23-06-09

De Orthodoxe Kerk - deel 1

DE ORTHODOXE KERK

 Olivier Clément

 DEEL  1

Inleiding

Met het Rooms Katholicime en de Kerken voortgekomen uit de Hervorming, is de orthodoxe Kerk één van de  drie grootste uitderukkingsvormen van het historisch christendom. Zij telt ongeveer 200 miljoen gedoopten. In oost Europa moest zij lange tijd gebukt gaan onder de barbaarse omstandigheden van een totalitair regime. Sedert de grote politieke of economische emigraties van onze tijd is zij ook in het Westen aanwezig. Zij is er nochtans minder goed bekend.

Daarom hebben wij getracht, zonder het vuur en de zwakheden uit de geschiedenis te vergeten, om te gaan naar het essentiële. Dit doen we door te vertrekken vanuit het binnenste zelf. Om de levendige éénheid van de Orthodoxie naar waarde te schatten, zijn we kort gebleven in wat betreft de theologische fundering die haar eigen is, om vervolgens aan te tonen hoe deze zelfde realiteit de kerk structureert en haar plaats bepaalt in de heiligheid. Wat zou, op het spiritueel domein, een kennis voor ons betekenen die ons niet het gevoel zou geven van een innerlijke vooruitgang ? Dit is ten minste het doel van de korte bijdrage die wij hier willen geven.

Eerste hoofdstuk

 CHRONOLOGIE

1. - De orthodoxe Kerk in de lijn van de primitieve Kerk

 'Apostolisch', de orthodoxe Kerk situeert zich in de ononderbroken continuïteitVan de primitieve Kerk.

Onder de kenmerken die eigen zijn aan het Oosten, zijn er verschillende  die de historicus treffen: de paasvreugde van de Verrijzenis, de overwinning op de dood en de hel, gemeenschappelijk voor alle christenen, is nooit verduisterd geweest in de Orthodoxie door een overdreven aandacht voor goede vrijdag. De Handelingen der Apostelen verheerlijken de werkdadigheid van de Naam van Jezus : de aanroeping van deze Naam vormt de kern van de orthodoxe spiritualiteit. Voor de heilige Johannes welt het licht en het leven op uit de sacramenten : een Cabasilas in de 16e eeuw, een Johannes van Kronstadt onderlijnen dat het 'leven in Christus' ons het bewustzijn geeft en de ervaring van deze sacramentele genade... De locale eucharistische gemeenschap manifesteert ons de gansheid van de Kerk ('de Kerk van God te Rome...te Korintië' schrijft Paulus):  dit is ook vandaag nog het fundament van de orthodoxe ecclesiologie. Alle locale kerken  drukken in het concilie hun gemeenschappelijk getuigenis uit : de Orthodoxie ziet in het 'concilie' van Jeruzalem (Hand.15,5-29) het prototype van haar denkbeeld van getuigenis en dienst in de Kerk... De 'charisma's' van de Geest zijn overvloedig aanwezig in de apostolische tijden : de Orthodoxie heeft altijd een waarachtige profetische ambt gekend, luisterrijk of verborgen.      

2. - De zeven Oecumenische concilies

Met de bekering van het romeinse Keizerrijk (4e eeuw), en de veralgemeende christianisering van de wereld rond de middellandse zee, de ontmoeting met de griekse filosofen verplicht de Kerk om de 'intellectuele inhoud' van het mysterie waarvan zij leeft te verduidelijken. De griekse Vaders hebben niet geprobeerd om een synthese samen te stellen tussen de openbaring en de filosofie : met een onafhankelijke souvereiniteit hebben zij de techniek en de filosofische woordenschat gebruikt uit hun tijd, zonder zich op te sluiten in één bepaald systeem (alles evenzeer, en alles ook even weinig stoïcijns en aristotelisch als platonisch...) In een altijd concreet perspectief, soteriologisch, hebben zij deze christelijke gedaanteverandering van de denkbeelden welke Byzantium ons zal nalaten met ijver verdedigd. Het Semitisch aards  genie van Antiochië matigt het meer symbolische genie dat Alexandrië is. De grote ascese van de woestijn schrijft de theologie voor aan de contemplatie en, met Macarius de Grote ( of de onbekende die onder die naam schuilgaat) hervindt de bijbelse eenheid van de mens zich in het 'hart' - dit tegen het griekse dualisme.

