borders8.jpg

 Maar schenk mij; uw dienaar,

Een geest van ingetogenheid,

Nederigheid, geduld en liefde.

 

border met kruisje.jpg

 

Ja, Heer en Koning,

Doe mij mijn eigen fouten zien

En niet mijn broeder veroordelen,

Want Gij zijt gezegend

In de eeuwen der eeuwen Amen.

 

 

tekst efrem de syrier 96.jpg

 

Sofrony van Jerusalem : "Ik ben het licht dat in de wereld is gekomen opdat zij die in Mij geloven niet meer in de duisternis verblijft" (Joh 12,46)

border q3q2 (2).jpg

H. Sofrony van Jeruzalem (?-639)
monnik, bisschop
Homilie voor het feest van het licht ; PG 87c, 3291

 

sofrony van Jerusalem.jpg

Sofrony van Jerusalem

"Ik ben het licht dat in de wereld is gekomen opdat zij die in Mij geloven niet meer in de duisternis verblijft" (Joh 12,46)

 

Laten wij allen, die Christus vol vuur eren en aanbidden, Hem tegemoet gaan, en laten we met heel ons hart naar Hem gaan. Dat allen zonder uitzondering deelnemen aan deze ontmoeting, dat iedereen er zijn licht heenbrengt. Als onze kaarsen stralen, is dat in de eerste plaats om de goddelijke schittering van Degene die komt, te tonen, Degene die het heelal doet schitteren en doet verdrinken in een eeuwig licht, dat de schaduwen van het kwaad wegduwt. Het is vooral ook om het stralen van onze ziel te laten zien, als we zelf Christus tegemoet moeten gaan. Evenals de Moeder Gods, de zuivere Maagd, immers het ware licht in haar armen heeft gedragen om hen te ontmoeten die “zich in duisternis bevinden” (Jes 9,1;Lc 1,79), laten wij ons zo eveneens verlichten door zijn stralen, laten we ons haasten om Christus te ontmoeten en een zichtbaar licht voor allen in handen houden.
Het is duidelijk: “het licht is in de wereld gekomen” (Joh 1,9) en heeft de wereld verlicht terwijl deze in de duisternis baadde; aangezien “de rijzende Zon ons van uit den hoge komt bezoeken” (Luc 1,78) is dat mysterie het onze… Laten we ons dan samen haasten, om allen God te ontmoeten… Laten we er allen door verlicht worden, broeders en zusters, laten we allen stralend zijn. Dat niemand als een vreemdeling onder ons buiten het licht blijft; dat niemand aandringt om in de nacht te blijven ondergedompeld. Laten we liever naar het licht lopen; om Hem verlicht tegemoet te gaan en ontvangen we met de oude Simeon dat heerlijke en eeuwige licht. Laten we jubelen met heel ons hart en laten we een danklied zingen voor God, Vader van het licht (Jac 1,17), die ons het ware licht heeft gestuurd om ons uit de duisternis te trekken en ons stralend te maken.
Het heil van God, “dat Hij voor het aanschijn van alle mensen heeft bereid” en dat Hij voor ons de glorie voor uw volk, het nieuwe Israël heeft geopenbaard, toen we Hem hebben aanschouwd (Luc 2,30v), dankzij Christus. En weldra waren we bevrijd uit de nacht van onze zonde, zoals Simeon bevrijd werd uit de bindingen met het huidige leven, door Christus te schouwen.

www.dagelijksevangelie.org

vastengebed  efrem.jpg

chrysostomos vasten.jpg

tekst vasten vasten.jpg

Poimen 1.jpg

17-02-18

Begiçn van de vastentijd

border0235.jpg

 

Begin van de Grote Vasten

Zondag van de verbanning van Adam en Eva uit het Paradijs

VERGEVINGSZONDAG

 

9ac487210a37e84663ab1f9a7501861ageschiedenis van adam en eva.jpg

 

LEZINGEN

Romeinen : 13,11-14,4:

Waakzaam zijn
U weet trouwens hoe laat het is, u weet dat het uu om uit de slaap te ontwaken reeds is aangebroken. Nu is onze redding dichterbij dan toen wij tot het geloof kwamen. De nacht loopt ten einde, de dag breekt aan. Laten wij ons dus ontdoen van de werken van de duisternis en ons toerusten met de wapens van het licht. Laten wij ons behoorlijk gedragen, als op klaarlichte dag, en ons onthouden van zwelgpartijen en drinkgelagen, van ontucht en losbandigheid, van twist en nijd. Bekleed u met de Heer Jezus Christus, en vertroetel uw lichaam niet; er mogen geen begeerten worden opgewekt.
Hoofdstuk 14
Verdraagzaam zijn
Aanvaard ieder die zwak is in het geloof, zonder zijn opvattingen te betwisten. De een is ervan overtuigd dat hij alles mag eten, terwijl een zwakke alleen maar plantaardig voedsel eet. Wie vlees eet, moet iemand die dat niet doet, niet minachten; en wie geen vlees eet, moet iemand die dat wel doet, niet veroordelen; God zelf heeft die ander immers als de zijne aanvaard. Wie ben jij, dat je jezelf een oordeel aanmatigt over de knecht van een ander? Of hij staat of valt, gaat alleen zijn heer aan. Hij zal trouwens staande blijven, want zijn heer is bij machte hem staande te houden.

