03-08-09

Macarios :totdat het meel geheel was gegist

H. Macarius (? - 405), monnik in Egypte
Homilie nr. 24

macarius de grote 123

"Totdat het meel geheel was gegist"


      Sinds de overtreding van Adam, zijn de gedachten van de ziel ver van de liefde van God verstrooid geraakt door de huidige wereld en ze zijn vermengd met materiėle en aardse gedachten. Want Adam heeft door zijn overtreding het zuurdesem van de slechte neigingen in zichzelf ontvangen, en zo allen die uit hem geboren zijn en alle afstammelingen van Adam hebben een gedeelte van dat zuurdesem gehad. Vervolgens zijn de slechte neigingen gegist en hebben zich ontwikkeld onder de mensen, totdat ze tot allerlei soorten van wanorde gekomen zijn. Uiteindelijk is de gehele mensheid binnengedrongen in het zuurdesem van het kwaad...

      Op analoge wijze heeft de Heer gedurende zijn verblijf op aarde willen lijden voor alle mensen; door ze met zijn eigen bloed te verlossen, het hemelse zuurdesem van zijn goedheid brengen in de gelovige zielen die vernederd zijn onder het juk van de zonde. Hij wilde in hen de gerechtigheid van de voorschriften en alle deugden voltooien, totdat ze, doordrongen met dat zuurdesem, verenigd worden met het goede en "één geest met de Heer" vormen, naar het woord van Paulus (1Kor 6,17). De ziel die geheel is doordrongen met het zuurdesem van de Heilige Geest kan zelfs geen idee van het kwaad en kwaadwilligheid meer hebben, zoals er geschreven staat: "De liefde denkt geen kwaad" (1Kor 13,5). Zonder deze hemelse zuurdesem, anders gezegd zonder de kracht van de Heilige Geest is het onmogelijk dat de ziel doordrongen wordt met de zoetheid van de Heer en tot het ware leven komt.

Bron : Dagelijks evangelie : Contact-nl@evangelizo.org

De commentaren zijn gesloten.