14-07-09

De icoon van de Kruisiging

DE ICOON VAN DE KRUISIGING

 

kruisiging 5

 

"Het gekruisigde Lam voor de schepping van de wereld" treedt de geschiedenis binnen om gekruisigd te worden door Pontius Pilatus, te Jerusalem. De enige, zonder vlek of zonde, komt in de zondige wereld. De vijandschap, de ontologische haat van de Verderver jegens de Heilige, de Zuivere, de Onschuldige, bereikt een zodanige densiteit dat het kruis evident en onverbiddelijk wordt, : " De Zoon der mensen wordt overgeleverd in de handen van de zondaars" (Matth.26,45), in de handen ook van de "god van deze wereld"....

In zijn menswording, heeft  het Woord de volle menselijkheid op zich genomen, iedereen kan er zich in terugvinden. De eerste en de tweede Adam vormen de twee polen, twee centra die samen bestaan in de ganse mensheid en in elke mens. "Waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn" (Matth.6,21).Iedereen kan vrij zijn bestaan bepalen. Het objectief en universeel fundament van het heil behelst gans het menselijk geslacht, maar het heil uit zich effectief in de persoonlijke vrijheid van elke mens afzonderlijk, en dit is het immense drama van God zelf. "God kan alles, uitgenomen de mens dwingen om Hem lief te hebben" zegt het beroemde spreekwoord van de  Kerkvaders.

De Zoon van God toont zich ten overstaan van zijn Vader als "Zoon des Mensen". De tweede Adam identificeert zich met de eerste en zinkt  op Gethsemani weg in de dodelijke nacht van de angst : "Nu is mijn ziel ontroerd....maar daarvoor ben Ik op dit uur ben gekomen!"(Joh.12,27)  Christus wordt tot subject van de vrijwillig geaccepteerde zonde. Ecce homo, en elders : "Het is niet meer ik die leef, maar Christus die leeft in mij", de menselijke "ikken" van de twee Adams vallen samen, identificeren zich. Het is de "dwaze liefde" (manikon eros volgens de uitdrukking van Nicolas Cabasilas) van de God-Mens, zijn liefde-beperking voor zijn verscheurde broeder.

De Vader reikt de kelk van de menselijke zonde naar Zijn Zoon, verplicht Hem de siddering, de angst van zijn menselijke essentie te overstijgen, niet voor het fysische lijden maar voor de verpletterende last van  de universele Zonde, voor de mysterieuze en geduchte doorgang door de poorten van de dood. Zijn roep om "de kelk te verwijderen" werd niet door de Vader verhoord, Zijn menselijke vrijheid moest het kruis aanvaarden.

"De Vader is de Liefde die kruisigt, de Zoon is de gekruisigde liefde, De Heilige Geest is de onoverwinnelijke kracht van het kruis" heeft de Metropoliet van Moscou  Philaret gezegd. In zekere zin is de kruisiging gemeenschappelijk aan de drie Personen van de Drie-eenheid, elk op zijn eigen wijze nemen ze deel aan het mysterie die de icoon van de Drie-eenheid van Roublev ons toont , sidderend, stil, mysterievol. Anthropomorfisme  dat het Theopaschisme ( Dat in Christus God ook zelf geleden heeft) zal inleiden in de onveranderlijke eeuwigheid van God ? Zeker niet. De Vaders hebben de tegenspraak van God zelf goed gezien. God is méér dan het Absolute want Hij is het absolute zelf en het Andere zelf : de God-Mens, en de naam van God zijn relatief in de wereld. Hoe kan God terzelfder tijd absoluut zijn en relatief, God van de Geschiedenis en God  in de geschiedenis, het is het mysterie van Zijn Liefde die zijn eigen transcendentie transcendeert en vereerd moet worden, door de stilte, door het huiveren.... Het lijden van de menselijke natuur van Christus wordt ervaren in Zijn Hypostase en bezit dus zijn gelijkenis in de Trinitaire eenheid van God. Gans de eucharistische canon met de épiclese gericht tot de Drie-eenheid is het werk van de Drie-eenheid.

