18-04-14

Dienst van de paasnacht

 

 

Welkom op mijn blog over Filosofie - Religie - maar vooral ORTHODOXIE

 

Om een stukje bijbel te horen voorlezen, KLIK op het bijbeltje en zoek bij index de tekst die je wenst te beluisteren.

bijbel

 

 

 Klik op het ikoontje om liederen te beluisteren van de orthodoxe parochie  van Gent

 christus pantocrator.jpg

 

09:44 Gepost door kris in Lezingen van de zondag | Permalink | Commentaren (10) |  Facebook |

dienst van de paasnacht

Dienst van de Paasnacht

 

 

Verrijzenis groot2.jpg

 

 

LEZINGEN : Handelingen : 1,1-8

Jezus' laatste opdracht en hemelvaart Mijn  eerste boek, Teofilus, ging over alles wat Jezus heeft gedaan en geleerd, vanaf het begin tot de dag waarop Hij in de hemel werd opgenomen, nadat Hij aan de apostelen die Hij had uitgekozen, door de heilige Geest zijn opdracht had gegeven. Aan hen heeft Hij veertig dagen lang herhaaldelijk bewezen dat Hij na zijn lijden weer in leven was. Hij vertoonde zich aan hen en sprak over het koninkrijk van God. Toen Hij bij hen was, drukte Hij hun op het hart: 'Ga niet uit Jeruzalem weg, maar blijf wachten op de belofte van de Vader die jullie van Mij hebben gehoord; immers, Johannes doopte met water, maar jullie zullen gedoopt worden in heilige Geest, binnen enkele dagen.' Degenen die daar samengekomen waren, stelden Hem toen de vraag: 'Heer, herstelt U in deze tijd het koninkrijk voor Israël?' Maar Hij zei tegen hen: 'Het komt jullie niet toe de tijden of momenten te kennen die de Vader in zijn volmacht heeft vastgesteld; maar wanneer de heilige Geest over jullie komt, zullen jullie kracht ontvangen en mijn getuigen zijn in Jeruzalem, in heel Judea en Samaria, en tot het uiteinde van de aarde.

EVANGELIE : Johannes 1,1-17

'Het Woord is mens geworden In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Het was in het begin bij God. Alles is erdoor ontstaan en zonder dit is niets ontstaan van wat bestaat. In het Woord was leven en het leven was het licht voor de mensen. Het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet in haar macht gekregen.      Er kwam iemand die door God was gezonden; hij heette Johannes. Hij kwam als getuige, om van het licht te getuigen, opdat iedereen door hem zou geloven. Hij was niet zelf het licht, maar hij was er om te getuigen van het licht: het ware licht, dat ieder mens verlicht en naar de wereld kwam. Het Woord was in de wereld, de wereld is door hem ontstaan en toch kende de wereld hem niet. Hij kwam naar wat van hem was, maar wie van hem waren hebben hem niet ontvangen. Wie hem wel ontvingen en in zijn naam geloven, heeft hij het voorrecht gegeven om kinderen van God te worden. Zij zijn niet op natuurlijke wijze geboren, niet uit lichamelijk verlangen of uit de wil van een man, maar uit God.      Het Woord is mens geworden en heeft bij ons gewoond, vol van goedheid en waarheid, en wij hebben zijn grootheid gezien, de grootheid van de enige Zoon van de Vader. Van hem getuigde Johannes toen hij uitriep: 'Hij is het over wie ik zei: "Die na mij komt is meer dan ik, want hij was er vóór mij!"' Uit zijn overvloed zijn wij allen met goedheid overstelpt. De wet is door Mozes gegeven, maar goedheid en waarheid zijn met Jezus Christus gekomen.

09:43 Gepost door kris in Lezingen van de zondag | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

heilige Efraïm : Ik ben de Verrijzenis en het leven

H. Efraïm (ca 306-373), diaken in Syrië, Kerkleraar 
Commentaar op het Evangelie 17, 7-10 ; SC 121 

Christus van het kruis genomen4.jpg

"Ik ben de Verrijzenis en het leven"

 

      Toen Jezus vroeg: "Waar hebt u Hem neergelegd?", kwamen de tranen in zijn ogen. Zijn tranen waren als regen, Lazarus als het graan, en het graf als de aarde. Hij riep met donderende stem, de dood beefde door zijn stem, Lazarus sprong op als het graan, is naar buiten gekomen en aanbad de Heer die hem had doen verrijzen. 
      Jezus gaf het leven aan Lazarus terug en de dood is op zijn plaats, want, toen Hij hem uit het graf trok en plaats nam aan zijn tafel, werd Hij zelf symbolisch ingezwachteld door de olie die Maria over zijn hoofd goot (Mt 26,7) . De kracht van de dood die had overwonnen gedurende drie dagen werd vernietigd… opdat de dood wist dat het voor de Heer gemakkelijk was om haar de derde dag te overwinnen…; zijn belofte werd waarheid: Hij had beloofd dat Hij op de derde dag zou verrijzen (Mt 16,21)… De Heer had dus vreugde gebracht bij Maria en Martha door de hel te onderwerpen om daarmee aan te tonen dat Hijzelf nooit door de dood zou worden vastgehouden… Als men vanaf nu zegt dat verrijzen op de derde dag onmogelijk is, dan moet men kijken naar degene die op de vierde dag is verrezen… 
      “Kom dichterbij en haal de steen weg.” Wat zegt u nu, zou Degene die een dode deed verrijzen en hem het leven terug gaf, niet een graf kunnen openen en de steen om kunnen wegnemen? Hij die tegen zijn leerlingen zei: “Als je vertrouwen hebt zo groot als een mosterdzaadje, dan zeg je tegen die berg: ga van hier naar daar, en hij gaat” (Mt 17,20), had Hij niet met een woord de steen kunnen verplaatsen die het graf afsloot? Zeker had Hij de steen door zijn woord kunnen verplaatsen, zijn stem liet stenen en graven splijten toen Hij aan het kruis hing (Mt 27,51-52). Maar omdat Hij een vriend van Lazarus was, zei Hij: “Open het, opdat de stank van rotting jullie tegemoet komt, en maak hem vrij, jullie hebben hem gewikkeld in zijn zwachtels, opdat jullie degene die jullie in doeken hebben gewikkeld, zullen herkennen”.

Bron :  http://www.dagelijksevangelie.org.

12-04-14

Palmzondag - de goede week

 

PALMZONDAG

 

 palmzondag1.jpg

 LEZINGEN

 

Fil.4,4-9 :

[4] Verheug u altijd in de Heer. Nog eens: verheug u! [5] Uw vriendelijkheid moet bij alle mensen bekend zijn. De Heer* is nabij. [6] Wees niet bezorgd, maar laat al uw wensen bij God bekend worden door te bidden en te smeken en door een dankgebed te zeggen. [7] En de vrede van God, die alle begrip te boven gaat, zal uw hart en uw gedachten bewaren in Christus Jezus.      [8] Tenslotte, broeders en zusters, blijf aandacht besteden aan al wat waar en edel is, rechtvaardig en rein, beminnelijk en aantrekkelijk, aan al wat deugd heet en lof verdient. [9] En breng in praktijk wat u geleerd en overgeleverd is, en wat u van mij hebt gehoord en gezien. Dan zal de God van vrede met u zijn

 

 Evangelie

 

Johannes 12,1-18

Zalving in Betanië [1] Jezus kwam zes dagen voor het paasfeest naar Betanië, de woonplaats van Lazarus, de man die door Jezus uit de doden was opgewekt. [2] Men gaf daar een maaltijd ter ere van Hem; Marta trad op als gastvrouw en Lazarus was een van degenen die met Hem aan tafel zaten. [3] Maria kwam met een litra* echte, heel dure nardusbalsem* naar Jezus toe, zalfde daarmee zijn voeten en droogde die met haar haren af. Het huis werd vervuld van de balsemgeur. [4] Judas Iskariot, een van zijn leerlingen, degene die Hem zou overleveren, merkte op: [5] 'Waarom heeft men die balsem niet voor driehonderd* denariën verkocht en het geld aan de armen gegeven?' [6] Dit zei hij niet omdat hij zo met de armen begaan was, maar omdat hij een dief was en zich, als beheerder van de kas, de inkomsten toe-eigende. [7] Toen kwam Jezus tussenbeide: 'Laat haar! Ze moest die balsem bewaren voor de dag van mijn begrafenis. [8] De armen zullen jullie altijd bij je hebben, maar Mij niet.' Plannen om Lazarus te doden      [9] Heel veel Joden waren intussen te weten gekomen dat Hij daar was en kwamen eropaf, niet* alleen vanwege Jezus maar ook omdat ze graag die Lazarus wilden zien die Hij uit de doden had opgewekt. [10] De hogepriesters maakten toen plannen om ook Lazarus ter dood te brengen, [11] want wegens hem liepen er veel Joden over, en ze gingen in Jezus geloven. Intocht in Jeruzalem      [12] De volgende dag hoorde de menigte feestgangers dat Jezus toch naar Jeruzalem kwam, en in groten getale [13] trokken ze Hem met palmtakken tegemoet. Ze riepen almaar: 'Hosanna! Gezegend Hij die komt in de naam van de Heer: de koning van Israël!' [14] Jezus wist een ezeltje te vinden en ging erop zitten, zoals geschreven staat: [15] Vrees niet, dochter Sion! Zie, uw koning komt, gezeten op een ezelsveulen. [16] Dit begrepen zijn leerlingen aanvankelijk niet; maar toen Jezus verheerlijkt was, toen werd het hun duidelijk dat het geschreven stond met het oog op Hem en dat dit met Hem ook gebeurd was.      [17] Veel mensen die erbij waren geweest toen Hij Lazarus uit het graf riep en uit de doden opwekte, bleven daarvan getuigenis afleggen. [18] Dat was ook de reden waarom de menigte Hem tegemoet was getrokken: ze hadden gehoord dat Hij dit teken had verricht.

 

(over de goede Week : klik op lees meer)

 

Lees meer...

11:33 Gepost door kris in Lezingen van de zondag | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Andreas van Kreta : U probeert mij te doden

H. Andreas van Kreta (660-740),monnik en bisschop Grote Canon van de orthodoxe liturgie in de vastentijd, 4e ode

 

"U probeert Mij te doden"

 

Word wakker, mijn ziel, overdenk de daden die je verricht hebt, en houd ze voor ogen en laat je tranen lopen: Toon openlijk je daden en je gedachten aan Christus, om gerechtvaardigd te worden. (Jes 43:26) Ontferm U over mij, mijn God, ontferm U over mij.
Op het kruis, o Woord van God, hebt U voor allen Uw lichaam en uw bloed geofferd : Uw lichaam om de mijne te herscheppen Uw bloed om mij te wassen. Christus, U hebt mijn geest teruggebracht Om mij naar uw Vader terug te brengen (Lc 23,46).
In het hart van deze aarde is zijn Schepper gekomen om ons te redden. Hij wilde aan de boom van smarten genageld worden En direct werd het verloren Paradijs teruggevonden (Lc 23,43). Daarom wordt U door hemel en aarde aanbeden, Door de hele schepping Door de menigte van verlosten komende uit alle naties.
Dat het bloed en het water die voortkwamen Uit uw doorstoken zijde (Joh 19,34) Voor mij een doopbad mogen zijn, Een drank van verlossing. Zo gezalfd door uw woorden van leven als olie En ze als drank te ontvangen, Zal ik dubbel gezuiverd zijn, o Woord van God.
De Kerk is de beker die De straal van uw levende zijde ontvangt, Dubbele en enige stroom van kennis en vergeving, Beeld van de Testamenten in één verenigd, Het oude en het nieuwe. Ontferm U over mij, mijn God, ontferm U over mij.

08-04-14

Patriarch Bartholomeus in Nederland

DE OECUMENISCHE PATRIARCH WELDRA

IN NEDERLAND

 

ΑΝΑΜΕΝΟΥΜΕ ΤΟΝ ΟΙΚΟΥΜΕΝΙΚΟΝ ΠΑΤΡΙΑΡΧΗΝ

ΣΤΗΝ ΟΛΛΑΝΔΙΑ

 

 

LE  PATRIARCHE OECUMENIQUE BIENTOT

AUX PAYS-BAS

 

 

 

HET ORTHODOX AARTSBISDOM VANBELGIE EN EXARCHAAT VAN NEDERLAND EN LUXEMBURG  (OECUMENISCH PATRIARCHAAT)

heeft het grote genoegen aan te kondigen dat ZijneAlheiligheid de Oecumenische Patriarch Bartholomeos van 23 tot 27 april 2014 in Nederland zal zijn op uitnodiging van de Oud-Katholieke Kerk. Bij deze gelegenheid zal hij gelegenheid hebben de orthodoxe christenen in Nederland te ontmoeten:

•  op zaterdag 26 april 2014 om 18u zal hij in het Orthodox Klooster van de Geboorte aan de Moeder Gods te Asten (Gruttoweg 7 te 5725 RTAsten, Nederland) van op de Troon de Vespers voorzitten. 

•  op zondag 27 april2014 zal hij in de Orthodoxe Kathedraal van de Heilige Nikolaas te Rotterdam (Westzeedijk 333 te Rotterdam) van op de Troon de Metten en Goddelijke Liturgie voorzitten (9u – 12u). Ter verduidelijking: hij viert niet de Goddelijke Liturgie, maar zit ze voor van op de Troon (chorostasia)! De Liturgie wordt gecelebreerd door een priester en een diaken. De aanwezige priesters en diakens kunnen weliswaar communiceren. Nadien volgt een receptie voor alle aanwezigen.

 

Alle orthodoxe christenen in Nederland, priesters,diakens en gelovigen zijn van harte welkom op beide vieringen.

Dank voor het aankondigen en verspreiden van dit bericht!

Mededeling van het Orthodox Aartsbisdom (info@orthodoxia.be).

 

 Η ΙΕΡΑ ΜΗΤΡΟΠΟΛΙΣ ΒΕΛΓΙΟΥ ΚΑΙ ΕΞΑΡΧΙΑ ΚΑΤΩ ΧΩΡΩΝ ΚΑΙ ΛΟΥΞΕΜΒΟΥΡΓΟΥ

(ΟΙΚΟΥΜΕΝΙΚΟΝΠΑΤΡΙΑΡΧΕΙΟΝ)

 

ανακοινώνει με μεγάλη χαρά ότι από 23 έως 27 Απριλίου θα ευρίσκεται στην Ολλανδίαο Οικουμενικός Πατριάρχης κ.κ. Βαρθολομαίος, προσκεκλημένος της Παλαιοκαθολικής Εκκλησίας.Με  την ευκαιρία αυτή η Αυτού Θειοτάτη Παναγιότης ο Οικουμενικός μας Πατριάρχης θα συναντήση τους Ορθοδόξους χριστιανούς μας σε δύο ευκαιρίες, σε δύο πατριαρχικές χοροστασίες:

 

1.    το Σάββατον 26 Απριλίου 2014 στις 18.00 στην Ιερά Μονή του Γενεθλίου της Θεοτόκου στο Asten (Gruttoweg 7 a 5725 RT Asten, Pays-Bas) και

 

2.    την Κυριακή 27 Απριλίου 2014 στον Ιερό Ναό του Αγίου Νικολάου Rotterdam (Westzeedijk 333 a 3015 AA Rotterdam, Pays-Bas). Μετά την Θεία Λειτουργία θα ακολουθήσει Δεξίωση για όλους τους παρόντες.

