03-10-09

18e zondag na Pinksteren : Gedachtenis van de Vaders van het zevende Oecumenisch Concilie (787)

18e zondag na Pinksteren

3e na de Kruisverheffing

Gedachtenis van de Vaders van het zevende Oecumenisch Concilie (787)

 Oecumenisch concilie - zevende (450 x 630)

LEZINGEN :

Eerste Lezing :2 Kor.9,6-11

Bedenk dit: wie karig zaait, zal karig oogsten; wie overvloedig zaait, zal overvloedig oogsten. Laat iedereen geven waartoe hij in zijn hart besloten heeft, zonder tegenzin en zonder dwang, want God houdt van een blijmoedige gever. En God heeft de macht om u met allerlei gaven te overstelpen, zodat u altijd in alle opzichten goed voorzien bent en nog ruimschoots overhoudt voor elk goed werk. Zo staat er ook geschreven: Hij heeft overvloedig gegeven aan de armen, zijn gerechtigheid* zal altijd blijven.
     Hij die de zaaier zaad verschaft en brood geeft als voedsel, Hij zal ook u zaad verschaffen, het vermenigvuldigen en uw gerechtigheid rijke vrucht laten opleveren. Zo bent u van alles rijk voorzien om vrijgevig te kunnen zijn, en door onze bemiddeling wordt uw vrijgevigheid weer reden tot dankzegging aan God

Evangelie :Lucas 5,1-11

Roeping van enkele vissers
Toen Hij aan het meer van Gennesaret stond en de mensenmenigte zich om Hem verdrong om het woord van God te horen, zag Hij twee boten bij het meer liggen. De vissers waren van boord gegaan en spoelden de netten. Hij stapte in een van die boten, die van Simon, en vroeg hem een eindje van het land af te varen. Hij ging zitten en vanuit de boot gaf Hij de mensen onderricht. Toen Hij uitgesproken was zei Hij tegen Simon: 'Vaar nu het meer op naar diep water. Daar moeten jullie je netten uitwerpen.'  'Meester,' antwoordde Simon, 'de hele nacht hebben we ons al afgetobd zonder iets te vangen. Maar als U het zegt zal ik de netten uitwerpen.' Dat deden ze en ze vingen zo'n massa vis dat hun netten ervan scheurden. Daarom wenkten ze hun maats in de andere boot om hen te komen helpen. Die kwamen, en beide boten vulden ze tot zinkens toe. Toen Simon Petrus dat zag, viel hij op z'n knieën voor Jezus en zei: 'Ga weg van mij, Heer, ik ben een zondig mens.' Want schrik had hem, en allen die bij hem waren, bevangen, vanwege de vissen die ze samen gevangen hadden. Zo verging het ook Jakobus en Johannes, zonen van Zebedeüs, die met Simon samenwerkten. Maar Jezus zei tegen Simon: 'Wees niet bang. Voortaan zul je mensen* vangen.' Ze brachten de boten aan land, lieten* alles achter en volgden Hem.

De commentaren zijn gesloten.