20-05-17

allerlei

 

 

 Welkom op mijn blog met informatie over de

Orthodoxie. Teksten, bezinningen, theologie

Foto's..........

 

Gezangen uitgevoerd door het koor van de orthodoxe kerk van Gent

(openen met windows chrome of internet explorer !)

 

 

  De teksten van  de gezangen kunnen teruggevonden worden in de rechter kolom 

start nummer één en ga dan naar de tekst in de rechterkolom.

 

INHOUD VAN MIJN BLOG   (klik)

Om gemakkelijk te vinden wat je zoekt !!

4  nieuwe posts:

1 : 6e zondag na Pasen : de blindgeborene

2 : Hemelvaart van Christus

3 : 7e zondag na Pasen : de Vaders van het eerste oecumenisch concilie

4. Over het eerste Oecumenisch concilie

 

19-05-17

zondag van de blindgeborene

 

borders1458 (2).jpg

6e zondag na Pasen 

Zondag van de blindgeborene

 

blindgeborene0.jpg

blindgeborene8.jpg

 

LEZINGEN :

Handelingen : 16,16-34

[16] Onderweg naar die gebedsplaats kwam er eens een slavin op ons af die een helderziende geest had en met haar waarzeggerij voor haar eigenaren veel geld verdiende. [17] Zij liep Paulus en ons achterna en schreeuwde aldoor: 'Deze mensen zijn dienaren van de allerhoogste God. Ze verkondigen u de weg naar de redding.' [18] Dat deed ze vele dagen achtereen. Toen het Paulus te veel werd, draaide hij zich om en zei tegen de geest: 'In naam van Jezus Christus beveel ik je uit haar weg te gaan.' Op dat ogenblik ging hij weg. [19] Toen haar eigenaren hun hoop op inkomsten vervlogen zagen, grepen ze Paulus en Silas vast en sleurden hen naar het stadsbestuur op het plein; [20] ze brachten hen voor de pretoren* en zeiden: 'Deze mensen brengen onrust in onze stad. Het zijn Joden [21] en ze verkondigen zeden en gewoonten die wij als Romeinen niet mogen overnemen of volgen.' [22] Ook het volk keerde zich tegen hen en de pretoren rukten hun de kleren van het lijf en lieten hen met stokken afranselen. [23] Toen men hun een flink aantal slagen had toegediend, zetten ze hen in de gevangenis, en ze gaven de cipier het bevel om hen streng te bewaken. [24] Op dit bevel zette hij hen in de binnenste kerker en sloot hun voeten in het blok.
[25] Rond middernacht zongen Paulus en Silas hun gebeden voor God, terwijl de gevangenen toeluisterden. [26] Plotseling deed zich een zo zware aardschok voor dat de fundamenten van de gevangenis schudden. Meteen gingen alle deuren open en sprongen bij iedereen de boeien los. [27] De cipier schoot wakker en toen hij de deuren van de gevangenis open zag staan, trok hij zijn zwaard en wilde hij zelfmoord plegen, omdat hij dacht dat de gevangenen ontsnapt waren. [28] Maar Paulus schreeuwde: 'Doe uzelf geen kwaad, we zijn er nog allemaal!' [29] Hij vroeg om licht, rende naar binnen en viel bevend voor Paulus en Silas neer; [30] daarop ging hij met hen naar buiten en zei: 'Heren, wat moet ik doen om gered te worden?' [31] Zij antwoordden: 'Geloof in de Heer Jezus; dan zult u gered worden, u en al uw huisgenoten.' [32] En ze verkondigden het woord van de Heer aan hem en aan al zijn huisgenoten. [33] Nog op dat uur van de nacht nam hij hen mee om hun wonden te wassen. Meteen daarna liet hij zich met al de zijnen dopen. [34] Hij nam hen mee naar zijn woning en zette hun een maaltijd voor; met al zijn huisgenoten verheugde hij zich omdat hij nu in God geloofde

EVANGELIE :

Joh.9,1-38 :

