16-02-09

Klein spiritueel compas voor onze tijd

 

Klein spiritueel kompas voor onze tijd

Een boek van Olivier Clément

 Kruis444

« West Europa zit gewrongen tussen de keuze van het niets en de heiligheid, tussen de dwaasheid en de Drie-enheid... Datgene wat in de zogenaamde christelijke maatschappijen kon blijven voortbestaan stort ineen of verinnerlijkt zich. Een ganse jeugd groeit op, begerig naar een eenvoudig geloof, eenvoudig uitgedrukt....» Hoe kan men ten volle zijn roeping van leek in navolging van Christus «in Christus» op zich nemen ? De zorg voor de armen, de dialoog met andere religies en christelijke belijdenissen ?  En vooral, een ander kijk op de dingen, een welwillendheid van het hart.... « Alleen het christendom dat diep en grootmoedig is kan het kompas vormen die ons moet toestaan te zeilen op de oceaan van deze moeilijke en gecompliceerde wereld », aldus Olivier Clément in de klein boekje dat verschenen is bij uitgeverij Desclée de Brouwer, onder de titel «Klein spiritueel kompas voor onze tijd  (Petite boussole spirituelle pour notre temps) (144 pp., 15 €). Het voorwoord is van Andréa RICCARDI, stichter van de Sint Egidiusgemeenschap te Rome. Het werk brengt meerdere essais samen die tot stand zijn gekomen in het kader van deze gemeenschap. Wij geven hieruit enkele goede bladzijden.

De verwereldlijking, is de werkelijkheid waarin we ondergedompeld zijn. De seculiere maatschappij is in zekere zin onze leefomgeving, de lucht die wij inademen, zelfs wanneer wij slapen. Christen zijn vandaag vertrekt vanuit deze vaststelling.

Elke leek ( van het grieks laikos) is lid van de laos, het volk, in ons geval, van het volk van God. Als gedoopte, gezalfd in de Geest (Chrisma), is hij «koning, priester en profeet». Koning, om zijn bestemming te trachten te ordenen in de diepste betekenis van het woord; priester, om als offergave te zijn voor de mensen en de dingen van de wereld; profeet, om zich in te schrijven in het uitzicht op het meer, het andere, in het dagelijks leven van de mensen, en daardoor hun de toekomst te openen.

Er kunnen geen professionelen zijn van het christendom. Men heeft dit wel zo geloofd in de loop van de eeuwen christendom, met de leidende rol die aan  de clerus werd gegeven, en deze van inspiratie en voorbeeld gegeven aan de monniken.

Vandaag nochtans bemerkt men in ons land dat de clerus geen geprivilegieerde oligarchie meer is maar dat ze samengesteld is uit mensen die moeten gedefinieerd worden als dienaars, onder, veeleer dan boven de anderen . Wat het monnikendom betreft, het vormt nog altijd zoals de heilige Johannes Chrysostomos het uitdrukte, een « heilige afwijking », noodzakelijk geworden door de lauwheid van de christelijke wereld. In de 13e eeuw bijvoorbeeld, wanneer gans de Oosterse wereld was gedoopt, betekende zich bekeren monnik worden. Vandaag betekent dit eerder : trachten christen te worden, 't is te zeggen, zich ernstig engageren in de Kerk, in dienst van Christus, en dus, in de kracht van de Verrijzenis, in dienst van de anderen.

Tussen de verwereldlijking en de liturgie,

Een verrassende vruchtbaarheid.

De afstand tussen leken en monniken, negatief voor de eerste, is vandaag een afstand geworden tussen atheïsten, agnostici, gnostiekers (is voor niemand nog negatief) en Christenen die hun christen zijn proberen te beleven.

Een christelijke leek is dus volledig verantwoordelijk ( met alle anderen «een stem in het koor»» zoals Siniavski het zei) voor de Kerk en haar uitstraling. Het is dus goed, zelfs al is het moeilijk, dat hij ondergedompeld  wordt in de seculariteit, waaraan hij deelheeft, hoe weinig het ook is, om de vernietigende neigingen af te wenden en de kiemen van het ware leven in zich te verdiepen.

