26-03-08

De Heilige Isaac de Syriër

 

 

 

                            "DE LIEFDE REGELT ALLES"

         DE HEILIGE ISAAK DE SYRIER _ 4E EEUW 

                       

isaac_le_syrien


                           

Eerste Hoofdstuk                     
God, het   universum en  de mensen

II/5, 18
De wereld is vermengd met God.En de schepping en de schepper zijn één geworden. God, zoals Isaac hem verstaat, is voor alles overvloediger dan de oceaan (II,3, 72), een liefde zonder maat en zonder grenzen. De goddelijke liefde gaat alle menselijk begrip te boven en overtreft elke beschrijving door het woord. Ze wordt tegelijkertijd weerspiegeld in de activiteit van God met betrekking tot de geschapen wereld en met betrekking tot de mensen: Van al zijn werken is er niet één dat niet geheel en al werk is van barmhartigheid, van liefde en mededogen. Zie, dàt is het begin en het eindpunt van heel zijn handelen met betrekking tot ons.


(II,39,22)
De schepping van de wereld en het komen van God op de aarde in een menselijk lichaam (vlees) hadden beide slechts één en hetzelfde oogmerk: aan de wereld zijn onbegrensde liefde openbaren. (II,3, 6, 79) Het motief voor het bestaan van de wereld en het motief voor de komst van Christus in de wereld zijn identiek: de manifestatie van de grote liefde van God die beide in beweging bracht opdat zij zouden bestaan. De spiegel (waarin wij) de liefdekracht van God kunnen zien is de komst van Christus in de wereld. De spiegel voor de liefde van Christus zijn de verschillende vormen van zijn vernedering. 
 
     

II, 38, 1-2 O diepte van de rijkdommen, o verheven geest en wijsheid van God! Welke goedheid vol mededogen, welke overvloed aan welbehagen, behoren de Schepper! Hoe (verheven) was niet zijn oogmerk en hoe (overvloedig) was niet zijn liefde als Hij die deze wereld schiep en tot het bestaan voerde! Welk mysterie had Hij niet op het oog als de schepping tot bestaan kwam! Het is uit liefde dat Hij de wereld tot het bestaan voerde, uit liefde dat Hij haar zal leiden naar die wonderbare omvorming, en het is uit liefde dat de wereld zal opgeslokt worden in het grote mysterie van Hem die de bewerker is van dit alles. Het is uiteindelijk de liefde die alles regelt in de schepping. 


II/10,24Het is Hij die, wonend in het licht van zijn natuur, heeft gewild dat de hele schepping tot de donkere wolk van zijn eeuwige glorie nadert. Het is Hij die de kroon van zijn eeuwigheid heeft gegeven aan de schepping, uit zijn handen voortgekomen…. Het is Hij die aan de oorsprong ligt van de volheid, volheid die Hij beslist heeft te delen in de eeuwigheid van zijn Koninkrijk. Het is Hij die het zijn is en de Heer, verhoogd boven elk secundair begrip, en zijn wil is de bron van de natuur. Van Hem vloeien uit, als van een bron, de werelden, de geschapen dingen en de naturen, zonder getal en zonder grenzen. …..Wat men van God kan gewaarworden en kan kennen is datgene wat Hij in zijn liefde op zich heeft genomen ten onzer gunste. 


II/ 38,5Bij de Schepper is er geen verandering, nog eerdere of latere bedoelingen ( die Hij zou hebben): er is haat noch ergernis in zijn natuur, noch grotere noch kleinere plaats in zijn liefde. Er is noch vooraf, noch erna in zijn kennis. Want   als allen geloven dat de schepping is beginnen te bestaan als een gevolg van degoedheid en de liefde van de Schepper, dan weten we dat, in de natuur van de Schepper, dit eerste motief niet vermindert en evenmin zich wijzigt. 

