02-11-09

Job Getcha : Hoe getuigen in een wereld die niet gelooft

Hoe getuigen van Christus in een wereld die niet gelooft

 Archimandriet Job Getcha

De vraag : hoe getuigen van Christus in een wereld die niet gelooft is niet gemakkelijk te behandelen, maar zij blijft niettemin actueel. Wij pretenderen niet hierop een antwoord of antwoorden te hebben. Daarom stellen wij voor hier samen over na te denken, door stil te blijven staan bij vier punten : de kracht van de christelijke boodschap, de zwakheden van de Kerk in haar missie, de beschikbare middelen voor de christelijke missie in de wereld van vandaag en tenslotte de zwakheden van de hedendaagse wereld.

De kracht van de christelijke boodschap

Indien men vandaag iemand vraagt wat het christendom is, dan kan men zich in het beste geval aan een antwoord verwachten als : "Het christendom is een monotheïstische religie, gesticht op het leven en de leringen van Jezus van Nazareth". Men stelt in feite het christendom voor als één van de drie monotheïstische religies, als één van de drie religies van het boek, en deze definitie doet ons onmiddellijk denken aan een tekst, aan de stichter van het boek, aan een reeks regels, wetten, bevelen, leringen.

Maar in feite is het christendom geen religie. Het komt niet voort uit een stichter van een boek. Het is ook geen eenvoudige filosofie uitgewerkt door een groot meester. Het is vóór alles een gebeurtenis, vooreerst dat van de Incarnatie, van het binnendringen van God schepper in de schepping, in de geschiedenis, alsook van zijn heilswerk die gerealiseerd is in de dood en verrijzenis van Christus. Sint Paulus zegt ons : "Indien Christus niet is verrezen, dan is onze prediking ijdel, en uw geloof ook" (1 Kor.15,14). Het christendom is dus een boodschap van hoop en een bron van vreugde voor de mensheid : dit van de verlossing uit de boeien van de dood en de zonde . Het is daarom dat de heilige Serafim van Sarov, telkens hij iemand ontmoette, hem groette zeggende : "Mijn vreugde, Christus is verrezen !".

Alhoewel geïncarneerd in de wereld, introduceert het christianisme ons in het eeuwige leven. "Welnu, het eeuwig leven, - vertelt ons het evangelie volgens Johannes, is dat ze u erkennen, u de enige ware God en hem die gij gezonden hebt, Jezus Christus" (Joh.17,3). Het christendom geeft ons de mogelijkheid tot een nieuw leven. In het christendom is niets onmogelijk. De geïncarneerde God is geen boosaardige God, veeleisend, maar integendeel, Hij die de mensheid komt genezen, ze vernieuwen,  de zonden vergeven en ze redden. Het heil, in christelijk perspectief, zoals het wordt naar voor gebracht bij de oosterse Vaders, is een proces van genezing en verzoening.

Eén van de sterke punten van de christelijke traditie, bijzonder dierbaar aan de oosterse traditie, is het idee van déificatie en divinisatie. Het is gebaseerd op de woorden van de apostel Petrus die ons oproept om "deelgenoten van de goddelijke natuur" te worden (2 Petrus 1,4). Deze uitnodiging werd op de volgende manier geïnterpreteerd door Ireneüs van Lyon : " Het Woord van God is mens geworden, en de Zoon van God, de Zoon des mensen opdat de mens, door zich te vermengen met het Woord en aldus  het aangeworven verwantschap op zich te nemen, Zoon van God te worden" . De heilige Athanasios van Alexandrië wordt op zijn beurt de woordvoerder van deze theologie van de divinisatie door aldus zijn verhandeling over de Incarnatie samen te vatten : " (God) is mens geworden opdat wij god zouden worden" (Athanasius van Alexandrië, de L'Incarnation du verve, 312).

Het patristisch thema over de déificatie of de divinisatie (qevwsi")  is op een bijzondere wijze tot een erepunt van gemaakt vanaf de VIe eeuw in het Corpus Dionysion. Immers ,voor  de auteur die zich identificeert als Dionysios de Areopagiet, is het heil (swthriva) "slechts mogelijk  door de déificatie van hen die gered zijn (qeoumenwn). En de divinisatie (qevwsi") is gelijken op God en ons verenigen met Hem voor zover wij het kunnen". Nadenkend over de kerkelijke hierarchie als wijze van overdracht van de goddelijke energieën, is Dionisios van mening dat de déificatie zich realiseert door de sacramenten van de Kerk Hiervan geeft hij een commentaar in zijn verhandeling : " Het is door de tastbare symbolen (aijsqhtw'n sumbovlwn) dat wij ons zo  veel als wij kunnen verheffen tot aan de goddelijke contemplaties" .

Het is op hetzelfde plan van de déificatie of de divinisatie (qevwsi") dat de hesychasten, vanuit deze dionissische traditie, in de XIVe eeuw het heil van de mens zullen plaatsen. De heilige Gregorios Palamas zegt ongeveer hetzelfde als de heilige Athanasios wanneer hij zegt : " Door mens te worden en de dood op zich te nemen, vormt Christus de mensen om tot zonen van God, door hen te doen communiceren aan de goddelijke onsterfelijkheid (koinwnou;"poihvsa" th' "qeina"ajqanasiva")". Aldus doet zich het heil voor in het dynamisch perspectief van de vereniging van de mens met God, een vereniging die slechts mogelijk is vanaf het moment dat God geïncarneerd is.

