29-12-08

Hervorming en Orthodoxie

HERVORMING EN ORTHODOXIE 

kruis55555

 

 

 

Interview  van N. Smelt met Vader Thomas POTT(Chevetogne) 

 

N. Smelt (NS): De liturgie van de Oosterse Kerk, eeuwen en eeuwen oud en voor de gemiddelde kerkganger onveranderd, gebonden aan precies vastgelegde teksten, rituelen en melodieën. De orthodoxie heeft geen Tweede Vaticaanse Concilie gekend, dat zorgde voor een liturgische revolutie. De Orthodoxe liturgie lijkt nog steeds voor eeuwig en altijd, maar de werkelijkheid is veel genuanceerder. De Benedictijnse monnik Thomas Pott van de abdij van Chevetogne in België, waar Latijnse en Byzantijnse rites en levensstijl al jaar en dagharmonisch samengaan, heeft vorige maand in Rome met succes een proefschrift verdedigd waarin hij aantoont hoe al eeuwenlang ook de liturgie van de orthodoxe kerken zich voortdurend ontwikkelt, aanpast en verandert. In `Schriftgeleerden' geeft hij een toelichting op zijn onderzoek naar het ogenschijnlijk onverenigbare: hervorming en orthodoxie.

Père Thomas Pott (TP): Een actief ingrijpen van de mens in de structuur van de liturgie heeft wel zeker plaats gehad. Ik heb bestudeerd, hoe dat ingrijpen van de mens er concreet heeft uit gezien, wat hij heeft gedaan en wat dat zegt over zijn relatie met de liturgie.

NS: Als de mens aan liturgiehervorming doet, doet hij dat dan, omdat hij anders is gaan geloven of omdat hij vindt dat het oude geloof een nieuwe uitdrukking moet gaan krijgen, in andere woorden en gebaren gestalte moet krijgen?

TP: Het is heel verschillend en het ligt er ook aan wie er hervormt. Er zijn bijvoorbeeld monastieke liturgie-hervormingen, parochiële hervormingen en kathedrale hervormingen. Je moet altijd kijken wie is degene die erachter zit, welke groep zit erachter. Wat je vaak ziet in de geschiedenis van de Byzantijnse liturgie is dat het charisma van een monnik, zoals bijvoorbeeld Theodorus Studites, een sterke impuls geeft aan een liturgische hervorming of aan een liturgisch beweging, die je achteraf herkent als een liturgische hervorming.
De beweegredenen van de hervormingen kunnen heel verschillend zijn. Er zijn hervormingen of veranderingen in de liturgie geweest, die gemotiveerd waren vanuit de idee dat de liturgie niet meer overeenstemde met wat de mensen precies geloofden. Meestal was het echter een geleidelijk aanpassen of een op de voet volgen.
Bijna altijd zie je dat de liturgie spontaan evolueert en dat het ingrijpen van de mens zich beperkt tot een goedkeuren of een afkeuren van die ontwikkeling door bijvoorbeeld het uitvaardigen van een decreet, het opnemen van een verandering in een nieuw manuscript, of vanaf de 17e eeuw door het uitgeven van een nieuw liturgisch boek.

NS: In de geschiedenis van de Kerk hebben we geweldige strijd gezien om het ware geloof, zoals de verschillende concilies die elkaar te vuur en te zwaard bestreden hebben om te komen tot de formulering van bijvoorbeeld het Credo van de Katholieke Kerk. Daarna hebben we vooral in de Westerse Kerk de strijd gezien tussen theologen, met name in de tijd van de Reformatie. Dat heeft ook de wijze van liturgie vieren beïnvloedt. Zien we zoiets ook in de Orthodoxe Kerken? Een vechten om de waarheid die zijn weerslag vindt in het kerkelijk leven in de liturgie.

TP: In het begin zeer zeker. Bijvoorbeeld, het Credo van Nicea-Constantinopel is in de Byzantijnse liturgie in de 6e eeuw ingevoerd door een monofysitische patriarch om daarmee te laten zien dat hij van het geloof van Nicea-Constantinopel was. De volgende patriarch, een orthodoxe patriarch, kon dat niet zomaar terugdraaien.
Dus op die manier is het Credo in de liturgie gekomen, en zie je dat de theologische polemiek verantwoordelijk was voor die invoering. Later is dat minder duidelijk. In de periode die ik vooral heb bestudeerd, de periode van de 8e tot de 14e-15e eeuw, hebben theologische discussies niet veel invloed op de liturgie gehad.

