19-05-09

Dat de christenen durven te getuigen van het grote verrijzenisvidioen van het Evangelie

Dat de christenen durven getuigen van het grote verrijzenisvisioen van het Evangelie

OLIVIER CLEMENT

Ziek en vermoeid verliet Olivier Clément zijn parijse appartement niet meer de laatste drie jaar. Dit verhinderde hem niet om verder zijn vrienden te ontmoeten, orthodoxe theologen of leden van de orthodoxe Fraterniteit in west-Europa. Ook enkele studenten waarvan hij hun navorsingen opvolgde, maar ook bisschoppen op doorreis. Dit verhinderde hem ook niet om zelf intens te werken, om de redactie van boeken te superviseren, om artikelen te schrijven voor het tijdschrift Contact en de Service orthodoxe de presse, maar ook in katholieke tijdschriften en dagbladen, zoals La Croix, La Vie, France catholique, voor de gemeenschap van Taizé en deze van Sant'Egidio.

Als eerbewijs aan hem die de Service orthodoxe de presse heeft begeleid met zijn vriendschap en zijn bezinning, en dit serdert haar ontstaan in 1975, tot op de laatste momenten van zijn leven hier op aarde, geeft SOP hier de tekst van Olivier Clément, verschenen onder de titel «vie-mort», in het weekblad France catholique van 10 april 1998, ter gelegenheid van het feest van Pasen. Het is een tekst die een boeiende synthese geeft van de diep christelijke houding van de theoloog ten overstaan van ziekte, dood, de verrijzenis en het leven in Christus.

In onze tijd ontwikkelt zich een ganse reflectie over de terminale stadia van het leven. Psychologen en artsen hebben zo een onderscheid gemaakt tussen de dood zelf en de ervaring van de stervende, het «sterven». Zij hebben er de etappes van afgebakend. Eerst is er de revolte, het niet aanvaarden, vervolgens is er de fase van het in zichzelf gekeerd zijn, en tenslotte een dikwijls vredevolle aanvaarding, met soms, wanneer de dood nadert, de uitdrukking van een grote verbazing. Anderen vermelden «herinneringen» van personen die de uiterste grenzen zouden hebben gekend, maar aan wie een uitstel zou toegestaan zijn. Bijna allen spreken van een tocht door een tunnel die uitmond in een zeer zacht licht, daar is het alsof anderen die hem als dierbaren vooraf zijn gegaan hem opwachten. Maar deze grens mocht hij nog niet overschrijden....

De « nederige momenten van Pasen »

Jeronimos Bosch heeft het geschilderd, Tolstoï heeft het met kracht voor de geest gehaald in « La mort d'Ivan Illitch ». Er moet zeker met aandrang een ethiek uitgewerkt worden van de heldere dood. Niet meer vluchten voor de dood, haar niet meer verzwijgen, maar erkennen dat zij het meest veelzeggende feit is in het leven, dat zij alleen de mens kan verheffen boven een zekere vorm van slaapwandelen. De dood is tegelijk de sterkste uitdrukking van het kwaad en de gelegenheid voor de ondermijning van elke vorm van banaliteit . Chestov zegt dat de engel van de dood vleugels heeft die getooid zijn met ogen. Wanneer de dood iemand van ons overvalt, dan geeft hij hem nieuwe ogen, ogen die uitgaan van zijn vleugels en die verder zien dan het oppervlakkige en het zichtbare. Dikwijls verschijnt de dood, na een stuiptrekking  van de doodstrijd, als sereen, vredevol, bekleedt met een uitzonderlijke schoonheid, alsof een echt gelaat voor een moment te voorschijn komt : zijn icoon, wellicht. Rondom hem worden de gemene en vermomde gevoelens uitgewist.

En dan vermengt de dood zich nauw met wat we ons leven noemen. Wij zijn er veel meer vertrouwd  mee dan we ons kunnen voorstellen. Wij hebben er zovele afzonderlijke ervaringen mee ! Elke scheiding, en tenslotte de dood zelf van dierbaren, deze dood van ouders die in ons de wortels uitroeit van onze kinderjaren en zovele andere vormen van « afscheid nemen » tot aan het moment dat wij onszelf ervaren als « vreemdelingen op aarde »....