De hesychastische  byzantijnse monniken van de 14e eeuw leggen de nadruk op het feit dat het gebed en de sacramenten van de Kerk de twee middelen zijn waarvover de mens beschikt om zijn vereniging met God te realiseren. "Welnu, men verenigt zich met Hem", zegt ons de heilige Gregorios Palamas, "zoveel als mogelijk is, door met hem gelijke deugden te delen, en door de vraag en de vereniging in het gebed met God te delen". In verband met de sacramenten schrijft de heilige Gregorios Palamas : " Hij verleent een volmaakte  verlossing, niet alleen aan de natuur die hij ons verleent in een onvergankelijke vereniging, maar aan iedereen die gelooft in Hem.. Met dit doel stelde hij het goddelijk doopsel in, hij bepaalt de wetten die leiden tot het heil, hij predikt aan allen de vergeving en communiceert zijn eigen lichaam en zijn eigen bloed. Het is niet eenvoudigweg de natuur, maar de hypostase van elke gelovige die het doopsel ontvangt, die leeft volgens de  goddelijke geboden en Hij communiceert ons met het vergoddelijkend brood  en de kelk". Hieruit blijkt dat, om de liturgische theologie van de hesychasten te karakteriseren, het passend is dat men zich richt op het gebed en de sacramenten, zonder de vasten te vergeten die vanaf de antieke monastieke traditie een bepaald ritme geeft aan de ontmoeting van de mens met God.

Cabasilas zal van zijn kant zal het heil van de mens plaatsen op het plan van de deificatie of de divinisatie (qevwsi"). Sprekend over de christelijke initiatie, schrijft hij : " Kan er een groter teken van goedheid en filantropie bestaan dan deze door dewelke wij, badend in het water, hij de zonden bevrijdt van de smet, door de zalving met myron, regeert hij vanuit het koningschap dat in de hemelen is en ontvangt aan zijn tafel, door zijn lichaam en zijn bloed te offeren ? Mensen worden goden en zonen van God, onze natuur ontvangt de eer die wij aan God verschuldigd zijn, en het stof is opgewaaid tot een zo hoge glorie dat zij zelfs de eer en de goddelijkheid verkrijgt van de goddelijke natuur zelf".

Daaruit volgt dat het sterke punt van het christendom niet zodanig een doctrineel systeem is, een morele code, een filosofie van het leven, maar een ervaring van persoonlijke ontmoeting met God die elke mens kan doen doorheen de liturgie. In een middeleeuwse Slavische tekst, de Kroniek van het verleden, vertelt men ons dat het beslissende moment van de bekering van het Russische volk de ervaring was die de legaten van prins Vladimir van Kiev hadden tijdens de liturgie in de Haya Sophia te Constantinopel : " wij wisten niet meer of we in de hemel waren of op aarde, want er is beslist niets op aarde boven deze schittering de schoonheid . Wij kunnen het niet beschrijven. Het enige wat wij weten, is, dat God midden de mensen woont, en dat hun liturgieën alle andere cultussen overtreft. Wij kunnen deze schoonheid niet vergeten".

Maar zo een ervaring is niet gereserveerd voor de Middeleeuwen, maar blijft, ook vandaag nog, actueel. Vele van onze tijdgenoten kunnen ervan getuigen, zoals bijvoorbeeld de metropoliet Kallistos Ware het deed in verband met zijn ontdekking van de orthodoxe Kerk, toen hij nog een jong student was :

Ik ging de kerk van de heilige Pilippus binnen - zo was de naam van de kerk (russisch orthodoxe kerk te Londen), het eerste wat met trof, was dat ze leeg was. Buiten op straat scheen de zon, maar binnenin was het fris, hol klinkend en somber.  Al naar gelang mijn ogen gewend raakten aan het halfdonker was een zekere afwezigheid het eerste wat mijn  aandacht trok. Er waren geen banken, noch stoelen die netjes op een rij stonden; het geboende parket strekte zich voor mij uit als een grote lege ruimte. Plotseling realiseerde ik mij dat de kerk niet geheel leeg was. Er waren enkele gelovigen, het merendeel ouderen die verspreid waren over het schip en de dwarsbeuk. Op de muur brandden lampen voor de iconen, alsook kaarsen voor de iconostase naar het oosten gericht. Een onzichtbaar koor zong in de zijkant. Op een zeker ogenblik kwam een diaken uit het heiligdom en kwam de gehele kerk, de iconen  en de gelovigen bewieroken. Ik merkte dat zijn kledij van brokant oud en versleten was. Mijn indruk van een afwezigheid werd plotseling omgevormd in een gevoel van aanwezigheid. Ik voelde dat de kerk, verre van leeg, vervuld was met een menigte van onzichtbare gelovigen die mij van alle kanten omringden. Intuitief realiseerde ik mij dat wij, de zichtbare gemeenschap, deel uitmaakten van een veel grotere gemeenschap, en dat wij naargelang wij baden, wij weggevoerd werden in een daad die veel groter was dan de onze, in de onzichtbare celebratie die alles omvat, die tijd en eeuwigheid verenigt, de dingen van hierbeneden met de dingen van hierboven".

