19-10-09

Het Kruis in de orthodoxe theologie

HET KRUIS IN DE ORTHODOXE THEOLOGIE

kruis 46
 

In Jezus Christus is de dood het opperste offer : vooreerst omdat zij ondergaan is als verzoening voor alle menselijke zonden; en in de tweede plaats, omdat Christus zich onderwerpt aan het offer van het kruis alleen wanneer Zijn uur gekomen is, dus niet toevallig. Dit betekent dat Zijn offer ondergaan is op het moment waarop Hij tot Zijn einde toe het mysterie die, van alle eeuwigheid, de mens betreft.

Hier raken we het hart zelf van het probleem : de historische reële dood van Jezus Christus die ons tegelijk de oplossing biedt, te weten dat het antwoord op de aankondiging van de dood van God, het evangelie van de verrijzenis van de mens is. En  omgekeerd, indien de Verrijzenis volgt op het Kruis en indien zij het begin is van de achtste dag, dan is het offer van de Heer een conclusie en een opperste bekroning van de achtste dag.

Het Kruis dus, «boom van leven geplant  op Calvarie, plaats van de grote cosmische strijd », doet ons in zijn verticale tak het «descensus» en het «ascensus» zien van het Woord, schrijft Paul Evdokimov. Het is daarom dat in de iconografie van de orthodoxe Kerk, de voet van het kruis wegzinkt in een donkere grot, waar het hoofd van Adam ligt die in de hel verblijft, in deze zin  dat het gedeeltelijk « geplant is in de aarde » opdat alle dingen op aarde en in de hel zouden verenigd worden  met de hemelse dingen». Als een balans dus van rechtvaardigheid en doorbraak van de eeuwigheid is het kruis in het midden als een verbinding tussen het koninkrijk en de hel.

Voegen wij er nog aan toe dat de orthodoxe icoon van de kruisiging het lijden van Christus als getransfigureerde voorstelt door middel van een diepe sereniteit die in zekere zin een voorafbeelding is van de paas - vrede en terzelfdertijd als een teken van zijn heerschappij in het lijden en in de vrijwillig door Hem aanvaarde dood. « De Redder op het Kruis is niet enkel een dode Christus, het is den Kyrios, de Meester van zijn eigen dood en Heer van het leven. Hij heeft geen enkele verandering ondergaan omwille van zijn lijden. Hij blijft het Woord, het eeuwige Leven die zich overlevert aan de dood en het overtreft» (Sint Jan Chrysostomos). Het Kruis van Christus betekent niet enkel een moment uit zijn leven als zelfgave, een gave zonder einde « liturgie » en « eucharistie », dienst voor de mensen en dank aan de Vader (Dan-ilie Ciobotea).

Want zoals de eerste Adam, onder de boom van het paradijs,  denkend dat God afwezig is of ver weg, zich uit eigen wil heeft afgekeerd van de communio met Hem. Zon heeft de nieuwe Adam de wil van de vader volbracht door in communio met Hem te blijven. Voortaan zal de hypostase van de oneindige goddelijke Logos alle eeuwen en alle gebieden omhelzen en transcenderen, hij wordt de steun van de  mensheid die gedragen wordt door de menswording van Christus. Om deze reden heeft Christus de macht om deel te nemen aan het leven van de mensheid van alle eeuwen en van alle plaatsen op de wereld en om Zijn god-menselijk leven mee te delen (Dan-Ilie Ciobotea). En men begrijpt zo beter waarom, eenmaal dat Christus verrezen is, het kruis niet meer blijft bestaan als een eenvoudige gebeurtenis uit het verleden, medegedeeld aan het geheugen, maar als de uitstraling van zijn macht die zich verder zet en nog altijd tegenwoordig is in de verrijzenis en dus ook in de verrezen Christus en dit tot aan het einde der tijden. En het verschijnt door dit feit als een teken bij uitstek van de uiteindelijke overwinning van de Zoon des mensen; 't is te zeggen van God die mens is geworden. « Verheug u, hout van het kruis, zingt men in de orthodoxe kerk tijdens de metten van de 3e zondag van de vasten, hout driemaal gelukkig en gedeïfieerd, licht van hen die in de duisternis zijn; gij loopt in uw schittering de verrijzenis van Christus vooruit, volgens de vier dimensies van de wereld » Het Kruis is dus geen geïsoleerd hoofdstuk van de theologie, zou het niet het belangrijkste zijn, aldus Vader Dumitru Stanilaoë : « Het is overal en altijd in de publieke dienst van de Kerk aanwezig, zoals in het gebed en het leven der gelovigen ». Zo kan men niet zeggen in de orthodoxie dat het kruis minder aanwezig is dan de verrijzenis, want de twee zijn voortdurend aanwezig in een onverbreekbare eenheid, een innerlijke samenhang.

