20-10-09

Cyrille Argentie : Liturgie en leven

De Liturgie en het leven

Door Vader Cyrille Argentie

Hoe dikwijls heeft ieder van ons niet horen zeggen van deze of die persoon "Men ziet hem in de Kerk, maar wanneer wij hem zien leven, zou hij beter atheïst zijn". Deze zin, die ongelukkiglijk klassiek geworden is, roept ons op : Hoe kan de liturgie terug worden wat ze moet zijn, het centrum en de uitstraling van ons leven ?  Hoe komt het ook dat wij dikwijls de indruk hebben van het tegendeel ?

Voor en na de verrijzenis van Christus.

Wij denken dikwijls dat wij naar de kerk gaan om te bidden. Dat is waar, maar wij kunnen ook bidden in onze kamer, alleen met God. De Liturgie is méér dan een simpel gebed : het is een actie, in afwachting van , en als antwoord op wat God doet. Want indien ze een "daad van het volk" is - dat is de betekenis van het griekse woord leitourgia -  is zij essentieel een daad van God; ze verdient dan ook goed de naam van Goddelijke Liturgie.

In werkelijkheid maakt men dikwijls van de liturgie een karikatuur. De mensen komen er dikwijls om zich te bezinnen, zoals ze naar een voetbalmatch gaan om zich te ontspannen, naar de zee om te baden of aan het bureau om te werken. Alsof er een "kleine hoek" zou zijn waar men naartoe gaat om een moment van vrede te vinden, van rust, vooraleer zijn werk te hervatten  zoals voordien : "Och, hoe heeft het koor goed gezongen !" of : "Och wat heeft de priester goed...of veeleer, hoe heeft hij slecht gepredikt."

Proberen we nu naar de grond van de zaak te gaan. En daarvoor moeten wij naar het gedrag kijken van de leerlingen van Jezus voor en na zijn verrijzenis. De avond van Grote Donderdag, op de berg van Olijven, wanneer Jezus zijn doodstrijd doormaakt in de hof van Gethsemani, slapen de apostelen Petrus, Jacobus en Johannes. Op het ogenblik van zijn aanhouding, laten de leerlingen Hem in de steek  en vluchten, zoals Jezus het had aangekondigd : "De schapen  van de troep zullen verstrooid worden" (Mat.26,31).

Wanneer Jezus verschijnt voor her Sanhedrin, loochent Petrus Hem tot driemaal toe. Leerlingen die slapen, de verstrooide kudde, gelovigen op de vlucht, Petrus die zijn meester verloochent, is het verwonderlijk dat Jezus dan zegt : " Mijn ziel is ten dode toe bedroefd" (Matt.26,38). En hij besluit : " het is de macht van de duisternis" (Luc.22,53). Men vind vele van deze karakteristieke kenmerken, gesteltenissen van de ziel en houdingen - vlucht, verstrooiing, verdeeldheid, droefheid,  slaperigheid, krachten van de duisternis -  in de huidige samenleving terug, rondom ons en wellicht ook in ons eigen harten, in onze eigen verhouding tot het leven. Een soort van angst en vrees, van gebrek aan moed en hoop, er genoeg van hebben. Dit komt voor bij alle leeftijden, zelfs bij de jongeren.

Beschouwen wij nu de houding van de leerlingen na de Verrijzenis, zoals het opgeschreven staat in de eerste hoofdstukken van de Handelingen der Apostelen. De morgen van Pinksteren citeert  Petrus - die angst van  schrik had gehad van een klein dienstmeisje in de voorhof van de hogepriester, David : "Mijn hart is vreugdevol, en mijn tong jubelt". Dan, vol van durf, voegt hij eraan toe : " deze Jezus die gij gekruisigd hebt heeft God tot Heer en Christus gemaakt" (Hand.2,36). De heilige Lucas beschrijft aldus het leven van de eerste christenen : "Zij bleven volharden in het onderricht der apostelen en de gemeenschap, het breken van het brood en de gebeden. En er kwam vrees over alle ziel en vele wonderen en tekenen geschiedden door de apostelen. En allen die tot het geloof gekomen  en bijeengekomen waren, hadden alles gemeenschappelijk; en telkens waren er die hun bezittingen en have verkochten en ze uitdeelden aan allen die er behoefte aan hadden, en voortdurend waren zij elke dag eendrachtig in de tempel, braken het brood aan huis en gebruikten hun maaltijden met blijdschap en eenvoud des harten, en zij loofden God en stonden in de gunst bij het hele Volk. En de Heer voegde dagelijks toe aan de kring, die behouden werden".(Hand.42-47).