Nochtans zijn deze afzonderlijke ervaringen dikwijls verbonden, als wij ze aanvaarden met een beetje vertrouwen, met een  ervaring van hernieuwing. Elke overschrijding gaat gepaard met een vorm van doodgaan. Op elk moment van onze bestemming is de dood aanwezig, niet alleen als een verwoesting, maar als een « verandering van levenspeil ». Ja, er zijn van die momenten dat het lijkt alsof men het  niet meer verder aan zal kunnen, en nochtans, dikwijls, komt dan toch de zachtheid van een beterschap. Men heeft een etappe overschreden, een deur is geopend. Het zijn nederige beginmomenten, nederige momenten van Pasen zou men kunnen zeggen.

« Christus is verrezen

En alle doden in Hem zijn levenden »

Indien wij elke persoon beschouwen als iemand die zal sterven, dan zal elk moment dat wij samen delen belangrijk worden. Wij beseffen het goed : wanneer iemand die ons nabij is stervende is, dan kan  elk woord, elk gebaar het laatste zijn. Men kan geen kladschrift maken, men zal geen tijd meer hebben om te herstellen, om opnieuw te beginnen. Er kan geen « herhaling » meer zijn in de twee betekenissen van opnieuw beginnen en voorbereiding. Het kleinste teken van opmerkzaamheid wordt plots beladen met alle zwaarte van de menselijke gemeenschap, deze communio waarnaar wij heimwee hebben en die ons bijna altijd ontbreekt.

Indien wij aldus de levenden  als stervenden moeten beschouwen, dan moeten wij misschien tegelijk leren om te denken aan de doden als levenden. Christus is verrezen en alle doden zijn levenden in Hem : de eucharistie is de plaats van onze ontmoeting. Het is daar dat de doden, die niet dood zijn, met ons comminiceren. In het leven is het zoals bij een stormloop : de eerste rijen worden het gemakkelijkst weggemaaid, dan zij die daarop volgen en men eindigt met zelf zich te bevinden op de eerste rij. En het is zeer goed zo : allen die ons zijn voorafgegaan, die ons geholpen hebben, onderwezen, zijn voorbijgegaan naar de andere zijde van de dingen, zij zijn onze oorsprong in het onzichtbare . En vóór ons is de afgrond niet deze van het niets, maar van het koninkrijk : « Door de dood heeft Christus de dood overwonnen », Hij heeft haar overwonnen in zijn mensheid, Hij gaat verder met haar te overwinnen in onze menselijkheid, want dit is hetzelfde.

Dat de christenen dus durven te getuigen van de grote verrijzenis visie van het Evangelie !

« De moed hebben om in de verrijzenis  van Christus

te sterven en te leven »

Zeker, er moet een aanpak komen, vernieuwende tekenen. De geschiedenis van deze verschrikkelijke eeuw geeft ze ons : zij die hebben kunnen weerstaan, zij die geweigerd hebben om te capituleren, zijn zij voor wie de vergeten woorden hun betekenis hebben teruggekregen, woorden als « ziel » of « verrijzenis ». Of eenvoudigweg : wanneer een mens zich bewust wordt van zijn bewustzijn, wanneer hij zijn verstand ontdoet van elke gedachte, dan heeft hij het voorgevoel dat dit « bewustzijn van zijn bewustzijn » zich opent op een innerlijk licht, en dat zoals voordien, tegelijk centrum en buitenkant is. Op deze wijze, dat het bewustzijn van dit licht niet zijn object kan maken, omdat het dit licht zelf is die het verstand ondersteunt en doet ontstaan. Dan ontdekt de mens zich als « open », niet-objectiveerbaar. Hij hervindt zichzelf op een meer intense wijze terug dan hij in wezen is, en het is ook dit wat wij aanvoelen van de ander, mits wij hem beminnen met een vriendschap of een liefde die niet opgelegd wordt, maar die verwondering opwekt.

Afgezien van deze benaderingen, die men nog zou kunnen vermenigvuldigen, moeten de christenen de moed hebben om de verrijzenis van Christus in de diepte onder woorden te brengen, te beleven ( te sterven en te leven) als een plaats van niet-dood. Christus neerdalend in de dood om haar met Pasen te transformeren. God, gekwetst door al onze kwetsuren, wordt mens om onze eindigheid op zich te nemen en het zichtbaar te maken in het leven,in zijn eigen leven, waar de dood een andere betekenis krijgt. Het Lichaam van de Gekruisigde is levenwekkend door de Heilige Geest. Het wordt het eucharistisch lichaam van de mensheid en het universum. De overwinning van de dood is de overwinning op de scheiding. Het is daarom dat het leven van Christus het onze wordt zodat de apostel zou kunnen zeggen : « Ik ben het niet meer die leef, het is Christus die leeft in mij » . Het doopsel lijft ons binnen in de dynamiek van de verrijzenis. De eucharistie vormt voor ons, zei Cyrillos van Alexandrië, « het lichaam zelf van het leven »De tweeduizendjarige ervaring van de ascese en de christelijke spiritualiteit toon ons, dat wij reeds hier beneden, in ons hart, een voorgevoel kunnen hebben van de vreugde van de verrijzenis.

