13-05-07

Metropoliet Kallistos (Ware): Zie, ik maak alles nieuw

 ZIE, IK MAAK ALLES NIEUW’

  -Metropoliet Kallistos (Ware)-

 

 

          Naar aanleiding van het XIIe orthhodox congres van West-Europa

          gehouden te Blankenberge, werd aan Bisschop Kallistos (Ware) gevraagd

          een uiteenzetting te geven over het thema van het congres ‘Zie,ik maak

          alles nieuw’(Apoc.21,5)

 

Bisschop Kallistos,71 jaar oud, is een gerenomeerd theoloog. Hij is hulp-

bisschop van het aartsdiocees van het oecumenisch patriarchaat in Engeland

 Hij  was monnik  in het klooster van de Heilige Johannes de Evangelist op Patmos (Griekenland), en lange tijd hoogleraar patristiek aan de universiteit van Oxford. Hij is de auteur van verschillende werken, waarvan onder andere:Orthodoxie,L’Eglise des sept Conciles (DDB,1968; 2e édition : Cerf / Le Sel de la Terre,2002), Le Royaume intérieur (Cerf / Le Sel de la terre,1993 ; 4e édition : 2004), Tout ce qui vit est saint (Cerf / Le sel de la terre,2003, Aproche de Dieu dans la voie orthodoxe (Cerf / Le Sel de la terre,2004)

 

          (…) Hoe hebben de eerste toehoorders van Christus gereageerd, toen ze Hem voor de eerste maal in het openbaar hoorden preken ? ‘Allen waren verbaasd’ zo staat er bij Marcus,  ‘en zij vroegen zich af : wat kan dat toch zijn ?

Een nieuwe leer met gezag ? (Mc.1,27). Op deze wijze reageerden de eerste toehoorders  van onze Heer. Zij waren getroffen door het ‘nieuwe’ van Zijn boodschap : ‘Wij hebben nooit zoiets gezien !’ (Mc,2,12). Jezus zelf verwees naar zijn lering, toen hij sprak over een ‘nieuwe wijn’ die moet gegoten worden in ‘nieuwe zakken’ (Mc.2,22). : ‘Een nieuw gebod geef ik u : Bemint elkander’

(Joh,13,34). En wanneer Hij de Eucharistie instelde, maakt Hij ons duidelijk wat dat nieuwe inhoudt : ‘Deze kelk is het nieuwe Verbond, in mijn bloed’ (1 Kor.11,25).

 

Zo is dit ‘nieuwe’ een bepalend element van de Blijde Boodschap dat Jezus Christus aan de mensheid heeft gegeven gedurende zijn aards leven. Vandaag de dag komt het Christendom bij ons over als iets waarmee we al te vertrouwd zijn. Velen hebben een nogal vijandige houding tegenover de Kerk aangenomen. Welnu, dit toont ons aan  hoezeer we verwijderd zijn geraakt van de Geest van de apostolische Kerk.

 

DE DOORBRAAK VAN DE KOMENDE TIJD IN DE HUIDIGE

 

 

Er zijn nochtans verschillende  wijzen van ‘nieuw zijn’. Door ‘nieuw’ kan men in eerste instantie een onverwacht iets,  iets aangrijpends of iets dat on -conventioneel is verstaan; het kan iets ziin wat wij voor de eerste maal horen of zien, of iets waaraan wij voorheen nog niet gedacht hadden. Maar in al  deze gevallen, is het ‘nieuwe’ niet noodzakelijk iets dat totaal verschillend is van datgene wat voorheen bestond : het kan eenvoudigweg een geevolueerd iets zijn, iets wat in het verlengde ligt van datgene wat wij reeds tevoren hebben gedaan of reeds wisten. ‘Het nieuwe’ waarover wij het hebben , betekent een radicale doorbraak . Een radicaal totstandkomen van een realiteit die totaal verschillend is met wat voorheen was, een revolutie, een totale breuk met het verleden.

 

Het is in deze tweede betekenis dat de prediking van Jezus en Zijn aardse leven ‘nieuw’ zijn..Het is juist  door de  menswording van de tweede persoon van de Heilige Drieeenheid   dat het ‘nieuwe’ onze verscheurde wereld is binnengetreden, en dit op een radicaal andere wijze dan het voorheen was.

Christus, de mensgeworden God , is diegene die  de ‘totaal Andere is, midden onder ons’, om een uitdrukking van Dietrich Bonhoeffer te gebruiken.

