27-03-09

4e zondag in de vasten : Johannes Climacos

4e zondag in de vasten

Zondag van de Heilige Johannes Climax

 

 CLIMACOS The_Ladder_of_Divine_Ascent_Monastery_of_St_Catherine_Sinai_12th_century

 

 Hebr.4,14-5,1-6

Jezus, onze hogepriester
     4 :[14] Nu wij een verheven hogepriester* hebben, een die de hemelse* sferen is doorgegaan, Jezus, de Zoon van God, moeten wij vasthouden aan onze belijdenis. [15] Want* wij hebben een hogepriester die in staat is om mee te voelen met onze zwakheden; Hij werd zelf op allerlei manieren op de proef gesteld, precies zoals wij, afgezien dan van de zonde. [16] Laten wij daarom vrijmoedig naderen tot de troon van Gods genade, om barmhartigheid en genade te vinden en zo hulp te krijgen op de juiste tijd.

5 : 1] Want* elke hogepriester wordt genomen uit de mensen en aangesteld voor de mensen, om hen te vertegenwoordigen bij God, om gaven en offers op te dragen voor de zonden. [2] Hij is in staat onwetenden en dwalenden geduldig te verdragen, omdat hij ook zelf aan zwakheid onderhevig is; [3] daarom moet hij, als hij offers voor de zonden opdraagt, evengoed aan zichzelf denken als aan het volk. [4] En niemand kan zich die waardigheid aanmatigen; men moet evenals Aäron door God geroepen worden.
     [
5] Zo* heeft ook Christus niet zichzelf de eer van het hogepriesterschap toegekend; dat heeft God gedaan, die Hem zei: Mijn Zoon ben jij, Ik heb je vandaag verwekt. [6] Zoals Hij ook elders zegt: Jij bent priester voor eeuwig, op de wijze van Melchisedek

Marcus 8,34-9,17-31

8 : 34.Hij riep de menigte met de leerlingen bij zich en zei tegen hen: 'Als iemand achter Mij aan wil komen, laat hij dan met zichzelf breken, zijn kruis opnemen en Mij volgen. [35] Want wie zijn leven wil redden, zal het verliezen. Wie zijn leven verliest vanwege Mij en de goede boodschap*, zal het redden. [36] Want wat baat het een mens heel de wereld te winnen maar zichzelf schade toe te brengen? [37] Want wat kan een mens geven in ruil voor zichzelf? [38] Want wie zich schaamt voor Mij en mijn woorden te midden van deze overspelige en afvallige generatie, over hem zal ook de Mensenzoon* zich schamen wanneer Hij, bekleed met de heerlijkheid van zijn Vader, komt met de heilige engelen.' 9 :1. Ook zei Hij hun: 'Ik verzeker u, er zijn er hier die de dood niet zullen proeven voordat ze hebben gezien dat Gods koninkrijk met kracht gekomen is.'

Hebr.4,13-20

 [13] Geen schepsel is voor Hem verborgen, alles ligt open en bloot voor de ogen van Hem aan wie wij rekenschap hebben af te leggen.

Jezus, onze hogepriester
     [14] Nu wij een verheven hogepriester* hebben, een die de hemelse* sferen is doorgegaan, Jezus, de Zoon van God, moeten wij vasthouden aan onze belijdenis. [15] Want* wij hebben een hogepriester die in staat is om mee te voelen met onze zwakheden; Hij werd zelf op allerlei manieren op de proef gesteld, precies zoals wij, afgezien dan van de zonde. [16] Laten wij daarom vrijmoedig naderen tot de troon van Gods genade, om barmhartigheid en genade te vinden en zo hulp te krijgen op de juiste tijd.

Lucas 9,17-31

17] Ze hadden allen volop te eten, en wat er overschoot werd opgehaald, twaalf manden vol.

