30-04-09

3e zondag na Pasen : de myrondraagsters

Zondag van de Myrondraagsters

 3e zondag na Pasen

 

 

Myrondraagsters222444
 

 

Lezingen

Handelingen 6,1-7

Hoofdstuk 6
Zeven medewerkers gekozen; groei van de gemeente
[1] In die dagen, toen het aantal leerlingen* steeds groter werd, begonnen de hellenisten* te mopperen op de Hebreeën*; ze vonden dat hun weduwen bij de dagelijkse ondersteuning* werden achtergesteld. [2] De twaalf riepen daarop de hele groep leerlingen bij elkaar en zeiden: 'Het is onverantwoord dat wij het woord van God verwaarlozen om te kunnen zorgen voor de ondersteuning. [3] Zie daarom uit, broeders, naar zeven personen uit jullie midden, die goed bekend staan, vol van de Geest en van wijsheid. Hen zullen wij dan met deze taak belasten, [4] terwijl wíj ons blijven toeleggen op het gebed en de bediening van het woord.' [5] De hele groep stemde met dit voorstel in. Zij kozen Stefanus*, een man vol geloof en heilige Geest, en verder Filippus, Prochorus, Nikanor, Timon, Parmenas en Nikolaüs, een proseliet uit Antiochië. [6] Ze droegen hen voor aan de apostelen, en die legden hun na gebed de handen op.
     [
7] Het woord van God bleef zich verbreiden; het aantal leerlingen in Jeruzalem werd nog veel groter, en ook een grote groep priesters aanvaardde het geloof.

 

EVANGELIE :

Marcus 15,43-16,8 :

 

Hoofdstuk 15

[43] durfde Jozef van Arimatea, een vooraanstaand lid van de raad, die zelf ook leefde in de verwachting van het koninkrijk van God, het aan om naar Pilatus te gaan en het lichaam van Jezus te vragen. [44] Pilatus was verbaasd dat Hij al dood zou zijn, en hij riep de centurio bij zich en vroeg hem of Hij al gestorven was. [45] Toen hij dat van de centurio vernomen had, gaf hij het lijk aan Jozef. [46] Deze kocht een linnen doek, nam Hem van het kruis af, en wikkelde Hem in het linnen; hij legde Hem in een graf* dat in de rots was uitgehouwen, en hij rolde een steen voor de ingang van het graf. [47] Maria van Magdala en Maria van Joses keken toe waar Hij werd neergelegd.

Hoofdstuk 16
De vrouwen bij het graf
[1] Toen de sabbat voorbij was, kochten Maria* van Magdala, Maria van Jakobus, en Salome kruiden om Hem te gaan zalven. [2] In alle vroegte op de eerste dag van de week gingen ze na zonsopgang naar het graf. [3] Ze zeiden tegen elkaar: 'Wie zal voor ons de steen bij de ingang van het graf wegrollen?' [4] Toen ze opkeken, zagen ze dat de steen weggerold was; hij was overigens buitengewoon groot. [5] Toen ze het graf binnengingen, zagen ze rechts een jongeman zitten met een wit kleed om, en ze schrokken hevig. [6] Maar hij zei hun: 'Schrik niet. U zoekt Jezus van Nazaret, die gekruisigd is. Hij is tot leven gewekt, Hij is niet hier. Kijk, hier is de plaats waar ze Hem neergelegd hadden. [7] Maar ga tegen zijn leerlingen en tegen Petrus* zeggen: "Hij gaat u voor naar Galilea. Daar zult u Hem zien, zoals Hij u gezegd heeft." ' [8] Ze vluchtten naar buiten, van het graf weg, bevend van angst en buiten zichzelf. Ze zeiden niemand iets, want ze waren bang*.

De commentaren zijn gesloten.