Christus’ aardse leven betekent de doorbraak van de komende wereld in de huidige; het is omdat ze eschatologisch is, dat zij ‘nieuw’ is, het is de onthulling van  het einde, de openbaring van de eeuwigheid in de schoot van  de tijd zelf,van het oneindige in de ruimte.zoals er een lange voorbereidingstijd is geweest voor de komst van Christus, zowel in het Oude Testament als in de Griekse filosofie, zo betekent de menswording zelf een totaal nieuw begin, een breuk in de continuïteit. Volgens een preek over Kerstmis, toegeschreven aan de Heilige Basilius, is de menswording van onze Heer ‘ de geboortedag van het menselijk geslacht’, en wij kunnen er aan toevoegen dat het de dag is van de geboorte van de wereld in haar geheel.

 

In dit perspectief, moeten we aandachtig de woorden van Christus in herinnering brengen, die het thema vormen  van dit congres ‘Zie, ik maak alle dingen nieuw’ (Apoc.21,5). Hij zegt niet : ‘ Ik maak totaal nieuwe dingen’ maar wel :’ Ik sta toe dat alle bestaande dingen op een ‘nieuwe’ manier zouden bestaan’. Het ‘nieuwe’ dat de geïncarneerde Heer ons brengt bestaat er niet in, dat er een totaal nieuwe orde van voorwerpen en personen in het bestaan worden geroepen. Neen, het ‘nieuwe’ bestaat erin dat de personen en de voorwerpen die reeds bestaan, tot een nieuw niveau van bestaan worden verheven, omgevormd (getransformeerd) en vervuld van de glorie van de komende tijd, die reeds aanwezig is. Het ‘nieuwe’ dat Christus heeft gebracht betekent geen totale breuk met alles wat voorheen bestond; het betekent veeleer dat alle dingen in Christus

in het licht van het laatste einde, veel helderder, doorschijnender zijn geworden.

 

EEN NIEUWE SCHEPPING, GETRANSFIGUREERD, VERGODDELIJKT.

 

Om dit te illustreren, kunnen we verwijzen naar de gedaanteverandering van Christus op de Berg Tabor. Het gaat hier zeker over een ‘nieuwe’ gebeurtenis, want het gaat hier over het binnentreden in de glorie van de Parousie, het goddelijk licht van de komende tijd, ‘t is te zeggen :  een verschillend niveau van realiteit. Maar de leerlingen werden niet opgenomen van de aarde om naar een andere wereld te worden gebracht. Zij bleven waar zij stonden, rond hen waren nog dezelfde rotsen, dezelfde planten; en Christus, alhoewel stralend van glorie, droeg nog altijd dezelfde kleren. Het mysterie van de Transfiguratie betekent niet dat al deze dingen zouden verdwijnen, maar dat ze omgevormd, getransformeerd zouden worden. Het menselijk lichaam van Christus heeft niet opgehouden tot dezelfde wereld te behoren waartoe het altijd heeft behoort, maar de schittering van de eeuwigheid straalde van zijn lichaam uit en het doorstraalde Hem. De rotsen en de planten blijven op de plaats waar ze altijd hebben gestaan, alhoewel ze door het ongeschapen licht, dat geen schemering kent werden verlicht . Niets is afgeschaft, weggenomen, maar alles is vergoddelijkt. Dus datgene wat zich heeft geopenbaard onder onze ogen bij de transfiguratie zijn geen ‘totaal nieuwe dingen’, maar juist ‘alle dingen nieuw gemaakt’.

 

Eenzelfde betekenis moet toegekend worden aan de uitdrukking van St.Paulus :

‘een nieuwe schepping’, ‘een nieuw schepsel’,’Als iemand in Christus is, is zij of hij een nieuwe schepping ; het oude is voorbij, zie, het nieuwe is daar’ (2 Kor.5,17 ; cf. Gal.6,15. (….)

 

‘EN ZIE, DOOR HET KRUIS IS DE VREUGDE IN DE WERELD GEKOMEN’

 

Eén van de karakteristieke kenmerken van dit radicale ‘nieuwe’ dat Christus ons brengt is het element ‘vreugde’. Vader Alexander Schmemann heeft op welsprekende wijze geschreven over het belang van de vreugde ; alhoewel hij het woord ‘nieuw’ niet gebruikt in het stukje dat ik ga citeren, toch heeft het er alles mee te maken. :’Vanaf het ontstaan is het Christendom de uitdrager van de vreugde geweest.(…)Indien dit niet zo is, dan is het christendoim onbegrijpelijk geworden, van zijn fundamentele opdracht afgedwaald.

