10-08-09

Zizioulas Jean : Wij moeten door onze daden bewijzen dat wij een onverdeelde Kerk zijn

'Wij moeten door onze daden bewijzen dat wij een onverdeelde Kerk zijn'

 

Metropoliet Jean (Zizioulas)

 

In een toespraak die gehouden is naar aanleiding van de werkzaamheden van de 4e panorthodoxe conferentie, op 8 juni jongstleden, in het patriarchale centrum, nabij Genève, heeft metropoliet Jean van Pergamos, die deze vergadering voorzat, het accent gelegd op de essentiële uitdagingen die zich stellen aan de verantwoordelijken van de ganse territoriale orthodoxe Kerk die op deze vergadering aanwezig waren,  te weten het opnieuw opstarten van het voorbereidend panorthodox préconciliair proces,en dit na 15 jaar van immobilisme.

Men wil er de voorstellen laten aannemen in het vooruitzicht om de hachelijke vraagstukken vande canonische organisatie van de orthodoxe gemeenschappen te regelen.

 

Bisschop Jean Zizioulas is titulair bisschop van Pergamo. Hij is één van de beste specialisten van de Kerkleer ( ecclesiologie). Hij is gediplomeerde van de universiteit van Harvard, doctor in de Theologie van de universiteit van Athene en doctor honoris causa van de orthodoxe faculteit voor theologie van Belgrado, van het instituut Saint Serge en het ‘ institut Catholique’ van Parijs. Verder is hij professor emeritus van de theologische faculteit van Thessaloniki en van het Kings College in Londen en lid van de Academie van Athene. Hij is verder  co-president van de internationale gemengde commisie voor de theologische dialoog tussen de katholieke Kerk en de orthodoxe Kerk. Veel werken staan op zijn naam, vooral op het domein van de ecclesiologie, vele daarvan zijn in het Frans verschenen. L’être ecclesial (Labor et fidens,1881) en L’Eucharistie, l’évêque et l’Eglise durant les trois premiers siècles (Desclée de Brouwer,1994)

 

(…) Door de welwillendheid en de genade van de drie-ene God heeft onze vergadering plaats gedurende de celebratie van het Pinksterfeest, de komst van de Heilige Geest. Dit om aan te duiden dat het mandaad dat ons gegeven is door onze heilige Orthodoxe Kerk, heilig is, en dat dat ze een bevel vormt van de Heilige Geest zelf (…) In de loop van onze huidige bijeenkomst worden wij opgeroepen, ondanks onze nederige wijze van bestaan, om instrumenten te worden van de Parakleet (Joh 14,15-17,6; 15,26; 16,7 ; 1 Joh.2,1). Op dezelfde wijze, door te gehoorzamen aan Hem die ‘elk Kerkgebouw overeind houdt’, om op onze wijze bij te dragen om de eenheid van de Kerk  te versterken en te verdiepen ten voordele van de eenheid van de Kerk ‘één, heilige en apostolisch’. God heeft ons door Zijn barhartigheid ons waardig bevonden hieraan deel te nemen. Alhoewel deze eenheid ons door de genade van God is gegeven, toch moeten wij er altijd om bezorgd zijn en ze ontwikkelen, want onze vijand de duivel (1 Petrus 5,8), houdt niet op om onenigheid te zaaien en  de eenheid ernstig en te bedreigen, nu eens met succes, dan weer ernstig en gevaarlijk. De verantwoordelijkheid die op ons rust, vooral bij diegenen onder ons aan wie het bisschopsambt werd toevertrouwd, bestaat erin deze eenheid te beschermen en te versterken met alle middelen.

 

‘De autocephalie mag niet verworden tot een autocephalisme’

 

Dit blijkt niet noodzakelijk het geval te zijn voor alle orthodoxen, gegeven het feit, dat , eerder gezien wordt als een totaliteit van kerken, veeleer dan één Kerk. Zeker, het is waar dat de orthodoxe ecclesiologie de eenheid van de kerk ziet als een eenheid van autocephale Kerken. Maar in geen enkel geval mag deze interpretatie niet het idee suggereren dat wij bestaan uit ‘Kerken’ en niet uit één ‘Kerk’. Er is slechts één enkele en enige orthodoxe Kerk, en dit manifesteert zich zowel op het vlak van het geloof en de liturgie als op het vlazk van haar canonische structuur. Zoals de oecumenische patriarch Bartholomeüs het heeft onderlijnd van zijn toespraak tot de primaten van de orthodoxe Kerken, tijdens de synaxe die gehouden werd in oktober laatst in de phanar. Het hoort niet dat de autocephalie verwordt tot een ‘autocephalisme’.  Het is dus van belang dat, zowel in hun wederzijdse relaties als in hun contacten met hen die buiten de orthodoxe Kerk staan, de autocephale Kerken handelen als één lichaam, als één enkele en enige Kerk.

