28-05-09

Khodr Georges metropoltiet : Eucharistie en bevrijding

Eucharistie en bevrijding

Metropoliet Georges (Khodr)

        

Khodr Georges mont Libanon

Metropoliet Georges Khodr van de Berg Libanon

Bestaat er een verband of relatie tussen de eucharistie en de sociopolitiek - of het zoeken naar de vrijheid  ? Dit is de vraag waarover metropoliet  Georges van de Berg-Libanon heeft nagedacht tijdens een conferentie die hij gegeven heeft aan de academie voor theologische studies van Volos in Griekenland. Georges Khodr is predikant, acteur van vele boeken en artikels en één van de stichters van de Beweging van Orthodoxe jongeren (MJO) en één van de belangrijkste voorstander van de vernieuwing die de Orthodoxe kerk van Libanon en Syrië de laatste vijftig jaar hebben gekend Vele jaren doceerde hij aan de Libanese Universiteit te Beyrouth islamologie en Arabische cultuur. Hij doceerde ook pastorale theologie aan de universiteit van balamand. De kroniek die hij elke zaterdag schrijft in het dagblad An-Nahar en gepubliceerd te Beyrouth wordt breed verspreidt in de Arabische wereld. Het is een getuigenis en het slaat bruggen tussen het christelijk getuigenis en de dialoog met de islam. Het heeft een grote invloed op de intellectuele milieus van Libanon en in vele landen van het Midden- Oosten.

Wij zijn veraf van de tijd waarop men sprak over de "vruchten van de communie" op het persoonlijk vlak : groei van godsvrucht, zuivering, toen het centrum van het sacrament het individu was in zoverre men aan de liturgie meedoet,en wanneer men op grote donderdag naar de kerk kwam zonder zich zorgen te maken over de liturgie... Met de opkomst van de liturgische theologie begrijpen we meer het communautaire aspect van de liturgie, het doel van dit sacrament is geworden :  de opbouw van de gemeenschap als Lichaam van Christus. In de liturgie wordt het volk van God gevormd, de heilige natie; zoals de anaphora van de heilige Basilios zegt.

De liturgische bijeenkomst doet ons Lichaam van Christus en bruidegom van de Heer worden

"Heer, redt uw volk en zegen Uw erfdeel". Deze zegening op het einde van de liturgie van de heilige Johannes Chrysostomos zoals ook in deze van de heilige Basilios de Grote, betekent dat de verspreide gelovigen gedurende de week ,nu, op een geheel bijzondere wijze, verzameld zijn als volk van God, of, om een ander beeld te gebruiken, als bruidegom van de heer.

Het bloed van Christus dat eens voor allen is vergoten voltooit in de celebratie deze goddelijke bruiloften. Het lichaam van de Heer waaraan alle gelovigen deelnemen, stelt een einde aan hun verscheidenheid en hun tegenstellingen, het doet hen Zijn lichaam worden, het neemt hen op in Zijn Lichaam, die zetelt aan de rechterhand van de Vader. Het is de nederdaling van de Heilige Geest op de bijeenkomst en het opnemen van de bijeenkomst in de Geest. Deze opvatting brengt ons niets nieuws over wat de apostel Paulus heeft gezegd : "Want er is slechts één brood, als velen maken we slechts één lichaam uit, want allen nemen wij deel aan een uniek brood" (1 Kor.10,17).

In de doop wordt één persoon ontvangen, en wanneer hij het baptisterium verlaat, want zo was het in de oude Kerk en zo zingen wij het nog altijd in de liturgie van grote Zaterdag, voegt hij zich bij de gemeenschap omdat hij "met Christus bekleed" is. "Gij allen die in Christus zijt gedoopt , gij hebt u met Christus bekleedt". Hij is op een diepere en meer zichtbare wijze geïntegreerd in de ganse Kerk en in de eucharistische communie.

