12-12-08

Heilige Cyrillus en Methodius

Cyrillus (+869) en Methodius(+885)

 

 

Cyril Methodius (300 x 406)

 

 

 

 

Methodius en Constantinus – zo luiden hun oorspronkelijke namen – waren broers. Van afkomst waren zij grieken uit Thessaloniki, maar zij beheersten de Slavische taal in het Bulgaars-Macedonische dialect, dat in die tijd rondom Thessaloniki door Slavische kolonisten werd gesproken. Constantinus kreeg in Constantinopel een uitstekende opleiding. Hij wijdde zich echter al gauw aan de missie en werkte eerst onder de mohammedanen, en daarna in het Rijk van de Chatsaren aan de Zee van Azov. Kort voor zijn dood werd hij monnik en kreeg de naam Cyrillus. Zijn broer Methodius was aanvankelijk werkzaam in het politiek bestuur van de Slavische gebieden onder het Byzantijnse Rijk, werd eveneens monnik en werkte als abt in het beroemde klooster Polychron. Toen kregen de gebroeders de opdracht, die de oorzaak is geworden van hun historische betekenis voor de Zuid- en Westslaven. De Moravische hertog Rostislaw (846-870) was overgegaan tot de stichting van een zelfstandig Westslavisch rijk. Om zijn zelfstandigheid te kunnen bewaren wilde hij de Moravische Kerk onafhankelijk en wendde zich tot Keizer Michaël III in Constantinopel met het verzoek hem leraren te zenden voor zijn volk. De keizer gaf aan dit verzoek gehoor en stuurde de gebroeders Constantinus en Methodius. In 864 kwamen zij in Moravië aan en legden zich vooral toe op het opleiden van leerlingen om de Moravische Kerk te voorzien van Slavische priesters. In Moravië heeft Constantinus de vertaling van enige delen uit de Heilige Schrift en de Liturgie in de Slavische taal ter hand genomen; aan hem moet vermoedelijk ook het ontwerp van het oudste Slavische alfabet, het glagolitische geschrift worden toegeschreven, dat in bewaarde documenten tot het midden van de roe en gedeeltelijk zelfs tot de 9e eeuw is na te gaan. Het bewustzijn van een kerkelijke afscheiding van Rome was destijds nog niet algemeen tot de orthodoxe gelovigen doorgedrongen – het aanzien van de beide broers was in het Moravische Rijk immers vooral gebaseerd op het feit, dat zij het gebeente van bisschop Clémens van Rome, die volgens een legendarische overlevering in de tijd van de vervolging naar het Krim was verbannen en daar gestorven was, van daaruit naar Moldavië hadden overgebracht.

Dienovereenkomstig hebben de beide broers ook ondanks hun Byzantijnse missie getracht, de stichting van een slavisch sprekende kerk in het Moravische Rijk  door de paus van Rome legitiem te laten verklaren om haar zodoende van Rome uit veilig te stellen voor de aanspraken van de Frankisch-Duitse kerk. Met deze bedoelingen begaven zij zich na een arbeid van tweeënhalf jaar via Panninië naar Rome, waar zij door paus Hadrianus met alle eerbetaan werden ontvangen. Constantinus stierf op 14 februari 869 in Rome en werd in de kerk van de H. Clémens plechtig bijgezet. Methodius werd, nadat hij de bisschopswijding had ontvangen, tot aartsbisschop en pauselijk legaat van Pannonië en Moravië benoemd en kreeg daarmee dus onder de slaven eenzelfde missionaire en organisatorische taak toegewezen als Bonifacius die voor de Duitse stammen had gekregen, maar vanwege de oorlog tussen de Moravische en Duitse vorsten, bleef hij in het gebied van de Pannonische vorst Kozel, tot dan toe het missieterrein van het aartsbisdom Salzburg en vormde het begin van een lange reeks twisten, die hebben geleid tot zijn veroordeling door een beierse synode en een gevangenschap van tseeënhalf jaar. Het centrale punt bij deze strijd was nog steeds de weerstand van de Duitse Clerus tegen de invoering van de Slavische liturgie en de oprichting van een Slavische kerkprovincie met een slavische voertaal. Ten slotte gelukte het de Duitse kerkelijke leiders ook de paus te winnen voor hun standpunt tegenover het oorspronkelijk plan van paus Hadrianus. Paus Stefanus VI verbood de Slavische taal in de kerk; de door Methodius zelf als zijn opvolger aanbevolen Slavische bisschop Gorazd werd erkend, maar de leerlingen van Methodius werden het land uitgezet. Zo kon de Slavische liturgie zich ook in Bohemen, waar zij door toedoen van Methodius’leerlingen al ingang had gevonden niet verder ontwikkellen. De pas gestichte hiërarchie viel na het jaar 900 ten offer aan de invallen van de Hongaren; Moravië werd in 950 aan Regensburg en in 973 aan Praag toegewezen. Het eigenlijke levenswerk van Cyrillus en Methodius was hiermee een mislukking geworden. De West-slavische stammen bleven de eerste tijd onder leiding van de Duitse kerk; ook in Polen werd de latijnse ritus ingevoerd. De poging tot de vorming van een Westslavische kerk met een Slavische voertaal onder de obediëntie van Rome was mislukt.

Daarentegen kwam het werk van de beide broers tot een onverwachte bloei onder de leerlingen van Methodius, die hun werk na de verdrijving uit het Moravische Rijk onder de Zuidslavische stammen langs de Donau en op de Balkan vooertzetten. In Bulgarije werd de Slavische Kerk gesticht, nu echter niet meer onder het toezicht van Rome, dat zijn lankmoedige houding ten opzichte van de Slavische kerk had laten varen, maar onder de bescherming van Byzantium, dat zijn oude missietraditie getrouw, ieder volk toestond de liturgie in zijn eigen taal te vieren en dat zich een eeuw later zou gaan toeleggen op de missionering van het Rijk van Kiev. Hoewel het eigenlijke werk van de Slavenapostelen in het Moravische Rijk op kerkelijk gebied niet met succes werd bekroond, uiteindelijk zelfs door Rome werd verworpen, is hun werk op literair gebied toch van buitengewoon groot belang geweest voor de missionering. Cyrillus heeft de Oudslavische kerktaal ontwikkeld. De Bijbel en vele liturgische teksten heeft hij vertaald in het Bulgaars- Macedonisch dialect, waarmee hij vertrouwd was, omdat het in zijn geboortestreek werd gesproken. Nog vele historische en filosofische detailproblemen hiervan zijn omstreden of onopgelost. Hoe dan ook, een feit is het, dat met dit orthodoxe missioneringswerk onder de slaven de basis werd gelegd voor de ontwikkeling van een literatuur in het Kerkslavisch, waar ook de missionering onder de Oostslaven houvast aan had.

Ernst Benz : uit :'De Oosters-Orthodoxe Kerk' Aula

De commentaren zijn gesloten.