06-10-08

Spirituele raadgevingen van de Heilige Seraphim van Sarov

SPIRITUELE RAADGEVINGEN  VAN DE HEILIGE SERAPHIM VAN SAROV

 

Serafim van Sarov666

God

 God is een vuur die de harten  en het innerlijke van de mens doet ontvlammen. Als wij in ons hart het koude zien dat van de duivel komt - want de duivel is koud-  laten wij dan onze toevlucht zoeken tot de Heer en Hij zal ons hart komen verwarmen met een volmaakte liefde, niet alleen ten overstaan van Hem, maar ook ten overstaan van de naaste. En de kilheid van de duivel zal vluchten voor Zijn aanschijn . Daar waar God is, daar is geen kwaad .... God toont u Zijn liefde voor de mensheid niet alleen als wij het goede doen,  maar ook wanneer wij Hem beledigen en daardoor zijn gramschap verdienen....Zeg niet dat God rechtvaardig is, leert ons de heilige Isaak de Syriër... David noemt Hem 'rechtvaardig', maar zijn Zoon heeft ons veeleer getoond dat Hij goe en barmhartig is. Waar is zijn rechtvaardigheid ? Wij waren zondaars, en Christus is voor ons gestorven (Homelie 90).

 De redenen waarom Christus in de wereld is gekomen :

1.De liefde van God voor de mensheid. "Ja, God heeft de wereld zo lief gehad, dat Hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat ieder die in Hem gelooft niet verloren gaat maar het eeuwig leven zou bezitten" (Joh.3,17).

2. Het herstel van het goddelijk beeld in de gevallen mens en de gelijkenis met dit beeld, zoals de Kerk het zingt ( Eerste Canon van Kerstmis, gezang 1).

3. Het heil van de zielen. " God heeft zijn Zoon niet in de wereld gezonden om de wereld te veroordelen, maar opdat de wereld door Hem zou gered worden" (Joh.3,17)

Het geloof :

Voor alles moet men in God geloven," want Hij bestaat, en is de beloner voor  hen die Hem liefhebben"(Hebr.11,6). Het geloof is, volgens de heilige Antiochus het begin van onze vereniging met God....Het geloof zonder de werken is dood (Jac.2,26). De werken van het geloof zijn : de liefde, de vrede, de lankmoedigheid, de bermhartigheid, het dragen van het kruis en het leven volgens de Geest. Alleen zo een geloof is van belang. Er kan geen waarachtig geloof zijn zonder werken.

De Hoop :

Allen die standvastig hopen op God richten zich op Hem en worden  verlicht door de klaarheid van het eeuwige licht. Indien de mens zijn eigen zaken verwaarloost voor de liefde tot God en om goed te doen, wetend dat God hem niet zal verlaten, dan is zijn hoop wijs en waar. Maar indien de mens zich teveel met zijn eigen zaken inlaat en zich alleen maar tot God richt wanneer er problemen zich voordoen, en wanneer hij ziet dat hij er niet kan uitkomen met eigen middelen, dan is zo een hoop onecht en ijdel. De ware hoop zoekt voor alles het Rijk van God, overtuigd dat alles wat in het leven nodig is voor het leven hier op aarde hem zal gegeven worden. Het hart kan niet in vrede leven voordat hij deze hoop heeft  verworven.

De liefde van God :

Hij die de volmaakte liefde van God heeft bereikt, leeft in deze wereld alsof hij er niet in leeft. Want hij beschouwd zichzelf als vreemdeling voor wat hij ziet, geduldig het onzichtbare verwachtende..... Gericht op God, wil hij God slechts beschouwen....

Waarmee moet men de ziel uitrusten ? :

Met het woord van God, want het woord van God, zoals Gregorios de Theoloog zegt, is het brood der engelen waaraan de zielen die dorsten naar God zich voeden.

Hij moet de ziel ook uitrusten met de kennis betreffende de Kerk : hoe heeft  zij datgene wat zij heeft moeten doorstaan  kunnen bewaren tot vandaag. Men moet dit weten, niet met de bedoeling om over de mensen te regeren, maar voor het geval er vragen gesteld worden waarop  wij geroepen zouden zijn te antwoorden. Maar vooral moet men het voor zichzelf doen : om de innerlijke vrede te verwerven, zoals de psalmist zegt :  "Die uw wet beminnen, genieten een heerlijke vrede, Heer", of " Grote vrede voor hen die uw Wet liefhebben" (Ps.118,165).

De vrede van de ziel :

Er is niets boven de vrede in Christus, waardoor de aanvallen van de bovenaardse en aardse geesten worden vernietigd. "Want niet tegen vlees en bloed geldt onze strijd, maar tegen heerschappijen en machten, tegen wereldheersers dezer duisternis, tegen de boze geesten in de lucht" (Ef.6,12). Een redelijk mens richt zijn geest op het innerlijk en doet het in zijn hart neerdalen. Dan zal Gods genade hem verlichten en zal hij zich in een vreedzame en  opper-vreedzame staat bevinden : vreedzame, want zijn geweten is in vrede ; opper-vreedzaam, want in het diepste van zichzelf beschouwt hij de genade van de Heilige Geest.....

