07-07-09

Athanasios van Alexandrië : Hij trad binnen, en vatte haar bij de hand en het meisje stond op

H. Athanasius (295-373), bisschop van Alexandrië en Kerkleraar
Over de menswording van het Woord 8-9

Athanasios de grote (alexandrië)1

 


"Hij trad binnen, en vatte haar bij de hand en het meisje stond op"


      Het Woord van God, onlichamelijk, onvergankelijk en onstoffelijk, komt in ons bestaan, al was Hij tevoren niet ver weg. Want geen enkel deel van de schepping was ooit zonder Hem. Door de eenheid met zijn Vader vervult Hij alles en overal. Uit menslievendheid jegens ons is Hij gekomen en toonde zich aan ons. Hij had medelijden met ons zwakke mensengeslacht en door zijn begrip voor onze vergankelijkheid verdroeg Hij niet dat de dood over ons heerste. Hij wilde niet dat de schepping verloren ging en het werk van zijn Vader voor de mens om niet zou zijn. Daarom nam Hij voor zichzelf een lichaam aan en wel zo, dat het zich niet van het onze onderscheidde. Want Hij wilde niet zomaar een lichaam hebben en ook niet zich alleen maar laten zien, dan had Hij zich in een ander en volmaakter lichaam kunnen tonen... Nee, Hij wilde ons lichaam aannemen...

      Het Woord nam een lichaam aan dat kon sterven, en dat, door deel te hebben aan dit boven alles gestelde Woord, kon sterven voor allen. Maar tegelijk zou dit lichaam door het daarin wonende Woord onvergankelijk blijven en tenslotte door genade van de verrijzenis voor allen aan de vergankelijkheid een einde stellen. Door zo als offergave, vrij van iedere smet, het lichaam dat Hij voor zichzelf had aangenomen aan de dood prijs te geven, liet Hij onmiddellijk van alle mensen, zijn gelijken, de dood verdwijnen door het offer van het lichaam dat Hij met hen deelde.

      Het was dus passend dat het Woord van God, verheven boven allen, zijn eigen tempel, het instrument van zijn lichaam, als losprijs voor allen heeft geofferd om onze schuld te vereffenen in zijn dood. Terecht heeft zo Gods onsterfelijke Zoon, die met ons allen door een gelijk lichaam verbonden is, ook allen door de belofte van de verrijzenis met onvergankelijkheid bekleed. Want het bederf door de dood heeft geen macht meer over de mens door toedoen van het Woord, dat door dit ene lichaam in allen woont.

Bron : Dagelijks evangelie : Contact-nl@evangelizo.org

De commentaren zijn gesloten.