28-04-08

Nu wij Christus'opstanding aanschouwd hebben


"Nu wij Christus 'opstanding aanschouwd hebben


- De betekenis van de verrijzenis voor de mens van vandaag -


Het feit dat we ons de vraag stellen in verband met "de verrijzenis voor de mens op vandaag" is een teken dat we op zijn minst twijfelen in verband met de verrijzenis. Dit brengt ons ook tot het berouw in de zin van meditatie, een moment van even stilstaan, van bezinning.

Om ons aan te moedigen leert de ascetische literatuur ons: "Kort is het bestaan, lang is de komende eeuwigheid, kort is de tijd van ons hedendaags leven". De tijd is kort, de mens is zwak, de strijd is groot. We moeten dus onze tijd nuttig gebruiken.

We stellen ons dus de vraag naar de betekenis van de verrijzenis. Als deze een zin heeft, dan heeft ook ons leven en onze dood een zin, zoniet is alles absurd en wordt het leven eerder een lijdzaam drama.

Dezelfde vraagstelling werd al in de Handelingen van de Apostelen gesteld in Antiochië. Voor de eerste groep mensen is Christus levend en Hij is hun leven. Voor de andere christenen heeft Christus geleefd, is Hij gestorven en begraven. Voor de eerste groep is de verrijzenis een evidentie, iets klaar en duidelijk, iets dat zin geeft aan het leven. Voor de andere groep is de verrijzenis een leeg begrip. In het verhaal van de Handelingen der Apostelen zegt de wereldse overste van deze deelprovincie dat hij geen standpunt inneemt omdat hij het niet weet. Misschien kunnen we ons vereenzelvigen met een aspect van elk van deze drie standpunten.

De Kerk is ervan overtuigd dat de verrijzenis van Christus de realiteit is die alles verlicht, die de prepaschale tijd verlicht alsook de komende tijd welke geopenbaard wordt in de Apocalyps. Wij zien dus ons leven in het licht van de verrijzenis. De verrijzenis is het integrale element van de heilsgeschiedenis en van de geschiedenis van deze wereld.

Wij kunnen volledig de woorden van Patriarch Ignatius IV beamen als hij zegt: "persoonlijk aanvaard ik als globale en degelijke uitleg van mijn leven en van de geschiedenis, enkel deze uitleg die mij vanaf nu toelaat het drama van de dood voor ogen te zien en te overstijgen. Daarbuiten is er slechts leugen". Dit wil zeggen dat wanneer wij geen levensfilosofie krijgen die ons daar een antwoord op geeft, dan houden we ons bezig met bijkomstigheden.

Wij verwachten dus de opstanding uit de doden, doden die we zelf zijn. De vraag die we ons stellen, ook in onze Paasdiensten, luidt: "Dood, waar is uw overwinning? Dood, waar is uw prikkel?". De dood is het niet te ontcijferen raadsel waarvan de absurditeit alle zingeving teniet doet. Ons vertrekpunt zal dus niet zijn: wat is het raadsel van de dood, maar wat betekent de verrijzenis van Christus.

Deze verrijzenis is een unieke gebeurtenis die een waarheid doorgeeft aan al wat IS. We gaan ons leven dus proberen te interpreteren in het licht van de verrijzenis, zowel het voorbije als het toekomstige leven. Ieders persoonlijk leven, ons communautair leven, het leven van de kosmos is als een raadsel, als een verzegeld boek dat zijn betekenis, zijn uitleg krijgt in het geslachtofferd en verrezen Lam.

Het beeld van het leven als een verzegeld boek dat geopend wordt, doet ons denken aan het beeld van de Apocalyps waar gesproken wordt over "zeven boeken, en elk zegel zal geopend worden". De verrijzenis is dus een anticipatie (iets dat vooruitgeschoven wordt t.o.v. het einde), het is de Apocalyps, de openbaring bij uitstek. Daarbij is de verrijzenis geen historisch gebeuren in strikte zin, maar het is een gebeurtenis van het Koninkrijk van God, dat volgens het Evangelie onder ons en in ons is. Het lichaam van Christus, dat verrijst, is een lichaam dat in ons verrijst en dat geanimeerd wordt door de adem van de Heilige, Onsterfelijke God, de Heilige Geest.

De verrijzenis is dus een relationeel gebeuren. Zij wil opnieuw een relatie opbouwen tussen twee onafscheidbare delen, de schepping (met de schepselen) en de Schepper, waarbij deze onafscheidbare delen van binnenuit verlicht worden door dit verrezen lichaam. Door de verrijzenis worden we geestelijk "verlicht" over de goddelijke dimensie en de wereld.

