17-05-09
Zondag van de Samariotaanse : 5e na Pasen
ZONDAG VAN DE SAMARITAANSE
5e zondag na Pasen

De Samaritaanse vrouw
LEZINGEN
Hand.11,19-26,29-30:
In Antiochië ontstaat een christelijke gemeente
[19] Zij die sinds de noodtoestand na Stefanus' dood verspreid waren geraakt, trokken verder tot Fenicië*, Cyprus en Antiochië*, terwijl zij aan niemand het woord verkondigden dan alleen aan de Joden. [20] Maar er waren ook mensen uit Cyprus en Cyrene bij, die in Antiochië ook aan de hellenisten* de goede boodschap gingen verkondigen dat Jezus de Heer is. [21] De Heer stond hen ter zijde: een groot aantal mensen kwam tot geloof en bekeerde zich tot de Heer. [22] Berichten over hen kwamen de gemeente in Jeruzalem ter ore en men stuurde Barnabas naar Antiochië. [23] Toen hij daar zag hoezeer God hen begunstigde, verheugde hij zich, en hij spoorde iedereen aan om met hart en ziel trouw te blijven aan de Heer, [24] want hij was een voortreffelijk man, vol heilige Geest en geloof. Een grote groep sloot zich aan bij de Heer. [25] Daarna vertrok hij naar Tarsus om Saulus te zoeken. [26] Toen hij hem gevonden had, nam hij hem mee naar Antiochië. Een vol jaar lang maakten zij deel uit van de gemeente en gaven ze onderricht aan een grote groep mensen. Het was ook in Antiochië dat de leerlingen voor het eerst christenen* werden genoemd.
[29] De leerlingen besloten dat ieder van hen naar vermogen zou bijdragen aan de ondersteuning van de broeders die in Judea woonden. [30] Dat deden ze en ze stuurden Barnabas en Saulus naar de oudsten* om de opbrengst te overhandigen
EVANGELIELEZING:
Johannes 4,5-42 :
[5] Zo kwam Hij bij de Samaritaanse stad Sichar, die in de buurt ligt van het stuk grond* dat Jakob aan zijn zoon Jozef had gegeven, [6] en waar zich de Jakobsbron bevindt. Jezus, die afgemat was van de tocht, was bij de bron gaan zitten. Het was ongeveer het zesde* uur. [7] Een* Samaritaanse vrouw kwam water putten. Jezus sprak haar aan: 'Geef Mij wat te drinken.' [8] Zijn leerlingen waren eten gaan kopen in de stad. [9] De Samaritaanse vrouw antwoordde: 'Hoe kunt U als Jood te drinken vragen aan mij, een Samaritaanse?' Joden* willen namelijk met Samaritanen niets te maken hebben. [10] Jezus hernam: 'Als u de gave van God kende, als u wist wie het is die tegen u zegt: geef Mij te drinken, dan had u Hem erom gevraagd en Hij had u levend* water gegeven.' [11] 'Maar heer,' zei de vrouw, 'U hebt niet eens een emmer en het is een diepe put. Waar wilt U dat levende water dan vandaan halen? [12] Of bent u soms groter dan onze vader Jakob, die ons de put heeft nagelaten en er zelf uit gedronken heeft, evenals zijn kinderen en zijn kudden?' [13] Jezus antwoordde: 'Iedereen die drinkt van dit water, krijgt weer dorst, [14] maar wie drinkt van het water dat Ik hem zal geven, krijgt in eeuwigheid geen dorst meer; integendeel: het water dat Ik hem zal geven, zal in hem opborrelen als een bron van eeuwig leven.' [15] 'Heer,' zei de vrouw, 'geef mij van dat water, dan zal ik geen dorst meer hebben en hoef ik hier niet telkens te komen putten.' |
10:05
Gepost door kris
in Actualiteit |
Permalink
| Commentaren (0)
| Email dit
|
Facebook
|






























































Post een commentaar
NB: commentaren worden gemodereerd op deze weblog