24-04-18

blog

 

 

Welkom op mijn blog met informatie over de

Orthodoxie. Teksten, bezinningen, theologie

Foto's..........

 

Gezangen uitgevoerd door het koor van de orthodoxe kerk van Gent

 olv. Paul Morreel

 

 

 

 

  De teksten van  de gezangen kunnen teruggevonden worden in de rechter kolom 

start nummer één en ga dan naar de tekst in de rechterkolom.

 

INHOUD VAN MIJN BLOG   (klik)

Om gemakkelijk te vinden wat je zoekt !!

 

  

17:53 Gepost in Actualiteit | Permalink | Commentaren (14)

einde van de blog

Beste vrienden,

Eind Mei houdt de skynet blogs op te bestaan.

De voorlaatste week van Mei zal er een ander site on-line worden gezet;

In deze nieuwe blog zal men alles wat in deze blog staat opgenomen zijn, zij het onder een andere vorm.

In afwachting zet ik alle activiteiten op de huidige blog stop.

Ik dank de velen die van deze blog hebben gebruik gemaakt (ongeveer 440.000 maal geopend op 10 jaar tijd)

 

De nieuwe blog zal bestaan uit volgend adres :

 

www.orthodoxeinformatiebron.wordpress.com

( opgelet : deze nieuwe blog staat nog niet on-line !)

 

We zien of horen mekaar terug eind mei.

 

Kris Biesbroeck

17:53 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (0)

06-04-18

Verrijzenis van Christus

Pasen10.jpg

 

christus is verrezen alleluia

 

 

PASEN

 

Pasen is geen vroom feest,

Zachtjes te vieren

Zo midden in de lente,

na de droefenis van Goede Vrijdag.

Het is het gewelddadig doorbreken

van krachtig leven,

tegen elke dood in

 

Pasen is het onbegrijpbaar wonder

van de onderste steen boven,

van rotsen die water geven,

van woestijn waar brood te rapen valt.

 

Pasen is de doortocht

over de moerassen van de Rietzee

naar het Land van Hoop

Pasen is de uittocht

uit het land van slavernij.

 

Pasen is opstanding,

Verrijzenis,

nieuw leven.

 

Auteur onbekend

 

 

Lezingen van de Goddelijke Liturgie van Pasen

 

Handelingen 1,1-8:

Jezus' laatste opdracht en hemelvaart [1] Mijn * eerste boek, Teofilus, ging over alles wat Jezus heeft gedaan en geleerd, vanaf het begin [2] tot de dag waarop Hij in de hemel werd opgenomen, nadat Hij aan de apostelen die Hij had uitgekozen, door de heilige Geest zijn opdracht had gegeven. [3] Aan hen heeft Hij veertig* dagen lang herhaaldelijk bewezen dat Hij na zijn lijden weer in leven was. Hij vertoonde zich aan hen en sprak over het koninkrijk van God. [4] Toen Hij bij hen was, drukte Hij hun op het hart: 'Ga niet uit Jeruzalem weg, maar blijf wachten op de belofte van de Vader die jullie van Mij hebben gehoord; [5] immers, Johannes doopte met water, maar jullie zullen gedoopt worden in heilige Geest, binnen enkele dagen.' [6] Degenen die daar samengekomen waren, stelden Hem toen de vraag: 'Heer, herstelt* U in deze tijd het koninkrijk voor Israël?' [7] Maar Hij zei tegen hen: 'Het komt jullie niet toe de tijden of momenten te kennen die de Vader in zijn volmacht heeft vastgesteld; [8] maar wanneer de heilige Geest over jullie komt, zullen jullie kracht ontvangen en mijn getuigen zijn in Jeruzalem, in heel Judea en Samaria, en tot het uiteinde van de aarde.'

 

Evangelie :

 Johannes, 1,1-17 Hoofdstuk 1

 

[1] In* het begin was het woord*, en het woord was bij God, en het woord was God. [2] Het was in het begin bij God. [3] Alles* is door Hem ontstaan, en buiten Hem om is er niets ontstaan. Wat ontstaan was, [4] had leven in Hem, en het leven was het licht van de mensen. [5] Het licht schijnt in de duisternis, en de duisternis kon het niet aan. [6] Er is een mens geweest, een gezondene van God; zijn naam was Johannes. [7] Hij kwam als getuige: hij moest getuigen van het licht, opdat allen door hem tot geloof zouden komen. [8] Hij was niet het licht, hij moest getuigen van het licht. [9] Het* ware licht was er, dat elke mens verlicht en dat in de wereld* moest komen. [10] Het was in de wereld, een wereld die door Hem was ontstaan, en die wereld heeft Hem niet erkend. [11] In zijn eigen* huis is Hij gekomen, en zijn eigen* mensen hebben Hem niet opgenomen. [12] Aan diegenen die Hem toch opnamen, heeft Hij het vermogen gegeven om kinderen te worden van God: aan hen die geloven* in zijn naam. [13] Niet langs de weg van het bloed, niet door de begeerte van het vlees of door mannelijk streven, maar uit God zijn ze geboren. [14] Ja, het woord* is vlees geworden! Hij* is onder ons zijn tent komen opslaan en we hebben zijn heerlijkheid gezien, de heerlijkheid die Hij als eniggeboren* Zoon aan de Vader ontleende, vervuld als Hij was van genade en waarheid. [15] Van Hem legt Johannes getuigenis af en zijn verklaring luidt: 'Hem bedoelde ik toen ik zei: "Hij die na mij komt, is mijn meerdere, want vóór mij was Hij er al." ' [16] Van zijn volheid hebben wij allen ontvangen, genade op genade. [17] wet gegeven door Mozes, de genade en de waarheid zijn gebracht door Jezus Christus.