Genezing van een blindgeborene[1] Bij het naar buiten gaan zag Hij een man die al vanaf zijn geboorte blind was. [2] Zijn leerlingen vroegen Hem: 'Rabbi, waarom is hij blind geboren? Heeft hij dat te wijten aan zijn eigen zonde of aan die van zijn ouders?' [3] Jezus antwoordde: 'Niet aan zijn eigen zonde, en evenmin aan die van zijn ouders. Nee, de daden* van God moeten in hem openbaar worden. [4] We moeten de daden van Hem die Mij gezonden heeft, verrichten zolang* het dag is; de nacht komt, en dan kan men niet werken. [5] Zolang Ik in de wereld ben, ben Ik het licht van de wereld.' [6] Na deze woorden spuwde Hij op de grond, maakte wat slijk van zand en speeksel en streek dat op de ogen van de blinde. [7] Daarna zei Hij tegen hem: 'Vooruit, ga u wassen in het Siloambad*.' (Siloam wil zeggen: gezondene.) De man ging ernaartoe, waste zich en kwam ziende terug.
[8] Zijn buren en degenen die hem voordien vaak hadden gezien - hij was namelijk een bedelaar - zeiden: 'Is dat niet de man die altijd zat te bedelen?' [9] 'Inderdaad', zeiden sommigen. 'Welnee,' zeiden anderen, 'maar hij lijkt er wel op.' Maar hijzelf zei: 'Toch wel, ik ben het.' [10] 'Maar wat is er dan met je ogen gebeurd, dat je nu ineens kunt zien?' vroegen ze. [11] Hij antwoordde: 'Een zekere Jezus maakte wat slijk en streek dat op mijn ogen. Toen zei Hij: "Ga nu naar de Siloam om u te wassen." Ik ben dus gegaan, en toen ik mij gewassen had, kon ik zien.' [12] 'Waar is die man?' vroegen ze. 'Dat weet ik niet', zei hij.
[13] Ze brachten de man die blind geweest was bij de farizeeën. [14] Nu was de dag waarop Jezus slijk had gemaakt en zijn ogen had geopend, een sabbat. [15] Daarom stelden ook de farizeeën hem de vraag hoe het kwam dat hij nu kon zien. Hij antwoordde: 'Hij deed wat slijk op mijn ogen, ik heb me gewassen en nu zie ik.' [16] 'Zo iemand komt niet van God,' oordeelden sommige farizeeën, 'want Hij houdt de sabbat niet.' Anderen merkten op: 'Maar hoe zou een zondaar zulke tekenen kunnen verrichten?' Kortom, er was verdeeldheid onder hen. [17] Ze richtten zich toen opnieuw tot de blinde: 'Wat denk jij ervan? Hij heeft toch je ogen geopend!' 'Dat Hij een profeet is', antwoordde hij.
[18] De Joden wilden niet geloven dat de man die nu kon zien ooit blind was geweest, zolang ze zijn ouders er niet bij geroepen hadden [19] en hun de vraag hadden gesteld: 'Is dit wel degelijk die zoon van u die volgens uw zeggen blind geboren is? Hoe komt het dan dat hij nu kan zien?' [20] De ouders antwoordden: 'We weten dat dit onze zoon is en dat hij blind geboren is. [21] Maar hoe het komt dat hij nu kan zien, dat weten we niet. En wie zijn ogen geopend heeft, dat weten we evenmin. Dat kunt u beter aan hem vragen: hij is oud genoeg, hij kan zelf zijn woord wel doen.' [22] Zijn ouders spraken zo omdat ze bang waren voor de Joden. Want die hadden ondertussen besloten dat iedereen die Jezus als de Messias erkende, uit de synagoge gebannen* zou worden. [23] Dat was de reden waarom zijn ouders zeiden: 'Hij is oud genoeg, vraag het maar aan hem.'
[24] Toen riepen ze de man die blind was geweest voor een tweede verhoor bij zich: 'Wees nu eens eerlijk voor God! We weten dat die man een zondaar is.' [25] Maar hij antwoordde: 'Of Hij een zondaar is, daar weet ik niets van. Wat ik wel weet, is dat ik eerst blind was en nu kan zien.' [26] 'Wat heeft Hij met je gedaan?' vroegen ze. 'Hoe heeft Hij je ogen geopend?' [27] 'Dat heb ik toch al verteld,' antwoordde hij, 'maar u hebt niet geluisterd. Waarom wilt u het nog eens horen? Wilt u soms ook leerlingen van Hem worden?' [28] Toen werden ze grof en zeiden: 'Jij* bent een leerling van Hem, wij zijn leerlingen van Mozes. [29] Wij weten dat God heeft gesproken tot Mozes; maar waar* Hij vandaan komt, daar weten we niets van.' [30] Hierop gaf de man ten antwoord: 'Maar is dat nu juist niet merkwaardig, dat mensen als u niet weten waar Hij vandaan komt? En Hij heeft mij nog wel de ogen geopend. [31] Naar zondaars luistert God niet, dat weet toch iedereen. Maar naar iemand die ontzag voor Hem heeft en zijn wil doet, naar zo iemand luistert Hij. [32] Nog nooit heeft men gehoord dat een mens de ogen heeft geopend van iemand die als blinde geboren was. [33] Als die man niet van God kwam, had Hij dat nooit gekund.' [34] Toen voeren ze tegen hem uit: 'Wat? Jij die vanaf* je geboorte een en al zonde bent, jij wilt ons de les lezen?' En ze* gooiden hem eruit.
[35] Jezus hoorde dat ze hem eruit gegooid hadden, en toen Hij hem teruggevonden had, zei Hij: 'Gelooft u in de Mensenzoon?' [36] Hij antwoordde: 'Wie is dat, Heer? Dan zal ik in Hem geloven.' [37] Toen zei Jezus: 'U hebt Hem ontmoet*: het is degene die met u spreekt.' [38] 'Heer, ik geloof', zei hij, en hij wierp zich voor Hem neer

 

tekst bijbel spreuken2.jpg

Hemelvaart

border hemelvaart (2).jpg

HEMELVAART VAN CHRISTUS

 

hemelvaart258.jpg

Apostellezing :

Handelingen 1, 1-12 :

Jezus' laatste opdracht en hemelvaart

Mijn eerste boek, Teofilus, ging over alles wat Jezus heeft gedaan en geleerd, vanaf het begin tot de dag waarop Hij in de hemel werd opgenomen, nadat Hij aan de apostelen die Hij had uitgekozen, door de heilige Geest zijn opdracht had gegeven. Aan hen heeft Hij veertig dagen lang herhaaldelijk bewezen dat Hij na zijn lijden weer in leven was. Hij vertoonde zich aan hen en sprak over het koninkrijk van God. Toen Hij bij hen was, drukte Hij hun op het hart: 'Ga niet uit Jeruzalem weg, maar blijf wachten op de belofte van de Vader die jullie van Mij hebben gehoord; immers, Johannes doopte met water, maar jullie zullen gedoopt worden in heilige Geest, binnen enkele dagen.' Degenen die daar samengekomen waren, stelden Hem toen de vraag: 'Heer, herstelt U in deze tijd het koninkrijk voor Israël?' Maar Hij zei tegen hen: 'Het komt jullie niet toe de tijden of momenten te kennen die de Vader in zijn volmacht heeft vastgesteld; maar wanneer de heilige Geest over jullie komt, zullen jullie kracht ontvangen en mijn getuigen zijn in Jeruzalem, in heel Judea en Samaria, en tot het uiteinde van de aarde.' Na deze woorden werd Hij voor hun ogen omhooggeheven en een wolk onttrok Hem aan het gezicht. Terwijl Hij zo heenging en zij nog naar de hemel stonden te turen, stonden er opeens twee mannen naast hen in witte kleren, die zeiden: 'Galileeërs, wat staan jullie daar toch naar de hemel te kijken? Deze Jezus, die van jullie is weggenomen en in de hemel is opgenomen, zal op dezelfde manier terugkomen als jullie Hem naar de hemel hebben zien gaan.' Daarna keerden ze van de zogeheten Olijfberg, die dichtbij Jeruzalem ligt, op een sabbatsreis afstand, terug naar Jeruzalem

 

Evangelie : Lucas 24,36-53 :

Verschijning aan de elf en hun metgezellen

Terwijl zij dit aan het vertellen waren, stond Hij opeens in hun midden. 'Vrede!' zei Hij tegen hen. In hun opwinding en hun schrik dachten ze dat ze een geest zagen. 'Waarom zijn jullie zo in de war?' vroeg Hij. 'Waarom die twijfel in je hart? Bekijk mijn handen en mijn voeten maar, Ik ben het zelf. Betast Me en je zult het zien. Een geest heeft immers vlees noch been, zoals jullie zien dat Ik heb.' Nadat Hij dat gezegd had, liet Hij hun zijn handen en voeten zien. Omdat ze het van blijdschap nog niet konden geloven, en verbaasd waren, vroeg Hij hun: 'Hebben jullie hier iets te eten?' Ze gaven Hem een stukje gebakken vis. Hij nam het aan en at het op waar ze bij waren. Hij zei: 'Dit is wat Ik jullie heb gezegd toen Ik nog bij jullie was: alles wat er in de Wet van Mozes en bij de Profeten en in de Psalmen over Mij geschreven staat, moet in vervulling gaan.' Toen opende Hij hun verstand om de Schriften te begrijpen. Hij zei: 'Er staat geschreven dat de Messias zou lijden en op de derde dag uit de doden zou opstaan, en dat in zijn naam de bekering zou worden verkondigd aan alle volken, tot vergeving van zonden. Jullie zullen hiervan getuigen, te beginnen in Jeruzalem. Ik zend jullie wat mijn Vader heeft beloofd. Jullie moeten in de stad blijven totdat je wordt toegerust met kracht van boven.'