Het lijden van de Mensenzoon en zijn volgelingen
     [18] Eens was Hij aan het bidden, alleen zijn leerlingen waren bij Hem. Hij stelde hun de vraag: 'Wie zeggen de mensen dat Ik ben?' [19] Zij antwoordden Hem: 'Johannes de Doper, volgens anderen Elia, en weer anderen zeggen dat een van de oude profeten is opgestaan.' [20] Daarop zei Hij hun: 'En jullie, wie zeggen jullie dat Ik ben?' Petrus antwoordde: 'De Messias van God.' [21] Hij verbood hun echter nadrukkelijk hierover met iemand te praten [22] en zei: 'De* Mensenzoon moet veel lijden, Hij moet door de oudsten, hogepriesters en schriftgeleerden worden verworpen en ter dood gebracht; en op de derde dag zal Hij worden opgewekt.' [23] Met het oog op allen zei Hij: 'Als iemand achter Mij aan wil komen, laat hij dan met zichzelf breken, dagelijks zijn kruis opnemen en Mij volgen. [24] Want wie zijn leven wil redden, zal het verliezen, maar wie zijn leven om Mij verliest, die zal het redden. [25] Wat immers baat het de mens als hij de hele wereld wint, maar zichzelf verliest of schaadt? [26] Want over ieder die zich voor Mij en mijn woorden schaamt, zal de Mensenzoon zich schamen wanneer Hij komt in zijn heerlijkheid en die van de Vader en de heilige engelen. [27] Naar waarheid zeg Ik jullie: er zijn er hier die de dood niet zullen proeven voordat ze het koninkrijk van God hebben gezien.'

Jezus met Mozes en Elia
     [28] Ongeveer een week na deze woorden nam Hij Petrus, Johannes en Jakobus mee en ging Hij de berg op om te bidden. [29] Terwijl Hij aan het bidden was, veranderde Hij van uiterlijk en werden zijn kleren stralend wit. [30] Ineens waren er twee mannen met Hem in gesprek. Het waren Mozes en Elia, [31] die in heerlijkheid verschenen en over zijn heengaan* spraken, de voleinding van zijn leven in Jeruzalem.

 De heilige Johannes Climacos

 Climakos%2C_Jerzy_i_B%C5%82a%C5%BCej



Feestdag op 30 maart
Gedachtenis op de IV de zondag van de grote vasten


"De stroom van uw tranen heeft de onvruchtbare woestijn doen bloeien,
en door uw zichten uit de diepte heeft uw arbeid honderdvoudig vrucht
gedragen.
Zo zijt gij, onze heilige Vader Johannes, een ster geworden,
die heel de wereld verlicht door uw wonderen.
Bid tot Christus, onze God, om onze zielen te redden"
(troparion in toon 8)

1. zijn leven

Men kan het leven van de heilige Johannes van de
ladder een lofzang noemen. We kunnen hem typeren
als een man van gebed en beschouwing. "Want
Johannes was genaderd tot de geheime berg waartoe
de niet-ingewijden geen toegang hebben, en opgevoed
in de stadia van het geestelijke leven, had hij het
visioen (van God) en de door Hem geschreven wet
ontvangen." Hij is een soort nieuw gemanifesteerde
Mozes. Men weet weinig over zijn leven. Alles wijst
er op dat hij gestorven is in het midden van de VIIde
eeuw. Hij kwam zeer jong toe in de Sinaï en bleef er
gans zijn leven. Hij was er gedurende vele jaren in de
leer bij een geestelijke vader. Na diens dood leefde Johannes als kluizenaar in
een niet zo verafgelegen maar wel eenzame grot. Hij was reeds hoog bejaard
toen hij tot higoumen van het klooster werd verkozen. Hij was dit voor korte tijd
en keerde terug naar het kluizenaarsleven

1. De Ladder van de heilige Johannes Climacos

Toen hij kloosteroverste was schreef hij zijn Ladder, "een boek dat genoemd
wordt: de tafels van de spirituele weg", "voor de opbouw van de nieuwe
Israëlieten, te weten de nieuwkomers die het spirituele Egypte en de oceaan van
het bestaan hadden verlaten". Het is een systematische beschrijving van de
normale monastieke weg, volgens de stadia van de spirituele volmaaktheid.