I/51 (244) = Touraille 58 (312); PR 50 (345)Zoals een zaadkorrel geen gewicht van betekenis heeft tegenover een grote hoeveelheid goud, zo heeft het gebruik dat God maakt van zijn rechtvaardigheid geen gewicht van betekenis tegenover zijn barmhartigheid. De zonden van het vlees zijn als een handvol zand dat men in zee werpt als men ze vergelijkt met de geest van God. En zoals een handvol stof een fel stuwende bron niet kan hinderen, zo evenmin wordt de barmhartigheid van God gestuit door de ondeugden van zijn schepselen. 
 

I/71 (344-345) = Touraille 81 (395); PR 74 (507-508)En wat is dat een erbarmend hart? Dat is een hart dat brandt voor heel de schepping, voor de mensen, voor de vogels, de dieren, de boze geesten en voor al wat geschapen is. Als hij aan dezen denkt, storten de ogen van een barmhartig mens overvloedige tranen. Dank zij het machtige en hevige erbarmen dat zijn hart aangrijpt, en dank zij zijn groot medelijden, wordt zijn hart vernederd en kan hij het horen of zien van de minste wonde of pijn in de schepping niet verdragen. Het is daarom dat hij zonder ophouden gebeden en tranen aanbiedt, zelfs voor de dieren zonder verstand, voor de vijanden van de waarheid en voor hen die hem benadelen, opdat zij zouden beschermd zijn en barmhartigheid verkrijgen. Evenzo bidt hij zelfs voor de slangen, ter wille van het grote medelijden dat mateloos brandt in zijn hart, naar het beeld van God. 


II/ 5, 22-23O Christus ,bekleed met licht als met een mantel (Ps 104(103),2), die ter wille van mij, uzelf voor Pilatus zag gesteld, bekleed mij met de kracht die de heiligen heeft overschaduwd, en die, dank zij (deze kracht),deze wereld van strijd hebben overwonnen. Moge uw godheid, Heer, behagen stellen in mij en mij geleiden boven de wereld uit om met u te zijn, O Christus. De cherubijnen met de talrijke ogen zijn niet bij machte U aan te kijken door de heerlijkheid van uw Aanschijn, ook niet als uw gelaat ter wille van uw liefde werd bespuwd. Neem de schaamte weg van mijn gelaat en verleen dat het ongesluierd voor u mag toeven, op het uur van het gebed.  

Tweede Hoofdstuk
De weg van de eenzame of hij die alleen leeft in een cel

II/ 6, 76Wil je de mens van God kennen?Je zal hem herkennen aan zijn voortdurend stilzwijgen,aan zijn tranen en aan het feit dat hij voortdurend acht slaat op zichzelf.  

I/ 64 (314) =Touraille 34 (213°; PR 65 (457)Houd van alle mensen, maar hou je ver van allen. ….Weinig overtuigd en zeldzaam zijn zij die begrijpen dat wij, die in de eenzaamheid leven, ons niet opsluiten achter een deur, binnenskamers, om de deugd te beoefenen, maar, integendeel, om zelfs aan de deugd te sterven. 

I/64 (310-311) = Toraille 34 (213); PR 65 (450-452)Houd van de stilte, want zij brengt je dicht bij een vrucht die de tong niet kan uitdrukken. Laten we ons dwingen tot stilte, en vanuit deze stilte zal iets ontluiken dat naar de (eigenlijke) stilte zelf zal leiden. 

I/65 (321) = Touraille, Lettres, 3 (461); PR 66 (470)De stilte is het mysterie van de toekomstige eeuwen, maar de woorden zijn de instrumenten van deze wereld.….Zie dat is het voordeel dat ik uit de rust (quiétude) haal: als ik de plaats waar ik verblijf houd verlaat, is mijn geest ledig (vrij) van elke voorbereiding op een strijd. Hij legt zich toe op een hogere activiteit. 