Jezus in de hemel opgenomen
Toen bracht Hij hen buiten de stad tot bij Betanië. Daar hief Hij zijn handen en zegende hen. En terwijl Hij hen zegende, ging Hij van hen heen en werd Hij in de hemel opgenomen. Zij vielen voor Hem op de knieën en keerden daarna in grote vreugde terug naar Jeruzalem. Zij bleven voortdurend in de tempel en prezen God.

hemelvaart.jpg

hemelvaart48.jpg

 

border hemelvaart 6.gif

eerste oecumenisch concilie

border hfj.jpg

 


7e zondag na Pasen

GEDACHTENIS VAN HET 1e OECUMENISCH

CONCILIE EN DE 318 GODDRAGENDE VADERS DIE

ERAAN DEEL HADDEN.

 

 

concilie van nicea2.jpg

Onderaan ziet men Arius die veroordeeld werd. 

concilie van nicea22.jpg

De Keizer zit in het midden

 

Lezingen :

Handelingen 20,16-18, 28-36

[16] Want Paulus had besloten Efeze voorbij te varen om geen tijd in Asia te verliezen. Hij had haast omdat hij zo mogelijk met Pinksteren in Jeruzalem wilde zijn. [17] Van Milete uit stuurde hij een bode naar Efeze om de oudsten van de gemeente bijeen te roepen. [18] Toen die bij hem gekomen waren, zei* hij tegen hen: 'U weet hoe ik mij heb gedragen vanaf de eerste dag dat ik in Asia kwam, de hele tijd dat ik bij u was

28] Zorg goed voor uzelf en voor heel de kudde waarover de heilige Geest u als leiders heeft aangesteld om de kerk* van God te weiden, die Hij door het bloed van zijn eigen Zoon heeft verworven. [29] Ik weet dat na mijn vertrek gevaarlijke wolven bij u zullen binnendringen die de kudde niet sparen; [30] zelfs mensen uit uw eigen kring zullen de waarheid gaan verdraaien om de leerlingen achter zich aan te krijgen. [31] Wees daarom op uw hoede en houd in gedachten dat ik drie jaar lang dag en nacht onophoudelijk iedereen onder tranen gewaarschuwd heb. [32] En nu draag ik u op aan God en aan het woord van zijn genade, dat bij machte is om op te bouwen en het erfdeel te geven, met alle geheiligden. [33] Zilver of goud of kleding heb ik van niemand verlangd; [34] u weet zelf dat deze handen in mijn eigen behoeften en die van mijn metgezellen hebben voorzien. [35] In alles heb ik u laten zien dat men zo, door hard te werken, de zwakken moet helpen, gedachtig de woorden van de Heer Jezus, die zelf* heeft gezegd: "Het is zaliger te geven dan te ontvangen." ' [36] Na deze woorden knielde hij met hen allen neer en sprak een gebed.

EVANGELIE :

Johannes 17,1-13

Afscheidsgebed van Jezus [1] Na deze toespraak sloeg Jezus zijn ogen op naar de hemel en bad: 'Vader, het uur is gekomen! Verheerlijk* uw Zoon, opdat uw Zoon U verheerlijkt. [2] Laat Hem, krachtens de macht die U Hem gegeven hebt over alle mensen, eeuwig leven schenken aan al degenen die U aan Hem hebt toevertrouwd. [3] Eeuwig leven! Dat betekent dat ze U, de enige waarachtige God, leren kennen*, en ook degene die U gezonden hebt: Jezus Christus. [4] Ik heb U op aarde verheerlijkt door het werk te volbrengen dat U Mij te doen hebt gegeven. [5] Verheerlijk Mij nu, Vader, aan uw zijde, en bekleed Mij met de heerlijkheid die Ik bij U bezat voordat*de wereld bestond. [6] Ik* heb uw naam geopenbaard aan de mensen* uit de wereld, die U Mij had toevertrouwd. Ze waren van U, en U hebt hen aan Mij toevertrouwd. Ze hebben uw woord ter harte genomen. [7] Nu erkennen ze dat alles wat U Mij gegeven hebt, van U komt. [8] Want de woorden die U Mij gegeven had, heb Ik aan hen doorgegeven, en zij hebben die aangenomen: ze hebben naar waarheid erkend dat Ik van U ben uitgegaan; ze hebben geloofd dat U Mij hebt gezonden. [9] Voor hen bid Ik. Niet* voor de wereld, maar voor hen die U Mij hebt toevertrouwd bid Ik, omdat ze de uwen zijn - [10] al het mijne is trouwens het uwe en al het uwe is het mijne - en omdat in* hen mijn heerlijkheid zichtbaar is geworden. [11] Ik ben al niet meer in de wereld, maar zij, zij blijven in de wereld achter, terwijl Ik naar U toe kom. Heilige Vader, bewaar* hen in uw naam, die U Mij hebt toevertrouwd, opdat ze één mogen zijn zoals Wij. [12] Zolang Ik bij hen was, was het mijn taak hen te bewaren in uw naam, die naam die U Mij hebt toevertrouwd; Ik heb over hen gewaakt, en geen van hen is verloren gegaan, behalve degene die verloren moest gaan, opdat de Schrift in vervulling zou gaan. [13] Nu kom Ik naar U toe, maar terwijl Ik nog in de wereld ben, zeg Ik dit alles opdat ze volkomen vervuld mogen zijn van mijn vreugde.

 

Het concilie van Nicea

 

border  e5e42.jpg

VADERS VAN NICEA

 Vaders eerste oecumenisch concilie

Kondakion :


De Verkondiging der Apostelen, evenals de dogma's van de Vaderen, bewaren de Kerk in eenheid van Geloof. Zij draagt het bruilofskleed der waarheid, geweven door de Theologie vanuit de hoge, om het grote geloofsmysterie recht te prediken en te verheerlijken


Prokimen :


Gezegend zijt Gij, Heer, God onzer Vaderen, en lofwaardig en heerlijk is Uw Naam in eeuwigheid. (Dan.3,26,55)

Gij zijt rechtvaardig in alles wat Gij aan ons hebt gedaan : al Uw werken zijn waarheid.

Gezegend zijt Gij dier zetelt op de troon der heerlijkheid van Uw Koninkrijk.

 

Het Concilie van Nicea

Op de 7e zondag na Pasen vieren wij de God-gewijde Vaders van het eerste Oecumenisch Concilie.