Alleen als vreugde heeft het Christendom kunnen triomferen in de wereld, het heeft de wereld verloren als het de vreugde heeft verloren, wanneer het opgehouden heeft getuige te zijn(…).’Zie, ik verkondig u een grote vreugde’, zo begint het Evangelie ; en zie hoe het eindigt :’Zij aanbaden Hem, en keerden met grote blijdschap naar Jeruzalem terug’ (Luc.2,10 ; 24,52).

 

In herinnering brengend, alles  wat Vader Alexander Schmemann ons zegt over deze grote vreugde, moeten wij er toch nog dit aan toevoegen : Tot aan de tweede komst , gaat de vreugde die de mensgeworden Heer ons heeft gebracht gepaard met het dragen van het kruis. Het is niet zonder reden dat wij bij de doop een kruisje rond de hals hebben ontvangen, het is ook niet zonder reden dat gedurende een huwelijksviering  een kroon wordt geplaatst boven de hoofden van de echtelingen, het is niet alleen een teken van overwinning, maar ook van het martelaarschap. Zoals we het elke week zingen in de metten van de zondag :

‘Want zie, door het kruis is de vreugde in de wereld gekomen’. Door het kruis : er is geen andere weg.

 

DE VERRIJZENIS ALS NIEUW GEBEUREN

 

Door het feit, dat wij de term ‘nieuw’ verstaan in zijn diepere en wijdere betekenis, als de doorbraak van de komende eeuw in het heden, laat ons toe te zeggen ,dat de ‘nieuwe’ gebeurtenis bij uitstek, de gebeurtenis die boven alles en onvergelijkbaar nieuw is, de Verrijzenis van Christus is, ‘re-surgie’ uit het graf de derde dag. In de tijd had de  Verrijzenis plaats op de eerste dag van de week ; maar van zodra men het ging beschouwen vanuit een eschatologisch persectief, heeft men zich gerealiseerd dat zij plaatsvond op de achtste dag, de ‘nieuwe’ dag van de komende tijd, wanneer de tijd wordt getransfigureerd door de eeuwigheid.

 

Het ‘nieuwe’ van de Verrijzenis is eveneens sterk onderlijnd door Vader Dumitu Staniloaë, Roemeens theoloog en doctor in de theologie .(….) Volgens Vader Dumitru, is de verrijzenis van Christus absoluut nieuw, want zij betekent  een fundamentele verandering in de oriëntering van de tijd en de geschiedenis. De tijd, die zich richt naar de dood toe, is een tijd op-weg-naar het eeuwige leven toe, naar het Einde, Naar de toelomstige Tijd.En daar de verrijzenis de onthulling van het Eschaton inhoudt, kunnen wij zeggen dat de tijd en de geschiedenis, in plaats van een beweging te zijn van het verleden naar het heden, een beweging is geworden vanuit het toekomstige naar het heden : De geschiedenis komt tot ons vanuit de toekomst, vanuit de laatste dag, vanuit de uiteindelijke verrijzenis, waneer alle dingen nieuwgemaakt zullen zijn.(….)

 

OFFEREN WIJ HET UWE, GENOMEN UIT HET UWE

 

Hoe moeten wij nu binnentreden in dit ‘nieuwe’van de Verrijzenis en hoe kunnen wij het delen met anderen ? Wij kunnen een antwoord vinden, denk ik, in de woorden van de celebrant tijdens de goddelijke liturgie, juist voor de aanroeping van de H Geest over de goddelijke gaven : ‘Offeren wij het Uwe, genomen uit het uwe, namens allen en voor alles’.

 

 

Er zijn verschillende manieren om het menselijk dier te definiëren (…) Maar wij naderen zeker dichter tot de kern van de zaak indien wij de mens zouden bepalen als een eucharistisch dier, een dier wiens verheven opdracht erin bestaat te handelen als priester van de schepping en aan God de wereld als genadegave te offeren. Dit moet de eerste betekenis zijn van wat menselijk-zijn inhoudt : het is niet de ‘denkende’ mens, maar de ‘offerende’ mens, hij die offert. Het is door de offergave, door het dankgebed, door de doxologie, door aan God eer te bewijzen, dat wij onze werkelijke identiteit zullen vinden.

 

Dat is onze voornaamste taak als menselijke wezens, geschapen naar het beeld en de gelijkenis met God : De wereld omvormen in een ‘eucharistische offerande’. Ik ontleen deze laatste uitdrukking aan de Kerstboodschap van de Oecumenische Patriarch Dimitrios Ie, in 1989 : Wij moeten ons allen, binnen onze eigen situatie, persoonlijk verantwoordelijk  voelen voor de wereld die God ons in onze eigen handen heeft toevertrouwd,Niets van wat de Zoon van God op zich heeft genomen , en niets van wat hij met zijn eigen lichaam heeft gedaan mag verloren gaan, maar het moet een eucharistische offerande worden voor de Schepper, brood van leven, gedeeld met de anderen in rechtvaardigheid en liefde.Een lofzang voor alle schepselen van God.