Fundamenteel hierin is precies het systeem: de idee van een logische en
regelmatige voortgang in de ascetische strijd. De Ladder is geschreven in een
eenvoudige, bijna volkse taal. De auteur houdt van vergelijkingen aan het
dagelijkse leven ontleend, hij houdt van spreuken en gezegden. Hij schrijft zijn
persoonlijke ervaring neer. Toch blijft hij steeds steunen op de traditie, op het
onderricht van de "door God geïnspireerde vaders". Hij refereert naar de vaders
uit Kappadocië, naar Nilus en Evagrius, naar de Apoftegmata en naar een
Cassianus en een Gregorius de Grote in het Westen. De Ladder eindigt met een
"Brief aan de herder" waar Johannes het heeft over de plichten van de
kloosteroverste.


De Ladder is het te lezen boek bij uitstek en dit niet enkel
in de kloosters. Het bewijs is het grote aantal kopijen in
oost en in west.

Het plan van het boek is zeer eenvoudig. Het is bepaald
door de logica van het hart, eerder dan door de logica van
de geest (verstand). De praktische raadgevingen worden
gestaafd door de psychologische analyse. Elke vereiste
moet worden uitgelegd. Dit betekent dat hij die de ascese
beoefent duidelijk moet weten waarom deze of gene
vereiste hem aangereikt wordt en waarom dat in deze
logische volgorde gebeurt. Vergeten we niet dat Johannes
speciaal voor monniken schrijft en dat hij steeds de levensomstandigheden in de
kloosters voor ogen heeft.

De eerste vereiste van het monachisme is te verzaken aan al wat van de wereld
is. Het verzaken (aan de wereld) is slechts mogelijk door de vrijheid, de vrije
wil, en deze vrijheid is de essentiële waardigheid van de mens. De zonde bestaat
erin God vrijwillig af te wijzen of van zich van Hem te verwijderen. Deze
ontkenning van het leven, dat is de vrijwillige dood, een soort van ingestemde
zelfmoord.

De ascetische strijd bestaat erin zich tot God te keren in alle vrijheid en met heel
zijn wil, bestaat erin Christus te volgen en na te volgen. Het is dus anders
gezegd steeds zijn wil richten en zich naar God keren. Het hoogtepunt van de
ascese wordt beleefd in het monachisme. "De monnik is een permanent geweld
aan de natuur aangedaan en het onophoudelijk bewaken van de zinnen. Het
verzaken aan de wereld moet totaal en absoluut zijn: "het verwerpen van de
natuur om de goederen te ontvangen die hoger zijn dan de natuur". Dit is een
zeer belangrijke tegenstelling: het "natuurlijke" wordt doorbroken ten voordele
van het boven-natuurlijke en is niet vervangen door het tegen-natuurlijke. De
opdracht van de ascetische strijd bestaat erin de natuurlijke vrijheid te
sublimeren (op te tillen), maar dit betekent niet het bevechten van haar
authentieke wetmatigheden. Het is daarom dat alleen de ware motivaties en het
waarachtige doel het verzaken (aan de wereld) en de ascetische strijd
rechtvaardigen. De ascese is een middel, niet het doel. En de ascetische strijd
bereikt slechts zijn volmaaktheid wanneer Jezus Zelf komt en de steen van de
deur van het verharde hart komt wegrollen. Zoniet is de ascese steriel en ijdel.

De opdracht ligt niet in het verzaken zelf, maar in die vereniging met God die
slechts realiseerbaar is doorheen een authentiek verzaken, te weten het vrij-
komen van de wereld, Het vrij-komen van de hartstochten en neigingen, van de
gehechtheden en de aantrekking van de wereld teneinde de apatheia te vinden
en te verwerven. In de ascetische strijd zelf is de motor van het proces het
belangrijkste: i.e. de liefde voor God en de bewuste keuze. Voor het overige kan
zelfs de onvrijwillige strijd vruchtbaar zijn: verzaken naargelang de
omstandigheden (het vragen). Ook als men (tot verzaken) gedwongen wordt,
want de ziel kan ook plotseling ontwaken.