Reeds in de eerste eeuwen werd dit Concilie herdacht. De Heer Jezus deed aan de kerk de grote belofte : ‘Ik wil Mijn Kerk bouwen, en de poorten der hel zullen haar niet overweldigen' (Mt.16.18)

Alhoewel de Kerk grote vervolgingen heeft moeten doorstaan, toch heeft ze gezegevierd. De Heilige Martelaren gaven het getuigenis van de waarheid van Gods Woord. Ze werden ervoor ter dood gebracht. Maar het zwaard van de vervolgers werd vernietigd door het kruis van Christus.

De vervolgingen van de Christenen nam een einde in de 4e eeuw, maar ketterijen stonden binnen de Kerk zelf op, o.a. het Arianisme. Arius was een priester uit Alexandrië, een zeer trotse man, vol ambitie. Hij ontkende de goddelijke natuur van Christus en Zijn gelijkheid met God de Vader. Valselijk getuigde hij dat de Redder niet consubstantieel is met de Vader, maar enkel een geschapen zijn.

Een lokaal concilie met Patriarch Alexander van Alexandrië veroordeelde de valse leer van Arius. Desondanks verspreidde zijn valse leer zich over het ganse Oosten. Hij kreeg zelfs steun van sommige Oosterse bisschoppen.

Keizer Constantijn onderzocht die leer. Hij consulteerde bisschop Hosius van Cordova, die de Keizer meedeelde dat de ketterij één van de gevaarlijkste was tegen het meest fundamentele dogma van de Kerk. Zo besloot de Keizer om een Oecumenisch Concilie bijeen te roepen . In 325 kwamen 318 bisschoppen samen in Nicea. Zij vertegenwoordigden de Christelijke kerken van verschillende landen.

Onder de bisschoppen waren er ook veel belijders, die de vervolgingen nog hadden meegemaakt. Ook grote namen uit de Kerk waren aanwezig zoals : de Heilige Nikolaas van Myra in Lycia, de heilige Spiridon bisschop van Tremithios en anderen.

Keizer Constantijn nam aan alle sessies deel.

Arius bleef arogant, maar werd geëxcommuniceerd.

Tevens werd door het Concilie het Symbolum van het geloof vastgelegd : het Credo van Nicea. Er werd ook beslist dat het Christelijk paasfeest nooit mag samenvallen met het Joodse Paasfeest, maar op de eerste zondag na de eerste volle maan van de Lente.

De zaak die de meeste aandacht zou vragen op het concilie van Nicea begon rond het jaar 320 in Alexandrië. Een zekere presbyter Arius kwam in conflict met bisschop Alexander van de stad over de status van Jezus Christus als Zoon van God. Moest dit zoonschap zo worden opgevat, dat de Zoon evenzeer God was als zijn Vader, of was er een essentieel verschil, en moest de Zoon als schepsel worden beschouwd? Arius leerde het laatste, Alexander het eerste. Het duurde niet lang, of dit werd een strijdpunt in grote delen van de kerk, zeker in het oosten.

Bisschoppen en andere betrokkennen konden deze kwestie hun onverdeelde aandacht geven, omdat de kerk pas door Constantijns tolerantie-edict van 313 was bevrijd van het gevaar van vervolgingen. Sterker nog, omdat Constantijn het christendom als keizerlijke godsdienst had aangenomen, was het van het grootste belang dat er duidelijkheid bestond over de juiste leer en dat er geen scheuringen in de kerk ontstonden.

Constantijn was deze mening zelf ook toegedaan, en hij was degene die uiteindelijk besloot een concilie samen te roepen om de kwestie-Arius voor eens en altijd en voor de hele kerk op te lossen. Het fenomeen concilie of synode was echter op zich niet nieuw: het was al sinds de derde eeuw gebruikelijk dat de bisschoppen uit een bepaald gebied, als de omstandigheden het toelieten, bijeenkwamen om samen bepaalde beslissingen te nemen. Dat kon zijn over vragen als het beste beleid aangaande christenen die tijdens een vervolging voor de druk van de overheid waren bezweken en tot de genius van de keizer hadden gebeden (of een valse verklaring hadden gekocht dat ze dat hadden gedaan), maar ook om een nieuwe collega voor een vacante zetel te kiezen. Ten minste één keer, in Antiochië in 268, had een synode zich over de theologie van een collega gebogen, namelijk Paulus van Samosata. Wat wel nieuw was, was het feit dat dit concilie een beslissing moest nemen voor de hele kerk, en dat de belangrijkste kwestie op het concilie theologisch van aard was.

Het staat overigens niet vast, dat Constantijn speciaal door de ariaanse strijd besloot tot het organiseren van een concilie: er zijn aanwijzingen, dat hij vanaf het begin van zijn alleenheerschappij plannen had om een rijksconcilie te houden om de nieuwe eenheid, zowel bestuurlijk als kerkelijk, te vieren en te bezegelen.

Verloop en beslissingen
Het concilie was eerst in het centrale Ancyra (Ankara) gepland, maar werd op verzoek van Constantijn naar Nicea, vlakbij de keizerlijke hoofdstad van de oostelijke helft van het rijk, gehouden, en begon op 19 juni 325. De keizer hield de openingstoespraak, en liet er geen twijfel over bestaan dat het in grootste belang van het Romeinse Rijk was, dat de verzamelde bisschoppen een beslissing zouden nemen. Of hij ook daadwerkelijk een officiële geloofsbelijdenis verwachtte, is de vraag. Wel is het een feit, dat juist in deze decennia het gebruik ontstond theologische standpunten in de vorm van een geloofsbelijdenis te formuleren.

De exacte gang van zaken op het concilie is niet duidelijk, omdat er geen verslag bewaard is gebleven. Onze belangrijkste bronnen zijn een herinnering van Eustathius van Antiochië (die mogelijk optrad als voorzitter), enkele hoofdstukken van Athanasius van Alexandrië (die het concilie wel bijwoonde, maar er pas veel later iets over schreef) en een brief van Eusebius van Caesarea, die zijn eigen kerk na afloop van het concilie informeerde over de gang van zaken.

Wel is zeker, dat het concilie grootschalig was opgezet. We kennen de namen van 250 bisschoppen, en de latere traditie heeft altijd het door Athanasius genoemde aantal van 318 concilievaders in ere gehouden. Daarbij moet wel worden aangetekend, dat praktisch alle deelnemers uit de oostelijke helft van de kerk kwamen, waar het geschil tussen Arius en Alexander ook de meeste beroering teweeg had gebracht. Naast de bisschoppen waren er ook verschillende plaatsvervangers en assistenten aanwezig (zo mocht Athanasius, die toen nog diaken was, mee om zijn bisschop bij te staan), en natuurlijk de keizer en een aantal van zijn functionarissen.

