05-01-09

De vreemdeling

 DE VREEMDELING

 

ORTHODOX PERSPECTIEF

 

Deze uiteenzetting werd gegeven door Metropoliet Stephanos van Tallin naar aanleiding van een colloquium over migratie en integratie, georganiseerd door de raad van Christelijke Kerken van Estland.

Het bevat geen enkele originele tekst, maar is een compilatie van meerdere hedendaagse orthodoxe documenten in het Frans. Dit om aan te tonen dat er op dit vlak een algemene consensus bestaat bij orthodoxen van verschillende afkomst.

« In onze geseculariseerde beschaving waar iedereen de neiging heeft om geïsoleerd te leven met het doel om zich te beschermen tegen alle omringende onzekerheden, is het evident dat de vreemdeling slechts het object kan worden van een bijzonder wantrouwen. Zelfs al wordt hij niet met vijandschap bejegend, dan stoot hij toch op een kille onverschilligheid die hem dreigt te marginaliseren in een maatschappij die voor hem gesloten blijft.

Nochtans is de vreemdeling, de geëmigreerde de gestalte bij uitstek van de bijbelse mens, van het kind van Israël, maar ook, wat we maar al te vaak vergeten, van de christen op weg naar het Koninkrijk. De Apostel Petrus zegt het niet anders wanneer hij schrijft : Geliefden, ik vermaan u als pelgrims en vreemdelingen, u verre te houden van de vleselijke lusten die strijd voeren tegen de ziel (1 Petr.2,11). Ja, wij zijn allen vreemdelingen in deze wereld. Wij zijn allen als Abraham, die zijn land had verlaten zonder goed te weten waarheen hij zou gaan. Dit is de fundamentele act van het geloof : zich losmaken van zijn familie, om op weg te gaan naar het Koninkrijk.

Wij kennen allen de episode in de bijbel van de eik van Mamre en van de beroemde hospitaliteit van patriarch Abraham, die drie jonge vreemdelingen ontvangt. Het zijn engelen die hem in naam van God de geboorte komen melden van zijn zoon Isaac (Gen.18,1-8). Maar houden wij ook het vervolg goed voor ogen, namelijk, dat twee van dezelfde engelen  vervolgens naar Loth zouden gaan, waar ze het risico liepen om door de Sodomieten te worden gelyncht ?  en dit op het moment dat Loth hen zal voorstellen om hen zijn twee eigen dochters te geven om hen te doen afschrikken (Gen.19,9). Dit zal voor Paulus het voorwendsel zijn om te schrijven in zijn brief aan de Hebreeën : vergeet de gastvrijheid niet, want dank zij die gastvrijheid hebben sommigen zonder het te weten engelen ontvangen (Hebr.13,2).

Het respect, de eerbetuiging die wij aan de vreemdeling en de geëmigreerden verschuldigd zijn wordt in het Nieuwe Testament nog duidelijker onderlijnd. Christus zelf drukt zijn voorliefde voor de vreemdeling uit. Herinner u de genezing van de tien melaatsen die onder hen één samaritaan telde : Hij viel op zijn aangezicht neer voor Jezus'voeten, en dankte hem : en dat was de Samaritaan. Heeft men niemand anders terug zien keren dan deze vreemdeling alleen, riep Jezus uit (Lucas 17/18). Zo was het ook met het beroemde « ik was vreemdeling en gij hebt mij opgenomen » (Matt.25,35-45) » van de parabel over het laatste oordeel. Hier zien wij het criterium waarmee we zullen beoordeeld worden. Het criterium die onze intrede in het Koninkrijk zal bepalen zal onze gedraging zijn tegenover de misdeelden, in het bijzonder de vreemdeling.

Onze eeuwige bestemming hangt dus af van onze gedraging ten overstaan van de vreemdeling, die niets anders is dan een geëmigreerde want in elke vreemdeling is Christus verborgen. Ontvang de geëmigreerde ook aan tafel, dan ontvang je Christus zelf; de vreemdeling afwijzen is Christus afwijzen, want uw eeuwig leven hangt af van uw  gastvrijheid of uw vreemdelingenhaat.