Het is in deze tijd, in het kader van het christelijk Keizerrijk en op initiatief van de keizers zelf die bezorgd waren om de eenheid van het geloof van hun onderdanen te bewaren, dat in het mediteraan Oosten de zogenaamde 7 Oecumenische ( komt van oecuméné . de bewoonde wereld -  gelijk met het Keizerrijk) concilies zijn tot stand gekomen. De orthodoxe Kerk heeft vóór en na nog andere concilies gekend, waarvan hun beslissingen de Kerk hebben verrijkt. Nochtans kent zij aan de 7 oecumenische concilies een bijzondere betekenis toe, omdat ze de christologische boodschap van de Kerk hebben verduidelijkt, het mysterie van Christus waarlijk God en waarlijk mens, de spil van gans het christelijk geloof.

Het concilie van Chalcedonië (451), hoogtepunt van de christologie, belijdt Christus 'waarlijk God en waarlijk mens' 'die zich doet kennen in twee naturen zonder vermenging, zonder verandering, ondeelbeer, onscheidbaar, op deze wijze dat...de eigenschappen van elke natuur slechts het meest intens zijn wanneer ze verenigt blijven in één enkele persoon of hypostase...'.

De oecumenische concilies hebben ook de lokale kerken gegroepeerd rond enkele ervan, die een rol spelen als centra van overeenstemming : zo staat de bisschop metropoliet in voor de bisschopswijding van zijn provincie, en de patriarch voor de wijding van metropolieten. Er kwamen vijf patriarchaten tot

stand          : Rome, Constantinopel, Alexandrië, Antiochië, Jeruzalem ( de 'Pentarchie'). Rome had de rol van ereprimaat en had een grote morele autoriteit, maar haar juridische macht herleidde zich in het Oosten tot een beperkt juridisch appèl

3. - Het schisma tussen de Westerse en de Oosterse christenheid.        

Tussen de 11e en de 13e eeuw, scheidden de wegen van het Westen en het Oosten zich geleidelijk.

De diepste reden, die alleen de duur van de scheiding verklaren, zijn theologisch. Er is vooreerst het probleem van de voortkomst van de Heilige Geest.   

Het Credo van Nicea-Constantinopel, hernam de woorden van Christus (Johannes 16,26),         dat de heilige Geest 'voortkomt uit de Vader'. In een conceptuele context dat verschilt van die uit het Oosten, en die we zullen vermelden ter gelegenheid van onze uiteenzetting van de trinitaire theologie, zal het Westen vanaf de 3e-4e eeuw verklaren dat de Heilige Geest voortkomt : '...uit de Vader en de Zoon' a Patre Filioque .  Laat gekend in Byzantium, werd deze formule streng verworpen in de 9e eeuw door patriarch Photius die bevestigt : 'De Geest komt uit de Vader alleen voort'.

Een andere essentiële oorzaak van het schisma is de wil van de pausen om de morele primauteit, een aanwezigheid in liefde, (heilige Ignatius van Antiochië) in de schoot van de locale kerken om te vormen tot een rechtstreekse juridische macht  over deze kerken, tot misprijzen van de traditionele rechten van de bisschoppen, de metropolieten, de patriarchen. In de 11e eeuw zal de gregoriaanse hervorming, die het pausdom wilde bevrijden van de duitse keizers en de kerk van de feodaliteit, een poging ondernemen om de bisschoppen rechtstreeks onder het gezag van de paus te onderwerpen (en de koningen : theorie van de 'twee zwaarden'), en de onfeilbaarheid van het hoogste kerkelijk gezag van Rome opeisen (onfeilbaarheid die nochtans maar zal worden gedogmatiseerd in 1870).

De hervormers omringden reeds paus Leo IXe wanneer hij in 1054 een missie naar Constantinopel zond. De voornaamste legaat, kardinaal Humberto,  was een vurig hervormer die overal de wil van Rome wilde opleggen. Tegenover de terughoudendheid van de patriarch van Constantinopel, Michaël Caerularius, legde Humbert op 15 juli 1054 een excommunicatiebulle neer op het altaar van de kerk van de Heilige-Sophia. Daarin veroordeelde hij onder andere de Grieken om het Filioque uit het Credo te hebben weggelaten en het huwelijk van priesters te hebben toegestaan !

In 1204 heeft het onherstelbare zich voltrokken : de 4e kruistocht week af naar Constantinopel, de stad werd ingenomen, de kerken geprofaneerd, de iconen stukgeslagen, de relieken werden geworpen in verachtelijke plaatsen, een prostituee  zong obscene liederen op de patriarchale troon.

Paus Innocent II keurde de gewelddaden van de kruisvaarders af, maar bevestigde de benoeming van een venetiaans patriarch te Constantinopel. De Byzantijnen ontdekten op een brutale wijze de latijnse ecclesiologie : Rome had dezelfde criteria niet meer van de waarheid als het Oosten.