Van deze deelnemers was de meerderheid beslist niet voor Arius’ positie, die uiteindelijk de Zoon voor het hoogste schepsel hield, maar dat wil niet zeggen dat deze tegenstanders van Arius het eens waren hoe men dan wel precies over Hem moest denken. Bovendien was er ook een groep die Arius steunde. Deze groep kwam met een verklaring, die door de meerderheid werd veroordeeld. Daarmee waren de kansen voor Arius feitelijk al aan het begin van het concilie verkeken.

Er moest echter wel een gezamenlijke verklaring komen, en dat verliep minder vlot. Volgens Athanasius probeerde men zich zoveel mogelijk te beperken tot bijbelse terminologie, maar lukte het Arius en de zijnen steeds deze terminologie zo uit te leggen dat zijn eigen positie er ook door werd gedekt. Op zeker moment werd dan ook een traditionele belijdenis (mogelijk in gebruik in Caesarea of Jeruzalem) aangevuld met een aantal specief-theologische termen, waarvan de belangrijkste het zogenaamde homoousios of consubstantialis is, dat uitdrukt dat de Zoon ‘van hetzelfde wezen' als de Vader is.

Deze term werd niet direct met algemene goedkeuring ontvangen, maar met de nodige uitleg en misschien ook wel enige keizerlijke druk lukte het toch praktisch alle aanwezige bisschoppen deze aangevulde geloofsbelijdenis te laten ondertekenen, die daarmee de officiële Geloofsbelijdenis van Nicea werd. Degenen die niet wilden ondertekenden (Arius en nog enkele overgebleven medestanders) werden verbannen en geëxcommuniceerd.

Het concilie nam ook nog een aantal andere beslissingen. Eén van de belangrijkste was wel het besluit voortaan overal in het Rijk het christelijke Paasfeest op de eerste zondag na de eerste volle maan na de lente-equinox te laten vallen: dit was reeds gebruik in het westen en vele kerken in het oosten, maar er waren ook nog steeds kerken die het Pasen vierden op de eerste zondag na het Joodse Paasfeest (en dus soms op of voor de equinox) of zelfs tegelijk met de Joden vierden, dus op de veertiende dag van de maand Nissan. Ook nam het concilie een besluit over het zogenaamde melitiaanse schisma, dat de kerk van Alexandrië en Egypte verscheurde. Dit schisma had niets te maken met de geloofsleer, maar ging terug op de vraag hoe men afvalligen van de laatste vervolging moest behandelen. Door de bemoeienis van Constantijn kregen degenen die los waren komen te staan van de katholieke kerk de kans de gemeenschap weer te herstellen op opvallend milde condities.

De geloofsbelijdenis van Nicea
Hoewel er geen verslag van de synode bewaard is gebleven, zijn er wel een lijst van besluiten (canones) en natuurlijk de geloofsbelijdenis. De geloofsbelijdenis is niet, anders dan men misschien zou verwachten, meteen na het concilie over de hele kerk verspreid en in gebruik geraakt. Dit komt overeen met de bronnen die erop wijzen, dat de meeste aanwezige bisschoppen het gevoel hadden dat de belijdenis in deze vorm erdoor was gedrukt. Toch zijn er voldoende bronnen om zeker te zijn van de tekst; de belangrijkste hiervan is misschien nog wel het officiële verslag van het concilie van Chalcedon in 451, waarbij èn de belijdenis van Nicea, èn de aangepaste versie ervan die werd vastgesteld in Constantinopel, beide werden voorgelezen uit de officiële documenten die toen nog beschikbaar waren, en aldus opnieuw in het verslag van Chalcedon terechtkwamen.

De Geloofsbelijdenis van Nicea luidt aldus:

Wij geloven in één God, de almachtige Vader, schepper van alle zichtbare en onzichtbare dingen,
en in één Heer Jezus Christus, de Zoon van God, als eniggeborene uit de Vader geboren,
dat wil zeggen uit het wezen van de Vader,
God uit God, Licht uit Licht, waarachtig God uit waarachtig God,
geboren niet gemaakt,
van hetzelfde wezen als de Vader,
door wie alles is ontstaan, zowel in de hemel als op aarde,
die om ons mensen en om onze redding is neergedaald en vlees is geworden, mens is geworden,
die geleden heeft en op de derde dag is opgestaan,
die is opgevaren ten hemel,
die zal wederkomen om te oordelen de levenden en de doden,
en in de Heilige Geest.

De zinsneden ‘dat wil zeggen uit het wezen van de Vader’, ‘God uit God, Licht uit Licht, waarachtig God uit waarachtig God’ en vooral ‘van hetzelfde wezen als de Vader’ zijn de theologische toevoegingen, die het Arius en zijn medestanders onmogelijk maakten deze belijdenis te ondertekenen. Echter, aan de geloofsbelijdenis zelf werden ook nog enkele veroordelingen of anathema’s toegevoegd, om iedere ariaanse voorstelling van zaken voortaan de pas af te snijden:

Maar zij die zeggen:
Er was een tijd dat Hij er niet was,
en voordat Hij werd geboren was Hij er niet,
en dat Hij uit het niets is ontstaan,
of zij die beweren dat de Zoon van God uit een andere substantie is,
of aan verandering of ontwikkeling onderhevig is,
diegenen veroordeelt de algemene en apostolische kerk.

Gevolgen
Het concilie van Nicea had uiteindelijk voor niemand de gevolgen die men zich uiteindelijk gewenst had. Arius en degenen die met hem weigerden de Geloofsbelijdenis van Nicea te ondertekenen. Zij werden veroordeeld en verbannen, en speelden voortaan geen rol van betekenis meer. Zij waren de grote verliezers, en voor de rest van de kerkgeschiedenis is ‘ariaans’ een soort brandmerk geworden voor iedereen die op één of andere manier afstand tussen de Zoon en de Vader aan zou nemen. Het wrange daarbij is, dat van degenen die de Geloofsbelijdenis wel hadden ondertekend, degenen die het dichtst tegen Arius’ positie aan schurkten vrij snel na het concilie de toon gingen aangeven. Volgens de traditie werd zelfs Arius zelf op zeker moment officieel gerehabiliteerd, maar overleed hij de dag voordat hij de communie weer voor het eerst zou ontvangen.

De felste tegenstanders van Arius, die geloofden dat de Zoon exact op dezelfde wijze God c.q. goddelijk was als de Vader, hadden een geloofsbelijdenis gekregen die paste bij hun theologie. Echter, het grootste deel van de kerk was met die belijdenis weinig gelukkig vanwege de technisch-theologische terminologie. Bovendien bleek zelfs het woord homoousios voor verschillende interpretaties vatbaar: men kon het zo uitleggen, dat het betekende dat Zoon en Vader hetzelfde wezen, dat wil zeggen dezelfde goddelijkheid deelden, maar ook zo, dat de Zoon en de Vader samen één wezen vormden, dat wil zeggen, één handelende entiteit. Dit zou na het concilie tot de nodige nieuwe discussies en moeilijkheden leiden.

