13-04-09

Grote Dinsdag in de Goede Week

 

Goede week

Grote Dinsdag

 Prokimen : Ps.131 toon 6

 

Sta op, Heer, ga in tot Uw rust.

Wend het aangezicht niet af van Uw Christus (Exodus 2,5-10)

 

Prokimen : Ps.132 toon 4

 

Zie wat is zo schoon en verkwikkend als broeders die eendrachtig samenwonen.

Want daar gebiedt de Heer Zijn zegen : Leven tot in eeuwigheid.

Evangelielezing van Grote Dinsdag : Matth.24,36-26,2:

Hoofdstuk 24 :

[36] Maar wanneer die dag of dat uur aanbreekt, weet niemand: de engelen in de hemel niet, de Zoon niet, maar alleen de Vader. [37] Want zoals het was in de dagen van Noach, zo zal het gaan bij de komst van de Mensenzoon. [38] Want zoals in de dagen van de zondvloed de mensen aten en dronken, huwden en uithuwelijkten, tot de dag waarop Noach de ark binnenging, [39] en ze van niets wisten totdat de zondvloed kwam en hen allemaal wegrukte, zo zal het ook gaan bij de komst van de Mensenzoon. [40] Dan zullen er twee op het land zijn: de een wordt meegenomen en de ander wordt achtergelaten. [41] Twee vrouwen zullen met de molen aan het malen zijn: de een wordt meegenomen en de ander wordt achtergelaten. [42] Wees dus waakzaam, want je weet niet op welke dag jullie Heer komt. [43] Want je weet: als de heer des huizes geweten had in welk deel van de nacht de dief zou komen, dan was hij wakker geweest en had hij het inbreken in zijn huis wel verhinderd. [44] Daarom moeten juist jullie voorbereid zijn, omdat de Mensenzoon komt op een uur waarop je het niet verwacht.
     [
45] Wie is dan de trouwe en verstandige slaaf die de heer heeft aangesteld over zijn huispersoneel om hun op tijd eten te geven? [46] Gelukkig is de slaaf die de heer daarmee bezig vindt bij zijn komst. [47] Ik verzeker jullie, hij zal hem aanstellen over al zijn bezittingen. [48] Maar als die slechte slaaf bij zichzelf zegt: "Mijn heer blijft nog wel een tijd weg", [49] en hij begint zijn medeslaven te mishandelen en hij eet en drinkt met dronkaards, [50] dan zal de heer van die slaaf komen op een dag waarop deze hem niet verwacht, op een uur dat hij niet kent, [51] en hij zal hem onthoofden en hem het lot laten delen van de schijnheiligen. Het zal daar een gejammer zijn en een tandengeknars.

Hoofdstuk 25

Tien meisjes
[1] Dan zal het met het koninkrijk der hemelen gaan als met tien meisjes, die met hun lampen op weg gingen, de bruidegom tegemoet. [2] Vijf van hen waren dom en vijf verstandig. [3] Want de domme namen wel hun lampen met zich mee, maar geen olie. [4] Maar de verstandige namen ook olie mee in kruiken, niet alleen lampen. [5] Omdat de bruidegom op zich liet wachten, dommelden ze allemaal in. [6] Midden in de nacht klonk er geroep: "Daar is de bruidegom! Ga hem tegemoet!" [7] Toen stonden alle meisjes op en maakten hun lampen in orde. [8] De domme zeiden tegen de verstandige: "Geef ons van jullie olie, want onze lampen gaan uit." [9] Maar de verstandige gaven ten antwoord: "Nee, er mocht eens niet genoeg zijn voor ons en voor jullie; ga liever naar de verkopers en koop voor jezelf." [10] Toen ze weg waren om te kopen, kwam de bruidegom, en de meisjes die klaar stonden, gingen met hem mee naar binnen voor de bruiloft, en de deur ging dicht. [11] Later kwamen ook de andere meisjes en riepen: "Heer, heer, doe open voor ons." [12] Maar hij antwoordde: "Ik verzeker jullie, ik ken jullie niet." [13] Wees dus waakzaam, want je kent dag noch uur.

