03-08-08

Theologie en Mystiek

 

 crossoooop

THEOLOGIE EN MYSTIEK

of

OVER HET WOORD VAN GOD EN DE MYSTIEKE ERVARING ERVAN

Veelal hoort men dat men het goddelijk mysterie niet moet verdiepen om het te behoeden voor een verstandelijke uitleg. Men moet het eerder beleven... Maar zijn wij met onze belevenis, ons geloof en onze houding wel steeds op de weg van de waarheid ?

Men mag dus bijgevolg het geloof in het goddelijk mysterie niet herleiden tot een zuivere intellectuele of een zuiver mystieke aangelegenheid. Denken we aan de woorden van de H. Evagrius van Pontus (4de e): "Indien je theoloog bent, dan zal je werkelijk bidden, en indien je werkelijk bidt, dan ben je theoloog".  Hoe ben ik zeker van dit "werkelijk"  bidden ?

De orthodoxe Kerk benadrukt met aandrang dat de ganse goddelijke liturgie een sacrament is waarbij het sacrament van het Woord één is met het sacrament van de Gaven; (cfr. "L'eucharistie: sacrament du royaume" V. Alexander Schmemann).

De leer van de Kerk verdiepen is niets anders dan deelnemen, communiceren zeggen de Vaders, aan het Woord van God. Het Woord van God is Jezus Christus; Hij is de "theologos";  Hij is het Woord dat

"waarachtig leven"  schenkt vrij van verderf, lijden en dood. Het is toch betekenisvol dat wij Christus niet 'bloed of lichaam van God' noemen maar wel Woord van God.

Dit "waarachtig leven"  is het ware geloof van de Kerk, is de waarheid van de Kerk, met welke ik in gemeenschap, in communio kan treden. Dit veronderstelt een ontlediging van mijn vooroordelen, mijn hardnekkigheid, mijn egocentrisme, mijn onwetendheid om mij te zuiveren en om werkelijk het Woord van de Ander te aanvaarden en lief te hebben. Het sacrament van de Heilige Eucharistie is communiceren aan het Woord van God, Jezus Christus werkelijk aanwezig in de Heilige Communie.

Door participatie word ik deelachtig aan het leven-schenkende Woord, de enige waarheid en realiteit voor de Kerk. De Kerk kan dus bijgevolg niet de waarheid onderwijzen, maar kan enkel de weg naar die waarheid tonen. De Kerk, in zijn liturgische bijeenkomsten, viert niet alleen het sacrament van de bijeenkomst van de gelovigen maar ook hun samen op weg zijn naar het eeuwige leven dat geen scheiding, verderf, lijden en dood kent.

Deze deelname aan het goddelijk mysterie vindt zijn uitdrukking in de spiritualiteit, of beter nog in de mystieke theologie van de Kerk. Voor de Kerk en haar traditite bestaat er geen echt onderscheid tussen theologie en mystiek, tussen het woord en de deelname aan dit woord, tussen de leer van de Kerk en de persoonlijke ervaring van het goddelijke mysterie. Een onderscheid zou een tegenstrijdigheid zijn, want Jezus Christus is het Woord van God en het leven van de wereld. Het Woord van God redt de wereld juist omdat dit Woord leven is.

Theologie en mystiek vervolledigen elkaar en het ene is ondenkbaar zonder het andere. De theologie staat in dienst van de mystiek. Weliswaar moeten we nu theologie begrijpen als het Woord-Christus dat leven geeft. De mystieke ervaring is een persoonlijkewaardering, de theologie is een uitdrukking voor het nut van allen, maar ervaren door elkeen. De theologie behoedt de waarheid van de Kerk in haar geheel, anders zou de mystieke ervaring van ieder van ons ontdaan zijn van zekerheid, van objectiviteit; het zou een mengsel zijn van hetgeen waar en vals is, van realiteit en illusie en wij vervallen in "mysticisme".

Anderzijds heeft het Woord van God als theologie, als het onderricht van de Kerk, geen enkele vat op de ziel, indien deze geen intieme ervaring uitdrukt van de gegeven waarheid, waarin elke gelovige zich kan terugvinden. Er is geen mystiek zonder theologie, en geen theologie zonder mystiek. Het is geen toeval dat de titel "theoloog"  werd toegekend door de Kerk aan de drie meest mystieke kerkleraren: de heilige Johannes, de heilige Gregorios en de heilige Symeon.

