17-08-08

Waarom de goddelijke liturgie ?

WAAROM DE GODDELIJKE LITURGIE ?

 

1.GEHOORDE OPWERPINGEN. 

Te dikwijls is men geneigd om de Goddelijke Liturgie of Eucharistische Celebratie te beschouwen als een "plechtigheid" of een "viering", waarop wij moeten aanwezig zijn, die wij moeten bijwonen, die een deel van onze zondag in beslag neemt, die ons belet van een volledige vrije dag te hebben, die ons belet van vele andere plannen uit te voeren, die ons belet van gedurende die tijd te werken, te studeren of op bezoek te gaan of misschien anderen te ontvangen.

 Is de Goddelijke Liturgie dan de "spelbreker" van onze zondag?

Daarbij - zo hoorde ik soms opwerpen - om naar God toe te gaan is er toch geen "Liturgie" nodig ! "Ik voel me echt «gelovige» ook zonder Goddelijke Liturgie. Ik heb er echt geen behoefte aan. Ik kan thuis ook bidden. Daarom ben ik toch geen slechte christen omdat ik niet naar de Liturgie kom !"

 2. CHRISTEN ZIJN IS NIET ALLEEN CHRISTUS' LEER VOLGEN.

Het is echt nodig ons over dit alles even te bezinnen. Inderdaad (orthodox) christen zijn is niet alleen Christus' leer, ons gebracht door Zijn Heilige Evangeliën, willen volgen. Dan zou onze godsdienstige beleving gewoon de uitbouw betekenen

van een levensregel, die we weliswaar aankleven, doch die "paralel" zou kunnen geplaatst worden naast vele andere

overtuigingen die aan het menselijk gedrag richting kunnen geven.

Orthodox christen zijn is heel iets anders : het is Christus ontmoeten, Christus in ons leven plaatsen, leven in Christus.

Dit kan slechts door het voortdurend persoonlijk gebed (dat ons tot deïficatie brengt) en door de Goddelijke Mysteriën (of Sacramenten) en dan vooral in en door de Eucharistie, het communautair gebed, tijdens hetwelk wij ons axeren op het groot Godmenselijk heilsgebeuren.

3. ONZE ROEPING TOT DEÏFICATIE.

Ons persoonlijk gebed brengt ons tot "deïficatie", d.w.z. tot deelachtig­heid aan de goddelijke genade. God dringt dit niet op. God nodigt ons hiertoe uit. En die uitnodiging is voortdurend tot ieder van ons gericht. God strekt als het ware voortdurend Zijn hand naar ons uit. Ieder van ons kan dit vrijelijk beantwoorden. Niemand wordt ertoe gedwongen. Of wij zouden het ook nog op een andere wijze kunnen duidelijk stellen : de Heilige Geest straalt voortdurend Zijn goddelijk Licht naar ons uit en ieder van ons is geroepen om zich open te stellen om dit Licht te ontvangen. Pas dàn zal het ons "doordringen", "transfigureren", "deïfieren", "vergoddelijken". Of nog duidelijker gezegd : pas dàn zal het ons deelachtig maken aan de goddelijke natuur.

De mens is geschapen naar Gods beeld en gelijkenis. Het beeld bezitten wij door de Schepping. De gelijkenis kunnen wij verwerven door onze samenwerkende vrije wil. Wij bezitten ze "in vermogen". Het leven van de christen zal er een zijn van

opgang tot verwerving van de "gelijkenis aan God". Van de "voltooiing van het goddelijk beeld in hem". Door de samenbundelende krachten van God en de mens zelf (we noemen dit "synergie") kan hij tot "vergoddelijking" komen.

Immers : zoals Christus-God onze menselijke natuur heeft aangenomen kunnen ook wij deelachtig worden aan Zijn goddelijke natuur.

Christen zijn is dus geen leer volgen met geboden en verboden. De christen is geroepen om, in alle vrijheid, door het voortdurend persoonlijk gebed (vooral door het Jezusgebed : "Heer, Jezus Christus, Zoon van God, heb medelijden met mij.") de Heilige Geest in zich te laten doordringen, en derhalve als Ikoon van God medewerker te worden aan Zijn "voortdurende" Schepping, dààr waar Hij ons zal weten te plaatsen.

In deze context spreekt men niet van een "moraal", die ons moet leiden of die wij moeten volgen, zelfs niet van een christelijke moraal. De enige realiteit van ons bestaan als christen, de enige echt-menselijke natuur is er één van vereniging met God. Geenszins een onderwerping aan een wet, die ons het leven zuur maakt, wel een getrouwheid aan het beeld van God.

4. ONZE PERSOONLIJKE ONTMOETING EN    MYSTERIE­VOLLE VERENIGING MET CHRISTUS.

Er is echter veel meer : Christus-God is niet alleen Diegene, die wij gewoonlijk in ons tijdsgebeuren weten te situeren, wiens Menswording omzeggens 2.000 jaren geleden heeft plaatsgehad.