Ons engagement mag niet alleen afhangen van een bepaalde moraal, een humanistische of politieke ideologie - hoe eerbaar ze ook mogen zijn - onze houding moet uitgaan van ons geloof. Dit geeft een andere betekenis aan onze daden. In de zojuist geciteerde parabel van het laatste oordeel waar Christus zegt : wat gij aan je naaste hebt gedaan, heb je aan Mij gedaan, stelt Jezus geen categorische imperarief, maar hij vereenzelvigt zichzelf met de arme, met de kleinsten onder Zijn broeders. Door hen te dienen, dienen wij God zelf.

Natuurlijk is er een limiet aan het aantal en de frequentie waarmee wij gasten aan tafel kunnen uitnodigen, of aan het aantal emigranten dat een land kan opnemen. Het is hier niet de kwestie om het onmogelijke te vragen, zelfs al leert de geschiedenis ons dat in vele gevallen het vooral gaat over de kwaliteit van de ontvangst en het respect voor het anders zijn van de andere. Daardoor wordt een land wat het is. Wanneer paulus zegt in de brief aan de Galaten (3,28) dat er geen Jood noch Griek meer is, geen man of vrouw, dan wil hij zeggen dat de Jood en de Griek, de man en de vrouw, blijven zoals ze zijn en zich niet bevinden in een staat van fusie, noch in een dominante staat. Allen zijn geroepen om te leven in een totale gelijkheid. Ik herinner hier aan de twaalf aanbevelingen die zijn voorgesteld door de vertegenwoordigers van de Kerken van gans Europa (Anglikanen, Protestanten en Katholieken) op 8 oktober 2004 te Brussel met als titel « naar een evenwichtige benadering in de europese politiek in verband met migratie en asiel ». Wij hebben hier te maken met een zeer goed document, vatbaar om onze evangelische en theologische benadering van de materie te doen vooruitgaan op een positieve manier.

Daarentegen, wat zeker mag en zelfs moet worden veranderd, is de mentaliteit, onze houding ten overstaan van de emigrant. En anderzijds is het hetzelfde voor hem die emigreert, want hij heeft niet alleen rechten. Hij heeft ook plichten en moet rekenschap geven daar waar hij ontvangen wordt.

Dit alles omdat elk schepsel geschapen is naar het beeld van God, anders gezegd : naar het beeld van de Drie-eenheid. Omdat de mens geschapen is naar het beeld van God kan de mens zich niet autonoom ontwikkelen maar slechts in relatie met anderen. « Wij zijn, schrijft Bisschop Kallistos Ware, geroepen om op aarde de beweging naar een gedeelde liefde voort te zetten, naar de wederzijdse gave van zichzelf, de solidariteit, de dialoog en de wederkerigheid. Op die wijze existeert hij eeuwig in de Drie-eenheid ». Mijn naaste is dus mijn broeder; het is hij die ik overal tegenkom ; die ik probeer uit te nodigen, maar hij laat zich niet doen. Hoever ik ook probeer te vluchten, hij haalt mij terug in, hij is daar, hij kijkt, hij stelt vragen, hij vraagt, hij smeekt, en meestal gebeurt dit zonder woorden.

Mijn naaste is ook hij die mij niet op mijn gemak doet voelen omwille van de hevigheid van zijn wanhoop. « Ik was vreemdeling en gij hebt mij opgenomen», « De Heer beschermt de vreemdeling»...

Het thema van de vreemdeling, herhalen we het nogmaals, is constant aanwezig in de Bijbel, in de psalmen en in het Evangelie. Hoe vele malen komen we in de Bijbel het « gij zult de vreemdeling liefhebben » niet tegen ? Zesendertig maal en wellicht zesenveertig of zesenvijftig maal ? wat heeft het uiteindelijk voor belang, want het essentiële is : op elk moment bij onze naaste een levendige relatie te proberen ontdekken, opdat hij in onze ogen niet meer diegene is « die ons wil bedriegen of wil profiteren van ons », maar een persoon die door God bemind wordt, een persoon rijk door zijn geschiedenis, zijn cultuur, zijn bewustzijn, zijn geloof, iemand die wij willen ontmoeten, leren kennen en dienen.