"De Heilige Geest is de vreugde waar de Drie gemeenschappelijk voldoening vinden". Maar de kreet die weergalmt op het kruis : "Vader, waarom heb je mij verlaten", wil zeggen dat de Geest de Zoon en de Vader niet meer verenigt, de "Gever van het leven" laat zijn Zoon in de steek zoals de Vader hem heeft in de steek gelaten. De Heilige Geest wordt het onuitwisbaar Lijden waar de Drie zich verenigen. De Vader ontdoet zich van de Zoon en de Zoon gaat als in een moment van eeuwigheid naar het oneindig goddelijke van de eenzaamheid. De Heilige Geest, wederzijdse liefde van de Vader en de Zoon, offer zich, maakt zich op zijn manier het Kruis eigen om te worden : "de onoverwinnelijke kracht van het Kruis"...

De wonderlijke icoon van Roublev toont de Hogepriester die het offer offert, gesymboliseerd door de kelk op het altaar van de Drie-eenheid, want "Zodanig heeft God de wereld liefgehad, dat Hij Zijn enige Zoon heeft geschonken..."

Hoe kan de mens de Liefde begrijpen die evenredig is aan God ? Voor Christus betekent het kruis opnemen binnengeleid te worden in het binnenste van zichzelf, uit medelijden, de Zonde van de wereld als zijn eigen... Het Kruis heeft de onpeilbare diepte  van de onschuld en de afgrond van de duisternissen doen uitmonden in de kreet : Abba Vader....

In de kenose zwijgt de goddelijkheid en de mensheid roept. God neemt het antwoord op zijn eigen gerechtigheid op zich, Hij aanvaardt de ultieme consequentie van zijn scheppingsdaad. De Liefde neemt de zonde van de wereld op zich om allen te kunnen vergeven....

"De prins van deze wereld komt, en hij heeft niets aan mij"(Joh 14,30). "De Vader heeft mij lief, omdat ik mijn leven geef...Niemand neemt mij het af, maar ik geef het uit mijzelf...Ik heb dit bevel van mij Vader gekregen (Joh.10,18). Op sommige iconen ziet men "de man van smarten" in zich verheerlijkend al het lijden van de wereld, de Elkomenos, die zelf de ladder beklimt op het kruis...."Maar dit is uw uur en de macht van de duisternis" (Luc.22,53). Het is een buitensporig geweld en moord, in volle vrijheid geaccepteerd.

God vraagt aan Abraham het offer van zijn zoon zonder enige garantie.  Zonder de totale aanvaarding geplaatst buiten elke garantie, zal het geloof van Abraham zijn uiteindelijke waarheid niet bereiken, zijn doodstrijd. De zo frappante tekst uit de Brief aan de Hebreeën (11,31-39) beschrijft het buitengewoon tragisch noodlot van de profeten. Er is een ganse theologie van het mislukken en van teleurstelling, maar ondanks dit openbaren zich de grootste verwezenlijkingen: "Bijgevolg, God  had blijkbaar iets beters voor ogen"...beter dan een duidelijk zichtbaar  succes. Het bestaan van de profeten geeft ons een voorafbeelding en identificeert zich met het tragisch bestaan van God in de wereld. "Het geofferde Lam vanaf de schepping der wereld" werd opgehangen boven de afgrond " zonder gedaante noch gestalte", wat ook zou kunnen betekenen : verstoken van elke garantie. De optimistische theodicees (die pogen aan te tonen dat er een God kan bestaan die het kwaad toelaat .nvdv) construeren altijd het rechtlijnig en rationalistisch systeem van de vrienden van Job. Welnu, de menselijke vrijheid, "de tweede vrijheid" zoals de Vaders het zeggen, moet, om waar te zijn, 't is te zeggen naar het goddelijk beeld, onvoorspelbaar zijn , zelfs voor God, zodanig dat door dergelijke vrije beslissing er een sluier geworpen wordt op zijn Alwetendheid, de sluier van de kenose. God verlaat het hoogtepunt van zijn stilte en riskeert de waanzinnige inzet die zijn liefde bevestigt. Op het Kruis heeft  God tegen God de kant van de mens gekozen. Hij offert zijn Zoon zonder dat ook maar één engel zijn dood tegenhoudt, en bij wijze van garantie : "wanneer de Zoon zal terugkeren, zal hij het geloof op aarde vinden" (Lucas 18,8) ?...