"Ik ben de Verrijzenis en het leven"

Toen Jezus vroeg: "Waar hebt u Hem neergelegd?", kwamen de tranen in zijn ogen. Zijn tranen waren als regen, Lazarus als het graan, en het graf als de aarde. Hij riep met donderende stem, de dood beefde door zijn stem, Lazarus sprong op als het graan, is naar buiten gekomen en aanbad de Heer die hem had doen verrijzen.
Jezus gaf het leven aan Lazarus terug en de dood is op zijn plaats, want, toen Hij hem uit het graf trok en plaats nam aan zijn tafel, werd Hij zelf symbolisch ingezwachteld door de olie die Maria over zijn hoofd goot (Mt 26,7) . De kracht van de dood die had overwonnen gedurende drie dagen werd vernietigd… opdat de dood wist dat het voor de Heer gemakkelijk was om haar de derde dag te overwinnen…; zijn belofte werd waarheid: Hij had beloofd dat Hij op de derde dag zou verrijzen (Mt 16,21)… De Heer had dus vreugde gebracht bij Maria en Martha door de hel te onderwerpen om daarmee aan te tonen dat Hijzelf nooit door de dood zou worden vastgehouden… Als men vanaf nu zegt dat verrijzen op de derde dag onmogelijk is, dan moet men kijken naar degene die op de vierde dag is verrezen…
“Kom dichterbij en haal de steen weg.” Wat zegt u nu, zou Degene die een dode deed verrijzen en hem het leven terug gaf, niet een graf kunnen openen en de steen om kunnen wegnemen? Hij die tegen zijn leerlingen zei: “Als je vertrouwen hebt zo groot als een mosterdzaadje, dan zeg je tegen die berg: ga van hier naar daar, en hij gaat” (Mt 17,20), had Hij niet met een woord de steen kunnen verplaatsen die het graf afsloot? Zeker had Hij de steen door zijn woord kunnen verplaatsen, zijn stem liet stenen en graven splijten toen Hij aan het kruis hing (Mt 27,51-52). Maar omdat Hij een vriend van Lazarus was, zei Hij: “Open het, opdat de stank van rotting jullie tegemoet komt, en maak hem vrij, jullie hebben hem gewikkeld in zijn zwachtels, opdat jullie degene die jullie in doeken hebben gewikkeld, zullen herkennen”.

Efraïm de Syriër

 

(met patriarch Bartholomeus)

 

"Dag van blijdschap en vreugde" (Ps 118,24)


Wat een mooi Paasfeest! En wat een mooie bijeenkomst! Deze dag bevat zoveel oude en nieuwe mysteries! In deze feestweek of liever vreugdeweek, zijn alle mensen over de hele aarde vol blijdschap, en zelfs de hemelse machten verenigen zich met ons om in vreugde de verrijzenis van de Heer te vieren. De engelen en de aartsengelen jubelen, ze verwachten dat de Koning der hemelen, Christus onze God, terugkomt als overwinnaar van de aarde. Het koor van heiligen jubelt, ze verkondigen "Hem die oprijst uit de schoot van de dageraad" (Ps 110,3), de Christus. De aarde jubelt: het bloed van God heeft haar gewassen. De zee jubelt: de voetstappen van de Heer hebben haar geëerd. Dat elke mens, herboren uit het water en de Heilige Geest, jubele: dat Adam, de eerste mens, overgeleverd aan de oude vloek, jubele...

Niet alleen heeft de verrijzenis van Christus deze feestdag ingesteld, maar ze verschaft ons ook het heil in plaats van het lijden, onsterfelijkheid in plaats van de dood, genezing in plaats van verwondingen, de verrijzenis in plaats van de ondergang. Vroeger vond het mysterie van Pasen plaats in Egypte volgens de rituelen die door de Wet gegeven zijn; het offer van het lam was slechts een teken. Maar vandaag vieren we, volgens het Evangelie, het geestelijk Pasen, welke de dag van verrijzenis is. Daar slachtte men een lam uit de kudde...; hier is het Christus zelf die zich offert als Lam van God. Daar is het een dier uit de schaapskooi; hier gaat het niet om een lam, maar om de herder zelf, die het leven geeft voor zijn schapen (Joh 10,11)... Daar trekt het Hebreeuwse volk door de Rode zee en ze heffen een overwinningshymne aan ter ere van hun verdediger: "Ik wil de Heer zingen, want Hij is hoog verheven" (Ex 15,1).. Hier zingen degenen, die waardig geacht zijn om gedoopt te worden, in hun hart de overwinningshymne: "Een enige Heilige, een enige God, Jezus Christus, in de heerlijkheid van God de Vader. Amen". "De Heer is Koning, bekleed met majesteit", roept de profeet uit (Ps 93,1). Het Hebreeuwse volk trok door de Rode zee en aten manna in de woestijn. Vandaag eet men, na uit de doopfontein te komen, het brood dat uit de hemel neerdaalt (Joh 6,51).

Proclus van Constantinopel

Verrijzenis47.jpg

border verrijzenis87.jpg

verrijzenis6666.jpg

border1974 (2).jpg

 

 

 

05-04-18

Goede Vrijdag

Kopie (2) van Kopie van newban.gif

GROTE VRIJDAG

 

Zalig hij die zorg draagt voor de hehoeftigen en de armen :

ten dage van onheil zal de Heer hem bevrijden.

 

Mijn vijanden spreken kwaad over Mij : wanneer zal Hij sterven

en zal Zijn Naam vergeten zijn ?

 

Zelfs Mijn vriend, op wie ik vertrouwde, die Mijn Brood met Mij at

Heeft zijn hiel tegen Mij opgeheven.

 

Zoon van God, neem mij heden aan als deelgenoot van Uw mystiek Avondmaal.