NS: Welke invloed heeft de tweespalt tussen de Kerk van Constantinopel en de Kerk van Rome gehad op de vormgeving van de liturgie?

TP: Ik denk dat in de periode van de 10e tot 12e eeuw de liturgische families al gevormd waren. Je kunt dan al duidelijk spreken van een Byzantijnse liturgie, van een Romeinse liturgie. En ook het wederzijds onbegrip of het onbehagen dat men voelde naar elkaar toe, was al gegroeid.
Binnen de Byzantijnse liturgie zijn er niet veel zaken die hun oorsprong vinden in de polimiek met andere kerken.

NS: In hoeverre is de Byzantijnse liturgie een klerikale liturgie?

TP: Enerzijds is de Byzantijnse liturgie heel klerikaal en anderzijds helemaal niet. In de Byzantijnse liturgie celebreren als het ware alle mensen mee. Er is natuurlijk een zekere afstand door onder meer de iconostase, maar meestal is er in de Byzantijnse kerken geen echte afstand tussen gelovigen en priester.

NS: Maar een niet-orthodox gelovig mens ervaart toch een zekere afstand tussen de priester en de mensen in de kerk. Is het een ander levensgevoel, een andere mentaliteit die de orthodox denkende en gelovige mens heeft?

TP: Ja, zeker een andere mentaliteit. Maar je kunt ook zeggen dat men in de Latijnse liturgie heeft geprobeerd die afstand te verkleinen, maar dat men niet het beoogde effect heeft verkregen, want liturgie is essentieel ritus en ritus is ook mysterie. En mysterie wordt ook uitgedrukt door symbolische handelingen, ook door afstand. In de Latijnse ritus is het altaar vaak op een verhoging geplaats of er was een communie bank tussen de gelovigen en het altaar. Er was altijd een zekere afscheiding.

NS: Het heilige moet het heilige blijven en niet te dicht bij het profane komen.

TP: Het gaat er in liturgie om, dat het profane heilig wordt. Er zijn echter een aantal stappen die men niet kan overslaan. Daarin werkt liturgie ook pedagogisch: door fysieke objecten of omstandigheden bevindt de mens zich in een situatie die beantwoordt of overeenkomt met zijn geestelijke of theologische situatie.

NS: Is de theologische situatie van mensen in de Orthodoxe Kerk zoveel anders als van mensen in de Westerse kerken, in de Latijnse ritus?

TP: Nee, die is precies hetzelfde, maar wordt misschien anders beleefd. Ik denk dat er in het Oosten veel minder de behoefte is om alles te zien, alles te voelen, alles te begrijpen. Men heeft veel meer het besef in een traditie te staan die overgeleverd is van generatie op generatie, waarin men ingewijd moet worden.
Als ik iets niet begrijp, dan is het niet zozeer dat die ritus niet goed is, maar misschien ben ik zelf ook niet op de hoogte van die ritus. Juist vandaag de dag is het een probleem dat het overbrengen van de traditie van generatie op generatie is onderbroken, zowel in het Westen als in het Oosten.
In Rusland is immers het meegeven van die liturgische traditie door het communisme onderbroken.

NS: Is het niet opmerkelijk, dat in de voormalige Sowjet-Unie, in Rusland en in de andere republieken die daar uit zijn voortgekomen, er weer een geweldige belangstelling is gekomen voor de orthodoxe liturgie? De kerken bloeien daar op en men weet toch vrij gemakkelijk opnieuw aan te sluiten bij de oude traditie.

TP: Maar er zijn ook veel mensen die weer snel ontmoedigd worden. Alexander Men, een belangrijke Russische theoloog en priester, vroeg zich nog voor de val van het communisme af of de Kerk wel in staat zou zijn om haar taak op zich te nemen. En dat is een probleem waar West en Oost met elkaar verenigd zijn, want ook bij ons is het moeizame moment gekomen om de traditie door te geven, terwijl wij tegelijkertijd moeten antwoorden op de serieus kritische vragen van de jeugd.

