18-02-07

Vergeef ons

  

VERGEEF-ONS…….ZOALS OOK WIJ VERGEVEN

 

DE VERGEVING IN HET GEBED DES HEREN

 

Bisschop Kallistos (Ware)

 

 

Hoe vergeven ? Wanneer vergeven ? Waarom ?  Zovele vragen die rechtstreeks voortvloeien uit de evangelische geboden en vooral uit het gebed dat Christus geleerd heeft aan Zijn leerlingen. Vragen waarop bisschop Kallistos heeft geprobeerd alle implicaties, zowel op theologisch als op anthropologisch vlak  in het licht te stellen en dit tijdens een voordracht ter gelegenheid van een recent bezoek aan Jeruzalem.

 

Gerenomeerd theoloog, bisschop KALLISTOS, 71 jaar, is hulpbisschop van het oecumenisch patriarchaat in Groot-Britanië.Hij is monnik van het monasterie Sint-Jan-de Evangelist in Patmos(Griekenland), was lange tijd hoogleraar patristiek aan de universiteit van Oxford..Hij publiceert momenteel een nieuwe bundel artikelen in franse vertaling onder de titel ‘L’île au-delà du monde’ aux éditions du Cerf / Le Sel de la Terre.  Hij schreef ook het boek ‘L’OrthodoxieL’Eglise des sept Conciles’ (DDB,1968 ; 2e édition : Cerf /Le Sel de laTerre, 2002), ‘ Le Royaume intérieur’ (Cerf / Le Sel de la Terre,1993) ;4e édition : 2004), ‘Tout ce qui vit est saint’ (Cerf / Le Sel de la Terre,2003), ‘Approche de Dieu dans la voie orthodoxe (Cerf / Le sel de la Terre,2004)

 

(….) Somige menselijke situaties zijn zo complex, zo moeilijk op te lossen, zo vol  van angst, dat er maar één  uitweg is : vergeven. Wraak maakt de situatie nog erger . Mahatma Gandhi zei :’ ‘Oog om oog’ maakt  de hele wereld blind’. Het is slechts door de vergeving dat wij de ketting van wedezijdse wraak en de zelfvernietigende bitterheid kunnen doorbreken. Zonder vergeving, is er geen enkele hoop op een nieuw begin. Dit is het wat Papastavros (een oude griekse priester, die, in gruwelijke omstandigheden alle leden van zijn talrijke familie heeft zien sterven) had ontdekt  tijdens de tragedie van de vijandelijke bezetting en de burgeroorlog. Zijn woorden zijn zeker toepasbaar in veel andere conflictsituaties, en in het bijzonder in het Heilig Land.     

 

 

‘WAAR VERGEVING IS….., DAAR IS OOK VRIJHEID’

 

            De enige overlevende zoon van Vader Papastavros, sprak over zijn vader als over een ‘vrije mens’ : ‘Hij is vrij, omdat hij vergeeft’. De russisch orthodoxe starets, de Heilige Silouan van de berg Athos (1866-1938) formuleerde het zo : ‘Daar waar vergeving is…daar is ook vrijheid’. ‘Als wij erin slagen om te vergeven, als we erin slagen om ten minste te ‘willen’ vergeven, dan bevinden wij ons in wat de Psalmen noemen een ‘plaats van uitkomst,van volheid’ : ‘Wij zijn door vuur en water gegaan : Maar eindelijk toch hebt Gij ons uitkomst gebracht’ (Ps.65 (66),12.) Vergeven is als de bevrijding uit een gevangenis waarvan alle deuren zijn vergrendeld van binnenuit. Het is slechts door de vergeving dat we kunnen binnentreden in wat Paulus noemt ‘de vrijheid en de glorie van de kinderen Gods’(Rom.8,21).