Evangelie :

Mattheüs 6,14-21:

Want als jullie de mensen hun overtredingen vergeven, zal je hemelse Vader ook jullie vergeven. Maar als jullie de mensen niet vergeven, zal je Vader jullie overtredingen ook niet vergeven.
Wanneer je vast, zet dan geen somber gezicht zoals de schijnheiligen, want zij vertrekken hun gezicht om met hun vasten op te vallen bij de mensen. Ik verzeker jullie, ze hebben hun loon al. Maar als jij vast, zalf dan je hoofd en was je gezicht, opdat het bij de mensen niet opvalt dat je vast, maar wel bij je Vader, die in het verborgene is; en je Vader, die in het verborgene ziet, zal het je lonen.
Maak je geen zorgen!
Verzamel geen schatten op aarde, waar mot of houtworm ze aantast, en waar dieven inbreken om ze te stelen. Maar verzamel schatten in de hemel, waar mot noch houtworm ze aantasten, en waar geen dieven inbreken om ze te stelen. Want waar je schat is, daar zal ook je hart zijn.

adam_en_eva_xl.jpg

adam en eva2.jpg

1-Joh-217-230x230.jpg

15-02-18

Beda de eerbiedwaardige : U moet Hem Jezus noemen

border ràç!.gif

H. Beda de Eerbiedwaardige (ca 673-735)
monnik, kerkleraar
Homilie 5 ; CCL 122,36

 

 

"U moet Hem Jezus noemen"

 

Beda2.jpgIn het Hebreeuws betekent “Jezus”, “heil” of “Verlosser”, een naam die voor de profeten verwees naar een zeer specifieke roeping. Vandaar deze woorden die met een groot verlangen om Hem te zien, zijn gezongen: “Mijn ziel juicht in de Heer, jubelt in zijn verlossing. Smachtend ziet mijn ziel uit naar uw redding” (Ps 12,6; 35,9; 118,81). “Ik echter, ik verheug mij in de Heer, ik jubel om de God mijn Redder” (Hab 3,18). En vooral “Mijn God, in uw naam, red mij” (Ps 55,3). Het is alsof men zei: “U die zich Redder noemt, door mij te verlossen wordt de heerlijkheid van uw Naam getoond”. Dus de naam van de Zoon, die geboren is uit de maagd Maria, is Jezus, volgens de uitleg van de engel: “Hij zal zijn volk van hun zonden verlossen”...
Het woord “Christus” verwijst naar de priesterlijke of koninklijke waardigheid. De priesters en koningen waren immers “gezalfden”, dat wil zeggen gezalfd met het heilig olie; daardoor waren ze tekenen van Degene die, in de wereld verschijnend als de ware koning en de ware priester, de zalving heeft ontvangen van “de vreugdeolie boven al zijn metgezellen” (Ps 45,8). Door deze zalving wordt Hij Christus genoemd, en worden zij, die deel hebben aan dezelfde zalving en van de geestelijke genade, christenen genoemd worden. Dat Hij ons, door zijn naam Verlosser, mag verlossen van onze zonden! Dat Hij ons, door zijn zalving als Hogepriester, mag verzoenen met God de Vader. Dat Hij ons, door zijn zalving als koning, het eeuwige koninkrijk van zijn Vader mag geven.

www.dagelijksevangelie.org

optreden van jezus 8.jpg

tekst Isaak de Syrier.jpg

tekst vasten Palamas.jpg

tekst aanwezigheid van God.jpg

tekst Chrysostomos123.jpg

heilige aartsvader Jozef

border 2.jpg

Heiligenleven

De heilige Aartsvader Jozef

josef%20wordt%20door%20zijn%20broeders-650aartsvader.jpg

De heilige Jozef de aartsvader, de 11e van de 12 zonen van Jakob. Zijn romantisch levensverhaal wordt uitvoerig beschreven in het Oude Testament (Gen. 37-50). Hij was de zoon van Rachel, de eerste liefde van Jakob, en werd door hem voorgetrokken boven de anderen. De jaloerse broers beraamden een moordaanslag op hem, maar in plaats daarvan verkochten zij hem als slaaf naar Egypte. Door zijn profetische gaven kreeg hij geweldige invloed, en hij steeg van veroordeeld gevangene tot rechterhand van Farao, waarbij hij tijdens een grote hongersnood heel het land in het bezit van de Farao bracht.
Uitvoerig wordt verhaald hoe Jozef handelde met zijn broers, en hoe heel de Joodse stam zich vestigde in Egypte. Eerst werden zij daar ontvangen als redder in de nood, maar toen hun stam daar floreerde werden zij tijdens volgende geslachten behandeld als gastarbeider en verzonken zij in slavernij. Met hun redding door de hand van Mozes begon de heilsgeschiedenis duidelijk zichtbaar te worden.
Jozef stierf rond het jaar 1700 vóór Christus, hij was toen 110 jaar oud, en zijn gebeente werd meegenomen op de tocht naar het Beloofde Land.

bron : heiligen voor elke dag - orth.klooster Den Haag

tekst2223.jpg

st.John Chrysostom.jpg

tekst bijbel19.jpg

1-Petrus-56-230x230.jpg

tekst Basilios de Grote7.jpg

09-02-18

zondag van het laatste oordeel

border 07.jpg

Derde zondag van de voorvasten.