Gedurende vele jaren, ik heb geschiedenis gedoceerd in een groot lyceum van Parijs. Ik heb nooit getracht om mijn leerlingen te bekeren (ik was ertoe gehouden door mijn plicht als leek), maar ik heb wel getracht om hen wakker te schudden, om hen vragen te stellen, hen op weg te zetten. Hun wegen benaderden dikwijls de mijne, soms ook waren ze verder ervan verwijderd.  Er zijn beroepen waar dit onrechtstreekse getuigenis bijna niet mogelijk is; maar men kan het altijd te kennen geven in de arbeidsrelaties. De liturgie wordt, hoe dan ook, het centrum van ons leven; het gebed, die haar interioriseert en haar doet verder beleven, geeft ons de kracht om niet te vervallen in ontmoediging, bitterheid, en dikwijls om een gebaar te stellen, om een woord te spreken, dat de goede richting oppert.

Er is geen recept, het is het feit zelf van te leven tussen de verwereldlijking en de liturgie die aan ons bestaan een onverwachte vruchtbaarheid kan geven. Er zijn ook, in Sant'Egidio bijvoorbeeld, systematische engagementen in de seculariteit om dit getuigenis uit te dragen. Ik heb dat ook meegemaakt, al werkende en naast mijn professionele activiteiten,  om kleine orthodoxe gemeenschappen die in Frankrijk zelf ontstaan zijn te helpen versterken en om hen te richten op een getuigenis en een samen delen. En ik heb het gevoel dat mijn leerlingen geïnteresseerd waren in mijn lessen, juist omdat zij in mij andere bekommernissen voelden, een openheid op een andere dimensie van het bestaan.

De Bijbel doet ons houden van de actualiteit en de geschiedenis

De Bijbel maakt ons niet vreemd aan de geschiedenis . Hij is integendeel een belangrijke onuitputtelijke bron voor alles wat menselijk is. Hij is de bron van de onbewingbare belangstelling van een mensheid in haar verzuchting naar de volheid en de god-menselijkheid.

Het is Friedrich Hegel die het dagblad in onze theologische problematiek heeft binnengebracht. Voor hem realiseert de Geest, het goddelijke zich in de geschiedenis. Een geschiedenis waarvan het dagblad het symbool is. De lezing van het dagblad, zei hij, vervangt vandaag de dag het morgengebed ( men zou kunnen zeggen dat vandaag de televisie het avond gebed heeft vervangen..) Vervolgens hebben de theologen geprobeerd de zaken te regelen door te zeggen dat een christen de Bijbel in de ene hand moeten houden en het dagblad in de andere.

Men zou in de eerste plaats kunnen leren om de bijbel kritisch te laten bestuderen door de geschiedenis en de geschiedenis door de Bijbel ! De Bijbel kritisch laten bestuderen door de geschiedenis is het ontzaglijk werk van de exegese die de menselijke dimensie van de openbaring bestudeert, de oorsprong van de teksten in hun psychosociologische structuren van een bepaald tijdperk. IN de structuren en niet  de teksten die voorgebracht zijn DOOR de structuren : want de ultieme betekenis, het goddelijke deel , om aan het licht te brengen dat  de traditie niets anders is dan de Heilige Geest die aan het werk is in het Lichaam van Christus, dat ontsnapt altijd aan de geschiedenis ( en dus aan de exegese). Het is niet voor niets dat de laatste editie van La Bible de Jérusalem in voetnoot interpretatiesleutels aanreikt die dikwijls ontleen zijn aan de Kerkvaders.

De ultieme betekenis komt toe aan het spirituele

Het zijn in de grond dezelfde overwegingen die wij terugvinden wanneer het gaat over een kritische studie van de geschiedenis door de Bijbel. Men moet eerst en vooral de geschiedenis op de meest  eerlijkste manier bestuderen, door elke ideologische verklaring uit te sluiten.  Bijvoorbeeld de onderbouw en de bovenbouw van de marxistische vulgaat, in de mate dat alle structuren niet ophouden de één over de andere te domineren. Het is een benadering die bruikbaar kan zijn (economisch, sociaal, psychologisch, religieus), zonder dat één ervan, door middel van een gewetensvolle analyse,de pretentie zou hebben het laatste woord te hebben. Voor mij is hét model in dit domein de historische en religieuze anthropologie van Alphonse Dupront.

Ook hier is de ultieme betekenis, de «mèta-historie» zoals Nicolas Berdaev het gezegd heeft :  tegelijk een globale visie en een overschrijding ervan. Een eschatologische verlichting in het weigeren van  elke «ont-menselijking» door het millenarisme of het messianisme.