Vóór de Verrijzenis overheerste de verstrooiing, de slaperigheid, de droefheid, de laksheid, de vlucht, de tranen. Na de Verrijzenis regeerde de vreugde, de vrolijkheid, de kracht, de  toewijding, de broederlijkheid, de éénheid. Anders gezegd, het Kruis, de Verrijzenis, Pinksteren hebben de zielstoestand het hart van de personen en van de christelijke gemeenschap totaal veranderd. De gelovigen verschillen, niet enkel als individuen, maar ook als gemeenschap. De Verrijzenis en Pinksteren heeft hen omgevormd. Zij zijn waarachtige nieuwe mensen geworden die de ganse romeinse wereld zouden kunnen veroveren. De verandering zal een veertigtal jaar duren, het Evangelie zal verspreid worden over de ganse omtrek van de middellandse zee.

Wat is het verband met de liturgie ? Christus is niet verrezen en de heilige Geest is niet neergedaald op de dag van Pinksteren voor simpelweg de mensen van één generatie en de joden van Jeruzalem ten tijde van Pontius Pilatus, maar voor alle mensen van alle tijden. De plaats en het moment waar de mensen  kunnen veranderen door de verrijzenis van Christus en Pinksteren is juist de Goddelijke Liturgie. Deze is de plaats en het moment waar, door de Heilige Geest, Christus voor de mensen van vandaag doet wat hij onder Pontius Pilatus heeft gedaan. Bijgevolg, de verandering die zich heeft afgespeeld in de harten van de leerlingen en de christelijke gemeenschap op het moment van de Verrijzenis en Pinksteren, moet  hetzelfde kunnen tot stand brengen in de harten van alle leden , van elke christelijke gemeenschap van vandaag, wanneer de liturgie wordt gecelebreerd. Het is de reden om één van hen te zijn.(...)

Dankzegging

Komen wij nu aan het gedeelte genaamd de "liturgie van de gelovigen", de eucharistische liturgie. Men hoort dikwijls zeggen : "ik heb de eucharistie ontvangen". Dit is evident nonsens die aantoont dat we er niets van begrepen hebben, want ethymologisch betekent eucharistie 'eucharistô' : 'dank u'. De eucharistie meemaken, is dank  zeggen, iemand danken. Het grote eucharistische gebed begint met de woorden :  " laat ons de heer dankzeggen", en het koor antwoordt : "Dit is recht en waardig", terwijl de priester herneemt : "het is recht en waardig u te prijzen, te bezingen en te danken...".

De Goddelijke liturgie is dus een dankzegging gericht tot de vader. Waarom ? Vooreerst voor de schepping, voor ons te hebben gebracht van het niets tot het zijn. Vervolgens voor gans het werk van zijn Zoon, actueel gemaakt en doeltreffend vandaag door de werking van de Heilige Geest. De celebratie zou dus moeten samengaan met een vloed van erkenning tegenover de Vader , de Zoon en de heilige Geest, en dit van de kant van hen die eraan deelnemen, voornamelijk de bedienaar die de dankzegging van de gemeente voorzit. Erkenning tegenover de Vader, want hij "heeft zo de wereld liefgehad, dat hij zijn Zoon heeft gezonden opdat al wie geloven in Hem niet zouden ten onder gaan, maar het eeuwige leven hebben" (Joh.3,16) Erkenning tegenover de Zoon, want Hij heeft zichzelf geofferd op het Kruis, het is geen kleinigheid te weten, te erkennen dat het bloed van Christus voor mij vergoten is, voor mij persoonlijk en voor ons allen tezamen. Erkenning tenslotte tegenover de Heilige Geest, want hij geeft ons vandaag dit leven van God dat Christus heeft gegeven op het Kruis.