 

Η Ιερά Μητρόπολις προσκαλεί όλους τους κληρικούς και λαϊκούς χριστιανούς της να συμμετάσχουν στις δύο αυτές Πατριαρχικές Χοροστασίες.

 

Παρακαλούμε να γνωρίσετε την Ανακοίνωση αυτή σε όλους τους γνωστούς σας.

 

Εκ της Ιεράς Μητροπόλεως Βελγίου

(info@orthodoxia.be).

 

LA METROPOLE ORTHODOXE DE BELGIQUE ET EXARCHAT DES PAYS-BAS ET DU LUXEMBOURG (PATRIARCAT OECUMENIQUE)

a  la grande joie de vous annoncer la venue de Sa Toute-Saintete le Patriarche Œcumenique Bartholomee du 23 au 27 avril 2014 aux Pays-Bas, a l’invitation de l’Eglise Vieille-Catholique. Il profitera de l’occasion pour rencontrer les chretiens orthodoxes des Pays-Bas :

-               le samedi 26 avril 2014 a 18h, au Monastere de la Nativite de la Mere de Dieu a Asten (Gruttoweg 7 a 5725 RT Asten, Pays-Bas) ou il presidera les Vepres depuis son trone

-               le dimanche 27 avril 2014 a la Cathedrale Orthodoxe Saint Nicolas de Rotterdam (Westzeedijk 333 a Rotterdam) ou il presidera les Matines et le Divine Liturgie (9h-12h). Qu’il soit bien clair qu’il n’officiera pas lors de la Divine Liturgie, mais il la presidera depuis son trone (chorostasie) ! La liturgie sera celebree par un seul pretre et un seul diacre. Les pretres et les diacres presents pourront bien entendu communier. Une reception suivra pour toutes les personnes presentes.

Tous les chretiens orthodoxes des Pays-Bas, pretres, diacres et fideles sont cordialement invites a assister a ces deuxcelebrations.

Merci de bien vouloir faire circuler cette information dans vos cercles de connaissances respectifs !

Communique de la Metropole Orthodoxe

(info@orthodoxia.be).

16:40 Gepost door kris in Actualiteit | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

29-03-14

vierde zondag in de vasten : Johannes Climacos

 

 

Vierde zondag in de vasten

De heilige Johannes Climacos

 

climacus-ladder.jpg

Johannes Climacos : de ladder

 

Hebr.6,13-20

Gods trouw aan zijn belofte      [13] Toen God aan Abraham zijn belofte deed, zwoer Hij bij zichzelf, aangezien Hij niemand boven zich had om bij te zweren: [14] Ik zal u rijkelijk zegenen en uw nageslacht zeer talrijk maken. [15] Abraham heeft dan ook, na lang en geduldig wachten, gekregen wat hem beloofd was. [16] Mensen zweren bij een hogere macht, en de eed is voor hen de hoogste vorm van bevestiging, die alle tegenspraak moet uitsluiten. [17] En zo heeft God met een eed willen instaan voor zijn belofte, om de erfgenamen van de belofte nog duidelijker te tonen hoe onwrikbaar vast zijn besluit stond. [18] God heeft dus twee* onherroepelijke daden gesteld die het Hem onmogelijk maken om ons te bedriegen; voor ons, die bij Hem onze toevlucht zoeken, zijn ze dan ook een krachtige aansporing om ons vast te klampen aan de hoop op wat voor ons ligt. [19] De hoop is het veilige en vaste anker voor onze ziel. Zij reikt tot achter het voorhangsel in het heiligdom, [20] waarin Jezus voor ons als voorloper is binnengegaan, nu Hij voor eeuwig hogepriester is geworden op de wijze van Melchisedek.

 

EVANGELIE

Marcus 9,17-31

[17] Iemand uit de menigte gaf Hem ten antwoord: ‘Meester, ik heb mijn zoon naar U meegenomen, omdat hij in de greep is van een stomme geest. [18] Wanneer hij hem aangrijpt, knijpt hij hem de keel dicht, en dan staat het schuim hem op de mond, knarst hij met de tanden en wordt hij helemaal stijf. Ik vroeg uw leerlingen hem uit te drijven, maar ze waren er niet toe in staat.’ [19] Hij antwoordde hun: ‘Ongelovig slag mensen! Hoelang moet Ik nog bij jullie blijven? Hoelang moet Ik jullie nog verdragen? Breng hem bij Me.’ [20] En ze brachten hem naar Hem toe. Zodra de geest Hem zag, liet hij hem stuiptrekken. Hij viel op de grond en rolde heen en weer met het schuim op zijn mond. [21] Jezus vroeg zijn vader: ‘Hoe lang heeft hij dat al?’ Hij zei: ‘Van kindsbeen af. [22] Hij heeft hem ook al vaak in het vuur en in het water gegooid om hem te doden. Maar als U enigszins kunt, wees met ons begaan, kom ons te hulp.’ [23] Jezus zei tegen hem: ‘Of Ik dat zou kunnen? Alles kan voor wie vertrouwen heeft.’ [24] Meteen riep de vader van de jongen uit: ‘Ik heb vertrouwen. Kom mijn gebrekkig vertrouwen te hulp.’ [25] Toen Jezus zag dat de menigte toestroomde, bestrafte hij de onreine geest met de woorden: ‘Stomme en dove geest, Ik beveel je, ga uit hem weg en kom niet meer in hem terug.’ [26] Onder gekrijs en veel stuiptrekkingen ging hij weg. Hij bleef achter als een lijk, zodat velen zeiden: ‘Hij is dood.’ [27] Maar Jezus nam hem bij de hand en liet hem opstaan, en hij stond op.      [28] Thuisgekomen*, alleen met zijn leerlingen, vroegen dezen Hem: ‘Waarom konden wij die geest niet uitdrijven?’ [29] Hij zei tegen hen: ‘Dit soort kun je niet anders uitdrijven dan met gebed.’ Onderricht aan de leerlingen      [30] Ze gingen daar weg en trokken door Galilea. Hij wilde niet dat iemand het te weten kwam, [31] want Hij was bezig met onderricht aan zijn leerlingen. Hij zei tegen hen: ‘De Mensenzoon wordt uitgeleverd en valt in de handen van mensen. Ze zullen Hem doden, en drie dagen na zijn dood zal Hij opstaan.

 

 

 

Climacos_Georges en Blaise.jpgZijn leven  

Men kan het leven van de heilige Johannes van de ladder een lofzang noemen. We kunnen hem typeren als een man van gebed en beschouwing. "Want Johannes was genaderd tot de geheime berg waartoe de niet-ingewijden geen toegang hebben, en opgevoed in de stadia van het geestelijke leven, had hij het visioen (van God) en de door Hem geschreven wet ontvangen." Hij is een soort nieuw gemanifesteerde Mozes. Men weet weinig over zijn leven. Alles wijst er op dat hij gestorven is in het midden van de VIIde eeuw. Hij kwam zeer jong toe in de Sinaï en bleef er gans zijn leven. Hij was er gedurende vele jaren in de leer bij een geestelijke vader. Na diens dood leefde Johannes als kluizenaar in een niet zo verafgelegen maar wel eenzame grot. Hij was reeds hoog bejaard toen hij tot higoumen van het klooster werd verkozen. Hij was dit voor korte tijd en keerde terug naar het kluizenaarsleven(2) 

De Ladder van de heilige Johannes Climacos 
 

Toen hij kloosteroverste was schreef hij zijn Ladder, "een boek dat genoemd wordt: de tafels van de spirituele weg", "voor de opbouw van de nieuwe Israëlieten, te weten de nieuwkomers die het spirituele Egypte en de oceaan van het bestaan hadden verlaten". Het is een systematische beschrijving van de normale monastieke weg, volgens de stadia van de spirituele volmaaktheid. 
Fundamenteel hierin is precies het systeem: de idee van een logische en regelmatige voortgang in de ascetische strijd. De Ladder is geschreven in een eenvoudige, bijna volkse taal. De auteur houdt van vergelijkingen aan het dagelijkse leven ontleend, hij houdt van spreuken en gezegden. Hij schrijft zijn persoonlijke ervaring neer. Toch blijft hij steeds steunen op de traditie, op het 
onderricht van de "door God geïnspireerde vaders". Hij refereert naar de vaders uit Kappadocië, naar Nilus en Evagrius, naar de Apoftegmata en naar een Cassianus en een Gregorius de Grote in het Westen. De Ladder eindigt met een "Brief aan de herder" waar Johannes het heeft over de plichten van de kloosteroverste. 

De Ladder is het te lezen boek bij uitstek en dit niet enkel in de kloosters. Het bewijs is het grote aantal kopijen in oost en in west. 
Het plan van het boek is zeer eenvoudig. Het is bepaald door de logica van het hart, eerder dan door de logica van de geest (verstand). De praktische raadgevingen worden gestaafd door de psychologische analyse. Elke vereiste moet worden uitgelegd. Dit betekent dat hij die de ascese beoefent duidelijk moet weten waarom deze of gene vereiste hem aangereikt wordt en waarom dat in deze logische volgorde gebeurt. Vergeten we niet dat Johannes speciaal voor monniken schrijft en dat hij steeds de levensomstandigheden in de kloosters voor ogen heeft. 

De eerste vereiste van het monachisme is te verzaken aan al wat van de wereld is. Het verzaken (aan de wereld) is slechts mogelijk door de vrijheid, de vrije wil, en deze vrijheid is de essentiële waardigheid van de mens. De zonde bestaat erin God vrijwillig af te wijzen of van zich van Hem te verwijderen. Deze ontkenning van het leven, dat is de vrijwillige dood, een soort van ingestemde zelfmoord. 

De ascetische strijd bestaat erin zich tot God te keren in alle vrijheid en met heel zijn wil, bestaat erin Christus te volgen en na te volgen. Het is dus anders gezegd steeds zijn wil richten en zich naar God keren. 

Het hoogtepunt van de ascese wordt beleefd in het monachisme. "De monnik is een permanent geweld aan de natuur aangedaan en het onophoudelijk bewaken van de zinnen. Het verzaken aan de wereld moet totaal en absoluut zijn: "het verwerpen van de natuurom de goederen te ontvangen die hoger zijn dan de natuur". Dit is een 
zeer belangrijke tegenstelling: het "natuurlijke" wordt doorbroken ten voordele van het boven-natuurlijke en is niet vervangen door het tegen-natuurlijke. De opdracht van de ascetische strijd bestaat erin de natuurlijke vrijheid te sublimeren (op te tillen), maar dit betekent niet het bevechten van haar authentieke wetmatigheden. Het is daarom dat alleen de ware motivaties en het waarachtige doel het verzaken (aan de wereld) en de ascetische strijd rechtvaardigen. 

De ascese is een middel, niet het doel. En de ascetische strijd bereikt slechts zijn volmaaktheid wanneer Jezus Zelf komt en de steen van de deur van het verharde hart komt wegrollen. Zoniet is de ascese steriel en ijdel. 

De opdracht ligt niet in het verzaken zelf, maar in die vereniging met God die slechts realiseerbaar is doorheen een authentiek verzaken, te weten het vrij-komen van de wereld, Het vrij-komen van de hartstochten en neigingen, van de gehechtheden en de aantrekking van de wereld teneinde de apatheia te vinden en te verwerven. In de ascetische strijd zelf is de motor van het proces het belangrijkste: i.e. de liefde voor God en de bewuste keuze. Voor het overige kan zelfs de onvrijwillige strijd vruchtbaar zijn: verzaken naargelang de omstandigheden (het vragen). Ook als men (tot verzaken) gedwongen wordt, want de ziel kan ook plotseling ontwaken. "En welk is de wijze en trouwe monnik, die de vurigheid tot aan het einde van zijn leven heeft bewaard zonder deze uit te doven, en die, tot op het einde van zijn leven, elke dag onophoudelijk dit vuur in het vuur aanwakkert, deze vurigheid in de vurigheid, deze ijver in de ijver en dit verlangen in het verlangen?". Het is met andere woorden niet zozeer het los staan ten opzichte van de wereld, dan wel het brandende verlangen om naar God uit te gaan, dat van belang is. Het verzaken bereikt zijn volmaaktheid in het spirituele omzwerven. De wereld moet vreemd worden en vreemd voorkomen. "Het (geestelijk) omzwerven bestaat erin alles achter zich te laten, zonder erop terug te komen, wat, in het vaderland, ons tegenwerkt in onze inspanning voor de vroomheid." Het is de weg naar het zo verlangde goddelijke. En het feit van zich tot vreemdeling te maken is enkel te rechtvaardigen om "de eigen gedachte onafscheidbaar te maken van God". Anders zou de pelgrimstocht naar God een ijdele omzwerving zijn zonder doel. 
 

Het (geestelijk) omzwerven moet zich niet voeden met de haat voor de wereld en voor diegenen die in de wereld blijven maar enkel met de oprechte liefde voor God. Werkelijk, deze liefde is exclusief en dooft zelf de liefde voor de ouders. En het verzaken moet onvoorwaardelijk zijn: "Trek weg uit uw land, uw ras en het huis van uw vader" (Genesis XII,1). Maar, deze "haat" voor wat in de wereld achtergelaten is, is een "haat zonder hartstocht". Het monachisme is een  uittocht uit het "vaderland". Dit is uit de sociale omgeving waarin ieder zich bevindt uit hoofde van zijn geboorte. Het monachisme is de verleidingen en geneugten vluchten. Men moet een nieuw milieu creëren en gunstige omstandigheden voor de ascese: "Dat uw vader diegene is die metu kan en wil zwoegen om de zware last van uw zonden te dragen". Deze nieuwe levensorde komt tot stand in alle vrijheid. Niettemin is het belangrijk eens te meer te verzaken: nu aan de eigen wil, maar niet aan zijn vrijheid. Het gaat hier over het stadium van de gehoorzaamheid.  

Gehoorzamen is niet de vrijheid verstikken, maar de wil transfigureren, zijn neiging voor hartstochten in de wil zelf overstijgen. "De gehoorzaamheid is het graf van de eigen wil en de opstanding van de nederigheid". Het is "een leven vreemd aan de nieuwsgierigheid" of "een daad die niet beproefd wordt". (...) De 
gehoorzaamheid wordt gerechtvaardigd door het geloof in en de hoop op de hulp van God. De onwankelbare hoop is de poort die leidt tot de passieloosheid. (...) De gehoorzaamheid is een anticipatie van de waarachtige apatheia. "De gehoorzame, als een dode, weerspreekt niet en argumenteert niet, noch ten aanzien van wat goed is, evenmin ten aanzien van wat slecht lijkt". (...) 