Maar men moet antwoorden en niet vluchten. Bemin God  met gans uw wezen, zegt Jezus, en de naaste als uzelf. En deze twee geboden kunnen niet gescheiden worden. De mens en vooreerst de armste, is het sacrament van God voor de mens, zegt de parabel van het laatste Oordeel, hoofdstuk 25 van het evangelie volgens Mattheüs. Iedere keer dat je concreet goed doet aan de kleinsten, heb je het aan Mij gedaan. Men kan «beschouwen» zonder zijn naaste te dienen : God zien in het gelaat van de andere, in het arme en naakte gelaat, zo broos (Emanuel Levinas). Indien er tijdens uw gebed een bedelaar een bol soep komt vragen, twijfel niet, stop uw gebed  en maak een bol soep klaar en geef het hem, heeft een Mystieker ooit gezegd (Meester Eckhart, ik geloof).

En wederkerig : geen dienst van de naaste zonder innerlijke openheid op een ander licht. Alleen dit kan uitputting, vermoeidheid en bitterheid vermijden. Alleen dit kan aan de verbeelding onverwachte initiatieven tot stand brengen die dikwijls door anderen als onmogelijk werden bestempeld....

Een theologie van de vriendschap

Er is in onze samenleving een grote aansporing om aan onszelf te denken. En alleen hieraan. Het is de enige mantra die haar lokroep niet vermindert, zelfs in de grote veranderingen die wij nu moeten ondergaan, deze van de denkbeeldige wereld, van de waanzin van de grote steden, op het einde van het optimisme die volgt op 11 september 2001.

De christelijke broederschap kan alleen maar afstand nemen van een gejaagde, individualistische maatschappij. Het veronderstelt tijd en een zekere graad van communio. Het veronderstelt stil te staan dicht bij de ander. De vriendschap is hier een fundamentele dimensie. In het Oud Testament, is «zijn zonder vriend» verwand met « zijn zonder God ». De mens in een liberale maatschappij heeft slechts zelden vrienden : hij heeft relaties, kennissen , waarvan hij gebruik maakt voor eigen belang. Men vindt anderzijds in het Oude Testament, voornamelijk in het boek Ecclesiasticus  en in het boek der Spreuken een gelijkaardige opvatting van vriendschap : De vriend is een steun, een verdediging, maar weldra wordt alles gedragen door een spirituele opvatting van vriendschap. De horizontale lijn, gericht op het nut, wordt afgesneden door de verticale lijn die de transcendentie aanduidt. Zo is een vriend helpen « een offerande aan de Heer » (spr.14,11), « Een broer die gesterkt wordt door een andere broer is sterk als een vesting » (Spreuken 18,19). De vriendschap tussen David en jonathan staat boven elke utilitaire conceptie : « de ziel van Jonathan hecht zich aan de ziel van David, en Jonathan beminde hem zoals zichzelf» (1 Sam.18,1). Een tragisch element verschijnt, als een vooruitlopen op het kruis .

Jezus realiseert in zich de éénheid van alle mensen. Deze eenheid drukt zich uit in verschillende gradaties van bewustzijn en intensiteit om uiteindelijk uit te monden in de persoonlijke vriendschappen van Christus, vooral met Martha, Maria en Lazarus. Het is betekenisvol, dat de enige volwassene die hij van de dood heeft gered, één van zijn persoonlijke vrienden was, Lazarus. Op de drempel van Zijn lijden, noemt hij de apostelen zijn «vrienden». « Wanneer twee of drie in Mijn Naam verenigd zijn, ben Ik in hun midden» (Matth.18,20).

De vriendschap verschijnt als een voorrecht van de christelijke gemeenschap. Dat wat ook het persoonlijk karakter en niet enkel het gemeenschappijke van de vriendschap van Christus onderlijnt, is, dat Hij Zijn apostelen twee aan twee uitzendt. (...)

De kracht van het gebed

Het is wonderlijk om te zien met welk gemak velen onder ons zich verstoken voelen van het noodzakelijke. Het gaat hier niet om voedsel, maar van het gebed die ons helpt om onszelf terug te vinden, om afstand te nemen en ons dichter te brengen tot het leven en de relaties met anderen in het persoonlijk en gemeenschappelijk gebed. Het is een bron van energie die nooit uitgeput kan geraken.