In de dimensie van de eeuwigheid, die realiteit die buiten elke tijd staat, brengt dezelfde Christus-God zijn goddelijke aanwezigheid in ons midden. In de dimensie van de eeuwigheid actualiseert zich de getuigenis van Jezus' Leven, Dood en Verrijzenis ook voor ons. Deze getuigenis, dit gebeuren dringt echter slechts tot ons door IN de kerk, DOOR de HEILIGE GEEST.

En het is de Goddelijke Liturgie die ons de "dimensie van het Rijk Gods", de "dimensie van de eeuwigheid" opent.

In en door de Goddelijke Liturgie worden wij aan het "tijdsgebondene" van deze wereld (met zijn zorgen en lasten) onttrokken om deelachtig te worden aan het Goddelijk gebeuren. Naast het persoonlijk spiritueel leven (persoonlijk gebed of gebed-ademhaling zouden wij kunnen zeggen) vinden wij in de Goddelijke Liturgie, dit mysterievol Eucharistisch gebeuren, het gebed-voedsel, waar het gebed voedsel wordt en het voedsel gebed.

Slechts in de Kerk, in en door de Eucharistie, kan de mens "deelnemen" aan Christus, wiens aanwezigheid de Heilige Geest ons brengt in de "Mysteriën". Als wij tot Hem willen naderen, komen wij in de Kerk tot een persoonlijke ontmoeting van personen, tot de intieme vereniging met de Levende Christus, dank zij de Heilige Geest. Christus treedt langs de Kerk tot het intiemste van ons bestaan.

Zo is de Eucharistie de uitdrukking en de beleving van de ganse Kerk. In de Eucharistie ontmoet ieder van ons Christus, en rond en door dezelfde Eucharistie zijn wij verenigd in hetzelfde geloof en in dezelfde liefde. De Heilige Geest, die niet

ophoudt neer te dalen over het "Lichaam van Christus" maakt van de Kerk (dit is het geheel der christenen, die persoonlijk door de Eucharistie verenigd zijn) de bewaarster van de Waarheid. De Eucharistie is derhalve het beeld van de "eenheid" bij uitstek.

De sacramentele handeling van de priester bestaat erin de komst van de Heilige Geest af te smeken over de gemeenschap

en van te attesteren (te getuigen) van het verhoren hiervan. De leken-gelovigen zijn dank zij de Epiklesis mede-liturgen in een samen handelen met de apostolische getuigenis van het priesterschap.

5. DE GODDELIJKE LITURGIE "OMVORMT" ONS LEVEN.

Bij het overwegen van al het voorgaande is het duidelijk dat alwie nalaat van regelmatig te participeren aan de Goddelijke Liturgie, meteen ook de mysterievolle vereniging van God zelf met zijn persoon uitsluit.

Onze regelmatige participatie aan de Goddelijke Liturgie "omvormt" ons leven van mogelijke eenzaamheid, zwakheid, tegenslag en ontmoediging in een leven van "Goddelijke Aanwezigheid", van sterkte en vreugde. Ons "tijdelijk aards leven" wordt voortdurend opnieuw geënt, geaxeerd op de "eeuwige Goddelijke dimensie", waar alles zonder einde is.

Door de Goddelijke Liturgie wordt ons christenzijn niet langer meer een "religieuze situering" of een "godsdienstige opvatting". Het wordt de intiemste vereniging van ons bestaan met God zelf, dank zij de kracht van de Heilige Geest. Als

getransfigureerde wezens putten wij in de Goddelijke Liturgie de kracht om onze zending in de wereld te vervullen, om "Gods Licht te weerkaatsen", om Zijn Boodschap uit te dragen bij allen, die Hij op onze weg zal weten te plaatsen.

Zonder de Goddelijke Liturgie is tenslotte ook de christelijke Communauteit een dode letter. Want Christus alleen, dank zij dezelfde kracht van de Heilige Geest, brengt ons in de Eucharistie tot éénheid, tot gemeenschap, tot Kerk.

6. CONCLUSIE.

De vraag "moet een orthodox christen iedere zondag aan de Goddelijke Liturgie deelnemen" is zinloos.

Inderdaad: ons christenzijn definieert zich niet met een reeks geboden of verboden. Ons christenzijn realiseert zich slechts door de vrije beantwoording van onze roeping tot "deïficatie" en door onze aanvaarding tot voortdurende intieme vereniging met Christus. De Goddelijke Liturgie - en zij alleen - biedt ons die mogelijkheid in de Goddelijke Mysteriën.

Het is derhalve duidelijk dat iemand, die zich aan de Goddelijke Liturgie onttrekt, die niet regelmatig participeert,

zichzelf ook buiten die "Goddelijke vereniging" plaatst, het Voedsel zal missen dat onontbeerlijk is voor zijn spiritueel leven.

Wie niet eet en drinkt, sterft. Wie spiritueel niet eet en drinkt, "sterft" ook. En dit reikt veel verder dan de vraag naar "moeten" of "niet moeten" ! Het gaat om ons "leven in Christus", om ons christenzijn !

 Vader Ignace Peckstadt

 

De commentaren zijn gesloten.