Het delen van de goederen en het breken van het brood zijn intiem met elkaar verbonden

Wat ik kom te zeggen wordt door de Handelingen der Apostelen bevestigd : "Zij bleven getrouw aan het onderricht der Apostelen en de broederlijke gemeenschap, het breken van het brood en de gebeden" (2,42). Het onderwerp van deze vier elementen die het leven uitmaakte van de gelovigen, is de bijeenkomst zelf, en indien de uitdrukking "broederlijke gemeenschap" de gemeenschap van goederen uitdrukt, dan is het ook evident dat de uitdrukking "Breken van het brood" de eucharistische ritus uitdrukt. Wij vinden hier duidelijk dat het delen van de goederen en het breken van het brood innerlijk met elkaar verbonden zijn. Delen van het gewone brood en het hemelse brood voltrokken zich binnen de bijeenkomst en door de bedienaar van de bijeenkomst.

Wij hebben geen enkele aanduiding in de geschiedenis die ons zegt dat zij die voor een zekere periode verwijderd zijn van de kelk worden verzoend door het sacrament van de boete. Alles wijst erop dat alleen een beslissing van de bisschop hen opnieuw kan toestaan om te communiceren, 't is te zeggen : hun terugkeer in de gemeenschap der heiligen. De christen heeft dus twee statuten : deze van een zondaar die uitgesloten wordt van de communie, en deze van een bekeerde die opnieuw in de gemeenschap wordt opgenomen. Ik begrijp de gedragingen niet al te goed van het merendeel van de autocephale kerken, of van een groot aantal gelovigen die zich tevreden stellen om alleen maar naar de kelk te kijken zonder ertoe te naderen, alsof zij zich zelf uitsluiten uit de eenheid van de gelovigen, alsof zij terugkeren tot de status van catechumeen.

Verder begrijp ik niet dat de caritatieve actie van de Kerk door leken wordt ondernomen die zelden communiceren, en dat tot gevolg heeft dat men zijn brioeders liefheeft in het delen van materiële goederen onafhankelijk van het hemels brood waarvan men zich de toegang ervan ontzegt,tenzij,  eventueel met Pasen. De caritatieve actie wordt zo een louter sociale actie in plaats van een uitdrukking te zijn van de broederlijke liefde die gevoed wordt door de kelk. Anderzijds laat men bij het negeren van de kelk  verstaan dat het Lichaam en het Bloed van Christus  enkel het deel is van de celebrerende priester. Op die wijze  bevestigt men impliciet de scheiding van gewijde en niet gewijde personen.

De realisatie van de nieuwe mensheid

De gelovigen die getransformeerd zijn door het sacrament waken samen om de tweede komst te ontvangen. Wij zeggen het op het einde van de Liturgie. De Parousie waarop wij ons richten realiseert de nieuwe mensheid, 't is te zeggen deze waarin de Heilige Geest woont, zoals de heilige Maximos de Belijder het uitdrukt. Onze liefde voor de niet-christenen roept voor hen de Geest op. Het is daar dat zich de ontmoeting van alle mensen in Christus bewerkstelligt, en die de definitieve gemeenschap vormt... De Vader roept wie Hij wil in de Geest. Zij zullen samen "bruid zijn zonder  vlek noch rimpel"(Ef.5,27).

Wij staan hier voor een onuitsprekelijk mysterie : elke geredde persoon is een "bruidegom". Maar de mensheid die verenigd is in het aanschijn van de Vader zal volledig in de liefde zijn die hen verenigt als "bruidegom". Het is het mysterie van het verschil en het onderscheid van verrezen en opgenomen zijnden in het Koninkrijk. Er is een hemelse Eucharistie waarvan Jezus spreekt, zonder teken. Liefde heeft geen nood aan een teken. Maar de realiteit die het draagt maakt de gemeenscha

"De overgang de eucharistie naar bevrijding wordt ingegeven door de eucharistie zelf".