Zo is de beste manier om zich op de dood voor te bereiden, vanaf nu, een levende te worden. Niet slechts van een leven dat louter biologisch is, maar een leven dat opwelt uit de wereld, van een « stenen hart » een « hart van vlees » worden. Dit leven kan men vinden bijvoorbeeld, in de diepe schoonheid van sommige oude gezichten, de schoonheid van de « mens met een innerlijk hart », zoals de apostel Petrus zegt. In de uitstraling van deze gezichten voelt men zich welkom, gezegend, de ouderlingen echter die achteruitgaan naar de dood toe benijden of  bootsen de jongeren na. Maar zij die naar de dood toe gaan als naar een opening van licht zijn gezegende wezens. Het leven in Christus is ook een binnenin, op die wijze dat wij op « Paas » momenten van ons bestaan kunnen binnentreden in onze onsterfelijkheid. Wanneer een ziel een moment van stilte kent, wanneer de vriendschap of de liefde zich concentreren in een parel van stilte die ons  plots op miraculeuze wijze te beurt valt, wanneer de intuïtie van de waarheid of de schoonheid deze wereld verscheurt en in hem, een ogenblik, het licht van het Koninkrijk opwelt, dan heeft men een voorgevoel van het tevoorschijn treden van dit verrijzenisleven.

 « Ik heb het volle leven

dat opwelt uit mijn hart »

 Een groot spiritueel van onze tijd, metropoliet Antoine (Bloom) (orthodox bisschop in Groot Britannië, overleden in augustus 2003), die arts was voordat hij monnik is geworden, en waarvan men vele boeken over bezinning en gebed heeft gepubliceerd, meent dat men niet over de dood moet spreken, maar over het leven in geval van een beslissende dood die op komst is. Hij geeft het voorbeeld van een kankerpatiënt, gehospitaliseerd, en die niet juist wist aan wat hij leed, maar die, volgens de artsen niet meer dan enkele weken voor zich had. In het beste geval enkele maanden. «Wat te doen ? zegt hij aan Vader Antoine. Ik ben ziek en tot niets meer in staat. Herinner je dat je de laatste jaren gezegd hebt dat je droomt van de dag waarop je zich kan hernemen, je verdiepen. Deze tijd heb je nooit genomen, welnu deze tijd is nu aangebroken. Dus, herbekijk je leven, heb vrede met diegenen die je omgeven, ontdoe je van haat, van elke wrok, van elk verdrongen schuldgevoel, en van alles wat verwoestend is in u. Doe dit voor het nu, maar ook voor het verleden » Na een zekere tijd vertrouwde de zieke hem toe : « Het is vreemd, ik vboel mij meer en meer zwakker worden, ik voel niet dat ik stervende ben en nochtans heb ik mij nog nooit zo levendig gevonden ».

 Zij hebben hun onderhoud voortgezet en, veel later nog verklaarde de zieke : « Ik heb altijd gedacht dat mijn leven van mij afhing, van de integriteit van mijn lichaam. Welnu, hoe minder krachten ik heb en hoe meer ik mij rekenschap geef dat ik een onafhankelijke persoon ben van deze fysische toestand . Ik leef terwijl mijn lichaam sterft ». Het is alleen op dat moment dat Antoine is beginnen spreken met hem over de dood en, zo besluit hij, « hij is binnengetreden in de dood als een levende die geen vrees meer had om te sterven ». Hier treedt gelijk wie in de voetsporen van de mystiekers, de heilige Symeon de Nieuwe Theoloog (byzantijns theoloog en monnik uit de 11e eeuw, bijvoorbeeld, die in één van zijn hymnen schreef : « Ik weet dat ik niet zal sterven, want ik ben in het binnenste van het leven en ik heb het leven in haar geheel dat opwelt uit mijn binnenste».

 

Uit SOP 335 - Februari 2009

Vertaling Kris B.

 

 

 

12:01 Gepost in theologie | Permalink | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.