16-12-09

De geestelijke strijd voor de eenheid van de kerk

De geestelijke strijd voor de éénheid van de Kerk

(metropoliet Georges (Khodr)

 Khodr

Metropoliet Georges Khodr

Wat ons gewoonlijk voor de geest komt wanneer wij spreken van de éénheid van de Kerk, dat is de theologische dialoog tussen het Oosten en het Westen (...) Men vergeet dat de ontmoetingen tussen de Kerken voor alles ontmoetingen zijn tussen mensen  zoals zij door het leven gevormd zijn, met elk mogelijk denkbaar verschil dat ieder van hen heeft kunnen bereiken op de Schaal der deugden, om de titel van het boek van de heilige Johannes Climacos te hernemen. En de kerkelijke gemeenschappen zijn gevormd door deze mensen  die het huis van God opbouwen of afbreken.

Deze gemeenschappen zijn dus het product van de geschiedenis. Niets wordt gedaan of gezegd, zonder het lijden van de Geschiedenis, zonder de passies van de culturen, en zelfs dikwijls, zonder de belangen van de politiek die zich van onze harten meester maakt. Handelend op het rationele plan, zijn wij dikwijls het slachtoffer van het innerlijk lawaai dat ons onrustig maakt. Daarom heeft Barsanuphe van Gaza kunnen schrijven : "iedere gedachte waarin de rust en de nederigheid niet overheerst is niet van God". De gedachte aan de zuivere staat is een  beeld van de geest. De mens is iemand die geheel geschikt  is voor God indien de gloeiende vlam van de godheid het hart verbrandt.

De persoonlijke strijd en de kerkelijke strijd.

De persoonlijke spirituele strijd en de kerkelijk geestelijke strijd zijn nauw met elkaar verbonden (...) Het is mij overkomen, reeds gedurende vele jaren, te denken dat het verval van de aardse Kerk het meest sprekende bewijs is van  het feit dat de Heilige Geest de aanwezigheid van Christus onder ons  in stand houdt. In het verval is de spirituele strijd tegen de prins van deze wereld, zoals de heilige Basilios de Grote het uitdrukt in zijn kleine verhandeling over het geloof,  vooreerst deze van de martelaren in hun vervolgingen. "Niemand heeft grotere liefde dan hij die, zijn leven geeft voor zijn vrienden" (Joh.15,13). Het bloed is het meest welsprekende woord. Alleen de martelaren zijn  niet bijeengeroepen op het oordeel.

Zij die leven als de martelaren keuren tezelfdertijd hen af en sporen hen aan in hun Kerk en in andere, die verzaakt hebben aan de strijd . Zij die hun leven gegeven hebben in situaties van politieke oppressie en die voortdurend de vervolging hebben aanvaard, openlijk of verholen, en die gezwegen hebben door hun getuigenis van de stilte "voor het geloof dat overgeleverd is aan de heiligen eenmaal voor allen" (Judas 3), gronden hun eigen Kerk en alle andere op de Rots (Mt 16,18).

Het is deze kracht die de Kerk onwrikbaar maakt tot in de eeuwen der eeuwen. De voortdurend gekruisigde kerken kunnen  de paaszang aanheffen met een zelf ondervonden overtuiging. Deze kerken tonen ons onvoorspelbare wegen van vernieuwing. Christus kiest onder hen zijn getuigen die het leven doorgeven aan hen die als dood worden beschouwd. En het nieuwe leven schept een nieuwe theologie met nooit gehoorde woorden, een theologie die adem is en dus gebed (...).

De eenheid van de Kerk, als gave van communio

De apostel Paulus heeft op zijn persoonlijke manier voor de jonge Kerken het Evangelie van de vrede en de communio vertaald. Het begin en de bron van de kerkelijke communio is de liefde van Jezus Christus die niet geconditioneerd is door onze spirituele situatie." Want Christus is voor goddelozen gestorven op de gestelde tijd, toen wij zelf nog geheel hulpeloos waren " (Rom.5,6). Hij herneemt dit idee twee verzen verder onder de vorm van een spiritueel crescendo en hij zegt : " God echter bewijst zijn liefde voor ons juist hierdoor, dat Christus voor ons is gestorven toen wij nog zondaars waren" (Rom.5,8). De eenheid van de Kerk is een gave van communio door de dood-verrijzenis van de Messias. Zij is als het beeld van de trinitaire eenheid dat gemanifesteerd is in het mysterie van het heil. De Kerk leeft van de theologia  in de economie. Wanneer Paulus ons aanspoort in de brief aan de Efesiërs om de eenheid van Geest te bewaren door de band van de vrede, dan vergeet hij niet dat deze inspanning is gerealiseerd omdat er "één enkele Heer is,één enkel geloof, één enkele doop, één enkele God en Vader van allen is die boven alles staat, en door allen in allen" (Ef.4,5-6).

 

Het is daar dat men bemerkt dat het leven van de drie-eenheid zich weerspiegelt in het kerkelijk leven.  Indien er dus een onenigheid is in een Kerk of tussen Kerken, dan is dit een aanslag bij de mensen van hun gelijkheid met de drie-eenheid. Paulus hoopt dat wij "allen tesamen komen tot de eenheid in het geloof en de kennis van Gods Zoon, tot de volmaakte Man , tot de gehele omvang van de volheid van de Christus" (Ef.4,13). Hij stelt deze volmaaktheid van het geloof tegenover de ketterijen  die ons beloeren. Men wacht erop tot wanneer hij de ketterijen zou behandelen, maar hij spreekt alleen over het blijven in de liefde en hij nodigt ons uit om te groeien " naar Christus toe. Hij is het hoofd". Het lijkt erop dat voor hem de liefde de genezing van de ketterij inhoudt en de bron van de orthodoxie van het geloof. Er is nooit bij de apostel van de natiën een onafhankelijkheid tussen geloof, liefde en rangorde in de Kerk. De bronnen van éénheid  is voor hem tegelijk ook de handelende aanwezigheid van de Geest, van de Heer, de Vader (Ef.4,4-6) en de convergerende werkzaamheden van de ministeries (Ef.4,7-13). De ministeries zijn het werk van de Geest. Zij zijn in wezen een veelheid van ministeries en toch vormen zij een eenheid "Tot opbouw van het lichaam van Christus" (Ef.4,12). De Geest blijft de hypostase van de veelheid van de charismas en hun eenheid. Wij zijn in dezelfde économie van de Zoon en de Geest als in de kerkelijke éénheid en  verscheidenheid .