Zondag van het Laatste Oordeel

 

laatste oordeel 50.jpg

 het laatste oordeel

1 Kor.8,8-9,2

Eten van offervlees

Wat nu het offervlees betreft: ‘Wij allen bezitten de gave van de kennis’, maar kennis alleen leidt tot eigenwaan; het is de liefde die opbouwt. Als iemand kennis meent te bezitten, weet hij nog niet op de juiste wijze te kennen. Maar wie God liefheeft, die wordt door Hem gekend. Wat dus het eten van offervlees betreft: wij weten dat er in de hele wereld geen afgod bestaat en dat er geen God is behalve de Ene. Want ook al zijn er zogenaamde goden, hetzij in de hemel, hetzij op aarde – en in deze zin zijn er vele goden en heren – toch is er voor ons maar één God, de Vader, uit wie alles voortkomt en voor wie wij bestemd zijn, en één Heer, Jezus Christus, door wie alles er is, en door wie wij leven.
Maar niet allen bezitten die kennis. Sommige mensen waren tot voor kort nog zo gewend aan afgoderij, dat ze vlees dat aan goden is geofferd, nog altijd als zodanig beschouwen; en hun geweten, zwak als het is, wordt erdoor besmet als zij het eten. Voedsel brengt ons niet dichter bij God; wij verliezen er niets bij als wij het niet eten, en als wij het wel eten, worden wij er niet beter van. Maar zorg ervoor dat uw vrijheid van handelen de zwakken geen aanstoot geeft. Als zo iemand u, die daar geestelijk boven staat, in een afgodstempel aan een maaltijd ziet deelnemen, zal hij er dan, met zijn zwakke geweten, niet toe aangezet worden om ook offervlees te gaan eten? Dan gaat ten gevolge van uw beter inzicht de zwakke verloren, een broeder voor wie Christus is gestorven. Door zo te zondigen tegen de broeders, en hun angstvallige geweten te kwetsen, zondigt u tegen Christus. Daarom, als mijn voedsel aanstoot geeft aan mijn broeder, zal ik in eeuwigheid geen vlees meer eten, want ik wil mijn broeder geen aanstoot geven.

Het voorbeeld van Paulus
Ben ik geen vrij man? Ben ik geen apostel en heb ik Jezus onze Heer niet gezien? En u bent toch mijn werk in de Heer? Al ben ik voor anderen geen apostel, voor u toch zeker wel; want u bent in de Heer het waarmerk van mijn apostelschap.

 

Evangelie :

Mattheüs 25,31-46 :

Het oordeel van de Mensenzoon
Wanneer de Mensenzoon komt, bekleed met zijn heerlijkheid en rondom Hem alle engelen, dan zal Hij plaatsnemen op de troon van zijn heerlijkheid. Alle volkeren zullen vóór Hem bijeengebracht worden, en Hij zal ze van elkaar scheiden, zoals een herder de schapen van de bokken scheidt. De schapen zal Hij aan zijn rechterhand opstellen, de bokken aan zijn linkerhand. Dan zal de koning tegen hen die aan zijn rechterhand staan zeggen: “Kom, gezegenden van mijn Vader, neem het koninkrijk in bezit dat vanaf het begin van de schepping voor jullie klaar ligt. Want Ik had honger en jullie hebben Me te eten gegeven, Ik had dorst en jullie hebben Me te drinken gegeven, Ik was vreemdeling en jullie hebben Me opgenomen. Ik was naakt en jullie hebben Me gekleed, Ik was ziek en jullie hebben naar Me omgezien, Ik zat in de gevangenis en jullie kwamen naar Me toe.” Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden: “Heer, wanneer hebben we U hongerig gezien en U te eten gegeven, of dorstig en U te drinken gegeven? Wanneer hebben we U als vreemdeling gezien en U opgenomen, of naakt en hebben we U gekleed? Wanneer hebben we U ziek of in de gevangenis gezien en zijn we naar U toe gekomen?” De koning zal hun antwoorden: “Ik verzeker jullie, alles wat je voor één van deze minste broeders van Mij hebt gedaan, heb je voor Mij gedaan.” Dan zal Hij zich ook richten tot hen die aan zijn linkerhand staan en tegen hen zal Hij zeggen: “Ga weg van Mij, vervloekten, naar het eeuwige vuur, dat aangelegd is voor de duivel en zijn engelen. Want Ik had honger en jullie hebben Me niet te eten gegeven, Ik had dorst en jullie hebben Me niet te drinken gegeven, Ik was vreemdeling en jullie hebben Me niet opgenomen, Ik was naakt en jullie hebben Me niet gekleed, Ik was ziek en zat in de gevangenis en jullie hebben niet naar Me omgezien.” Dan zullen ook zij antwoorden: “Heer, wanneer hebben we U hongerig gezien of dorstig of als vreemdeling of naakt of ziek of in de gevangenis en hebben we U niet geholpen?” Dan zal Hij hun antwoorden: “Ik verzeker jullie, alles wat je niet voor één van deze minsten hebt gedaan, heb je ook niet voor Mij gedaan.” Zij zullen naar de eeuwige straf gaan, maar de rechtvaardigen naar het eeuwig leven.’