De innerlijke strijd gaat via het berouw. Of juister gezegd: het berouw of de droefheid over de zonden is het eigenlijke (spirituele) element dat de ascese mogelijk maakt. Het berouw is verbonden met de gedachtenis van de dood. Het gaat hier over de spirituele anticipatie van de dood en in zekere zin al een "dagelijkse dood". De waarachtige "gedachtenis van de dood" is slechts mogelijk door de totale afwezigheid van hartstochten en het volmaakte verzaken aan de (eigen-) wil. Er is geen vrees in deze gedachte. En dit is een gave van God. 

De volgende stap zijn de tranen en de tranen van vreugde. "Het berouw is de vernieuwing van het doopsel" en de tranen zijn meer dan het doopsel. "De bron van de tranen na het doopsel is meer dan het doopsel", hoe paradoxaal dit ook moge zijn. Want de tranen zuiveren onophoudelijk de zonden die begaan worden. Er zijn tranen van vrees en tranen die de barmhartigheid afsmeken; en er zijn ook de tranen van liefde, die getuigen dat het gebed werd verhoord. "Wij zullen niet beschuldigd worden, mijn broeders, omdat wij geen wonderen hebben verricht, niet omdat wij geen theologie hebben bedreven, niet omdat wij geen visioenen hebben gehad. Maar zonder enige twijfel zullen wij rekenschap moeten geven aan God omdat wij niet zonder ophouden onze zonden hebben beweend". 

"Gij waart een bewoner van de woestijn en hebt daar geleefd 
als een Engel in het vlees. Wonderbaar hebt gij allen bijgestaan, 
 
heilige Goddragende Vader Johannes: door uw vasten, uw waken en uw gebed hebt gij de hemelse genadegaven ontvangen. Gij geneest de zieken en de zielen van hen die gelovig tot u komen. Ere zij Hem, Die u kracht heeft geschonken, ere zij Hem Die u gekroond heeft; ere zij Hem, Die door u aan allen genezing schenkt" (Troparion in toon 1) 

De apatheia, het doel van de ascese  

Het doel van de innerlijke ascetische strijd is de apatheia te verwerven, de afwezigheid van hartstochten. De innerlijke opdracht om dit op gang te brengen herleidt zich tot het onophoudelijk doven van de hartstochten. Het is noodzakelijk erop gericht te zijn en erin te slagen om, in zichzelf, de beweging en het ontwaken van de hartstochten een halt toe te roepen. 

Voor alles moeten we de neigingen tot toorn (woede) overstijgen, dit "onweer van het hart"; we moeten de afwezigheid van toorn verwerven, de zachtmoedigheid, de vrede en de stilte. Voor de heilige Johannes Climacos, is de toorn gebonden aan de eigenliefde. Daarom definieert hij de afwezigheid van toorn als "het onlesbare verlangen naar vernederingen" en de zachtmoedigheid als "een onwrikbare gesteldheid van de ziel die gelijk blijft aan zichzelf in de eer en de oneer". Nog hoger (op de ladder) staat de volmaakte afwezigheid van wrok, naar het beeld van de zachtmoedigheid van Jezus. Men moet er zich totaal van onthouden te oordelen. "Voor hen die zondigen, bid in het geheim: deze vorm van liefde is God aangenaam". Oordelen en veroordelen passen niet bij diegenen die zich berouwen. "Oordelen betekent zich op hoogmoedige wijze de rang van God eigen maken". Want de mens kan niet alles kennen, en zonder alles te kennen gaat men vluchtig oordelen. "Zelfs als gij met uw eigen ogen iemand ziet die zondigt, oordeel hem niet. Want vaak gaan zelfs de ogen bedriegen". 

De heilige Johannes Climacos spreekt vaak over hoe men de zinnelijke begeerten kan overwinnen en de zuiverheid kan bereiken. De bron van de zuiverheid is in het hart. De zuiverheid overstijgt de menselijke krachten, zij is een gave van God, zelfs indien zij bekomen wordt door de ascese. 

De liefde voor het geld wordt overwonnen door de bezitloosheid, wanneer wij "alle aardse zorgen terzijde stellen". Het is een vorm van afwezigheid van de zorgen voor het aardse,afwezigheid van droefheid, en dit omwille van het 
geloof en de hoop. 

Nog gevaarlijker is de verleiding van de hoogmoed, want de hoogmoedige wordt verleid, zelfs zonder (de verleiding van) de duivel, en hij is voor zichzelf een demon en vijand geworden. De hoogmoed wordt overwonnen door de 
nederigheid. De nederigheid laat zich niet met woorden omschrijven, het is een vorm van "onzegbare genade van de ziel" die men slechts verwerft in de eigen ervaring. We kunnen de nederigheid slechts leren bij Christus: "Leer niet van de engel, noch van de mens, noch van een boek, maar van mij, omdat ik in u woon en omdat ik u heb verlicht en omdat ik in u handel, want ik ben zachtmoedig en nederig van hart" (cf. Mat. XI,29). In zekere zin is, voor diegenen die de ascese beoefenen, de nederigheid een vorm van blindheid met betrekking tot hun eigen deugden: "de goddelijke bescherming die ons niet toelaat onze eigen vooruitgang te zien". In de ontwikkeling van de hartstocht, onderscheidt de heilige Johannes van de Ladder de volgende stappen. Vooreerst is er de suggestie (het voorspiegelen) of de aanval, een bepaald beeld of gedachte, "de toestroom (flux) van gedachten". Er is nog geen zonde, want de wil neemt geen deel. "De wil treedt naar voren in de verbinding (die hij aangaat), een soort van onderhoud(gesprek, dialoog) met het beeld dat zich heeft aangediend". En in deze interesse of deze aandacht (voor het zich aandienende beeld of gedachte) zit het begin van de zonde. Het engagement van de wil (in dit gebeuren)is echter veel belangrijker, "het instemmen van de ziel met de gedachte die zich aandient, en dit, geassocieerd met het plezier dat men erin vindt". Later verwortelt de gedachte (de verleidende gedachte of het beeld) zich in de ziel: dit is de trede (van de Ladder) van de gevangenneming, een soort van in bezit name van het hart van het hart. Tenslotte ontstaat een terugkerende gewoonte: dit is de hartstocht in de letterlijke zin van het woord. We zien dus dat de wortel van de hartstochten eerst en vooral gelegen is in het laten varen van de wil, en ten tweede in de aanval van de verleiding doorheen de gedachte, onder de vorm van een overweging of een gedachte. 

De taak van de ascese is dus dubbel. Enerzijds vereist zij dat de wil versterkt wordt (door het afsnijden van de eigenwil en door de gehoorzaamheid) en anderzijds vereist zij een uitzuivering van de gedachte. De verleiding komt van buitenaf: "van nature bestaan het kwaad en de hartstochten niet in de mens. Want God heeft geen hartstochten geschapen". Dit wil niet zeggen dat de mens vandaag nog zuiver is. Maar hij is zuiver door de kracht van het doopsel, en hij valt opnieuw door zijn wil, maar hij zuivert zich (opnieuw en telkens weer) door het berouw en de ascese. In de natuur zelf is er een kracht gegeven, een mogelijkheid om het goede te doen. Nu de zonde is tegen de natuur. De zonde is  een perversie van de natuurlijke mogelijkheden. De taak van de mens echter bestaat er niet alleen in om de natuurlijke maat te vervullen, maar om deze te overstijgen, opdat hij zich verheft boven de natuur. Zo zijn de zuiverheid, de nederigheid, het waken, en het voortdurende berouw van het hart. 

Daarom is er een synergie nodig van de vrij aangegane ascetische strijd en de Goddelijke gaven, die de mens verheffen boven de beperkingen van de natuur. Het gevecht tegen de zonde en de verleiding moet zo vroeg mogelijk beginnen, vooraleer de verleiding verhardt tot hartstocht. Maar zeldzaam zijn zij die hierin niet te laat komen. Daarom is de ascese zo moeilijk is en zo lang en op deze weg zijn er geen binnenwegen. Meer nog, de weg zelf is ook zonder einde. De liefde van God kent geen einde of (met andere woorden) het eindpunt zelf is eindeloos: "de liefde houdt niet op". "En ook wij zullen nooit ophouden erin te groeien, noch in deze eeuw, noch in de komende eeuw. In het licht zullen wij altijd een nieuw geestelijk licht ontvangen. Ik zou zeggen dat ook de engelen, deze onlichamelijke wezens, niet zonder vooruitgang blijven, maar dat zij altijd glorie op glorie en inzicht op inzicht zullen ontvangen". 

Het eindpunt van de ascese 
 

Het eindpunt van de ascese ligt in de heilige stilte (), in de stilte van het lichaam en de ziel. "De stilte van het lichaam is de goede orde en harmonie van de gewoonten en de lichamelijke gevoelens. De stilte van de ziel is de goede orde van de gedachten die opkomen in de geest, en een gedachte die zich niet laat inpalmen". Anders gezegd, (de stilte is) de innerlijke en dus ook de uiterlijke harmonie en vrede, de coherentie en de harmonie van het leven. De stilte is de waaktoestand van de ziel: "ik slaap maar mijn hart waakt" (Hooglied V,2). En deze innerlijke stilte is veel belangrijker dan alleen de uiterlijke stilte. Deze strikte waakzaamheid van het hart is belangrijk. De ware stilte is "de geest die niet beroerd wordt". Het gaat hier over "de waakzaamheid van het hart" en "de waakzaamheid van de geest". 

De kracht van de stilte ligt in het onophoudelijke gebed (dat zich niet laat verstrooien): "de stilte is de voortdurende dienst aan God en het feit van in Zijn aanwezigheid te staan". Of nog, de stilte overstijgt de menselijke krachten. Ook het gebed moet zich in de aanwezigheid van God volbracht worden, en zich vervolgens met Hem verenigen. Of anders gezegd, in waarheid voor God staan, dat is bidden. In de verscheiden wijzen van bidden, moet men eerst en vooral dankzeggen, 
zich dan zondig erkennen voor Hem, tenslotte vragen. Het gebed moet altijd eenvoudig zijn en uit weinig woorden bestaan. Het hoogste gebed bestaat uit de éen-woord-aanroeping van de naam van Jezus. Het gebed moet eerder gelijken op het eenvoudige en herhaaldelijke gebrabbel van het kind dan op een intelligente en gekunstelde redevoering. De vloed aan woorden in het gebed verstrooit en brengt de dromerij binnen in de geest. En als er iets gevaarlijk is in het gebed, dan is de "sentimentele dromerij". De gedachte moet altijd beteugeld worden en opgesloten worden in de woorden. Alle "gedachten" en "beelden" (fantasieën) moeten met waakzaamheid afgesneden worden. Men moet zijn geest concentreren. "Want indien hij doolt zonder remming, dan zal hij nooit met U vertoeven". Het gebed is een rechtlijnig gericht zijn op God, het gebed is vreemdeling zijn ten aanzien van de zichtbare en de onzichtbare wereld". Tot volmaaktheid gekomen, wordt het gebed een geestelijke gave, een soort van neerdaling van de Geest, handelend in het hart. Dan bidt de Geest in diegene die deze staat van gebed heeft bereikt. Dan vallen gebed en stilte in zekere zin samen. En deze zelfde geestelijke toestand kan als apatheia omschreven worden. Want ook de apatheia is eveneens gericht op God, en zij geeft zich vrijwillig over aan Hem. "Sommigen zeggen nog dat de apatheia de verrijzenis van de ziel is vór de verrijzenis van het lichaam". Voor de rest wordt het lichaam zelf, bij het bereiken van de apatheia, onbederfelijk. Dit is wat men verstaat onder het verwerven van de geest van de Heer (cf.1 Cor.II,16). "In de ziel weerklinkt de onzegbare stem van God zelf, waarbij Hij zijn wil bekend maakt, en dit is al hoger dan elk menselijk onderricht". Het is voor deze werkelijkheid dat de dorst voor de onsterfelijke schoonheid ontvlamt. "Hij die de stilte heeft bereikt, die heeft de diepte van de mysteries gekend". De heilige Johannes Climacos aanschouwt de dynamische spanning naar de geestelijke wereld en wordt deze gewaar. In de wereld der engelen is er ook een spanning naar de hoogte der serafijnen. De ascetische strijd van de mens omvat ook de hunkering naar de hoogten der engelen en naar de "levenswijze van de geestelijke machten". De apatheia is het eindpunt én de gegeven opdracht. Allen bereiken dit eindpunt niet, maar zij die het niet hebben bereikt kunnen even goed aan hun verlossing werken. Want het belangrijkste is er naar te verlangen. De drijvende kracht van de ascese is de liefde. De volheid van de ascese bestaat in het verwerven van de liefde. In de liefde zijn er gradaties die wij niet volledig kunnen kennen, want Liefde is de Naam van God zelf. Daarom is het dat, in haar volheid, de liefde onuitsprekelijk is. "Het woord over de liefde is door de engelen gekend, maarook voor hen, in de mate van hun verlichting". De apatheia en de liefde zijn verschillende namen van de ene volmaaktheid. De liefde is tegelijk de weg en het eindpunt. "Gij hebt mijn ziel verwond en mijn hart verdraagt Uw vlam niet. Ik ga mijn weg terwijl ik U bezing". In de fragmentarische en sobere aforismen (spreuken) van de heilige Johannes Climacos over de liefde, voelen wij hoe dicht dit aanleunt bij de mystiek van het Corpus Areopagiticum. (cf. de betrokkenheid tussen de menselijke wereld en die van de engelen). Bijzonder is dat de heilige Johannes Climacos minder spreekt over de superieure stadia en etappes en hierin zo karig wordt met zijn woorden. Hij schrijft voor de beginnelingen en de gevorderden. De volmaakten hebben geen adviezen en geen menselijke gids meer nodig. Zij bezitten reeds de innerlijke zekerheid en evidentie. Bovendien verliezen in de superieure stadia de woorden zelf hun kracht en voldoen ze niet meer. Deze stadia zijn nauwelijks te beschrijven. Het is reeds de hemel op aarde, die opengaat in de ziel. Het is de woning van God zelf in de ziel. Icoon uit het Sinaïklooster : 12e eeuw "Het gebed van hij die werkelijk bidt is het gericht, het oordeel en de troon van de Rechter voor het Laatste Oordeel". Of nog: het is het anticiperen van de toekomst. "En deze gelukzalige ziel draagt in zich het altijd aanwezige Woord. Dit Woord is het dat hem inwijdt in de mysteries van God, hem onderricht en verlicht". Hier bevindt zich de top van de ladder die zich verbergt in de hemelse hoogten. Russische Icoon : 17e eeuw "Als een leidende ster die niet kan dwalen heeft de Heer u hoog aan het firmament der onthouding geplaatst, om uw licht te doen schijnen tot aan de einden der wereld, onze Leraar en Vader Johannes" (kondakion in toon 4) 

Schematisch presenteert Bisschop Kallistos (Timothy Ware) de dertig trappen als volgt:   

1. verzaking 2. onthechting 3. vreemdelingschap4.gehoorzaamheid 5. boete 6. gedachte aan de dood 7. rouwmoedigheid 8. toorn 9. wrok 10. kwaadsprekerij 11.veelpraterij 12. leugen 13. lusteloosheid 14. gulzigheid 15. onkuisheid 16-17. geldzucht 18-20. gevoelloosheid 21. ijdelheid 22. hoogmoed 23. godslastering 24. eenvoud 25. nederigheid 26. onderscheiding 27. stilheid 28. gebed 29. hartstochtloosheid 30. liefde. 