Uw Mysterie zal ik niet verraden aan Uw vijanden.

Ik zal U geen kus geven zoals Judas,

Maar evenals de rover belijd ik mijn geloof : gedenk

Mijner o Heer, in Uw Koninkrijk.

 

Zet mij even stil bij Goede Vrijdag

Zet mij even stil op Golgotha

Eerlijk gezegd vind ik het moeilijk

Iemand die moest sterven in mijn plaats

Maar toch, toch wil ik me Uw lijden beseffen

Toch, toch

dank ik U dat U mij kwam redden! U liep de extra mijl

En stierf aan het kruis U ging door de hel

En ik mag naar huis U streed de zwaarste strijd En toch hield U stand

Mijn leven ligt

bevrijd

In Uw doorboorde hand Kom me tegemoet Heer in mijn denken

Kom me tegemoet in

al mijn trots

Ik red het liefst mezelf

En daarom denk ik dat Uw dood vaak met mijn leven botst

Maar toch, toch wil ik

me Uw lijden beseffen

Toch, toch dank ik U dat U mij kwam redden!

Het is Goede Vrijdag

en ik mag naar huis

Het is Goede Vrijdag en nu ben ik thuis

Martijn Brualda

 

 

 

kruisiging4.jpg

 

 

Jezus en Maria onder het kruis.jpg

kruisafneming58.jpg

15e7bf0faff1c3d2943dcc1118ca4001 (1).jpg

lijdende Christus5.jpg

het%20lijden%20dat%20men%20vreest.jpg

lijdende christus.jpg

bijbeltekst LIJDEN van Christus.jpg

bijbeltekst LIJDEN VAN CHRISTUS58.jpg

 

 

 

13:38 Gepost in Actualiteit | Permalink | Commentaren (0)

04-04-18

Grote Donderdag

border laatste avondmaal4.jpg

GROTE DONDERDAG 

laatste avondmaal654.jpg

laatste avondmaal4.jpg

DOE DIT TOT GEDACHTENIS AAN MIJ

laatste avondmaal55.jpg

laatste avondmaal22.jpg

laatste avondmaal3.jpg

 

22:10 Gepost in Actualiteit | Permalink | Commentaren (0)

Gregorius van Nazianza : "Een arme lag voor zijn deur"

tekst Nazareth.jpg

H. Gregorius van Nazianze (330-390)
bisschop en kerkleraar
Homilie 14 over de liefde voor de armen, 38-40

 

Gregorius van Nazianze.jpg

"Een arme lag voor zijn deur"

 

“Zalig de barmhartigen, zegt de Heer, want zij zullen barmhartigheid ondervinden” (Mt 5,7). Bij de zaligsprekingen komt de barmhartigheid niet op de laatste plaats. Er staat ook: “Gelukkig wie zorg heeft voor zwakken en armen” (Ps 41,2) en “Goed gaat het de mens die weggeeft en leent” (Ps 112,5) en “Altijd is hij mild en vrijgevig” (Ps 37,26). Laten wij ons deze zaligspreking eigen maken, laten wij ernaar streven zorgvolle mensen genoemd te worden en laten wij onze goedheid tonen.
Laat ook de nacht uw barmhartigheid niet onderbreken. Zeg niet: “Ga heen, kom morgen maar eens terug” (Spr 3,28). Laat er geen uitstel tussen uw voornemen en het uitvoeren van uw weldaad komen... “Deel uw brood met de hongerigen, neem arme zwervers op in uw huis' (Jes 58,7), en doe het van harte. Paulus zegt: “Als u barmhartigheid bewijst, doe het met blijmoedigheid” (Rom 12,8). En uw weldaad zal u dubbel vergolden worden, indien u snel en bereidwillig handelt. Immers, wat met smart of uit dwang tot stand komt, is niet aantrekkelijk en heeft geen glans. Over weldaden moeten wij ons verheugen en niet treuren. ... “Dan straalt uw licht als de dageraad en is uw wond spoedig geheeld” (Jes 58,8). Wie verlangt er niet naar licht en genezing?
U, christenen, broeders en zusters in Christus, mede-erfgenamen (Gal 4,7), als u naar mij wilt luisteren: laten wij, zolang als de tijd er nog is, Christus bezoeken, laten wij Christus verzorgen, laten wij Christus kleden, laten wij Christus gastvrij ontvangen, laten wij Christus eren (cf Mt 25,31v). Niet alleen door Hem aan tafel uit te nodigen, zoals sommigen. Niet alleen met balsem, zoals Maria Magdalena, ... of alleen met benodigdheden voor de begrafenis, zoals Nikodemus ..., en niet alleen met goud, wierook en mirre, zoals de Wijzen deden... Aangezien de Heer van het heelal echter barmhartigheid en geen offers wil (Mt 9,13) en medelijden het offer van tienduizenden vette lammeren overtreft (Mi 6,7), laten wij Hem dat medelijden, die barmhartigheid bewijzen in de behoeftigen en de verschoppelingen van deze aarde, opdat zij ons, wanneer wij van hier heengaan, opnemen in de eeuwige woningen (Lc 16,9), in Christus, onze Heer.

www,dagelijksevangelie,org

29-03-18

Palmzondag

images (4).png

PALMZONDAG
intrede in Jerusalem

palmzondag55.jpg

LEZINGEN

Fil.4,4-9 :

[4] Verheug u altijd in de Heer. Nog eens: verheug u! [5] Uw vriendelijkheid moet bij alle mensen bekend zijn. De Heer* is nabij. [6] Wees niet bezorgd, maar laat al uw wensen bij God bekend worden door te bidden en te smeken en door een dankgebed te zeggen. [7] En de vrede van God, die alle begrip te boven gaat, zal uw hart en uw gedachten bewaren in Christus Jezus.
[8] Tenslotte, broeders en zusters, blijf aandacht besteden aan al wat waar en edel is, rechtvaardig en rein, beminnelijk en aantrekkelijk, aan al wat deugd heet en lof verdient. [9] En breng in praktijk wat u geleerd en overgeleverd is, en wat u van mij hebt gehoord en gezien. Dan zal de God van vrede met u zijn