De overgang van de eucharistie naar de bevrijding wordt ingegeven door de eucharistie zelf. Voor de heilige Johannes Chrysostomos, is er een waarachtig altaar waarop de gelovigen het geestelijk offer moeten offeren van het aalmoes en de barmhartigheid.... "Dit altaar is erger dan datgene die zich in deze bepaalde kerk  bevindt. Laat ons niet te luid roepen. Dit altaar hier is heilig omwille van het offer dat er komt ; dit van het aalmoes is méér, want het is gemaakt door dit slachtoffer zelf. Het eerste is heilig, omdat het gemaakt is van steen en geheiligd is door het contact met het Lichaam van Christus. Het andere altaar is heilig omdat het het Lichaam zelf van Christus is. Het is dus vereringswaardiger dan het ander, mijn broeder, wees op uw hoede.

"Dit altaar kan je gedekt vinden in de straatjes en pleinen en op elke uur kan je er een offer brengen, want ook daar is het de plaats voor offers. En zoals de priester, staande aan het altaar, de heilige Geest aanroept, zo ook aanroept gij de Geest, zoals deze olie verspreidt in overvloed" (Hom.82 in Matth;PG 58,744. (...)

"De Kerk houdt van de wereld, maar toch blijft zij vrij ten overstaan van alles"

De kerk handelt niet alleen in het heiligdom, want er bestaat geen scheidingsmuur tussen het altaar en de cosmos. De Eucharistie blijft het teken des tijds die de Tweede wederkomst voorbereidt en die handelt buiten de tempel. Denk aan de anaphora die, zich tot God richtend zegt : wij aanbidden U "in alle plaatsen van uw heerschappij". Het licht van God is ook te vinden in de niet christelijke creativiteit, en op alle domeinen van de gedachte en de kunst, en overal waar de rechtvaardigheid wordt gepredikt.

Het is in de Kerk dat wij de betekenis van de dingen en van alle daadwerkelijke en mooie veranderingen die de mensen ondernemen, leren kennen. De kerk houdt van de wereld, terwijl ze er terzelfdertijd toch vrij tegenover blijft. Zij kan ook in alle culturen aanwezig zijn, hun innerlijkheid waarnemen, maar zij blijft vrij met betrekking tot elke menselijke schepping. De kerk is zelfs vrij van haar eigen sociologische realiteit, vrij ten opzichte van de volkeren die er leven, zoals zij ook vrij is ten overstaan van haar culturele structuren. Het is deze vrijheid die van de Kerk " een heilige natie, een priesterlijk koningrijk" maakt.

De sleutel tot de vernieuwing : de Kerk bevrijden van de "Christenen die het alleen zijn bij naam"

Er bestaat vandaag, onder verschillende vormen, een  sociologische vorm van orthodox christendom en een gelovige orthodoxie, biddend, eucharistisch, eschatologisch. Deelnemen aan de sacramenten zonder zich zorgen te maken voor wat ze betekenen is een vorm van hen "onwaardig" te ontvangen, zoals de apostel  zegt in de eerste brief aan de Korintiërs (11,27). Helaas praktiseert de orthodoxe kerk niet meer de excommunicatie, en het kaf en het koren blijven in hetzelfde kamp tot op de dag van het laatste oordeel.

Welnu, de Kerk bevrijden van zekere christenen maakt een essentieel deel uit van het canonisch recht,  dat als verouderd wordt aanzien door de kerkelijke overheden. Zichtbaar zullen wij geoordeeld worden naar de liefde.  Vanaf het moment dat de liefde wordt beoefend in het samen delen, leidt het naar het Christelijk broederschap tussen de orthodoxen van naam en diegenen die openstaan voor het inzicht in het mysterie.

