26-10-09

Over de Heilige Communie

OVER DE HEILIGE COMMUNIE

binnen de orthodoxe Kerk

"Christenen moeten de Heilige gaven ontvangen, hoe dan ook. 'Als je het vlees van de mensenzoon niet eet en zijn bloed niet drinkt, dan hebt ge het leven niet in U....Want Mijn vlees is waarlijk spijs en Mijn bloed is waarlijk drank. Wie Mijn vlees eet en Mijn bloed drinkt, blijft in Mij ik in hem' (Joh.6,53-56). Het niet communiceren is zonde : een zeer zware zonde, omdat hij het bloed van Christus, Zijn Kruis en Zijn Offer misprijst. Hij misprijst Christus zelf" ( Arcim.Basileou Mpakogannh : H Jeia Koinwnia, p.53) Verwijzingen naar dit boekje zullen in 't vervolg aangeduid worden met : JK

Het doet soms pijn, om de grote verscheidenheid van opvattingen binnen de Kerk over de Heilige Communie waar te nemen. Alles heeft te maken met bepaalde tradities, opvattingen, die soms plaatselijk zijn, maar die in de praktijk soms heel ver af staan van wat de Orthodoxie ons leert. Is het normaal, dat men in de ene kerk niet mag communiceren, dat men er zelfs de gelegenheid  niet toe krijgt, en in de kerk van het volgend dorp het helemaal geen probleem is, integendeel. Wij worden vaak bestookt met argumenten vóór of tégen de frequente communie. Vooral de argumenten tégen zijn dikwijls van een ongeloofwaardig, zelfs onaanvaardbaar gehalte. Wij komen hier op terug. Op zoek gaande in enkele boeken en websites heb ik geprobeerd een aantal vragen in verband met dit onderwerp te beantwoorden, in respect voor ieders overtuiging, doch steeds de waarheid van de Heilige Schrift, de Kerkvaders en Grote heiligen volgend.

Hoe is de praktijk van het Communiceren geevolueerd ?

           In de Handelingen van de apostelen staat : ' En allen die tot het geloof gekomen  en bijeenvergaderd waren, hadden alles gemeenschappelijk; en telkens waren er die hun bezittingen en have verkochten, en ze uitdeelden aan allen die er behoefte aan hadden; en voortdurend waren zij elke dag eendrachtig in de tempel, braken het brood aan huis en gebruikten hun maaltijden met blijdschap en eenvoud des harten, en zij loofden God en stonden in de gunst van het gehele volk'(Hand.2,44-47). Dit was het gebruik in de allereerste periode van de Kerk. Iedereen deed mee, belangrijk was een zuiver hart, vol eenvoud en blijdschap.

 De eerste Christenen hielden de praktijk van de maaltijd in ere. Er was toen nog geen afzonderlijke ritus, los van de maaltijd.

Justinus (uit Palestina afkomstig en rond 165 gedood in Rome) zegt in zijn eerste apologie : 'Op de dag die men zondag noemt, komen allen die in steden of op het platteland wonen bijeen.Er wordt uit de  geschriften van de apostelen en profeten gelezen... dan houdt de voorganger een toespraak....Dan wordt brood en wijn gehaald, en de voorganger spreekt met luide stem gebeden en dankzeggingen uit waarmee het volk instemt door met 'Amen' te antwoorden.Daarna wordt het geconsacreerde brood uitgedeeld, waarvan IEDER zijn deel krijgt . Door de diakens wordt het naar de afwezigen gebracht'. (Bijbel en Christendom, deel 1 p.62).

Pas veel later werd de Eucharistie een liturgie apart, zonder maaltijd.

Nog later, onder de Turkse overheersing en de synodale periode in de Russische Kerk, is het communiceren zeldzaam geworden. Waarschijnlijk niet uit onachtzaamheid, maar wél door een verlammend respect voor het Heilige.

