23-11-09

Bartholomeüs : De eenheid als roeping

De eenheid als roeping, bekering en zending

Oecumenisch Patriarch Bartholomeüs Ie

Naar aanleiding van de plenaire sessie van 'Foi et Constitution', de theologische commissie van de oecumenische Raad van Kerken (ORK), die gehouden werd van de 7e tot de 13e october te Kolympari in Kreta (Griekenland), heeft de oecumenische patriarch Bartholomeüs Ie, die hiervoor speciaal uit Istanbul was gekomen, de openingstoespraak gehouden over het thema : " De eenheid als roeping, bekering en zending".

Bartholomeüs Ie, 69 jaar oud en sedert november 1991 aartsbisschop van Constantinopel en oecumenisch patriarch, en als zodanig primus inter pares (eerste onder zijn gelijken) in het episcopaat van de orthodoxe Kerk. Hij voelt zich zeer betrokken bij de dialoog tussen de christenen, voornamelijk tussen de orthodoxe Kerk en de rooms Katholieke Kerk. Hij is bekend voor zijn nooit aflatende ijver om ook de dialoog en de verzoening te bevorderen tussen de christelijke wereld, de Moslims en de Joden. Hij heeft ook heel wat initiatieven opgezet met als doel : de bescherming van de natuurlijke omgeving.

(...) Het thema van deze plenaire sessie is : "Geroepen om één Kerk te zijn; zij zullen verenigd zijn in uw handen".(...). Laten wij ons inspannen om samen ons engagement te hernieuwen ten dienste van de dialoog en de eenheid, en laten wij er zorg voor dragen dat onze besprekingen een offerande zijn aan God in het gebed, om aldus ons verlangen "dat allen één zijn" uit te drukken (Joh.17,21), als antwoord op het bevel en het appèl van onze Heer.

De eenheid als roeping

In dit engagement echter, willen wij beginnen met dankzeggingen  en verheerlijking opdat wij ons datgene zouden opleggen, wat wij in de gedachte en de orthodoxe spiritualiteit noemen : de apophatische benadering. Het apophatische onderricht steunt op de overtuiging dat God van nature en als definitie boven het menselijk begrijpen staat; anders, indien wij God zouden kunnen begrijpen en vatten, dan zou God, God niet zijn. Dit is het onderricht van de grote mystiekers zoals de heilige Gregorios van Nyssa, in de 4e eeuw, en de heilige Gregorios Palamas in de 14e eeuw, die de radicale transcendentie alsmede de relatieve immanentie van God hebben onderlijnd. Zij steunden hun theologie op de principiële bevestigingen van de Schrift, volgens dewelke "niemand God kan zien" (Ex 33,20; Joh.4,12; Joh.1,18). Deze Kerkvaders hebben God verkondigd als zijnde onkenbaar en nochtans persoonlijk gekend. God als onzichtbaar en nochtans bereikbaar. God  als veraf en nochtans intens nabij - de oneindige en onbereikbare God die intiem wordt en zich in de wereld heeft geïncarneerd.  De onkenbaarheid en de onbereikbaarheid van God verplicht  ons finaal tot een geest van nederigheid en aanbidding.

Indien de apophatische houding ons vertrekpunt is, dan kunnen wij naar waarde beoordelen hoe de eenheid van de Kerk, zoals de eenheid van God, een zoektocht is die nooit eindigt, een reis die altijd blijft duren. Zelfs in het komende tijdperk, zoals de heilige Gregorios van Nysse zei, is de groei in het goddelijk leven zonder einde en van een oneindige volmaaktheid; zij is in feite een constante vooruitgang doorheen etappen van voortdurende vervolmaking. Deze oriëntering eist van ons de bekwaamheid tot geduld veeleer dan ongeduld. Wij zouden ons niet mogen laten frustreren door onze menselijke beperktheden die ongelukkiglijk de oorzaak zijn van onze meningsverschillen en onze verdeeldheden. Ons volhardend  en altijd actueel zoeken naar eenheid getuigt van het feit dat datgene wat wij nastreven zich zal voltrekken volgens de tijd van God en niet volgens de onze; zij is op dezelfde wijze de vrucht van de hemelse genade en het goddelijke kairos.

De eenheid als bekering

Indien de eenheid - die wij met volharding nog altijd nastreven - effectief een gave van God is, dan eist zij een gevoel van diepe nederigheid en geen hoogmoedige, opdringende houding, wat dat ook moge zijn. Dit betekent dat wij geroepen zijn om de anderen te leren kennen in zoverre dat zij ons kunnen inspireren met hun getuigenissen in de tijd. Dit impliceert tegelijk dat ,als wij onze wijze van handelen opleggen - of zij  nu "conservatief" of "liberaal" is - aan anderen, dat een teken is van arrogantie en hypocrisie. De authentieke nederigheid vereist van ons allen een opening naar het verleden en de toekomst; met andere woorden, naar het voorbeeld van de oude god Janus, worden wij opgeroepen om te getuigen van het respect voor de beleefde wegen van het verleden en de beschouwing van de toekomstige stad die wij nastreven (Hebr.132,14). Dit  terugkeren naar het verleden maakt zeker deel uit van de bekering.

Uit : SOP

Vertaling : Kris Biesbroeck

20:01 Gepost in theologie | Permalink | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.