Indien er zich, om een of andere reden, toch een kloof voordoet tussen mystiek en theologie dan krijgen we te kampen met het verschijnsel "secularisatie";  waarbij de ziel in haar ervaring vervreemdt van het onderricht van de Kerk. Dit verschijnsel werd een historische realiteit in de loop der tijden. Ook de orthodoxe Kerk kan aan dit gevaar ten prooi vallen; indien niet langer de mystieke ervaring van de gedoopten geldt als autoriteit, als canon om de waarheid van de Kerk verder te behoeden en te bepalen.

Het onderricht en de kennis van het Woord van God, realiteit en waarheid van de Kerk, is in laatste instantie een middel, een geheel dat ons verlicht - waarbij ons christen-zijn voor onszelf en anderen een oneindige en onschatbare verkenning wordt op de weg naar het eeuwig leven - en moet dienen om ons te verenigen met Diegene die alle kennis te boven gaat: de vereniging met God, ook theosis genoemd.

De christelijke leer is dus praktisch gericht enheeft een mystieke bedoeling: de vereniging met God.

De ganse geschiedenis van de Kerk is een dogmatische stijd, een voortdurende bezorgdheid om op elk moment van de geschiedenis voor de christenen de mogelijkheid te vrijwaren de volheid van de mystieke vereniging te realiseren, die zich als volgt resumeert: "God is mens geworden opdat de mens vergoddelijkt worde".

Het zich inwijden in het leven, in de theologie van de Kerk is dus meer dan noodzakelijk om haar spiritualiteit en haar leer te kennen die de basis vormen van een mystiek. De Kerk is bijgevolg ook bezorgd over de inwijding van haar gedoopten, waarbij zij op het einde der tijden - in naam van haar gezagdragers - verantwoording zal moeten afleggen over haar pedagogische rol. Vandaar dat wij binnen deze Kerk de gelegenheid hebben om ons verder in te wijden bij middel van persoonlijke lectuur: boeken, tijdschriften, kunstboeken enz.; maar ook door catechetische besprekingen, cursussen die hier en daar ingericht worden, reizen, pelgrimstochten en dergelijke meer.

De mystieke theologie is niets anders dan een spiritualiteit die een houding uitdrukt gebaseerd op de leer van de Kerk. Wij kunnen dus de vereniging met God niet ten volle realiseren zonder ingewijd te zijn in het Woord van God, waarvan ons de volheid zal geopenbaard worden in die vereniging. Dit lijkt wat tegenstrijdig, maar op de inwijding van de mens zal de verdere inwijding in en door de Heilige Geest plaats vinden. "Ik plaatste het vuur op aarde... ik verlang dat alles vuur vatte".  Door de doop en de myronzalving ben ik in de mogelijkheid om door de Geest die over mij is, de boodschap uit te dragen en het ware licht te geven. Ik drink deze kelk niet tot veroordeling maar tot heiliging van ziel en lichaam. De theologie moet een praxis, een houding veroorzaken.

Immers, Jezus heeft ons geen nieuwe filosofie,systeem, ideeënleer of een eenvoudige godsdienst achtergelaten; maar Hij heeft Zijn Lichaam achtergelaten, Zijn Geest gezonden om de mens herboren te laten worden van water en geest, de enige ware renaissance voor de menselijke ziel. Dit herboren worden is zich bekleden met Christus, het Woord van de Vader, de drager van de Geest. Het Evangelie spreekt ons over "nog vele dingen die niet in boeken te vervatten zijn".  Al deze zaken kunnen we kennen in en door de Kerk.  Zo ook met het Evangelie: buiten de Kerk betekent dit zo goed als niets. Het is geen toeval dat het Evangelie op het altaar staat.

