08-07-09

Olivier Clement : De orthodoxe Kerk

DE ORTHODOXE KERK

Olivier Clément

Deel 3 (Slot)

10.- De grote beproeving (van 1917 tot 1988).

In de 20e eeuw is het geweld van het atheïsme eerst op de Russische Kerk zijn nefaste uitwerking gehad. Van 1918 tot 1941 heeft ze één van de ergste vervolgingen doorgemaakt welke de christelijke wereld heeft gekend, met tientallen miljoenen martelaren (processen en executies van 1922-1923, verwoesting van het landelijk christendom , van priesters van de dorpen in 1928-1934, de grote stalinistische zuiveringen van 1937-1938) De radicale scheiding van Kerk en Staat en van de school werd ondernomen in het perspectief van de 'ondergang van de religie'. Het werd gezien als iets onvermijdelijk  voor de officiële ideologie. Monasteria en seminaries werden dus gesloten, elke vorm van catechese verboden. Het dekreet van 2 april 1929 weigerde aan 'religieuze verenigingen' elke vorm van intellectuele, culturele, sociale en caritatieve activiteit. Men stond enkel, tegenover de 'antireligieuze propaganda' deze van de religieuze 'cultus' toe. Deze stellingname werd hernomen door de opeenvolgende Constituties van 1936 en 1977. Na de dood van patriarch Tikhon (1925), kon geen enkele patriarch meer gekozen worden. Het regime bevoordeelde echter een progressief schisma : de 'levende Kerk' genaamd, die aan het regime toegewijd was, en deze realiseerde de voorziene hervormingen gedaan in de voorbereidende preconciliaire werkzaamheden. Daardoor zette zij deze hervormingen blijvend in gevaar. (het gebruik van het russisch, bijvoorbeeld).

Alles veranderde met de tweede wereldoorlog. De trouw, het patriottisme, het prestige bij de bevolking van de traditionele Kerk, de noodzaak om alle krachten van het land bijeen te brengen, ook deze om te beantwoorden aan de heropening van vele kerken in bepaalde bezette zones, leidden tot de 'normalisatie' van 4 september 1943. Het patriarchaat werd opnieuw ingesteld, vele bisschoppen en priesters kwamen uit de deportatie terug, een beperkte vorm van kerkelijk onderwijs om priesters te vormen werd opnieuw toegestaan , het schisma van links werd ongedaan gemaakt. Na de dood van Stalin, van 1953 tot 1959 kende de Russische Kerk een korte lente. Men telde in 1959, 22.000 parochies (54.000 in 1917) bediend door 30.000 priesters, ongeveer 80 monasteria, 8 seminaries en 3 theologische academiën.

Van 1960 tot 1964, komt gedurende de laatste periode van de regering van Kroutchtchev een nieuwe golf van niet-bloedige maar 'verstikkende' vervolgingen tot stand om deze vernieuwingen te breken. In 1961 verliest een priester de leiding van zijn parochie, omdat ze zogezegd toekomt aan een 'executief lekeorgaan', waarvan sommige zijn ingesteld door de burgerlijke autoriteiten. De ' raad voor religieuze zaken bij  de Raad van ministers van de ussr' controleert de patriarch en zijn synode. De lokale gevolmachtigden controleerden de priesters. Het aantal open Kerken wordt zo gereduceerd tot ongeveer 7000.

Sedert 1945 hebben alle Kerken van Zuid-Oost Europa (buiten die van Griekenland) dezelfde vervolgingen gekend.

11.- Sedert de val van het communisme

Met de val van het communisme kent de orthodoxe Kerk in gans Oost-Europa voor het eerst opnieuw de vrijheid.

Sedert juni 1988, met het 'Millenium' van het Russische christendom, dat waardig gevierd werd. Het Russische episcopaat heeft een concilie gehouden die de canonische orde heeft hersteld, eerst en vooral in de parochies. De wet van oktober 1990 heeft de vrijheid van geweten ingevoerd, en de volle mogelijkheid voor de Kerk om zich te organiseren en uit te drukken, dit in een context van een leke-staat. Het aantal parochies is gestegen tot ongeveer 17.000 en men merkt ook een krachtige stijging van het monastieke leven : men telt vandaag de dag ongeveer 450 monasteria, vele monniken en monialen zijn jong en komen dikwijls uit het hoger onderwijs.