Ziedaar, waarom de heilige Necarius, in het begin van deze eeuw, het gebed dat de Grote Intrede voorgafgaat niet kon zeggen zonder te wenen, zozeer was zijn erkenning en het bewustzijn van zijn onwaardigheid intens. Maar wij, vandaag, priesters en leken, wij wenen niet wanneer wij de dood en de verrijzenis van onze Redder celebreren, Hij die overgeleverd was in de handen van de mensen die Hem hebben gedood.Wij doen in het beste geval niets anders dan tot "inkeer"komen met ons hart van steen, in plaats van te trillen van liefde en erkenning met een hart van vlees. Nochtans heeft de aarde gebeefd van ontzetting, de zon is verduisterd, de ganse schepping heeft geschut omwille van de  verschrikkelijke strijd van God. Alle krachten hebben zich gebundeld met die van de Prins van deze wereld om Christus te kruisigen, zich van Hem ontdoen die op weg was om onze arme wereld uit de greep van de tiran te bevrijden, onze povere wereld, "die  kreunt onder de pijn van het baren.(Rom.8,22).In tegenwoordigheid van dit liefdesmysterie, van deze beslissende triomf van de Gekruisigde-Verrezene die gezegd heeft : "Vader vergeef hen, want ze weten niet wat ze doen" (Luc.23,34), wij, volk van God, laat ons  godvruchtig  stralend blijven. O Heer, verander onze harten van steen in harten van vlees en onze ondankbaarheid in een grote kreet van dankzegging.

De offerande van zichzelf

Hoe drukt deze dankzegging zich uit ? Door een offerande. Dit is het cruciale punt.  Eertijds zij men vooral niet "de priester leest de mis", wat grote nonsens is. Men zei ook niet :"De priester celebreert de liturgie", wat reeds iets beter is. Maar men verklaarde : "De priester is hij die de heilige gaven offert". Sint Clémens van Rome, toen hij schreef  aan de christenen van Korintië in het jaar 95 , sprak van "presbyters" (van het grieks presbyteroï : "ouderen"), als "zij die de gaven  offeren". De offerande van brood en wijn in naam van het volk, werd dus door de eerste christenen beschouwd als de meest karakteristieke daad en het belangrijkste in het ambt van priesters. Hij had ook een essentiële plaats in het leven van de gelovigen. In de IVe eeuw, bedreigde de ketterse gouverneur van Cappadocië de heilige Basilios met de dood, omdat deze hem de offerande had geweigerd. Als ketter wist hij, dat men een christen herkende door zijn offerande van brood en wijn en door het feit dat zij als aanvaardbaar werd beoordeeld. Vandaag, helaas, zijn de dingen veranderd. De offerande van brood en wijn komt niet meer naar voor als de belangrijkste en centrale daad van een priester, zij is het nog minder voor de gelovigen.

Om de betekenis van deze offerande goed te begrijpen, vergeten wij een ogenblik de industriële beschaving. Veronderstellen wij dat wij nog altijd landbouwers zijn, wij hebben het jaar doorgebracht met het werk op het land en met graan te zaaien, wij hebben het geoogst, gemalen, het omgevormd tot bloem, wij hebben het brood gebakken. In ons leven als landbouwer stelt het brood ons ganse leven voor, de vrucht van een gans jaar noeste arbeid. Zo gaat het ook met de wijn van de wijnbouwer. Het is gans onze arbeid en gans ons leven, gans onze persoon en gans de schepping die, als leden van de Kerk en met gans de Kerk, wij met het brood en de wijn offeren in de liturgie, volgens het woord van Sint Paulus : "Ik vermaan u, uzelf te offeren als een heilige en aangenaam offer voor God"(Rom.12,1).

