11-11-09

Over de innerlijke vrede

OVER DE INNERLIJKE VREDE

 Door Vader Victor ( Higoumen van het monasterie van La Faurie - Frankrijk)

    Wij kennen het woord van de Heilige Seraphin, " verwerf eerst de innerlijke vrede en velen zullen in uw nabijheid rust vinden". Dit is vandaag  een belangrijk woord want wij leven in een maatschappij van activisme en consumptie. Wij hebben wel een goede wil, wij zijn edelmoedig, maar wij willen vooral "doen". Welnu, het belangrijkste is eerst en vooral iemand te "zijn".

   Laten wij ons dus bevragen over deze toestand van innerlijke vrede. Gewoonlijk kennen wij twee soorten van vrede : vooreerst de afwezigheid van oorlogen tussen landen, afwezigheid van conflicten op het niveau van de mensen Deze  geheel negatieve houding waar men niet wil lastig gevallen worden of in de war worden gebracht is zeker positief.  "Bouwen wij aan de vrede,laat ons in rust leven" ! Maar er is een derde soort vrede "die geen afwezigheid van oorlogen inhoudt, maar een deugd is die ontstaat vanuit de kracht van de ziel". Het is de filosoof Spinoza die er ons een goede definitie van geeft. Een deugd : "Vrede laat Ik u, mijn vrede geef Ik u, niet gelijk de wereld die geeft"(Joh.14,27), verkondigt het Evangelie . Het bevestigt dat de vrede die wij moeten zoeken zich moet vestigen in het binnenste van onszelf, en voortkomt uit "God, de vader van het licht". "Voor de vrede die van boven komt en het heil van onze zielen, vraagt de liturgie van de Heilige Johannes Chrisostomos: laat ons de Heer bidden".

  Deze vrede die van boven komt en die bezit neemt van het menselijk hart is zeker een genade, wat van ons afhangt is simpelweg onze beschikbaarheid om ze te aanvaarden. Dit is de synergie, de ontmoeting tussen de menselijke inspanning en de goddelijke Genade : "God werkt en de mens ademt", zal men grappig zeggen. Welnu, wat is er in het binnenste van onszelf, dat ons hindert bij deze innerlijke vrede ?

   Als we ons richten tot de vaders, zoals bijvoorbeeld tot de Heilige Gregorius van Nyssa, zullen we er  ontdekken dat deze vrede van het hart, noodzakelijk om de Geest te kunnen ontvangen, vooral gehinderd wordt door onze gedachten. De gedachte blijft een ambivalent fenomeen, een tegenstrijdigheid (antinomie), want enerzijds is zij het merkteken van God in de mens, maar tezelfdertijd is zij het die de mens van Hem scheidt.

 Wanneer wij bijvoorbeeld willen bidden, dan zullen twee vormen van gedachten bij ons binnendringen : phantasmate en logismos die duidelijk omschreven bekoringen doen naar voor komen en die elk om een specifieke bestrijding ervan  vragen.

  Eerst de "Phantasmata', van het griekse woord "beeld zonder bestendigheid". Het zijn beroeringen, verstrooiingen die onze aandacht gaan versnipperen. Er komt een herinnering, een zorg, een beeld... te voorschijn, woekerende gedachten die, in het uiterste geval ons de indruk geven van "dat denkt in ons",

  Naast deze tegenstrijdige gedachten, komen de "logismoi" , passionele gedachten van angst, verlangen, woede, of andere. Zij zijn nog meer fijnzinnig en  verwarrend, zij brengen ons in een staat van emotionele opwinding.

  Wij moeten dus, voor zover het in onze macht ligt en zonder te vergeten onze toevlucht te nemen tot de Goddelijke genade, er de strijd mee aanbinden, om ons zo in staat te stellen deze innerlijke vrede te verwerven, die zo belangrijk is om de Geest te ontvangen.

Hoe ?