 

            Het is nochtans moeilijk, bedroevend moeilijk, om te vergeven en te worden vergeven !. Om een andere orthodoxe getuige te citeren, namelijk Antonius van Souroge (1914-2003) : ‘De wet van de vergeving is geen smalle beek op de grens van slavernij en vrijheid : zij is breed en diep, het is als de Rode zee. ‘Denk niet dat je de deugd hebt bereikt’, zegt de woestijnvader  Evagrius van Pontus, ‘als je niet hebt gestreden, zelfs tot de dood toe, om het te bereiken’. Wij kunnen hetzelfde zeggen voor de vergeving . Dikwijls is de strijd om te vergeven niets minder dan een inwendig martelaarschap, tot de dood toe’ (…)

            Het cruciale belang van de vergeving is vooral te vinden in de onmiddellijke voorang dat het Gebed des Heren eraan geeft. Van de zevenenvijftig (of achtenvijftig) woorden van de griekse tekst, zijn er minstens dertien – een vierde ongeveer van het gebed – welke het thema behandelen van het geven en het ontvangen van de vergeving. In een zo volledig en beknopt gebed, is dit merkwaardig. Indien Christus zo de nadruk legt op de vergeving in het gebed dat Hij ons heeft gegeven, dan is het, omdat wij in het geheel geen ‘waar’ gebed kan hebben indien het niet gedaan wordt in een geest van vergeving, aldus Origenes. En Gregorius van Nyssa gaat zelfs zover om te affirmeren dat de zin :’Vergeef ons…zoals ook wij vergeven’, het ‘hoogtepunt bepaalt van de deugd’ ; het is het hoogtepunt van het ganse gebed. Hij voegt er echter aan toe dat, hoe fundamenteel deze zin ook is, de ware betekenis ervan moeilijk te vatten is : ‘Zijn betekenis overstijgt elke verbale interpretatie’.

 

‘DOOR JE NAASTE TE VEROORDELEN,

VEROORDEEL JE JEZELF’

 

             In de patristieke interpretatie van het Gebed des Heren is één van de dominante thema’s de eenheid van de mensheid (….) Men moet deze belangrijkheid zien in de onderlinge afhankelijkheid van niet alleen de zin ‘Vergeef ons..zoals wij vergeven’, maar in het gebed des Heren in zijn geheel. De Heilige Cyprianus van Carthago wijst op het voortdurend gebruik van het meervoud, en niet van het enkelvoud in de voornaamwoorden en de bezittelijke voornaamwoorden : ‘Wij zeggen niet :’Mijn Vader die in de hemelen zijt’, of ‘Geef mij vandaag mijn brood’, niemand van ons vraagt individueel dat zijn eigen schuld zou vergeven worden, of dat hij niet zou bekoord worden, of dat hij gevrijwaard zou worden van het kwaad. Het gebed is bij ons openbaar en gemeenschappellijk, en als wij bidden, dan bidden wij niet voor één enkele persoon, maar voor het gehele volk, want het gehele volk is één’.

 

            Deze opvatting van onze menselijke éénheid, vindt, volgens Cyprianus, zijn oorsprong in de christelijke leer over God. Wij geloven in de Drieene God, die niet alleen één is, maar

Één-in-drie, die niet alleen persoonlijk is, maar inter-persoonlijk. Wij geloven in de gemeenschap van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Dit heeft als gevolg, dat de mens niet geïsoleerd wordt verlost, maar in gemeenschap.

 

            In gans het Gebed des Heren wordt onderlijnt dat onze éénheid als menselijke wezens vooral zichbaar wordt in de zin over de vergeving. Volgens Clémens van Alexandrie belijden wij telkens dat wij het Gebed des Heren bidden, dat ‘gans de mensheid het werk is van een unieke Wil’. De Heilige Maxime de Belijder benadrukt dit uitdrukkelijk in de commentaar die hij heeft gegeven over dit gebed.. De éénheid en de wederzijdse liefde, zegt hij, bepalen ‘ het principe(logos)van de natuur’ volgens hetwelke wij mensen zijn geschapen. Door te bidden om vergeving, plaatsen wij onze menselijke wil in harmonie met de logos van de natuur. De vergeving weigeren echter is verdeeldheid zaaien binnen de menselijke natuur, dan scheiden wij ons af van onze medemensen, zelfs al zijn wij zelf mensen’. Wij vernietigen dus onszelf indien wij weigeren om door wederzijdse vergeving in éénheid met elkaar te leven.’ Indien wij er niet in slagen om deze éénheid te bewerkstelligen, dan blijft onze natuur verdeeld ,zelfs in zijn wil, en kan hij de onuitsprekelijke gave die God ons schenkt niet ontvangen.