Nochtans is de communie het noodzakelijk antwoord, het noodzakelijk compliment op het eucharistisch gebed. Het zegengebed en het gezamenlijk nuttigen maken  samen de grondstructuur uit van de Eucharistie (naar A.Verheul : Grondstructuren van de Eucharistie,pp.82-83). Er was ooit een periode, waarop diegenen die niet communiceerden, vóór de consecratie de kerk verlieten. Dat heeft men echter in grote mate kunnen verhinderen, alhoewel het op sommige plaatsen nog gebeurt.

   Een bijkomende reden, waarom de communiepraktijk verminderde, was waarschijnlijk de biecht-boetepraktijk. Men kreeg na de biecht een boete opgelegd, en men mocht pas communiceren, wanneer die boete volbracht werd. Het is nochtans geen gebruik in de Orthodoxe Kerk  een boete op te leggen. Dit gebruik is aan het Westen ontleend. In de Orthodoxie gelooft men dat de biecht alle zonden vergeeft, een boete hoeft niet. God is de barmhartige, en vergeeft de mens als hij oprecht berouw heeft. God schenkt ons Zijn genade, wij moeten ze niet 'verdienen'. Christus heeft onze zonden op zich genomen.

   Over de situatie vandaag schrijft Mgr.Kallistos : 'Recent zijn er in Griekenland en de Russische diaspora parochies die teruggekeerd zijn naar de oorspronkelijke primitieve gewoonte van de wekelijkse communie, en het blijkt dat het achter het ijzeren gordijn (het boek is van 1963 ! ) nog frequenter is geworden. Men kan hopen dat deze beweging zich in de komende tijden verder zal ontwikkelen en breder zal worden' (L'Orthodoxie, p 385).

  Het roept heel wat vragen op, wanneer men in een orthodox land in de ene kerk niet eens de mogelijkheid heeft om te comunnie te gaan (nader in vreze Gods en met liefde...en de priester draait zich onmiddellijk weer om : ongehoord !), en men je in de andere bijna komt halen om deel te nemen aan de communie (heb ik zelf ervaren op de Athosberg : in het klooster Xenofontos ging niemand ter communie (reden : men ging direct na de liturgie eten, en men kan toch niet het lichaam van Christus ontvangen als men direct nadien moet eten !!??) terwijl het in het Russicon en vooral in Simonos Petros geen enkel probleem was, integendeel men nodigde u uit (en zonder voorafgaande biecht !)om te komen communiceren.

Hoe dikwijls te Communie gaan ?

   Hier heerst onenigheid. Sommigen zeggen : dikwijls - twee tot driemaal per week, of zelfs elke dag. Anderen zeggen : slechts 3-4 maal per jaar. (JK, p.53)

De eerste Christenen communiceerden elke zondag. Zij kwamen allen samen in één of ander huis, lazen uit de schriften van het Oude Testament, hielden liturgie en communiceerden.

     Het is pas in de loop van de geschiedenis dat de frequente communie is beginnen af te nemen (zie boven). De Heilige Simeon van Thessaloniki evenals  Metropoliet Filaret van Moscou spreken  van 40 maal per jaar, anderen spreken van 3-4 maal per jaar. Het is vooral in de 4e eeuw dat de communie zeldzaam wordt.Er waren zelfs Bisschoppen die gedurende jaren niet celebreerden, noch communiceerden ! Zij verkozen de jacht en banketten boven de eucharistie en de communie. De Heilige Johannes Chrysostomos constateert dat sommige Christenen maar communiceren op het feest van Theophanie, in de vasten en op Pasen. Men ging dit 'zelden' communiceren zelfs gaan aanvaarden.

   Toch zien we doorheen de geschiedenis een oproep tot het veelvuldig communiceren.

Wanneer de Heilige Johannes Chrisostomos en andere Heilige Vaders de gelovigen aanzetten om dikwijls ter communie te gaan, dan willen zij breken met de slechte gewoonte van het zelden communiceren.

