25-02-09

Het sacrament van het berouw en de Biecht

HET SACRAMENT VAN HET BEROUW EN DE BIECHT


 

confession

Pastorale bijeenkomst over dit thema te Parijs

 

 Een pastorale bijeenkomst van de clerus van het aartsbisdom van de russische parochies in West Europa (oecumenisch patriarchaat)) werd gehouden in het instituut Sint Serge, de 25e mei, 2006 onder het voorzitterschap van Aartsbisschop Gabriël, die dit diocees leidt.

De bijeenkomst had als thema : "Het sacrament van berouw en de praktijk van de biecht".  In totaal waren er een zestigtal priesters, diakens, leken, leden van de  aartsbisschoppelijke raad, professoren en studenten van het instituut Sint Serge, alsook afgevaardigden van het servisch bisdom en het roemeens bisdom in Frankrijk aanwezig. Zij waren voor deze gelegenheid speciaal uitgenodigd, om deel te nemen aan deze dag van gebed, bezinning en uitwisseling van ideeën. De bijeenkomst werd geopend in de Kerk van  Sint-Serge met een eucharistische liturgie, voorgegaan door aartsbisschop Gebriël. Op het einde van de dag heeft Michel SOLLOGOUB, secretaris van de aartsbisschoppelijke raad en professor aan de universiteit van Parijs I - Panthéon informatie gegeven over het leven van het aartsbisdom. Hij heeft kennis gegeven van een aantal bijzondere, recente gebeurtenissen, die voor hem wijzen op zoveel "tekenen van vitaliteit". ( inwijding van nieuwe kerken, de aanwezigheid van nieuwe bedienaars, de ontwikkeling van de electronische communicatie, het inrichten van een catechese voor de nieuwe emigranten uit Oost Europa). Hij is ook ingegaan op de meer "bedroevende problemen" , zoals de poging van het patriarchaat van Moscou en van de Russische Federatie om zich meester te maken van de kerken van Biarritz en van Nice.

  Na de liturgie, in de loop van de morgenzitting, werden drie onderrichtngen gegeven aan de deelnemers. André LOSSKY, professor aan het instituut Sint Serge heeft een uiteenzetting gegeven over : "De biecht : enkele historische kenmerken en hun betekenis voor vandaag". Hij onderscheidt drie periodes in de praktijk van het berouw in de kerk. Hij heeft eraan herinnerd dat er in de beginperiode van  de Kerk , na zware fouten, geen terugkeer mogelijk was tot de communie . Men moet wachten tot de 3e-4e eeuw, tot de patristieke getuigenissen een bewustwording  kenbaar maken van een mogelijk berouw door middel van een persoonlijke inwendige biecht. De tweede periode, vanaf de 6e eeuw, wordt gekenmerkt door de verschijning van de ascetische codexen van monastieke oorsprong, genoemd "Nomocanons". Deze canons hadden een dubbele invloed, de één positief, in de mate dat zij er niet alleen in bestonden de zware fouten te herkennen, maar "een instrument werden voor het zoeken naar volmaaktheid of onze opgang naar God", het andere , negatief , in de mate waarin men  nogal vlug de regels welke de straffen voorschreven in functie van de zwaarte van de fouten, op een "legalistische"wijze werden toegepast. De derde periode, vanaf het begin van de 17e eeuw, is in Rusland althans gekenmerkt door het introduceren van een latijnse absolutie-formule, volgens dewelke de biechtvader spreekt in de eerste persoon. Dit versterkt nog het juridisch karakter van de biecht. Als conclusie heeft André LOSSKY nog onderlijnd dat, onder de "positieve invloed" van de Nomocanons, de biecht moet worden opgevat als een "therapeutische act" die als functie heeft : de " reïntegratie in de Kerk" van hem die door de zonde van God was verwijderd. Het gaat dus om een 'daadwerkelijke ervaring van de oneindige barmhartigheid van God , doeltreffend en concreet , weg van elke vorm van juridisme" aldus de spreker..

  In de tweede onderrichting, heeft Vader Nicolas OROLINE, professor aan het instituut Sint Serge een reflexie gegeven over "drie symptomen van een diepe crisis" van de biecht. Hij heeft vooreerste de noodzakelijkheid onderlijnd om het misverstand uit de weg te ruimen tussen de band die vandaag de dag ipso facto bestaat tussen biecht en communie. De regelmatige communie is verbonden met het koninklijk priesterschap, ontvangen door alle gedoopten, er is geen enkel verschil tussen clerici en leken. "Onder westerse invloed denken té veel mensen dat alleen de priester elke zondag mag communiceren zonder voorafgaande biecht", aldus de spreker, terwijl de clerici in werkelijkheid niets anders doen dan de praktijk van de oude Kerk bestendigen. " Men kan er zich vandaag de dag alleen maar in verheugen, dat meer een meer gelovigen de frequente communie beoefenen". Maar dit heeft het verergeren van een  "een gevoel van onbehagen betreffende de biecht", als paradoxaal  logisch  gevolg. Volgens Vader Ozoline, wordt dit fenomeen verklaard door twee strekkingen.

