01-06-09

Augustinus : Eenheid en liefde

AUGUSTINUS

 

EENHEID EN  LIEFDE

Augustinus 335
 

Deel 1

 

(Preken over de eerste brief van Johannes)

 

1.

Liefde is een aangenaam woord, maar nog aangenamer is de werkelijkheid ervan. Wij kunnen niet altijd over de liefde spreken. Want wij hebben veel te doen en verschillende bezigheden eisen ons op en versnipperen ons leven. Hoewel er geen betere bezigheid is voor onze tong, is het onmogelijk altijd over de liefde te spreken. Maar al kunnen wij er niet altijd over spreken, we kunnen wel altijd van de liefde leven. In deze viering hebben wij het alleluia gezongen;  wij kunnen daar echter niet altijd mee bezig blijven. We zingen het ook niet altijd één uur aan een stuk, maar slechts enkele minuten; dan zijn we weer bezig met iets anders. Alleluia betekent, zoals ge weet, "Loof de Heer".

Het is niet mogelijk de Heer onafgebroken met de mond te loven, maar Hem loven met onze levenswijze is altijd mogelijk. Werken van barmhartigheid, gevoelens van liefde, daden van Godsverering, ongerepte zuiverheid en bescheiden matigheid, moeten we zonder onderbreking in praktijk brengen. Daarom moeten we steeds trouw zijn : zowel in het openbaar als thuis, zowel voor het oog van de mensen als in onze slaapkamer, zowel in ons spreken als in ons zwijgen, zowel bij ons werk als in onze vrije tijd. Deze deugden worden immers met het hart beleefd.

Wie zou in staat zijn alle deugden op te noemen ? Ze zijn als het leger van de bevelhebber, die in uw geest woont. Zoals een bevelhebber door zijn leger laat uitvoeren wat hij verlangt, zo gebruikt de Heer Jezus Christus, vanaf het ogenblik dat Hij in het innerlijke van de mens woont, dat wil zeggen in onze geest door het geloof, deze deugden  als zijn dienaren. Deze deugden zijn niet waar te nemen met onze ogen. Toch worden ze geprezen als men erover spreekt. Maar ze zouden niet geprezen worden, als men er niet van hield; en men zou er niet van houden, als men ze helemaal niet kon waarnemen. Dus moeten ze op een of andere wijze waargenomen worden, zij het dan niet met de ogen. Inderdaad, ze worden waargenomen met de innerlijke blik van het hart.

Door deze onzichtbare deugden wordt ons lichaam op tastbare wijze in beweging gezet. Bijvoorbeeld onze voeten om te gaan. Waarheen ? Naar waar de goede wil, die de bevelhebber Christus dient ze beweegt. Onze handen om iets te doen. Wat te doen ? Wat de liefde, die ons wordt ingegeven door de heilige Geest, van ons vraagt. De uiterlijke handelingen gebeuren zichtbaar,maar Hij die ze van binnenuit beveelt, is onzichtbaar. Wie de persoon is die in het hart beveelt, weet nagenoeg alleen Hij die beveelt, en degene die daaraan innerlijk gehoor geeft.

2.

Zusters en broeders, gij hebt daarjuist in het evangelie gehoord ( tenminste indien gij niet alleen uitwendig gehoord, maar ook met uw hart geluisterd hebt) : "Pas op ; beoefen uw gerechtigheid niet voor het oog van de mensen om de aandacht te trekken" (Matth.6,1). Wil Jezus daarmee zeggen dat wij al het goede dat wij doen, verborgen moeten houden voor de mensen uit vrees gezien te worden ? Als wij bang zijn  gezien te worden, zullen wij nooit navolgers vinden. Het is noodzakelijk dat men gezien wordt.

Maar dit betekent niet dat wij iets moeten doen louter om gezien te worden. Daarin mag het hoogtepunt van onze vreugde of het eindpunt van onze voldoening niet gelegen zijn. We mogen nooit denken dat we de uiteindelijke werking van een goede daad bereikt hebben, wanneer we gezien en geprezen worden. Dit laatste heeft niets te betekenen. Acht uzelf gering wanneer gij geprezen wordt. Doe het goede dus niet voor uw eigen roem, maar voor de roem van Hem die u in staat stelt iets goeds te doen. De mogelijkheid om kwaad te doen hebt gij uit uzelf; de mogelijkheid om goed te doen hebt ge van God.