border laatste oordeel.gif

 

tekst247.jpg

tekst engels porfyrios.jpg

korreltjezand.jpg

07-02-18

Clemens van Alexandrië : Johannes nodigt ons uit tot het heil

H. Clemens van Alexandrië (150- ca 215)
theoloog
Protreptiek H.1

 

clemens van alexandrie.jpg

Clemens van Alexandrië

Johannes nodigt ons uit tot het heil

 

Is het niet vreemd, vrienden, dat God ons altijd aanspoort tot de deugd, en dat wij ons aan deze redding, die ons heil zal brengen, onttrekken? Nodigt Johannes ons niet uit tot het heil, is hij niet een stem die ons aanspoort? Laten we hem dus vragen: "Wie bent u en waar komt u vandaan?" Hij zal zeggen dat hij Elia niet is en zal ontkennen dat hij de Christus is, maar hij zal toegeven dat hij een stem is die roept in de woestijn (Joh 1,20v). Wie is Johannes dan? Als u het me toestaat, zal ik een beeld gebruiken: een stem van het Woord van God die ons aanspoort, door in de woestijn te roepen: "Maak de weg van de Heer gereed, maak recht zijn paden" (Mc 1,3). Johannes is een voorloper en zijn stem is de voorloper van het Woord van God, een stem die ons aanmoedigt en het heil voorbereidt, een stem die ons aanspoort om de erfenis van de hemel te zoeken.
Dankzij die stem zal "de onvruchtbare en eenzame vrouw nooit meer zonder kinderen zijn" (Jes 54,1). Deze zwangerschap werd verkondigd door de stem van de engel; die stem was, evenals Johannes in de eenzaamheid van de woestijn, ook een voorloper van de Heer; deze stem van de engel bracht het goede nieuws aan de vrouw die niet gebaard had (Lc 1,19). Door deze stem van het Woord baart de onvruchtbare vrouw in vreugde en draagt de woestijn vruchten. Deze twee stemmen van de voorlopers van de Heer, van de engel en van Johannes, vertellen me het verborgen heil in hen, zodat na de verschijning van het Woord, wij de vrucht van vruchtbaarheid plukken: het eeuwig leven.

Bron : www.dagelijksevangelie.org

 

 