VOETNOTEN : 
(1).uit "les pères byzantins du Vème au VIIIème siècles, les pères ascètes" cours de l'institut de théologie orthodoxe Saint-Serge de Paris, 1997, traduit du russe par Françoise Lhoest. Vader Georges Florovski, geboren in Odessa in 1893, was assistent professor aan de universiteit van Odessa in 1919. Na Rusland te hebben verlaten onderwees hij filosofie in Praag van 1922 tot 1926. Toen werd hij uitgenodigd tot een leerstoel van patrologie aan het theologische instituut Saint-Serge te Parijs. In 1948 kwam v. Florovski aan in de Verenigde Staten. Hij was er professor en dekaan van Saint Vladimir's theological school tot in 1955, terwijl hij ook onderwees als adjunct professor aan de Columbia University en Union Theological Seminary. Van 1956 tot 1964 hield hij de leerstoel van Oosterse Kerkgeschiedenis aan de Harvard University. Sinds 1964 tot 1972 onderwees hij Slavische studies en geschiedenis aan de Princeton University.Hij overleed in 1979. 

(2)Voor een volledige biografie en analyse van het werk en vertaling van `de Ladder' zie "Johannes Climacus, de Geestelijke Ladder" in Monastieke cahiers nr. 50 door Drs. Paul Gillis, uitgaven Abdij Bethlehem, B-2820 Bonheiden, 
2002. 

 

Vader Dominique

 

 

10:53 Gepost door kris in Lezingen van de zondag | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

28-03-14

Chrysostomos : "Spreek met niemand over wat jullie hebben aanschouwd, voordat de Mensen­zoon uit de doden is opgestaan"

H. Johannes Chrysostomos (ca 345-407), priester in Antiochië, vervolgens bisschop in Constantinopel, Kerkleraar Homilie over het Evangelie van Mattheus, nr. 56 ; PG 58, 549

Chrysostomos- onbekend uit Turkije.jpg

"Spreek met niemand over wat jullie hebben aanschouwd, voordat de Mensen­zoon uit de doden is opgestaan"

      Jezus Christus heeft vaak tegen zijn leerlingen gesproken over zijn lijden, over zijn Passie en over zijn dood en Hij heeft hun de pijnen voorspeld die ze zelf moesten verduren en zelfs de gewelddadige dood welke men hun op een dag zou doen lijden (Mt 16,21-26). Daarom probeert Hij hen, na hun zulke harde en moeilijke zaken te hebben verteld, te troosten door de beloning te noemen die Hij zal geven als Hij in heerlijkheid van zijn Vader zal komen (v.27)…  Van te voren wil Hij hen, voor zover ze ertoe in staat zouden zijn in dit leven, hun deze grote majesteit laten zien waarin Hij moest komen, en voorkomt zo de zorg en de pijn die zijn leerlingen, in het bijzonder Petrus, zou kunnen voelen voor zijn dood…
     “Jezus nam Petrus, Jacobus en Johannes met zich mee.” Waarom neemt Hij slechts deze drie apostelen mee? Ongetwijfeld omdat ze de anderen verder dan de anderen waren. Petrus door zijn ijver en zijn liefde; Johannes omdat hij de leerling was van wie Jezus hield (Joh 1, 23); en Jacobus omdat hij samen met zijn broer had gezegd: “Wij kunnen die beker drinken”(Mt 20,22), en omdat hij zich vervolgens aan zijn woord heeft gehouden (Hand 12,2)…
      Waarom liet Jezus met Mozes en Elia verschijnen?... Men beschuldigde Hem ervan dat Hij de Wet overtrad en dat Hij God lasterde, door zich een heerlijkheid toe te dichten die Hem niet toekwam, de heerlijkheid van zijn Vader… Zo wilde Hij tonen dat Hij de Wet niet overtrad en zich geen heerlijkheid toekende die Hem niet toekwam, Jezus riep de autoriteit van twee van de meest onberispelijke getuigen op: Mozes die de Wet had gegeven … en Elia die brandde van ijver voor de heerlijkheid en de dienst aan God (1Kon 19,10)… Hij wilde ze ook onderrichten dat Hij de meester van het leven en de dood is, door een mens te laten komen die dood is en een ander die met een vurige wagen werd meegevoerd (2Kon 2,11). En Hij wilde aan zijn leerlingen de heerlijkheid van het kruis openbaren, Petrus en zijn metgezellen troosten, die angstig waren door zijn Passie en hun moed geven. Want Mozes en Elia spraken met Hem over de heerlijkheid die Hij in Jeruzalem zou ontvangen (Lc 9,31), dat wil zeggen ze spraken over zijn Passie en over zijn kruis, dat door de profeten altijd zijn heerlijkheid werd genoemd.

http://www.dagelijksevangelie.org.

26-03-14

heilige Basilios van Ostrog

 

Heiligenleven

 De heilige Basilios van Ostrog

 

Basil_of_Ostrog.jpg

 

De heilige Basilios van Ostrog (Montenegro) was afkomstig uit Herzegowina, de grensstreek bij Montenegro. Hij was een kind met een sterk godsdienstige aanleg, en zodra hij de leeftijd bereikt had ging hij naar het Moeder Gods klooster te Treblinski, en wijdde zich geheel aan het monastieke leven. Zijn warme persoonlijkheid en diepe godsdienstigheid trokken de mensen aan, en hij werd tot bisschop gekozen van Zahum en Skendrië. Daar moest hij op twee fronten strijden, tegen de wreedheid der turkse overheersers, en tegen de opdringerigheid der Latijnen. Daarbij had hij zijn intrek genomen in het klooster van Tvrdos, van waaruit hij zijn diocees bestuurde.

De moeilijkheden werden echter steeds groter, en toen het klooster door de Turken verwoest was, verplaatste Basilios zijn  zetel naar het meer beschutte Ostrog.

Daar is hij in vrede gestorven in de 16e eeuw. Bij zijn graf geschieden talrijke wonderen tot in onze dagen. Zowel Christenen als moslims zoeken zijn hulp, en elk jaar met Pinksteren komt een grote menigte ter bedevaart.

Op de ruïnes van het oude Tvrdos is later een nieuwe stichting gebouwd.

 

Uit : heiligenlevens voor elke dag. Orth.klooster Den Haag

16:00 Gepost door kris in Heiligenleven | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

15-03-14

2e zondag van de vasten : Zondag van de heilige H. Gregorios Palamas

2e zondag van de vasten

Zondag van de heilige H. Gregorios Palamas

 

 

palamas5.jpg

 

Heilige Gregorius Palamas

 

 

....Gij zult grotere dingen zien.... Voorwaar, voorwaar ik zeg u, gij zult de hemel open zien en de engelen Gods opstijgen en neerdalen op de Zoon des mensen....(1e zondag)

Hieraan worden wij herinnerd bij de lezing uit de Hebreeënbrief op de tweede zondag van de vasten.

......Daarom moeten wij temeer aandacht schenken aan hetgeen we gehoord hebben, opdat wij niet afdrijven...hoe zullen wijn dan ontkomen, indien wij geen ernst maken met zulk een heil.

In de evangelie lezing op de tweede zondag wordt die inzet en dat verlangen verbeeld door de lamme die bij Christus gebracht wordt door het dak:

...en daar Jezus hun geloof zag, zei Hij tot de verlamde : uw zonden worden u vergeven.

Lezingen :

Hebr.1,10-2,3

  En:  In het begin, Heer, hebt U de aarde gegrondvest,  en de hemel is het werk van uw handen.  Zij zullen vergaan, U echter blijft.  Alle zullen ze verslijten als kleren,  U zult ze opvouwen als een mantel,  als een kledingstuk zullen zij verwisseld worden.  U echter bent dezelfde  en uw jaren nemen geen einde.  Tot welke engel heeft Hij ooit gezegd:  Ga zitten aan mijn rechterhand,  totdat Ik uw vijanden als een voetbank voor uw voeten heb gelegd?  Wat zijn zij anders dan dienende geesten, uitgezonden ten behoeve van hen die de redding zullen erven? Trouw aan de boodschap 2.Daarom moeten wij des te meer aandacht schenken aan wat wij gehoord hebben, om niet uit de koers te raken. Want als het door engelen gesproken woord zo'n gezag had dat elke overtreding of ongehoorzaamheid haar rechtmatige vergelding ontving,  hoe zullen wij dan ontkomen, wanneer wij een zo grote redding verwaarlozen, die eerst verkondigd is door de Heer, en getrouw aan ons is doorgegeven door hen die Hem gehoord hebben;

Evangelie :

Marcus,2,1-12

Toenemende tegenstand  Toen Hij enkele dagen later weer in Kafarnaüm kwam, hoorde men dat Hij thuis was.  Er liepen zoveel mensen te hoop dat ze zelfs niet meer bij de deur konden komen, en Hij sprak hen toe. ] Ze kwamen een verlamde bij Hem brengen, door vier man gedragen.  Omdat ze de man niet bij Hem konden krijgen vanwege de menigte, haalden ze de dakbedekking weg boven zijn hoofd, en toen ze een opening gemaakt hadden, lieten ze het bed waar de verlamde op lag, zakken.  Bij het zien van hun vertrouwen zei Jezus tegen de verlamde: 'Vriend, uw zonden worden u vergeven.'  Nu zaten daar een paar schriftgeleerden die hun bedenkingen hadden:  'Hoe kan die man zoiets zeggen? Hij lastert God. Wie anders dan de enige God kan zonden vergeven?'  Jezus doorzag meteen dat ze deze bezwaren hadden en zei tegen hen: 'Waarom hebt u eigenlijk bezwaren?  Wat is eenvoudiger? Tegen de verlamde zeggen: "Uw zonden worden vergeven", of zeggen: "Sta op en pak uw bed en loop?"  Maar opdat u weet dat de Mensenzoon bevoegd is om op aarde zonden te vergeven ', zei Hij, nu tegen de verlamde:  'Ik zeg u, sta op, pak uw bed en ga naar huis.'  En hij stond op, pakte meteen zijn bed en ging weg voor het oog van iedereen, zodat ze allemaal verrukt waren en God verheerlijkten. 'Zoiets hebben we nog nooit gezien', zeiden ze.

08:36 Gepost door kris in Lezingen van de zondag | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Wat het bdetekent een christen te zijn volgens de heilige Paulus

Wat het betekent een christen te zijn volgens de heilige Paulus

Een toespraak van Metropoliet Anthony van Sourozh bij de ontvangst van de graad van Doctor in de Theologie 'Honoris Causa' aan de Theologische Academie van Moskou op 3 februari 1983

 

Nadat ik het Evangelie las op jeugdige leeftijd - ik was een jongen van 14 jaar - voelde ik dat er voor mij geen andere taak in het leven kon zijn dan met anderen de vreugde te delen die het leven vernieuwt en die mij geopend was in de kennis van God en Christus. Het was toen, in mijn opgroeiende jaren, dat ik, op gunstige en niet gunstige momenten - op school, in de metro, in jeugdkampen - over Christus begon te spreken, hoe ik Hem ervaarde: als leven, als vreugde, als zin, als iets dat zo nieuw was dat het alles vernieuwde. Als het passend zou zijn mijzelf te beschrijven in de woorden van de Heilige Schrift, zou ik met de heilige Paulus willen zeggen: "Want wee mij, als ik niet het Evangelie predik! (l Kor. 9:16)." 'Wee', omdat het niet delen van dit wonder een misdaad zou zijn tegen God, Die dit wonder bewerkte, en voor de mensen, die ook vandaag overal ter wereld dorsten naar het levende woord van God.

Maar wie van ons, priesters en degenen die studeren voor priester, kan de woorden van Christus vergeten: "Want door uw woorden zult gij gerechtvaardigd worden, en door uw woorden zult gij veroordeeld worden (Mat. 12:37)." Toen ik begon te preken - voor het eerst als leek met de zegen van Metropoliet Eleutherius van Vilna en Litouwen, vroeg ik mijzelf af: "Hoe kan ik over dingen spreken die ik niet volbracht heb, over heiligheid waar ik nog ver van af sta, waarnaar ik alleen kan zien met eerbied, ontzag en vrees? Hoe kan ik over dingen preken die ik in mijn leven niet verricht?" Maar daar ik zo'n grote geestelijke honger rondom mij waarnam, bracht ik mij de woorden in herinnering: van de heilige Johannes Climacus, die zei dat er mensen zijn die het Woord van God preken, hoewel zij onwaardig zijn dat te doen. Bij het Laatste Oordeel, echter, zullen zij gerechtvaardigd worden door het getuigenis van diegenen die, door hun woorden, vernieuwd werden, nieuwe schepselen werden. "Heer", zullen zij zeggen, "als hij niet gepreekt had, zou ik nooit gehoord hebben van Uw levenschenkende Waarheid..."

Wanneer men preekt, staat men vóór het eigen geweten, dat veroordeelt, dat nuchter, streng, en ontoegeeflijk is, en vóór het aangezicht van Christus, de barmhartige Verlosser, Die ons Zijn goddelijk Woord toevertrouwt, maar dat wij, helaas, dragen in aarden vaten. En men is gedwongen zich af te vragen: "Wat betekent het een christen te zijn?" Het antwoord is, aan de ene kant, erg eenvoudig: het gehele Evangelie maakt duidelijk hoe men moet leven, hoe men moet denken en voelen teneinde een christen te zijn. Aan de andere kant, hetzelfde Evangelie openbaart ons, en de Vaders van de Kerk onderwijzen het ons, dat het niet genoeg is alleen maar de geboden te vervullen. Men moet een nieuw mens worden, een mens voor wie Gods gebod niet meer slechts een bevel is, maar een persoonlijke drijfveer in het leven: we moeten worden dat wat het Evangelie ons openbaart.

Dit is echter niet waar ik vandaag over wil uitweiden. Ieder van ons moet zich in het Evangelie inleven, daarin die geboden vinden, die roep van God, de smeking van God, aan ons allen persoonlijk gericht, waaraan men met zijn hele leven - geest, hart, en ziel, met alle krachten en zwakheden - kan beantwoorden. Woorden moeten gevonden worden die niet aan iedereen in het algemeen gericht zijn, maar aan ieder van ons persoonlijk; woorden die het hart doen ontbranden, de geest verlichten, de wil versterken, en Gods kracht in ons uitstorten. Wij moeten bovendien die nieuwe diepte ontdekken die in God is, in de mens, in de kosmos, en in gehele wereld die door het Woord geschapen is, en in onze gemeenschap met Christus, Zijn liefde voor ons en onze beantwoordende liefde voor Hem. Dit betekent dat wij het leven moeten ontdekken en dit ervaren zoals God liet leven ziet.