Drie slaven
     [14] Het is als met iemand die naar het buitenland ging. Hij riep zijn slaven bij zich en vertrouwde hun zijn bezit toe. [15] Aan de een gaf hij vijf talenten*, aan een ander twee en aan een derde één, overeenkomstig ieders bekwaamheid. En hij vertrok naar het buitenland. [16] Degene die de vijf talenten gekregen had, ging er meteen mee handelen en verdiende er nog vijf bij. [17] Zo verdiende ook die er twee gekregen had er nog twee bij. [18] Maar die er één gekregen had, ging een gat in de grond graven en stopte daar het geld van zijn heer in. [19] Na lange tijd kwam de heer van die slaven terug en hield afrekening met hen. [20] Degene die de vijf talenten gekregen had, kwam naar voren met nog vijf talenten en zei: "Vijf talenten, heer, had u me toevertrouwd. Kijk, ik heb er nog vijf talenten bij verdiend." [21] Zijn heer zei tegen hem: "Uitstekend, goede en trouwe slaaf, in het kleine ben je betrouwbaar geweest, over veel zal ik je aanstellen. Kom delen in de vreugde van je heer." [22] Ook degene die de twee talenten gekregen had, kwam naar voren en zei: "Twee talenten, heer, had u me toevertrouwd. Kijk, ik heb er nog twee bijverdiend." [23] Zijn heer zei tegen hem: "Uitstekend, goede en trouwe slaaf, in het kleine ben je betrouwbaar geweest, over veel zal ik je aanstellen. Kom delen in de vreugde van je heer." [24] Ook degene die het ene talent had gekregen, kwam naar voren en zei: "Heer, ik heb u leren kennen als een streng man; u oogst waar u niet hebt gezaaid en u haalt binnen waar u niet hebt uitgestrooid. [25] Uit angst heb ik uw talent in de grond gestopt. Kijk, hier hebt u uw eigendom terug." [26] Maar zijn heer antwoordde hem: "Slechte, lamlendige slaaf, je wist dat ik oogst waar ik niet heb gezaaid en binnenhaal waar ik niet heb uitgestrooid. [27] Je had dus mijn geld op de bank moeten zetten. Dan had ik het bij mijn komst met rente teruggekregen. [28] Neem hem daarom het talent af en geef het aan hem die de tien talenten heeft. [29] Want aan ieder die heeft, zal gegeven worden en wel overvloedig. Maar aan degene die niet heeft, zal zelfs nog ontnomen worden wat hij heeft. [30] Werp die nutteloze slaaf in de uiterste duisternis." Het zal daar een gejammer zijn en een tandengeknars.

Het oordeel van de Mensenzoon
     [31] Wanneer de Mensenzoon* komt, bekleed met zijn heerlijkheid en rondom Hem alle engelen, dan zal Hij plaatsnemen op de troon van zijn heerlijkheid. [32] Alle volkeren zullen vóór Hem bijeengebracht worden, en Hij zal ze van elkaar scheiden, zoals een herder de schapen van de bokken scheidt. [33] De schapen zal Hij aan zijn rechterhand opstellen, de bokken aan zijn linkerhand. [34] Dan zal de koning tegen hen die aan zijn rechterhand staan zeggen: "Kom, gezegenden van mijn Vader, neem het koninkrijk in bezit dat vanaf het begin van de schepping voor jullie klaar ligt. [35] Want Ik had honger en jullie hebben Me te eten gegeven, Ik had dorst en jullie hebben Me te drinken gegeven, Ik was vreemdeling en jullie hebben Me opgenomen. [36] Ik was naakt en jullie hebben Me gekleed, Ik was ziek en jullie hebben naar Me omgezien, Ik zat in de gevangenis en jullie kwamen naar Me toe." [37] Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden: "Heer, wanneer hebben we U hongerig gezien en U te eten gegeven, of dorstig en U te drinken gegeven? [38] Wanneer hebben we U als vreemdeling gezien en U opgenomen, of naakt en hebben we U gekleed? [39] Wanneer hebben we U ziek of in de gevangenis gezien en zijn we naar U toe gekomen?" [40] De koning zal hun antwoorden: "Ik verzeker jullie, alles wat je voor één van deze minste broeders van Mij hebt gedaan, heb je voor Mij gedaan." [41] Dan zal Hij zich ook richten tot hen die aan zijn linkerhand staan en tegen hen zal Hij zeggen: "Ga weg van Mij, vervloekten, naar het eeuwige vuur, dat aangelegd is voor de duivel en zijn engelen. [42] Want Ik had honger en jullie hebben Me niet te eten gegeven, Ik had dorst en jullie hebben Me niet te drinken gegeven, [43] Ik was vreemdeling en jullie hebben Me niet opgenomen, Ik was naakt en jullie hebben Me niet gekleed, Ik was ziek en zat in de gevangenis en jullie hebben niet naar Me omgezien." [44] Dan zullen ook zij antwoorden: "Heer, wanneer hebben we U hongerig gezien of dorstig of als vreemdeling of naakt of ziek of in de gevangenis en hebben we U niet geholpen?" [45] Dan zal Hij hun antwoorden: "Ik verzeker jullie, alles wat je niet voor één van deze minsten hebt gedaan, heb je ook niet voor Mij gedaan." [46] Zij zullen naar de eeuwige straf gaan, maar de rechtvaardigen naar het eeuwig leven.'

Hoofdstuk 26

Met het oog op zijn begrafenis
[1] Toen Jezus al deze woorden beëindigd* had, zei Hij tegen zijn leerlingen: [2] 'Zoals jullie weten is het over twee dagen Pasen*, en dan wordt de Mensenzoon overgeleverd om gekruisigd te worden.'

De commentaren zijn gesloten.