"En welk is de wijze en trouwe monnik, die de vurigheid tot aan het einde van
zijn leven heeft bewaard zonder deze uit te doven, en die, tot op het einde van
zijn leven, elke dag onophoudelijk dit vuur in het vuur aanwakkert, deze
vurigheid in de vurigheid, deze ijver in de ijver en dit verlangen in het
verlangen?". Het is met andere woorden niet zozeer het los staan ten opzichte
van de wereld, dan wel het brandende verlangen om naar God uit te gaan, dat
van belang is. Het verzaken bereikt zijn volmaaktheid in het spirituele
omzwerven. De wereld moet vreemd worden en vreemd voorkomen. "Het
(geestelijk) omzwerven bestaat erin alles achter zich te laten, zonder erop terug
te komen, wat, in het vaderland, ons tegenwerkt in onze inspanning voor de
vroomheid." Het is de weg naar het zo verlangde goddelijke. En het feit van zich
tot vreemdeling te maken is enkel te rechtvaardigen om "de eigen gedachte
onafscheidbaar te maken van God". Anders zou de pelgrimstocht naar God een
ijdele omzwerving zijn zonder doel.

Het (geestelijk) omzwerven moet zich niet voeden met de haat voor de wereld
en voor diegenen die in de wereld blijven maar enkel met de oprechte liefde
voor God. Werkelijk, deze liefde is exclusief en dooft zelf de liefde voor de
ouders. En het verzaken moet onvoorwaardelijk zijn: "Trek weg uit uw land, uw
ras en het huis van uw vader" (Genesis XII,1). Maar, deze "haat" voor wat in de
wereld achtergelaten is, is een "haat zonder hartstocht". Het monachisme is een
uittocht uit het "vaderland". Dit is uit de sociale omgeving waarin ieder zich
bevindt uit hoofde van zijn geboorte. Het monachisme is de verleidingen en
geneugten vluchten. Men moet een nieuw milieu creëren en gunstige
omstandigheden voor de ascese: "Dat uw vader diegene is die met u kan en wil
zwoegen om de zware last van uw zonden te dragen". Deze nieuwe levensorde
komt tot stand in alle vrijheid. Niettemin is het belangrijk eens te meer te
verzaken: nu aan de eigen wil, maar niet aan zijn vrijheid. Het gaat hier over het
stadium van de gehoorzaamheid.

Gehoorzamen is niet de vrijheid verstikken, maar de wil transfigureren, zijn
neiging voor hartstochten in de wil zelf overstijgen. "De gehoorzaamheid is het
graf van de eigen wil en de opstanding van de nederigheid". Het is "een leven
vreemd aan de nieuwsgierigheid" of "een daad die niet beproefd wordt". (...) De
gehoorzaamheid wordt gerechtvaardigd door het geloof in en de hoop op de hulp
van God. De onwankelbare hoop is de poort die leidt tot de passieloosheid. (...)
De gehoorzaamheid is een anticipatie van de waarachtige apatheia. "De
gehoorzame, als een dode, weerspreekt niet en argumenteert niet, noch ten
aanzien van wat goed is, evenmin ten aanzien van wat slecht lijkt". (...)

De innerlijke strijd gaat via het berouw. Of juister gezegd: het berouw of de
droefheid over de zonden is het eigenlijke (spirituele) element dat de ascese
mogelijk maakt. Het berouw is verbonden met de gedachtenis van de dood. Het
gaat hier over de spirituele anticipatie van de dood en in zekere zin al een
"dagelijkse dood". De waarachtige "gedachtenis van de dood" is slechts
mogelijk door de totale afwezigheid van hartstochten en het volmaakte verzaken
aan de (eigen-) wil. Er is geen vrees in deze gedachte. En dit is een gave van
God.

De volgende stap zijn de tranen en de tranen van vreugde. "Het berouw is de
vernieuwing van het doopsel" en de tranen zijn meer dan het doopsel. "De bron
van de tranen na het doopsel is meer dan het doopsel", hoe paradoxaal dit ook
moge zijn. Want de tranen zuiveren onophoudelijk de zonden die begaan
worden. Er zijn tranen van vrees en tranen die de barmhartigheid afsmeken; en
er zijn ook de tranen van liefde, die getuigen dat het gebed werd verhoord. "Wij
zullen niet beschuldigd worden, mijn broeders, omdat wij geen wonderen
hebben verricht, niet omdat wij geen theologie hebben bedreven, niet omdat wij
geen visioenen hebben gehad. Maar zonder enige twijfel zullen wij rekenschap
moeten geven aan God omdat wij niet zonder ophouden onze zonden hebben
beweend".
"Gij waart een bewoner van de woestijn en hebt daar geleefd
als een Engel in het vlees. Wonderbaar hebt gij allen bijgestaan,
heilige Goddragende Vader Johannes:
door uw vasten, uw waken en uw gebed
hebt gij de hemelse genadegaven ontvangen.
Gij geneest de zieken en de zielen van hen die gelovig tot u komen.
Ere zij Hem, Die u kracht heeft geschonken,
ere zij Hem Die u gekroond heeft;
ere zij Hem, Die door u aan allen genezing schenkt"
(Troparion in toon 1)