4. - Grootheid van Byzantium

Zoals in de 7e eeuw had de Islam de oude patriarchaten van het Nabije Oosten overstroomd, zonder ze echter te verwoesten. Constantinopel werd voor eeuwen het centrum van het orthodoxe leven : een smeltkroes van een opmerkelijke christelijke cultuur, die voor de mensen de ' hemel op aarde' wilde openen door de iconen en de liturgie. Terwijl de gewijde kunst zich had bevrijd van het naturalisme, bloeide er een immense liturgische  poëzie op, die van de 'byzantijnse ritus' - in feite niet rechtstreeks - de enige ritus van de Orthodoxie zal maken : een ontmoeting van het semitische genie en het griekse genie waarvan de meesters twee Syriërs waren, Romanos le Melode (6e eeuw) en de heilige Johannes van Damascus (8e eeuw)die de synthese van de grote patristieke eeuwen opstelde en ze hervormde tot een lofprijzing door bewonderenswaardige 'Canons' samen te stellen (gedichten tussen de bijbelse gezangen van de metten).

De grote byzantijnse theologie slaagde erin om de woordenschat van het hellenisme om te vormen in het licht van de Openbaring. Tegen de periodieke 'renaissances' van het antieke rationalisme en van de neo-platonische gnose, onderlijnde de Kerk altijd duidelijker de eenheid van de mens en een opvatting van de kennis als een persoonlijk ontmoeting en deelneming, in de Heilige Geest, aan de getransfigureerde mensheid van Christus en waaraan wij deelhebben in de sacramenten. Op de christologische periode van de oecumenische Concilies volgde als het ware een pneumatologische periode.

De leer van de Heilige-Geest werd verduidelijkt - met betrekking tot de Drie-eenheid en de mens - als was zij deze van Christus in de voorgaande periode : de Geest komt voort 'uit de Vader alleen' (heilige Photius, 9e eeuw), maar zijn eeuwige 'manifestatie' voltrekt zich door de Zoon waarin hij rust (Gregorius van Cyprus en het concilie van 1285).

Tenslotte de Concilies van Constantinopel van 1341 en 1351, gewijd aan het onderricht van Gregorius Palamas, verduidelijken het 'onderscheid-gelijkheid' van de verborgen God, radicaal, onkenbaar, en zijn 'energieën' in dewelke hij zich volledig participeerbaar stelt voor de gehele mens, zowel het lichaam als de ziel. Byzantium anderzijds, heeft onderlijnd, dat het christelijk leven onlosmakelijk profetische vrijheid (heilige Symeon de Nieuwe Theoloog, 11e eeuw) en gemeenschappelijke  en sacramentele deelname is aan de tegenwoordigheid van de Verrezene ('La vie en Christ' van Nicolas Cabasilas, 14e eeuw)

5. - Problemen van de 'symfonie'

Alleen de iconoclastische keizers van de 8e eeuw hebben formeel  aanspraak willen maken van de cumul van de twee machten ('Ik ben keizer en priester', heeft Leo II gezegd). Welnu, de weerstand van de Kerk hiertegen werd actief, belijdend - niet door een revolte, maar door het martelaarschap. Niet door clerikalen, noch door geleerden, maar door waarachtige profeten van de komende wereld. De monniken wekten het getuigenis van het volk op en riepen : 'Het komt niet aan het keizerrijk toe om beslissingen te nemen op het gebied van geloof'

Het bloed van de martelaren zegevierde. Het keizerrijk kwam gans getransformeerd uit het drama tevoorschijn, bevrijd van het caesaropapisme. Dan bloeide het ideaal van de 'symfonie' open : de twee machten (vertegenwoordigd door de Keizer en de Patriarch) moeten elkaar in evenwicht houden, zich harmoniseren, elk in zijn domein, komende van God; De Staat is de verblijfplaats, het 'hotel' van de Kerk. Feitelijk haalde de keizer het op de Patriarch, maar de uiteindelijke onafhankelijkheid van de Kerk werd gewaarborgd door de monniken, vooral deze van de Athos :'een bi-polaire structuur', zei H.-I. Marrou.

Dit heimwee van de 'symfonie' van de Kerk en de Staat maakt het de bischoppen van vandaag moeilijk om over hun relatie met de Staat na te denken in een post-christelijke context. Het is alleen in de hedendaagse Diaspora en op de synode van Moscou in augustus 2000 dat de noodzakelijke onafhankelijkheid van de Kerk werd geproclameerd.