Ik zou graag de heilige Paulus als voorbeeld nemen.

U zult zich allen zijn vermetele woorden herinneren: "Daarom verzoek ik u, wees navolgers van mij, zoals ook ik van Christus ben (l Kor. 4:16)." Lange tijd was ik verbijsterd: hoe kon Paulus tot ons zeggen: "Volg mij na, wees zoals ik, want ik ben, blijkbaar, aan Christus gelijk." Maar plotseling drong het tot mij door dat hij dat in het geheel niet had bedoeld, maar ons eraan herinnerde wat met hem gebeurd was.

U kent allen zijn leven onder de Joden, hoe hij Christus en Zijn discipelen vervolgde, hoe hij alle pogingen deed, al zijn krachten aanwendde, vanuit een brandende begeerte, om het werk van Degene Die hij beschouwde als een valse profeet, te vernietigen. Op weg naar Damaskus kwam hij echter van aangezicht tot aangezicht tegenover Christus te staan, Die hij slechts gekend had als een gekruisigde misdadiger, maar Die Zich aan hem openbaarde als zijn verrezen Verlosser en God, Die in het vlees was verschenen om de wereld te redden. Toen werd zijn hele leven door elkaar geschud, maar Paulus wendde zich niet, zoals hij zelf zegt, tot Zijn voornaamste apostelen. Datgene dat aan hem werd geopenbaard kwam rechtstreeks van God. Het nieuwe leven dat hem geschonken werd, drong hem het te delen met anderen, het te delen ondanks de grote prijs die hij ervoor moest betalen. U zult zich herinneren hoe de heilige Paulus zijn strijd beschrijft in zijn brieven. Hij kon waarachtig zeggen: "Ik draag in mijn lichaam de kentekenen van de Heer Jezus (Gal. 6:17)"; "en vul in mijn lichaam aan wat ontbreekt aan het lijden van Christus... (Kol. 1:24)."

Hier vervulde hij iets waarin wij hem moeten navolgen, aan hem gelijk moeten zijn bij het keerpunt van berouw, dat hem veranderde van een vervolger in een discipel, en dat hem in staat stelde, niet alleen met woorden maar met zijn hele leven, de oproep te volgen van Christus aan Jakobus en Johannes: "Kunt gij de beker drinken die Ik drink, en met de doop gedoopt worden waarmee Ik gedoopt word? Mat. 20:22)", dat wil zeggen, de verschrikking doorstaan die Mij wacht: de verschrikking van Gethsemane, van het lijden, van de kruisiging, van het verlaten zijn door God, de afdaling in de hel...? Als Paulus tot ons zegt: "... wees navolgers van mij, zoals ook ik van Christus ben", dan bedoelt hij: Leer van mij en bekeer u op dezelfde wijze, zodat gij nieuwe mensen zult worden, inwoners van de hemel en de gezonden getuigen van Christus in deze wereld.

Christus roept een ieder van ons en zegt: "Volg Mij!" Toen Christus op aarde was, was deze roep eenvoudig, maar toch hoe moeilijk, hoe verschrikkelijk moeilijk (denk aan het verhaal van de rijke jongeling), maar ook hoe duidelijk: "Laat al uw zorgen achter u; verlaat wat gij bezig zijt te doen, en volg Mij op de wegen van het Heilige Land ..."

Wat betekent dit in ons leven van vandaag? Hetzelfde als tijdens het leven van Christus op aarde: "Ruk uzelf los, keer af van alles dat u een slaaf van het verderf maakt, een gevangene van de aarde, van alles dat u bindt, en volg Mij."

Om te beginnen, ga tot in het diepste van uw leven, uw geest, uw ziel en uw hart: de enige plaats waar u Christus de Verlosser en de levende God kunt vinden, het Koninkrijk der hemelen. En als u dit Koninkrijk hebt gevonden en deel hebt gekregen aan het nieuwe leven, vervolg moedig uw weg van het apostelschap. En tenslotte, "het sterven van de Heer Jezus in uw lichaam dragende (2 Kor. 4:l0)", Zijn volmaakte vervreemding van alles dat ten diepste de oorzaak is van zonde, van dood, van vervreemding van God, en van afkeer van uw medemens, groei tot de maat dat u een ikoon zult zijn, het beeld, het woord en de aanwezigheid van Christus de Verlosser.

In zijn brief aan de Filippenzen schrijft de heilige apostel Paulus: "Want voor mij is leven Christus (l:2l)." Wij vragen ons vaak af wat dit zou kunnen betekenen. Wanneer wij van iemand houden, of iets heel sterk begeren, of iets wordt ons zeer dierbaar, zodat wij bereid zijn alles op te geven terwille daarvan, dan geloven wij dat de persoon of zaak waar het om gaat ons eigen leven is. Wat ons geboeid houdt kan bijvoorbeeld de wetenschap zijn, de theologie, ons gezin, onze trots. Met een dergelijke onweerstaanbare kracht moeten wij geboeid zijn door Christus. Hij zou voor ons moeten worden, voor ons moeten zijn, ons hele leven en op elk moment, met al onze gedachten, geloof en kracht, met onze gehele persoon, wat de beminde is voor de minnaar: de betekenis en inhoud van ons leven. Alles dat van Christus is, zou van ons moeten zijn, en alles dat lijkt te getuigen dat Hij tevergeefs leefde en tevergeefs stierf, zou ons niet alleen vreemd moeten zijn, maar ook afschrikwekkend, dan zal Christus waarlijk ons leven zijn.

Maar hoe bereiken wij dit? Is dit werkelijk mogelijk? Welk een geweldige kracht is nodig om dit te verwezenlijken. Hier moeten wij opnieuw aan de heilige Paulus herinneren, hoe hij Christus om kracht verzocht, en Christus hem antwoordde: "Mijn genade is u genoeg, want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht (2 Kor. 12:9)." De menselijke kracht is niet toereikend om de christelijke roeping te volbrengen. Wie kan enkel uit eigen kracht een lid, een deel worden van Christus' Lichaam, de voortzetting van Zijn geïncarneerde aanwezigheid op aarde? Wie kan enkel uit eigen kracht een ongerepte tempel van de Heilige Geest worden? Wie kan uit eigen kracht een deelnemer aan de goddelijke Natuur worden? Wie kan uit eigen kracht een zoon van God worden zoals Christus de Zoon van God is? Tezelfdertijd deelt de heilige IrenaeГјs van Lyon ons mee dat de mens Gods heerlijkheid wordt, Gods schittering, wanneer hij de volheid en volmaaktheid heeft bereikt; en wanneer wij met Christus verenigd zijn door de kracht van de Heilige Geest, dan zullen wij in Christus en de Heilige Geest zonen van God zijn in de Zoon van God. Niets dat de mens verricht, geen enkele handeling van de mens, kan dit tot stand brengen, maar de goddelijke genade kan alle dingen tot stand brengen.

Gods kracht wordt inderdaad in zwakheid volbracht, maar niet de zwakheid die ons voortdurend verhindert één met Christus te worden - vrees, luiheid, traagheid, zondigheid, gehechtheid aan aardse zaken, afkeer van alles dat hemels is, maar een ander soort zwakheid - buigzaamheid, doorzichtigheid - een zwakheid waarin de Heer Zijn kracht kan schenken. Wij moeten de zwakheid leren die volmaakt plooibaar is in Gods handen, volmaakt buigzaam, dan zal Gods kracht waarlijk vervuld worden, ondanks onze zwakheid, ondanks het feit dat wij in ander opzicht zondaars zijn en redding behoeven evenzeer als, zo niet meer dan, degenen aan wie wij het leven en de redding prediken.

Maar in de aanhaling waarmee ik begon staat meer: "Voor mij is leven Christus en sterven gewin (Fil. 1:2l)." Hier is het tweede, nuchtere criterium voor ons allen: hoe bezien wij de dood, niet de dood in het algemeen (want dat is een theologisch begrip), maar onze eigen dood? Toen ik een jongen was, zei mijn vader tot mij: "Leer te leven op een wijze dat je altijd de dood zult verwachten, zoals een jongeling de komst van zijn geliefde, zijn bruid verwacht." Op deze wijze verwachtte de heilige Paulus zijn dood, omdat, zoals hij zegt, wij zolang wij in het vlees zijn gescheiden zijn van Christus. Hoe groot ook onze ervaring is van het gebed, hoe groot ook onze ervaring van de sacramenten die ons transfigureren, wij zijn nog steeds gescheiden; er is een sluier tussen Hem en ons: wij zien de dingen als door een beslagen spiegel. Hoe begeren wij niet door deze spiegel heen te breken, de sluier weg te rukken, en door te dringen tot wat zich daarachter bevindt, God te kennen zoals wij door Hem gekend worden!

Als wij ons afvragen: "Zijn wij het eigendom van Christus?", wordt de vraag gesteld met betrekking tot ons leven. "Terwille waarvan ben ik bereid te leven, te leven van dag tot dag, van uur tot uur; waarvoor ben ik bereid mijn leven neer te leggen?" Het neer te leggen van dag tot dag, van uur tot uur, mijzelf te verloochenen, mijn kruis op te nemen en Christus te volgen op Zijn weg, niet alleen in Zijn heerlijkheid, maar ook op Zijn weg van het kruis. Hoe beschouwen wij die dood, onze eigen dood? Zien wij er naar uit de dood te ontmoeten, zien wij hem als het einde van ons leven, of als de deur die zal opengaan naar de volheid van het leven? Paulus zegt dat sterven voor Hem niet betekent ontdaan te worden van het aardse leven, maar bekleed te worden met de eeuwigheid (vgl. 2 Kor. 5:4). Is dit ons geloof, het geloof waarmede wij de eeuwigheid verkondigen?

Paulus voegt hier echter iets anders aan toe, wat ik in mijn eigen woorden zal weergeven. Na zijn laatste woorden over de dood zegt hij: "Voor u is het beter dat ik leef..." En hij blijft leven. Overweeg goed wat dit betekent, het betekent dat het leven voor hem is de Weg van het Kruis op de aarde, dat de dood voor hem het moment inhoudt dat hij de heerlijkheid zal verwerven van het leven van de verrezen Christus, maar hij is bereid zich dit zelfs te ontzeggen teneinde anderen in aanraking te brengen met het levenschenkende, transformerende en reddende Woord van God.

En hier is het derde criterium dat ik aan u wil meedelen, een criterium, waarvan ik mij altijd bewust ben en dat mij doet zeggen: "Heer, vergeef mij, want ik ben zelfs nog niet begonnen een christen te zijn. Help mij te groeien in het geloof, niet naar de mate van Paulus, maar te groeien opdat Gij mijn liefde zijt, dat mijn verlangen is U te ontmoeten en met U verenigd te worden, dat ik bereid moge zijn alles te doen om U te dienen, in de harten, zielen, de bestemmingen en levens van anderen."

 

(Vertaling uit het Engels door Andreas Wilts)

08:25 Gepost door kris in theologie | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

05-03-14

Begin van de vastentijd

 

vasten2.jpg

 

BEGIN VAN DE VASTENTIJD 

"Open voor mij de deur van het berouw,

O Schenker van het leven.

Want zie, mijn geest waakt en verlangt

Naar uw heilige tempel

Omdat de tempel van mijn lichaam

Geheel veronteinigd is;

Maar Gij Bermahrtige, reinig mij door uw grote genade.

 

Leid mij op het pad des heils,

O Moeder van God,

Want met beschamende daden

Heb ik mijn ziel besmeurd

En de traagheid mijn leven verdaan.

Maar bevrijd mij door uw gebeden

Van al mijn onreinheid.

 

Denkende aan de vele boosheden

Die ik heb begaan,

Beef ik, ongelukkige,

Voor de dag des oordeels.

Maar hopende op de genade

Van uw barmhartigheid,

Roep ik als David U toe :

Ontferm U over mij, o God,

Volgens uw grote genade

 

(Horologion,p120)

04-03-14

vredesoproep van patriarch van Moscou

Vredesoproep van patriarch van Moskou

Hilversum (van onze redactie) 2 maart 2014 – De Russisch-orthodoxe patriarch Kyrill I van Moskou heeft opgeroepen tot vrede in Oekraïne. Er moet alles aan worden gedaan om te vermijden dat er in Oekraïne meer onschuldige mensen worden gedood, aldus de patriarch vandaag in een brief aan het Oekraïens-orthodoxe genootschap dat ressorteert onder het patriarchaat van Moskou.

Geen kritiek op Poetin Volgens Kyrill is het de schuld van “politieke twisten” in de hoofdstad Kiev dat de eenheid van Oekraïense republiek nu wordt bedreigd. De patriarch valt de Russische president Vladimir Poetin niet af en gaat niet in op de militaire interventie van de Russen op de Krim.

Metropoliet Onufri De patriarch reageert met zijn brief op een oproep van de leiding van het met Moskou verbonden Oekraïens-orthodoxe kerkgenootschap. Hoofd daarvan is metropoliet Onufri. Die had er bij Kyrill op aangedrongen om de Russische regering op te roepen “de territoriale integriteit van de Oekraïense staat” te respecteren en alles in het werk te stellen om bloedvergieten in Oekraïne te voorkomen. Onufri vreest voor de “catastrofale gevolgen” voor een Russische invasie van Oekraïne.

‘Vredesmissie’ De Russisch-orthodoxe aartspriester Vsevolod Tsjaplin, referent van het Moskouse patriarchaat voor maatschappelijke kwesties, zei gisteravond de militaire interventie op de Krim te rechtvaardigen. Hij zei dat er sprake is van een vredesmissie die als doel heeft de Russische inwoners van de Krim te beschermen.

Twee kerken In Oekraïne bestaan twee orthodoxe genootschappen: de Oekraïens-Orthodoxe Kerk van het Patriarchaat Kiev en de Oekraïens-Orthodoxe Kerk van het Patriarchaat Moskou. Het land kent ook een met de paus van Rome verbonden Grieks-Katholieke Kerk. Vanochtend lieten Oekraïense kerkleiders, onder wie patriarch Filaret, de Grieks-katholieke grootaartsbisschop Svjatoslav Sjevtsjoek en opperrabbijn Jakob Bleich, een verklaring uitgaan waarin zij de Russische regering opriepen de troepen onmiddellijk terug te trekken. Ook beschuldigden zij het Kremlin ervan valse propaganda te verspreiden waarin de machtswisseling in Oekraïne een fascistische putsch wordt genoemd.    

VN-vredesmacht Westerse wereldleiders uitten dit weekeinde dreigende taal tegen Poetin. Ze riepen hem op de provocerende militaire activiteiten in Oekraïne onmiddellijk te stoppen. De VS eisten dat er een VN-vredesmacht naar Oekraïne wordt gestuurd en dreigden met zware sancties tegen Rusland. Verschillende landen staakten de voorbereidingen voor de top van de G8 in Sotsji.