"De uiteindelijke bevrijding is deze van de ganse cosmos"

De bevrijding van de Kerk van binnenuit, blijft de sleutel tot haar vernieuwing. Als men dit sociologisch lichaam "meer eucharistisch" kan maken door haar te bevrijden van elke nationalistische, culturele, tijdelijke  onderdanigheid, in het bewustzijn dat, ondanks en zelfs binnen onze historische banden, wij de Kerk dragen . De heiligheid, zelfs al wordt ze ons in de geschiedenis van de mensen toegeworpen, is slechts haar bestaan en de kracht van haar apostolaat aan God zelf te danken.

De Kerk heeft in haar geschiedenis periodes van verval gekend. Daarom zal de Heilige Geest, wanneer hij midden deze chaotische diversiteit,"de kleine rest" tegenkomt, deze bewaren, levendig maken, verlichten, opdat aan het volk van God het elan zou getoond worden waartoe het in staat is, welke de sociologische situatie transformeert in een brandend braambos.

De uiteindelijke bevrijding is deze van de ganse cosmos. Deze transformatie van de cosmos wordt door de heilige Simeon de Nieuwe Theoloog "nieuwe geboorte" genoemd.  Het komt hier op neer, dat "onze  lichamen en het geheel van de schepping- alle elementen die er deel van uitmaken - met ons deel zullen hebben aan  de schittering van het hiernamaals". Het is omdat de wereld spiritueel  zal worden, denkt Symeon, dat dit absoluut niet te begrijpen en niet definieerbaar zal zijn voor ons.

"Wat ge neemt, bezit je, wat je geeft bevrijdt je"

In afwachting van de Parousie (de Tweede wederkomst van Christus), is gans het leven van de mens verbonden aan het eten, de kleding, aan de woning en vertrekkend van het geld. Aan wie behoren deze dingen toe ? De schrift zegt " de ganse wereld hoort toe aan de Heer". Dit stelt de vraag naar de persoonlijke eigendom. De romeins katholieke gedachte zegt dat de eigendom een sociale functie heeft. Dit impliceert de notie van gemeenschappelijk goed. In het Oosten, is de grootste doctor van de eigendom de heilige Basilios, gevolgd door de heilige Johannes Chrysostomos, door de heilige Augustinus en enkele anderen. Ondanks enkele studies die in het Westen werden ondernomen om van Basilios de exegeet te maken van de eigendom als sociale functie, kent men deze verklaring :  "Zeg mij aan wie gij toebehoort en van wie hebt gij dit in eigendom hebt gekregen voor de rest van uw leven ?" En hij vervolgt :  " Wie is de mens die genoemd wordt als de dief van de gemeenschap ? Is het niet diegene die voor zichzelf houdt wat aan allen toekomt ? Het brood dat gij bewaart is de eigendom van de hongerigen, en de kledij die gij in uw kast legt is de eigendom van de naakten."

 Vele passages van de heilige Basilios gaan in deze richting.  Datgene wat wij geciteerd hebben betekent dat de eigendom enkel aan God toekomt, en in de handen van mensen is het slechts als eenvoudige zaakvoerder.

Wat ook de bron van geld mag zijn (erfenis, industriële productie of wat ook), gij zijt er slechts de zaakvoerder van. De schrift zegt dat gij eerst en vooral om uw naaste bekommerd moet zijn, maar evident altijd in een geest van zaakwaarnemer. Aan hun zijde maken alle mensen deel uit van de familie van de Vader. Wij hebben niet meer in het Nieuwe testament de verplichting tot het betalen van tienden, want de liefde heeft geen grenzen en is niet onderworpen aan het mathematisch aspect van de dingen. Datgene wat gij neemt bezit gij. Datgene wat gij geeft maakt je vrij. Dit wordt door de psalmist zo uitgedrukt :        

"Hij beoefent de vrijgevigheid, hij geeft aan de armen; zijn rechtvaardigheid blijft voor eeuwig" (112,9).