Het levengevend Kruis is het enige antwoord op het proces van het atheïsme op de heerschappij van het kwaad. Er is  plaats om aan God de meest paradoxale notie  te geven, deze van de zwakheid, wat betekent : het heil door de zelfstandige liefde : "God toont zich en verklaart zijn liefde, en bid dat men hem die liefde terugschenkt...verstoten wacht hij aan de poort...Voor al het goede dat hij ons aandeed, vraagt hij slechts als tegenprestatie onze liefde, in ruil voor onze liefde, neemt hij onze schuld weg (Nicolas Cabasilas, La vie en Jesus-Christ, VI)

Ten overstaan van het lijden,  tegenover elke vorm van kwaad, is het enige treffende antwoord  dat we kunnen geven namelijk, dat "God zwak is" en dat hij niets anders kan dan lijden met ons. Zwak, zeker, niet in zijn almacht, maar in zijn gekruisigde Liefde....

Op het Kruis heeft Christus de sterfelijkheid zelf op zich genomen. De macht van de dood ligt in haar autonomie, maar Christus geeft zijn dood aan de Vader, en daarom is het dat in Christus het de dood is die sterft : "door de dood heeft hij de dood overwonnen". Vanaf dat moment sterft geen mens meer alleen, Christus sterft met hem om met hem te verrijzen. (Vader serge Boulgakov, in zijn Sophiologie van de dood, beschrijft zijn aangrijpend getuigenis van deze co-dood, van deze dood met Christus).

Rond de XIe eeuw ziet men op de iconen te Byzantium, Christus gekleed met een tuniek met korte mouwen, levendig, de ogen geopend en zich licht draaiend naar rechts op het kruis. Het is een erfenis die ons overgeleverd is vanuit Palestina, Syrië en Cappadocië, en het stelt de naakte en dode Christus voor, het hoofd licht gedraaid en het lichaam licht gebogen. Later is het lichaam is naakt, uitgenomen een wit linnen die  de heup bedekt. De elegantie van de plooien, versterken de schoonheid van de vormgeving.  De gesloten ogen duiden op de werkelijke dood, en terzelfder tijd is het hoofd gebogen naar de Theotokos. Dit duidt veeleer op een diepe slaap, wat de dogmatische waarheid illustreert nl. de onvergankelijkheid van het lichaam in de dood : "Het leven is ingeslapen en de hel  beeft van hevige schrik" (Dienst van heilige Zaterdag, sticheron toon 2).(Dikwijls ziet men ook een bloedstraal die een teken is van "blijvend leven" : "Water en bloed stroomden warm uit het Lichaam van de Heer, zelfs na zijn dood", zegt ons het Concilie van Quinisecte in haar 32e canon. Van deze leer stamt de rite van het Zeon in de byzantijnse liturgie, men voegt een weinig warm water bij het lichaam van Christus, dat levend , warm, gepneumatiseerd bloed is.)

De gekruisigde in het Oosten stelt nooit het vleselijk realisme, uitgeput door de dood voor, noch het dolorisme (leer over het nut van smart en pijn. Nvdv)van de doodstrijd.  Dood en gerustgesteld, heeft hij niets verloren van zijn Koninklijke waardigheid en hij behoudt altijd zijn heerlijkheid, zoals de heilige Johannes Chrysostomos zegt : " Ik zie de gekruisigde en ik noem Hem Koning".

Het kruis heeft drie dwarsbalken. De onderste dwarsbalk, onder de voeten van de Heer, is licht gebogen. Dit scabellum pedum (Hand.2,35; Psalm 109) links naar onder gebogen wijst  op het noodlot dat de linkse moordenaar te wachten staat. De andere kant wijst naar boven en verwijst ons naar het noodlot van de rechtse moordenaar. Het troparium van het Negende uur vergelijkt het Kruis met een weegschaal. "Weegschaal van gerechtigheid" en doorbraak van de eeuwigheid : het Kruis is in het midden als de mysterieuze bemiddelaar tussen Koninkrijk en hel.

