13-09-09

Welke spiritualiteit voor jongeren van vandaag ?

Welke spiritualiteit voor de jonge leken van vandaag ?

 Door vader Cyrille Argenti

Argenti Cyrille

 

"Spiritualiteit" betekent ethymologisch de activiteit van de geest. Voor een leerling van Jezus Christus heeft dit woord nochtans niet dezelfde betekenis als voor de adepten van verschillende "religies" en filosofische of morele systemen.

Voor een christen verwijst"Spiritualiteit" niet als zodanig naar de activiteit van de geest van de mens dan wel naar deze van de Heilige Geest. Zij vormt dus geen particulier aspect van het leven, zoals bijvoorbeeld "het intellect", of de "affectiviteit" of de "seksualiteit".  Er bestaat voor een christen geen eigen domein van de Geest - zoals er een domein zou kunnen zijn dat eigen is aan het intellect, het gevoel of de sekse; een hogere afdeling van  het menselijk leven en die zich zou opstapelen in de inferieure delen. Wij zijn de leerlingen  van God die vlees geworden is, van de "gezalfde" (Christus) van God, 't is te zeggen van Hem die de zalving van de Heilige Geest heeft ontvangen van alle eeuwigheid, die gans het menselijk leven doordringt, gans zijn menselijke natuur - wil, verstand, hart, ziel en lichaam - van de Geest van God, die dezelfde Geest uitstort over de ganse persoon, over gans het leven van hen die geloven in Hem en zich bij Hem aansluiten.

Spiritualiteit is dus voor een orthodox christen, de werking van de Heilige Geest die verlicht, doordringt, transformeert, die de beslissingen, gedachten, gevoelens, daden, woorden , gedragingen, de ziel en het lichaam, het dagelijks leven, zelfs de dromen van een mens om hem te wortelen in God, levendig maakt. En indien God de bron is van een mens, de kracht van God, 't is te zeggen de Heilige Geest, wordt het ook doorgegeven in elke plant, in de ganse mens. Omgekeerd, indien de goddelijke Geest doorheen de mens gaat, dan wordt God ook de wortel - de oorsprong. Het beeld is de Sint Paulus, die ons zegt dat wij door het doopsel "eenzelfde plant" (Symphytoi = samen groeien) worden met Christus (Rom.6,5), en ons uitnodigt om "geworteld te blijven in zijn liefde" (Ef.3,17).

Hoe kan zich dat vandaag de dag voor ons concreet en afzonderlijk realiseren voor de jongeren en de leken ?  Hoe kan een man of een vrouw die opgroeit in een geseculariseerde samenleving - waar God min of meer ontkend wordt, waar de incarnatie van het Woord en het bezoek van de Heilige Geest worden waargenomen niet als beleefde gebeurtenissen maar als een theologische vaktaal, waar de armoede synoniem is met mislukking en de maagdelijkheid  met simpelheid - kan hij de Heilige Geest ontvangen als zijn ganse leven  overhoop is gehaald en verlicht worden ?

De dorst naar God

Men moet eerst en vooral, dat is evident, het verlangen hebben om God te ontmoeten. Wenu, gans de opvoeding van onze tijdgenoten oriënteert hen naar het materiële, naar de kennis en het bezit van materiële dingen. Het hart en de geest zijn gevormd en geconditioneerd  om zich te interesseren voor de uiterlijke wereld, voor de schepselen, veeleer dan voor de Schepper. De christelijke spiritualiteit is gebaseerd op de tegenovergestelde beweging : zich keren naar het innerlijke om God te zoeken. Luisteren wij naar de psalmist : "Gelijk een hinde die naar waterbekken smacht, zo smacht mijn ziel naar U, o God. Mijn ziel dorst naar God, naar de levende God; wanneer zal ik komen en voor Gods aangezicht verschijnen ?" (Psalm 42,2-3).

"O God Gij zijt mijn God, U zoek ik, mijn ziel dorst naar U, mijn vlees smacht naar U, in een dor en dorstig land, zonder water, Zo heb ik U in het heiligdom aanschouwd, ziende uw sterkte en uw heerlijkheid" (Psalm 63,2-3).