 

Johannes 12,1-18

 Zalving in Betanië
[1] Jezus kwam zes dagen voor het paasfeest naar Betanië, de woonplaats van Lazarus, de man die door Jezus uit de doden was opgewekt. [2] Men gaf daar een maaltijd ter ere van Hem; Marta trad op als gastvrouw en Lazarus was een van degenen die met Hem aan tafel zaten. [3] Maria kwam met een litra* echte, heel dure nardusbalsem* naar Jezus toe, zalfde daarmee zijn voeten en droogde die met haar haren af. Het huis werd vervuld van de balsemgeur. [4] Judas Iskariot, een van zijn leerlingen, degene die Hem zou overleveren, merkte op: [5] 'Waarom heeft men die balsem niet voor driehonderd* denariën verkocht en het geld aan de armen gegeven?' [6] Dit zei hij niet omdat hij zo met de armen begaan was, maar omdat hij een dief was en zich, als beheerder van de kas, de inkomsten toe-eigende. [7] Toen kwam Jezus tussenbeide: 'Laat haar! Ze moest die balsem bewaren voor de dag van mijn begrafenis. [8] De armen zullen jullie altijd bij je hebben, maar Mij niet.'

Plannen om Lazarus te doden
[9] Heel veel Joden waren intussen te weten gekomen dat Hij daar was en kwamen eropaf, niet* alleen vanwege Jezus maar ook omdat ze graag die Lazarus wilden zien die Hij uit de doden had opgewekt. [10] De hogepriesters maakten toen plannen om ook Lazarus ter dood te brengen, [11] want wegens hem liepen er veel Joden over, en ze gingen in Jezus geloven.

Intocht in Jeruzalem
[12] De volgende dag hoorde de menigte feestgangers dat Jezus toch naar Jeruzalem kwam, en in groten getale [13] trokken ze Hem met palmtakken tegemoet. Ze riepen almaar: 'Hosanna! Gezegend Hij die komt in de naam van de Heer: de koning van Israël!' [14] Jezus wist een ezeltje te vinden en ging erop zitten, zoals geschreven staat: [15] Vrees niet, dochter Sion! Zie, uw koning komt, gezeten op een ezelsveulen. [16] Dit begrepen zijn leerlingen aanvankelijk niet; maar toen Jezus verheerlijkt was, toen werd het hun duidelijk dat het geschreven stond met het oog op Hem en dat dit met Hem ook gebeurd was.
[17] Veel mensen die erbij waren geweest toen Hij Lazarus uit het graf riep en uit de doden opwekte, bleven daarvan getuigenis afleggen. [18] Dat was ook de reden waarom de menigte Hem tegemoet was getrokken: ze hadden gehoord dat Hij dit teken had verricht.


DE GOEDE WEEK


GOEDE WEEK

Lijden

Dood

Verrijzenis

van

JEZUS CHRISTUS

Na de winter
en het kaal worden van de natuur, wordt alles vernieuwd.

zoals Christus die, in het mysterie van de Verrijzenis, zijn leven terugwint in een overwinning op de dood.

De mystiek en de ervaring van het Mysterie van God

 

Het is niet alleen een intellectuele ervaring: alle zintuigen worden aangesproken.

 

MYSTIEKE ERVARING.

De uitdaging bestaat in het overstijgen van de zintuigen om zich in God onder te dompelen.

 

De Goede Week

is het feest van de ontmoeting met God.

PALMZONDAG.

Palmzondag

De weg die Jezus neemt om te redden is niet de kracht en de rijkdom, maar zwakheid en armoede.

Deze liturgische samenkomst is het voorspel op het Pasen van de Heer...
Jezus gaat Jeruzalem binnen om het mysterie van zijn dood en verrijzenis te voltooien...
Vragen wij de genade hem te volgen met het kruis om deel te nemen aan zijn Verrijzenis.

 

HET MYSTERIE VAN HET KRUIS. Het koningschap van Christus wordt op een eigenaardige manier op het kruis getoond.

Waarom?

Op het kruis sterven alle valse beelden van God die de menselijke geest heeft voortgebracht en die wij, misschien, onbewust verder doorgeven.

 

«Hij draagt de last van onze zonden»

het is de onmacht

van de Liefde!

Jezus is niet dood omdat hij vermoord is, maar omdat hij «zichzelf overlevert» uit liefde in soevereine vrijheid.

 

Alleen het geloof is in staat de almacht van God in de onmacht van een kruis te lezen.

 

De ware grootheid van de mens
bestaat niet in macht,
rijkdom en sociaal aanzien,
maar in de Liefde die deelt,
die solidair is,
die mensen nabij is,
die dienstbaar is.

De rechtvaardige God onttrekt zich aan onze schema’s van rechtvaardigheid, die onmiddellijk wraak zou eisen op zijn belagers.

De verliezer die vergeeft aan de winnaar laat zien dat Liefde haat overwint.

GOD REGEERT
VAN OP HET HOUT.

In het kruishout heeft de eerste generatie christenen het teken van het koningschap van Christus met wijsheid opgemerkt.

Uit de vernietiging van de Zoon van God
ontstaat een nieuwe mensheid.

Het mysterie van de dood wordt mysterie van leven en overwinning.

 

Ieder gebaar van wordt zo
"sacrament": teken van Liefde
van de Vader in Christus, van de Liefde
in Christus van de gelovigen.Liefde

GODDELIJKE LITURGIE TEKEN VAN LIEFDE.

