04-08-09

Archimandriet Victor : Heden als orthodox handelen

Heden als orthodox handelen

Archimandriet Victor

Higoumen van het klooster van de Moeder Gods van Faurie

 

26

 

Wat betekent heden als orthodox handelen ? Het weinig dat ik daarover kan zeggen is wat het kloosterleven aan elke christen kan bieden teneinde te begrijpen wat "heden als orthodox handelen" betekent. Ik zeg "kloosterleven" en niet "monniken", want bij vele christenen leeft de verbeelding dat monniken heiligen moeten zijn. Maar de heilige Johannes Climacos zegt dat "het klooster het ziekenhuis van de ziel is" en in een ziekenhuis liggen de zieken.

Als u denkt dat u zich op de weg naar de perfectie bevindt, dat de spirituele en morele kwaliteiten voor u gemakkelijk te bereiken zijn; indien u, wanneer u 's morgens voor de spiegel staat, uw vleugels ziet groeien, dan kan u denken dat het monastieke leven niet voor u is. Indien u daarentegen steeds dezelfde fouten maakt, vecht tegen de passies die u niet loslaten, kan u zeggen : "misschien wordt het tijd om mij in een klooster terug te trekken".

Wat doet men in een klooster ? Een woestijnvader zei : "men valt en staat weer op, men valt en staat weer op". Door het kloosterleven op die manier te begrijpen vermijdt men vele misverstanden, illusies en ook ontgoochelingen.

Monniken zijn zondaars, maar het kloosterleven leert ons hoe de christen moet getuigen van de reusachtige vergiffenis van God voor alle mensen. De soldaten die Christus moesten arresteren zijn teruggekomen met de woorden : "Wij hebben Hem niet gearresteerd want geen mens heeft gesproken als die man". Christus was het Woord van God. Voor ons, men hoeft daarom niet altijd te spreken, maar iedereen die een christen benadert zou moeten kunnen zeggen : " niemand heeft liefgehad als die man". Hoe kan men deze liefde die niet sentimenteel is, bereiken ? Drie zinnen uit het Evangelie zijn hier essentieel voor het monastieke leven.

De eerste : " Gij zijt in de wereld maar gij zijt niet van de wereld". Elke christen is in de wereld, maar is niet van de wereld. Elke christen moet zich engageren zonder zich te hechten. De weekdieren hechten zich en wanneer wij in weekdieren veranderen, hechten wij ons krampachtig aan een bepaalde idee, activiteit of partij, worden wij slaaf van een ideologie, en hoe mooi zij ook is, zijn we voor de enen en tegen de anderen.

Ons sociaal programma, zei Khomiakov, is de heilige Drie-eenheid en ik denk dat het voor elke christen het enige sociaal programma zou moeten zijn. De monnik getuigt ervan dat hij, zoals Evagrius Ponticus zegt : "gescheiden van alles en met allen verbonden". De eerste getuigenis van de monnik van het kloosterleven op dit punt is dat als christen handelen betekent : "voor allen zijn en voor elkeen".

Als anekdote, tijdens een catecheseles, kon ik bij de luisteraars de verantwoordelijke van de communistische partijen een verkozene van extreem rechts naast elkaar zien zitten. Dit kon sommigen verontwaardigen, maar het is een vorm van getuigenis dat alle soorten mensen tot ons komen, de eerlijken, de goeden, maar ook mensen van alle catgorieën, marginalen, delinquenten, verslaafden, prostituees, allen die in deze maatschappij lijden en zich zoeken.

De christelijke maatschappij is noodzakelijk. "Wij zijn daar, zoals Metropoliet Anthony zegt, om ons te verlichten, ons te verwarmen, maar wij mogen niet vergeten dat het buiten koud is en dat het nacht is en dat wij daar een beetje licht en warmte moeten brengen".