De apatheia, het doel van de ascese

Het doel van de innerlijke ascetische strijd is de apatheia te verwerven, de
afwezigheid van hartstochten. De innerlijke opdracht om dit op gang te brengen
herleidt zich tot het onophoudelijk doven van de hartstochten. Het is
noodzakelijk erop gericht te zijn en erin te slagen om, in zichzelf, de beweging
en het ontwaken van de hartstochten een halt toe te roepen.

Voor alles moeten we de neigingen tot toorn (woede) overstijgen, dit "onweer
van het hart"; we moeten de afwezigheid van toorn verwerven, de
zachtmoedigheid, de vrede en de stilte. Voor de heilige Johannes Climacos, is de
toorn gebonden aan de eigenliefde. Daarom definieert hij de afwezigheid van
toorn als "het onlesbare verlangen naar vernederingen" en de zachtmoedigheid
als "een onwrikbare gesteldheid van de ziel die gelijk blijft aan zichzelf in de eer
en de oneer".

Nog hoger (op de ladder) staat de volmaakte afwezigheid van wrok, naar het
beeld van de zachtmoedigheid van Jezus. Men moet er zich totaal van
onthouden te oordelen. "Voor hen die zondigen, bid in het geheim: deze vorm
van liefde is God aangenaam". Oordelen en veroordelen passen niet bij diegenen
die zich berouwen. "Oordelen betekent zich op hoogmoedige wijze de rang van
God eigen maken". Want de mens kan niet alles kennen, en zonder alles te
kennen gaat men vluchtig oordelen. "Zelfs als gij met uw eigen ogen iemand
ziet die zondigt, oordeel hem niet. Want vaak gaan zelfs de ogen bedriegen".

De heilige Johannes Climacos spreekt vaak over hoe men de zinnelijke
begeerten kan overwinnen en de zuiverheid kan bereiken. De bron van de
zuiverheid is in het hart. De zuiverheid overstijgt de menselijke krachten, zij is
een gave van God, zelfs indien zij bekomen wordt door de ascese.

De liefde voor het geld wordt overwonnen door de bezitloosheid, wanneer wij
"alle aardse zorgen terzijde stellen". Het is een vorm van afwezigheid van de
zorgen voor het aardse, afwezigheid van droefheid, en dit omwille van het

geloof en de hoop.

Nog gevaarlijker is de verleiding van de hoogmoed, want de hoogmoedige
wordt verleid, zelfs zonder (de verleiding van) de duivel, en hij is voor zichzelf
een demon en vijand geworden. De hoogmoed wordt overwonnen door de
nederigheid. De nederigheid laat zich niet met woorden omschrijven, het is een
vorm van "onzegbare genade van de ziel" die men slechts verwerft in de eigen
ervaring. We kunnen de nederigheid slechts leren bij Christus: "Leer niet van de
engel, noch van de mens, noch van een boek, maar van mij, omdat ik in u woon
en omdat ik u heb verlicht en omdat ik in u handel, want ik ben zachtmoedig en
nederig van hart" (cf. Mat. XI,29). In zekere zin is, voor diegenen die de ascese
beoefenen, de nederigheid een vorm van blindheid met betrekking tot hun eigen
deugden: "de goddelijke bescherming die ons niet toelaat onze eigen
vooruitgang te zien".