Voor de Heilige Communie is het nodig te vasten. Het best communiceert een Christen één of tweemaal per maand (volgens o.a. Filaret van Moscou), en dit, opdat de gelovige zich voldoende en in alle rust kan voorbereiden. In de vasten kan men regelmatiger communiceren. Indien mogelijk elke zondag ( o.a.Heilige Simeon van Thessaloniki). Dat men geen 5 weken is zonder de Heilige Communie (letterlijk :geen 40 dagen zonder de H. Kelk te naderen) (Simeon van Thessaloniki) (vrij uit :JK,p.55)

   Diezelfde Heilige Johannes Chrysostomos heeft ook gezegd : 'Christus heeft ons de mogelijkheid gegeven om Zijn lichaam te eten, door ons tot een nog grotere vriendschap te verheffen en door ons zijn wens tegenover ons te tonen, want, aan hen die het wensen, toont Hij zich niet alleen, maar Hij laat hen ook toe om Hem aan te raken, Hem te eten en zich in Zijn lichaam te integreren om zich met Hem te verenigen en volop hun ziel te bevredigen' (H.Joh.Chrysostomos, Homelie 46, over de H.Johannes 2)

  Vandaag ziet men een heropleving van de frequente Communie. Dit vraagt tijd, maar God is ons hierin nabij. Maar voegen we er aan toe :' Wie zullen wij prijzen ? zegt de H. Johannes Chrysostomos,  hem die geregeld communiceert ? of hem die zelden communiceert ?' En hij antwoordt: noch de één noch de ander, maar hem die met een zuiver geweten communiceert' (JK,p56).

Verschil  Communio en Communie van de Heilige gaven.

     Alhoewel beide een nauwe band hebben met elkaar  : men kan niet communiceren zonder dat men in communio leeft met de anderen. Toch is er een onderscheid.

'Communio' betekent : leven in de gemeenschap van gelovigen, de Kerk, verzameld rond het altaar, samen met de priester. In éénheid van geloof. In Liefde voor mekaar. Bij de 'Communie van de H.Gaven', biedt Christus zich persoonlijk aan ons aan. Wij gaan met een zuiver hart en groot verlangen het lichaam en bloed van Christus ontvangen, tot vergeving der zonden. De Communie van de gaven doet ons groeien naar de communio met elkaar. Christus gaat ons leiden vanuit ons innerlijk, opdat wij vanuit Christus zouden leven. 'Gaat nu allen heen in vrede' zegt de priester op het einde van de liturgie. Wij hebben Christus ontvangen en kunnen nu in vrede heengaan.

Moet men biechten voor de Communie ?

     "In sommige kerken was vroeger de biecht vereist om te kunnen communiceren. Men moest bijna zonden uitvinden om te kunnen communiceren. De rituele en automatische binding tussen de twee sacramenten van berouw en Eucharistie ontnam de eerste zijn geloofwaardigheid en de tweede zijn blijmoedige inhoud van deelname aan het Eucharistisch banket. Wanneer, daarentegen, men ophield de biecht als voorafgaande aan de Communie te eisen, hielden de gelovigen, van deze last bevrijd, dikwijls op te biechten, en communiceerden soms zonder de noodzaak aan te voelen hun levensstijl in vraag te stellen. Zo loopt de Communie zelf het gevaar een rituele en mechanische daad te worden, waarin men het vreeswekkend aspect vergeet van de offerende liefde, die ons haar Bloed schenkt en ons haar Leven brengt.

Indien het dus zeker niet noodzakelijk is, ja zelfs niet raadzaam is om iedere keer dat men communiceert te biechten - des te meer dat het normaal is in iedere liturgie te communiceren om de oproep te beantwoorden 'nadert met vreze Gods, in geloof en in Liefde', en om nadien te zingen :'Wij hebben het ware licht aanschouwd' - blijft het niettemin essentieel voor het vervolmaken van ons leven in Christus, systematisch onze levensstijl en ons gedrag terug in vraag te stellen door een regelmatige biechtpraktijk. Het ritme van deze praktijk is in functie van de vrije beoordeling van ons eigen geweten' (Uit de toespraak van Vader Cyrille Argenti over de VERZOENING op het achtste westeuropees Orthodox Congres te Blankenberge).