Zie daarentegen hoe de perverse mens de zaken op hun kop zet. Het goede dat hij doet, wil hij aan zichzelf toeschrijven; voor het kwaad dat hij verricht, geeft hij de schuld aan God. We moeten deze verdraaide redenering, die de zaken helemaal op hun kop zet, het bovenste beneden en het onderste boven, weer recht zetten. Wilt ge God onder plaatsen en uzelf boven ? Ge zult er niet beter van worden, maar naar beneden storten, omdat God altijd boven is. Hetzelfde geldt wanneer ge het goede aan uzelf toeschrijft en het kwade aan God. Wilt ge de waarheid spreken, zeg dan veeleer : het kwaad komt van mij en het goed van Hem; al wat ik aan goeds doe, dank ik aan Hem; al het kwaad dat ik doe, komt uit mezelf voort. Deze belijdenis maakt ons hart sterk en vormt de basis van de liefde.  Indien we onze daden zouden moeten verbergen voor het oog van de mensen, wat moeten we dan aanvangen met de woorden van de Heer uit de bergrede : " Zo moeten uw goede werken een licht stralen voor de mensen"(Matth.5,16) En hierbij laat Hij het niet, want Hij voegt eraan toe : "Opdat zij uw Vader, die in de hemel is erom eren" (Matth.5,16). En Paulus verklaart : "De Christengemeenten van Judea kenden mij niet persoonlijk. Zij wisten alleen van horen zeggen : hij die ons vroeger vervolgde, verkondigt nu het geloof dat hij eens wilde uitroeien. En zij verheerlijkten God om mij"(Gal.1,22-24). Ge ziet hier hoe Paulus, in zijn bekendheid, niet zijn eigen eer zoekt, maar de eer van God. Wat zijn eigen persoon betreft, bekent hijzelf (wij zijn het niet die hem daarvoor uitmaken) dat hij een verwoester van de Kerk is, een fanatieke en afgunstige vervolger.

Paulus heeft gaarne dat zijn fouten ter sprake komen. Daardoor draagt hij bij tot de eer van God, die hem van zo'n zware ziekte genas. Want de hand van de geneesheer sneed het grote gezwel open en genas het. De stem van de hemel wierp de vervolger op de grond en maakte een verkondiger van hem; zij doodde Saulus en wekte Paulus tot leven (vgl Hand.9). Saül was de vervolger van David (1 Sam.19) Paulus droeg aanvankelijk, toen hij de christenen nog vervolgde, dezelfde naam. Later is hij van Saulus een Paulus geworden (Hand.13,9).

Wat betekent de naam Paulus ? De kleine , de bescheidene. Toen hij nog Saulus was, was hij hoogmoedig en arrogant. Als Paulus werd hij nederig en bescheiden. In onze taal betekent "klein" hetzelfde als "bescheiden".  Dat Paulus werkelijk bescheiden was, blijkt uit zijn woorden "ik ben de minste der apostelen" (1 Kor.15,9) en "Ik, de allerminste van alle gelovigen"(Ef.3,8). Onder de apostelen was hij niet meer dan de zoom van het kleed van Christus. Maar de kerk uit de heidenen raakte de zoom van Christus'kleed aan en genas, zoals de vrouw uit het evangelie die aan vloeiingen leed (Matth.9,20-22).

3

Dit wil ik u maar zeggen, zusters en broeders : naargelang de tijd van uur of dag stelt gij verschillende handelingen. Ge kunt niet altijd spreken, niet altijd zwijgen, niet altijd eten, niet altijd vasten, niet altijd armen te eten geven, niet altijd naakten kleden, niet altijd zieken bezoeken, niet altijd ruzies bijleggen, niet altijd doden begraven. Nu eens doet ge dit, dan weer dat. Als ge met iets begint, moet ge er vroeg of laat weer mee ophouden. Maar het princiep dat tot deze handelingen drijft, mag geen begin en geen einde kennen. De inbnerlijke liefde mag geen onderbreking kennen, terwijl de uiterlijke daden van liefde al naargelang de omstandigheden gesteld moeten worden. Zoals er geschreven staat "moet de broederlijke liefde blijvend aanwezig zijn (Hebr.13,1).

 Uit : eenheid in liefde : Augustinus'preken over de eerste brief van Johannes. pp.129132

Vertaald door Prof. Dr. TJ. Van Bavel

13:51 Gepost in theologie | Permalink | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.