 

            De Heilige Gregorius van Nyssa beschouwt eveneens de weigering om te vergeven als een vernietiging van zichzelf. ‘Door uw naaste te veroordelen, veroordeel je jezelf’.Door aan de notie ‘mensheid’ een breed toepassingsveld te geven, onderlijnt Gregorius dat het zich uitstrekt zowel in de tijd als in de ruimte. Wanneer wij zeggen :’vergeef ons’ in de Gebed des Heren, dan vragen wij de vergeving niet alleen voor onze persoonlijke fouten, maar ook voor de ‘fouten die gemeenschappelijk zijn aan onze natuur’, en vooral voor de fouten van onze voorouders die het gehele menselijk ras heeft overgeërfd van Adam.. Zelfs al zouden we vrij zijn van persoonlijke zonden –maar in feite kan niemand dit beweren – voegt Gregorius hieraan toe- zouden wij toch moeten zeggen ‘Vergeef ons’ voor Adam : Adam leeft in ons (….).Wij doen er ook goed aan om de woorden ‘vergeef ons onze schulden’ te zeggen. Zelfs al waren we Mozes of Samuël of gelijk welk deugdzaam iemand. We zouden deze woorden als niet minder belangrijk mogen beschouwen, wij zijn immers mensen. Wij delen in de natuur van Adam en dus delen wij ook in zijn val. Want zoals de apostel Paulus zegt :’wij zullen allen sterven in Adam’( 1 Kor.15,22). Deze woorden die heel duidelijk het berouw van Adam weergeven gelden ook voor hen die met hem gestorven zijn. Men vindt een gelijkwaardige gedachte bij de Heilige Marcus de Monnik (….).

 

ALLEN ZIJN ‘VERANTWOORDELIJK VOOR ALLES EN IEDEREEN’

 

            Deze woorden van Gregorius van Nyssa en van Marcus de Monnik zijn nog ver verwijderd van een volledig ontwikkelde leer over de erfzonde, zoals wij die vinden bij Sint Augustinus. Marcus sluit expliciet het standpunt uit volgens hetwelke wij, in juridische zin, schuldig zijn aan Adam’s zonde beschouwd als een act voortvloeiend uit een persoonlijke keuze.Nochtans, op een dieper niveau dan dit van de wettelijke verantwoordelijkheid, bestaat er een mystieke solidariteit die ons met mekaar verbindt, en het is daarover dat Gregorius en Marcus spreken. ‘Gans mens is de mens’, ook zijn wij allen ‘verantwoordelijk voor alles en allen’, om de starets Zosimos te citeren in de Gebroeders Karamazov van Dostojefski. Zelfs al zijn wij niet persoonlijk schuldig, toch dragen we daarom niet minder de last mee van wat Adam en alle andere leden van de menselijke familie hebben gedaan. Zij leven in ons, en wij in hen. Hier, zoals altijd is het kernwoord ‘wij’ en niet ‘ik’. Niemand onder ons valt alleen, wij trekken in onze val de anderen mee ; en niemand onder ons wordt alleen vergeven en wordt alleen gered. De vergeving is geen solitaire act, maar een solidaire.