De keizer had bereikt dat praktisch alle bisschoppen hetzelfde document hadden ondertekend en dat de kwestie formeel was opgelost. Hij bemoeide zich echter niet met de exacte betekenis van het homoousios, zodat de discussies daarover na het concilie onbekommerd konden oplaaien, en de eenheid feitelijk weer teloor ging. Hij handhaafde en consolideerde deze formele eenheid ook na het concilie (waarbij er dus zelfs weer enige ruimte ontstond voor Arius), maar moest de geestelijke eenheid zien verdwijnen. Het is overigens een open vraag of Constantijn daar zwaar aan tilde.

Ten slotte was er de meerderheid die zich weinig gelukkig voelde met zowel de gang van zaken als het bereikte resultaat (afgezien van de veroordeling van Arius), en zich er blijkbaar niet door gebonden voelde. In de eerste decennia na Nicea zijn de meeste bronnen dan ook opvallend zwijgzaam over het concilie, en vinden er soms weer discussies plaats die zich moeilijk laten rijmen met de beslissing van Nicea.

Belang
Al met al wordt er heel verschillend over Nicea 325 geoordeeld. Later heeft het de status gekregen van eerste oecumenisch concilie (zoals in principe alle eerste oecumenische concilies pas door latere conciliebesluiten hun officiële status hebben gekregen), en in de oosters- en oriëntaals-orthodoxe kerken hebben de 318 vaderen zelfs een eigen feestdag en een icoon. Of echter voor de later vastgestelde orthodoxie van Constantinopel 381 en de ontwikkelingen die daarop volgden daadwerkelijk in Nicea de basis is gelegd, blijft de vraag. Wat de verschillende deelnemers aan het concilie precies onder homoousios verstonden, is nog steeds onderwerp van wetenschappelijke discussie.

Van heel andere zijde en in moderne tijden is het concilie ook wel afgeschilderd als het begin van een val van het christendom: een val voor de sterke arm van de staat, een val voor een officieel in plaats van een charismatisch christendom, een val voor machtsdenken in plaats van het geloof, waarvan Joden en ketters in toenemende mate slachtoffer zijn geworden. Nicea (c.q. Constantijn) wordt dan tot het inbegrip van alles wat er in de kerk niet deugt, en de periode daarvoor wordt verheerlijkt als oorspronkelijk en puur. Een dergelijk beeld is echter karikaturaal. Het concilie van Nicea borduurde voort op soortgelijke concilies die al in de derde eeuw voorkwamen, en het nieuwe was niet het feit dat er een dogmatische beslissing werd genomen, maar dat een dogmatische vraag nu de belangrijkste was, en dat door de veranderde politieke omstandigheden nu voor het eerst een concilie voor de hele kerk kon worden gehouden. En eigenlijk was nog niet de dogmatische vraag op zich de aanleiding, maar die van de gemeenschap: het streven van Constantijn naar één onverdeelde kerk kan men moeilijk niet legitiem vinden. Bovendien was de vraag ook praktisch: als christenen op reis gingen, wilden ze in een andere stad door de kerk worden ontvangen en deel kunnen nemen aan de eucharistie. Dat was juist één van de dingen waardoor de kerk groot was geworden, en achter alle eerste concilies moet niet zozeer een theoretisch-theologische drijfveer worden gezocht, als wel het praktische verlangen de kerkelijke en geestelijke gemeenschap in stand te houden. Daarom was het voor Constantijn (en voor de overgrote meerderheid van de concilievaders) belangrijker dàt er een beslissing werd genomen waarmee men zich kon verenigen, dan hoe die beslissing er uiteindelijk precies uit kwam te zien.

Het is één van de tragische aspecten van de latere kerkgeschiedenis, dat voor dit streven de weg van concilies, dogmatische verklaringen en officiële veroordelingen uiteindelijk toch dood bleek te lopen, en dat de eerste tekenen daarvan al zichtbaar werden op het eerste concilie van Nicea.

(door Liuwe H. Westra)

 

border THS.jpg

08:55 Gepost in theologie | Permalink | Commentaren (0)

18-05-17

Nikon heilige priester uit Napels martelaar

Banner2 +.gif

Heiligenleven

De heilige  Nikon - priester Martelaar uit Napels

 

Nikon de napolitaan.jpgDe heilige Nikon, priester-martelaar, met zijn vele leerlingen. Hij was een Napolitaan, zoon van een heidense vader en een christen moeder, beroepssoldaat, knap en sterk. Na een zwaar gevecht was hij met zijn leger als overwinnaar naar Napels teruggekeerd en hij vertelde aan zijn moeder dat hij ook christen wilde worden. Hij nam daarvoor de boot naar Constantinopel, maar onderweg ging hij aan land op het eiland Chios. Daar zocht hij een eenzame plaats en bracht zeven dagen door in gebed om de consequenties van zijn stap te doordenken en er zich op voor te bereiden. Vervolgens trok hij naar de berg Ganos, waar zich een kluizenaars-kolonie bevond. Nikon werd gedoopt en sloot zich bij hen aan en werd drie jaar later priester gewijd, omdat hij tot overste was gekozen.
Langzamerhand kwamen er te veel leerlingen om het leven daar vol te kunnen houden en Nikon begon met negen van zijn leerlingen een zwervend bestaan. Zij gingen eerst naar Mytilene, dan weer aan de geheel andere kant van de Middellandse Zee naar Napels, waar Nikon zijn moeder bijstond in haar laatste dagen en haar begroet. Vervolgens gingen ze naar Sicilië waar ze een geschikte plek vonden op de berg Tauromenië, en het aantal van zijn leerlingen aangroeide tot 199.
De rust daar was echter slechts schijn, ze werden allen gegrepen en voor de rechter gebracht. De leerlingen werden onthoofd maar Nikon moest de volle maat van de woede der vervolgers verduren en hij werd op allerlei manieren gemarteld tot ook hij tenslotte met het zwaard werd gedood, in 260.

uit : heiligenlevens voor elke dag - orth klooster Den Haag

1-Petrus-221-22.jpg

aa.jpg

Nikon heilige van het Holenklooster in Kiev

border 7TRE.jpg

Heiligenleven

De heilige Nikon van het Holenklooster in Kiev

 