          Vooral in de Russische kerk en vele ex-communistische landen houdt men aan dit gebruik van te biechten voor de communie vast, alhoewel in het westen en op de Athos (en waarschijnlijk ook in vele Russische parochies) dit niet meer vereist wordt. Zo hoeft men in de Russische Kerk van Amsterdam en in het Russicon op de Athos enkel de zegen te vragen aan de priester (kwestie van te weten wie die vreemdeling is die te communie gaat !)

Na wat hierboven gezegd is, kunnen we besluiten. Het is een vaststaand feit dat de binding boete-Eucharistie niet juist is. De eerste Christenen namen de maaltijd, en allen kwamen tot de tafel des Heren. Ook de jonge Kerk heeft dit gebruik in deze zin gekend. Het is pas later, vooral tijdens de Turkse bezetting, en de Russische Synodale periode dat men de Communie-praktijk grondig reduceerde.Maar ook een bepaalde opvatting over biecht-boete heeft deze trend doen voortzetten.

    Gelukkig maken we al geruime tijd een tendens gewaar om terug te keren tot de gewoontes van de eerste Kerken, en dus ook naar een diepere deelname aan de Heilige Liturgie.

Traditie en tradities

Eén van de balangrijke kenmerken van de Orthodoxie is haar gehechtheid aan de Traditie. Nogal dikwijls wordt dit feit aangeduid om de gewoonte van het niet-frequent communiceren goed te praten :'het is de traditie binnen deze of die geloofsgemeenschap'. Een onderscheid tussen Traditie en tradities kan hier opheldering brengen.

We citeren hiervoor uit het boek van bisschop Kallistos Ware (L'Eglise des sept conciles pp.270-271) :

'Alles wat uit het verleden komt heeft niet dezelfde waarde en is niet noodzakelijk juist. Zo deed het één van de bisschoppen op het concilie van Carthago in 257 opmerken. :'De Heer heeft gezegd : ik ben de Waarheid; Hij heeft niet gezegd : Ik ben de gewoonte'. Er is een verschil tussen de Traditie en tradities : vele tradities zijn menselijk en toevallig, het zijn godvruchtige opinies (of erger), maar ze zijn geen daadwerkelijk deel van de ene Traditie van de Christelijke boodschap bij uitstek.

Het is noodzakelijk, dat wij ons ondervragen over het verleden. In de Byzantijnse periode en later, hebben de orthodoxen zich daarover te weinig ondervraagd, en een zekere stagnatie is hiervan dikwijls het gevolg geweest. Vandaag kan deze houding niet voortduren : een betere scholing, het meer en meer incontact treden met westerse christenen, de secularisatie en het atheïsme hebben de orthodoxen ertoe gedwongen om deze erfenis beter te bestuderen, en een meer subtiele differentiëring tussen Traditiie en tradities te maken. Dit onderscheid is niet altijd gemakkelijk te maken. Het is ook nodig, dat wij de fouten van de 'oud gelovigen' als deze van de 'levende Kerk' proberen te vermijden : de enen zijn gevallen in een  extreem conservatisme, de anderen, daarentegen, in een modernisme of een theologisch liberalisme welke de Traditie  verwoest. Nochtans zijn de orthodoxen, ondanks hun gebreken,

Vandaag beter geplaatst dan hun voorgangers, om een meer onpartijdig oordeel te vellen. Het zijn vooral haar contacten met het Westen die de orthodoxen toestaat terug te keren tot haar eigen erfenis.

De waarachtige trouw aan het verleden moet een creatieve trouw zijn. De orthodoxie kan zich niet voldaan voelen met een 'steriele theologie van herhaling', dit wil zeggen, met een herhalen van formules waarvan men de zin niet meer begrijpt. Er is niets mechanisch aan een goed begrepen trouw aan de Traditie, het is niet slechts een overbrengen en tegelijk er zich eenvoudigweg niet meer interesseren aan datgene wat ons is gegeven. Een orthodox die zich bezint ziet de Traditie vanuit het innerlijke, het doordringt de geest. Om in de Traditie te leven, is het niet voldoende  om zich intellectueel te hechten aan een systeem van doctrines, want de Traditie is heel wat anders dan abstracte stellingen. Het is een levend iets, een persoonlijke ontmoeting met Christus, in de Heilige Geest. In de orthodoxe opvatting is de Traditie niet statisch, maar dynamisch, het is geen  erfgift dat passief wordt overgenomen, maar het is de levende en actuele ervaring van de Heilige Geest. Alhoewel innerlijk onveranderbaar - want God verandert niet- neemt zij voortdurend nieuwe vormen aan, die zich wederzijds aanvullen, zonder er iets aan te veranderen. De orthodoxen praten dikwijls alsof de periode van formules voorbij is, maar het is niet zo, en wellicht zullen wij ooit een nieuw oecumenisch concilie zien samenkomen die een verrijking zal brengen door nieuwe verklaringen.