 

            Tot waar kan men deze notie van vergeving door volmacht uitbreiden ? Kan ik vergeven, of vergeving ontvangen in de plaats van anderen ? In zoverre het gaat over vergeving vragen, is het zeker aanneembaar om vergeving te vragen voor andere personen indien deze een band met mij hebben, bijvoorbeeld de familie, nationaliteit of geloofsovertuiging. Indien wij teruggaan in de tijd, naar onze voorouders, dan beseffen wij dat onze stamboom is doordrongen van vervreemding en niet opgeloste spanningen. Wij kunnen en wij zouden moeten kunnen bidden voor de vergeving en de genezing van onze voorouders. Om dezelfde reden kan een nakomeling van een slavenhandelaar zich gedwongen voelen om in het diepste van zijn hart, vergiffenis te vragen – en wellicht het ook te doen door een uitwendig teken – aan de families van hen die zijn voorvader heeft gevangen genomen en later in gevangenschap heeft verkocht.

 

            Paus Johannes-Paulus II heeft als een ware christen gehandeld, toen hij naar aanleiding van het bezoek van Patriarch Bartholomeüs aan Rome, in Juni 2004, aan hem vergiffenis heeft gevraagd voor de plundering van Constantinopel door de latijnse Kruisvaarders acht eeuwen voordien. Hoe zou ik ook wensen dat een verantwoordelijke van de orthodoxe Kerk ook vergiffenis zou vragen aan de katholieken voor de talrijke pijnen die wij, orthodoxen hen hebben  toegebracht ! En allen samen, orthodoxen en katholieken, moeten in gelijke mate vergeving vragen aan de Joden, het volk van God, voor de zware zonden die wij in de loop der eeuwen ten overstaan van hen hebben bedreven.

 

EEN BEVEL GEVEN AAN GOD

 

            Hoe verklaren de Kerkvaders het centrale woord van de vraag om vergeving – het meest mysterieuze van gans dit gebed – het woord ‘zoals’ : ‘Vergeef ons…zoals wij vergeven’. Geen enkel engels woord, zei Charles Williams, bezit zo een geweldige kracht in zich dan dit kleine woord in deze zin. Het is de maat waarmee de hemelse stad wordt gemeten, en de verbintenis van een nieuwe vereniging. Maar het is ook de sleutel van de hel en het mes die de vereniging kapot maakt. ‘Het is waarlijk een gebed vol kansen.  Wij durven ons met een absolute strengheid het principe opleggen dat Christus ons stelt : ‘ Want met het oordeel, waarmee gij oordeelt, zult gij geoordeeld worden’ (Mt.7,2).’ Datgene wat gij doet, vermaant Sint Cyprianus, zult ook jijzelf ondergaan’. Zoals de Heilige Johannes Chrysostomos het zegt, ‘wij hebben zelf een macht over het recht dat over u zal gesproken worden’

 

            Het is niet alleen een gebed dat zwaar beladen is met risico’s, maar het is ook een zeer vreemd gebed. Het is alsof wij zelf een order geven aan God door Hem onze instructies te geven over de wijze waarop Hij moet handelen. ‘ Indien ik niet aan anderen vergeef’, zeggen wij Hem, ‘ weerhoudt dan uw vergeving aan mij’. Op geen enkele andere plaats van dit gebed geven wij dergelijk order. De Heilige Cyrillus van Jeruzalem en Sint Augustinus zagen zelfs in deze zin het ‘aangaan van een overeenkomst’ ‘tussen God en onszelf’ ; en Raban Maur voegt eraan toe : ‘Indien wij liegen in het voltrekken van deze ‘overeenkomst’, dan wordt de vrucht van gans het gebed herleidt tot niets’.