06-02-18

Johannes van Kronstadt

border 1F1F.jpg

Heiligenleven

De heilige Johannes van Kronstadt

johannes van Krohnstadt1.jpg

De heilige Johannes van Kronstadt, die leefde van 19 oktober 1829 tot 20 december 1908. Hij was de zoon van een koster van een dorpje in het hoge noorden van Rusland, district Archangelsk, en werd zo van kind af in de kerk opgevoed. De hyperintelligente jongen had in het begin grote moeilijkheden op school, maar als een gebedsverhoring begreep hij plotseling het schoolsysteem en vanaf dat ogenblik was hij zulk een briljante leerling dat hij een beurs kreeg om te gaan studeren aan de theologische academie van Sint-Petersburg.
Bij zijn studie interesseerde hij zich voor alle wetenschappen en hij las wat hij maar in handen kon krijgen. Maar eveneens besteedde hij een groot deel van zijn tijd aan persoonlijk gebed, liefst eenzaam lopend in de natuur. Toen zijn vader gestorven was, nam hij een betrekking aan als secretaris om zijn moeder bij te staan in de zorg voor het gezin. Hij moest in het gebed hevig strijden om zich los te maken uit de wanhoop om hun treurige levensomstandigheden, en zich steeds vast te houden aan het geloof in Gods leiding en daarover verheugd te zijn. Die diepe droefheid zag hij als een afval van God en de dood van het hart.
Hij gaf ook zijn droom op om missionaris te worden in China: hij kreeg een open oog voor de veelsoortige ellende in de eigen omgeving, vooral in de oorlogshaven Kronstadt, waar hij gehuwd was met de dochter van de aartspriester van de kathedraal. Hij zou missionaris worden in zijn eigen land waar zoveel armoede heerste en moreel verval.
Daarnaast had Johannes nog een ideaal van monastiek leven en hij had met zijn vrouw afgesproken dat zij als broer en zus zouden leven, zonder echtelijke betrekkingen. Op 12 november 1855 werd hij priester gewijd. Als levensprogram had hij: voortdurende overdenking van de Heilige Schrift, een lange nachtwake met Jezusgebed, en het dagelijks vieren van de Goddelijke Liturgie, die hij boven alles stelde. Daarbij ging hij voortdurend op huisbezoek bij de armste gezinnen: hij liefkoosde de kinderen, had vriendelijke woorden voor de ouders, droeg zorg voor de zieken en schonk weg wat hij had. Vaak kwam hij zonder schoenen of jas thuis. Hij maakte geen onderscheid, kwam bij iedereen, oordeelde niemand maar bad en vertelde over Christus. Over dit ongebruikelijk gedrag kwam natuurlijk veel kritiek los die hem grote moeilijkheden bezorgde, maar bij veel anderen oogstte hij bewondering en medewerking zodat hij een groot werkhuis kon stichten, met kerk, scholen, nacht-asiel, en werkplaatsen, waar duizenden werklozen hun menselijke waardigheid terugvonden. Gedurende 32 jaar gaf hij ook les op de scholen, waarbij hij zich vooral erop richtte de kinderen ontvankelijk te maken voor de schoonheid van Gods wereld en om in elkaar de icoon van God te zien.
In de tweede helft van zijn leven veranderden de verhoudingen. De kracht van zijn liefde was zo groot en stralend geworden dat het niet meer nodig was dat hij naar de mensen kwam: het Russische volk wendde zich onweerhoudbaar tot hem, in hele menigten. Ook geld stroomde binnen en daarmee had hij voortdurend voedsel voor een duizendtal, telkens wisselende, armen, en bouwde hij veel kloosters en kerken.
Vader Johannes stond op om 3 uur in de nacht. Hij ging in de vroege ochtend naar de kerk, die reeds geheel gevuld was met volk voor de Metten. Grote manden met broden en prosforas werden binnengebracht voor de voorbereiding van de Gaven voor de Heilige Liturgie, vergezeld van ontelbare gedachtenisbriefjes met eindeloze rijen namen. Vader Johannes hief ze gezamenlijk op naar God en in zijn vurig gebed voelde ieder zich aangesproken of hij persoonlijk voor hem of haar had gebeden. Het opdragen van de Heilige Liturgie was indrukwekkend plechtig. Hij stond bij het Altaar zichtbaar voor de troon van de Allerhoogste God, en zijn woorden drongen diep door in het hart. Bij de heilige Communie was hij zo door ontroering gegrepen dat de tranen hem over het gezicht vloeiden.
Hij bezat in hoge mate de gave van het woord en in zijn preken wekte hij de gelovigen op tot veelvuldig communiceren om in nauwer contact te komen met God. Dit was in die tijd, toen men gewoonlijk maar eenmaal per jaar communiceerde, iets heel uitzonderlijks. Daar het met zulk een menigte niet mogelijk was ieders persoonlijke biecht te horen, kwam het gebruik tot stand dat ieder luidop zijn zonden beleed, ten aanhoren van de omstanders waarna Vader Johannes een gemeenschappelijk absolutiegebed uitsprak.
Maar de mensen kwamen, behalve voor het luisteren naar de woorden van Vader Johannes, ook om de wonderen te zien die vaak gebeurden. Het was of de tijd van Christus teruggekomen was. Zieken werden genezen, zowel zij die bij hem gebracht werden als anderen voor wie men zijn hulp kwam vragen. Blinden werden weer ziende; sinds jaren verlamden kwamen weer op de been; anderen genazen van een diepe depressie, hoewel zij reeds in een inrichting waren opgeborgen; levens die door alcoholmisbruik verwoest waren, werden weer in goede banen geleid; uit bezetenen werd de duivel uitgedreven en zij waren blijvend verlost. Dit gebeurde in de kerk maar ook overal waar Batoesjka, Vadertje, Johannes zich op straat vertoonde.
Op deze wijze duurde het tot de middag eer hij thuiskwam uit de kerk. Daarna ontving hij de mensen die zijn gebeden kwamen vragen en maakte hij een rondgang door de verschillende bedrijven en scholen, waarna hij pas laat in de nacht thuiskwam. En heel dit zo bezige leven was doordrenkt met zijn voortdurend gebed. Tegen het einde van zijn leven werd hij hevig gekweld door verschillende ziektes, maar dit veranderde niets aan zijn innerlijke houding. En zo is hij gestorven, omringd door de verering van het gelovige volk. En hij wordt nog steeds vereerd door het Russische volk dat hem een bijzondere liefde toedraagt.
Veel preken van de heilige Johannes van Kronstadt zijn uitgegeven, maar zijn blijvende waarde ligt vooral in wat hij over het gebed geschreven heeft in zijn geestelijk dagboek: “Mijn leven in Christus” dat in veel talen is vertaald. Terwijl de meeste boeken over het gebed op min of meer specialistische wijze de etappes beschrijven van het mystiek gebed, schrijft de heilige Johannes over het gewone, alledaagse christen-gebed, dat hij zelf op zulk een weergaloze wijze praktiseerde en dat ook van buitengewoon praktische aard is: iets dat we met twee handen kunnen vastgrijpen en dat toch heel diep gaat. Enkele voorbeelden:
Bidden, dat is het stoutmoedige gesprek van het schepsel met zijn Schepper: De ziel moet met eerbied voor Hem staan als voor de Koning, voor het Leven zelf aan Wie alles het leven te danken heeft, met veronachtzaming van alles wat er rond ons ligt.
De Heer is immers zo nabij aan ieder van ons wanneer we naar Zijn wil leven. Hij is ons zo nabij dat ons hart en ons lichaam de tempel zijn van de Heilige Geest... Daarom zijn wij in staat te bidden, overal in elke plaats...
Wanneer we bidden dan is God er voor ons alleen: de God in Drie Personen en niemand anders. Doordring jezelf ervan dat God in de wereld is zoals de ziel is in het lichaam ofschoon Hij oneindig groter is dan de wereld. Jouw kleine lichaam is vervuld van jouw kleine ziel maar God, de oneindig grote God, vervult het heelal...
God weet en kent alles wat je nodig hebt maar het gebed is nodig om onze eigen ziel te reinigen en te verwarmen. Het doet ons goed in de zonneschijn te staan, die schenkt warmte en licht wanneer wij in het gebed staan voor God, onze geestelijke Zon, dan worden we verwarmd en verlicht. Het is eigenlijk niet nodig dat we God vertellen wat we nodig hebben, Hij weet dat beter dan wij, maar Hij gebruikt onze nood als middel dat wij ons tot Hem wenden...
Waarom moeten we langdurig bidden? Om langzamerhand ons koude hart te verwarmen, dat zo hard is geworden door onze trots. Het is toch vanzelfsprekend dat wanneer we ons hart zo langdurig hebben verhard het niet zomaar ineens doordrongen kan worden met de warmte van het geloof en de liefde tot God? Natuurlijk is daar ingespannen moeite voor nodig en telkens weer onze tijd, zoals ook Christus zegt: Het Koninkrijk der hemelen lijdt geweld, de geweldenaars nemen het in....
In het gebed gaat het vooral om een levendig, helder geloof in de Heer; dat we Hem onszelf levendig voor ogen stellen voor ons en in ons... Gebed is gegrond op geloof. Ik geloof dat er een God bestaat voor Wie ik mijn gebed neerleg: Dat er een Almachtig iemand is, Die alle schepsels vasthoudt in de palm van Zijn hand ..
Ik vertrouw erop dat mijn gebed Hem bereikt, dat het rechtstreeks van mijn hart opstijgt naar Zijn oor: Wanneer een kind een brief schrijft aan een van zijn ouders dan is het er zeker van dat die leeft, dat die interesse heeft voor wat het schrijft en erop reageren zal...
Gebed ademt hoop; een gebed zonder hoop is een zondig gebed ... Soms schrijnt het ons toe dat onze woorden alleen maar wat beweging zijn van de lucht. Dan moeten we eraan vasthouden dat God ons verstaat wanneer wij bidden, juist zoals wij onszelf verstaan: wij zijn immers Zijn icoon! De Heer beantwoordt aan elk verlangen van ons hart of we dat nu in woorden uitdrukken of niet...
Wanneer de vijand mij in het nauw drijft door zondige gedachten en gevoelens, en ik daar niet tegen opgewassen ben, dan houd ik mijn geloof vast en maak telkens weer het kruisteken en dan verdwijnt de vijand...
Het gebed is een teken van de grote waardigheid die de Schepper mij verleent ik ben niets, ik heb niets; ik moet alles krijgen van God en tegelijk ben ik een icoon van God, ja ik word tot God gemaakt ...
Waarom verveelt het bidden ons zo snel? Omdat wij ons Hem niet levendig genoeg voor ogen stellen. Want dan zouden we er niet genoeg van krijgen, al stonden we een hele nacht in gebed ...
Men wil ons wijsmaken dat het geen zin heeft te bidden wanneer we daar niet voor in de stemming zijn. Maar wanneer we daarop zouden moeten wachten, zouden we nooit tot gebed komen, want zo gemakzuchtig zijn we wel. Het Koninkrijk der hemelen lijdt geweld. Je kunt niet aan je redding werken zonder jezelf te dwingen...
Wanneer je bidt: streef er dan naar meer voor anderen te bidden dan voor jezelf alleen. Bedenk hoe je één lichaam uitmaakt met alle mensen, dat elk mens een lidmaat van Christus is en dus ook van jou. We zijn elkaars ledematen. Bid voor de anderen met dezelfde gloed als voor jezelf, beschouw hun ziekten en zwakheden als die van jezelf en ook hun domheid, hun hartstochten en hun zonden als van jezelf.
Als we van deze handelwijze een gewoonte maken, dan zullen we de Gaven ontvangen van de Heilige Geest want Hij heeft de ziel lief die zich om de anderen bekommert ...
Wanneer je iemands fouten verbeteren wilt dan moet je niet denken dat je dat volgens je eigen inzicht kunt doen. Je zou de ander dan alleen maar schade toebrengen door je eigen hartstochten, bv. trots en de irritatie die daardoor gewekt wordt. Hier geldt: Werp uw zorg op de Heer, en bid met heel je hart tot God Die harten en nieren doorgrondt of Hij het hart van de ander wil verlichten... Want zulk gebed heeft grote kracht.
De kerk is waarlijk de hemel op aarde: daar is de troon van God; daar worden de ontzagwekkende Mysteriën gevierd; daar dienen de engelen samen met de mensen; daar wordt de Almachtige voortdurend verheerlijkt... In Gods kerk mogen wij gelovig binnentreden als in het huis van onze hemelse Vader: daar voelen wij ons vrij, gelukkig en licht; daar ervaren wij een voorsmaak van het toekomstige Koninkrijk...
Wanneer je naaste iets tegen je misdaan heeft, wees dan niet kwaad en koester geen wrok maar ga op zoek naar de goede eigenschappen van de ander; welke deze zonder enige twijfel bezit zoals iedere mens; en vestig daar een liefdevolle aandacht op, zonder verder acht te slaan op het kwaad dat geschied is, maar beschouw het als een voorspiegeling van de duivel. Een goudzoeker kijkt ook niet hoeveel modder of zand hij verwerken moet om de goudkorrels te vinden, ook al zijn er maar weinig goudkorrels in grote hopen waardeloos materiaal. Zo wensen wij immers ook dat God met ons zal doen...
Roep telkens weer in je hart het woord terug. Christus is liefde en reikhals ernaar om allen lief te hebben. Omwille van de liefde moeten we niet slechts onze bezittingen maar onszelf opofferen...
Niets staat ons nader dan God. Hij is de God van de harten, Hij is het hart van ons hart en ons hart is ons het meest nabij, het is de samenvatting van heel onze persoon...
Hoezeer verheugt de liefde en oprechte sympathie van onze naaste ons hart! Hoe gezegend zijn wij wanneer wij bemind worden en liefde hebben voor anderen! En wanneer we reeds hier op aarde daarin zulk een diepe vreugde vinden, hoeveel rijker zullen we dan vervuld worden in de hemel wanneer we in gemeenschap zijn met God en Zijn engelen, met Zijn Moeder en alle heiligen...
Vader Johannes van Kronstadt is tijdens het concilie van de Russisch Orthodoxe Kerk in juni 1990 plechtig heilig verklaard.