Marine De Russische Federatieraad (senaat) gaf Poetin gisteren toestemming voor een militaire interventie in Oekraïne. Het Kremlin liet weten dat Poetin nog niet heeft besloten over militair ingrijpen. Zijn besluit zal afhangen van de verdere ontwikkeling op de Krim. Het schiereiland is sinds gisteren feitelijk afgescheiden van Oekraïne. Er zouden al 15.000 Russische militairen zijn. De Oekraïense marine op de Krim is uitgeweken naar zee.

NAVO Westerse landen voerden ondertussen koortsachtig diplomatiek overleg. NAVO-chef Anders Fogh Rasmussen heeft Rusland opgeroepen de militaire dreigingen op de Krim onmiddellijk te stoppen. De Amerikaanse president Barack Obama liet weten dat een Russische invasie Moskou duur te staan zou komen. Canada is voorlopig het enige land dat zijn ambassadeur terughaalt uit Moskou.

Bron : RKK

 

11:32 Gepost door kris in Actualiteit | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

03-03-14

Vasten, gebed en liefde

VASTEN,GEBED EN LIEFDE

 

 De periode van de vasten, van de veertig dagen die beginnen met Vergevingszondag, kan begrepen worden als een volmaakt unieke tijd, een tijd van voorbereiding tot het jaarlijkse Pasen van de lente, en daardoor, tot het eeuwige Pasen van de ‘doortocht’ ( dit is de letterlijke betekenis van het joodse woord Pasen-Pesah), van het bederfelijk leven naar het eeuwig leven, van het halfduister naar het licht, van de ballingschap in een verre wereld, deze van de zonde, naar het visioen van het ‘van aangezicht tot aangezicht’ in het Koninkrijk. Het programma van de Vasten dat de voortdurende ascese van gans het christelijk leven, bewust en verantwoordelijk samenvat en terug in herinnering brengt, is het antwoord op de drie bekoringen welke Christus in de loop van de veertig dagen heeft ondergaan in de woestijn ,en waarin Hij niet at en honger leed (Mt.4,3).

 

Bekoring van het brood :

 

’t Is te zeggen, van elk aards voedsel welke aan de mens de illusie geeft uit zichzelf te kunnen leven, door in wezen elke angst voor de dood en de vrees voor het hiernamaals te verdringen Kiezen om honger te hebben, te vasten, is ook kiezen om open te staan voor een ander voedsel : het woord en het brood van de levende God, waar elke mens nood aan heeft om te kunnen voortbestaan.

 

Bekoring van het mirakel :

 

’t Is te zeggen een onbeperkte macht over de anderen, door hen te dwingen om God te aanbidden, om Hem te gehoorzamen, door hen te onderwerpen, veeleer dan ten overstaan van hen te handelen door middel van het enig mirakel van de Heilige Geest, dat van de liefde, van de bekering van het hart. Deze innerlijke bekering eist de ontlediging van zichzelf, de weigering om gediend te worden. De ‘Zoon des mensen is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen’(Marc.10,45). De waarachtige liefde moet erop gericht zijn om al onze relaties, al onze menselijke houdingen, tot de meest gewone toe, te doordringen.

 

Bekoring van de macht …

 

…over de koninkrijken van deze wereld, met als enige voorwaarde, om de satan te aanbidden. ‘Gij zult de Heer uw God aanbidden en Hem alleen dienen’. Deze aanbidding van God de Vader in Christus door de Heilige Geest moet onze belangrijkste innerlijke houding zijn, het meest vaststaande gegeven in ons leven, de meest absolute voorrang van alles in het geloof van elk menselijk wezen. Het nederig en onopvallend gebed, zoals de dagelijkse tekens van liefde kunnen in werkelijkheid ons hart zodanig overrompelen, dat het voor altijd gekwest blijft. Het waarachtige gebed is niet alleen spreken en in dialoog treden met God, maar het moet in het binnenste van onszelf gebed van de Heilige Geest zijn, die in ons leeft en die samenvalt met ons menselijk bestaan en onze meest persoonlijke en diepste bezieling.

 

Dit driedelig programma van de Vasten moet gekruid worden met bescheidenheid , het niet-uiterlijk vertoon, de vreugde op het gezicht, met het niet beoordelen van de zwakken, met het niet jaloers zijn op de sterken, met het gevoel ook, dat de Heer Jezus gekomen is om de zondaars te redden waarvan ik de eerste ben (‘Laat mij eerst mijn eigen zonden zien en mijn broeder niet beoordelen’). De vrucht van de Vasten en haar kracht zal het gebed zijn, het teken van de komst in ons van de Heilige Geest van liefde zal de liefde zelf zijn, de liefde voor onze naaste, voor iedereen waarvoor Christus is gestorven.

Vertaling : kris biesbroeck

 

11:16 Gepost door kris in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

01-03-14

Vergevingszondag

 

VERGEVINGSZONDAG

 Laatste zondag van de voorvasten

 

 Adam en eva _verdrijving uit het paradijs michelangelo.jpg

 Adam en Eva : de verbanning (Michelangelo)

 

LEZINGEN

Romeinen : 13,11-14,4:

Waakzaam zijn       U weet trouwens hoe laat het is, u weet dat het uu om uit de slaap te ontwaken reeds is aangebroken. Nu is onze redding dichterbij dan toen wij tot het geloof kwamen.  De nacht loopt ten einde, de dag breekt aan. Laten wij ons dus ontdoen van de werken van de duisternis en ons toerusten met de wapens van het licht.  Laten wij ons behoorlijk gedragen, als op klaarlichte dag, en ons onthouden van zwelgpartijen en drinkgelagen, van ontucht en losbandigheid, van twist en nijd.  Bekleed u met de Heer Jezus Christus, en vertroetel uw lichaam niet; er mogen geen begeerten worden opgewekt.
Hoofdstuk 14 Verdraagzaam zijn  Aanvaard ieder die zwak is in het geloof, zonder zijn opvattingen te betwisten.  De een is ervan overtuigd dat hij alles mag eten, terwijl een zwakke alleen maar plantaardig voedsel eet. Wie vlees eet, moet iemand die dat niet doet, niet minachten; en wie geen vlees eet, moet iemand die dat wel doet, niet veroordelen; God zelf heeft die ander immers als de zijne aanvaard.  Wie ben jij, dat je jezelf een oordeel aanmatigt over de knecht van een ander? Of hij staat of valt, gaat alleen zijn heer aan. Hij zal trouwens staande blijven, want zijn heer is bij machte hem staande te houden.

Evangelie :

Mattheüs 6,14-21:

 Want als jullie de mensen hun overtredingen vergeven, zal je hemelse Vader ook jullie vergeven.  Maar als jullie de mensen niet vergeven, zal je Vader jullie overtredingen ook niet vergeven.  Wanneer je vast, zet dan geen somber gezicht zoals de schijnheiligen, want zij vertrekken hun gezicht om met hun vasten op te vallen bij de mensen. Ik verzeker jullie, ze hebben hun loon al.  Maar als jij vast, zalf dan je hoofd en was je gezicht,  opdat het bij de mensen niet opvalt dat je vast, maar wel bij je Vader, die in het verborgene is; en je Vader, die in het verborgene ziet, zal het je lonen. Maak je geen zorgen!  Verzamel geen schatten op aarde, waar mot of houtworm ze aantast, en waar dieven inbreken om ze te stelen.  Maar verzamel schatten in de hemel, waar mot noch houtworm ze aantasten, en waar geen dieven inbreken om ze te stelen. Want waar je schat is, daar zal ook je hart zijn.

21:45 Gepost door kris in Lezingen van de zondag | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

28-02-14

een vader heeft kanker...

Een vader die kanker heeft neemt afscheid van zijn kindje

10:04 Gepost door kris in Actualiteit | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

22-02-14

zondag van het laatste oordeel

Zondag van het laatste oordeel

 

 laatste_oordeel1.jpg

 

 

1 Kor.8,8-9,2

Eten van offervlees

 

Wat nu het offervlees betreft: ‘Wij allen bezitten de gave van de kennis’, maar kennis alleen leidt tot eigenwaan; het is de liefde die opbouwt.  Als iemand kennis meent te bezitten, weet hij nog niet op de juiste wijze te kennen.  Maar wie God liefheeft, die wordt door Hem gekend.  Wat dus het eten van offervlees betreft: wij weten dat er in de hele wereld geen afgod bestaat en dat er geen God is behalve de Ene.  Want ook al zijn er zogenaamde goden, hetzij in de hemel, hetzij op aarde – en in deze zin zijn er vele goden en heren –  toch is er voor ons maar één God, de Vader, uit wie alles voortkomt en voor wie wij bestemd zijn, en één Heer, Jezus Christus, door wie alles er is, en door wie wij leven.       Maar niet allen bezitten die kennis. Sommige mensen waren tot voor kort nog zo gewend aan afgoderij, dat ze vlees dat aan goden is geofferd, nog altijd als zodanig beschouwen; en hun geweten, zwak als het is, wordt erdoor besmet als zij het eten. Voedsel brengt ons niet dichter bij God; wij verliezen er niets bij als wij het niet eten, en als wij het wel eten, worden wij er niet beter van.  Maar zorg ervoor dat uw vrijheid van handelen de zwakken geen aanstoot geeft. Als zo iemand u, die daar geestelijk boven staat, in een afgodstempel aan een maaltijd ziet deelnemen, zal hij er dan, met zijn zwakke geweten, niet toe aangezet worden om ook offervlees te gaan eten?  Dan gaat ten gevolge van uw beter inzicht de zwakke verloren, een broeder voor wie Christus is gestorven.  Door zo te zondigen tegen de broeders, en hun angstvallige geweten te kwetsen, zondigt u tegen Christus. Daarom, als mijn voedsel aanstoot geeft aan mijn broeder, zal ik in eeuwigheid geen vlees meer eten, want ik wil mijn broeder geen aanstoot geven.

Het voorbeeld van Paulus Ben ik geen vrij man? Ben ik geen apostel en heb ik Jezus onze Heer niet gezien? En u bent toch mijn werk in de Heer?  Al ben ik voor anderen geen apostel, voor u toch zeker wel; want u bent in de Heer het waarmerk van mijn apostelschap.

 

Lees meer...

14:04 Gepost door kris in Lezingen van de zondag | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Cyprianus : het gebed van de kinderen van God

H. Cyprianus (rond 200-258), bisschop van Carthago en martelaar Het gebed van de Heer, § 8-9,11; PL 4, 523 (vert. brevier)

Cyprianus van Carthago.jpg
Het gebed van de kinderen van God

De Heer heeft ons geleerd om zo te bidden: "Onze Vader die in de hemel zijt". De nieuwe mens, die is wederboren en overgeven aan God door zijn genade, zegt in eerste instantie "Vader", want hij zijn kind is geworden. Het Woord van God is "In zijn eigen huis gekomen, en zijn eigen mensen hebben Hem niet opgenomen. Aan diegenen die Hem toch opnamen, heeft Hij het vermogen gegeven om kinderen te worden van God: aan hen die geloven in zijn naam" (Joh 1,11-12). Wie in zijn naam gelooft, is kind van God geworden en moet dus beginnen met danken dat hij kind van God is geworden en God, die in de hemel is, Vader noemen...
Wat een grote vergevingsgezindheid en wat een enorme goedheid van de Heer ten aanzien van ons! Hij wil dat we tot God bidden, en Hem de naam Vader geven. En evenals Christus Zoon van God is, zo wilde Hij ook dat wij de naam van de kinderen van God droegen. Die naam zou niemand durven uitspreken in het gebed als deze hem niet was gegeven.
Wij moeten ons herinneren, geliefden, dat we God onze Vader noemen, wij dienen ons te gedragen als kinderen van God. Als we God als onze Vader beschouwen, kunnen we Hem behagen. Wij zijn de tempel van God (1Kor 3,16), laten we ons ernaar gedragen en dan wil God in ons wonen.

15-02-14

Goddelijke Liturgie van de Verloren zoon

Goddelijke Liturgie

Van de verloren zoon

 

 

verloren zoon icoon.jpg

 

LEZINGEN :

Eerste lezing : 1 Kor.6,12-20 :

Het lichaam als tempel van de Geest      'Alles is mij geoorloofd.' Ja, maar niet alles is goed voor mij. 'Alles mág ik.' Ja, maar ik moet mij door niets laten knechten.  'Het voedsel is er voor de buik en de buik voor het voedsel, en God zal aan allebei een eind maken.' Het lichaam is er echter niet voor de ontucht, maar voor de Heer, en de Heer voor het lichaam. God heeft niet alleen de Heer opgewekt, Hij zal ook ons laten opstaan door zijn kracht. U weet toch dat uw lichamen lichaamsdelen zijn van Christus? Zou ik dan van die lichaamsdelen van Christus lichaamsdelen van een hoer maken? Dat nooit! Of weet u niet dat hij die met een hoer omgang heeft, één met haar wordt? De Schrift zegt immers: Die twee zullen één zijn. Maar wie zich met de Heer verenigt, is met Hem één geest. Vlucht weg van ontucht. Elke andere zonde die een mens bedrijft, gaat buiten het lichaam om; maar de ontuchtige zondigt tegen zijn eigen lichaam. U weet het: uw lichaam is een tempel van de heilige Geest die in u woont, die u van God hebt ontvangen. U bent niet van uzelf. U bent gekocht en de prijs is betaald. Eer God dus met uw lichaam.

 

Lees meer...

11:55 Gepost door kris in Lezingen van de zondag | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

12-02-14

Chrysostomos : wanneer U in uw Koninkrijk gekomen zijt

H. Johannes Chrysostomos (ca. 345-407), bisschop van Antiochië, daarna van Constantinopel, Kerkleraar Homilie 1 over het kruis en de misdadiger voor Goede Vrijdag, 2 ; PG 49, 401

chrysostom21 Rom Katholieke 'holy Card' from Bonnella's Eastern Tite series.jpg

Chrysostomos

"Wanneer U in uw Koninkrijk gekomen zijt"

      Nu is het paradijs dat gesloten was voor duizenden jaren voor ons geopend; op deze dag, op dit uur heeft God er de misdadiger binnen gelaten. Hij heeft zo twee wonderen verricht: Hij heeft het paradijs voor ons geopend en heeft er een misdadiger binnen laten gaan. God heeft ons ons oude vaderland teruggegeven, Hij heeft ons nu teruggebracht naar de stad van onze vaderen, nu heeft Hij een gemeenschappelijk verblijf voor de hele mensheid geopend. “Vandaag nog zul je met mij in het paradijs zijn.” Wat zegt U daar, Heer? U bent gekruisigd, vastgehecht met spijkers en U belooft het paradijs? Ja, zegt Hij, opdat je door het kruis mijn macht leert kennen…
       Want niet door de verrijzenis uit de doden, door de zee en de wind te bevelen, noch door demonen uit te drijven heeft Hij de slechte ziel van de dief kunnen veranderen, maar gekruisigd, vastgehecht door spijkers, bedekt met beledigingen, spuug, bespottingen, smaad, opdat je de twee aspecten van zijn integere macht ziet. Hij heeft de hele schepping laten wankelen, Hij heeft rotsen gespleten (Mt 27,51); en Hij heeft de ziel van de misdadiger, welke harder was dan steen, naar zich toegetrokken en Hij heeft hem met eer vervuld…
      Zeker, geen enkele koning zal ooit een misdadiger of een andere onderdaan toestaan om naast hem te komen zitten, als Hij zijn stad binnenkomt. Maar Christus heeft dat gedaan: als Hij in zijn heilige vaderland binnengaat, neemt Hij een misdadiger met Zich mee naar binnen. Door zo te handelen… onteert Hij haar niet door de aanwezigheid van een misdadiger: integendeel, Hij eert het paradijs, want het is een heerlijkheid voor het paradijs om een meester te hebben die een misdadiger waardig kan maken voor de heerlijkheden die men er proeft. Zo ook als Hij tollenaars en prostituees binnenlaat in de hemelen (Mt 21,31)… het is voor de glorie van die heilige plaats, want Hij toont dat de meester van het Koninkrijk der hemelen zo groot is dat Hij aan tollenaars en prostituees al hun waardigheid terug kan geven om deze eer en gave te verdienen. Wij bewonderen een geneesheer nog meer als wij hem mensen die lijden aan bekende ongeneeslijke ziekten, zien genezen. Het is dus juist om Christus te bewonderen… als Hij de tollenaars en de prostituees herstelt in zo’n spirituele gezondheid dat ze de hemel waardig worden.

http://www.dagelijksevangelie.org.