Metropoliet Kallistos spreekt ons ook over een Godservaring doorheen de liturgie. In het Christendom is de leer in feite onscheidbaar van de verheerlijking van God. Voor vader Georges Florofsky, "het christendom is een liturgische religie. De Kerk voor alles een biddende gemeenschap. De liturgie komt eerst, de discipline daarna". Het is doorheen de liturgie dat de waarachtige verheerlijking een uit uitdrukking wordt van het waarachtige geloof, dat de "lex orandi" (de regel van het gebed) "lex credendi"" (regel van het geloof) wordt. Vader Cyprianus Kern houdt eraan te herinneren dat de religieuze en theologische opvoeding in het oude Byzantium of het oude Rusland vóór alles overgedragen wordt door de liturgie : " Er bestonden geen seminaries, academieën of faculteiten van Theologie, maar de God en mensdragende monniken en de godvruchtige christenen dronken het levend water van de kennis van God uit de stichieren, de canons, de catechesen, de inleidingen en de syndaxaria. Het koor en het ambon van de kerk vervingen dus de professorenstoel". Van zijn kant, schrijft metropoliet Kallistos in zijn bekend boek, L'Orthodoxie - L'Eglise des sept conciles : " Sommige leerstellingen, die niet officieel werden gedefinieerd, zijn door de Kerk ondersteund met een innerlijke overtuiging die zo evident is en zo een serene eenstemmigheid heeft dat dit gelijkstaat met een expliciet geformuleerde formule (...) Deze innerlijke Traditie 'op mysterieuze wijze overgedragen" is bewaard gebleven in de Kerkelijke celebraties. Lex orandi lex credendi : ons geloof drukt zich vooral uit in ons gebed". Het is dus doorheen de liturgie dat de mens God kan ontmoeten, kennis ervan kan nemen en hem kennen, niet enkel op een eenvoudige intellectuele wijze, maar op een diepere wijze, meer intiem, existentieel.

Indien het christendom een liturgische religie is, dan is het vooral omdat het chistelijk leven Christo-centrisch is, en dat Christus zich aan ons geeft doorheen de Kerk, doorheen de liturgie, doorheen de sacramenten. Op een bepaald dag vroeg ik aan een higoumen van een groot monasterie die een missionaire en pastorale roeping had over zijn manier van reageren. Hij zei me dat zijn gouden regel was, om Christus aan de wereld kenbaar te maken, om alles samen te brengen in Christus. Hij herinnerde mij eraan dat dikwijls, ongelukkiglijk, de gelovigen van de orthodoxe landen zo veel aandacht schenken aan miraculeuze iconen, aan  relieken van heiligen, aan mirakels enz..., en die zo het christendom  omvormen tot een magische religie. Al deze dingen zei hij, zijn niet slecht op zich onder voorwaarde dat de geest en de reden van bestaan van al deze dingen is : de incarnatie en de verrijzenis van Christus en het nieuwe leven die hij ons in hem schenkt. Het christelijk leven is een leven in Christus. Nicolas Cabasilas heeft zijn werk over het spirituele en sacramentele leven de titel gegeven "Het leven in Christus". Ook de heilige Johannes  van Krohnstadt (1829-1908) zal ongeveer dezelfde titel gebruiken " Mijn leven in Christus" voor zijn persoonlijk dagboek. De verrezen Christus doen kennen aan de wereld die niet gelooft is zonder twijfel de meest fundamentele zending van de Kerk.

De zwakheden van de Kerk in haar missie

Deze opdracht lijkt duidelijk voor ons, men moet bekennen dat de Kerk van vandaag goed de moeilijke positie van haar missie kent. Wij moeten bewust zijn van onze zwakheid in onze missie indien we er iets willen aan doen. Als voorbeeld blijven we even stilstaan bij vier zwakke punten die ons typisch lijken.

Het eerste zwak punt is, dat de Kerk al te dikwijls een gewoon instituut geworden is dat functioneert volgens de regels en de criteria van de mensen, daarbij vergetend dat zij boven alles het lichaam van Christus is en vol van de Heilige Geest. Al te dikwijls leven wij volgens twee modellen : het ene voor de uiterlijke wereld en de andere voor ons persoonlijk leven, het  ene voor ons leven van de Kerk en het andere voor ons leven van elke dag. Dikwijls gelijken wij op de missionaris die zei : "Doe wat ik je zeg en niet wat ik doe". Welnu, met zo een hypocrisie  kan onze zending niet productief zijn. Hoe kan men in de wereld het vuur aansteken van het Woord van God, indien dit vuur in ons hart is uitgedoofd ? Indien wij de wereld willen raken , dan moeten wij dat doen met de vurigheid van ons hart, door onze gepassioneerde liefde voor Christus en door de uitstraling van de Heilige Geest in ons hart.