Ik toon u mijn uurwerk, het is niet meer van mij, en ik heb het niet meer voor mij. Offeren, is dus ophouden het voor u te houden, verzaken aan alle egoïsme om zich aan God aan te bieden. Zich offeren met het brood en de wijn, is tenslotte zich associëren met het Kruis van Christus door de totale gave van zichzelf.

Het is dus zeer belangrijk dat de gelovige die de zondag naar de kerk komt, de dag des heren en Zijn verrijzenis, zijn brood  voor de offerande meebrengt ("prosfoor"), zijn wijn en zijn  diptieken ( van een grieks woord dat betekent "dubbel blad". Het gaat om een dubbele lijst - onder de vorm van een stukje papier of een klein boekje - waar de gelovige zijn eigen voornaam en deze van alle personen : levenden en doden opschrijft die hij wil aanbieden, ("offeren" aan God en hen herdenken), die hij geeft aan de diaken of de priester. Het is ongelukkiglijk te betreuren dat wij moeten constateren dat een groot aantal gelovigen vandaag er niet meer aan denken, en niets meer aanbrengen. Maar hoe kan men gaven offeren in naam van het volk, indien het volk ze niet heeft aangebracht ? Indien de priester naar de bakker gaat om brood te kopen, dan is het niet meer de offerande van het volk.

Indien wij daadwerkelijk ons leven willen verbinden met de liturgie, dan is het essentieel dat wij ons voor God tonen met alles wat we zijn en alles wat we hebben. Deelnemen aan de Goddelijke liturgie wil zeggen : doorheen onze prosforen en onze diptieken, onszelf offeren aan onze Schepper, met gans onze familie en met allen waaraan we denken, onze vrienden - maar ook onze vijanden -, de levenden en de doden. (...).

Wij hebben allen onze zorgen en onze kwellingen : "Hoe kan ik er mij aan onttrekken, hoe ga ik tegen het einde van de maand de eindjes aan elkaar knopen ?"  Deze zorgen opzij zetten, betekent ons tekort aan vertrouwen  verwijderen, elke vrees verjagen voor de volgende dag om in een daad van vertrouwen  gans onze hoop op het altaar van God neer te leggen. Het is al ons egoïsme verwijderen om onszelf te offeren in een act van totaal vertrouwen, op het moment zelf waarop de diaken, terwijl hij de gelovigen voorbijgaat, de woorden van de goede moordenaar uitspreekt : "Gedenk ons allen Heer, wanneer gij in uw Koninkrijk komt". Het is aan de voet van het Kruis dat wij onze zorgen van deze wereld moeten neerleggen alsmede gans ons leven, ons daardoor associërend met het Kruis van Christus. Dit doende, openen wij de vensters en de luiken op de grote hemel daarbuiten, op de adem van de Geest, op de almacht van God. (...)

Het voortdurend Pinksteren

Zich op die wijze aan God aanbieden met dankzeggingen  en in naam van de ganse bijeenkomst, zal de offerande van de Kerk - niet alleen het brood en de wijn, maar gans onze persoon en de ganse gemeenschap - overgegeven zijn aan het licht en de werking van de Geest. Het is daarom dat de celebrant het onze Vader bidt in naam van allen : " Wij vragen u, wij smeken u, zendt over ons en over deze gaven uw Heilige Geest". Waarom ? Opdat hij deze offerande van de Kerk zou veranderen in de offerande van Christus op het Kruis. Het brood is dan daadwerkelijk veranderd in het lichaam en de wijn in het bloed van onze Heer God en Verlosser Jezus Christus, opdat allen die  deelhebben "aan dit zelfde brood en deze zelfde kelk communiceren aan dezelfde Heilige Geest", en opdat wij zouden deelhebben aan "de volheid van het koninkrijk der hemelen".