Jezus is het Paaslam

die het project van bevrijding
tot voltooiing brengt

dat in de eerste uittocht

begonnen is.

 

Zijn zelfgave in de dood is het begin van een nieuwe en blijvende aanwezigheid.

 

LITURGIE IS VERBONDENHEID.

Bewust deelnemen aan het eucharistisch offer, herdenken van het Offer van Jezus, houdt in zoveel eerbied te hebben voor het kerkelijk lichaam van Christus als aan zijn eucharistisch lichaam gegeven wordt.

Wie discrimineert,

wie anderen veracht,

wie de verdeeldheid

in de gemeenschap in stand houdt

«herkent het lichaam van de Heer niet».

Dan is het niet meer het Avondmaal van de Heer, maar een leeg gebaar dat zijn veroordeling tekent.

«Zijn voor ons geofferd lichaam
is ons voedsel en geeft ons kracht, zijn bloed voor ons vergoten is de drank die ons van alle schuld bevrijdt»

Het kruis laat alleen ruimte voor stilte en contemplatie.

De Dienaar van de Heer maakt de zending actueel om het volk van zijn zonden te bevrijden: als vlekkeloos lam, beladen met de misdaden van zijn volk, wordt hij in stilte naar de slachtbank geleid.

«Door zijn wonden zijn wij genezen»

De keuzen van God zijn onbegrijpelijk:

de almacht weigert zich op te dringen en wordt onmacht.

Jezus sterft op het ogenblik
waarop in de tempel de schapen worden geofferd die bestemd zijn voor de viering van Pasen.

De gekruisigde Jezus

is «het ware Paaslam»,

het verbond met God.

«Wanneer ik zal zijn omhoog geheven,
zal ik allen tot mij trekken»

(Joh 12,32)

EEN DOOD
VOOR HET LEVEN.

Het lijden van Jezus

is «glorierijk lijden»:

de Vader heeft zijn antwoord gegeven en maakt dat de nederlaag een overwinning wordt.

In het vlees van het geslachte Lam

«is alles volbracht»

en wordt het heil door de Vader gewild actueel.

Het kruis wordt het hart van de wereld.
Van hieruit begint het gebed van Christus voor de redding van de wereld.
De Kerk, verbonden met zijn Heer,
verheft zich tot God
in de liturgie.

Door het bloed van het Paaslam wordt God verzoent met de mensheid

en treedt zij zelf in levende verbondenheid met God.

het geloof belijdt dat
de Rechtvaardige «voor onze zonden gestorven is»:

- omwille van onze zonden,
maar vooral

ten gunste van ons,
voor de vergeving van de zonden.

«Laten wij opkijken naar Hem die zij doorboord hebben»

De aanbidding van het kruis is het betekenisvolle antwoord op deze geweldige gave.
Zo wordt de profetie waar:
«Zij richten hun blik op hem die zij doorstoken hebben».

De liturgische verbondenheid maakt ons tot deelnemers aan de glorierijke dood van Christus.

De mensheid is opgenomen in het verbond bezegeld
in het bloed van het Lam.


In de stilte treedt God in mij binnen, intiemer dan ik zelf.

Alleen wanneer men vrij is, is men in staat in stilte te blijven en de waarheid wordt dan vanzelfsprekend.

PAASNACHT

In deze nacht is de Heer
«voorbijgekomen» om zijn volk uit onderdrukkende slavernij te bevrijden.

In deze nacht is Christus «overgegaan» naar het leven door de dood te overwinnen.

«Herleven wij het Pasen
van de Heer»

De liturgie is geen toneel,
maar levende aanwezigheid, in de tekens,
van het heilsgebeuren.

Voor de Kerk die viert is het altijd Pasen, maar de dienst van de Paasnacht vertegenwoordigt ons zichtbaar in de herinnering van het gebeuren.

De christen is geroepen om drager van het Licht te zijn.

De christen is geroepen om te volharden in het luisteren naar Christus.

Woord

De christen is geroepen om onder leiding van de Geest de eigen roeping van het doopsel te beleven.

Ga weg uit uw graf!

Ga weg uit uw egoïsme!

Treed binnen in open veld,

verkondig en getuig van het Evangelie!

CHRISTUS is VERREZEN!

HIJ IS WAARLIJK VERREZEN!

PASEN VAN DE VERRIJZENIS.

Weest in de wereld getuigen van de Verrezen Heer

palmzondag25.jpg

palmzondag52.jpg

palmzondag5.jpg

palmzondag87.jpg


Opstanding van Lazarus


Zaterdag voor Palmzondag

Opstanding van Lazarus

 

 

Lazarus54.jpg

 

Lezingen :

Hebreeen 12,28-13,8

12.28 Ons is een koninkrijk gegeven dat niet wankelt. Laten wij daarom God danken en Hem aanbidden zoals Hij het verlangt: met eerbied en ontzag. 29Want onze God is een verterend vuur.
13.1De broederlijke liefde hoort bij de dingen die altijd moeten blijven. 2En vergeet de gastvrijheid niet; door haar hebben sommigen zonder het te weten engelen onthaald. 3Denkt aan hen die gevangen zijn als waart ge met hen in de gevangenis, en aan hen die mishandeld worden, want ook gij hebt een lichaam. 4Het huwelijk is iets kostbaars; laten we het allen in ere houden en de trouw respecteren. Gods oordeel zal komen over ontuchtigen en echtbrekers. 5Leeft niet alleen voor geld, weest tevreden met wat ge hebt. God zelf heeft gezegd. Ik laat u niet alleen, Ik zal u nooit in de steek laten. 6Daarom kunnen wij met vertrouwen zeggen: De Heer is mijn helper, ik heb niets te vrezen. Wat kan een mens mij aandoen? 7Gedenkt uw leiders, die u het eerst het woord van God verkondigt hebben. Haalt u weer hun leven en de afloop van hun leven voor de geest; neemt een voorbeeld aan hun geloof. 8Jezus Christus is dezelfde gisteren, vandaag en tot in eeuwigheid.