Dit idee van een levende Traditie is duidelijk uitgedrukt door Georges Florofsky :

' De Traditie is het getuigenis van de Heilige Geest, de voortdurende openbaring en de voortdurende boodschap van het goede nieuws....Om de Traditie te aanvaarden en te begrijpen, moeten wij leven in de Kerk, moeten wij ons bewust zijn van de levende genade van de aanwezigheid van de Heer, moeten wij er de adem van de Heilige Geest voelen...De Traditie is geen principe dat beschermt en bewaart; zij is essentieel een principe van groei en van herstel... De Traditie is niet alleen maar een woordelijk herdenken maar ze is de eeuwige woonplaats van de Heilige Geest.'(Sobornost : the Catholicity of the church, in 'the church of God' pp.64-65)

De traditie is het getuigenis van de Heilige Geest : in de woorden van Christus :'Wanneer Hij zal komen, de Geest van Waarheid, zal Hij u naar de volle Waarheid leiden' (Joh.XVI,13).

Deze goddelijke belofte is de bron van de orthodoxe devotie ten aanzien van de Traditie.'

Besluit :

Als we eerlijk willen staan tegenover God, bestaat er niet zoiets als een volgen van een bepaalde taditie, omdat het nu eenmaal zo de 'gewoonte' is. Orthodoxen moeten durven terugkeren naar de  oorspronkelijke betekenis van de Traditie. Gelukkig keren in onze tijd vele orthodoxen terug naar de oorspronkelijk Christelijke leer. Als Christenen moeten we de leiding van de Heilige Geest hierin erkennen.

Enkele getuigenissen van Heiligen, Kerkvaders en theologen over de Heilige Communie 

    Nicodemus de Hagioriet (1748-1809) was in zijn tijd een vurige voorstander van de frequente Communie. Hij werd omwille van dit standpunt ernstig aangevallen, maar een concilie van  Constantinopel (1819) gaf hem gelijk. Voorstanders van de frequente Communie doen graag beroep op het grote gezag van deze Heilige.

   De Heilige Johannes van Cronstadt legde de nadruk op het veelvuldige communiceren; alhoewel de leken in zijn tijd maar een 4-5 maal per jaar communiceerden. Hij legde wel de nadruk op het biechten. Aangezien hij geen tijd had om individuele biechten te houden, voerde hij een soort gemeenschappelijke biecht in . Allen beleden luidop en tegelijk hun zonden.Johannes van Cronstadt heeft nog een andere vernieuwing aangebracht : nl. het meer 'open' maken van de ikonostase, zodat iedereen kon zien wat er aan het altaar gebeurde.

   Ook Vader Georges Khodre, libanees priester van het Patriarchaat van Alexandrië wilde het frequent Communiceren in ere herstellen. Dit deed hij via een jeugd-beweging die hij stichtte in 1941-1942.

    'De heilige Communie is een onontkoombare plicht voor elke gelovige, omdat hij via dit sacrament zich met Christus en met andere gelovigen verenigt. Wij zijn geroepen van dikwijls te Communiceren en niet slechts twee  of drie maal per jaar. Het regelmatig Communiceren heeft een bijzonder nut, maar mag echter geen aanleiding zijn tot het verlies van onze noodzakelijke eerbied voor het Lichaam en Bloed van onze Heer Jezus Christus'(gevonden op de internetsite van de Griekse Kerk in Nederland : www.grieksegids.nl/kerkfotos/kerk.htm)

  Mgr Kallistis : zie het boven reeds geciteerde citaat.