Door te zeggen "Dit is mijn lichaam...Dit is mijn bloed", bevestigt Christus door de werking van de Heilige Geest een actuele realiteit. De verscheurde materie wordt het lichaam van de Verrezene, en het koninkrijk van God midden onder ons !. Zo is Pinksteren geen gebeurtenis meer uit het verleden, maar wordt het een actuele realiteit. Het koninkrijk der hemelen is niet meer een ver afstaande realiteit, maar het object van een onmiddellijke ervaring. Als wij deelnemen aan de Goddelijke Liturgie, is het juist om God te ontmoeten in de Persoon van de Heilige Geest die rust in het lichaam van de verrezen Christus die wij ontvangen tijdens de communie.

De Goddelijke Liturgie is juist het voortgezette Pinksteren, de Geest die neerdaalt over de gelovigen en de wereld, "vernieuwt het aangezicht der aarde" (Psalm 103,30). In het Oude testament deden de priesters van Baal veel gymnastiek, akrobatentoeren en magische gezangen om het vuur uit de hemel te aanroepen, maar niets haalde het uit. De Profeet Elias, daarentegen, nadat hij driemaal het altaar deed besproeien voor de offerande, aanriep de ware God die het vuur uit de hemel zendt en het vuur absorbeerde van de offerande.

Het vuur uit de hemel is de heilige Geest die neerdaalde op de dag van Pinksteren, en die neerdaalt in elke nieuwe liturgie op ons en de geofferde gaven. Het gaat hier niet meer om inkeer, maar om een waarachtige gebeurtenis : de Goddelijke Liturgie is dit "ontzettend" moment, waar God zelf in de Persoon van de Heilige Geest, ons bezoekt. Hij maakt van het brood "het lichaam van Christus" - het volk zegt Amen - en van de wijn "het bloed van zijn Christus" en het volk zegt opnieuw Amen - "hen veranderend door zijn Heilige Geest", het volk antwoordt : Amen, amen, amen.

 Het is dus niet enkel de priester die vraagt. Door deze drievoudig Amen, is het het  ganse volk in de communautaire epiclese dat God daadwerkelijk op dat moment vraagt zijn Heilige Geest te zenden. Ik herinner mij een jonge vrouw die enkele jaren geleden overleden is en mij op een bepaalde dag zei : " In mijn diepste voel ik door dit Amen op het moment van de épiclese  dat het in zekere mate van mijzelf afhangt of de Heilige Geest komt of niet komt". (...) Ons Amen verenigt ons , verenigt elke persoon met het gebed van de priester.

Op dat moment, met de nederdaling van de heilige Geest, komt de verrezen Christus wezenlijk tegenwoordig. Hij zegt : "Dit is mijn lichaam". Daarom zeggen wij na de communie "Wij hebben het ware licht aanschouwd". Daarvoor, deden wij gedachtenis met erkentelijkheid van de dood en de verrijzenis van Christus. Nu is deze verrijzenis actueel geworden door de werking van de heilige Geest. Het is door de werking van diezelfde Geest dat de Zoon van God vlees geworden is en dat het brood het mysterievolle lichaam wordt van de verrezen Christus. Daarom kan ons leven veranderen.

Dat wat op het spel staat is niet de tegenwoordigheid van de Verrezene, de liturgie zal niets aan ons leven veranderen. Daarentegen, het is omdat de Verrezene bij ons in de liturgie aanwezig is zoals hij bij zijn leerlingen  was ten tijde der Apostelen, dat wij kunnen hopen dat hij na de liturgie dezelfde verandering zal teweegbrengen in onze houding, gedachten en ons leven, als bij de leerlingen na de Verrijzenis. Daarbuiten heeft de épiclese, zoals gans de liturgie trouwens geen enkele betekenis. Als het alleen gaat om het eten van brood en het drinken van wijn,  dan kan men evenzeer naar de bakker of de bistro op de hoek gaan.

Vleselijke vereniging met Christus.

De goddelijke Liturgie loopt uit op de communie : "Neemt, eet, drink allen" (Matth.26,26-27). Welnu "diegene die mijn vlees eet en mijn bloed drinkt blijft in mij en ik in hem" (Joh.6,5-6).  De Goddelijke Liturgie is dus gericht op deze intieme vereniging met Christus en de communicerenden, een vereniging die hun manier van zijn volledig kan transformeren en doet leven als ingelijfden in de verrezen Christus.