De reactie tegen het sluiten van compromissen met het oude regime door het episcopaat, heeft kleine schisma's veroorzaakt ( de 'Russische vrije Kerk', filiaal van een zeer reactionaire  jurisdictie uit de emigratie, telt slechts een vijftigtal parochies), dikwijls zijn deze scheidingen nog niet helemaal opgelost, zoals in Bulgarije. In Roemenië is er in 1990 onrust ontstaan over een soort van restauratie binnen de kerk zoals binnen de Staat, maar jonge bisschoppen die gevormd zijn in West Europa zullen wellicht een nieuwe adem brengen. De talrijke en open christelijke intellectuelen stichten organisaties, tijdschriften worden uitgegeven in nieuwe uitgeverijen. In Rusland werden een dertigtal seminaries en 'theologische colleges' om priesters op te leiden geopend door de Kerk. De vrije filosofische en theologische instituten, waar ook leken, voornamelijk vrouwen kunnen studeren,  vermenigvuldigden zich (vijf in Moscou, vier in St.Petersburg).Parochies en 'fraterniteiten' ontwikkelen een intense caritatieve en sociale activiteit, dit is welkom in een vervallen maatschappij.

Een zwak punt is echter dat slechts 55 % van de Russen gedoopt zijn, en het praktiseren gaat niet boven de 1,5%. De Russische Kerk ( en het is ongeveer hetzelfde in Roemenië en de Balkan) kiest eerder voor de moderniteit, maakt zich ook zorgen over het proselytisme van westerse religies en stelt zich het probleem van het nationalisme. De moderniteit « a l'americaine » brengt drugs, geweld cultus van het geld en seksuele permissiviteit mee. Amerikaanse en Japanse sekten, rijk en actief, organiseren « opwekkings bijeenkomsten », en verkondigen via de televisie. Katholieken, vooral Polen zijn niet altijd even discreet geweest. In de Baltische staten en in Ukraïne trachten de nationalisten, ondanks de autonomie hen toegekend door Moscou, om autocephale kerken op te richten.

Tegenover zovele bedreigingen, twijfelen de Russen tussen een gesacraliseerd traditionalisme, een bijna magisch ritualisme en een reactie van het zich terugplooien op zichzelf  volgend op deze van het soviet tijdperk, en de eis  van evangelisatie en vernieuwing. Het conflict concretiseert  zich op twee fundamentele punten : de liturgische taal, want bijna niemand verstaat het slavisch nog, en de oecumenische relaties. Ongeveer tot in 1996 probeerde de patriarch het evenwicht te bewaren tussen deze twee tendensen , sedertdien worden de vernieuwers eenzijdig getroffen met maatregelen, excommunicaties bij de vleet ( bv. Kotchetkov, die het russisch gebruikte in de liturgie en een uitgebreid catechumenaat organiseerde voor volwassenen, samen met twaalf medewerkers of de iconograaf Zenon, die gecommuniceerd had met katholieke vrienden...) Boeken van grote theologen uit de diaspora werden verbrand, alsook die van Vader Alexander Men, van joodse afkomst en een groot getuige van het Evangelie in de intellectuele middens van het soviet tijdperk. Hij werd vermoord in september 1990 en men heeft nooit geweten door wie. De verbranding van de boeken van Men, Schmemann en Meyendorff in mei 1998 te Ekatarininbourg, op bevel van de bisschop van de plaats heeft een immens schandaal teweeggebracht en het intellectuele leven van de Kerk neigt ertoe zich in de zijlijn op te stellen.

De politieke achtergrond van deze evolutie is complex maar onbetwistbaar. Enerzijds zoekt de patriarch meer en meer de steun van de staat op, en hij heeft heel sterk de eindstemming van de herfst 1997 beïnvloedt van  een wet in verband met religieuze verenigingen, die de Orthodoxie begunstigde ten nadele van de andere christelijke belijdenissen. Anderzijds probeert het nationalistische uiterst rechts, anti-westers en antisemitisch om het patriarchaat in hun kamp te krijgen, om zichzelf zo een populaire grondslag te kunnen geven. In werkelijkheid schijnen deze milieus minoritair en de Kerk verliest zelf zo in de maatschappij het prestige die het had gedurende de perestroika.

De wegen van de vernieuwing zijn ook zeer klein in Zuid-Oost Europa, waar de privileges van het oude regime er in geslaagd zijn zich staande te houden doorheen het Marxisme of het nationalisme. De nostalgie, een erfenis van Byzantium, een soort messianisme; de lange dominatie door multinationale Staten, islamitische en vervolgens communistische, hebben de opkomst van moderne staten vertraagd en zelfs verergerd.

De Orthodoxie die de taal en de cultuur van haar volkeren heeft bewaard, wordt door hen gevoeld als een als het ware etnisch toebehoren en niet als een persoonlijk geloof. In het uiterste geval is zij, door een bijzondere vorm van secularisatie, het instrument geworden van het nationalisme. Eén geval is hiervan bijzonder kenmerkend : dit van Servië.