     In diezelfde zin als Mgr.Kallistos schrijft ook O.Clement (L'Eglise Orthodoxe,p. 95.)

   Alexander Schmemann : 'Wij nemen deel aan de Heilige Communie 'alleen maar' omdat wij toegewijd, dit is heilige gemaakt zijn door Christus en in Christus. Wij nemen eraan deel om heilig te worden, d.w.z. om de gave der heiligheid in ons leven waar te maken' (Biecht en Communie,p.38, gecit. in 'Een open venster op de Orthodoxe Kerk, Ignace Peckstadt, p.12)

    'Ideaal gezien is het hele leven van een christen, en zo zou het natuurlijk moeten zijn, een voortdurende voorbereiding voor de communie, zoals ook de 'geestelijke' vrucht van de communie dat is en zou moeten zijn' (Schmemann 'biecht en communie' p.41)

    'Diep geloof en gevoel van 'onwaardigheid' is de enige weg om God in ons te ontvangen, zoals wij het trouwens telkens in de Goddelijke Liturgie bidden : 'God wees ons zondaars genadig' en verder 'Menslievende Meester, Heer Jezus Christus mijn God, maak dat deze Heilige Geheimen mij niet tot veroordeling strekken door mijn onwaardigheid maar tot genezing van ziel en lichaam' (gebed van de Heilige Johannes Chrysostomos voor de Communie)

   In hetzelfde boek van Vader Ignace Peckstadt vindt men nog meer getuigenissen. Lees in dit verband vooral de bladzijden : 81-84.

   Eén van de martelaren van Optina Poestyn , Vader Vasily, één van de drie nieuwe heiligen van de Russische Kerk en vermoord in 1993 zegt in zijn dagboek : 'De ellende van ons land is te wijten aan het onbegrip van de Russische priesterstand (en daardoor hun veronachtzamen) van  de frequente communie' (Een bloedig Pasen, p.243) In voetnoot staat volgende aantekening 'Met de priesterstand wordt hier de witte geestelijkheid genoemd, de getrouwde priesters. In de 18e eeuw was in de Russisch-orthodoxe Kerk de traditie ontstaan dat een gelovige slechts éénmaal per jaar te communie hoefde te gaan. Nog steeds gaan vele kerkbezoekers weinig te communie. Een gewoonte die inderdaad een actieve geloofsbeleving in de weg staat.'

In het boek : een eigen kijk op de icoon en de Kerk, zegt archimandrit Zenon, Monnik en iconograaf :

'De Eucharistie is een maaltijd, een Agape : je kan er enkel aan 'deelnemen', niet

toekijken hoe anderen eten, wat trouwens onwelvoeglijk zou zijn ! Waarom denk je, moesten de catechumenen buiten gaan net voor de communie ? Precies omdat alle aanwezigen deelnemen aan de offerande wat ook deelnemen aan de Eucharistie betekent; welnu, de catechumenen, dit zijn nl. de niet-gedoopten, mochten noch aan de offerande, noch aan de Eucharistie deelnemen.Ik herhaal het : men kan bij de liturgie niet spreken van 'aanwezigheid', enkel van 'deelneming'(....) Een zogenaamde 'geestelijke communie is volkomen ondenkbaar. De Kerk kent enkel de reële communie.De eucharistie is heilig, maar ze is ook voedsel. Men kan ze niet reduceren tot een symbool en metafysische gevoelens koesteren' (p.53-54)

De Heilige Basileios de Grote raadde de Christenen aan viermaal per week samen te komen voor de liturgische viering : op maandag, vrijdag, zaterdag en zondag. Als ideaal stelde hij evanwel de dagelijkse communie voor.Eén van de Oecumenische Concilies heeft beslist - en dat werd nooit herroepen - dat wie zonder geldige reden niet aan twee of drie eucharistische vieringen heeft deelgenomen uit de kerkgemeenschap uitgestoten wordt, of juister zichzelf van Christus uitsluit. (geciteerd in het boekje van Zenon p.55). Verder zegt Zenon nog : 'In onze grote catechese wordt gezegd dat wie gered wil worden viermaal per jaar de communie moet ontvangen of ten minste éénmaal. In onze tijd lijkt dit absurd : niemand onderhoudt dit voorschrift. Het leven heeft er anders over beslist. Ook de H.Johannes van Kronstadt gaf andere aanbevelingen' p.55.