Indien wij echt geloven in de verandering van brood en wijn in het lichaam en bloed van Christus, indien wij inzien dat dit het lichaam van Christus is (1 Kor.11,21), dan geven wij er ons rekenschap van dat de communie een daadwerkelijke vleselijke vereniging is tussen de Zoon die vlees geworden is en de communicerende. Het is om deze vereniging mogelijk te maken dat Christus zijn bloed heeft "vergoten" op het Kruis. Geen enkel gebed, geen enkele deugd, geen enkele gedraging kan deze waarachtige bloedtransfusie die het leven geeft en waardoor wij één lichaam worden met Christus, vervangen. Het gaat er dus niet om "naar de mis te gaan" of   te "assisteren aan de mis" : gans het verloop van de Goddelijke Liturgie is georiënteerd naar het hoogste moment waarop de diaken of de priester zegt : "Nader in vreze Gods, met geloof en in liefde" en waarop de gelovigen die hebben geantwoord op deze uitnodiging  om deel te nemen aan het banket van het Koninkrijk uitroepen : "Wij hebben het ware licht aanschouwd, wij hebben de Heilige geest ontvangen, wij hebben het ware geloof gevonden, wij aanbidden de onscheidbare drie-eenheid, want 't is hij die ons heeft gered".(...)

Persoonlijke transformatie.

Waarom vragen wij dat het brood het lichaam van Christus wordt en de wijn het bloed van Christus ? Het gaat er niet om dat de verrezen Christus aanwezig komt alleen maar om hem te aanbidden, maar opdat wij eraan zouden communiceren en, dit doende, opdat wij zouden worden getransformeerd. Het doel van de eucharistie, is de verandering van ons leven : " Opdat zij (de heilige gaven) worden voor hen die ze ontvangen soberheid van de ziel, vergeving van zonden, communio met de Heilige Geest , volheid van het koninkrijk Gods" (...).

Deze omvorming door het lichaam en bloed van Christus heeft niets automatisch noch mechanisch in zich, want de communie heeft geen magisch effect op de gelovigen. Zij kan maar op twee voorwaarden vruchten dragen : indien zij voorafgaat aan een oprechte bekering en indien zij gevolgd wordt door een trouwe en blijvende trouw aan  de ontvangen Christus.

De waarachtige bekering correspondeert aan een "ommekeer", een her-oriëntatie  van gans ons wezen naar God toe, aan het waarachtige engagement om onze gedragingen en onze levenswijze te veranderen. De zekerheid van dit engagement wordt bevestigd door een effectieve verzaking aan een zondig leven. Daarom moet de communie voorafgegaan worden door een verzoening met onze vijanden, de breuk met onze geliefde of maîtresse, de verzaking aan uitbuiting of haat. Dergelijke beslissingen zouden utopisch en niet werkbaar zijn, zouden vrome wensen blijven indien zij niet zouden uitlopen op de eucharistische communie door dewelke "wat onmogelijk is bij mensen, mogelijk is voor God".

Het trouwe volgen van Christus houdt ook in dat de tegenwoordigheid van Christus, ontvangen in de communie, gevolgd wordt door een gehechtheid die alle dagen voort duurt, een trouw en een waakzaamheid op elk moment.  Dit naar het voorbeeld van het huwelijk dat wordt voorbereid door de verloofden en een engagement waarin men zijn egoïstisch leven van celibatair begraaft, en dat gevolgd wordt door een gans leven van trouw en toewijding.

Daarentegen, indien men communiceert zonder geloof, machinaal, onbewust of op een onverantwoordelijke wijze,dan zal het lichaam van Christus - gloeiende kolen - de communicerende  verschroeien in plaats van hem te verwarmen en te verlichten. "Daarom, zegt Sint Paulus, zijn er onder ons zovele zieken en zwakken, en een zeker aantal zijn dood"(1,Kor.11,30). Maar wanneer wij communiceren met vertrouwen in hun vergevende kracht, genezen en getransfigureerd door de Heilige Geest, wanneer het lichaam van de Verrezene opstraalt, dan worden wij beetje bij beetje een "nieuwe schepping" . Wij weerspiegelen de heerlijkheid van de Heer en wij zijn "getransformeerd in dit beeld, gaande van heerlijkheid naar heerlijkheid, zoals door de Heer, die Geest is". (2 Kor 3,18) (...)

