26-05-09

Paul Evdokimov : De icoon van Hemelvaart

De icoon van Hemelvaart

Hemelvaart (artikel !) (969 x 1282) (484 x 641)
 

De icoon van een feest inspireert altijd de liturgische teksten van een officie.

De liturgie van Hemelvaart moet gezien worden rond de tekst van Lucas (24,50-53) en de Handelingen der Apostelen (1,9-11). Sint Paulus van zijn kant vermeldt  het gebeuren : 'Diegene die is neergedaald, is dezelfde die ook opgestegen is ten hemel'(Ef.4,10), en psalm (24,9) onderlijnt er de draagwijdte van :'Heft, poorten, uw hoofden omhoog, en verheft ze, gij aloude ingangen, opdat de Koning der ere inga'. De twee 'deuren' duiden op de twee metafysische polen van de aarde en de twee uiteinden van de weg naar het heil.

God daalt neer tot in de diepten der hel, verbreekt ze en vandaar wordt Hij verheven tot de poorten van de hemel : 'De Heer heeft, door zijn afdaling de vijand vernietigd en door zijn hemelvaart heeft Hij de mens verheven'.

Het pessimisme van Job stelt vast : ' Wie neerdaalt in de sheool (hel) stijgt niet meer op' (Job 7,9). Welnu, het hooglied van Anna (1 Samuel 2,6) profeteerde reeds : 'De Heer doodt en doet herleven. Hij doet naar het dodenrijk neerdalen en daaruit opkomen'. Het feest verkondigt de overwinning op de dood in de hel, en de traditie  overtreft de omvang van de uiteindelijke voltooiing. Zo bijvoorbeeld Johannes Chrysostomos, in een wonderbare synthese, toont ons het doel van het heil : de mensheid van allen in de mensheid van Christus is definitief ingeleid in het hemelse bestaan, het is onze vereeuwiging en onze onsterfelijkheid dat gerealiseerd wordt zonder mogelijke terugkeer. Vanaf dat moment 'bevindt onze stad zich in de hemel'(Fil.3,20). Meer nog : de Vader ' heeft ons doen verrijzen en doen zetelen in de hemelen in Christus Jezus' (Ef.2,6); door het vooruitlopen in Christus,  beschouwt sint Paulus reeds de vervulling van het Koninkrijk.

De Apostelen, neergeknield, keerden naar Jerusalem terug in grote vreugde ', zeggen de Handelingen der Apostelen, en de liturgie van het feest is barst van vreugde. Het heil is vervuld, maar het werk van Christus, dat objectief gezien vervuld was ,moet gaan doorheen een toeeigening ervan bij elke mens. 'De handen opheffend zegende hij hen' zegt Sint Lucas. Welnu, 'Terwijl hij hen zegende, verweiderde Hij zich van hen en werd ten hemel opgenomen'. De Heer stijgt op al zegenend, en de icoon maakt hiervan de spil van de samenstelling. Deze zegening vormt de aanloop naar Pinksteren, de zending van de Heilige Geest (zo mooi voorgesteld in de basioliek van Vézelay).Men kan zeggen dat de icoon van hemelvaart de épiclese van Pinksteren uibeeld, het moment waar ' ik zal bidden tot de Vader opdat hij een andere helper zou zenden, omvoor altijd met U te zijn ' (Joh.14,16) De épiclese is een aanroeping tot de Vader opdat Hij de Heilige Geest zou zenden, en dit feit wordt voortdurend herhaald tijdens de liturgie van het feest: ' Gij zijt verheven in de glorie, Christus onze God, nadat giij uw leerlingen met vreugde hebt vervuld door de aankondiging van de heilige Geest, zij werden bevestigd door Uw zegen'. ' De heer is opgestegen... om  het gevallen beeld van Adam te herstellen en ons de helper-Geest te zenden, opdat hij onze zielen zou heiligen...'. Men ziet heel duidelijk de diepere bron van de vreugde der apostelen, die opstraalt ondanks het vertrek, want de belofte blijft : ' Ik ben met U alle dagen, tot aan het einde der tijden' (Matth.28,20). Een tegenspraak voor de rede, een evidentie voor de Geest. Dit wordt onderlijnd on het Kondakion van het feest : ' door de goddelijke economie, voor wat ons betreft, te hebben vervuld en door alle bewoners der aarde te hebben verenigd met hen die in de hemel zijn, zijt Gij opgestegen in glorie om er voor altijd te verblijven, en Gij zegt tot hen die u liefhebben : Ik ben met U en niemand zal over ons kunnen zegevieren'. Na de hemelvaart is Christus op een andere wijze onder ons, meer verinnerlijkt0 Hij is niet meer voor zin leerlingen, lijfelijk aanwezig, maar in hun innerlijk : Hij is aanwezig in elke uiting van de Heilige Geest zoals Hij aanwezig is in de Eucharistie.