Mijn ziel heeft dorst naar God. Het is diezelfde dorst naar God die uitgedrukt wordt in het Hooglied, de liefdeskreet en het verlangen van de Sulamitische voor haar beminde en door haar, de Kerk voor haar God (Hooglied 3,1-6; 6,3).

Dit liefdevol verlangen, deze dorst naar God is de drijvende kracht van elke christelijke spiritualiteit. Wenu, deze dorst kan opdrogen, zij kan eindigen op een ontdekking.

De vreugde van het Goede Nieuws

Deze ontdekking hebben de apostelen van Jezus Christus gedaan. Daarom zal de aandachtige lezer van het Nieuwe Testament een rilling van blijdschap ervaren. Er is in het hart van de apostelen een onuitspreekbare vreugde die hun stem doet beven. Het Evangelie is daadwerkelijk voor hen het Goede Nieuws. Zij hebben er een openbaring in ontdekt; het koninkrijk van God - de onnoemelijk kostbare parel, de schat onder de grond verstopt is voor hen geen droom meer, geen utopische hoop, maar een nieuw ontdekte realiteit. Zij hebben de verrezen Christus gezien, zij hebben het ware licht gevonden, zij weten dat het koninkrijk van God komende is. (...) De klaarblijkelijkheid van het Goede Nieuws die zij ontvingen, deze zekere hoop, deze diepe vrolijkheid die te wijten is aan het ontdekken van de kracht en de liefde van God in Jezus Christus, hoe kunnen wij die terugvinden ?

De westerse maatschappij in de tijd van de heilige Louis, - de byzantijnse maatschappij in de XIVe eeuw - door al hun instellingen en gebruiken, hun wijze van denken en leven - introduceerden hun leden in de Kerk. De moderne maatschappij, sedert tientallen zoniet eeuwen, heeft opgehouden het christelijk geloof over te leveren. Vandaag , zoals in het begin van het christendom, wordt men christen uit persoonlijke overtuiging, door een persoonlijk antwoord op het appel van Jezus Christus. In feite heeft het wellicht altijd zo geweest. Het vertrekpunt van elke christelijke spiritualiteit is een relatie van persoon tot persoon.

Herlezen wij het eerste hoofdstuk van het evangelie volgens de heilige Johannes, verzen 35-51. Johannes de Doper bevindt zich op de oever van de Jordaan. De dag ervoor had hij Jezus gedoopt. Andreas en Johannes - de toekomstige evangelist die ons het incident vertelt - zijn aan de zijde van de Doper, waarvan zij de leerlingen zijn. Jezus komt voorbij, de Doper roept uit : "Zie het lam Gods !" Aarzelend lopen de twee leerlingen achter Jezus. Deze keert zich om : "Wat zoekt gij ?"

Het is de vraag die Hij ons ook vandaag stelt, aan ons die twijfelen en zoeken. Andreas en Johannes antwoordden Hem : "Waar verblijft gij ?". Het is ook ons antwoord, want Hij is het die wij zoeken en zouden willen vinden.

Jezus antwoordt : "kom en zie". Anders gezegd : het volstaat niet te zoeken, men moet zich in het water werpen. Want diegene die niets riskeert heeft niets. Men kan geen antwoord vinden door te filosoferen. Er is een daad van vertrouwen nodig. Laat ons geloven in het getuigenis van de apostelen en vooruit..

Het is dit wat Andreas en Johannes doen : ze zetten zich op weg en reeds dezelfde avond, gaat Andreas zijn broer Simon zoeken en zegt hem " Wij hebben de Messias gevonden" (...)

Zonder lichamelijk aanwezig te zijn, ziet Jezus ons en houdt ons in de gaten... Dat is de ontdekking, het geloof is een daad van zich aansluiten, het maakt ons één met Christus, het gaat door ons en begint ons te omvormen. Wij worden een levende steen van het hemelse Jeruzalem. Het spirituele leven, het leven van de Heilige Geest is in ons begonnen. Wij zijn binnengetreden in de nieuwe schepping. Desondanks dringt een keuze zich op.

De keuze

De keuze die wij moeten doen is de volgende : ofwel zijn  wij medeplichtig aan de consumptiemaatschappij, ofwel leven wij leven in Christus. Want men kan God niet dienen en de Mammon.