 

            Sint Gregorius van Nyssa legt deze paradox op een meer bevredigende wijze uit, minder in termen van een ‘overeenkomst aangaan’ dan wel in termen van wat we zouden kunnen noemen een ‘omgekeerde imitatie’ . Normaal, zegt hij ,  zijn wij geroepen om God te imiteren ; zoals sint Paulus het zegt : ‘Wordt mijn navolgers, gelijk ook ik Christus navolg’(1 Kor.11,1).Dit is voornamelijk het geval als wij aan anderen vergeven. Want het is duidelijk, God alleen heeft de macht om zonden te vergeven (Mc.2,7). Het enige wat in onze macht ligt is anderen te vergeven, indien wij God willen navolgen. Anders gezegd,wij kunnen alleen daadwerkelijk  vergeven,  indien wij gegrondvest zijn in God en zelf ‘in zekere mate God zijn geworden’, om de zin van sint Gregorius te citeren. Voor diegene die vergeeft is het noodzakelijk ‘gedeïficeerd’ of ‘gediviniseerd’ te zijn. Er kan geen daadwerkelijke vergeving zijn zonder ‘theosis’.

 

            Dit is het normale schema. Maar hier, in het geval van het Gebed des Heren –en Gregorius voegt eraan toe dat dit een ‘stoutmoedigheid’ is- is de gewone orde omgekeerd. In dit geval zijn wij het die als voorbeeld dienen voor God, in plaats van wij die God imiteren.Wij zeggen Hem om ons te imiteren : ‘Wat ik gedaan heb, doe het ook ; imiteer uw dienaar o Meester…ik heb vergeven, vergeef jij ook. Ik heb een grote barmhartigheid getoond tegenover mijn naaste, volg mijn menslievende liefde na, Gij die van nature menslievende liefde zijt’ (….)

 

VERGEVING MOET NIET ALLEEN GEGEVEN WORDEN,

ZE MOET OOK AANVAARD WORDEN

 

            Nochtans? Vergeving moet niet alleen gegeven worden, zij moet ook aanvaard worden. God klopt aan de deur van het menselijk hart (Apoc.3,20), maar hij forceert deze deur niet : ‘wij’ moeten ze openen. Het is juist daar dat wij de ware betekenis van het woord ‘zoals’ vinden uit het Gebed des Heren.Het wil niet zeggen dat God er geen behagen in stelt om ons te vergeven. Maar als, spijts het voortdurend verlangen van God om te vergeven, wij, van onze kant, ons hart verharden en aan anderen de vergeving weigeren, dan maken wij ons ongeschikt om Gods vergeving te ontvangen. Door ons hart te sluiten voor anderen, sluiten we het ook voor God. Door anderen te verwerpen, verwerpen we ook Hem. Indien wij niet vergeven, dan plaatsen wij onszelf door deze act zelf buiten de liefde die ons geneest. God sluit ons niet uit, wij sluiten onszelf uit.

 

            Onze vergeving aan anderen is dus niet de oorzaak van de vergeving van God aan ons, maar het is zeker de voorwaarde zonder dewelke Gods vergeving niet kan binnentreden in ons innerlijk. De Goddelijke vergeving is daadwerkelijk een vrije gave die wijzelf nooit kunnen verdienen.  Datgene wat nochtans voor ons hier telt, is niet de verdienste, maar de bekwaamheid. Onze relatie met God en onze relatie met  andere mensen zijn op deze manier wederzijds van elkaar afhankelijk. Zoals Sint Silouan van de berg Athos het heeft gezegd, ‘onze broeder is ons leven’. Dit is waar in ontologische en niet sentimentele zin. De liefde tot God en de liefde tot de naaste zijn geen twee verschillende liefdes, maar één enkele. ‘Vergeef ons…zoals wij vergeven’ : wanneer wij deze woorden uitspreken, waarschuwt metropoliet Antonius van Souroge ons terecht :  ‘ hebben wij ons eigen heil in onze handen’.

 

‘ STEL NIET UIT TOT LATER, MAAR HEB OOK GEEN HAAST’

 

            Terwijl wij de Rode zee van de vergeving beginnen door te steken; brengen wij enkele belangrijke gedragslijnen in herinnering, vier practische raadgevingen.

 

1)      Stel niet uit tot later, maar wees ook niet gehaast.