De Heilige Johannes Klimakos (higoumen in het Katharinaklooster in de Sinaï, VIIde eeuw) raadt zijn medebroeders aan: "Laten wij ons haasten en ons niet sparen om zo vlug mogelijk in ons te doden wat ons doodt". Daarmee bedoelt hij, wat ons belemmert om die relatie terug aan te gaan.

Laat ons nu even nadenken over dat berouw, die bezinning. We moeten geen schuldgevoel krijgen omdat we twijfelen aan de verrijzenis want dit is zeer menselijk, en dit omdat we juist mensen zijn. Deze vaststelling voert mij tot nederigheid, tot eenvoud, tot een niet triomferend gedrag.

De verrijzenis van Christus is ook de vervolmaking van een verwachting, want uiteindelijk stellen wij vast dat we leven wanneer we leven in het verrezen lichaam. De Heilige Johannes Klimakos zegt: "Ons gebed heeft niet de kracht van het vertrouwen". We zouden graag willen vertrouwen. "Ons gebed heeft ook niet de vleugels van de zuiverheid om God te bereiken".

De grote oproep is dit bewustzijn van die ééns en voor altijd verrezen Christus. Moge dit in ons een eeuwig gebeuren zijn. Mogen wij als schepselen ons vervolmaken in de verrijzenis van Christus. Moge ons leven een eeuwige doortocht - een eeuwig pascha - worden. Mogen wij voortdurend leven in die doortocht van het oude naar het nieuwe leven. Moge ons leven een voortdurend paasgebeuren worden.De Russische denker Serge Boelgakov zegt: "Als we de nar zijn van onszelf, bewegen we ons als een pop in ons eigen spiegelpaleis". We zijn dan voortdurend bezig onszelf te bekijken en we voelen er ons zo goed bij! Vandaar de noodzaak van het berouw en de metanoia, de innerlijke ommekeer.

In de vesperdienst daarentegen zingen we in psalm 142 "...en geef het mij om niet met uitvluchten mijn zonden (mislukkingen) te verontschuldigen...".

Onze idolatrie, onze zelfverering wordt doorbroken door het Kruis. Als wij het Kruis liefhebben is dit eigenlijk niets anders dan een bovennatuurlijke liefde voor God, een liefde die alles overstijgt, en zelfs het Kruis daarin aanvaardt. De grote oproep is dus kruisig uzelf. Dit betekent dat we moeten afsterven aan wat ons teveel hindert in de relatie met onze naaste en met God.

De verrijzenis van Christus, dat volle leven, dat het Kruis doorleefd heeft, en wat wij niet kunnen realiseren omdat het kruis voor ons te lastig is om aan af te sterven, omdat we te weinig mogelijkheden hebben, te weinig kracht hebben, heeft ons getoond en bewezen dat het een leven is dat het kruis overstegen heeft, dat het kruis doorleefd heeft - namelijk het verrezen lichaam van Christus - dat dit een geslaagd leven is, dat het een leven is in volle licht, dat het een leven is in de Drie-Eenheid.

Alles wat in de weg staat voor deze gemeenschap, om vrijwillig dat Kruis op te nemen, om vrijwillig af te sterven is de dood in al haar verschillende vormen, niet enkel in haar fysische of biologische vorm. De dood is niet de biologische ontbinding; het is uiteindelijk een laatst zichtbaar teken van de gevallen mens, van een mislukte relatie zoals het Griekse begrip betekent voor zonde: "de zonde (lees de dood) is het doel missen".

Wat betekent dit alles nu persoonlijk voor ieder van ons? Het gaat over een totaal nieuw leven. Kon God niet gewoon door één woord de mens redden? Neen, de menswording is het feit dat God op een reële, vleselijke wijze deelneemt aan ieder van ons. Die menswording brengt het tot de verrijzenis. De verrijzenis in Christus, die ons allen gevraagd wordt, is deelnemen aan de grootste promotie, de grootste opgang die we de mens kunnen bieden. De grootste promotie is te kunnen verrijzen in Christus. Dit is in tegenstelling tot de opvatting van degenen die zich voortdurend verrechtvaardigen en zeggen dat ze niets anders kunnen. Zij ontkennen dat de mens méér kan dan leven volgens zijn natuur. De gehele dynamiek ligt vervat in het scheppingsverhaal. Wij zijn geschapen naar het beeld van God, voor de gelijkenis met God. We moeten dus die spiegel van de idolatrie doorbreken om op te gaan naar die verrijzenis in Christus. We leven dus niet meer voor onszelf, maar voor Hem, die voor ons gestorven en verrezen is.

