30-07-09

Ambrosius : David zelf noemt Hem Heer

H. Ambrosius (ca 340-397), bisschop van Milaan en Kerkleraar
Sermon over psalm 36,4-5

Ambrosius van Milaan 1

"David zelf noemt Hem Heer"


       Laten we eens aandachtig kijken naar het mysterie van Christus! Hij is uit de schoot van de Maagd geboren, tegelijk als Dienaar en als Heer; Dienaar om te werken, Heer om te bevelen, om in het hart van de mensen een Koninkrijk van God te vestigen. Hij heeft een dubbele oorsprong, maar Hij is één wezen. Hij is niet een ander als Hij van de Vader komt en een ander  als Hij uit de Maagd komt. Hij is dezelfde uit de Vader geboren voor de schepping die in de loop van de tijd het lichaam heeft aangenomen van de Maagd. Daarom wordt Hij zowel Dienaar als Heer genoemd; om ons Dienaar; maar om de eenheid met de goddelijke substantie, God uit God, Oorsprong uit Oorsprong, Zoon gelijk aan de Vader, zijn gelijke. De Vader heeft immers niet een Zoon die vreemd aan Zichzelf is, geboren laten worden, deze Zoon waarvan Hij verklaard heeft: "In Hem heb Ik al mijn liefde gelegd" (Mt 3,17)...

      De Dienaar bewaart overal zijn waardigheid. God is groot en groot is de Dienaar: in het vlees verliest Hij niet deze "grenzeloze grootheid" (Ps 145,3)... "Hij die de gestalte van God had, hield zijn gelijkheid aan God niet vast, maar deed er afstand van. Hij nam de gestalte aan van een slaaf en werd gelijk aan een mens" (Fil 2,6-7)... Hij is dus gelijk aan God, als Zoon van God; Hij heeft de gestalte van een slaaf aangenomen door mens te worden; "Hij heeft de dood geproefd" (Hb 2,9), Hij van wie "de grootheid grenzeloos is"...

      De gestalte van de Dienaar, die ons allen heeft bevrijd,  is goed! Ja, zij is goed! Zij was Hem, "de naam die boven alle namen is", waard! Deze nederigheid is goed! Ze heeft verkregen dat "in de naam van Jezus elke knie zich zal buigen, in de hemel, op de aarde en onder de aarde en elke tong zal belijden: 'Jezus Christus is Heer,' tot eer van God, de Vader" (Fil 2, 10,11).

De commentaren zijn gesloten.