"Christus onderwerpt Caesar aan God"

Wat in verband met de bevrijding in de politiek ? De vraag is extreem complex, des te meer daar in de politieke manipulatie van mensen, de oprechtheid in de politieke strijd uiterst zelden voorkomt. Het is het vasthouden aan de macht, de overwinning ten alle prijze dat overheerst. Ik weet niet wie onder de mensen van de macht of zij die naar ambities streven plaats geven aan God. De mens die geëngageerd is in de strijd kan een overtuigd christen zijn, geëngageerd, maar dikwijls behoort hij toe aan twee sferen tegelijk, deze van God en deze van de wereld, zonder enige communicatie tussen beide. Wanneer de Heer zegt : "Geeft aan Caesar wat aan Caesar toekomt en aan God wat aan God toekomt" (Matth.22,21), dan worden deze twee domeinen niet gescheiden. Hij onderwerpt Caesar aan God.

Geen enkele staat is een welzijnsstaat. De grote mogendheden bekennen dikwijls dat zij zich mengen in dit of dat deel van de wereld omwille van hun eigenbelang. De macht blijft, méér dan het geld zelfs, de grote hebzucht. Overigens zijn vele staten bekend als politiestaten, dus actoren van geweld. Wie kan hen tegenhouden van het geweld en hun mensen in vrijheid laten leven ? (...)

Structuren van geweld binnen een land : een macht die de burgers ontmenselijkt"

Er is in de griekse patrologische traditie geen enkele rechtvaardiging van de oorlog, omdat de oorlog, dood betekent. Misschien kan men de notie van een defensieve oorlog aanvaarden. Ik  zal hier niet verder op ingaan. Ik begrijp dat men wil leven in vrijheid en zijn medeburgers verdedigen.

Het is waar dat buiten de vijanden van binnenuit, er autoritaire subversieve maatschappijen bestaan. Er zijn structuren van geweld binnen een land zelf. Men moet hiertegen protesteren. Maar ik vind niets binnen onze leer die het bloed rechtvaardigt.

De vreedzame revolutie tegen de oppressie is begrijpelijk. Daar, waar alles onzeker is. Men moet proberen om de natie om te vormen in een communiële gemeenschap. De onderdrukking overwinnen kan het fundament zijn van een getuigenis die het vuur van de Geest binnenbrengt in een situatie van dood.

De goddelijke stad, alhoewel aards, is de Kerk

In afwachting van het hemels Jerusalem waar onze éénheid zal voltrokken worden, in een totale helderheid, in tijden van vrede, leven wij hier in de stad van God, alhoewel aards, de Kerk. Hier zoals daar zijn wij reële mensen, verengd maar niet vermengd naar het beeld van het verenigd Lichaam, gevormd vanuit het hoofd dat Christus is. De griekse stad was gevormd door vrije mensen die gebonden waren door de macht gebaseerd op rechtvaardigheid, zelf gevormd door de macht die komt van de logos (een goed geordende gedachte). Welnu alles wat niet logicos is ( eenvormig aan deze gedachte) is chaos en kan de eenheid niet bezegelen.

In de visie van de apostel Paulus waren Grieken en Barbaren één, omdat ze zo loyaal mogelijk waren aan hun eigen instituties, zij wensten van geen andere autoriteit af te hangen dan aan deze van de Stad. Zij leefden in de grieks-romeinse stad volgens haar leefregel die voor allen gelijk was. Zij onderscheidden zich enkel door hun zuiverheid van leven, zoals het epistel van Diogenes het later zal zeggen.

In werkelijkheid vormden zij een onzichtbare gemeenschap  die deze was van de Eucharistie. Zij waren één op het plan van de diepgang. Zij onderscheidden zich op deze wijze van de platoonse stad hierin,  alhoewel zij geweld toelieten, zoals vrije bezorgde mensen het doen, zij deden het als zwakke mensen, slaven ( mannen en vrouwen), maar innerlijk gesterkt door de visie van een Mens die hun het heil had gegeven door zijn zwakheid, en de zege door zijn vergoten bloed.