Evangelie :

Joh.11,1-45 :

DE OPWEKKING VAN LAZARUS
1Er was iemand ziek, een zekere Lazarus uit Betanië, het dorp van Maria en haar zuster Marta. 2Maria was de vrouw die de Heer met geurige olie had gezalfd en zijn voeten met haar haren had afgedroogd. De zieke Lazarus was haar broer. 3De zusters stuurden Hem nu de boodschap: “Heer hij die Gij liefhebt, is ziek.” 4Toen Jezus dit hoorde, zei Hij: “Deze ziekte voert niet tot de dood, maar is om Gods glorie, opdat de Zoon Gods er door verheerlijkt moge worden.” 5Jezus hield veel van Marta, haar zuster en Lazarus. 6Toen Hij dan ook hoorde dat hij ziek was, bleef Hij weliswaar nog twee dagen ter plaatse, 7maar daarna zei Hij tot zijn leerlingen: “Laat ons weer naar Judea gaan.” 8De leerlingen zeiden: “Rabbi, nog pas probeerden de Joden U te stenigen en gaat Gij er nu weer heen?” 9Jezus antwoordde: “Heeft de dag geen twaalf uren? Overdag kan iemand gaan zonder zich te stoten, omdat hij het licht van deze wereld ziet. 10Maar gaat iemand ‘s nachts dan stoot hij zich, omdat het licht niet in hem is.” 11Zo sprak Hij. En Hij voegde er aan toe: “Onze vriend Lazarus is ingeslapen, maar Ik ga er heen om hem te wekken.” 12Zijn leerlingen merkten op: “Heer, als hij slaapt, zal hij beter worden.” 13Jezus had echter van zijn dood gesproken, terwijl zij meenden dat Hij over de rust van de slaap sprak. 14Daarom zei Jezus hun toen ronduit: “Lazarus is gestorven, 15en omwille van u verheug ik Mij dat Ik er niet was, opdat gij moogt geloven. Maar laat ons naar hem toegaan.” 16Toen zei Tomas, bijgenaamd Didymus, tot zijn medeleerlingen: “Laten ook wij gaan om met Hem te sterven.”
17Bij zijn aankomst bevond Jezus dat hij al vier dagen in het graf lag. 18Betanië nu was dichtbij Jeruzalem, op een afstand van ongeveer vijftien stadiën. 19Vele Joden waren dan ook naar Marta en Maria gekomen om hen te troosten over het verlies van hun broer. 20Zodra Marta hoorde dat Jezus op komst was, ging zij Hem tegemoet; Maria echter bleef thuis. 21Marta zei tot Jezus: “Heer, als Gij hier was geweest, zou mijn broer niet gestorven zijn. 22Maar zelfs nu weet ik, dat wat Gij ook aan God vraagt, God het U zal geven.” 23Jezus zei tot haar: “Uw broer zal verrijzen.” 24Marta antwoordde: “Ik weet dat hij zal verrijzen bij de verrijzenis op de laatste dag.” 25Jezus zei haar: “Ik ben de verrijzenis en het leven. Wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven, 26en ieder die leeft in geloof aan Mij, zal in eeuwigheid niet sterven. Gelooft gij dit?” 27Zij zei tot Hem: “Ja, Heer ik geloof vast dat Gij de Messias zijt, de Zoon Gods, die in de wereld komt.”
28Na deze woorden ging zij haar zuster Maria roepen en zei zachtjes: “De Meester is er en vraagt naar je.” 29Zodra zij dit hoorde, stond zij vlug op en ging naar Hem toe. 30Jezus was nog niet in het dorp aangekomen, maar bevond zich nog op de plaats waar Marta Hem ontmoet had. 31Toen de Joden die met Maria in huis waren om haar te troosten, haar plotseling zagen opstaan en weggaan, volgden zij haar in de mening dat zij naar het graf ging om daar te wenen. 32Toen Maria op de plaats kwam waar Jezus zich bevond, viel zij Hem te voet zodra zij Hem zag en zei: “Heer, als Gij hier was geweest zou mijn broer niet gestorven zijn.” 33Toen Jezus haar zag wenen, en eveneens de Joden die met haar waren meegekomen, doorliep Hem een huivering en diep ontroerd 34sprak Hij: “Waar hebt gij hem neergelegd?” Zij zeiden Hem: “Kom en zie, Heer.” 35Jezus begon te wenen, 36zodat de Joden zeiden: “Zie eens hoe Hij van hem hield.” 37Maar sommigen onder hen zeiden: “Kon Hij, die de ogen van een blinde opende, ook niet maken dat deze niet stierf?” 38Bij het graf gekomen overviel Jezus opnieuw een huivering. Het was een rotsgraf en er lag een steen voor. 39Jezus zei: “Neemt de steen weg.” Marta, de zuster van de gestorvene, zei Hem: “Hij riekt al, want het is al de vierde dag.” 40Jezus gaf haar ten antwoord: “Zei Ik u niet, dat gij Gods heerlijkheid zult zien als gij gelooft?” 41Toen namen zij de steen weg. Jezus sloeg de ogen ten hemel en sprak: “Vader, Ik dank U dat Gij Mij verhoord hebt. 42Ik wist wel, dat Gij Mij altijd verhoort, maar omwille van het volk rondom Mij heb Ik dit gezegd, opdat zij mogen geloven, dat Gij Mij gezonden hebt.” 43Na deze woorden riep Hij met luider stem: “Lazarus, kom naar buiten!” 44De gestorvene kwam naar buiten, voeten en handen met zwachtels omwonden en met een zweetdoek om zijn gezicht. Jezus beval hun: “Maakt hem los en laat hem gaan.”
HET SANHEDRIN BESLUIT HEM TE DODEN
45Vele Joden, die naar Maria waren gekomen en zagen wat Hij gedaan had, geloofden in Hem.