In de ontwikkeling van de hartstocht, onderscheidt de heilige Johannes van de
Ladder de volgende stappen. Vooreerst is er de suggestie (het voorspiegelen) of
de aanval, een bepaald beeld of gedachte, "de toestroom (flux) van gedachten".
Er is nog geen zonde, want de wil neemt geen deel. "De wil treedt naar voren in
de verbinding (die hij aangaat), een soort van onderhoud(gesprek, dialoog) met
het beeld dat zich heeft aangediend". En in deze interesse of deze aandacht (voor
het zich aandienende beeld of gedachte) zit het begin van de zonde. Het
engagement van de wil (in dit gebeuren)is echter veel belangrijker, "het
instemmen van de ziel met de gedachte die zich aandient, en dit, geassocieerd
met het plezier dat men erin vindt". Later verwortelt de gedachte (de verleidende
gedachte of het beeld) zich in de ziel: dit is de trede (van de Ladder) van de
gevangenneming, een soort van inbezitname van het hart van het hart. Tenslotte
ontstaat een terugkerende gewoonte: dit is de hartstocht in de letterlijke zin van
het woord. We zien dus dat de wortel van de hartstochten eerst en vooral gelegen
is in het laten varen van de wil, en ten tweede in de aanval van de verleiding
doorheen de gedachte, onder de vorm van een overweging of een gedachte.

De taak van de ascese is dus dubbel. Enerzijds vereist zij dat de wil versterkt
wordt (door het afsnijden van de eigenwil en door de gehoorzaamheid) en
anderzijds vereist zij een uitzuivering van de gedachte. De verleiding komt van
buitenaf: "van nature bestaan het kwaad en de hartstochten niet in de mens.
Want God heeft geen hartstochten geschapen". Dit wil niet zeggen dat de mens
vandaag nog zuiver is. Maar hij is zuiver door de kracht van het doopsel, en hij
valt opnieuw door zijn wil, maar hij zuivert zich (opnieuw en telkens weer) door
het berouw en de ascese. In de natuur zelf is er een kracht gegeven, een
mogelijkheid om het goede te doen. Nu de zonde is tegen de natuur. De zonde is
een perversie van de natuurlijke mogelijkheden. De taak van de mens echter
bestaat er niet alleen in om de natuurlijke maat te vervullen, maar om deze te
overstijgen, opdat hij zich verheft boven de natuur. Zo zijn de zuiverheid, de
nederigheid, het waken, en het voortdurende berouw van het hart.

Daarom is er een synergie nodig van de vrij aangegane ascetische strijd en de
Goddelijke gaven, die de mens verheffen boven de beperkingen van de natuur.
Het gevecht tegen de zonde en de verleiding moet zo vroeg mogelijk beginnen,
vooraleer de verleiding verhardt tot hartstocht. Maar zeldzaam zijn zij die hierin
niet te laat komen. Daarom is de ascese zo moeilijk is en zo lang en op deze weg
zijn er geen binnenwegen. Meer nog, de weg zelf is ook zonder einde. De liefde
van God kent geen einde of (met andere woorden) het eindpunt zelf is eindeloos:
"de liefde houdt niet op". "En ook wij zullen nooit ophouden erin te groeien,
noch in deze eeuw, noch in de komende eeuw. In het licht zullen wij altijd een
nieuw geestelijk licht ontvangen. Ik zou zeggen dat ook de engelen, deze
onlichamelijke wezens, niet zonder vooruitgang blijven, maar dat zij altijd glorie
op glorie en inzicht op inzicht zullen ontvangen".

Het eindpunt van de ascese

Het eindpunt van de ascese ligt in de heilige stilte (), in de stilte van het
lichaam en de ziel. "De stilte van het lichaam is de goede orde en harmonie van
de gewoonten en de lichamelijke gevoelens. De stilte van de ziel is de goede
orde van de gedachten die opkomen in de geest, en een gedachte die zich niet
laat inpalmen".