II/ 3, 4, 75Weet dat een kort leven, in gerechtigheid en volgens het verlangen van God,  beter is dan talloze dagen doorgebracht die zijn toorn uitlokken. 
 
Derde  Hoofdstuk
De beproevingen op de weg van God 


I, 42 (209) = Touraille 46 (261); PR 39 (298)God verleent geen grote gaven zonder grote beproevingen. II/ 33, 3Ik heb deze dingen vaak ervaren, en wat ik erin heb ontdekt komt overeen met wat ik er hier zojuist over gezegd heb, bij wijze van herinnering en ter wille van de broederlijke liefde, want talrijk zijn zij die voordeel halen uit deze ervaringen.

 
I/ 42 (208) = Touraille 46 (260); PR 39 (298)Moge, zolang je onderweg bent op de weg van de stad van het Koninkrijk en je de stad van God nadert de heftigheid van de bekoringen die je tegenkomt een teken voor je zijn. Hoe dichter je komt, en hoe meer je vordert, hoe talrijker (de bekoringen) zullen zijn die je aanvallen. Daarom, van zodra je fellere bekoringen gewaar wordt op je weg, weet dan dat je ziel, op geheime wijze, een hoger niveau begint binnen te gaan, en dat er een genade wordt toegevoegd aan de staat waarin jij je bevond. Want God leidt de ziel tot de juiste verhouding van de genadevolle beloning die hij verleent binnen, doorheen de smart van de beproevingen. 
 
 I/ 42 (211) = Touraille 46 (263-264); PR 39 (302)
Als je me zou vragen waar de oorzaak ervan (van de beproevingen) is, zal ik je antwoorden dat ze in jou ligt. Omdat je de moeite niet hebt genomen om hun medicijn te vinden. Het medicijn dat is … de nederigheid van hart. 

I/ 50 (241) = Touraille 57 (308); PR 48 (339)Zij die door de golven van dit uur geteisterd worden, kennen uit ervaring de verandering die zal volgen als dit moment een einde neemt. God laat de ziel   niet in een dergelijke staat, zelfs niet voor de duur van een dag. Zonder dit (= deze ervaring van verandering die op de beproeving volgt) zou de ziel, vervreemd van elke duidelijke hoop, er toe komen zichzelf te gronde te richten. Snel zal God haar een uitweg verschaffen. 


II/ 3, 2, 23Zolang de nederigheid in de mens blijft, zal er geen verlatenheid zijn vanwege God, in geen enkele bekoring die het lichaam of het geweten beproeft, in geen van de hartstochten of tegenwerkingen, lichamelijk of op het niveau van de ziel. II/ 3, 1, 34Een verduisterde ziel is een tweede hel, maar een verlichte geest is de gezel van de serafijnen. 
 

Vierde Hoofdstuk
De nederigheid 

I/ 77 381 = Touraille 20 (137); PR 82 (575)De nederigheid is het kleed van de Godheid. 

I/ 5 (50-51) = Touraille 5 (87-88); PR 5 (77)Zalig hij die zich in alles vernedert, want hij zal in alles worden verhoogd.Want hij die zich vernedert ter wille van God, en die een gering gedacht heeft over zichzelf, wordt door God verheerlijkt. Wie hongert en dorst naar God, hem zal God dronken maken met de wijn waarvan de dronkenschap van hen die hem dronken, nooit verlaat.Wie naakt rondloopt ter wille van God, hem zal God bekleden met een kleed van onvergankelijkheid en glorie.Wie zichzelf arm maakt ter wille van de Heer, zal met ware rijkdom worden getroost.  


 I/ 68 (338) = Touraille 49 (273); PR 72 (499)De nederigheid, ook zonder de ascese, verkrijgt vergiffenis van talrijke schulden, maar zonder de nederigheid brengen de werken geen enkel voordeel. Integendeel. Ze maken grote ellende voor ons klaar. Verkrijg daarom zoals ik juist zei, vergeving van je slechte daden door de nederigheid. Wat het zout is voor het voedsel, dat is de nederigheid voor de deugd, machtig als zij is om tal van zonden te bedekken…; Als wij haar bezitten, zal zij ons tot zonen maken van God, en zelfs zonder goede werken zal zij ons aan Hem aanbieden. Want zonder nederigheid zijn alle werken ijdel: elke deugd en elk goed werk evenzeer. 