 

Het is juist in deze Geest dat alle Orthodoxe Kerken hebben beslist, op die manier handelend als één onverdeelde Kerk, om het groot en heilige concilie van de orthodoxe Kerk te celebreren. Want  overeenkomstig  met de seculaire traditie van de Kerk, die teruggaat op de eerste apostolische gemeenschappen en waarvan de handelingen der Apostelen getuigen (Hand.15), vormt het conciliaire systeem de meest authentieke wijze  om de eenheid van de Kerk te bevestigen, te garanderen en af te kondigen. In dit opzicht kan onze heilige Kerk niets anders reageren dan te handelen conform  met de traditie en met de eccesiologie die deze traditie dicteert .

 

Nochtans laat de bijeenkomst van dit concilie lang op zich wachten zodat dit aanstoot neemt bij hen die ons geloof delen en dikwijls zelfs spot bij hen “van buiten” die zich afvragen : als de orthodoxe Kerk daadwerkelijk één is en of ze werkelijk in staat is het aangekondigd concilie kan bijeenbrengen. De verantwoordelijkheid van onze Kerken hierin is enorm. Het volstaat niet van te zeggen dat wij één zijn in het geloof en de liturgie : wij moeten door onze daden bewijzen dat wij een Kerk zijn die één en onverdeeld is, en die in staat is zo een concilie bijeen te brengen. Wij kunnen de bijeenroeping van het heilig en groot concilie van de orthodoxe Kerk niet meer uistellen, die trouwens al sedert lang is aangekondigd, zonder dat dit een fatale klap toebrengt aan de authoriteit en de geloofwaardigheid van onze Kerk (…).

 

De  “disapora”, een canonisch en ecclesiologisch probleem.

 

Wij weten allen dat het vraagstuk van wat we gewoonlijk de “orthodoxe diaspora “ noemen één van de grootste problemen vormt waarmee de orthodoxe Ker in onze tijd  wordt geconfronteerd (…) Men kan moeilijk het feit ontkennen dat de wijze van organiseren van de orthodoxe diaspora enorm lijdt op het canonische en ecclesiologische vlak. Zoals we allen weten bepaalt de 8e canon van het 1e Oecumenisch concilie heel duidelijk dat er maar één bisschop mag zijn in dezelfde stad. Deze canon is fundamenteel, want hij drukt duidelijk de orthodoxe ecclesiologie aan. Conform aan dit fundamenteel ecclesiologisch princiep, die bewaarheid werd in het tijdperk van Ignatius van Antiochië (einde van het 1e en begin van de 2e eeuw), en absoluut gerespecteerd door de oude onverdeelde Kerk, verenigt de bisschop gans de locale Kerk in zijn persoon als hoofd van de locale Kerk, zonder fysische, raciale, nationale, sociale of andere discriminaties. In de persoon van de bisschop worden alle verschillen getranscendeerd naar het voorbeeld van Christus  van wie de bisschop het symbool is, en die “er is geen Griek en Jood, besnedene en onbesnedene, barbaar, scythe, slaaf maar de vrije mens” (Kol.3,11). In de oude Kerk zou het ondenkbaar geweest zijn dat er in dezelfde stad een bisschop zou geweest zijn voor de Grieken en een ander voor de Syriërs of de Latijnen, of voor nog andere vertegenwoordigers van elke andere culturele of etnische identiteit.

 

De orthodoxe Kerk heeft altijd met eerbied dit principe gerespecteerd tot in de 20e eeuw ongeveer. Geleidelijk aan ontstonden, niet zonder aarzeling in het begin, parallelle jurisdicties in de “diaspora”. Het gaat hier dus om een historisch fenomeen, relatief recent die een ecclesiologisch principe , dat fundamenteel werd uitgedrukt in de canon van bovenvermeld 1e Oecumenisch cioncilie, schendt Op het moment dat dit fenomeen naar voren kwam, heeft het oecumenisch patriarchaat gereageerd door te verwijzen naar de 28e canon van het 4e oecumenisch concilie dat bepaalt dat in de diocesen “bezet door de barbaren”, ’t is te zeggen die zich situeerden buiten de geografische van elke autocephale Kerk, zouden worden gewijd door de primaat van Constantinopel. Sommige orthodoxen hebben echter deze interpretatie van de 28e canon gecontesteerd, wat als resultaat had dat dit niet werd gerespecteerd door een deel van hen. Het is hier niet het moment om over deze vraag te debatteren (…). Het oecumenisch patriarchaat, zonder te verzaken aan haar interpretatie van bovenvernoemde canon, en bezorgd om de éénheid van de orthodoxe Kerk te handhaven, die ze beschouwt als het opperste goed, heeft  de aanwezigheid van bisschoppen van andere jurisdicties  in de landen van de “diaspora” van aanvaard. Dit echter tot er een midden wordt gevonden conform de canonische orde, uitgedrukt door de 8e canon van het 1e oecumenisch concilie, en de fundamentele ecclesiologische principes aanbevolen door het geloof en de orthodoxe traditie.