Anders gezegd, (de stilte is) de innerlijke en dus ook de uiterlijke harmonie en
vrede, de coherentie en de harmonie van het leven. De stilte is de waaktoestand
van de ziel: "ik slaap maar mijn hart waakt" (Hooglied V,2). En deze innerlijke
stilte is veel belangrijker dan alleen de uiterlijke stilte. Deze strikte
waakzaamheid van het hart is belangrijk. De ware stilte is "de geest die niet
beroerd wordt". Het gaat hier over "de waakzaamheid van het hart" en "de
waakzaamheid van de geest".
De kracht van de stilte ligt in het onophoudelijke gebed (dat zich niet laat
verstrooien): "de stilte is de voortdurende dienst aan God en het feit van in Zijn
aanwezigheid te staan". Of nog, de stilte overstijgt de menselijke krachten. Ook
het gebed moet zich in de aanwezigheid van God volbracht worden, en zich
vervolgens met Hem verenigen. Of anders gezegd, in waarheid voor God staan,
dat is bidden.

In de verscheiden wijzen van bidden, moet men eerst en vooral dankzeggen,
zich dan zondig erkennen voor Hem, tenslotte vragen. Het gebed moet altijd
eenvoudig zijn en uit weinig woorden bestaan. Het hoogste gebed bestaat uit de
éen-woord-aanroeping van de naam van Jezus. Het gebed moet eerder gelijken
op het eenvoudige en herhaaldelijke gebrabbel van het kind dan op een
intelligente en gekunstelde redevoering. De vloed aan woorden in het gebed
verstrooit en brengt de dromerij binnen in de geest. En als er iets gevaarlijk is in
het gebed, dan is de "sentimentele dromerij".

De gedachte moet altijd beteugeld worden en opgesloten worden in de woorden.
Alle "gedachten" en "beelden" (fantasieën) moeten met waakzaamheid
afgesneden worden. Men moet zijn geest concentreren. "Want indien hij doolt
zonder remming, dan zal hij nooit met U vertoeven". Het gebed is een
rechtlijnig gericht zijn op God, het gebed is vreemdeling zijn ten aanzien van de
zichtbare en de onzichtbare wereld". Tot volmaaktheid gekomen, wordt het
gebed een geestelijke gave, een soort van neerdaling van de Geest, handelend in
het hart. Dan bidt de Geest in diegene die deze staat van gebed heeft bereikt.
Dan vallen gebed en stilte in zekere zin samen. En deze zelfde geestelijke
toestand kan als apatheia omschreven worden. Want ook de apatheia is
eveneens gericht op God, en zij geeft zich vrijwillig over aan Hem. "Sommigen
zeggen nog dat de apatheia de verrijzenis van de ziel is vór de verrijzenis van
het lichaam". Voor de rest wordt het lichaam zelf, bij het bereiken van de
apatheia, onbederfelijk. Dit is wat men verstaat onder het verwerven van de
geest van de Heer (cf.1 Cor.II,16).

"In de ziel weerklinkt de onzegbare stem van God zelf, waarbij Hij zijn wil
bekend maakt, en dit is al hoger dan elk menselijk onderricht". Het is voor deze
werkelijkheid dat de dorst voor de onsterfelijke schoonheid ontvlamt. "Hij die
de stilte heeft bereikt, die heeft de diepte van de mysteries gekend". De heilige
Johannes Climacos aanschouwt de dynamische spanning naar de geestelijke
wereld en wordt deze gewaar. In de wereld der engelen is er ook een spanning
naar de hoogte der serafijnen. De ascetische strijd van de mens omvat ook de
hunkering naar de hoogten der engelen en naar de "levenswijze van de
geestelijke machten".

De apatheia is het eindpunt én de gegeven opdracht. Allen bereiken dit eindpunt
niet, maar zij die het niet hebben bereikt kunnen even goed aan hun verlossing
werken. Want het belangrijkste is er naar te verlangen. De drijvende kracht van
de ascese is de liefde. De volheid van de ascese bestaat in het verwerven van de
liefde. In de liefde zijn er gradaties die wij niet volledig kunnen kennen, want
Liefde is de Naam van God zelf. Daarom is het dat, in haar volheid, de liefde
onuitsprekelijk is. "Het woord over de liefde is door de engelen gekend, maar
ook voor hen, in de mate van hun verlichting". De apatheia en de liefde zijn
verschillende namen van de ene volmaaktheid. De liefde is tegelijk de weg en
het eindpunt.