Stel niet uit tot later : de tijd van vergeving is altijd NU. Laten wij het maximum doen op dit moment. De wapens van de duivel zijn de ‘heimwee’ en de ‘volgende dag’. Hij zegt ons ‘té laat’ of ‘té vroeg’, maar daar waar de duivel zegt ‘gisteren’ of ‘morgen’, zegt de Heilige Geest ons :  ‘VANDAAG’.

 

            Wij moeten ook niet tot onszelf zeggen : ‘Ik ga mij eerst verbeteren, dan zal ik klaar zijn om te vergeven’. Wij moeten ook niet denken (wat nog erger is) : ‘Eerst ga ik zien of de anderen werkelijk spijt hebben voor het kwaad dat zij gedaan hebben, en of ze zich werkelijk verbeterd hebben; pas dan beslis ik of ik hen zal vergeven’. Laat ons in tegendeel zijn zoals de liefhebbende vader uit de geschiedenis van de verloren zoon. Laat ons het initiatief nemen, laat ons de ontmoeting met de ander niet uitstellen. De vergeving moet eerst komen, het is de oorzaak en niet het gevolg van de verandering in onszelf en de anderen. Zoals een zin van Vader Dumitru Staniloaë (1903-1993), roemeens orthodox theoloog : ‘In de mate dat ik geen vergiffenis heb ontvangen, ben ik ook onbegrijpelijk voor mezelf’.

 

            Maar er is ook nog een ander aspect in dit verband. Laat ons NU vergeven in ons hart ; maar we mogen ons niet te veel haasten in onze uiterlijke daden. Vergeving betekent genezing, en genezing heeft dikwijls tijd nodig. Vroegtijdig vragen om vergeving kan de situatie alleen maar verergeren. Als we ons aan de ander opdringen, zonder eerst te proberen, door een daad van verbeelding en sympathie, te achterhalen wat de ander denkt en voelt, dan riskeren wij de afgrond die ons scheidt nog dieper te maken, veeleer dan hem te overbruggen. Zonder de zaken definitief uit te stellen, is het toch dikwijls noodzakelijk om een tijdje te wachten – niet in een passieve onverschilligheid, maar in een zich verlaten op God in een hoopvolle afwachting- tot wanneer de ‘Kairos’, het geschikte moment zich duidelijk aan ons opdringt. Keizer Augustus had gelijk :’ ‘Festina lente’ (Haast-je langzaam).

 

‘VERGEEF OOK JEZELF’

 

2)      Vergeef de ander, maar wees ook bereid om de vergeving door de ander te

aanvaarden. Het is moeilijk om te vergeven ; maar het is dikwijls nog moeilijker te erkennen dat wijzelf nood hebben om vergeving te ontvangen. Wees daarom voldoende nederig om de gave van de  vergeving door anderen te aanvaarden. Volgens de wijze opmerking van Charles Williams :’veel verzoeningen zijn spijtig genoeg mislukt omdat de twee partijen naar mekaar toe zijn gekomen wél met de bereidheid om te vergeven, maar niet om vergeving te ontvangen’

 

3)      Vergeef de anderen, maar vergeef ook jezelf. Hebben wij niet dikwijls gezegd of

anderen horen zeggen : ‘ Ik vergeef het mij nooit dit of dat gedaan te hebben’ ? En nochtans, hoe kunnen wij de vergeving door anderen aanvaarden, als wij niet onszelf vergeven ? Volgens Charles Williams, die ik hier nogmaals citeer, ‘door in deze staat van half-woede, half- angst te blijven maken wij onze eigen hel’. Judas had berouw over zijn daad, maar zijn zelfkennis leidde hem niet tot een heropleving van hoop, maar van wanhoop, onbekwaam om Gods vergeving te aanvaarden, en als gevolg hiervan, onbekwaam om zichzelf te vergeven. Hij ging weg en verhing zich (Mt.27,3-5). Petrus volgde een andere weg. Tot zelfkennis gebracht door het kraaien van de haan, weende hij bittere tranen, maar dit geween bracht hem niet tot wanhoop. Integendeel, toen hij de verrezen  Christus zag aan de oever van het meer wendde hij zich niet van Hem af naar zijn ‘persoonlijke hel’, maar hij benaderde Hem met hoop. In het aanvaarden van de vergeving door Christus en in het vergeven van zichzelf, kende hij een nieuw begin (Mt.26,75 ; Joh.21,15-19).