Ten tweede, dikwijls komt het christendom  naar voor, en dit vooral in het westen, als een morele code .Het is dit zwaarwegend moralisme, al te dikwijls hypocriet, dat de westerse wereld heeft verworpen, en vooral in de landen waar het geworden is tot een "verbod om te te gebieden". Maar dit is niet vreemd aan de christen van het Oosten. Men spreekt nu meer en meer in de landen met een orthodoxe traditie van de sociale leer van de Kerk en men slooft zich uit om dikwijls de christelijke waarden van Europa te verdedigen. Dit alles heeft natuurlijk zijn plaats, haar reden van bestaan, voornamelijk in het politieke domein, maar indien dit alles niet wordt beleefd en geïncarneerd is in onze bestaanswijze, in ons leven, dan blijft alles dode letter.

Al te dikwijls hechten we meer belang aan regels, aan het canonisch recht, dan aan het Evangelie en de Geest. Er is een anekdote die ons vertelt dat een priester biechtvader slechts twee boeken in zijn leven gebruikt : het Pidalion (verzameling van canons) en het Evangelie. Maar het blijkt dat het Pidalion het meest gebruikte boek is. Welnu, dit is geen fictieve geschiedenis. Een vriend vertelde mij op een dag dat hij biechtvader was. Na de biecht, vroeg hij aan de priester of hij kon communiceren. De priester antwoordde hem van niet, want hij had gedurende meerdere dagen niet gevast, hij had niet voldoende gebeden en canons opgezegd, en hij dus onwaardig was om te communiceren omwille van zijn zonden. Mijn vriend zei hem : " Maar mijn Vader, zegt Christus ons niet : Diegene die mijn vlees eet en mijn bloed  drinkt heeft het eeuwige leven...

Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt blijft in Mij en ik in Hem" (Joh.6,54.56) ?  Daarop antwoordde de priester : "Maar wat komt Christus hier doen bij dit alles ?".

Wat komt Christus hier doen bij dit alles ? Het is een vraag die wij ons dikwijls kunnen stellen in onze houding ten overstaan van  de Kerk en voornamelijk in onze benadering van de zending. Té dikwijls wordt het christendom samengevat als een oppervlakkig leven volgens  regels. En té dikwijls is het dit beeld dat wij geven aan de wereld die niet gelooft en die in het geheel niet wil leven volgens regels.

Een groot spiritueel uit de 20e eeuw, Geronda Porphyrios de Cavsokalivite die een groot deel van zijn leven aalmoezenier was van de polykliniek  van Athene hield eraan te onderlijnen dat een Christen niet moet leven uit verplichting, maar uit liefde. Hij verduidelijkt dit in een verhaal dat hij vertelde aan één van zijn leerlingen, de monnik Agapios :

"Een jong meisje kwam naar hier om te biechten. Zij zat in het eerste jaar van het lyceum. Op een bepaald moment zei ze mij :

-Vader, ik hou van een jongen en ik kan hem maar niet vergeten. Mijn geest is steeds bij hem. Je zou zeggen dat hij altijd daar is (zij toont de top van haar vinger). Als ik wil studeren : Niko is daar, ik eet, slaap, ik doe wat dan ook, Niko is daar. Wat moet ik doen Vader ?

-Mijn kind, zeg ik haar, jij bent nog jong. Heb een beetje geduld, tot wanneer je uw studies hebt beëindigd, en daarna zal Niko bij jou zijn. Span je nu  in om je studies te volgen.

Een week later is zij teruggekomen en zei mij -Mijn Vader, ik slaag er maar niet in mij te concentreren gedurende de lessen. Gans de dag, zonder ophouden,  is mijn geest en mijn hart bij Niko. Mijn Niko is aan mij geplakt en ik kan er mij niet van losmaken (...)

En nu ben je bezig te zeggen : Wat heeft dit alles met mij te maken ? Nochtans, antwoord mij, ik smeek het u. Heeft het kleine meisje zichzelf pijn gedaan om haar geest Niko in de herinnering te houden ? geheel niet. Dit alles overkwam haar op natuurlijke wijze, zonder dwang, uit liefde.  Het is ook dit wat ons overkomt als we van Christus houden met een gepassioneerde, goddelijke  liefde Dus, zonder de noodzaak om onszelf pijn te doen, ons te forceren of er de neiging toe te hebben, roepen wij met liefde Zijn heilige Naam...".

Zo moeten wij niet leven volgens de regels, wij moeten ons niet gedragen als formalisten, niet handelen vanuit een geest van legalisme, maar wij moeten aangegrepen worden door de liefde van Christus die de waarachtige bron is van onze vreugde welke op haar beurt de wereld die niet gelooft zal doen ontbranden. Daarom moet de verplichting plaats maken voor de vreugde zoals de Geronda Porphyrios ons ergens anders uitlegt :