Het gebed opent de mens op God en opent dus de geschiedenis op God. Tegelijk staat het ons toe om volledig zichzelf te zijn, want in het diepst van zijn wezen is hij in relatie met God, deze God waarvan hij het beeld is. Zo wordt het gebed niet uit ons geboren, maar het is ons gegeven. De Heilige Geest, zegt sint Paulus, bidt in onze harten murmelend «Abba, Vader» (Gal.4,6); Rom.8,15). Zeker «wij weten niet wat we moeten vragen om te bidden zoals het hoort», maar de Geest «komt onze zwakheden te hulp» (Rom.8,26).

Het gebed is altijd dicht bij mij. In een zekere zin is mijn bestaan zelf gebed, maar op een onbewuste manier. Op momenten van crisis, op hoogtepunten of bij een intense stilte kan het gebed opwellen uit het hart. De kerkelijke discipline, het avond en morgengebed, de zondaagse Liturgie, zelfs indien ze beleefd wordt in een zekere dorheid, dragen bij om ons hart te ontlasten van verstrooidheden en zorgen die ons onttrekken aan onze kostbare schat. De meditatie, bij voorkeur uit de Heilige Schrift, kan ons doen openstaan voor de adem van de Geest ( het volstaat om te weerstaan aan de bekoring om voldoening te vinden in zichzelf, in een soort kinderlijke eenwording...) Het gemeenschappelijk gebed, gedragen door de zang, indien zij ten minste niet vervalt in ritualisme of  in de cultus van de schoonheid, is ook een belangrijke weg. Wij zijn geroepen om te worden wat wij in het diepste van onszelf zijn :  «levende gebeden» (André Louf).

Zeker, in onze huidige cultuur is het moeilijk om tot bezinning te komen. Maar wij kunnen elke dag, 's avonds, met de deur gesloten, telefoon afgehaakt, enkele minuten stilte in acht nemen. Wij moeten onze relatie met de tijd losser beleven om meer en meer tijd vrij te maken voor verwondering, om «de eucharistie te beleven in alle dingen», zoals de heilige Paulus het ons heeft gevraagd. (...)

De liturgie is de vurige gloed van Christus die ons vrij maakt

Wij leven in een overdonderend lawaai en zijn soms niet in staat tot een waarachtig woord over onszelf en de anderen, over de schepping. Er is ook een verdovende stilte, maar zij bevindt zich juist in het innerlijke leven. Ook hiervan moet men zich bevrijden.

Het christelijk leven wordt ervaren en voedt zich door de liturgie.  Het griekse woord betekent «het werk van het volk». Zij is immers de communio die God ons geeft in de mate dat wij ze in ons opnemen door Zijn Woord te horen, door het brood in ons op te nemen die Zijn Lichaam is geworden.  In het hart van elke liturgische ontplooiing  bevindt zich de eucharistie, en dit woord drukt onze dankbaarheid uit : eucharistô in het grieks betekent ook nog vandaag eenvoudigweg : dank u.

Zo is de liturgie fundamenteel het celebreren van de verrezen Christus die de Heilige Geest in ons tegenwoordig stelt. Elke officie, hoe kort ze ook mag zijn, is een zonnestraal van Pasen. Wij aanvaarden het in vriendschap en verzoening, het vereist een «vredeskus». De liturgie is noodzakelijk persoonlijk en noodzakelijk gemeenschappelijk, over de grenzen van elke passiviteit en eenzaamheid heen. Zij offert onze zorgen en ons lijden, zij biedt ons de grote zon die God is aan, en maakt ons vredig en geneest ons. Ze geeft ons ook de sterkte - hoe weinig het ook mag zijn - om te bedaren en te genezen. (...)

De wereld is geschapen om eucharistie te worden. (...) Er is in het hart van de dingen een stille celebratie. Het is aan de mens om er op in te gaan. God vraagt in Genesis om de levenden een «naam te geven ». Want de mens is tegelijk van de hemel en van de aarde.  En God heeft de wereld aan de mens gegeven opdat de twee, God en mens, van de wereld één groot liturgisch gedicht zouden maken (...)