   Voor wat de phantasmata betreft, het zijn mentale beelden die voortkomen uit onze herinneringen die opnieuw gaan opduiken. Wij weten het maar al te goed, dat wij in de  samenleving van vandaag bijna ononderbroken beïnvloedt worden door alle soorten beelden, voorstellingen, opinies, publiciteit of propaganda, enz..Het is van al deze zaken dat wij ons moeten ontlasten, en daarom blijft een zekere onthouding van de zintuigen en de gedachte onontbeerlijk. Dit zal  waarden als eenzaamheid en inkeer doen ontstaan. Evenzo wast en  zuivert de liturgie ons van een geheel van beelden, gewaarwordingen en indrukken die ons niet direct naar God voeren, zelfs al kunnen  ze ons soms verblinden. Wij kunnen bijvoorbeeld dikwijls menen dat het zich solidair voelen met de lijdende wereld, dat bidden voor het menselijke verdriet en ontreddering, ons zou verplichten om op de hoogte te blijven en te weten wat er in de wereld gebeurt, om er op een oprechtere manier te kunnen voor bidden, terwijl God weet wat de mens nodig heeft, waaraan hij lijdt. Onze voorbede houdt zeker in, dat wij een luisterend oor zijn voor de zijnden, maar niet noodzakelijk is dit voor gebeurtenissen of anekdotes van het dagelijks bestaan.

  Wat betreft de "logismoi" : inwendige opwellingen van emoties, gehechtheid of revoltes, zij zijn ergens opgewekt door verlangens of uit angsten die nogal dikwijls voortkomen uit een verafgoding van zichzelf., verkrampt door de eigenwil. Zich hiervan gelijdelijkaan los te maken, is proberen  dit woord van het "Onze Vader", dat de essentie uitmaakt van het Evangelie zelf : "dat Uw wil geschiede op aarde als in de hemel", volkomen te "leven".

  Wij stellen de geboden gelijk met de Wil van God, en dit is in zekere zin juist, maar we vatten het op een té legalistische manier op in plaats van een spirituele. Het is belangrijk, dat wij hier inzien dat er tussen de Decaloog en de Zaligsprekingen een totale ommekeer van zienswijze bestaat : "gij zult niet doden", bijvoorbeeld, zal worden "zalig de zachtmoedigen".Welnu, de zachtmoedigheid  is niet slechts het respect voor sommige regels, het is een manier van "zijn". Daaruit volgt dat de geboden voor een Christen geen morele regels meer zullen zijn, maar een omschrijving, op een humane wijze, van de eigenschappen van God. De goddelijke eigenschappen in zich opnemen, niet om Christus in Zijn handelen na te bootsen, maar om te handelen volgens Zijn Geest, of beter om de H.Geest te laten handelen, "het is niet meer ik die leef, het is Christus die leeft in mijzelf", dat is het doel. Maar hoe onbegrijpelijk de wil van God ook is, zij is nog wat zij is. Want niets ontsnapt aan Zijn almacht. Maar de realiteit is dikwijls moeilijk aanvaardbaar voor ons.Er is een werkelijkheid die wij niet willen aanvaarden, maar waarvan we ons rekeninschap geven dat dit te wijten is aan onze beperkingen, onze passies en onze zwakheden.En deze bewustwording roept in het binnenste van onszelf gevoelens op, niet van een daadwerkelijk berouw,zoals dat van de tollenaar, maar van een ontevredenheid in de zin van :"hoe kan een persoon en ook wijzelf zulke lelijke dingen doen". En het is vanaf dat moment dat er in ons alle soorten van angsten, schuldgevoelens,wroeging en uiteindelijk verzet en ontkenning van zichzelf gaat ontstaan. Terwijl zijn naaste  beminnen als zichzelf een juiste zelfkennis veronderstelt.