De Serven hebben met geweld een oorlog gevoerd voor nationale eenheid. De buitensporigheden van de « ethnische zuiveringen » ( die zij ook hebben moeten ondergaan) getuigen van een dubbele wraaklust : tegen de Katholieke Kroaten, die tijdens de tweede wereldoorlog ongeveer 700.000 orthodoxe Serven hebben afgeslacht; en tegen de Moslims die de Serven gedurende tien eeuwen hebben gedomineerd en uitgebuit. In het begin van 1992 echter, heeft het regime gebroken met het regime die duidelijk bestond uit crypto-communisten. Vervolgens heeft de Servische Kerk, echter de eenheid van het Servische volk van Belgrado te Pale bevestigend, toch voortdurend een oproep gedaan voor vrede en zij heeft een gematigde positie ingenomen in de crisis rond Kosovo. Patriarch Paul heeft zelfs bevestigt, dat hij geen groot noch klein Servië wil, indien dit ten koste is van misdaad.

De orthodoxe gedachte heeft nochtans vrucht gedragen in dit Europa van het Zuid-Oosten : gisteren, met de grote dogmatische synthese van de Serv Justin Popovic en vooral met de roemeen Dumitru Staniloaë, realisator van grote werken, van een monumentale Philokalia. Vandaag met de Griekse vernieuwing van de grote patristieke traditie, herdacht in een existentieel perspectief : zo ontwikkelde metropoliet Johannes van Pergamo (Jean Zizioulas) een personalisme en een christelijke écologie, gegrondvest op het thema van de communio. De berg Athos, waar de intellectuelen in aantal toenamen, waaronder enkele Westerlingen, telt vandaag meer dan 1500 monniken en, door een waarachtige innerlijke hervorming, ontwikkelden ze een strict communautair leven tegen het individualisme en dikwijls tegen de apathie van de « idiorytmie » (volgens dewelke elke monnik leeft volgens zijn eigen rythme).

In het Midden-Oosten, is het Patriarchaat van Antiochië vernieuwd door de MJO (Orthodoxe jongerenbeweging), waarvan de actie vandaag vooral apostolisch en sociaal is. Deze beweging bracht veel bisschoppen voort waaronder de meest markante van de hedendaagse orthodoxie : zoals patriarch Iggnatios IV (Hazim) en metropoliet Georges Khodr' en zijn antiochische orthodoxen die zich ingezet hebben voor een dialoog met de Islam.

De twee dromen van een « ontwaken (Nadha) » van het arabisch zijn van de leken, vervolgens van een  socialistische revolutie die niet minder laïc is rondom de Palestijnen, zijn ingestort. Er blijft alleen nog de weg van de « zachtheid » en van de evangelische « vrede », ten koste van het martelaarschap indien dit nodig is. Tijdens de oorlog in Libanon hebben de orthodoxen geen militie gehad, zij hebben onophoudelijk opgeroepen tot verzoening.

De orthodoxe Kerken en de « oude » Oosterse kerken, de «monofysieten » (Armeniërs, Jacobieten, Kopten, Ethiopiërs en  zij uit Zuid Indië) hebben hun eenheid van geloof geproclameerd in 1989 en 1990. Maar de uitwerking van deze unie wordt vandaag afgeremd door heel wat behoudsgezinden en het wantrouwen aan weerszijden.

De patriarch van Constantinopel, Bartholomeüs 1e, verkozen in 1992, een man van groot geloof en van een grote cultuur, probeert de orthodoxe Kerken bijeen te brengen voor een duidelijk en open getuigenis. Hij verzamelt van tijd tot tijd de primaten van de autocephale Kerken voor een consultatieve « synaxe ». Er groeit echter een geweldige spanning tussen Constantinopel en Moscou ( naar aanleiding van het statuut van de orthodoxe Kerk van Estland en in Ukraïne). De laatste tijd echter kwam er weer meer toenadering tussen de twee patriarchaten, oa. Dank zij de onlangs overleden patriarch Alexis II van Moscou die veel welwillendheid aan de dag heeft gelegd.

Eén van de grote spirituele gebeurtenissen van de XXe eeuw is zonder twijfel de ontmoeting van de Orthodoxie met het Westen, dank zij de orthodoxe diaspora, rusland en grieken vooral, maar ook roemenen, serven en mensen uit Antiochië. Het is te Parijs dat de Russische religieuze filosofie haar laatste vruchten heeft gedragen. Het is voor een groot deel te Parijs dat ion de jaren 40 tot 60 de grote neo-patristieke en neo- palamitische synthese werd gerealiseerd (Georges Florofsky, Vladimir Lossky, Myrrha Lot-Borodine, Basil Krivochéine, aangevuld voor de theologie van de iconen door Léonide Ouspensky).