Dit is ook zo in een liturgisch leven. Wij wonen de liturgische diensten eerst en vooral bij om dank te zeggen voor de wijze waarop God ons elke dag leidt in Zijn goddelijke pedagogie via ontmoediging, geluk en ervaring. Dat alles is het gegeven van God. De monniken in de woestijn herleiden alle gebeden tot dit ene gebed: "Indien het U past Heer, open voor ons de poort, en dan is het goed. Maar indien Gij de poort niet opent, dan moge Gij nog gezegend zijn omdat Gij deze poort, terwille van Uw gerechtigheid, voor mij gesloten houdt".

In deze houding van het verlaten van onszelf en het ons overgeven aan God, bezitten we onszelf niet meer. "Dat Uw wil geschiede", we behoren God toe. Dit is geen moraal, dit is een mysterie. Dit realiseert de Geest van God in ons persoonlijk leven, elke dag wanneer wij daartoe in staat zijn en wanneer wij de kracht hebben om daaraan te werken. Want soms zijn we moe of vertwijfeld of ontgoocheld. Vandaar dat nodige berouw in de zin van inkeer, meditatie, beschouwing om weer de "goddelijke draad" op te nemen.

De deelname aan de verrijzenis van Christus bestaat erin af te dalen in onze hades, in onze duistere diepten, maar die toch doordrongen zijn van het licht van de verrijzenis. Onze dood is een wijze van niet-in-relatie-zijn. Het is geen psychische wel een existentiële realiteit van een verbroken relatie. Deze relatie wordt gekenmerkt door afwezigheid van licht, gebrek aan gemeenschap. Het is een wijze van niet meer in relatie te leven met eerst en vooral zichzelf, met het koninkrijk dat in ons is, vervolgens met onze naaste.

De Heilige Ireneus van Lyon (IIde eeuw) ziet het als volgt. "Wat is de fysische dood nog wanneer gij reeds aan zo veel afgestorven zijt in dit leven? Dit is het laatste restje waaraan gij niet hebt kunnen afsterven in de loop van dit leven". De Kerkvaders en Woestijnvaders spreken in dit verband over het vellen kleed als het enige dat dan nog op deze wereld rondloopt. Al de rest is al

gedeeltelijk overgegaan in een andere dimensie van zijn.

Hoe zouden wij deelachtig willen worden aan de verrijzenis zonder bewust te worden dat het hier gaat over een spirituele strijd. Het evangelie leert ons dat het Koninkrijk voor de geweldigen is. De Russische denker Tchaadaëv zegt dat het christelijke leven maar één limiet heeft, de hemel.Onze duisternis is ons egoïsme, onze onrechtvaardigheid, onze hardheid, onze leugen, onze verdeeldheid, onze koppigheid, onze hoogmoed, onze drang naar zelfbevestiging... Zijn we al begonnen met deze spirituele strijd? Is deze strijd wel nodig? Of leven we "volgens onze natuur". Maar neen, de natuur mag gekwetst worden; de menselijke natuur wordt gekwetst, of wij het willen of niet.De auteur van het boek waarop wij ons hier voornamelijk gebaseerd hebben zegt verder: "we moeten toch niet wachten tot we allen grijze haren hebben om ons bewust te worden dat de dood in het hart van de mens leeft. Indien we toch zolang zouden wachten, dan bouwen we ons een wereldje op dat goed hermetisch afgesloten is, met strakke morele grenzen, met verboden vragen, vragen die we ons nooit zullen stellen". "Maar", zegt hij, "zulk een leventje redt de mens niet!".

De strijd om aan onszelf te verzaken, zoals het evangelie ons vraagt, is een strijd die erin bestaat van neen te zeggen aan de dood en ja aan HIJ DIE (het leven) IS. De ascese, de oefening, is niets anders dan een "paas"-gebeuren, een gebeuren dat leven schenkt. Misschien kunnen we enkel in ons gebed vragen dat Onze Heer en God en Verlosser in het licht van Zijn verrijzenis ons moge verlichten om tot een waarachtig berouw te komen, om waarachtig bewust te worden waar het hier op aarde over gaat.

vader Dominique

Dit artikel is voornamelijk gebaseerd op het werk "la résurrection et l'homme d'aujourd'hui" van Patriarch Ignatius IV van Antiochië die een aantal lezingen gegeven heeft op oecumenische bijeenkomsten in Zwitserland.

De commentaren zijn gesloten.