Ziehier hoe de hymnologie van de orthodoxe Kerk deze nieuwe houding tegenover de natuur die Christus heeft gelanceerd door zijn Kruis : « In het paradijs eertijds heeft het hout mij door zijn voedsel leeg gemaakt, de vijand heeft mijn dood veroorzaakt; het hout van het Kruis, dat aan de mensen het voedsel voor het leven heeft gegeven is geplant in de aarde en het heelal is vervuld van een totale vrede » (Metten van 14 september) Zo heeft Vader Stanilaoë het geschreven, « het paradijs is opnieuw geopend omdat het zwaard van vuur dat de ingang ervan versperde omwille van de menselijke gulzigheid opnieuw verwijderd is : Christus is het paradijs binnengegaan door het hout van het Kruis te dragen waardoor hij de gulzigheid heeft geweigerd. Hij heeft de bekoring van het «hout» weerstaan, waarvan de eerste mens had gegeten. En met Christus is de dief binnengetreden, zijn eigen Kruis dragend. De eerste mens die gered werd, omdat hij de gehechtheid aan «deze wereld» heeft overwonnen door Christus te belijden ». Men kan hier dus zeggen dat gans de natuur, in zover zij door het Kruis niet meer het object is van onze begeerte, opnieuw voor ons het paradijs begint te zijn, want het hout van het kruis draagt een vrucht die tegengesteld is aan dat wat onze voorouders aten. Het is de vrucht van het liefhebbende geduld en van de vrijwillige beperking, de vrucht door dewelke onze geest de vrijheid versterkt en door hetwelke wij toegang hebben tot een «hemel» die verhevener is dan het paradijs : de communio met God.

Men kan dus niet aan Christus denken zonder het Kruis. Maar ook aan het Kruis kunnen we ook niet denken zonder Christus. Want een kruis dat onvrijwillige wordt ondergaan, of door een gewone mens, omwille van een reëel schuldgevoel of omwille van de zonde, zou niet het Kruis zijn waardoor de menselijke natuur de kracht krijgt om de angst en de dood te overwinnen. Alleen het Kruis, dat vrijwillige en zonder één enkele zonde gedragen werd door een mens die ook God was is het enige Kruis dat wij vereren, want het heeft aan onze natuur de overwinning op de dood gegeven, de verrijzenis en het eeuwig leven. Ook , de macht van het Kruis is altijd de macht van Christus, en om die reden worden de personen, de dingen en de daden in de orthodoxe Kerk geheiligd door het Kruis of met het kruisteken aldus diegene zijnde die « alles heiligt met de gave van God » (Dumitru Stanilaoë).

Maar het Kruis nodigt ons ook uit op een gelijkaardige wijze tot een andere betekenis, als het sterven van de « oude mens », als geduld in het lijden en de smarten die deze weerstand meebrengen, als tegenwoordigheid van Christus in deze wereld en tenslotte doorheen onze naasten waaraan wij niet kunnen ontsnappen , op die wijze dat het spirituele leven en de sociale activiteit zich de één voor de andere als waarachtig kenmerken. En dit, omdat Christus niet het doel heeft zich door het Kruis zijn menselijke natuur, individueel,  te verheffen, maar de menselijke natuur van alle mensen. Anders, aldus Vader Stanilaoë, zou « onze verrijzenis in het hiernamaals innerlijk niet aanknopen met het afsterven van de « oude mens », aan de inspanning om onze geest te verheffen naar een eerste verrijzeniservaring; zij zou ons als het ware van buitenaf omvormen op een magische wijze ». Bijgevolg : het overwinnen van de dood op de verrijzenis, komt niet tot ons als een uitwendige daad. Het Kruis is vereist en bekroont de inspanning tot deze innerlijke groei. De dood is overwonnen door een act van God, tesamen met de menselijke inspanning.

Maar deze innerlijke groei, deze verheven kracht van de geest, kan een schepsel niet bereiken door zichzelf. Zij stemmen overeen met een kracht die van God komt en dat het schepsel doet gelijkvormig worden aan Christus. Deze bijdrage

van de gedeïfieerde mensheid van Christus aan de overwinning op de dood heeft Maximos de Belijder aldus uitgedrukt : « Want indien  de passies, de vergankelijkheid en de dood zijn binnengetreden in de natuur door de neiging van de vrije wil van Adam ten overstaan van de zonde, dan is het met reden dat de vasthechting (in het goede) van de vrije wil van Christus ons de ongevoeligheid voor het lijden, de onvergankelijkheid en de onsterfelijkheid door de verrijzenis heeft gebracht »

Men kan hier besluiten met een vaststelling : De deelname aan de gelukzalige Verrijzenis van Christus impliceert  de deelname aan zijn Kruis als weg van verrijzenis en ontvangst van de Geest.

« ALLES IS VERVULD » (Joh.19,30)

 Vertaald uit het Frans - auteur onbekend

15:10 Gepost in theologie | Permalink | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.