"Wat ge ook doet door u te forceren, het brengt een innerlijke tegenstand in uw ziel teweeg, het is schadelijk voor u. Ik heb dit meermalen gezegd. Ik heb verschillende  monniken en personen op leeftijd gezien die zich van de Kerk van God afscheidden omdat zij de innerlijke spanning of de spanning veroorzaakt door andere personen niet meer konden verdragen. Omwille van deze druk, stelt de mens zich niet alleen op tégen de Kerk, maar wil er ook niets meer van horen. Dit alles oefent op hen geen goede indruk uit, draagt geen enkele vrucht (...). Indien je je forceert met bidden dan zal je op een bepaald moment vermoeid worden van de druk die je op jezelf uitoefent, je zal het gebed laten vallen, en dan ? Indien je het doet uit verplichting, dan forceert je jezelf, en dan gaat alles terzijde. Een dergelijke druk kan er zelfs toe leiden dat je niet meer naar de kerk gaat. Ga op een andere manier naar de kerk : niet uit verplichting of uit druk, maar uit vreugde. Opdat dit zo zou zijn, moet men opmerkzaam zijn, opmerkzaam voor de diensten en zich verheugen, zich verheugen over de troparia, de lezingen, de gebeden. Wees waakzaam voor elk woord,  voor de zintuigen. Kan je dit begrijpen ? Het is hier dat de vreugde begint".

Te dikwijls willen wij in onze zending regels opleggen, regels over de manier van zijn, zonder de liefde van Christus te beleven en te cultiveren. Zoals ons de Geronda Porphyrios aantoont, kan dergelijke houding in onze zending alleen maar tegenstand en het verwerpen van de wereld die niet gelooft opwekken.Maar er is ook nog een derde punt in onze moeilijke positie. Het gaat vooreerst om onze taal en ons spreken. Het is belangrijk dat we de twee onderscheiden. Het lijkt  ons evident  dat wij niet aan zending kunnen doen  in een taal die voor onze toehoorders niet begrijpelijk is- de geschiedenis van de zending onder de slaven door Cyrillios en Methodios die een alfabet ontwikkelden en de liturgische  en heilige teksten vertaalden in een inheemse taal is er om ons eraan te herinneren -, het gebruik van een taal die gesproken wordt volstaat niet om begrepen te worden. Welnu, dikwijls spreken wij in onze zending een taal die slechts door ons alleen begrepen wordt. Om dit te illustreren, zal ik hiervan slechts één voorbeeld geven. Op een bepaalde dag, vroeg een kleine jongen aan zijn vader : "Papa, waarom zijn de tomaten rood?" De vader, een bioloog van beroep, antwoordt : "Omdat ze in hun vlees rode pigmenten bevatten zoals de beta-caroteen, licopeen, of vitamine b12" Het kind keek zijn vader met grote ogen aan en zei : "tot wie spreek je Vader ?".Papa, tot wie, spreek je? Het is een vraag die de wereld die niet gelooft ons zelfs niet durft stellen.... De christelijke boodschap is zeker de erfgenaam van een ganse cultuur en is doorgegeven doorheen een bepaalde cultuur. Zij gebruikt veel symbolen. Welnu, ongelukkiglijk, de antieke filosofische cultuur en de erfenis van het judeo-christianisme ontsnapt aan vele van onze tijdgenoten. Vader Cyrianus Kern maakte reeds de vorige eeuw duidelijk dat de liturgische byzantijnse diensten, met al haar rijkdom en haar hymnografie,  dikwijls onbegrijpelijk lijken te zijn voor de moderne mens. Dit onbegrip is dikwijls gebonden aan het gebruik van een oud liturgische taal, zoals het slavisch of het oude grieks, tegenwoordig onbekend voor de meerderheid van de gelovigen. Maar de moeilijkheid komt ook dikwijls voort uit een gebrek aan cultuur, of veeleer, uit het feit dat wij leven in een andere cultuur : "gewoon aan het realisme van de 'peredvizhnechestvo' en de schoolsheid, wij begrijpen de waarachtige schoonheid niet meer van de niet aardse figuren van onze iconen en van de goddelijke openbaringen die uit een andere wereld komen. Opgevoed in de hedendaagse poëzie van de decadentie, begrijpen we de kerkelijke poëzie niet meer, noch de diepte van haar betekenis. Wij kennen zelfs de vitale, reële betekenis van onze goddelijke officies niet meer. Wij verstaan de interne inhoud ,die zeer rijk is, van onze liturgische theologie niet meer. De dienst heeft opgehouden om voor ons een bron van kennis van God te zijn. Teruggekeerd naar de kerk begrijpen wij niet meer wat gezongen wordt. Het moet dus uitgelegd worden, van een commentaar voorzien.

Tenslotte, een vierde moeilijke situatie kan verbonden zijn aan onze aarzeling om de uitdaging te trotseren van de moderniteit. Zeer dikwijls, associëren wij

het christendom, de christelijke boodschap of simpelweg de Kerk met een persoonlijke vorm uit het verleden. Men kan zich bijvoorbeeld inbeelden, dat de orthodoxe Kerk slechts goed kan functionneren dan in een monarchistisch regime, dat slechts een bio of vegetarisch regime aan de christenen toekomt, of nog, aangezien de cybernetische revolutie een plaag is voor de mensheid, leven wij in de laatste tijden sedert de opkomst van de computers en de draagbare telefoons op de Athos berg ! En dit heeft zijn weerslag op onze wijze van communiceren met de wereld die niet gelooft. Als we een schifting maken van de publicaties die onze kerken verspreiden met het doel om te missioneren , dan zal men merken dat zij dikwijls heruitgaven zijn van oude publicaties - zelfs uit de 19e eeuw -  of dat zij levenswijzen weerspiegelen die niet meer spreken tot de hedendaagse wereld. Bijvoorbeeld,  verschillende russisch orthodoxe tijdschriften brengen beelden van vrouwen  bedekt met een hoofddoek, wat aan de wereld van de ongelovigen doet geloven dat het christelijk leven kan samengevat worden tot een achteruitgaande mode of simpelweg gezegd, zich reduceert tot een folklore. Zelfs de grootste werken van de Kerkvaders, die hun frisheid en actualiteit bewaren, zijn niet onmiddellijk toegankelijk voor de wereld die niet gelooft omdat zij erom vragen omgezet te worden in een andere context.