6.- De byzantijnse missie en het nieuwe orthodoxe universum

Byzantium ten sotte heeft een immens missionair werk vervuld. Het heeft Oost Europa bekeerd (en geciviliseerd), van de Kaukasus tot de Karpaten en de poolcirkel. De beslissende toename deed zich in de 9e en de 10e eeuw voor : terwijl Georgië (bekeerd in de 5e eeuw door de heilige Nina) een nieuw leven kende door zijn contact met Constantinopel, de landen van de Kaukasus werden geëvangeliseerd, de heiligen Cyrillus en Methodius vertaalden de Bijbel en de liturgie voor de Bulgaren. Zo gaven zij aan de Slaven een geschreven taal, het slavisch, die tot op de dag van vandaag hun liturgische taal is. Bulgaren en Serven werden gedoopt in de 9e eeuw, de Roemenen hadden het christendom leren kennen vanaf de eerste eeuwen, terwijl de Rus van Kiev en van Novgorod (van waaruit Rusland, Ukraïne en Wit-Rusland) zich begonnen  te evangeliseren (of veeleer 'geliturgiseerd' zoals men heeft gezegd) in 988. Byzantium organiseerde de nieuwe kerken en metropolitaten die geleidelijkaan gedecentraliseerd werden, maar waarvan de metropoliet werd geconsacreerd door de patriarch van Constantinopel. Echter, Bulgaren en Serven hebben elke keer dat zij voldoende machtig waren om zich te verzetten tegen het Keizerrijk (lees : de keizerlijke waardigheid te eisen) bereikten de kerkelijke onafhankelijkheid of 'autocéphalie' (met een 'eerste locale  bisschop', verkozen door zijn gelijken).

Rusland, in tegenstelling met west Europa en Byzantium, bewaarders van diverse titels van het oude humanisme, is voor bijna alles schatplichtig aan het christendom. Het is vooral met de vernieriging van de Rus van Kiev door de Mongolen en het in zichzelf gekeerd zijn in de wouden van het Noord-Oosten (de metropoliet verloor zijn zetel in Moscou) dat de Kerk de bewaakster van de nationale ziel werd. In de 14e eeuw herstelt Sergius van Radonesj het monnikendom in een geest van evangelische dienstbaarheid. Hij verzoende de feodalen, zegende de grote prins van Moscou Dimitri op de vooravond van de bevrijdingsstrijd van Koulikovo (1380). De monasteria vermenigvuldigden zich (beweging van de poustiniki : zij die in de woestijn gaan wonen), ontgonnen de bossen, trokken mensen aan die zij evangeliseerden. Elk monasterie werd een centrum van christelijke cultuur : de orthodoxe iconografie kende toen het toppunt met hun abstracte grootheid - de verborgen structuren van hun getransfigureerd gezicht - van een theofaan de Griek, en het vreugdevolle licht, vloeiend , van een heilige Anderj Roeblov. De Russische Kerk van haar kant, werd missionair, bekeerde vele Mongolen en Finse stammen van het Noorden. In de 14e eeuw, vertaalde de heilige Stefanos van Perm de Schrift en de liturgie in het ziriaans en werd de eerste bisschop van Perm, hoofdstad van het land van Zyziane.

De Byzantijnse theologie en spiritualiteit hield niet op dit nieuwe orthodoxe universum te voeden. De renaissance van de hesychastische spiritualiteit, waarvan de heilige Gregorius Palamas de woordvoerder was, veroverde gans het orthodoxe universum. Het bracht een brede liturgische hervorming met zich mee en een ontwaken  van het persoonlijk gebed; grote monastieke en culturele centra ontstonden aldus in Moldavië, en het 'zuivere gebed' straalde op in 'boven Volga', in de ermitages van de noordelijkke bossen rond een heilige Nil Sorsky....

Zo heeft Byzantium, voordat ze zou bezwijken aan de aanvallen van de Turken, het licht van de orthodoxe wereld uitgezaaid. Het laatste Byzantium, dit van de Paleologen, losgerukt aan de zekerheid en ten prooi aan de hoogmoed van een ongelukkige geschiedenis, mediteert met een 'gelukzalige droefheid' over de vernedering van de Pantocrator, welke Nicolas Cabasilas noemt een 'bedelaar van de liefde'. Vandaag blijft er niets meer over van de byzantijnse beschaving in haar profane vormen : steden en paleizen zijn verdwenen... Alleen bestaan nog de kerken en, op hun muren, de Christus elkoméno,'uitgejouwd',vernederd, nochtans vrijwillig gaande naar de foltering en heimelijk         triomferend, heimelijk getransfigureerd.

Vertaling van het eerste hoofdstuk van het boekje van Olivier Clément : L'Orthodoxie

door Kris Biesbroeck

17:39 Gepost in theologie | Permalink | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.