11-02-14

Heilige Leonides

Heiligenleven

 Heilige Leonides, de vader van Originesleonides vader van origines.jpg

heilige Leonides

 

De heilige Leonides, de vader van origines, was om Christus gevangen genomen in 202. Bij keizerlijk decreet werden al zijn goederen verbeurd verklaard, zodat zijn gezin tot volkomen armoede zou vervallen. Hijzelf werd ter dood veroordeeld. Origines, de oudste van de 7 kinderen, schreef  hem zich toch geen zorgen te maken over zijn gezin en niet omwille van hen van het martelaarschap af te zien.

Er staat over Leonides nog een bijzonderheid vermeld. Hij was zelf een christen filosoof en hij zag hoe zijn zoon Origines zich reeds als kind deed zien als een buitengewone persoonlijkheid. De jongen was niet alleen hyper-intelligent, maar richtte zich reeds toen met heel zijn wezen op God en Christus, met een beslistheid en standvastigheid van een rijpe volwassene. Dit wekte een grote vreugde en een diepe eerbied bij Leonides. Wanneer dan het kind lag te slapen, deed zijn vader stil de deken weg en kuste zijn kind voorzichtig op de borst, die tempel van de Heilige Geest !

Toen Leonides gevangen ngenomen werd, was Origines 17 jaar en hij brandde van verlangen ook martelaar te worden en zijn bloed te vergieten voor zijn grote liefde, Jezus Christus. Tevergeefs smeekte zijn moeder haar niet in de steek te laten. Toen haalde zij ’s nachts alles wat als kleding kon dienen het huis uit, zodat origines niet naar buiten kon.

 

Uit : heiligenleven voor elke dag. Orthodox klooster – Den Haag

12:41 Gepost door kris in Heiligenleven | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

06-02-14

9e bijeenkomst bij het feest van de HH Cyrillus & Methodius

9e BIJEENKOMST

BIJ HET FEEST VAN DE HH. CYRILLUS & METHODIUS

 BRUSSEL – 14 FEBRUARI 2014

Naar aanleiding van de 50e verjaardag sinds de historische ontmoeting tussen, Paus Paulus VI en de Oecumenische Patriarch Athenagoras

 

 

AthenagorasPaulus.jpg

 

OECUMENISCHE VESPERS

vrijdag 14 februari 2014 om 19u30 te Brussel in de Sint-Niklaaskerk aan de Beurs (nabij de Grote Markt)

 

LEZINGEN

Rev. Dr. Georgios Tsetsis, Groot Protopresbyter v/d Oecumenische Troon

          “De historische ontmoeting in Jeruzalem”

 

Rev. Dr. Thomas Pott, monnik van de Abdij van Chevetogne

“De internationale gemengde commissie voor de theologische dialoog tussen de Katholieke Kerk en de  Orthodoxe kerk"

Met de zegen van Mgr. Johan Bonny, bisschop van Antwerpen en referendaris voor oecumenisme en van Metropoliet Athenagoras van België, voorzitter van de orthodoxe bisschoppenconferentie in de Benelux

10:37 Gepost door kris in Actualiteit | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

04-02-14

de heilige Theodora en Didymos

Heiligenleven

De heilige Theodora en Didymos

 

 

Theodora en Didymos.jpg

Theodora en Didymos

 

De heilige Theodora en Didymos die geleden hebben in Alexandrië in 303. De prefect van de stad beval dat Theodora voorgeleid moest worden. Hij begon nte vragen tot welke stand zij behoorde. Zij antwoordde : ‘Ik ben een Christen’. De prefect : ‘Zijt ge een slavin of een vrije vrouw ?’ ‘Jezus Christus heeft mij vrijgekocht. Maar volgens uw begrippen waren mijn  ouders vrije burgers’. De prefect liet dit verifiëren door de stadsgriffier en hoorde van hem dat Theodora tot een aanzienlijke familie behoorde. Daarop wendde hijzicj weer tot haar en vroeg : ‘Waarom zijt ge niet gehuwd ?’ Zij antwoordde : ‘Ik geef de voorkeur aan het dienen van Jezus Christus’. ‘Als ge niet wilt offeren volgens het decreet van de keizer dan zal ik u in een bordeel plaatsen’. ‘Wanneer ik vast besloten ben om mijn ziel ongerept te bewaren, dan zal ik niet schuldig  geacht worden aan de verkrachting waaraan ik misschien ten prooi zal vallen’. Daarop zei de prefect : ‘ Uw hoge geboorte en uw schoonheid boezemen mij medelijden in . Breng toch het offer, anders wordt ge een schandvlek voor uw familie en voor alle fatsoenlijke mensen’. ‘Ik vertrouw mijzelf toe aan God. Hij zal me beschermen. Jezus zal Zijn duif ontrukken aan de klauw van de valk’. En opnieuw zei de prefect : ‘Ge doet me leed en ik geef u drie dagen uitstel om de zaak te overdenken’. Theodora vroeg toen : ‘Sta mij dan toe deze drie dagen in vrede door te brengen zonder door iemand lastig gevallen te worden’. De prefect : ‘Dat is billijk. Breng haar weg en behandel haar met het aan haar geboorte toekomend respect, totdat de drie dagen voorbij zijn.

Nadat deze dagen verlopen waren, en toen Theodora bij haar overtuiging bleef, beval de prefect haar in het openbaar bordeel te plaatsen. Toen zij het huis der schande binnenging sloeg zij haar ogen ten hemel en bad :’Almachtige God, Vader van mijn Heer Jezus Christus, kom Uw kind te hulp en bevrijd mij uit dit zondige oord. Gij hebt immers Petros uit de gevangenis verlost : zie en bewaar mijn onschuld, opdat heel de wereld moge weten dat ik U toebehoor’.

Nu was er in het gerechtshof een jonge christen aanwezig, die bij het horen van het vonnis met goddelijke ijver werd vervuld en besloot de maagd uit dat hol der slechtheid te bevrijden. Hij wist een soldatenuniform te bemachtigen en meldde zich bij het bordeel om als eerste Theodora te bezoeken. Tot het dodelijk verschrikte meisje zei hij : ‘Wees maar niet bang, mijn  zuster, want ik ben uw broeder in Jezus Christus en ik ben gekomen om u te redden. Laten we van kleding verwisselen’.

Verscholen in zijn wapenrusting ging zij ongehinderd naar buiten. Maar al deze heftige gemoedsbewegingen hadden een te grote inspanning van haar gevergd. Zij viel neer en haar ziel ontkwam naar God en vond daar rust. Toen werd Didymos gegrepen, voor de prefect gebracht en veroordeeld om onthoofd te worden. Zijn lichaam werd verbrand.

Uit : Heiligenlevens voor elke dag. Orthodox klooster Den Haag

10:41 Gepost door kris in Heiligenleven | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

01-02-14

32e zondag na Pinksteren : ZACHEUSZONDAG

32e zondag na Pinksteren

 

ZACHEUSZONDAG

 

 Zacheüs  Duitse prentenbijbel XVe eeuw.jpg

 Zacheüs, Duitse prentenbijbel XVe eeuw

 

 

 

LEZINGEN :

Eerste lezing : 1 Tim.4,9-15

Dit woord is betrouwbaar en verdient volledige instemming! Dit is het doel van al ons zwoegen en strijden, want wij hebben onze hoop gesteld op de levende God, die een redder is voor alle mensen, in het bijzonder voor de gelovigen. Dit moet u hun bijbrengen en hierin moet u hen onderrichten. Niemand mag u verachten om uw jeugd, maar wees een voorbeeld voor de gelovigen door woord en gedrag, in liefde, in geloof en in zuiverheid. In afwachting van mijn komst moet u zich wijden aan de voorlezing van de Schrift, de vermaning en het onderricht. Verwaarloos niet de genadegave die in u is en die u krachtens een profetenwoordwerd geschonken, onder handoplegging van de gezamenlijke oudsten. Neem dit alles ter harte, ga er geheel in op, dan zullen uw vorderingen voor allen zichtbaar zijn

EVANGELIELEZING :Lucas 19,1-10

Bij Zacheüs Hij kwam in Jericho en trok door de stad. Daar was een man die Zacheüs heette. Hij was oppertollenaar en hij was rijk. Hij wilde wel eens zien wat Jezus voor iemand was, maar het lukte hem niet vanwege de mensenmassa, want hij was klein van stuk. Daarom rende hij vooruit en klom in een moerbeivijgenboom om Hem te zien te krijgen, want Hij zou daar voorbijkomen. Toen Jezus bij die plek kwam, keek Hij omhoog en zei tegen hem: 'Zacheüs, kom vlug naar beneden; vandaag moet Ik in uw huis verblijven.' Hij kwam vlug naar beneden en ontving Hem met vreugde. Iedereen die het zag sprak er schande van. 'Hij neemt zijn intrek bij een zondaar', zeiden ze. Zacheüs richtte zich tot de Heer. 'Heer,' zei hij, 'hierbij geef ik de helft van mijn bezit aan de armen, en als ik iemand iets heb afgeperst, vergoed ik het viervoudig.'Jezus zei tegen hem: 'Vandaag is er redding gekomen voor dit huis, want ook hij is een zoon van Abraham. De Mensenzoon is immers gekomen om te zoeken en te redden wat verloren is.'

10:44 Gepost door kris in Lezingen van de zondag | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Feest van de opdracht van Jezus in de tempel

 Liturgie van het FEEST VAN DE TEMPELGANG VAN O.H. EN

VERLOSSER JEZUS CHIRISTUS (Lichtmis)

 

 

Opdracht van Jezus in de tempel.jpg

 

Hebr.7,7-17

(7)en niemand kan ontkennen dat de mindere altijd gezegend wordt door de meerdere. [8] Bovendien zijn het in het ene geval sterfelijke mensen die tienden krijgen, in het andere is het iemand van wie de Schrift getuigt dat hij leeft. [9] Men zou zelfs kunnen zeggen dat Levi, die het recht heeft om tienden te heffen, zelf tienden heeft betaald in de persoon van Abraham: [10] want hij was nog in de lendenen van zijn voorvader, toen Melchisedek hem tegemoet ging.      [11] Wanneer de volmaaktheid was gekomen door het Levitische priesterschap - en op deze basis heeft het volk toch de wet ontvangen - waarom was het dan nog nodig dat er een andere priester zou komen, een priester op de wijze van Melchisedek en niet op de wijze van Aäron? [12] Want uit een verandering van priesterschap volgt onvermijdelijk een verandering van wet. [13] Degene* van wie hier sprake is, behoorde tot een andere stam, waarvan nog nooit iemand toegang had tot het altaar; [14] het is algemeen bekend dat onze Heer is voortgekomen uit Juda, een stam die Mozes in zijn bepalingen over de priesters niet heeft vermeld. [15] Dit wordt nog veel duidelijker, wanneer wij bedenken dat als evenbeeld van Melchisedek een nieuwe priester opstaat, [16] die niet op grond van een wettelijk vereiste afstamming priester is geworden, maar uit kracht van een onvergankelijk leven. [17] Want op Hem slaat het getuigenis: U bent priester voor eeuwig, op de wijze van Melchisedek. [18] Het bestaande voorschrift werd

 

Evangelie :

 

Lucas 2,22-40

Jezus in de tempel. Simeon en Hanna      [22] Toen* de tijd gekomen was dat zij zich volgens de wet van Mozes moesten reinigen, brachten ze Hem naar Jeruzalem om Hem aan te bieden aan de Heer, [23] zoals in de wet van de Heer geschreven staat: Al het mannelijke dat de moederschoot opent, zal de Heer worden toegewijd, [24] en om een offer te brengen, volgens de wet van de Heer: een koppel tortels of twee jonge duiven.      [25] Daar in Jeruzalem woonde een zekere Simeon; het was een rechtvaardige en vrome man; hij verwachtte de vertroosting van Israël en op hem rustte heilige Geest. [26] Door de heilige Geest was hem geopenbaard dat hij de dood niet zou zien voordat hij de Messias van de Heer had gezien. [27] Door de Geest geleid ging hij naar de tempel. Toen de ouders het kind Jezus binnenbrachten om met Hem te doen wat volgens de wet gebruikelijk is, [28] nam hij Hem in zijn armen en loofde God met de woorden:

 

[29]

'Nu,Meester,laat U,zoals U gezegd  hebt, uw knecht in vrede gaan;

 

[30]

want mijn ogen hebben uw heil gezien,

 

[31]

dat U ten aanschouwen van alle volken hebt toebereid,

 

[32]

een licht dat een openbaring zal zijn voor de heidenen en een glorie voor uw volk Israël.'

[33] Zijn vader en moeder stonden verbaasd over wat er van Hem gezegd werd. [34] Simeon zegende hen en zei tegen zijn moeder Maria: 'Deze* jongen zal velen in Israël ten val brengen of laten opstaan. Hij zal een omstreden teken zijn [35] - ook door uw ziel zal een zwaard gaan - en zo zal onthuld worden wat er in veler harten omgaat.'      [36] Ook was daar de profetes Hanna, een dochter van Penuël, uit de stam Aser. Ze was hoogbejaard; na haar meisjesjaren was ze zeven jaar getrouwd geweest [37] en daarna weduwe gebleven; nu was ze vierentachtig. Ze was altijd in de tempel en diende God dag en nacht met vasten en bidden. [38] Juist op dit moment voegde ze zich bij hen; ze loofde God en sprak over de jongen tegen allen die de bevrijding* van Jeruzalem verwachtten. [39] Toen zij alles hadden gedaan wat de wet van de Heer bepaalt, keerden ze terug naar Galilea, naar hun woonplaats Nazaret. [40] De jongen groeide op en werd steeds sterker, omdat Hij vervuld werd van wijsheid* en door God rijkelijk werd begunstigd.