De gemeenschap in Christus

De verandering die zich realiseert in de communie is niet enkel individueel en vertikaal :

Tussen God en mij. Het is ook horizondaal : tussen de broeders en zusters en mij. Door te communiceren aan dezelfde Christus, communiceren de gelovigen als leden van éénzelfde lichaam. Zo wordt door de Goddelijke liturgie een gemeenschap geschapen die in communio treedt niet enkel met alle andere eucharistische bijeenkomsten verspreid over de wereld, maar ook met alle communicerenden van het verleden sinds de Apostelen, en zelfs sinds de profeten en alle rechtvaardigen van het oude testament die Christus hebben aangekondigd en verwacht. Zo wordt door de Goddelijke Liturgie "het lichaam van Christus opgebouwd totdat wij allen komen tot de eenheid in het geloof en tot de kennis van de Zoon van God (...) naar het voorbeeld van Christus in zijn volheid" (Ef.4,12-13), opdat "gans het universum onder hun  hoofd, Christus,  wordt bijeengebracht" (Ef.1,10). Op dezelfde wijze dat de schepping is meegesleept in de val van de mens, op dezelfde wijze wordt gans de schepping vernieuwd wanneer de mens, die hem verbindt met de Schepper, in zijn integriteit zal hersteld worden. De Goddelijke Liturgie is de haard van waaruit gans de schepping wordt vernieuwd.

De communio met de Heilige Geest die zich realiseert door de communie aan het heilige brood en de heilige wijn zal dus de gemeenschap binden in Christus. Niet magisch, want het is niet omdat we eenmaal samen de eucharistie zullen gecelebreerd hebben, dat wij ons voor altijd hebben verenigd. Maar wanneer een gemeenschap regelmatig communiceert met vreze Gods, geloof en liefde, dan verbindt zij zich geleidelijk aan met Christus.

In de eucharistie is alles gemeenschap : de offerande, want wij offeren niet enkel onze persoon, maar het leven van de ganse gemeenschap, met haar zwakheden, haar discussies, haar verschillen en haar hinderpalen. De épiclese, want wij vragen de komst van de Heilige Geest over ons allen. De communie, want zij realiseert geleidelijk aan de éénheid van de gemeenschap en maakt hierdoor Kerk.

Zeker, wij hervallen dikwijls in dezelfde fouten nadat wij de communie hebben ontvangen, maar ook de gemeenschap hervalt dikwijls in haar  routine, haar verschillen en haar disputen nadat de communie is ontvangen in de Goddelijke Liturgie. Maar we mogen ons niet laten ontmoedigen. Indien wij volharden, dan zal de communie geleidelijk aan onze gemeenschap transformeren. Een gemeenschap van personen die samen communiceren, zondag na zondag, wordt geleidelijk aan de Kerk, 't is te zeggen : de plaats van Christus'aanwezigheid (...).

Door te volharden in de épiclese en de communie, zal onze gemeenschap geleidelijk aan  getuigen van deze grote woorden waar van wij  genieten, in die mate dat ik ze met moeite durf uitspreken : "liefde", "rechtvaardigheid", "vrijheid".

Het is door de werking van de Heilige Geest dat deze woorden geleidelijk aan realiteiten kunnen worden in een gemeenschap. Een gemeenschap die eucharistie viert en die communiceert kan doordrongen worden door het Woord van God en door de Geest van God. Het is dus de Geest zelf die getuigt van het bestaan van de verrezen Christus in de maatschappij. Dat is ons opzet.

 Vertaling : Kris Biesbroeck

16:15 Gepost in theologie | Permalink | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.