Al deze aspecten van één enkel mysterie van heil straalt uit in de zeer compacte Inhoud van de icoon. Zij stelt ons getrouw het oudste beeld ervan voor, dat reeds bekend was op de kruiken van Monza in de Ve en VIe eeuw, en dat sedertdien niet meer is veranderd. De hier afgebeelde icoon is uit de school van Andrei  Roublev(school van Moscou) en dateert van de XVe eeuw. Je moet in een plechtige stilte verkeren vooraleer de icoon begint te praten. Men moet zich overleveren aan zijn genade die langzamerhand leidt tot het hart van haar boodschap. De compositie, door zijn sobere maar strenge lyriek  is een wonderbare harmonie waar elk detail een verhaal vertelt. Van haar voorbeeld komt onbetwisbaar een plechtige musicale harmonie aan het licht dat zich laat gelden. : Sursum Corda !

Zoals in het Evangelisch verhaal is het het bevel  van de Heer om samen te komen om de ultieme boodschap te ontvangen, die het thema is van de compositie. Het is de Kerk onder de onophoudelijke uitstorting van Zijn  genade. Het is opmerkelijk dat een identieke compositie, door  de richting van de beweging van Christus om te keren, de terugkeer van de Heer zal uitbeelden, de parousie. Hier komen de alpha en de omega samen. De Kerk concentreert zich op dezelfde afwachting : 'Deze Jezus zal komen op dezelfde manier als gij Hem hebt zien opstijgen naar de hemel'(Hand.1,11). Christus is het hoofd van de Kerk, de Theotokos is haar figuur, de apostelen haar grondvesten. Onder dit teken van een voortdurende zegening, nemen de apostelen hun taak als kerkelijk fundament op zich.

De uiteinden van de opgeheven armen van de engelen en de voeten van de Maagd vormen de drie punten van een gelijkzijdige driehoek, en deze figuur is zo duidelijk begrensd op  de apostelen, dat zij zichtbaar het beeld van de drie-eenheid weergeeft waarvan de Kerk de afdruk is : het is de immobiliteit van de vaderlijke bron in de Maagd, en de goddelijke beheerders van het heil, het Woord en de Geest, zijn gesymboliseerd door de engelen. De geheiligde geometrische vormen die de compositie ondersteunen, naast de driehoek, doen ons de cirkel van de Kerk herkennen, die langs de buitenste fuguren van de apostelen heengaat, en die een weerspiegeling is van de cirkel die Christus omringt. De verticale lijn , die het hoofd van de redder verenigt met dit van de Theotokos delen het geheel in twee exacte delen in. Deze lijn wordt gekruist door de horizontale lijn  van de horizon en vormt een perfect kruis.

Christus is omringd door de cirkel van de cosmische sferen, waar zijn glorie straalt. Hij wordt in zijn opgaan ondersteunt door twee engelen. De kleuren van hun kleren reproduceren de kleuren van de apostelen. Het zijn de engelen van de incarnatie, zij onderlijnen dat Christus de aarde verlaten heeft met zijn aards lichaam. Dit, toont aan dat Christus zich niet afgescheiden heeft van de aarde en de gelovigen die met hen door hun bloed verbonden zijn. Christus strekt zijn rechteram uit in een zegenend gebaar, en in Zijn linkerhand houdt hij de boekrol vast. Hij is de bron van de genade-zegening en het woord-lering. Deze functie wordt door de hemelvaart niet onderbroken.