 

‘ DE LIEFDE IS HET HART VAN DE MENS ALS MYSTERIE, GESCHAPEN NAAR HET BEELD VAN GOD EN ZIJN GELIJKENIS’

 

Nochtans, indien wij de wereld werkelijk willen veranderen in de eucharistische offerande, dan zijn er twe dingen noodzakelijk : het offer en de liefde. Vooreerst, er kan geen authentieke offerande zijn, zonder offer en zonder sterven aan zichzelf, zonder een kenotische geest en zonder ascese (hier moeten wij het asetisme in zijn ruimste betekenis zien). Zoals David, de koning van Israël  het zegt  :  ‘Ik wil aan mijn God geen offer opdragen, die mij niets kosten’ (2 Sam.24,24). (….)

 

Van de andere kant, en dit is wellicht nog het belangrijkste, er kan geen authentische offerande zijn zonder liefde. Zonder een werkelijke liefde voor God en voor de anderen, kunnen wij nooit de wereld omvormen tot een eucharistisch offer. Zoals Paul Evdokimov het heeft beschreven, de Philocalie

citerend :  het belangrijkste dat zich kan voordoen tussen God en de mens, en ook tussen een menselike persoon en een ander, is het feit te beminnen en bemind te worden.De liefde is in  het hart van het goddelijk mysterie van de Heilige Drieeenheid . Het is de liefde ook die in het hart is van het mysterie dat de mens is, geschapen naar het beeld en de gelijkenis met God.

 

Bij het begin van de moderne tijd nam René Descartes als uitgangspunt van zijn denken het Cogito ergo sum, ‘ Ik denk, dus ben ik’. Maar het feit van te kunnen denken, van argumenten te kunnen aanhalen en conclusies te kunnen trekken door gebruik te kunnen maken van ons verstand, van onze hersenen, is niet onze enige taak, zelf niet de belangrijkste voor ons als menselijke wezens. Hij zou beter gezegd hebben : Amo, ergo sum, ‘ik bemin, dus ben ik’, of hij kon het beter nog in de passieve zin uitdrukken : Amor, ergo sum, ‘Ik word bemind, dus ben ik’. Of zoals Vader Dumitru Staniloaë het heeft uitgedrukt : ‘In de mate dat ik niet bemind word door de anderen, blijf ik ook onverstaanbaar, onkenbaar voor mijzelf.

 

WIJ KUNNEN NIET REDDEN WAT WE NIET LIEFHEBBEN

 

In werkelijkheid is de liefde het enige ware antwoord op de hedendaagse ecologische crisis. Ik herinner mij, toen ik in de jaren 60 diaken was in het monasterie van de Heilige Johannes op Patmos, dat onze geronta, Vader Amphilochios, ons altijd zei : ‘ Weten jullie dat God ons een bijkomende gebod heeft gegeven dat wij niet in de Heilige Schrift terugvinden ? Het is het gebod om de bomen lief te hebben.’. Hij die de bomen niet liefheeft, geloofde hij, heeft Christus niet lief. ‘Wanneer jij een boom plant, zei hij ons, dan plant je hoop, dan plant je vrede, dan plant je liefde, en je zult de zegen van God ontvangen’ (….) Heeft hij hier geen gelijk als hij de noodzaak van de liefde beklemtoondt ?

Het is zeker de liefde, en zij alleen, die ons zal toelaten onze problemen op te lossen met betrekking tot onze leefwereld.. Wij kunnen niet redden wat we niet liefhebben.

 

Dit is dus de beste manier waarop we de grote vreugde kunnen beleven waarvan Vader Alexander Schmemann sprak ;  Het is de beste manier waarop we de ervaring van het ‘escatologische’ nieuwe  van de Verrijzenis van Christus kunnen beleven. ‘Offeren wij u het uwe, genomen uit het uwe, namens alles en voor alles’.Laten wij door onze vurige offergave en onze offerende liefde, de wereld, die Hij ons gegeven heeft, aan God aanbieden ; en dat wij met de wereld ook onszelf offeren. Dan pas zullen wij in staat zijn om te beamen wat de Redder wilde zeggen met deze woorden : ‘Zie, ik maak alle dingen nieuw’. Zo verstaan we ook het geheim van de ‘nieuwe hemel’ en de ‘nieuwe aarde’.

 

Vertaling : Kris Biesbroeck

Uit ‘SOP’

22:53 Gepost in theologie | Permalink | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.