Zo kunnen wij ons gezin organiseren, ons werk, ons onderkomen, in het perspectief om te kopen en datgene te verwerven waar wij zin in hebben : de stereoinstallatie, de kleuren televisie , een Honda, een Porsche, de vakanties op de Bermuda eilanden.... Zovele zaken die op zichzelf niet slecht zijn, maar waarvan het angstig verlangen ons de gevangene maakt van alle raderwerk van de consumptiemaatschappij, waarvan de drijfveer de liefde voor het geld is. Luisteren wij naar wat Sint Paulus ons dienaangaande te zeggen heeft :" Wie rijk willen zijn, vallen in verzoeking, in een strik, en in vele dwaze en schadelijke begeerten, die de mensen doen wegzinken in verderf en ondergang. Want de wortel van alle kwaad is de geldzucht. Door daarnaar te verzuchten zijn sommigen van het geloof afgedwaald en hebben zich met vele smarten doorboord" (1 Tim. 6,9-10).

Omgekeerd kunnen wij "verzaken aan de begeerten van de tijd van onwetendheid" (1 Petr.1,14), om slechts dat te verlangen datwaarlijk wenselijk is, en van de ontmoeting met Christus het reële en concrete doel  te maken van ons leven in de wereld : " Het gaat erom Hem te kennen en de kracht zijner opstanding en de gemeenschap aan zijn lijden, of ik, aan zijn dood gelijkvormig wordende, zou mogen komen tot de opstanding uit de doden. Niet dat ik het reeds zou verkregen hebben of reeds volmaakt zou zijn, maar ik verlang ernaar, ik zoek of ik het  ook grijpen kan, omdat ik ook door Jezus Christus gegrepen ben. Broeders, ik voor mij acht niet, dat ik het reeds gegrepen heb, maar één ding (doe ik) : vergetende hetgeen achter mij ligt en mij uitstrekkende naar hetgeen vóór mij ligt, jaag ik naar het doel, om de prijs der roeping Gods, die van boven is, in Christus Jezus" (Fil.3,10-14)

Dat is de ascese. Niet een ziekelijk zoeken naar een gemis of een lijden, maar een gepassioneerd zoeken naar de goddelijke volheid in Jezus Christus. Niets van het geschapene is slecht op zichzelf, maar alleen de Schepper is waarlijk verlangbaar. En om dit te bereiken, moet er een prijs betaald worden. En de prijs is "te verzaken aan de begeerten van de tijd van onwetendheid" om vervuld te geraken door de gave van God. Deze gave is niets anders dan de Heilige Geest, schatkamer van alle goed, gever van het leven. God zelf die zich aan ons geeft. Wij zijn wellicht begonnen met de verrijzenis van Christus ernstig te nemen, maar het is tijd, nu, om "de verwerving van de Heilige Geest" ernstig te nemen.

De revolutie van Christus

Hoe meer een christen verinnerlijkt om in het diepste van zijn hart en in de wortels van zijn zijn de Heilige Geest te vinden, des te meer hij zich zal openstellen voor de liefde tot zijn broeders en zusters. Des te meer hij de armoede en de soberheid zal opzoeken om alzo het "enig noodzakelijke" te vinden, des te meer hij de armen zal liefhebben. Des te meer hij het Rijk Gods in zichzelf zal zoeken, des te meer hij zal ontdekken dat dit koninkrijk voor allen is -hé koinê Basileia - zoals de heilige Johannes Chrysostomos het uitdrukt in zijn homilie van Paasnacht. Het koninkrijk van God in ons ontdekken doet in ons het verlangen en de wil ontstaan het Rijk van God en zijn gerechtigheid in de wereld te verkondigen. Een spiritualiteit die de onrechtvaardigheid in de wereld zou negeren zou een spiritualiteit van huichelaars zijn : " wanneer gij zegt dat gij God liefhebt die gij niet ziet, maar uw broeder die gij wel ziet niet liefhebt, dan ben jij een leugenaar" (1 Joh.4,20).