 

Wij worden geconfronteerd met deze cruciale vraag : zijn wij klaar, wij de orthodoxe Kerken om terug te eren tot de oude canonische discipline die slechts één bisschop voorziet voor de locale Kerk ? De interorthodoxe voorbereidende commissies, die de vragen heeft onderzocht en documenten hebben uitgewerkt en onderworpen aan onze goedkeuring, hebben geoordeeld dat de orthodoxe Kerken er op dit ogenblik nog niet klaar voor zijn om terug te keren tot de strenge canonische discipline, en dit om verschillende redenen. Zij stellen nochtans voor om deze orde geleidelijkaan te herstellen.  Gedurende een eerste stap gedurende dewelke de bisschoppenvergaderingen, één per regio, en samengesteld uit “canonische” bisschoppen die elk hun regio bedienen, goed zouden functioneren .

 

Wij worden opgeroepen om onze consensus op, te bouwen rond twee voorname  assen. Vooreerst, de orthodoxe Kerk herbevestigt en proclameert haar aanhankelijkheid aan de heilige canons en aan haar ecclesiologie die slechts één bisschop voorzien en voorschrijven binnen elke locale Kerk. Ten tweede, omwille van historische omstandigheden en pastorale behoeften die ermee verbonden zijn, een overgangs-etappe  voordat de canonische orde het fundament moet zijn van de bisschoppenconferenties, zoals voorzien is in de uitgewerkte documenten door de interorthodoxe voorbereidende commissie.

 

“Wij kunnen niet in inactief  blijven !”

 

De verantwoordelijkheid die op ons rust, aan ons, deelnemers van de huidige conferentie, is werkelijk enorm. Het is een verantwoordelijkheid tegenover God, tegenover het volk van God en de Geschiedenis. De vraag die zich aan ons stelt is te weten of de bijeenkomst van het heilige en groot concilie van de orthodoxe Kerk zal  bespoedigen of dat zij terug op de lange baan zal geschoven worden. Alles hangt af van onze beslissingen. Wat zullen wij zeggen aan het volk van God die met angst wacht om het resultaat te kennen van onze conferentie ? of datwij mislukt zijn om een consensus te bereiken ? Wie zou de durf hebben om de verantwoordelijkheid te nemen voor zo een verantwoordelijkheid ? Wie zou de enge  belangen durven laten primeren van zijn eigen Kerk ten nadele van het algemeen belang van de orthodoxie als geheel, van de trouw aan de canonische traditie en de ecclesiologie ?

 

De canonische oplossing die moet gevonden worden voor het probleem van de “orthodoxe diaspora” is wezenlijk een complexe vraag en kan niet direct haar canonische vorm veranderen. Het gaat hier nochtans ook om een urgente zaak, en indien wij geen onmiddellijke maatregelen nemen die georiënteerd zijn op een canonische oplossing, een situatie die de orthodoxie voorstel als onverdeeld wordt hiermee gefundeerd (….) Wij kunnen niet inactief blijven ! (…)

 

Het minste dat wij kunnen doen is onze trouw te proclameren aan de principes van de ecclesiologie en aan de heilige canons, waarop onze Kerk is gefundeerd. Dit, om niet beschuldigd te worden tekort te hebben geschoten aan het geloof van onze Vaders. Anderzijds, door de bestaande moeilijkheden te bekennen om onmiddellijk terug te keren tot de strenge canonische discipline en om maatregelen te nemen om het geleidelijkaan te bereiken. Dat kan door de maatregelen goed te keuren die voorgesteld worden in de documenten van de voorbereidende commissie  en onderworpen zijn aan onze goedkeuring en die de wijze van functioneren voorzien van de locale bisschoppenvergaderingen. Beginnen wij dus de werkzaamheden van onze conferentie in een geest van liefde en waarachtige dialoog, en dat de Parakleet , de Geest van Waarheid onze gids moge zijn, opdat, komende tot een consensus , de naam van de Alheilige Drie-eenheid moge worden verheerlijkt.

 

Uit : SOP 340 Juli-Augustus 2009

Vertaling : Kris Biesbroeck

 

14:46 Gepost in theologie | Permalink | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.