lazarus3.jpg

lazarus5.jpg

Lazarus2.jpg

Cyrianus : Ga u eerst met uw broeder verzoenen"

borders273 (3).jpg

H. Cyprianus (ca. 200-258)
bisschop van Carthago en martelaar
Het gebed van de Heer, 23

Cyprianos5.jpg

"Ga u eerst met uw broeder verzoenen"

God heeft bevolen dat de mensen in vrede en overeenstemming zouden leven, dat ze “unaniem in zijn huis” (Ps 67,7 Vulg) leven. Hij wil dat wij zullen volharden, nu we hersteld zijn door de doop, in de toestand waar we voor de tweede maal geboren zijn. Hij wil, aangezien wij kinderen van God zijn, dat we in de vrede van God zouden leven en aangezien wij dezelfde Geest ontvangen hebben, dat we zouden leven in eenheid van hart en gedachten.
God ontvangt het offer van de mens die in conflict leeft, niet. Hij beveelt dat men zich van het altaar verwijdert, om zich te gaan verzoenen met zijn broeder, zodat God de gebeden kan aanvaarden die in vrede aangeboden worden. Het grootste offer dat wij God aan kunnen bieden, is onze vrede, dat is de broederlijke overeenstemming, dat is het volk verzameld door de eenheid die bestaat tussen Vader, Zoon en Heilige Geest.

tekst Vergeven25.jpg

tekst 76er.jpg

Justinus Martelaar

border47kuhjy.jpg

Heiligenleven

De heilige Justinus Martelaar

Justinus_Martyr.jpg

Justinus

De heilige martelaar Justinus, de filosoof, bijgenaamd ‘De Gerechte’. Hij is vooral bekend als de eerste der grote Apologeten uit de kerkgeschie- denis, en in zijn geschriften voert hij een dialoog met heidense en joodse denkers.
Justinus was geboren rond 105, in Sichem, de hoofdstad van Samaria, het huidige Nabloes, uit een heidens-griekse familie. Zijn vader was als romeins kolonist hier gekomen. Van jongsaf was Justinus geheel vervuld van het zoeken naar waarheid, de echte werkelijkheid. Hij wierp zich daarom op de studie van de filosofie, de wijsheids-liefde, maar hij vond alleen maar elkaar bestrijdende meningen.
Reeds wilde hij zich ontmoedigd neerleggen bij de onmogelijkheid om de waarheid te vinden, en hij maakte een lange strandwandeling om zijn gedachten te verzamelen en tot een conclusie te komen. Daar ontmoette hij een eerbiedwaardige grijsaard die daar wachtte op de aankomst van een schip. Ze kwamen met elkaar in gesprek, en de onbekende liet hem zien waarom de grote filosofen, Plato en Pythagoras, juist op de meest essentiële vragen geen antwoord konden geven, omdat ze noch de Godheid, noch de menselijke ziel werkelijk kenden.
Hij vertelde hoe er reeds lang vóór deze filosofen rechtvaardige mensen waren geweest, vrienden van God en geïnspireerd door Zijn Geest. Zij worden profeten genoemd omdat zij toekomstige dingen hebben voor- speld, die ook werkelijk gebeurd zijn. En hun boeken, die nog steeds in ons bezit zijn, bevatten stralende onderrichtingen over de -eerste oorzaak- en het uiteindelijke -doel- van alle schepselen. Er staat trouwens van allerlei in dat een filosoof moet interesseren.
Om de waarheid uiteen te zetten wordt geen gebruik gemaakt van disputen of subtiele redeneringen, noch van abstracte definities die boven het begrip van de gewone mens uitgaan. We geloven ze op hun woord omdat we geen weerstand kunnen bieden aan het gezag dat zij ontlenen aan hun wonderen en hun voorzeggingen. Zij leren ons het geloof in slechts één God, de Vader en Schepper van alles wat bestaat; en in Jezus Christus, Zijn Zoon, die Hij in de wereld gezonden heeft.
Hij besloot zijn toespraak met de woorden: “Wat u betreft, bid vurig dat de poorten van de waarheid voor u mogen opengaan. Want de zaken waarover ik gesproken heb, zijn van die aard dat zij alleen maar begrepen kunnen worden wanneer God en Jezus Christus daarvoor het begrip verschaffen.” Na deze woorden trok de grijsaard zich terug en Justinus heeft hem niet meer teruggezien.