"Gij hebt mijn ziel verwond en mijn hart verdraagt Uw vlam niet. Ik ga mijn
weg terwijl ik U bezing". In de fragmentarische en sobere aforismen (spreuken)
van de heilige Johannes Climacos over de liefde, voelen wij hoe dicht dit
aanleunt bij de mystiek van het Corpus Areopagiticum. (cf. de betrokkenheid
tussen de menselijke wereld en die van de engelen). Bijzonder is dat de heilige
Johannes Climacos minder spreekt over de superieure stadia en etappes en hierin
zo karig wordt met zijn woorden.

Hij schrijft voor de beginnelingen en de gevorderden.
De volmaakten hebben geen adviezen en geen
menselijke gids meer nodig. Zij bezitten reeds de
innerlijke zekerheid en evidentie. Bovendien verliezen
in de superieure stadia de woorden zelf hun kracht en
voldoen ze niet meer. Deze stadia zijn nauwelijks te
beschrijven. Het is reeds de hemel op aarde, die
opengaat in de ziel. Het is de woning van God zelf in
de ziel.
"Het gebed van hij die werkelijk bidt is het gericht,
het oordeel en de troon van de Rechter vr het
Laatste Oordeel". Of nog: het is het anticiperen van
de toekomst. "En deze gelukzalige ziel draagt in
zich het altijd aanwezige Woord. Dit Woord is het
dat hem inwijdt in de mysteries van God, hem
onderricht en verlicht".
Hier bevindt zich de top van de ladder die zich
verbergt in de hemelse hoogten. 

"Als een leidende ster die niet kan dwalen heeft
de Heer u hoog aan het firmament der onthouding geplaatst,
om uw licht te doen schijnen tot aan de einden der wereld,
onze Leraar en Vader Johannes"
(kondakion in toon 4)


 Schematisch presenteert Bisschop Kallistos (Timothy Ware) de dertig trappen
als volgt:

1. verzaking 2. onthechting 3. vreemdelingschap 4. gehoorzaamheid 5. boete
6. gedachte aan de dood 7. rouwmoedigheid 8. toorn 9. wrok 10.
kwaadsprekerij 11. veelpraterij 12. leugen 13. lusteloosheid 14. gulzigheid
15. onkuisheid 16-17. geldzucht 18-20. gevoelloosheid 21. ijdelheid 22.
hoogmoed 23. godslastering 24. eenvoud 25. nederigheid 26. onderscheiding
27. stilheid 28. gebed 29. hartstochtloosheid 30. liefde.


VOETNOTEN :
(1).uit "les pères byzantins du Vème au VIIIème siècles, les pères ascètes" cours
de l'institut de théologie orthodoxe Saint-Serge de Paris, 1997, traduit du russe
par Françoise Lhoest.
Vader Georges Florovski, geboren in Odessa in 1893, was assistent professor
aan de universiteit van Odessa in 1919. Na Rusland te hebben verlaten
onderwees hij filosofie in Praag van 1922 tot 1926. Toen werd hij uitgenodigd
tot een leerstoel van patrologie aan het theologische instituut Saint-Serge te
Parijs. In 1948 kwam v. Florovski aan in de Verenigde Staten. Hij was er
professor en dekaan van Saint Vladimir's theological school tot in 1955, terwijl
hij ook onderwees als adjunct professor aan de Columbia University en Union
Theological Seminary. Van 1956 tot 1964 hield hij de leerstoel van Oosterse
Kerkgeschiedenis aan de Harvard University. Sinds 1964 tot 1972 onderwees hij
Slavische studies en geschiedenis aan de Princeton University. Hij overleed in
1979.
(2)Voor een volledige biografie en analyse van het werk en vertaling van 'de
Ladder' zie "Johannes Climacus, de Geestelijke Ladder" in Monastieke cahiers
nr. 50 door Drs. Paul Gillis, uitgaven Abdij Bethlehem, B-2820 Bonheiden,
2002.

Vader Dominique



Als gij bidt,
Wees dan aandachtig zonder uiterlijk vertoon ;
Trek u diep terug in uw hart,
Want de demonen vrezen aandacht meer
dan dieven waakhonden
Heilige Johannes Climacos

19:18 Gepost in Actualiteit | Permalink | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.