Men kan zo doorgaan, men moet al heel lang zoeken om een Kerkvader te vinden die voorstander is van het niet-frequent communiceren, zo men er al één kan vinden.

Het communiceren is een belangrijk moment binnen de liturgie, een liturgie is maar volledig, als men ook tot de kelk genaderd is. Het is een sterk moment, wij ontvangen het lichaam van Christus, om vanuit Hem verder te kunnen leven ! Wij gaan te communie 'tot vergeving van onze zonden'.Zo is de Heilige Communie, evenals het sacrament van de ziekenzalving zelf zondenvergevend.

Een bekende canon van de Kerk, die nog altijd geldig is, zegt zelfs dat diegenen die niet regelmatig communiceren 'geexcommuniceerden' zijn: Al de gelovigen die de Kerk binnenkomen en de schriftlezingen volgen, maar niet blijven voor de gebeden en de Heilige Communie moeten worden geëxcommuniceerd, want zij veroorzaken wanorde in de Kerk ( 9e apostolische Canon)

  Ook in de Katholieke Kerk was tot vorige eeuw de communiepraktijk niet frequent. Dank zij acties, onder andere bij ons, van Priester Poppe, met zijn eucharistische kruistocht en de 'bond van het Heilig Hart', is in de Katholieke Kerk de frequente communie een normaal onderdeel geworden van elke misviering.

Besluit :

  Uit alles wat gezegd is, blijkt de frequente deelname aan de Heilige mysterieën het dichtst aan te sluiten bij het Evangelie, de Kerkvaders en de Eerste Kerk. Dit mag ons echter niet hoogmoedig maken. Iedereen volgt hierin zijn geweten. Het belangrijkste is niet HOEVEEL, maar HOE wij communiceren. Dit alles in respect voor ieders persoonlijk geweten.

    Waar wij westerlingen de  meeste  moeite mee hebben is de argumentatie van de tegenstanders van de frequente Communie : Welk voedsel we ingenomen hebben, of we daarna niet direct gaan eten, of we de dag ervoor de liefde niet bedreven hebben, of we onze mond gespoeld hebben, tot zelfs of we onze tong geraspt hebben, zeggen dat alles Communie is (men bedoelt eigenlijk 'communio'), uit traditie, of we gebiecht hebben enz... Men leest en hoort dergelijke dingen ( zie : JK, p. 64-66).Wat hierbij opvalt, is, dat er geen eenduidig antwoord gegeven wordt op de vraag waarom men maar een paar maal per jaar communiceert. De ene zegt dit, de ander zegt dat...

     In veel orthodoxe landen die jarenlang onder het juk van het communisme geleefd hebben, is er gedurende die jaren weinig kans geweest om zich grondig hierover te bezinnen. Een tekort aan boeken en degelijke theologische scholing maakte dat vele priesters geen of weinig studies hadden gedaan, soms geheel niet. Het enig godsdienstig onderricht kwam van  ouders of grootouders, die dikwijls vast zaten aan bepaalde tradities. Het valt ook op, dat vele migranten uit die landen hier soms een veel behoudsgezinder standpunt innemen dan in hun eigen land van herkomst. Terwijl het juist goeddenkende theologen zijn aangevuld met een grondige kennis van de Bijbel en de Kerkvaders die ons een dieper inzicht in de betekenis van de Heilige Communie kunnen geven.                                                                                                                

  Maar Jezus kent het hart van elke mens. God is Barmhartig, hij is Liefde en een levengevende bron. Moge de Heilige Communie ons aanzetten tot verdieping van ons liturgisch en sociaal leven met en voor elkaar.

Kris Biesbroeck

 

        

 

 

 

11:43 Gepost in theologie | Permalink | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.