Dit alles leidt ons tot deze actuele vraag : hoe moeten wij de vreemdeling ontvangen ?

Het gaat er om in hem iemand te zien die vragende is, iemand die nood heeft aan iets, die in een kwetsbare situatie verkeert. Iemand die de beslissing om zijn land en familie te verlaten niet lichtzinnig genomen heeft, en die  zich hier bij ons bevindt als drager van een dubbele boodschap.

De eerste boodschap is dat de geëmigreerde vreemdeling zich bevindt in een situatie van materiële armoede. Wij hebben de roeping om dit appel au serieux te nemen, want het is het appèl dat Christus tot ons richt in het Evangelie : wat gij aan de armen gedaan hebt, dat hebt gij aan Mij gedaan. De tweede boodschap is, dat de vreemdeling ons uitnodigt om ons te verrijken met zijn aanwezigheid en zijn anders-zijn. Het Christendom is de religie van de relatie : relatie met God en relatie met de broeder. De andere is altijd verschillend. Dit verschil hindert ons en is soms onverdraaglijk,  maar het  kan ons ook rijker maken.  Saint-Exupéry schrijft in «Le Petit prince» : «Uw aanwezigheid maakt mij rijker». De vluchteling die in ons land aankomt kan ons rijker maken door zijn culturele verscheidenheid. Het is dus belangrijk dat wij deze gelegenheid niet laten voorbijgaan.

Vandaag, staat de mondialisering ons toe om niet alleen kapitaal, maar ook personen te verplaatsen. Het zou bijzonder onjuist zijn om de verplaatsing van kapitalen te aanvaarden zonder de vrije verplaatsing van personen, die juist omwille van hun verschillen het westen zouden kunnen helpen om een antwoord te geven op de echte vragen die zich stellen. Jacques delors zei dat Europa een ziel moet krijgen en dat Europa zich niet kan waarmaken op basis van een economische en juridische regeling. Europa moet een ziel krijgen, dat is evident. Maar dat is juist haar grote gebrek en daarvoor moet  zij zich inzetten.

Laten wij het doen, laten wij ons hart spreken, ons geweten, zoals de Barmhartige Samaritaan het gedaan heeft in het Evangelie. Laten we ons niet scheiden van hen onder onze broeders die de armsten zijn want wij weten niet op welke wegen van rechtvaardigheid, van waarheid, van vreugde en van liefde zij ons kunnen meevoeren.

Vrede, rechtvaardigheid, delen in de liefde : dit alles wordt ons duidelijk in de beproevingen die wij beleven als de meest constructieve waarden van deze mensheid die op zoek is naar meer menselijkheid. Er zijn zeker nog andere waarden in het innerlijke leven van de persoon. Maar de persoon is essentieel cummunio, zoals God communio is. Het is in deze communio dat de mens zich kan realiseren als beeld en gelijkenis van God, anders gezegd : als gedeïfieerde. En indien de mens als beeld van God, goddelijk is, dan zal hij het des te meer zijn indien hij zich te kennen geeft als beminde en beminnende.

Uit het Frans vertaald door Kris Biesbroeck

De teksten zijn genomen uit :

1. Cyrille Argenti: «N'aie pas peur»  Ed.du Cerf/Le sel de la Terre, Paris-Pully 2002,pp.288-296.

2. Revue SOP - Paris

a. n° 249/juin 2000 : Michel Evdokimov : «La trinité, force vivifiante au

         cœur de notre foi» pp.18-21

b. n° 240/juin 2000 : Tatiana Morozov : «Qui est mon prochain ?»pp.21-25.

c. n°256/mars 2001 : Thierry Verhelst : «Le sacrement du frère», pp.33-36.

d. n°265/Février 2002 : Michel Evdokimov :«Assayons de reconnaître le

Christ en tous ceux qui viennent vers nous», pp30-32.

e. n° 274/janvier 2003 : Georges Khodr : «Le dialogue suppose une osmose  créatrice à l'interieur des sociétés plurielles», pp.20-22.

 

10:41 Gepost in theologie | Permalink | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.