Wij stellen ons dus niet tevreden met een soort spiritueel narcisme, maar laten wij met helderheid onze ogen openen voor wat in de wereld gebeurt. Wij weten dat in de consumptiemaatschappijen   die momenteel in vele landen aanwezig is, het goede christenvolk en vele anderen bezig zijn, met een verschrikkelijke onschuld om de ganse wereld te verslinden. Ja, de Prins van deze wereld oefent zijn heerschappij van onrecht uit over de wereld.

De profeet Daniël zag een grote steen die zich van de berg, zonder de hulp van menselijke handen, losmaakte  en stootte tegen het standbeeld dat alle koninkrijken van deze wereld symboliseerde. Het standbeeld vloog in stukken, de steen kwam geleidelijk aan op zijn plaats en bedekte de oppervlakte van de aarde. Deze steen, is Christus. Het betekent dat het rijk van Christus en zijn gerechtigheid dit moet vervangen van de Prins - en de prinsen - van deze wereld. Hoe kunnen wij, hoe moeten wij deelnemen aan deze revolutie, hoe  "verhaasten" (2 Petrus 3,12) "de komst van de dag van God" en de heerschappij van Zijn rechtvaardigheid ? Een spiritualiteit die christelijk wil zijn zal deze vraag niet ontwijken. (...)

Gaan wij ons tot dan tevreden stellen met een individualistisch piëtisme die alleen de bekering op het oog heeft - o hoe noodzakelijk-  van ons eigen hart, en ons niet meer interesseren voor het rijk van God in de wereld, terwijl de Heer ons heeft geleerd te bidden "Uw rijk kome op aarde als in de hemel".

Kijken we dus wat Christus zelf heeft gedaan. Hij heeft weloverwogen verzaakt aan de drievoudige en satanische bekoring om te bezitten, te domineren en zich te laten bewonderen. Hij heeft verzaakt aan de rijkdom, aan de macht en aan de ijdele glorie. Hij heeft zichzelf overgeleverd aan de soberheid, aan de dood, aan de afdaling in de hel : "Hij die, in de gestalte Gods zijnde, heeft zichzelf ontledigd, en de gestalte van een dienstknecht op zich genomen (...)Hij  heeft zichzelf vernederd en is gehoorzaam geworden tot de dood, ja tot de dood aan het Kruis (Filipenzen 2,6-8).

Zo heeft Christus de macht van God bevrijd die tijdelijk verduisterd was door de zonde van de mensen en de heerschappij van het kwaad. Deze macht is glorierijk gemanifesteerd  door te verrijzen uit de dood;  zij heeft "hem uitermate verhoogd" (Fil.2,9), zo heeft ze de nieuwe schepping ingewijd, een effectieve aanwezigheid in deze wereld van de Verrezene en vervolgens van  Zijn Heilige Geest, levendig zaad van de vrijheid, rechtvaardigheid en de liefde.

Deze vruchten van de Heilige Geest zijn geen abstracte ideeën, maar goddelijke energieën die voortaan aan het werk zijn in de wereld. Telkens wanneer zij in de dagelijkse realiteit vorm aannemen, vormen zij zoveel tekenen van de heilige almacht van God en verkondigen de uiteindelijke triomf van het koninkrijk dat inmiddels op weg is. De verrijzenis van Christus bevestigt de meest radicale verandering van  de macht in de ganse geschiedenis.

Christus wil echter niet" komen zonder de uiteindelijke vervulling" (Hebr.11,40). Hij nodigt ons uit om voort te gaan in de nieuwe schepping, om met Hem vanaf nu binnen te treden in het komende Koninkrijk, om ons te verbinden met zijn werk, want wij zijn medewerkers van God" (1 Kor.3,9)

Hoe moeten wij het doen ?

De deelname van de mens

Hoe moet de weg geopend worden voor de goddelijke interventie, voor de uitstorting van de Heilige Geest in onrechtvaardige situaties ? Meerdere houdingen zijn vereist en mogelijk : verzaken aan de dorst naar winst, de vergiftigde drijfveer van gans onze consumptiemaatschappij ; neen zeggen aan de wil tot macht, bron van alle tirannie , ophouden te leven voor uzelf, ophouden met te rekenen op de krachten van deze wereld, en dit door een daad van totaal vertrouwen in de goede macht van God : voor zover wij functioneren op verhoudingen die steunen op macht, laten wij ons meenemen in het raderwerk van de Prins van deze wereld, de Satan die al diegenen manipuleert, door het verlangen naar rijkdom, de dorst voor het plezier of de ambitie om carrière te maken, en zich zo aan zijn macht van de dood overleveren.