Christus is niet alleen het hoofd, aldus een byzantijns mystieker uit de 14e eeuw, Nicolas Cabasilas, maar hij is ook het hart van de Kerk. Door de eucharistie wordt Hij ons hart. In dit hart, waar het vuur voortaan brandt, is het van belang dat de intelligentie van het hoofd en de vervoering  van de eros zich transformeren in  de smeltkroes van Christus. Dan opent zich, wat de oude asceten noemden het «oog van het hart», het «oog van het vuur», en dit oog, deze kijk openbaart in de menselijke relaties evenals in de relatie tussen de mens en het universum uiterst kleine dingen die nochtans oneindige eucharistische mogelijkheden inhouden.« Brengt dankzegging voor alles» 't is te zeggen verwezenlijkt eucharistie, zegt de apostel (1 Thess.5,18). Het is wellicht de beste definitie van het christelijk leven.

Een grote nood aan het Evangelie

Er is een grote nood aan het Evangelie in onze maatschappijen. Hoe meer het het patrimonium is geworden van een minderheid, hoe meer we er nood aan hebben, niet als een beknopt handboek van tegengestelde waarheden, maar veel meer als een taal die de absolute liefde van de vader uitdrukt voor de zoon die gans zijn bezit had verkwanseld en zonder enig bezit overbleef.

In de geseculariseerde en ontwikkelde maatschappij ontwikkelen zich tegelijkertijd fenomenen die in contradictie schijnen te zijn met elkaar, maar die sterk met elkaar verbonden zijn :  een gekleurde onverschilligheid  en een zekere vijandschap tegenover het christianisme (...); een verwarrende ideologische handel die het succes van het geld, het verlangen en het vermaak ophemelen (...);  ongebreidelde ideologieën die het accent leggen op de éros en de cosmos, op wetenschappelijk gefundeerde meditaties (...). het gemeenschappelijk punt is het zoeken naar een geheel van gevoelstoestanden, wellicht het hoogtepunt van narcisme; de groeiende oppositie tussen het rijke Noorden en het arme Zuiden. (...)

In deze context kan het getuigenis van het Evangelie slechts gaan via het bewustzijn, de vrijheid. Ook via een strijd voor een betere herverdeling van de bronnen van de planeet. Via het voorbeeld en het leven (...)

Gaan naar een nieuwe heiligheid

Wij moeten gaan naar een nieuwe heiligheid, open zowel op de Geest als op gans de complexiteit van het sociale, culturele en kosmisch leven. Maar in dit kader eist het getuigenis ook een grondige verandering van zijn inhoud. Wij maken een fundamentele wijziging mee in het beleven van het christendom.  Een vernieuwd nadenken over het kwaad dient zich aan, over de God van de kénose, over de notie zelf van almacht - en dus over de hel (...)-, over de geschiedenis en de eschatologie, over de eros en over de cosmos, over de persoon en de communio, en dit in het licht van de Drie-eenheid die tegelijk volheid van de eenheid en volheid van de verscheidenheid is. Er moet eveneens een nieuwe bezinning komen over de techniek : want niet alles wat mogelijk is, is ook wenselijk.

De christelijke monniken van Oost en west kunnen ons veel zeggen. Zij kennen de wegen naar de «plaats van het hart», maar zij plaatsen de innerlijkheid altijd in het perspectief van de communio en de kennis in het perspectief van de liefde. De innerlijkheid heft het mysterie van de ander niet op maar openbaart het. Het gezicht en het oneindige zijn gedeeltelijk verbonden. Men moet dus, naar mijn mening, het moderne humanisme onderzoeken en tegelijk de nabijheid van het mysterie in de innerlijkheid levend houden, zoals de kosmische symbolen. Er is geen oppositie tussen deze twee bewegingen van het hart en de geest, zelfs indien wij in het Westen gewoon zijn een soort van natuurlijk scheiding te zien tussen de ruimte van God en de ruimte van de mens alsof het mogelijk was om er een scheidingslijn door te trekken. Maar indien de scheidingswand die er bestaat tussen de eisen om God te ontmoeten door de mens te miskennen of de mens te begrijpen door abstractie te maken van God, afgebroken wordt, zal men ontdekken dat de kosmos en de geschiedenis de enige mogelijke plaatsen en de taal zijn voor hun ontmoeting (...)

Uit SOP 334 - Januari 2009

Vertaling : Kris Biesbroeck

 

De commentaren zijn gesloten.