  Wij kunnen de realiteit dus weigeren uit zwakheid en er zich zelfs bewust van zijn, maar wij kunnen de realiteit ook weigeren  vanuit goede bedoelingen, vanuit het besef dat deze weigering een deugd is ! Hoe kunnen wij deze oorlogen aanvaarden, dit onheil, deze miserie, deze wereld met mensen die voortdurend met elkaar in de clinch liggen ?....Hoe kunnen wij deze ziekten,onvolkomenheden, epidemieën aanvaarden ?...Dit alles lijkt ons schandalig en nochtans ! Het gaat er niet om het kwaad in de wereld op te hemelen, maar om te erkennen dat Christus de vrede niet preekt in de zin waarop wij het verstaan" Er zullen oorlogen zijn en onlusten, en de mensen zullen bezwijmen van vrees en angst voor de dingen, maar gij, verheug u en heft uw hoofden omhoog, want uw verlossing komt nabij" (Lc.9.26.28), zegt het Evangelie nog. Verheug u, niet over het kwaad in de wereld, dit is duidelijk, maar op de voorafgaande tekens van dat wat het waarlijk goede zal zijn., het komende Koninkrijk : dit Koninkrijk van God dat binnen in onzelf is.

    In dit perspectief is er in de menselijke orde een kwaad, volgens de Heilige Cassianus, die in de ogen van de Eeuwigheid niet noodzakelijk negatief is. Het is alleen een kwestie van bevrijding, onthechting en beschikbaarheid. Het is een gemeenplaats van te zeggen dat vele mensen die opgesloten zaten in de goulags getuigd hebben van het feit dat het juist in deze omstandigheden was dat zij het meest tot vrede kwamen en dicht bij God. Men is verplicht om te erkennen dat het niet altijd in de meest menselijk gelukkige omstandigheden is dat wij ons diepste  en rijkste "innerlijk" leven leren kennen. Het gaat hier niet om masochist te zijn, om ascese en zelfkastijding te verwarren, wat vanuit het standpunt van de orthodoxie de ketterij dicht benadert, maar het gaat om het op zoek te gaan naar het énig noodzakelijke, zonder zich te laten beïnvloeden door moeilijkheden en problemen, wetend, dat het lijden dat ons kan overkomen daar is als hoeksteen om ons onze innerlijke toestand te laten zien. Het lijden dat ons overkomt zal dan beleefd worden als een teken van onze inspanningen, van onze mislukkingen. Het zijn onontkoombare beproevingen op onze weg die leidt naar God.

    En voor ons, monniken en monialen, is er wellicht een derde niveau van de wil van God. Soms hebben wij ons in Gods dienst gesteld zonder ons veel rekenschap te geven of wij ons geplaatst hebben in Zijn dienst zoals  Hij het van ons verwacht of zoals wij hem zouden willen dienen. Wij  kunnen ons dikwijls realiseren dat wij in de loop van ons bestaan, ongemerkt een spiritueel project hebben opgebouwd. Een project, dat zeker waardevol is, bewonderenswaardig zelfs, maar dat uiteindelijk slechts ons eigen project was. Op dat moment kunnen wij ons geconfronteerd weten met neerslachtigheid, conflicten, ontredderingen, en ons op de rand voelen van een echte spirituele crisis. Maar het is juist dan dat wij het werkelijke begin kunnen naderen, dat, waartoe God ons uitnodigt.

   En daar onze uiteenzetting deze is over de innerlijke vrede, kan men , om te besluiten eraan herinneren, dat wanneer Christus  na Zijn verrijzenis verschijnt aan zijn leerlingen Hij verduidelijkt, dat Hij het doet :  "alle poorten waren gesloten", hun zeggende "Vrede zij met u". Het is pas als we ontdekken dat alle uitwegen, alle menselijke verwachtingen gesloten zijn, en dat we geen enkele hoop meer hebben, deze van de wereld, deze van ons verstand, deze van ons spirituele droombeeld zelf, het is op het moment van deze grote nederlaag, deze tegenslag, als wij het kunnen aanvaarden als de wil van God, dat wij  kunnen ontdekken dat Christus werkelijk aanwezig is en dat Hij op het dieptepunt van onze ontreddering ons zegt : "de Vrede zij met U"

 Vertaling : Kris Biesbroeck

17:05 Gepost in theologie | Permalink | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.