De voorsmaak van het Koninkrijk in de zondagse bijeenkomst

Zij putten hun kracht - en niet hun macht - door de eerste dag van de week samen te komen en door zich te transformeren in Zijn Lichaam en Zijn Bloed waardoor zij één werden door zich te bevrijden van hun zonden en hun passies. Het is God, en niet het concept van macht van de Stad, die hen nieuw maakte binnenin de polis (de aardse stad). Het was niet Athene noch Sparta, noch het aardse Jerusalem dat het model was waarin zij zich probeerden te vormen, maar zij deden het volgens het model van een stad die reeds bestuurd werd door Hem die gestorven is op het kruis en die de tekenen in zich droeg van Zijn dood op het Kruis en die de stigmata droeg van Zijn dood op Zijn verrezen Lichaam, Hem, voor wie de glorie spreekt en zich meedeelde doorheen de pijnen van ons leven.

De zwakken, de armen, de ontwapenden, de ongeletterden zijn samen rond deze kelk die het bloed bevat van een God die hen sterk maakt en getuigen tegenover de rijkdom en de macht van de wereld. Zij zijn op weg naar de Heer die komt. Indien het Maranatha  (1 kor.16,22) word gelezen als een bevestiging van het gebeuren op calvarie, maar niet als een aanroeping van hem die moet komen ("Heer,kom"), dan zijn wij bezig met te bevestigen dat wij het hemels Jerusalem zullen vormen met het Koninkrijk dat komt. Maar nu reeds hebben wij de voorsmaak van  dit Koninkrijk in de zondagse bijeenkomst.

Het Koninkrijk nu voorbereiden ,

Maar de Tweede wederkomst blijft een absoluut mysterie.

Is er een relatie tussen de sociopolitieke, culturele bevrijding en de komst van het Koninkrijk ?

Vader Serge Boulgacov denkt dat het eschatologisch feit wordt voorbereid door de geschiedenis. "De eschatologie, zegt hij, veronderstelt een breuk; het is daarin dat de idee bestaat van het einde". Hij denkt eveneens dat de wereld moet  rijp worden voor het einde. Er is een werk van Christus in de wereld.... Men kan niet, denkt hij, " blijven stilstaan bij de verschillende momenten van de tragedie van Christus, bij de destabilisatie en de universele corrupties". Het persoonlijk heil staat ingeschreven in het algemeen oeuvre van de mensheid , die bestaat in het vestigen van het koninkrijk van Christus in de wereld. De Tweede wederkomst wordt een  god-menselijke daad.

Men moet zeker het Koninkrijk voorbereiden in de tijd waarin wij leven, in de communicerende gemeenschap, in het sacrament dat wij beleven buiten de tijd, maar de schrift zegt dat de uiteindelijke vrijheid aan de mens zal worden gegeven door de Heer die komt, een gemeenschappelijk werk van de mens en de drie-eenheid.

Het uiteindelijk goddelijke is niet de ontmoeting van de opgaande mens en de neerdalende God. De tweede wederkomst blijft een absoluut mysterie, maar de mens moet zijn energie ontplooien om het plan van God te kennen, de tekenen des tijds  ontcijferen. Alleen God openbaart zich in Zijn kracht en Zijn liefde door de mens voor te bereiden om het licht te ontvangen.

Dit betekent dus niet dat  men God kan verwachten zonder zelf een inspanning daartoe te doen, het zou de heerschappij zijn van de ongeïnteresseerdheid. Het is door de scheppende energie dat men God kan zien indien deze energie een vorm van zuiverheid van hart is. De mystieke bruiloften zijn door God geofferd in de voorbereiding van het hart van de mensheid die lijdt en werkt (...) Eucharistie en vrijheid hebben ditzelfde centrum, de Heer van de glorie.

 

 

Uit SOP 337

April 2009

Vertaling : Kris Biesbroeck

 

 

 

 

 

18:02 Gepost in theologie | Permalink | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.