Verder heeft men de westerse orthodoxiën, nu eens door « naturalisatie » de nakomelingen van de emigranten en van westerlingen die zich spontaan tot de Orthodoxie bekeerden. In Noord-Amerika heeft het patriarchaat van Moscou (zonder akkoord met Constantinopel ) in 1970 de « autokephalie » toegekend aan een belangrijke fractie, russisch en Ukraïens van de orthodoxe diaspora.

Dank zij het preconciliaire proces, zijn de verschillende autokephale Kerken in 1993 overeengekomen om de nog verdeelde Diaspora op een betere manier te organiseren in een veelheid van origineel ethnische« jurisdicties », maar die meer en meer multinationaal zijn door hun inworteling in het Westen.  In elk land zal een bisschoppenvergadering opgericht worden die voorgezeten zal worden ex officio  door de vertegenwoordiger van Constantinopel. In Frankrijk, bestaat sedert 1967 een « interepiscopale commissie », een waarachtige « vergadering van bisschoppen ». In 1997 is deze verrijkt met meerdere commissies waar priesters en leken deel van uitmaken. Franstalige parochies van de byzantijnse ritus beginnen zich overal te vestigen, vooral in de Parijse regio en in de streek van Marseille. De orthodoxe fraterniteit probeert de vriendschap te stimuleren  tussen jongeren van diverse origine en ook een betere kennis van hun geloof. Ook min of meer geïsoleerde groepen beginnen zich te vormen, dikwijls marginaal en ietwat sektair. Hierover valt dikwijls moeilijk een oordeel te vellen. De zending, in de enge zin van het woord, onderbroken door de Russische revolutie, is voor een groot deel hernomen in Korea en vooral in zwart Afrika.

12. - Waar zijn de orthodoxen ?

Vandaag kan de geografische situatie van de Orthodoxie op de wereldbol aangeduid worden met een soort van kruis. De verticale arm is geworteld in de plaatsen van de bijbelse openbaring en van het originele christendom, met de Arabische orthodoxen van de « apostolische » patriarchaten van Antiochië en Jeruzalem  (ongeveer 3 miljoen). Vervolgens hebben wij de  ongeveer 10 miljoen Kopten, « pre-chaldonische » orthodoxen uit Egypte. Meer in het noorden, op de plaatsen zelf waar Paulus heeft gepredikt, is er de sterke Griekse Orthodoxie (ongeveer 11 miljoen gedoopten van de autocephale Kerken van Griekenland en Cyprus, van de autonome Kerk van Kreta en het « oecumenisch » patriarchaat van Constantinopel, primus inter pares). De vertikale arm van het kruis gaat vervolgens langs de « latijnse » Orthodoxie van Roemenië ( ongeveer 20 miljoen gedoopten)  en de Orthodoxie in de Caucasus van Georgië (3 miljoen), om zich verder uit te spreiden over de Slavische Kerken : Servië en Bosnië (10 miljoen), Macedonië (1 miljoen), Bulgarije (9 miljoen), Slovakije (100.000), Polen (1 miljoen), Wit-Rusland (6 miljoen), en vooral Ukraïne (30 miljoen) en Rusland (100.miljoen). De baltische Orthodoxie (Finland, Estkand) telt ongeveer 100.000 gedoopten.

In het zuiden omvat de verticale arm de griekse diaspora en de zeer levendige missies in zwart Afrika en Madagascar ( ongeveer 500.000 gedoopten), plus de «prechaldoniërs »  van Egypte (10 miljoen) en van Ethiopië (30 miljoen).

De oosterse arm van het kruis geeft de historische weg aan van de Russische missionering : doorheen hoog Azië, tot aan de uitgezaaide Kerken in China, Japan, de Aloueten-eilanden en Alaska. Voor de achtergebleven gemeenschappen en door de griekse Kerk voorzichtig weer tot leven geroepen, en deze van Noord Amerika zijn moeilijk cijfers te geven.

De westerse tak, trouwens een krachtdadige groep, komt overeen met de grote migraties van de  twintigste eeuw, hetzij omwille van economische motieven ( de exodus van Slaven en van mensen uit de streek rond de middellandse zee naar het westerse halfrond), hetzij om politieke redenen ( communistische revoluties, de ineenstorting van  grieks Azië, de Italiaanse veroveringen, de oorlog in Libanon). Men vind ongeveer 2 miljoen orthodoxen in west Europa, waarvan ongeveer 300.000 in Frankrijk ( plus 300.000 Armeniërs (prechadoniërs), 7 miljoen in Noord Amerika, 2 miljoen in Centraal en Zuid Amerika, waaraan we er nog eens één miljoen moeten bijtellen in Australië.

Deze tekst bevat de tekst van het eerste hoofsstuk van het boek van Olivier Clément : « l'Orthodoxie » uit de reeks Que sais-je.

 Vertaling : Kris Biesbroeck

 

18:35 Gepost in theologie | Permalink | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.