Onder invloed van andere historische gebeurtenissen, zal de Kerk later dogma's formuleren. Oorspronkelijk zijn het "hori"  in het Grieks of "termini"  in het Latijn. Dit wil zeggen "grenswaarheden"  of de grenzen aanduiden binnen dewelke de waarheid van de mystieke ervaring blijft behouden. Een dogma zal niets anders doen dan dezelfde waarheid "Christus is verrezen uit de doden"  in een ander verwoording uitdrukken, naargelang de historische omstandigheden of de ketterse leer, die moet weerlegd worden. Zowel het Evangelie als het dogma drukken de volheid van het nieuwe verborgen leven uit. Het leven van de Kerk, haar traditie en dogma's, moeten niet alleen behouden blijven, maar ook ons leven veranderen. Anders heeft de theologie geen praxis veroorzaakt en betekent dit dat het Woord Gods niet naar zijn waarheid wordt geschat, in een steriele afgrond is gestikt en geen vlees en bloed geworden is in de mens. Wanneer wij bidden zeggen wij woorden. De bedoeling echter is dat wij zelf gebed worden en zijn door ons dagdagelijkse handelingen uit te drukken in een onafgebroken liturgische handeling met de zondagsliturgie.

De grootste inspanning binnen de theologische kringen van de eerste eeuwen is het op punt stellen van de leer van dit Woord Gods, te weten de leer in verband met Christus of christologie. Dit wil zeggen:

Christus is de tweede persoon van de Heilige Drie-Eenheid en is volkomen God en volkomen Mens. De gehele christelijke leer, en dus bijgevolg ook de orthodoxe leer, is een christologische leer. Alles concentreert zich om het mysterie van de God-mens Christus. De leer over de Kerk of ecclesiologie, de leer over de Heilige Geest of pneumatologie, de leer over de Heilige Drie-Eenheid of triadologie, de leer over Maria of mariologie, de heiligenleer of hagiologie, de leer over het heelal of cosmologie, de leer over de mens of anthropologie, de leer over het beeld of iconologie enz. zijn geen gevolgen of uitlopers van de christologie. Neen. De ecclesiologie is christologie, de pneumatologie is christologie, de triadologie is christologie, de cosmologie is christologie, de anthropologie is christologie, de iconologie is christologie; met andere woorden alles laat zich begrijpen, kennen ervaren en beschouwen door en in het mysterie van Christus, het Woord van God dat in de wereld kwam.

"Mijn ziel kleeft aan de grond, maak uw dienaar levend naar uw Woord"  zegt de psalm. De theologie is een catechetische uiteenzetting, geen wetenschap voor intellectuelen, ieder die bidt is theoloog. Toch huiveren heel wat mensen bij het horen van het woordje theologie. Vergeten we niet dat de zwakheid van een Kerk ligt in de zwakheid van haar theologie. Binnen de theologie moeten we echter opnieuw de methode van de kerkvaders invoeren: de patristieke methode, die erin bestaat de leer te verbinden aan de spiritualiteit, het geloof aan de liturgie, het gebed aan de ethiek; m.a.w. de innerlijk vitale band te zien tussen de verschillende onderdelen binnen de theologische studie. Het komt er op aan, zoals dit ook het geval is in een historische benadering van aan totaal-geschiedenis te doen; terug de band te ontdekken tussen de leer, het gebed, de eucharistie, de kunst, de muziek, de canons, de uitleg van de bijbel, de spiritualiteit, de ethiek enz. die alle

vertrekken en uitmonden in het mysterie van Christus, hernomen, tegenwoordig gesteld en naar het einde verwijzend in de Eucharistie.

En zoals de H. Ireneus van Lyon (2de e) het samenvat: "onze leer  (lees onze theologie) is in overeenkomst met de eucharistie, en de eucharistie bevestigt haar".

 

Vader Dominique

 

 



 

 

 

Soms kan de vlam (van een lamp)

oplaaien en hevig branden.

Andere keren brandt hij zacht en stil.

Soms licht de vlam plotseling op

en geeft een sterk licht af.

Andere keren verspreidt de kleine vlam

(van de lamp) slechts een flauw licht.

Zo is het ook gesteld met de lamp

(van de genade in de ziel).

Hij is altijd ontstoken en

geeft onophoudelijk licht,

Maar als hij opvlamt en

zijn bijzondere straling verspreidt,

is het alsof de ziel dronken is van de liefde Gods.

Andere keren, bepaald door God Zelf,

is het licht er nog wel,

Maar is het slechts een zachte gloed.

 

Makarios de Grote

 



 

 

 

 

 

 

De commentaren zijn gesloten.