 

Johannes van krohnstadt.jpg

 

Johannes van Krohnstadt6.jpg

Johannes van Krohnstadt foto12.jpg

 

Johannes van Krohnstadt foto15.jpg

Johannes van Krohnstadt foto14.jpg

1-Joh-217-230x230.jpg

1-Petrus-56-230x230.jpg

02-02-18

zondag van de verloren zoon

border0000154.jpg

Goddelijke Liturgie

Van de verloren zoon

 

 

verloren zoon parabel.jpg

 

LEZINGEN :

Eerste lezing : 1 Kor.6,12-20 :

Het lichaam als tempel van de Geest
'Alles is mij geoorloofd.' Ja, maar niet alles is goed voor mij. 'Alles mág ik.' Ja, maar ik moet mij door niets laten knechten. 'Het voedsel is er voor de buik en de buik voor het voedsel, en God zal aan allebei een eind maken.' Het lichaam is er echter niet voor de ontucht, maar voor de Heer, en de Heer voor het lichaam. God heeft niet alleen de Heer opgewekt, Hij zal ook ons laten opstaan door zijn kracht. U weet toch dat uw lichamen lichaamsdelen zijn van Christus? Zou ik dan van die lichaamsdelen van Christus lichaamsdelen van een hoer maken? Dat nooit! Of weet u niet dat hij die met een hoer omgang heeft, één met haar wordt? De Schrift zegt immers: Die twee zullen één zijn. Maar wie zich met de Heer verenigt, is met Hem één geest. Vlucht weg van ontucht. Elke andere zonde die een mens bedrijft, gaat buiten het lichaam om; maar de ontuchtige zondigt tegen zijn eigen lichaam. U weet het: uw lichaam is een tempel van de heilige Geest die in u woont, die u van God hebt ontvangen. U bent niet van uzelf. U bent gekocht en de prijs is betaald. Eer God dus met uw lichaam.