De tweede zin uit het evangelie, die nog meer essentieel lijkt, luidt als volgt : "Oordeel niet en gij zult niet veroordeeld worden".  In de apophtegmata is er de volgende anekdote. Een monnik die absoluut niet heilig geleefd had en die op vele vlakken een slechte monnik was, stierf op vrolijke wijze. En om een les aan zijn broeders te geven zei de vader higoumen hem : "maar wij kennen het leven dat gij geleid hebt, waarom zijt gij zo vrolijk ? Waarom zijt gij niet verward ?" En de monnik antwoordde : "wanneer ik voor Christus zal verschijnen zal ik hem zeggen : " Heer, ik heb alles gedaan wat Gij hebt verboden. Maar in mijn ganse leven heb ik niemand veroordeeld. En aangezien gij hebt gevraagd om niet te oordelen zodat wij niet veroordeeld worden, heb ik vertrouwen in uw woord". Wie van ons zou dit kunnen zeggen ?

Ik zal u iets vertellen. U weet dat wij, orthodoxen, verdeeld zijn, wij zijn niet in rechtsgebieden ingedeeld, en dat is een rijkdom. Het was zeer mooi om de liturgie in het Grieks of het Slavisch te kunnen horen. Wij zijn enorm verdeel omdat wij grote roddelaars zijn. Ervaar het zelf. Ga naar een parochie, een gemeenschap, zelfs een klooster, en gij zult zien hoe andere broederlijke gemeenschappen er op grappige, ironische, ja zelfs scherpe wijze worden vernietigd. Wij houden van elkaar. Wij sympathiseren en het is bijna een onderling spel om kritiek te geven, om opmerkingen te maken. Voor de getuigenis die wij naar buiten toe over de Kerk geven is rampzalig. Hoeveel keer heb ik marginale jongeren die ik hier en daar heb gestuurd om zich te openen aan de orthodoxie, niet ontgoocheld zien terugkomen omwille daarvan.

Misschien leert ons het monastieke leven dit niet omdat de monniken niet oordelen, zij zijn jammer genoeg de eersten om dit te doen, mar omdat het ook deel uitmaakt van het kloosterleven : niet oordelen.

Tenslotte een derde zin uit het evangelie, of eerder een parabel blijkt belangrijk te zijn. Christus zegt : "Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf" en men vraagt Hem : "wie is mijn naaste ?". In plaats van te zeggen deze of gene, antwoordt Christus op indirecte wijze : " een man die van Jeruzalem naar Jericho gaat en in handen van rovers valt...enz. De naaste is hij die wij op onze weg ontmoeten, in de situatie die God heeft gewild of toegelaten voor ons. Wij willen God wel dienen, maar wij willen Hem dienen naar onze eigen projecten. Wij willen handelen als christen, als orthodox, maar volgens onze eigen visie der dingen. Neen, het zijn niet wij die aan God de dienst voorstellen die men moet leveren, het is God die ons roept. Het is aan ons om te zeggen : Uw wil geschiede". Ik denk dat het kloosterleven dat ook leert.

De monnik heeft geen enkele functie; die van het gebed natuurlijk, maar het is ook die van elke christen. De monnik, vele Vaderen hebbe het gezegd, is soldaat van Christus. Wij houden niet meer erg van deze militaire beelden, want de soldaat is niet altijd aan te bevelen, maar aan te bevelen of niet, het is iemand die altijd ter beschikking staat voor het leven, voor de dood en altijd ten dienste van Christus en  Zijn broeders, niet dit of dat willen doen, maar aanwezig kunnen zijn voor hen die het nodig hebben. Volgens het woord van de profeet Jesaja : "Indien gij brood zijt voor de hongerlijdende, indien gij de ziel van de noodlijdende met vreugde vervult, dan zal uw licht opkomen in de duisternis en de duisternis zal slechts de klaarte van de middag zijn". Dit is handelen als christen, als orthodox en het is niet gemakkelijk.

Archimandriet VICTOR

Higoumen van het klooster van de Moeder Gods van FAURIE

SYNTAXE n° 46

 

 

 

10:49 Gepost in theologie | Permalink | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.