Kan men zich niet verheugen wanneer men met onze vleselijke ogen  de zon ziet ? Nog veel groter is onze vreugde wanneer onze geest met ons innerlijk oog, Christus ziet, Zon van gerechtigheid. Aldus delen wij de vreugde van de engelen. De Apostel heeft hieromtrent gezegd "Maar ons vaderland is in de hemel" (Fil.3,20). Diegene die de weg van de vrede bewandelt, verzamelt als met een lepel, de gaven van de genade. De Vaders die in de vrede en de genade van God leefden, leefden lang. Een mens die in vrede leeft kan  ook aan anderen het licht doorgeven die de geest verlicht.... Maar hij moet zich de woorden van de Heer in gedachten brengen :" Huichelaar, trek eerst de balk uit uw eigen oog, dan zult gij zien hoe ge de splinter uit het oog van uw broeder moet trekken" (Matt 7,5).

Deze vrede heeft Onze Heer Jezus Christus voor Zijn dood als een onschatbare rijkdom nagelaten aan Zijn leerlingen , toen Hij zei : "Vrede laat Ik u na, mijn vrede geef Ik u" (Joh.14,27). De Apostel spreekt ook in deze termen :"En de vrede Gods, die alle begrip te boven gaat, zal uw harten en zinnen bewaren in Christus Jezus" (Fil.4,7). Indien de mens de goederen van deze wereld niet misprijst, dan kan hij de vrede niet bezitten.  De vrede verwerft men doorheen beproevingen. Diegene die wil behagen aan God, moet doorheen vele beproevingen gaan.  Niets draagt meer bij tot de innerlijke vrede dan de stilte en, indien het mogelijk is, het voortdurend gesprek met zichzelf en zelden met de anderen. Wij moeten dus onze gedachten, onze verlangens en onze daden  richten op de verwerving van de Vrede van God. Wij moeten ononderbroken roepen met de Kerk : "Heer ! Geef ons de vrede !".

Hoe kunnen wij de vrede van de ziel bewaren ?

Wij moeten ons uit alle kracht inzetten om de vrede van het hart te bewaren. Wij mogen niet verontwaardigd zijn wanneer anderen ons beledigen. Wij moeten elke uitbarsting van woede vermijden en ons intellect en hart behoeden voor elke ondoordachte handeling. Een voorbeeld van hoe wij ons gematigd moeten gedragen is ons voorgehouden door Gregorios de Thaumaturg. Aangekomen op een publieke plaats waar een publieke vrouw hem de prijs vroeg voor overspel, dat hij zogezegd met haar zou hebben , in plaats van zich kwaad te maken zei hij rustig tot zijn vriend : Geef haar wat zij vraagt. Nadat zij het geld genomen had werd de vrouw door een demon op de grond geworpen. Maar de heilige verjoeg de demon door het gebed.

Indien het niet mogelijk is om zich niet  boos te maken, dan moet men minstens zijn tong intrekken....Opdat de vrede zou bewaard worden moet men de melancholie verjagen en trachten een vrolijke geest te hebben... Indien iemand niet aan zijn behoeften kan voldoen, is het moeilijk om de ontmoediging te bestrijden. Maar dit betreft de zwakke zielen. Opdat de innerlijke vrede zou bewaard blijven, moet men vermijden om anderen te beoordelen. Hij moet kijken in zichzelf en zich afvragen : "Wie ben ik ?". Hij moet vermijden dat onze zintuigen, vooral het zien, ons niet in de war brengen : want de gave der genade behoort slechts toe aan hen die bidden en zich over hun ziel ontfermen.

Zuiverheid van hart

Wij moeten ons hart voortdurend beschermen voor onreine gedachten en indrukken volgend de woorden van de auteur van het boek der spreuken : " Bewaar uw hart met alle ijver, want  daar ligt de oorsprong van het leven"(Spr.4,23). Zo wordt in het hart de zuiverheid geboren. "Welzalig zijn de zuiveren van hart, want zij zullen God zien" (Matt.5,8).  Het goede dat in het hart is gekomen moeten wij niet onnodig onthullen naar buiten toe : De geheimen van ons hart zijn een schat in het binnenste van je hart, zij moeten niet geopenbaard worden aan zichtbare en onzichtbare vijanden.

Het hart dat verwarmd is door het goddelijk vuur, borrelt op als het vol is van levend water.Als dit water naar buiten toe uitgegoten wordt, wordt het koud en de mens  verstijft van de kou.