De mogelijke middelen voor de missionering

Na kennis genomen te hebben van onze fouten, trachten wij nu na te denken over de middelen die ter onzer beschikking staan in onze zending.

Het eerste middel en het meest doeltreffende is zonder twijfel het getuigenis door ons voorbeeld. Als men de hypocrisie zoals in vele gevallen het geval is willen verhelpen, dan moeten wij in datgene wat wij prediken, zelf het goede voorbeeld geven. Om de waarheid te zeggen, het persoonlijk getuigenis is het meest doeltreffend middel om Christus te verkondigen. Dikwijls is het beter om het goede voorbeeld te geven dan iets aan te tonen met een briljante uiteenzetting. In dit verband kan men in de Apoftegmen van de woestijnvaders het volgende lezen : " Drie Vaders hadden de gewoonte om elk jaar bij de gelukzalige Antoine te gaan. De twee eersten ondervroegen hem over de gedachten en over het heil van de ziel; de derde hield er een volledige stilte op na, zonder ook maar iets te vragen. Na enkele jaren, zei Abba Antoine hem : het is nu reeds zolang dat je hier komt en je stelt me geen enkele vraag ? Hij antwoordde hem : het volstaat me om jou te zien, Vader !". Als een beeld zoveel waard is hoeveel te meer dan een beleefd voorbeeld !

Een tweede voorbeeld gaat samen met de ervaring, met een persoonlijke ontmoeting die verbonden is aan de heiligheid, aan de spirituele vreugde wanneer iemand de ervaring van de Heilige Geest meedeelt dan is dit in zekere zin de voortzetting van het persoonlijke voorbeeld. Eén van mijn vrienden die bekeerd is tot het christendom op oudere leeftijd heeft mij verteld wat voor hem bepalend was in zijn bekering. Het was niet zozeer het evangelie die hij gelezen had of de boeken die hij had geraadpleegd, maar de ervaring die hij gehad had met zijn spirituele vader. Wanneer hij student was in een militaire school,ontmoette hij een jonge priester die regelmatig de studenten kwam bezoeken. Hij preekte weinig, gaf hen geen les in moraal, deed ook geen lange uiteenzettingen, trouwens,  hij had geen bijzonder talent om overtuigend te preken. Maar hij organiseerde uitstappen, bezoeken, bedevaarten naar de kerken, naar de monasteria, naar de heilige plaatsen. En het is doorheen deze bezoeken dat mijn vriend de ervaring opdeed van heiligheid en de tegenwoordigheid van de Heilige Geest die hem naar Christus leidde en die hem aanzette om het evangelie te lezen en zich te interesseren in het leven van de heiligen en de geschriften van de Kerkvaders. Het is dat wat Sint Paulus overkwam, de ervaring van Christus op weg naar Damascus. Mijn vriend vroeg het doopsel na de heiligheid ervaren te hebben. Immers, zonder een metaphysische ervaring is het moeilijk om de transcendentie van God te begrijpen. Zonder de ervaring van de goddelijke openbaring, kan geen enkele mens op eigen kracht God kennen.  Naar aanleiding hiervan, herinneren wij ons de episode uit het leven van de heilige Séraphim van Sarov, wanneer hij aan zijn leerling Motovilov uitlegde dat het doel van het christelijk leven, de verwerving van de Heilige Geest is, terwijl zijn gezicht straalde van het goddelijke licht .... De ervaring van de heiligheid en de ervaring van de Heilige Geest kunnen de ongelovige tot het geloof brengen, beter dan met mooie uiteenzettingen.

Dit alles leidt er ons toe een derde middel in beschouwing te nemen. Het gaat over het monastieke leven als paradigma van het evangelisch leven. De oorsprong van het monastieke leven is het diep verlangen om de voorschriften van het evangelie in het dagelijks leven te beleven. Vader Georges Florofsky hield eraan om het monachisme te definiëren als een "hoogste vorm van evangelisch leven", terwijl Vader Placide Deseille graag spreekt van een "evangelie in de woestijn" om het leven van de eerste monastieke Vaders te illustreren. De monasteria met  hun roeping van onthaal, zijn dikwijls doorheen de tijd, en dit vooral in het christelijke Oosten, waarachtige huizen van het volk geworden. " Ga niet naar een psycholoog, ga naar een monasterie" zou men iemand kunnen horen zeggen tegen een depressieve vriend. En dit is niet nieuw. Alle Russische intellectuelen verbleven in monasteria. Dit was vooral het geval met Optina Pustyn, die niet alleen het Rusland van de 19e eeuw voorzag van grote staretsen, maar die tegelijk, door hen, grote denkers van de slavofiele beweging beïnvloedde, zoals o.a. I. Kireievski, en het was ook de bron van inspiratie voor de roman van F.Dostojevski, 'De gebroeders Karamazov'. In dit verband zei Kireievski : " Er is iets dat veel belangrijker is dan alle boeken en ideeën die mogelijk zijn : het voorbeeld van de starets, aan wie je al je gedachten kan zeggen, van wie je geen persoonlijke mening kunt aanhoren, maar de stem van de heilige Vaders".