 

OM TE VERGEVEN MOETEN WIJ  ‘IN GOD ZIJN’

 

           

4)      Bid ! Indien wij in ons hart nog de mogelijkheid om de anderen  te vergeven niet

hebben gevonden, laat ons dan ten minste bidden voor hen. De heilige Silouan zegt : ‘Als je bidt voor uw vijanden, zal de vrede over u komen. Dit is juist wat Beda de Eerbiedwaardige ons met aandrang vraagt om te doen . Vragen wij aan God om de lasten van de anderen niet te zwaar te maken, om voor hen geen oorzaak van ergernis en val te zijn. En als wij, biddend, er toch nog niet toe komen om daadwerkelijk te vergeven, vragen we aan God dat we minstens het verlangen ernaar zouden gevoelen, het verlangen om te vergeven.. Er zijn situaties waarin het ‘werkelijk willen’ van iets bijna met het ‘bekomen’ ervan overeenstemt. Zoals de man die zijn ziek kind tot Christus bracht en die wenend riep : ‘Ik geloof ! kom mijn ongeloof te hulp (Mc.9,24). Roepen ook wij in tranen : ‘ik vergeef ! kom mijn onbekwaamheid om te vergeven te hulp’. Langzaam, stap voor stap zal het moment komen waarop wij bekwaam zullen zijn om hen die ons hebben beledigd, met liefde in onze herinnering op te roepen.

 

            Door Gods hulp aan te roepen in het gebed en door onze eigen onbekwaamheid te erkennen, zullen wij ons deze oorspronkelijke waarheid herinneren : dat de vergeving een goddelijk voorrecht is. Er is niet enkel ‘ons’ handelen, maar ‘Gods’ handelen in ons. Om in zijn volle betekenis en authentiek te vergeven, moeten wij ‘IN GOD’ zijn. ‘ Want de God die gesproken heeft : Licht schijne uit de duisternis, heeft het doen schijnen in onze harten, om ons te verlichten met de kennis der heerlijkheid Gods in het aangezicht van  Christus’ (2 Kor.4,6-7).

 

            De ‘buitengewone kracht’ van God komt voor alles tot ons door de ‘mysteries’ of sacramenten van de Kerk. En volgens de patristieke interpretatie, zijn er 2 van deze mysteries ten minste expliciet naar voor gebracht in het Onze Vader.

De woorden : ‘Geef ons vandaag ons dagelijks brood’ (of : ons brood van deze dag / Our daily bread) roepen niet alleen het materiële brood op, maar het ‘brood van de hemel’, de eucharistie. En in de daaropvolgende vraag, ‘Vergeef ons…zoals wij vergeven’, moeten wij ons de vergeving der zonden in herinnering brengen die wij ontvangen hebben bij de doop. Zo ook, volgens Sint Augustinus, is het Gebed des Heren een voortdurende hernieuwing van ons doopsel : door de woorden die Christus ons gegeven heeft te herhalen ‘zijn wij elke dag gewassen en gereinigd’. Onze vergeving hangt bijgevolg niet alleen af van onze gevoelens, of van een wilsbeslissing. Er is een objectief fundament : het sacrament van het doopsel-bad (….).

 

 

                                                                                    Bisschop Kallistos (Ware)

                                                                                    Vrij vertaald door Kris B.

                                                                                    Uit de SOP nr.305 – Febr. 2005

 

 

 

 

 

23:07 Gepost in theologie | Permalink | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.