 Het gebed

 Diegenen die besloten hebben om God werkelijk te dienen moeten er zich in oefenen Hem steeds in gedachten te hebben en onophoudelijk innerlijk Jezus Christus te bidden : Heer Jezus Christus, Zoon van God, heb medelijden met mij, zondaar... Door zo te handelen en zich te behoeden voor verstrooiingen en in volle gemoedsrust te blijven, kan men tot God naderen en zich verenigen met Hem. Want, zegt de heilige Isaac de Syriër, buiten het ononderbroken gebed is er geen ander middel om tot God te naderen (Homelie 69).

In de kerk is het goed om de ogen gesloten te houden, om verstrooiingen te vermijden.Men kan ze openen als men zich slaperig begint te voelen. Dan moet men zijn blik op een icoon richten of op een  kaars die ervoor brandt. Indien  onze geest zich tijdens het gebed verstrooit, dan moet men zich voor God vernederen en vergiffenis vragen....want, zoals de heilige Marcarius het zegt "de vijand wil slechts onze gedachten van God afkeren, van Zijn  ontzag en Zijn liefde" (Homelie 2).

Wanneer het verstand en het hart verenigd zijn in het gebed, en wanneer het hart door niets meer vertroebeld wordt, dan vult het hart zich met geestelijke warmte.

Het licht van Christus

Om het licht van Christus in zijn hart te ontvangen, moet men, zoveel als mogelijk, zich losmaken van zichtbare dingen. Als men zijn hart op voorhand gezuiverd heeft door berouw en goede werken, als men vol van geloof is in de gekruisigde Christus en onze vleselijke ogen gesloten zijn, laat dan uw geest zich vol toewijding en vurigheid voor de Wel-beminde onderdompelen in het hart om de Naam van Onze Heer Jezus Christus uit te roepen . De mens vindt in de aanroeping van de Naam vertroosting en zachtheid, die ons aanzet  een hogere kennis te zoeken.

Als door dergelijke oefeningen de geest geworteld is in het hart, dan zal het licht van Christus schijnen in ons binnenste. Hij zal onze ziel verlichten door Zijn goddelijk licht, zoals de profeet Malachias zegt : "Maar voor u, die Mijn Naam vreest, zal de zon der gerechtigheid opgaan" (Malakias,3,20). Dit licht is ook het leven, volgens de woorden van het evangelie : "In wat bestond, was Hij het leven, en het leven was het licht der mensen" (Joh.1,4).

Wanneer de mens in het binnenste van zichzelf dit eeuwig licht aanschouwt, dan vergeet hij al wat vleselijk is, hij vergeet ook zichzelf en zou zich zelfs willen verbergen in het diepste der aarde, om toch maar niet van dit unieke goed te worden beroofd - God.

De aandacht :

Hij die de weg van de aandacht volgt moet niet trots zijn op zijn eigen verstand, maar moet zich richten  op wat de Schriften ons zeggen en hij moet de bewegingen van zijn hart en zijn leven vergelijken met het leven en de daden van de asceten die hem zijn voorafgegaan.  Zo is het veel gemakkelijker om zich te behoeden voor de kwade en klaar en duidelijk de waarheid te zien.

De geest van een aandachtig mens is vergelijkbaar met een schildwacht op de muren van de binnenkant van Jeruzalem. Niemand ontsnapt aan zijn aandacht, noch "de duivel die als een brullende leeuw rondtrekt op zoek wie hij kan verslinden" (1 Petr.5,8), noch diegenen die "hun boog al gespannen houden om geniepig onschuldige harten te treffen" (Psalm 10,2).  Hij volgt de lering van de Apostel Paulus die gezegd heeft : "Grijp naar de wapenrusting Gods, om weerstand te kunnen bieden op de boze dag, en pal te blijven staan, na alles te hebben volbracht" (Ef.6,13). Diegene die deze weg volgt moet geen aandacht hebben voor de geruchten die de ronde doen,noch voor de zaken van anderen....maar tot de Heer bidden : "Van al mijn onbewuste fouten, zuiver mij" (Psalm 18,13).

Treed binnen in jezelf en zie welke passie in u reeds verzwakt zijn, welke het zwijgen zijn opgelegd als gevolg van de genezing van je ziel. Welke vernietigd zijn en u volledig hebben verlaten Ziet gij toe of een sterk en levendig lichaam reeds op de zweer van uw ziel drukt - dit levend vlees is de innerlijke vrede. Ziet gij ook welke passies er nog overblijven - lichamelijke of geestelijke ? En hoe reageert uw verstand ? Trekt het ten strijde tegen deze passies, of doet het alsof  het ze  niet ziet ? En ontstaan er geen nieuwe passies ? Door zo aandachtig te zijn kan je zien in welke mate je ziel gezond is.

 

Uittreksel uit de 'Instructions spirituelles' in Irina Goraïnoff, Sérafim van Sarov

Vertaald door kris B.

 

 

De commentaren zijn gesloten.