Het is daarom dat het monastieke leven, doorheen het voorbeeld van de incarnatie in het dagelijks leven van de evangelische leefregel, een beslissend getuigenis kan zijn voor de wereld die niet gelooft. Wij zullen hier slechts één recent voorbeeld geven, dit van het monasterie van de "Protection de la Mère de Dieu" van Solan in Frankrijk. Buiten het werk, de liturgische diensten en het onthaal die karakteristiek zijn voor elk monasterie, hebben de zusters van dit monasterie gekozen voor een activiteit in de landbouw. Geïnspireerd door de oproep van de oecumenische patriarchen Dimitrios en Bartholomeüs voor het behoud van de schepping, hebben zij een exploitatiemethode ontwikkeld met de hulp van specialisten voor methodes die het leefmilieu respecteren. Hun project van bio-landbouw zal de aandacht trekken van velen in de regio, in de meerderheid ongelovigen. Zo is een vereniging ontstaan, de 'Amis de Solan'. Het essentiële doel bestaat erin de zusters te helpen in het beheer en de exploitatie van hun landbouw domein en in de sensibilisatie voor het behoud van de natuurlijke omgeving. Zij zijn gevoelig voor de ethische en spirituele aspecten van de ecologische crisis. Echter, telkens wanneer meerdere personen, niet-gelovigen,het monasterie bezoeken, dan zijn het niet meer alleen de ecologische kwesties die hen in beslag nemen, maar ook de spirituele, de vragen over het geloof. En zo wordt een monastiek ecologisch project een vorm van getuigenis van het christelijk geloof in een wereld die niet gelooft en die de ongelovigen bekeert tot het christelijk geloof.

Een vierde en laatste middel waarover men beschikt, maar onze lijst is eigenlijk onuitputtelijk, is het internet. Dit middel is een uitstekend middel om jongeren te bereiken. Op een bepaalde dag zei een orthodox bisschop mij : "Indien je de jongeren wilt raken in uw zending, dan moet je naar daar gaan waar jongeren te vinden zijn. En waar leven de jongeren van vandaag ?  Zij leven in een virtuele wereld. Zij brengen hun dagen door met op het internet te surfen !". De woorden van deze bisschop zijn waar. Op een bepaalde dag bracht ik een bezoek aan aan monasterium dat moeilijk te bereiken was, totaal verloren in de bergen. Ik vroeg aan de higioumen wie die de jongste monnik was en die ik niet kende ?. Hij zei me dat het een jongere was uit de hoofdstad die naar het monasterium gekomen was toen hij nog geen christen was, die het doopsel had gevraagd en die vervolgens was binnengetreden in het monasterium. "Maar hoe is hij ertoe gekomen om u hier te vinden?" vroeg ik aan de higoumen. "Het is eenvoudig" antwoordde de higoumen. "Hij heeft ons gevonden op het internet'". Indien de technische vooruitgang indrukwekkend is, hoeveel te meer nog Gods voorzienigheid, voor zover wij het weten ten dienste te stellen van Hem!

De zwakheden van de wereld van vandaag

Bewust van deze middelen waarover wij beschikken, dan nog moeten wij de dorst van de wereld van vandaag kennen en zich realiseren wat zij van ons verlangt als Kerk. Het lijkt ons dat de wereld lijdt aan vier voornamelijke kwalenDe eerste kwaal is het materialisme. De wereld van vandaag, zoals je weet is zeer gehecht aan materiële waarden : rijkdom, sociale slaagkansen, lichamelijk welzijn. Niettemin ervaren onze tijdgenoten al vlug, wanneer zij getroffen worden door ziekte of geconfronteerd worden met de dood van een naaste, dat dit alles maar voorbijgaand is, dat "alles maar ijdel" is. Ondanks het materialisme dat onze wereld kenmerkt is er toch een zoektocht naar spirituele waarden, zoals men kan merken uit de opkomst van "new age", bouddhisme, zelfs de Islam. Het feit, dat een president van een lekestaat die openlijk zegt dat hij atheïst is, zoals François Mitterand, maar toch regelmatig naar de Sinaï trok, toont dit goed aan. Men moet zich bewust zijn van deze spirituele dorst en er een gepast antwoord op trachten te vinden.

De tweede kwaal is het relativisme. In onze wereld wordt alles in vraag gesteld, en vooral datgene wat als een evidentie wordt geaffirmeerd. Maar het relativisme heet experiment. Vanaf het moment dat men iets anders heeft kunnen ervaren dan wat gesteld werd kunnen wij een nieuwe theorie ontwikkelen. Vanaf dan, zelfs al is het gemeenplaats te bevestigen dat God niet bestaat. Indien iemand een Gods ervaring heeft gehad, dan kan hij het tegenovergestelde beweren, zoals Frossard : "God bestaat, ik heb Hem ontmoet !".