Zo kwam hij in aanraking met de boeken van het Oude en Nieuwe Testament Hij werd onweerstaanbaar aangetrokken door de persoon van Christus, en hoe meer kennis hij over Hem bijeenbracht, des te groter werd zijn genegenheid. Toen hij er daarbij getuige van was hoe de christenen zich uit liefde, tot Christus alles ontzegden en zich zelfs met blijdschap aan het martelaarschap overgaven, kwam hij tot de overtuiging dat het kwaad dat over hen verteld werd, op laster moest berusten. Hij schrijft: “Wanneer ik ze met zulk een onverschrokkenheid niet slechts de dood tegemoet zie gaan, maar daarbij het hoofd bieden aan alles wat het meest afschrikwekkend is voor de menselijke natuur, dan acht ik het onmogelijk dat zulke mensen ordinaire misdadigers zijn.” Het duurde niet lang meer of hij liet zich dopen, nu hij ‘de enig betrouwbare en bruikbare filosofie’ gevonden had.
Justinus werd geen priester maar bleef beroepsfilosoof - kenbaar door het pallium dat hij om de schouders droeg - die rondtrok om de waarheid te verkondigen. Hij was toen minstens dertig jaar, misschien wel ouder, in aanmerking genomen de vele studies die hij reeds achter de rug had, en trok vanuit Palestina door Klein-Azië, Griekenland en Egypte naar Rome, Daar stichtte hij een filosofische academie die veel intellectuele leerlingen trok. Helaas zijn veel van zijn verhandelingen verloren gegaan. In de bewaard gebleven verhandelingen stelt hij de afschuwelijke ondeugden die aan de goden worden toegeschreven, tegenover de reine heiligheid van de christelijke leer. En hij laat zien hoe de liefde tot God de christen ertoe brengt de naaste bij te staan, zichzelf als zijn mindere te achten, en zijn bezittingen, die immers door de hemel geschonken zijn, met de armen te delen. En dat zij geen angst hebben voor de lichamelijke dood doch slechts de eeuwige dood van de ziel vrezen, in het nooit dovende vuur van de hel.
ln zijn Brief aan Diognetos, de leermeester van keizer Marcus Aurelius, en die hem om inlichtingen gevraagd had, schrijft hij hoezeer God Zijn liefde voor de mens getoond heeft door het zenden van Zijn eigen Zoon om ons Zijn aanbiddenswaardige wil bekend te maken, en de prijs voor onze verlossing te betalen, de verlossing van de schuld die wij onszelf hadden opgeladen. Het is onmogelijk onze misdaden uit te wissen door onze eigen krachten, maar Hij Die heilig is heeft geleden i.p.v. ons, zondaars; Hij die beledigd was heeft de dood ondergaan voor ons die Hem beledigden. In Zijn goedheid heeft Hij er Zich niet mee tevreden gesteld ons tot het zijn te brengen, maar Hij heeft ook een gehele wereld geschapen om ons van dienst te zijn; Hij heeft alle dingen aan ons onderworpen; Hij heeft ons Zijn enige Zoon geschonken, met de belofte dat wij met Hem mogen heersen wanneer wij Hem slechts beminnen.
Aan Plato verwijt hij het veelgodendom te hebben verdedigd, terwijl hij zelf de Schepper als de ene God beschouwde. Aan de Joden bewees hij uit de profeten dat de beloofde Messias werkelijk gekomen was in de persoon van Christus.
Justinus is niet steeds in Rome gebleven, hij heeft ook gewerkt als rondreizend evangelist. Zo heeft hij in Efese de beroemdste joodse redenaar van die tijd ontmoet, Tryphon, met wie hij een tweedaags openbaar dispuut organiseerde. Zelf heeft hij deze gedachtenwisseling tot een boek verwerkt, de bekende Dialoog met Tryphon, waarin vooral over de komst van de Messias gesproken wordt.
ln twee verdedigingsgeschriften van het christendom‚ aan de keizers Antoninus Pius (150) en Marcus Aurelius (160), gaat Justinus in op de verwijten welke tegen het jonge christendom werden gemaakt. Omdat zij hun mysteriën niet in het openbaar wilden vieren, werden zij beschuldigd van geheime misdaden: dat zij het vlees aten van vermoorde kinderen, dat zij een gekruisigde ezelskop aanbaden. Dit alles werd gebruikt als voorwendsel om de christenen op de wreedaardigste wijze te folteren om ze tot bekentenis te dwingen. Justinus wijst erop dat deze misdaden alleen bij gerucht werden vernomen en dat er nooit enig bewijs voor geleverd was. Hij beschrijft waaruit die mysteriën in werkelijkheid bestonden, en hij verhaalt over de Doop en de Eucharistie. Daarbij gaat het niet om gewoon brood en drank, maar dat deze door de plechtige Dankzegging zijn overgegaan in het Lichaam en Bloed van Jesus Christus, onze Verlosser. De gelovigen heiligden de zondag door bijeen te komen voor de gemeenschappelijke viering, waarbij de Profeten werden voorgelezen en een toespraak werd gehouden. Tevens werden aalmoezen bijeengebracht om hulp te bieden aan wezen, weduwen, gevangenen, zieken en vreemdelingen. Justinus besluit zijn geschrift met het edict van keizer Hadrianus waarin deze de christenen godsdienstvrijheid schenkt.
Inderdaad genoot de Kerk gedurende enige tijd vrede, maar toen de vervolging weer opvlamde richtte Justinus ook een verdedigingsgeschrift tot de Senaat. Hij wijst erop dat mensen die zelfs met vreugde de marteldood ondergingen toch geen misdadigers kunnen zijn. Maar hij voorzag dat dit geschrift hem de vrijheid en het leven zou kosten, zoals ook inderdaad gebeurde: Justinus werd gevangen genomen, en na verhoor en geseling ter dood veroordeeld. Met hem leden Chariton, diens vrouw Charita, Evelpiste, Hiërax, Peon, Valerianus en nog een Justinus, in 166/167.
Van het proces bestaan nog de uitvoerige gerechtsakten, waarin Justinus tenslotte uit naam van allen verklaart dat ze ernaar verlangen om voor Christus te mogen lijden en daardoor de hemel te ontvangen. De rechter vroeg of hij soms dacht dat hij door voor Christus te sterven daarvoor een beloning in de hemel zou ontvangen. Justinus antwoordde uit naam van hen allen: “Dat denken we niet; we weten het!”
De gedachtenis van de heilige Justinus wordt ook gevierd op 13 april.

justinus martelaar12.jpg

justinus martelaar.jpg

1 2 3 4 5 6 7 8 Volgende