Nikon holenklooster Kiev21.jpgDe heilige Nikon van het Holenklooster in Kiev was een priester die de eerste volgeling werd van Antonios, de stichter van het Holenklooster, die hem belastte met de opname van de nieuwelingen. Toen hij eens de twee lievelingszonen van de grootvorst van Kiev, Warlaäm en Efraïm, had opgenomen, haalde hij zich de woede van hun vader op de hals, zodat zijn verblijf in het klooster onmogelijk werd. Hij trok zich toen terug op het schiereiland van Tamanj, waar hij de bouw van een kerk organiseerde.
Later keerde hij naar het Holenklooster terug, waar hij enthousiast werd opgenomen en later ook tot abt werd gekozen. Hij was artistiek begaafd en heeft het klooster met fresco’s en mozaïekwerk gesierd. Hij is gestorven in 1088.

uit : heiligenleven voor elke dag - uitg orth.klooster Den Haag

 

holenklooster Kiev25.jpg

Holenklooster Kiev

 

border 22ZZSS.gif

holenklooster Kiev25.jpg

17-05-17

cyprianos : Vragen in naam van Jezus

124d1898bc5b16b31b8594c0838cf685.jpg

H. Cyprianus (ca. 200-258), bisschop van Carthago en martelaar
Gebed van de Heer 2,3  

 

Vragen in naam van Jezus

 

Cyprian heilige.jpgOnder de vele heilzame vermaningen en goddelijke voorschriften, waarmee de Heer zijn volk liefdevol leidt naar zijn heilsbestemming heeft Hijzelf ook een voorbeeld van gebed gegeven. Zelf heeft Hij ons aangemaand en onderwezen wat wij moeten bidden. Hij die ons deed leven, leerde ons ook bidden, met dezelfde mildheid waarmee Hij ook zijn andere gaven heeft willen delen. Zo kunnen wij, als wij tot de Vader spreken met het verzoek en het gebed dat de Zoon ons heeft geleerd, gemakkelijker gehoor vinden.. Vroeger had Hij al gezegd dat het uur ging komen waarop de ware aanbidders de Vader zouden aanbidden in geest en waarheid (Joh 4,24), en die belofte van toen heeft Hij vervuld. Zo kunnen wij die door zijn heiligmaking Geest en waarheid ontvangen hebben, door zijn onderrichting ook waarachtig en geestelijk bidden.

Welk gebed immers kan geestelijker zijn dan het gebed dat ons door Christus is gegeven, door wie ons ook de Heilige Geest is gezonden? Welk gebed is waarachtiger bij de Vader, dan het gebed dat door de Zoon die de waarheid zelf is, door zijn eigen mond is uitgesproken?

Laat ons daarom bidden, geliefde zusters en broeders, zoals de goddelijke Meester het heeft geleerd. Een welkom en vertrouwd gebed is het voor God, als wij Hem met zijn eigen woorden aanroepen, als wij het gebed van Christus tot zijn oren laten opstijgen. Laat de Vader de woorden van zijn Zoon herkennen, als wij bidden. Hij die in ons hart woont, moet ook in onze stem doorklinken. En daar wij Hem bij de Vader als voorspreker hebben voor onze zonden, laten wij daarom als wij, zondaars, voor onze fouten vergeving vragen, de woorden van onze voorspreker gebruiken. Want Hij heeft gezegd dat wat wij de Vader ook zullen vragen, Hij het ons zal geven in zijn naam (Joh 16,23).

www.dagelijksevangelie.org

border 7gE.jpg

 

 

16-05-17

heiligenleven : Servatius

border oaoa (7).jpg

Heiligenleven 

De heilige Servatius van Tongeren - Maastricht

 

servatius en Lambert.jpg

Lambertus en Servatius (rechts)

 

De heilige Servatius (Aravatus, Sabbatius, Servaas), bisschop van Tongeren, na de heilige Maternus. Zijn afkomst is geheel onbekend, maar later werd verhaald dat hij uit Armenië of uit Syrië afkomstig zou zijn, en na een wilde jeugd zich had bekeerd. Na een bedevaart naar het Heilig Land werd hij priester gewijd en als missionaris naar Gallië gezonden. Rond 335 was hij bisschop van Tongeren. Hij nam deel aan het Concilie van Keulen in 346, en gaf getuigenis tegen de ariaansgezinde bisschop van Keulen:

Ik weet volkomen zeker wat deze valse bisschop leert; ik weet het niet van horen-zeggen, maar doordat ik het met mijn eigen oren heb gehoord. Omdat onze diocesen aan elkaar grenzen, heb ik vaak met hem gedisputeerd wanneer hij de Godheid van Jezus Christus loochende. Dat heb ik gedaan, zowel onder vier ogen als in het openbaar, in de aanwezigheid van Athanasios, bisschop van Alexandrië. Mij advies luidt: hij mag niet langer een christen bisschop zijn, en zij die in gemeenschap met hem blijven, kunnen niet langer als christenen beschouwd worden.

Servatius had de heilige Athanasios tijdens diens ballingschap met grote eer ontvangen, en zich volledig achter hem gesteld. Hij had hem ook vergezeld tijdens diens ballingschap in Trier van 336 tot 338, Ook op het concilie van Sardica in 347, en dat van Rimini in 359, was Servatius een der voornaamste bestrijders van de Arianen. Toen Tongeren door de duitse Hunnen werd bedreigd, bracht Servatius de bisschopszetel over naar de vesting Maastricht, waar hij op deze dag, Pinkstermaandag, gestorven is in 384.

De heilige Gregorios van Tours verhaalt dat Servatius voorzegd had dat de Hunnen Gallië zouden binnenvallen, en onder tranen verdubbelde hij zijn gebeden, nachtwaken en vasten om Gods barmhartigheid af te smeken en Zijn toorn te doen wijken. In 366 ondernam hij daarom ook een bedevaart naar Rome, om ook de hulp van de apostelvorsten af te smeken voor zijn volk. Maar God openbaarde hem dat Hij de zonden van de Galliërs wilde straffen door de gesel van de oorlog, maar dat Servatius er geen getuige van zou zijn. Diep bedroefd keerde de heilige naar Tongeren terug. Niet lang na zijn dood werd de stad ingenomen, geplunderd en verwoest door de troepen van de beruchte Attila.

De naam van Servatius is verbonden aan het bezit van een grote zilveren sleutel, een kopie van de sleutel van de mamertijnse gevangenis waar de heilige Petros was vastgehouden, en waarin deeltjes van diens ijzeren boeien waren verwerkt. Zijn gebeente bevindt zich te Maastricht, sinds 1102 in een gouden schrijn: de huidige "Noodkist", een van de schitterendste reliekschrijnen die uit de Middeleeuwen bewaard zijn gebleven. Zijn relieken worden speciaal vereerd tijdens de zevenjaarlijkse Heiligdomsvaart (de 54e was in 2011 - red.)