De derde plaag van onze maatschappij is het individualisme. De urbanisatie en de globalisatie die de ontwikkeling van het individualisme begunstigen  stellen dikwijls de definitie in vraag van de mens als "een zijn in communio", om de uitdrukking van metropoliet Jean van Pergame te hernemen. De technologische vooruitgang maakt, dat geleidelijkaan de machines en de automatische verdelers  het werk van de mens gaan overnemen. De revolutie van het internet heeft er voor gezorgd dat de communicatie zich voltrekt door bemiddeling van een computer. Dit alles draagt er toe bij om de menselijke relaties te des-humaniseren ofwel zijn de rechtstreekse ontmoetingen vervangen door ontmoetingen van individu tot machine. Dit heeft tot gevolg dat de wereld van vandaag lijdt aan eenzaamheid. De Kerk kan helpen hieraan iets te doen indien zij de kunst bezit om de vriendschap als alternatief aan te bieden. Op een bepaalde dag vroeg ik aan een missionaris die onder de jongeren werkt hoe hij handelde. Hij heeft mij iets zeer eenvoudigs gezegd : vóór alles, zelfs vooraleer zelfs te spreken over wat dan ook, zoek ik op de eerste plaats hun vriend te zijn. Vrienschap kan veel. Indien wij onze broederlijke liefde weten over te zetten op iemand die eenzaam is, dan zal hij zich voor ons openstellen en veel gemakkelijker onze boodschap aanvaarden.

Ten slotte kunnen wij als vierde malaise, het hedonisme naar voor brengen. De secularisatie die vandaag de dag de wereld overspoelt en een visie op de wereld voorhoudt zonder relatie met God, stelt grote problemen, want vertrekkende vanuit het principe dat de mens door God geschapen is naar Zijn beeld, is God ontkennen, eenvoudigweg de mens ontkennen. Wij constateren in onze maatschappij de groei van angst en vrees, isolement en eenzaamheid, individualisme en het afgesneden zijn van een maatschappij die de technische ontwikkeling in onze cybernetisch tijdperk met zich meebrengt. Deze verschijnselen kunnen de oorzaak vormen van conflicten, kunnen de haat aanmoedigen, depressies veroorzaken die dikwijls naar zelfmoord leiden en alle soorten van afhankelijkheden teweegbrengen, zij het alcoholisme, toxicomanie, seksuele ontsporingen of andere. De Kerk kan dit helpen verhelpen indien  zij een verspreider van de waarachtige vreugde weet te worden, de vreugde van Christus.

Het is dit wat de Geronda Porphyrios de Cavsokalivite ons uitlegt : "De vreugde is in Christus. Christus omvormt het lijden in vreugde. Dit is onze kerk, onze vreugde, dit is alles voor ons. En het is dit waarnaar de mens van vandaag op zoek is. Het is daarom dat hij vergift en drugs neemt opdat hij in die wereld van vreugde zou kunnen delen, maar het is een valse vreugde. Hij wordt 'iets' gewaar op dat moment, maar de volgende morgen is hij gebroken. Dit drukt hem voortdurend op het hart, het knaagt, het bedroeft hem, het verteert hem. De mens echter die zich volledig aan Christus geeft is geheel vernieuwd, vervuld van vreugde, ervaart de kracht en de grootheid en verheugt zich in het leven".

Hoe getuigen van Christus in een wereld die niet gelooft ?

Het moment is aangebroken om te besluiten. Wij waren in staat om te antwoorden op de vraag : "Hoe getuigen van Christus in een wereld die niet gelooft ?" Zonder twijfel is deze uiteenzetting niet volledig.

Maar één zaak is zeker. Om te getuigen van Christus tegenover wie niet gelooft, moet men hem Christus leren kennen en niets anders. Men moet getuigen door zijn  eigen voorbeeld, door onze wijze van bestaan, door te communiceren, door te leven, zonder hypocrisie en zonder formalisme.  Men moet hem Christus leren kennen die geneest, die vergeeft en die bevrijdt. Voor alles moet men luisteren, aandacht hebben voor de noden van de wereld, en vervolgens moet men weten te spreken in een verstaanbare taal, weten te antwoorden op de vragen die hem kwellen.

Men moet geen schrik hebben voor de uitdagingen van de moderniteit. De uistralingen die er waren en de voorbeelden van de athonitische sprirituelen van de 20e eeuw, zoals de Gronda Porphyrios of de Geronda Païsios waar gans de wereld naar opkijkt maken duidelijk dat zij de inhoud van de ervaringen van de Kerk hebben weten door te geven in een taal en in categorieën die een antwoord waren op de op de bezorgdheden en de angsten van de moderne mens.

Daarom, moeten wij vooral Christus willen dienen en tempels worden van de Heilige Geest. Indien wij zo de vrede verwerven, dan zouden miljoenen gered worden rondom ons, om de woorden van de Heilige Seraphim van Sarov te herhalen.

Vertaling : Kris Biesbroeck

11:29 Gepost in theologie | Permalink | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.