Men moet er daarentegen aan verzaken ons "geloof te plaatsen op de machten van deze wereld" (Psalm 146,3), ons te stellen onder de macht van het geld, de militaire macht, de politieke intriges. Indien wij aldus aanvaarden binnen te treden in het graf van Christus - dat is de echte betekenis van het doopsel -, wanneer wij werkelijk gans onze hoop stellen en gans ons vertrouwen op de enige macht van Hem die Christus uit de doden heeft doen opstaan - dat is het geloof -, dan zal de bevrijdende macht van de verrezen Christus zich manifesteren in de gebeurtenissen die de structuur vormen van ons dagelijks bestaan, het verandert de richting van deze gebeurtenissen en maakt de nieuwe schepping in ons leven en in de wereld in haar geheel kenbaar, door er tekenen van het komende Rijk  te planten.

Zo een spiritualiteit - dat vertrouwen is in het bewonderenswaardig werk van de Heilige Geest - overtreft het kader van de persoonlijke godsvrucht, want zij ontdekt in de ogen van onze broeders en zusters de werking en de tegenwoordigheid van God in de wereld : " Laat zo uw licht schijnen voor de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader, die in de hemelen is, verheerlijken"(Matth.5,16).

De gemeenschappelijke epiclese

Wanneer deze daad van vertrouwen en geloof, deze offerande die de mens doet aan God volgens het woord van de apostel : "ik vermaan u dan, broeders, met beroep op de barmhartigheden van God, dat gij uw lichamen stelt tot een levend, heilig en God welgevallig offer" (Rom.12,1), dan is dat niet enkel een persoonlijke daad, wanneer een ganse gemeenschap - door zich te ontdoen van elke ambitie -  zich aan God offer in de vertrouwvolle verwachting van de nederdaling van de Heilige Geest en van de manifestatie van de heilige macht van God in zijn leven, dan noemt dit : Goddelijke Liturgie.

De eucharistische liturgie is niet, zoals sommigen ons willen doen geloven, zij, "die met een schijn van godsvrucht de kracht daarvan verloochend hebben" (2 Tim 3,5), een "heilige" spektakel  of een "spiritueel" concert voor esthestisch geïnitieerden. Zij is een gedurfde daad van mannen en vrouwen, die geloven in de unieke waarde van de offerande die Christus heeft gedaan aan Zijn Vader (Ef.5,2),die geloof hebben in de bewonderenswaardige macht van de Heilige Geest die Hem heeft doen verrijzen (1 Petrus 3,18) en vertrouwen in de oneindige rechtvaardigheid van het Rijk van God  dat zo onthuld wordt, God dankend voor deze offerande,  die er eucharistie van maken en er zich mee verbinden door "mekaar en gans hun leven toe te vertrouwen" aan Christus God.

Zij zijn gespannen in de afwachting van de nederdaling van de Heilige Geest, die gans hun gemeenschap zal omvormen - met het brood en de wijn die zij ontvangen - in een ruimte van vrijheid, rechtvaardigheid en liefde, als levend teken van het komende Koninkrijk Gods.

Laten wij vanaf nu deze geloofsdaad stellen. Laat ons verzaken aan al onze  begeerten, leggen wij op het altaar van God - met onze offerande van brood en wijn - gans onze hoop neer, gans onze verlangens, al onze ambities, alles wat wij zijn en willen zijn. En laat ons, door een gemeenschappelijke epiclese, de macht van hierboven, de Heilige Geest ontvangen, die hen bezoekt die aan Christus toebehoren. Dan zullen wij God aan het werk zien onder ons. Zou dat niet de orthodoxe spiritualiteit zijn ?

(De teksten van Vader Cyrille Argenti zijn verschenen in verschillende tijdschriften, waarvan Contacts en Orthodoxes à Marseille, en zijn opgenomen in het werk van Cyrille Argenti , N'aie pas peur, Les el de la terre/Cerf, 2002)

 

Vertaling : Kris Biesbroeck

 

 

 

 

19:01 Gepost in theologie | Permalink | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.