08-05-09

Cyrillus van jerusalem: opdat ook Gij moogt zijn waar ik ben

Sint Cyrillus van Jeruzalem (380-444), bisschop van Jeruzalem, Kerkleraar
Commentaar op het Evangelie van Johannes 9 ; PG 74, 182-183


cyrillus van Jerrusalem13

"Opdat ook gij moogt zijn, waar Ikzelf ben"


      "In het huis van mijn Vader vinden velen hun verblijf ; heb Ik u niet gezegd : Ik vertrek om voor U een plaats te bereiden ?"... Als er niet zo veel verblijven bij de Vader zouden zijn, dan zou de Heer hebben gezegd dat Hij als voorloper zou gaan, overduidelijk om de verblijven van de heiligen voor te bereiden. Maar Hij wist dat er al  veel verblijven klaar waren en wachtten op de vrienden van God. Hij geeft dus een ander motief bij zijn vertrek: Hij bereidde de weg van onze hemelvaart naar plaatsen in de hemel door een doorgang te banen, terwijl van tevoren deze weg voor ons onbegaanbaar was. Want de hemel was geheel gesloten voor de mensen, en nooit was een wezen met een vleselijk lichaam dat zeer heilige en zuivere verblijf van de engelen binnengegaan.

      Christus heeft die weg in de hoogte voor ons ingewijd. Door zichzelf aan God de Vader aan te bieden als eersteling van hen die sliepen in de graven van de aarde, staat Hij het lichaam toe om naar de hemel te gaan, en Hij was zelf de eerste mens die aan de hemelbewoners verscheen. De engelen kenden dat verheven en grootse mysterie niet van een hemelse inhuldiging van het lichaam. Ze zagen met verbazing en bewondering de hemelvaart van Christus. Bijna verward door dat onbekende schouwspel, riepen ze uit: "Wie is het die uit Edom komt?" (Jes 63,1), dat wil zeggen van de aarde. Dus onze Heer Jezus Christus "heeft voor ons een weg naar een nieuw leven gebaand" (He 10,20). Zoals de Paulus het zegt: "Christus is immers niet binnengegaan in een heiligdom dat door mensenhanden is gemaakt..., maar in de hemel zelf, waar Hij nu bij God voor ons pleit" (He 9,24).

Bron : Dagelijks evangelie : Contact-nl@evangelizo.org

De commentaren zijn gesloten.