I/ 57 (338) = Touraille 37 (224); PR 82 (576-577) … De beloning wordt niet aan het goede werk gegeven, maar aan de nederigheid. Hij die haar (de nederigheid) benadeelt verliest het andere (het werk). 

I/ 71 (349) = Touraille 81 (402); PR 74 (516-517)De nederigheid gaat samen met bescheidenheid en met ingetogenheid, i.e. met de zuiverheid van de zintuigen, met een getemperde stem, met schaarse woorden, met de verachting van zichzelf, met sobere kleding, met een bescheiden levenswandel, met de blik naar de aarde, met overvloedig erbarmen, met tranen die gemakkelijk vloeien, met een eenzame ziel, met een vermorzeld hart, met een onvermogen om zichzelf in verwarring te brengen door woede, met zintuigen die geen verstrooiing meebrengen, met schamele bezittingen, met matigheid in de (inlossing van) de behoeften, met volharding, met geduld, met angstloosheid, met een moedig hart, dank zij de verachting ten aanzien van het huidige leven, met een geduldig dragen van de beproevingen, met overwogen gedachten en niet met lichtzinnige (gedachten), met een afwezigheid van slechte gedachten, met het bewaren van het mysterie, met bescheidenheid, met respect, en voor alles met de volgehouden rust en met de voortdurende verkondiging van zijn onwetendheid.

 
I/ 71 (348-349) = Touraille 81 (400-401); PR 74 (516-517)Een nederig mens vindt er geen enkele vreugde in om samenkomsten te zien, de mengelmoes van de massa, het tumult, het geroep en geschreeuw, de overvloed,   de opsmuk, de luxe, en al wat soberheid mist.Zijn vreugde ligt niet in gesprekken, samenkomsten, lawaai. Niet in de verstrooiing van de zintuigen. Want voor alles houdt hij ervan bij zichzelf te verblijven en zich in te keren, alleen (= eenzaam) te toeven in de rust. Van alle dingen afgescheiden, en zichzelf te bewaken op een stille plaats. Niets betekenen, ontstentenis van goederen, ellende en armoede zijn hem altijd lief. Hij begeeft zich niet in ingewikkelde en wisselende kwesties, maar hij wenst steeds van werk en zorg bevrijd te zijn, om te verhinderen dat zijn gedachten hem wegtrekken uit zichzelf.Om al deze redenen beveiligt de nederige zich steeds voor de veelvuldigheid van de dingen (van de wereld) en zo kan men hem steeds in rust bevinden, vriendelijk, vredevol, bescheiden en vol respect. 

Wanneer wij de liefde bereikt hebben, hebben wij God bereikt en onze reis is ten einde. Wij hebben voet aan wal gezet op het eiland dat buiten de wereld ligt, waar de Vader, de Zoon en de Heilige Geest zich bevinden : Hen zij alle eer en macht. Moge God ons waardig maken Hem te vrezen en te beminnen.Amen (H.Isaac de Syriër)

    

 

   

10:45 Gepost in theologie | Permalink | Commentaren (1)

Commentaren

Beste meneer Christiaan, via Youtube heb ik de geweldige zangeres Divna Ljubojevic
Gehoord, ik zou graag de cd met het volgend nummer willen kopen.
Veliko-Slavoslove, door het zoeken op internet heb ik u sitè ontdekt en ben daar blij mee.
Ik hoop dat u mij kunt helpen.

Met vriendelijke groet,

John Wernert

Gepost door: John Wernert | 11-12-10

De commentaren zijn gesloten.