De icoon van de kruisiging toont ons in haar vertikale lijn het descensus (neerdalen) en het ascensum (het opstijgen)van het woord. "Christus aan het Kruis, zegt Jacques de Saroug (hom.over het visioen van Jacob) houdt zich vast aan de aarde als op een ladder die rijk is aan treden". Het Kruis is "de levensboom die geplant is op Calvarie "(dienst van de Kruisverheffing), de plaats van grote "cosmische strijd". De handelingen van Andreas verduidelijken : "een deel is geplant in de aarde opdat de dingen van de aarde en in de hel zouden verenigd worden met de hemelse dingen". Het is daarom dat op de iconen de voet van het kruis weggezakt is in een donkere grot waar het hoofd van Adam begraven ligt, Golgotha is "de schedelplaats" (Joh.19,17). Deze symbolische detail toont het hoofd van de eerste Adam, en met hem de ganse mensheid,  besproeid door het bloed van Christus.

De architecturale achtergrond toont ons de muren van Jerusalem. Christus heeft geleden buiten de muren van de stad Jeruzalem en de gelovigen moeten hem volgen: "want wij hebbeen hier beneden geen vaste stad" (Hebr.13,11-14). Bovenaan wordt de hemel helder afgelijnd, het onderstreept volgens Athanasios en de heilige Johannes Chrysostomos de cosmische poort van het Kruis die de lucht reinigt van de demonische machten.

De doodsbleke kleur van het lichaam drijft hem in de diepte en als contrast staat het reliëf van het sombere Kruis van het lijden. Het Kruis is stevig geplaatst in de grond, terwijl het opgehangen lichaam een nobele boog vormt die het licht , zwak en als lucht maakt. Het lichaam buigt naar de Maagd toe die zich altijd rechts van het Kruis houdt en ze schijnt naar haar Zoon te willen toesnellen. Haar rechterhand vormt een kruis, haar linkerhand, door zijn immobilisme, onderlijnt de beweging van de rechts, de vingers zijn dicht bij de keel om haar emoties af te breken die veroorzaakt worden door een onuitsprekelijke smart. Alleen zo gaat met haar beide handen de tragische stem van de stilte voorbij. De Moeder kan zich niet bewegen, zij is versteven van droefheid, haar ziel is door het zwaard doorboord. Met haar sombere kledij maakt zij zich los van het bleke en als onwezenlijk lichaam van haar zoon.

Johannes, die heldere kledij aan heeft, bevindt zich links en een beetje verder van het Kruis. Zijn hand volgt het licht gebogen hoofd en schijnt zijn gedachten te richten op de Heer. Hij kijkt voor zich uit, zijn blik is verloren of naar binnen gekeerd, contemplatief bemediteert hij het mysterie van de passie.

De Redder aan het kruis is niet enkel een dode Christus, het is de Kyrios, Meester van zijn eigen dood en Heer van zijn  leven. Hij heeft geen enkele verandering ondergaan door het feit van zijn lijden. Hij blijft het Woord, het eeuwige Leven die zich aan de dood overlevert en haar overstijgt. "Toen gij gekruisigd waart, o Christus, sidderde de ganse schepping van afkeer voor deze aanblik en de fundamenten der aarde beefden voor uw almacht".

De God-Mens verschijnt in zijn dubbele en onscheidbare dimensie : met God bovenaan en de mensheid onderaan. Engelen zweven boven het kruis, het is de hemel, en de personnages aan de voet van het kruis, een heilige vrouw en de centurion Longin, waren de mensheid.

Door de icoon te be-mediteren denkt men aan de mooie overdenking van Nicolas cabasilas : " Het is in functie van Christus dat het menselijk hart is geschapen, deze immense kist die groot genoeg is om God zelf te bevatten... het oog is geschapen voor het licht, de oren voor de geluiden, alle dingen voor hun doel en het verlangen van de ziel om zich te verheffen tot Christus" (Nicolas cabasilas : La vie en Jesus Christ, p79).

Uit :  Paul Evdokimos : L'art de l'icone - theologie de la beauté, p.257-263

Vertaling : Kris Biesbroeck

 

 

 

 

18:48 Gepost in theologie | Permalink | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.