EVANGELIE :

Lucas 15,11-32 :

Gelijkenis van een vader met twee zonen
Hij zei: 'Iemand had twee zonen. De jongste zei tegen zijn vader: "Vader, geef mij mijn deel van de erfenis." En hij verdeelde zijn vermogen onder hen. Niet lang daarna vertrok de jongste zoon met al zijn bezit naar een ver land, waar hij het verkwistte in een losbandig leven. Toen hij alles opgemaakt had, kwam er een zware hongersnood over dat land en ook hij begon gebrek te lijden. Hij zwierf rond tot hij in dienst trad bij een van de inwoners van dat land; die stuurde hem het veld in om varkens te hoeden. Graag had hij zijn honger gestild met het voer dat de varkens aten, maar niemand gaf hem wat. Toen kwam hij tot zichzelf en zei: "Zoveel dagloners van mijn vader hebben brood in overvloed, en ik verga hier van de honger! Ik ga terug naar mijn vader. Ik zal hem zeggen: Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u; ik ben het niet meer waard om uw zoon te heten, behandel me als een van uw dagloners." En hij ging terug naar zijn vader. Toen hij nog ver van huis was, zag zijn vader hem al en werd ontroerd; snel liep hij op hem toe, viel hem om de hals en kuste hem. "Vader," zei de zoon tegen hem, "ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u; ik ben het niet meer waard om uw zoon te heten." Maar de vader zei tegen zijn slaven: "Haal vlug de mooiste kleren en trek ze hem aan, doe een ring aan zijn vinger en schoenen aan zijn voeten. Haal het gemeste kalf en slacht het; laten we eten en feestvieren, want mijn zoon hier was dood en is weer levend geworden, hij was verloren en is teruggevonden." En het feest begon.
Maar zijn oudste zoon was nog op het land. Toen hij naar huis kwam, hoorde hij muziek en dans. Hij riep een van de knechten en vroeg wat er te doen was. Die antwoordde: "Uw broer is thuisgekomen en uw vader heeft het gemeste kalf geslacht, omdat hij hem gezond en wel terug heeft." Toen werd hij kwaad en hij wilde niet binnenkomen. Daarop kwam zijn vader naar buiten en probeerde hem tot andere gedachten te brengen. Maar hij gaf zijn vader ten antwoord: "Ik dien u nu al zoveel jaren en nooit heb ik een gebod van u overtreden, maar mij hebt u nog nooit een bokje gegeven om met mijn vrienden feest te vieren. Maar nu die zoon van u is thuisgekomen, die uw vermogen met hoeren heeft verbrast, hebt u voor hem het gemeste kalf geslacht." Maar hij zei : "Jongen, jij bent altijd bij me en alles wat ik heb is van jou. We moeten feestvieren en blij zijn, want die broer van je was dood en is weer levend geworden, hij was verloren en is teruggevonden." '

verloren zoon.jpg

tekst-Bemoediging-psalm-32-8.jpg

vergeven.jpg

border serafijn.gif

01-02-18

chrysologus petrus : Hanna zag eindelijk God in de Tempel

border0235.jpg

H. Petrus Chrysologus (ca 406-450) bisschop van Ravenna en kerkleraar
Sermon 147, over het mysterie van de menswording

 

petrus chrysologus9.jpg

 

Hanna zag eindelijk God in de Tempel

Hoe kan een mens met zijn beperkte blik, God die door de wereld niet kan worden omvat, bevatten? De liefde maakt zich geen zorgen om te weten of iets zeker, gunstig of mogelijk is. De liefde... kent geen maat. Hij troost zich niet met het voorwendsel dat het onmogelijk is; moeilijkheden houden hem niet tegen... De liefde kan het niet verdragen om degene die hij liefheeft niet te zien... Hoe moet men zich geliefd door God weten zonder Hem te zien? Zo is de liefde die God wenst te zien, zelfs als het niet beredeneerd is, geïnspireerd door de intuïtie van het hart. Daarom durfde Mozes te zeggen: "Als ik in uw ogen genade heb gevonden, toon mij dan uw Gelaat" (Ex 33,13v) en de psalmist zegt: "Toon mij uw Gelaat" (cf Ps 80,4)...
God kent dus het verlangen van de mensen om Hem te zien. Hij heeft een middel gekozen om zich zichtbaar te maken, wat een grote weldoening is voor al de bewoners van de aarde, zonder dat het een verval van de hemel is. Het schepsel dat God op aarde gelijk aan zichzelf heeft gemaakt, kan zij naar de hemel gaan als weinig achtenswaardig? "Laten we de mens maken naar ons beeld en gelijkenis", heeft Hij gezegd (Gn 1,26)... Als God gebruik had gemaakt van de vorm van een engel uit de hemel, dan zou Hij ook onzichtbaar gebleven zijn; daarentegen als Hij op aarde geïncarneerd was in een mindere natuur dan de mens, dan zou Hij de goddelijkheid beledigd hebben en de mens verlaagd hebben, in plaats van verheven. Dat niemand dus, mijn geliefde broeders en zusters, het feit dat Hij tot de mensen gekomen is als mens, als een belediging voor God beschouwt en ook niet dat Hij bij ons een middel heeft gevonden om door ons gezien te worden.

Bron : www.dagelijksevangelie.org

1 2 3 4 5 6 7 8 Volgende