10:39 Gepost door kris in Lezingen van de zondag | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Cyrillus van Amlexandrië : zie hier mijn dienaar

H. Cyrillus van Alexandrië (380-444), bisschop en Kerkleraar Sermon 15, 2-4 ; PG 77, 1089

 

cyrillus van Alexandrie.jpg

Cyrillus van Alexandrië

 

"Zie hier mijn dienaar"

 

Het mysterie van ons heil is zo omvangrijk, zo diep, zo bewonderenswaardig dat de engelen zelf het graag willen begrijpen (1P 1,12)… Zoals Christus van nature God was, is het ware Woord van God de Vader (Joh 1,1), ook de ware natuur van de Vader en samen met Hem, en Hij straalde met zijn hoogste glorie “Hij die de gestalte van God had, hield zijn gelijkheid aan God niet vast, maar deed er afstand van. Hij nam de gestalte aan van een slaaf” en werd uit Maria geboren. “en werd gelijk aan een mens. En als mens verschenen, heeft hij zich vernederd en werd gehoorzaam tot in de dood – de dood aan het kruis” (Fil 2,6-8). Hij heeft zichzelf vernederd naar onze nederigheid, terwijl Hij alles aan de mensen gaf uit zijn eigen volheid. Hij vernederde zich voor ons, niet uit dwang, maar uit vrije wil. Voor ons neemt Hij de gestalte van een slaaf aan, terwijl Hijzelf de vrijheid in persoon was. Hij werd een van ons, terwijl Hij boven de hele schepping verheven is. Hij onderwerpt zich aan de dood, terwijl Hij het is die leven geeft aan de wereld… Hij wordt net als ons onderworpen aan de Wet (Gal 4,4) terwijl Hij, evenals God, de Wet overstijgt. Hij wordt mens onder mensen, onderworpen aan de geboorte. Hij neemt een begin aan terwijl Hij vooraf gaat aan alle eeuwen: meer nog, Hij is de schepper en de oorsprong van de tijd… Hij die het vlees aangenomen heeft van Maria… is van dezelfde natuur als ons, is gemaakt uit dezelfde substantie als ons, en werd afstammeling van Abraham. Maar tegelijkertijd is Hij op het goddelijk vlak gelijk aan God de Vader.

http://www.dagelijksevangelie.org

28-01-14

de heilige Methodios

Heiligenleven

De heilige Methodios

 

 

 

Methodios, apostel der slaven.jpg

Methodios

 

De heilige Methodios, de Apostel der Slaven, bisschop van Moravië. Methodios en zijn broer Kyrillos worden meestel samen genoemd. Methodios was de oudste en Kyrillos (toen nog Konstantijn) de jongste van 7 broers. Gedurende 10 jaar bekleedde Methodios een belangrijke bestuurspost in een der Slavische provincies van het Rijk. Hij was daarvoor ook geschikt omdat hij van jongsaf slavisch kende als inwoner van het toenmaals tweetalige Thessalonika. In verband met zijn studies schijnt hij met zijn broer reeds toen een slavisch alfabetb te hebben gecreëetd. Later werd hij hegoumen van het klooster op de Olymposberg in Klein-Azië. Intussen was Kyrillos in Constantinopel tot diaken gewijd. Zijn studiejaren hadden hem in nauwe aanraking gebracht met een ander briljant geleerde, de latere patriarch Fotios. Deze had Kyrillos naar waarde leren schatten toen zij samen onderricht gaven aan de ‘universiteit’, en hij had hem reeds met een taak als missionaris naar de Chazaren gezonden, aan de andere zijde van de zwarte zee.

In 861 werd Methodios van de Olympos teruggeroepen om samen met Kyrillos het grote missiewerk te beginnen in Moravië. Vóór zij vertrokken vertaalden zij reeds de liturgische lezingen van de grote feesten in het slavisch. Het gebruik van de volkstaal in de liturgische Diensten heeft belangrijk bijgedragen tot het succes van hun missie, en gaf hun een grote voorsprong op de frankische missionarissen. Deze waren reeds een halve eeuw werkzaam in die streken, maar gebruikten het latijn voor de heilige liturgie. Maar juist dis succes leidde natuurlijk tot sterke wrijvingen tussen de frankische en de byzantijnse priesters.

Toen de paus zelf moeilijkheden had met het frankische episcopaat, werden Methodios en Kyrillos uitgenodigd naar Rome te komen, waar Methodios priester werd gewijd en, na de dood van Kyrillos in Rome, tot bisschop aangesteld voor de Slavische volkeren. Hij keerde terug naar Moravië en predikte het geloof in Christus met zulk een welsprekendheid dat de heidenen in grote scharen tot de Kerk kwamen, ook uit de andere Slavische volkeren. Zijn invloed strekte zich uit van Kroatië en Dalmatië tot aan het poolse gebied. Zijn priesters predikten ook bij de Tsjechen en in Servië. Na 16 jaar zo gewerkt te hebben, is hij gestorven te Velegrad, 6 april 885, uitgeput door de voortdurende tegenwerking van de frankische priesters.

Uit : heiligenlevens voor elke dag. Uitg. Orthodox klooster. Den Haag

11:25 Gepost door kris in Heiligenleven | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

25-01-14

31e zondag na Pinksteren : genezing van de blinde

 

31e zondag na Pinksteren

” Van de Blinde"

 

blindgeborene2.jpg

 

LEZINGEN

1 Tim.1,15-17

. [15] Dit woord* is betrouwbaar en verdient volledige instemming: ‘Christus Jezus is in de wereld gekomen om zondaars te redden.’ En de eerste van hen ben ik. [16] Daarom juist heb ik barmhartigheid ondervonden: Christus Jezus wilde aan mij als eerste heel zijn lankmoedigheid tonen, als een voorbeeld voor allen die in de toekomst op Hem zouden vertrouwen, omwille van het eeuwig leven. [17] Aan de koning van de eeuwen, aan de onvergankelijke, onzichtbare, enige God zij de eer en de glorie tot in alle eeuwigheid! Amen.

Evangelie : Lucas 18,35-43

Genezing van een blinde bij Jericho [35] Toen Hij in de buurt van Jericho kwam, zat er een blinde langs de weg te bedelen. [36] Die hoorde veel mensen voorbijkomen en vroeg wat er aan de hand was. [37] ‘Jezus de Nazoreeër* komt hierlangs’, vertelden ze hem. [38] Toen riep hij: ‘Jezus, Zoon van David, heb medelijden met mij!’ [39] Degenen die voorop liepen snauwden hem toe dat hij zijn mond moest houden. Maar hij schreeuwde des te harder: ‘Zoon van David, heb medelijden met mij!’ [40] Jezus bleef staan en gaf opdracht om de man bij Hem te brengen. Toen hij voor Hem stond, vroeg Hij : [41] ‘Wat wilt u dat Ik voor u doe?’ Hij zei: ‘Dat ik weer zien kan, Heer.’ [42] ‘Kijk Me aan!’ zei Jezus, ‘uw vertrouwen* is uw redding.’ [43] Meteen kon hij weer zien; en hij volgde Hem terwijl hij God verheerlijkte. Heel het volk zag het en prees God.

22:25 Gepost door kris in Lezingen van de zondag | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

24-01-14

De heilige Maria van Egypte

Heiligenleven

De heilige Maria van Egypte

 

 

 

mary_of_egypt 1 april.jpg

Maria van Egypte

 

De heilige Maria van Egypte. Van haar wordt een uitvoerige levensbeschrijving gelezen in de Avonddienst van de 5e donderdag van de Grote Vasten (Triodion 3b, 283-305), geschreven door de heilige Sofronios, bisschop van Jeruzalem in de 7e eeuw. Het oudste bericht wordt aangetroffen in het leven van de heilige Kyriakos ( rond 500), die als eerste kluizenaar leefde in de overjordaanse woestijn. Twee van zijn leerlingen drongen eens diep in de woestijn door, en zagen de schim van een mens wegvluchten. Zij kwamen toen bij een grot waar een stem hen toeriep niet dichterbij te komen daar zij een vrouw was en geen kleren meer had. Op hun vragen noemde zij zich Maria, de grote zondares en publieke vrouw, die boete deed voor haar zonden.

De leerlingen vertelden het aan Kyriakos, keerden enige tijd later terug naar die grot en vonden haar gestorven. Zij haalden spaden om haar te begraven. Dit is een terloopse beschrijving binnen het leven van een andere heilige, maar het helpt ons om de tijd waarin zij leefde vast te stellen.

Haar eigen levensverhaal, dat we lezen in de Avonddienst van de 5e donderdag in de Grote Vasten, brengt natuurlijk veel meer bijzonderheden zoals zij die verteld had aan de monnik Zozima , nadat deze haar zijn kleed had afgestaan.

Maria was geboren op het platteland van Egypte, maar haar verhitte natuur dreef haar al op twaalfjarige leeftijd naar de grote stad, waar zij een onverzadigbaar wellustig leven leidde. Zij was niet berekenend en daardoor bleef zij arm, zodat zij in haar levensonderhoud moest voorzien door vlas te spinnen, de minst betaalde bezigheid. Na 17 jaar wilde ze daarom haar geluk elders beproeven en zij zag de kans naar Jeruzalem te komen. Ze kwam daar in september, de grote feesttijd van de Verheffing van het heilige Kruis, die daar natuurlijk met grote luister werd gevierd en uit nieuwsgierigheid wilde ze dat feest meemaken. Het was haar onmogelijk tussen de opdringende menigte de kerk binnen te komen, al liet zij zich heus niet zo gemakkelijk opzij duwen. Terwijl zij zich zo vergeefs uitputte, kwamen oude herinneringen in haar op, haar geweten ontwaakte en in een flits drong het tot haar door dat zij niet waard was het heilig Kruis te aanschouwen. Haar felle natuur kwam tegelijk tot een volledige ommekeer. Bij de icoon, die daar hing, smeekte zij de heilige Moeder Gods haar borg te zijn dat zij zich zou bekeren, als zij nu maar het kostbare levenschenkende Hout zou mogen aanschouwen. En toen dit inderdaad gebeurde, trok zij vandaar rechtstreeks naar de woestijn over de Jordaan om haar boeteleven aan te vangen.

Daar leefde zij 47 jaar onder de blote hemel, eerst van het weinige brood dat zij had kunnen meenemen, later van de planten die daar in het voorjaar groeien. Van haar kleren bleef langzamerhand niets over, zij ontmoette nooit enig dier, laat staan een mens. Zij had een harde strijd te voeren tegen haar ingeroeste gewoontes, zij snakte naar vlees, zij had een brandende behoefte aan wijn, maar had zelfs geen water te drinken. Ook de dubbelzinnige liedjes die zij gewoon was te zingen wilden maar niet uit haar gedachten. Maar dan weende zij van schaamte, sloeg zich op de borst en wendde zich uit alle macht tot de Moeder Gods die immers haar borg was geweest; en dan kwam zij langzaam tot kalmte en een mystiek licht omscheen haar van alle kanten.

Zo deed zij haar verhaal, ze baden samen en Zosima zag haar daarbij in de lucht zweven, zonder enige steun en los van de grond. Toen zond zij Zosima naar het klooster terug met de opdracht het volgend jaar, op de dag van het Laatste Avondmaal voor haar de heilige Communie gereed te houden. Terwijl hij die avond vol onrust op haar wachtte aan de oever van de Jordaan, zag hij haar over het water naar zich toelopen. Zij ontving de heilige Mysterieën en vroeg hem, haar het volgend jaar weer te komen opzoeken, diep in de woestijn. Zosima vond haar daar, gestorven, en hij begroef haar met behulp van een leeuw die plotseling was komen opdagen. Op de grond stond geschreven dat zij Maria heette en dat ze gestorven was op Goede Vrijdag, de 1e april, hetgeen wijst op het jaar 522 als het meest waarschijnlijke sterfjaar.

Uit : Heiligenlevens voor elke dag. Uitg. Orthodox Klooster - Den Haag

09:55 Gepost door kris in Heiligenleven | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

21-01-14

H. Efraïm (ca 306-373), diaken in Syrië, Kerkleraar Hymnen 5 en 6 over de Geboorte

H. Efraïm (ca 306-373), diaken in Syrië, Kerkleraar Hymnen 5 en 6 over de Geboorte; SC 459

Efrem de Syriër1.jpg

"Maria bewaarde dit alles in haar hart en dacht erover na" (Lc 2,19)

Met volmaakte woorden,
Brandend van liefde
Wiegde Maria Hem:
“Wie heeft het toch aan mij, de alleenstaande, gegeven
Om een kind te ontvangen en baren
Degene die een is en vele
De kleinste en de Allergrootste ?
Hij is heel dicht bij mij,
En heel dicht bij het hele universum.
De dag waarop Gabriel zelf
Binnengekomen is in mijn armoedige huisje,
Heeft hij mij plotseling gemaakt
Tot edelvrouwe evenals tot dienares:
Want ik was de dienares van Jouw goddelijkheid (Lc 1,38),
Maar ik ben ook de moeder
Van Jouw menselijkheid.
Mijn Heer en mijn zoon!
De dienares is plotseling
Dochter van de koning geworden,
Door Jou, Zoon van de koning
Door Jou, zoon van David,
Zie hoe de nederigste
In het huis van David,
Zie hoe een dochter van de aarde
Tot in de hemel komt,
Door Degene die uit de hemel komt!
Wat een wonder voor mij!
Dichtbij mij rust
Deze Pasgeborene, de Oude van Dagen! (Dn 7,9)
Hij richt zijn blik op de gehele hemel,
Terwijl zonder spijt
Zijn lippen brabbelen.
Wat lijkt Hij op mij!
Terwijl Hij met God
Spreekt in stilte!
Wie heeft ooit
Een pasgeborene zien kijken
Naar alle dingen op alle plaatsen?
Zijn blik laat begrijpen
Dat Hij heerst over heel de schepping
Van boven naar beneden.
Zijn blik laat begrijpen
Dat Hij als meester beveelt
Aan heel het universum.
Hoe zal ik
Een bron van melk openen
Voor Jou, de Bron?
Hoe zal ik
Voeding geven
Aan Jou die iedereen voedt
Van de tafel?
Hoe kan ik Je met doeken omwikkelen
Jij die bekleed bent met schittering? (Ps 104,2)
Mijn mond weet niet  
Hoe Je te noemen
O Zoon van de levende God ! (Mt 16,16)
Als ik Je Zoon van Jozef
Durf te noemen
Dan beef ik want Je bent niet uit het zaad…
Hoewel Je de Zoon van de Ene bent
Voortaan zal ik Je
De zoon van velen noemen,
Want voor Jou
zijn duizend namen niet genoeg :
Je bent zoon van God, maar ook Mensenzoon (Mc 1,1 ; 8,31)
En dan, zoon van Jozef (Lc 3,23)
En zoon van David (Lc 20,41)
En zoon van Maria (Mc 6,3).

 

http://www.dagelijksevangelie.org.

 

 

1 2 3 4 5 6 7 8 Volgende