26-04-09

De Heilige Ruimte

DE HEILIGE RUIMTE

Paul Evdokimov 

Wat de tijd is voor de duur, is de ruimte voor de uitgestrektheid. De ruimte is niet homogeen, er zijn vormeloze , chaotische ruimtes en er zijn geordende ruimtes, de heilige ruimte. De profane ruimte is onderworpen aan de wet van het voortdurend veranderen van plaats en van de uiterlijkheid die het bestaande coördineert. De heilige ruimte heft het naast elkaar plaatsen van de twee op en realiseert méér dan de eenheid van een eenvoudige coëxistentie, het maakt «één» in Christus, onze wezenseenheid in Hem.

 Wanneer Christus tot de samaritaanse vrouw zegt : « het uur komt waarop gij de Vader niet meer zult aanbidden op deze berg noch te Jeruzalem» ( Joh.4,21), dan spreekt Hij over Zichzelf als een alomtegenwoordige heilige plaats, die elke exclusiviteit van een empirische plaats afschaft. Vanaf dat moment is elk bezoek aan een tempel reeds een pelgrimage naar een heilige plaats. Dit verklaart de veelheid van plaatsen die elk hun centrale plaats behouden, juist omdat ze geen geografische centra zijn, maar kosmische, gesitueerd niet op het hiorizontale vlak, maar op het verticale, dat elk punt van het «hierboven» verenigt. Zo is het, vertrekkende van deze alomtegenwoordigheid van de tempel dat de zegening van olie, brood, wijn en graan  wordt voltrokken over de ganse wereld. Dat geldt ook voor de zegening van de «vier delen» van de wereld op het ogenblik van de kruisverheffing.

Deze centrale plaatsen zij diegenen waar alle niveaus communiceren : de onderwereld, de aarde en de hemel; hun gelaat is de heilige Berg, de kosmische boom, de centrale pijler  of de Ladder. Zo is de berg Tabor, waarschijnlijk afkomstig van tabbûr, wat navel betekent, evenals de Berg Gerizim, die «navel der aarde» betekent. Het is daarom, dat volgens de rabbijnse traditie, het land Israël niet verzwolgen is door de zondvloed. In een Christelijke traditie, is Golgotha, dat het centrum der aarde is. Het is daar dat Adam geschapen is, dat het Kruis is opgericht, en aan zijn voet bevond zich het graf van Adam, wat dikwijls op iconen wordt afgebeeld. Hetzelfde met de wortels van de kosmische boom, die afdaalt tot in de hel, en zijn kruin die de hemel raakt, zijn takken symboliseren de verschillende hemelse niveaus   (de apostel Paulus werd meegenomen tot in de derde hemel). In het «Boek der Mysteries» onderlijnt Maximos de Belijder goed de coëxistentie door transcendentie van de cosmische niveaus : « Vandaag zal je met Mij in het paradijs zijn -alles wat voor ons de aarde is, verschilt in niets voor hem van de hemel, hij verschijnt opnieuw op deze aarde en onderhield zich met zijn leerlingen».

De rabbijnse geschriften kennen aan Adam een enorme grootheid toe, terwijl in de apocriefen en in de Pastor van hermas, Christus de grote figuur is waarvan het hoofd de hemelen overtreft. Men begrijpt het, want christus is het goddelijk Archetype van deze beelden, Hij is de boom des levens en het kosmisch centrum . Origines heeft gezegd : «De Schrift beschrijft Christus als een boom» Anderzijds identificeert menig beeld en bijvoorbeeld de mozaïek van het baptisterium van Henchir Messouda Christus met het Kruis. Dezelfde symboliek vind men in de zo geheten  «levende» Kruisen : de uiteinden van het kruis zijn bedekt met takken en eindigen in menselijke armen : één ervan opent de poort van de hemel, de andere breekt de poorten van de hel open. Tijdens de Kruisverheerlijking horen wij : « de boom des levens, geplant op Calvarie (identificatie van de paradijselijke boom en het Kruis) is verheven in het centrum van de aarde..en geheiligd tot aan de uiteinden van het universum», «de lengte en de breedte van het kruis strekken zich uit tot in de hemel ».

Van zijn kant vraagt Augustinus : « en welk is deze berg waarlangs wij omhoog moeten klimmen, indien het niet onze Heer Jezus Christus is ». De akten van Philippus noemen Christus : « pijler van vuur », sulos puros, en in de ascetische geschriften herhaalt een spiritueel volmaakt iemand hetzelfde beeld : « Pijler van vuur die hemel en aarde verbindt»

Maar de bijbelse figuur die het best de betekenis van deze beelden weergeeft is de ladder van Jacob. De engelen gaan er omhoog en dalen af. De hemel is open en de ladder is nadrukkelijk in het centrum van de aarde, en daar Christus de ladder is, springt deze op vanuit alle heilige ruimtes, vanuit ontelbare plaatsen. Jacques de Saroug zegt : « Christus op het kruis houdt zich vast aan de aarde als aan een ladder die vele treden heeft ». Catherina van Siënna ziet het als een punt dat gesteld is tussen hemel en aarde, zoals de regenboog, levendig teken van het verbond. De heilige Efraïm schrijft in zijn epiphanische hymne : «Broeders, beschouw  de   zuil verborgen in het heelal, waarvan de basis op de wateren rust en de poorten der hoogten bereikt zoals de ladder die Jacob zag».

Tenslotte, het is de cirkel (de omheining van tempels en steden) uitgerust met de macht der bescherming, want zij verbeelden symbolisch de eeuwigheid. Wanneer de muren van Jericho instorten op de klank van trompetten, dan is de stad zonder hemelse bescherming. Omgekeerd, wanneer een stad wordt belegerd, dan trekt de processie van de clerus met de heilige relieken of een miraculeuze icoon of een ander heilig object rondom de  omwalling : een zelfde gebed dat zich voordoet in de opgeroepen ruimte versterkt de macht der bescherming.

Men herkent dezelfde betekenis in elke liturgische processie rond de tempel, zij schetst de figuur van de eeuwigheid en geeft aan de uitgestrektheid de waarde van een heilige ruimte. Indien de geheiligde tijd overeenstemt met de diepe nostalgie van de eeuwigheid, dan beantwoord de ruimte aan de dorst naar het verloren Paradijs. In dit overschrijden van het empirische bewerkstelligd door het heilige, vindt de mens gedeeltelijk zijn eerste bestemming en richt hij zich op zijn volmaking.

Uit : L'Art de l'Icone - Théologie de la beauté,Paul Evdokimov pp.119-122

 Vertaling : Kris Biesbroeck

14:38 Gepost in theologie | Permalink | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.