De eerste strekking heeft te maken met een zuiver "juridische " benadering, waar de biecht wordt opgevat als een opsomming van overtredingen, en de absolutie als een "magische formule", die zou werken "zelfs onafhankelijk van de gesteldheid van de penitent". De tweede benadering is van "psychoanalitische" orde, zij herleidt de biecht of tot een "analyse", of tot een "spiritueel gesprek". In beide gevallen, is de biecht beroofd van haar betekenis, want, in het sacrament van het berouw, is de priester geen "voorspreker", maar "een getuige en een bemiddelaar bij God".

  Vader Nicolas Ozoline is vervolgens ingegaan op het fenomeen van de "mladostertsy" ( russische term om zeer jonge priesters aan te duiden die zich ten onrechte de rol van bekwame geestelijke vaders aanmatigen), een verschijnsel welke hij heeft gedefinieerd als een poging van sommige jonge priesters, om een macht over de biechtelingen uit te oefenen. Het gaat hier om een wijd verspreide ontsporing in Rusland sinds de val van het communisme en die officieel is veroordeeld door de patriarch van Moscou ALEXIS II en door de heilige synode. Hij heeft nochtans geconstateerd dat deze afwijking  "inherent is  aan het systeem", want in de actuele russische Kerk zijn de jonge priesters, vanaf het begin van hun ambt "gedwongen om te biechten zonder pastorale of spirituele ervaring". Dit was niet zo in het oude Rusland (vóór de 18e eeuw), evenmin is dit het geval in de actuele praktijk van de orthodoxe Kerken van Griekenland en het Nabije-Oosten, waar nog altijd de instelling bestaat van de "pneumatikoi" (in het russisch "doukhovniki"), de "biechtvader, vertrouwensman". Dit zijn priesters welke een bijzondere zegen van de bisschop hebben ontvangen om biecht te horen. "Ik zou willen pleiten voor  de geleidelijke terugkeer naar het systeem van de "doukhovniki"  binnen ons aartsbisdom", was zijn conclusie, eraan toevoegend : "Het zou ook een dienst betekenen aan hen die in Rusland zich daarvoor inzetten, en dit met vele moeilijkheden; want vanaf het moment dat men spreekt van veranderingen, zijn er oppervlakkig reacties van wantrouwen en verwerping".

  De derde overweging werd  gegeven door Vader Michel FORTOUNATTO, vroeger priester te Londen, nu op rust in de buurt van Vichy (Allier). Hij had het over de "Spirituele en theologische betekenis van het berouw" Hij heeft vooreerst de nadruk gelegd op de "dynamiek van het berouw" die zich plaatst "tussen zonde en vergeving". Het gaat dus om een beslissend moment, of juister gezegd over een moment van daadwerkelijke "bekering". Het berouw is een  ontologisch fenomeen waar het gevallen schepsel zoekt om genezing en om het goddelijk beeld in hem te hervinden". Vertrekkende vanuit talrijke citaten van de Kerkvaders, maar ook van de Heilige Silouan de Athoniet (20e eeuw), heeft hij getoond hoe het appèl van de berouwvolle mens zich manifesteert, Gods trouw in acht nemend. :"God vergeeft ons en geneest ons door zijn eindeloze liefde". Het berouw is "een tweede genade, gegeven na de doop" (Heilige Isaak de Syriër), waardoor de gevallen mens zich transformeert, van "een staat van verval" naar "een staat van onverstoorbaarheid". Vader Michel Fortounato heeft onderlijnd, dat het berouw geen geïsoleerde daad is die gepaard gaat met de biecht . Zij moet "aanwezig zijn in alle etappes op de geestelijke weg". De Heilige Isaak de Syriër  parafraserend, zou men kunnen zeggen dat "wij berouw nodig hebben gedurende de vierentwintig uren van de dag".

  De onderrichtingen hebben  de gelegenheid gegeven tot een debat over onderwerpen zoals :het onderscheid tussen het sacrament van het berouw en de openheid van gedachten, het onderscheid tussen de priester biechtvader en de geestelijke leider, de noodzaak van een spirituele rijpheid om biechtvader te zijn maar ook om priester te zijn, de betekenis van het gewijde ambt en de charisma's binnen de Kerk , de plaats van de biecht als een kerkelijke daad in het kader van de parochie en vooral van de zondagse liturgie, plaats van samenkomst bij uitstek.... De namiddagzitting was gewijd aan ateliers rond reflexie en discussies over verschillende thema's : "De praktische vormen van de biecht", "Biecht en eucharistische communie", "biecht van de jongeren" enz..

Vrij vertaald uit SOP 310 - Juli/Augustus 2006

door Kris B

De commentaren zijn gesloten.