NS: Zou je je ook kunnen afvragen of secularisatie, modern levensgevoel, moderne verhoudingen in onze samenleving wel samengaan met eeuwenoude liturgieën om daarin je geloof, je geloof in de wereld te beleven? Kun je je geloof in de 21e eeuw beleven in vormen van de 10e, 11e, 12e eeuw?

TP: Die vraag is heel scherp gesteld, waarop je moet antwoorden dat dat niet kan, als die vorm niet de vorm wordt van de 21e eeuw. En hij wordt de vorm van de 21e eeuw, doordat hij door de eenentwintigste eeuwer wordt geleefd. Dus echt geleefd en niet alleen maar als ritueel wordt nagedaan.
Dat is ook weer een vraag die zowel aan de Westerse als aan de Oosterse Kerken wordt gesteld en die ze moeten beantwoorden; namelijk in hoeverre zijn we actueel, in hoeverre is onze liturgie in staat de mensen in het mysterie binnen te voeren. Waarbij men zich altijd moet afvragen of de liturgie voldoende is aangepast aan de gelovigen.
Misschien kan een zeker taalgebruik worden veranderd of moet men misschien een concessie doen in de lengte van de dienst. Dat zijn in feite slechts secundaire vragen.
De belangrijkste vraag is of de mens van vandaag - de Duitsers zeggen `kultfähig' - in staat is een liturgische mens te zijn of is dat al niet meer zo. En als het wel zo is, kan hij dan verder met onze liturgie.

NS: Oftewel de vraag: hoe pastoraal, hoe mensgericht moet de liturgie zijn?

TP: Ik denk niet, dat liturgie op de eerste plaats pedagogisch moet zijn. Mensen hebben er mijns inziens genoeg van om te veel te worden bemoederd in de liturgie of door de liturgie.
Als liturgie een manier van leven is, het uitdrukken op een heel intense wijze van wat ons leven is, dan is het aspect van het mysterie heel belangrijk.

NS: Het hele levensritme van deze tijd lijkt echter haaks te staan op de sfeer, de uitdrukkingsmiddelen van die oude liturgieën. Hoe kan een mens van deze tijd zichzelf daarin herkennen?

TP: Zeker is, dat er een zekere aanpassing moet zijn of een initiatie. Het neerhalen van de liturgie op het niveau van de mens die nauwelijks is voorbereid op wat liturgie is, heeft helemaal geen zin. Daar zou men de liturgie mee kapot maken.

NS: Kan de orthodoxe, de Byzantijnse liturgie de oecumene in de weg staan? Of kan ze juist bijdragen tot de bevordering van die oecumene?

TP: Liturgie kan nooit een sta in de weg zijn; voor geen enkele liturgie. En bij die vraag moet je je ook afvragen, wat is oecumene, wat versta ik daar onder? Als oecumene is: ze moeten maar zo snel mogelijk onze gebruiken accepteren, want dat zijn de enige juiste; ja, dan is het een sta in de weg. Maar dat kan nooit tot iets goeds leiden.
Men kan alleen maar van andere christenen wensen, dat zij zo overtuigd mogelijk en zo oprecht mogelijk hun eigen tradities leven. Of het nu over orthodoxen of over protestanten gaat, of over katholieken.
Men moet geen angst hebben voor zijn eigen tradities, zoals je vaak ziet bij katholieken die als ze met andersgelovigen samenkomen, bang zijn voor een aanatal gebruiken die ze hebben, zoals wierook. Dat mag dan plotseling niet meer.
Het is uitsluitend door heel authentiek zich zelf te zijn, dat men de ander als authentiek zichzelf kan accepteren. En dat is de enige weg van een echte oecumene tussen gelijkwaardigen; en niet alleen een aanpassing van mij aan de ander of van de ander aan mij.

 


©
Uit de "Kroniek van Chevetogne", uitgave van de Stichting Sint Benedictus

 

10:09 Gepost in theologie | Permalink | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.