De twee witte engelen midden de apostelen dat de opstijgende Christus in al Zijn glorie zal terugkeren; het is een allusie op de woorden van Sint Paulus :'Op de verklaring van twee getuigen of van drie zal iedere zaak vaststaan'(2 Kor.13,1) en hun getuigenis is waar.

De Theotokos neemt de centrale plaats in , zij is de as van de groep die gesitueerd is op het eerste niveau. Zij steekt af bij de twee witte engelen op de achtergrond. 'Zuiverder dan de Cherubijnen en groter dan de serafijnen', zij is het vooraf bepaalde centrum waar de wereld van de engelen en de mensheid, de hemel en de aarde, op één centraal punt samenkomt.  Christus echter 'zetelt aan de rechterhand van de Vader, boven alle overheid en  macht en kracht en heerschappij en alle naam die genoemd wordt en Hem gesteld heeft als hoofd boven al wat is, gegeven aan de Kerk, die Zijn Lichaam is, vervuld met Hem, die alles in allen volmaakt'(Ef.1,20-23) Als figuur  van de Kerk wordt Maria altijd voorgesteld onder Christus. Haar houding is tweevoudig : 'als biddende' tegenover God is zijn diegene die de voorspreekster is, en 'de zeer zuivere', ten overstaan van de wereld is zij de heiligheid van de Kerk. Haar immobilisme toont ons de onwankelbare waarheid van de Kerk. De bevalligheid en de bijna

doorzichtige lichtheid van haar gedaante geven een verrassend contrast met de mannelijke figuren van de apostelen en hun bewegingen rondom haar. Haar kerkelijke betekenis wordt nog onderlijnd door haar verticale slankheid in haar lengte en daar haar handen die een offerend en smekend gebaar maken voor de wereld. De drie sterrren op het hoofd en de schouders symboliseren zoals altijd haar maagdelijkheid voor, gedurende en na de geboorte.

De apostelen zijn verdeeld in twee gelijke groepen en vormen een perfecte cirkel die hernomen wordt door de afgeronde armen van de engelen en tonen de Kerk die ingeschreven staat in de heilige teken van de eeuwigheid en de liefhebbende omhelzing tussen de Vader en de Zoon. Hun beweging betekent de prediking, de veelheid van talen en uitdrukkingen van de ene waarheid. De kleuren van het kleren vormen 'het veelkleurig kleed' van de goddelijke bruidegom - van de Kerk als éénheid in de verscheidenheid : naar het beeld van de Ene die zich verspreid in Drie en van de Drie die zich verzamelen in de ene. De groep links, met de engelen, vertaalt de geestdrift van de ziel naar het 'boven'. De groep rechts staat in vervoering voor de Theotokos - het verborgen mysterie van de kerk, de putten van het levende water, de heiligheid. De schitterende kunst van de iconografie, door een sterk contrast tussen immobilisme en beweging, doet ons het opstijgen van de Heer gevoelen die zich voor onze ogen schijnt af te spelen.

Het sursum corda weergalmt en nodigt ons uit om de boodschap te beluisteren : 'Alle naties, klapt in de handen, jubelt voor God met een vreugdegezang...want Christus die aarde en hemel heeft verenigt zegt tot hen die Hem beminnen : Ik ben met U, en niemand zal iets tegen U kunnen ondernemen'.

 Indien het landschap een lichte grens trekt tussen het hier beneden en het hierboven, de vier kronen van de bomen  van de olijfberg (symbool van vrede)steken er juist bovenuit en tonen de natuur die deelheeft aan de cosmische liturgie : God richt zich naar de wereld, en de wereld gaat haar Koning tegemoet.

De kleuren groen-ivoor spreken over de bevrijding door de genade. Een gevoel van vrede, van gebed en lofprijzingomhullen alles, want daar waar het hoofd zich bevindt plaatst zich de vreugdevolle hoop van het lichaam. De liturgie leert ons dat wij 'ons herinneren van wat komt' en 'dat men hoopt op wat reeds bestaat...'

 

Paul evdokimov : L'art de l'icone pp. 277-281

Vertaling : Kris Biesbroeck

 

14:00 Gepost in theologie | Permalink | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.