Volgens de legende heeft Attila op zijn rooftocht Maastricht niet kunnen vinden, door de gebeden van de heilige Servatius, terwijl de mensen van angst weggekropen waren in hun huizen. Toen de Hunnen afgetrokken waren en de mensen weer naar buiten durfden te komen, zagen zij hoe in heel de omgeving mensen en goederen waren geschonden en gebrandschat. Toen trokken zij met kruisen naar de kerk van Sint Servaas en zij loofden God. Dit is de oorsprong van de jaarlijkse processie op zijn feestdag.

In de Sint Servaaskerk in Maastricht bevinden zich de graven van de volgende bisschoppen: Agricola, Designatus, Eucharius, Eucharius, Felix, Quirillus, Renatus, Supplicius en Ursicinus.

heiligenlevens van elke dag - orth.klooster DenHaag

 

servatius reliek.jpg

Servatius reliek in de st.servaaskerk van Maastricht

 

servatius visioen.jpg

Visioen van de heilige Servatius

 

heiligenleven : de heilige Amvrosi van Optina

border 1990.jpg

Heiligenleven

De heilige Amvrosi van Optina

amvrosi van Optina.jpg

de heilige Amvrosi

 

De heilige starets Amvrosi (Ambrosios) van Optina. Hij was geboren op 23 november 1812, in het huis van zijn grootvader, de dorpspriester van Bolsjaja Lipowitsa in het gouvernement Tambov. Op straat werd luidruchtig het feest gevierd van de heilige Alexander Nevski, en ook het huis was vol opgewonden mensen. De kleine werd Alexander gedoopt en zou het Iuidruchtigste en woeligste kind worden te midden van zijn vele broers en zussen. Hij liep heel wat straffen op maar zijn levenslust bleef ontembaar. Deze levendigheid ontwikkelde zich in een buitengewoon positieve zin, een hartelijkheid en openheid tegenover ieder waarmee hij in aanraking kwam. Reeds heel jong leerde hij lezen en hij zong al spoedig mee met zijn vader, de psalmist van de dorpskerk. Evenals zijn broers kwam hij, nog geen tien jaar oud, op het seminarie, dat ze eerst als vrijwel volwassenen zouden verlaten. Het waren talentvolle jongens: zijn oudere broer werd rector van het gymnasium in Kiev, de jongste werd hoofd van een belastingkantoor, maar juist de woelige Alexander, die altijd de bezieler was geweest van alle vriendenclubs waar hij deel van uitmaakte, zou later monnik worden.
Hij was een begaafd student, en zonder dat hij er zich schijnbaar voor hoefde in te spannen, behaalde hij de hoogste cijfers. Niet alleen in theologie, maar ook in kerkgeschiedenis, filosofie, Russisch en moderne talen, Grieks, Hebreeuws en Tataarse dialecten. Hij kreeg het recht om naar de universiteit te gaan en het kwam niet in zijn hoofd op om monnik te worden, al werd hem dat door sommigen voorzegd. Hij was toen 22 jaar.
Toen werd Alexander aangegrepen door een heftige ziekte met een onheilspellend verloop. Niemand dacht dat hij nog zou kunnen genezen en zijn biechtvader werd geroepen, intussen nam Alexander in zijn gedachten reeds afscheid van de wereld en hij deed de gelofte dat hij, zo hij bleef leven, in een klooster zou gaan. Toen werd hij tegen alle verwachting beter en drong de gedachte aan zijn gelofte naar de achtergrond: hij bleef nog aarzelen. Hij ging niet naar de universiteit maar aanvaardde een betrekking als huisleraar.
Bepaalde trekken van zijn latere persoonlijkheid werden toen al zichtbaar. De ouders voor wie hij werkte hadden nogal eens ruzie. Dan kwamen ze bij hem met hun wederzijdse beschuldigingen. Alexander redeneerde er niet tegenin, hij koos evenmin partij maar luisterde glimlachend naar hun opgewonden tirades, en na een tijdje was de storm voorbij. Ook later kwamen mensen met ruzie altijd weer naar hem toe om hulp te vinden: hij had daarvoor blijkbaar een bijzondere genadengave.
Zo bleef hij vier jaar besluiteloos, telkens weer bezweek hij voor de verleiding van een nieuwe uitnodiging die hij dan weer als de allerlaatste aanvaardde. “En dan was weer een avond verloren door allerlei gepraat.” ln de zomer van 1839 ging Alexander naar starets Hilarion, een kluizenaar in Trojekoerovo. Deze ontving hem vriendelijk en zei: “Ga naar Optina, je bent daar nodig”. In feite leefde daar nog de eerste starets, Leonid, al was hij ziek. Naast hem werkte vader Makari, nog in de volle kracht van zijn leven. Maar reeds nu bracht de goddelijke Voorzienigheid daar de nog onrijpe, 27-jarige Alexander, die later de grote starets-traditie van het Optina-klooster zou voortzetten.
Zelfs nu hem zo duidelijk de weg was gewezen, bleef hij aarzelen tot tenslotte het inzicht kwam dagen dat je je niet geleidelijk uit de wereld kunt terugtrekken maar vastberaden alle banden moet kappen om een nieuw leven te beginnen. Het werd een soort vlucht. Hij was intussen leraar geworden aan het seminarie, maar zonder ontslag te nemen vertrok hij plotseling, zonder iets te zeggen. Hij had zelfs zijn paspoort achtergelaten en had alleen het bewijs van zijn seminarie-opleiding bij zich. De schoolleiding stond voor een raadsel: zoiets was nog nooit voorgekomen. Het Optina-klooster beleefde toen een tijdperk van geestelijke bloei. Er waren een aantal sterke geestelijke persoonlijkheden en in hen zag Alexander vooral hoe noodzakelijk het is om te verzaken aan de eigen wil, en met heel zijn hart besloot hij dit voorbeeld te volgen. Hij werd toegevoegd aan de zieke vader Leonid, die nu starets Lev heette; deze voorzag de geestelijke begaafdheid van de jonge monnik en beschouwde hem als zijn meest vertrouwde leerling. Vader Lev zei vaak dat de kwestie van het vinden van een goede geestelijke vader opgelost kon worden door het zijn van een goede leerling: dan kwam er ook een goede leidsman. En hij voegde daar aan toe: “Men moet eenvoudig zijn van hart, geen tekortkomingen verbergen, geen bijzondere verering tonen en handelen zonder zich beter voor te doen dan men is. Dat is de rechte weg ter redding, zo trekken we Gods genade tot ons. Zich nergens op laten voorstaan‚ geen slimmigheidjes maar openhartigheid van de ziel, dat is wat de Heer, die zachtmoedig is van hart, graag ziet. ‘Tenzij ge wordt als kleine kinderen, zult ge het Koninkrijk der hemelen niet binnengaan?’ 

 

amvrosi van optina8.jpg

Amvrosi van Optina

 

amvrosi starez2.jpg

amvrosi starez3.jpg

 

 

 

 

1 2 3 4 5 6 7 8 Volgende