"Wij moeten alle schatten van de locale Kerken bewaren"

Door te mediteren over het mysterie van de Kerk zoals het bij Paulus naar voor komt, kan men begrijpen dat, in de éénheid van de Kerk de diversiteit van de Kerken niet verdwijnt omwille van de veelheid van Charismas van de diverse Kerken. Ik voeg eraan toe dat dit onderscheid niet formeel is in het corpus paulien, maar het fundament is er. Dit staat ons toe om te zeggen dat de verscheidenheid van gaven in de locale Kerken een gave van God is en dat niets de opslorping ervan, die een aanslag zou zijn op deze rijkdom door God gewild ,kan toestaan. De spirituele strijd zo bekeken bestaat erin de verscheidenheid in de rijkdom en het zien van de rijkdommen in de enige "schatkamer van alle goeds" waarvan het inleidende gebed tot de heilige Geest spreekt in de orthodoxe Kerk, te erkennen. Zo moeten wij dankbaar zijn voor de schoonheid van de gaven ontvangen door de patriarchaten en de verschillende autocephale Kerken. Ik weet niet of er verschillende manieren bestaan om de orthodoxie bij de Grieken, de Russen, de Arabieren en de anderen aan te voelen. Maar er is ongetwijfeld een veelheid van gevoeligheden in de benadering van dit of dat aspect van het kerkelijk leven. Gij kunt bijvoorbeeld, de exegese niet ontkennen wanneer gij u richt tot Arabische orthodoxen, omdat hun historisch en cultureel milieu in de eerste eeuwen vervuld is geweest van exegese en enige tijd daarna verrijkt is geworden door de griekse filosofie. Zelfs indien alle orthodoxen in gelijke mate van de liturgie houden, is het onloochenbaar dat de Russen leven van de zang, met zeer lange diensten, met muziek en de schoonheid van iconen... Deze schatten moet men bewaren in de locale Kerken. Er is een spirituele strijd aan de gang met het oog op het behoud van al onze schatten.

In een bredere visie : het Westen is het Westen en het Oosten is het Oosten, en zij kunnen en moeten Christus ontmoeten zonder hun inculturatie te verliezen. Het is niet wenselijk dat de soberheid van de westerse liturgie zou verdwijnen om de glorie van Byzantium na te streven. Wij moeten er voor vechten dat de romeinse Kerk de betekenis  van haar hiërarchische orde behoudt. Men moet voor ogen hebben hoe de Heer de romeinse Kerk mooier maakt. Wij moeten gevoelig worden voor haar grote godsvrucht, voor haar ernst bij de behandeling van de geschiedenis en de cultuur, voor haar vaste wil om religieuzen en priesters aan te trekken. Niets in de beschaving waarin zij leeft ontsnapt aan de analyse van het geloof. Wij kunnen niet meer ontkennen met wat de Heer de Kerken uit de reformatie allemaal heeft begiftigd. Het Woord van God belevend toont  duidelijk de liefde aan die de protestanten hebben onderhouden voor de persoon van Jezus. Deze constante zorg om de Bijbel te bestuderen is een legaat voor ons allen. De Kerk van de Vaders was ook bijbels en liturgisch. De broederlijke correctheid dringt zich op.

"De schat in aarden vaten"

Ik herneem Paulus die zo dikwijls spreekt over het gebed voor de Kerk en de Kerken. "Bidt en smeekt in de Geest bij elke gelegenheid en op allerlei wijze. Houdt daartoe nachtwaken, waarbij gij met volharding God smeekt voor alle heiligen"(Ef.6,18-19). Hij smeekt dus klaar en duidelijk over alle gelovigen, de één voor de ander(...) Wanneer een gemeenschap leert dat een ander zich in droefheid bevindt, dan kan dit voor de medebroeders een oorzaak zijn van fysische of morele beproevingen. Dit wordt rechtstreeks uitgedrukt met het begrip  koinonia(...)  Echter, ondanks de schoonheid van de eucharistie en om de uitdrukking van de liturgie na het anafoor te hernemen, ondanks het feit dat zij "de vervulling is van het Koninkrijk", de schat blijft in aarden vaten. De broosheid van de mensen verbergt het mysterie. De conflicten in de Kerk zijn van alle tijden, omdat niet alle gelovigen tot de heiligheid wensen te komen. Indien het heil daar nog niet is, indien de theôsis de gemeenschap niet ononderbroken transfigureert, dan zullen wij de schat niet behouden en bevestigen wij onze natuur als fragile vaten.

Vanaf de eerste tijd van de Kerk van Korintië, spreekt Paulus over de verdeeldheden en zijn twisten. De apostel zegt dat de gelovigen  een verschillende persoonlijke loyaliteit hadden : "Ik ben van Paulus", en "ik ben van Apollo", en "ik ben van Kephas, " en ik, van Christus" (1 Kor.1,12) (...) De situatie is nog erger in Galatië :" Ik sta verbaasd dat gij zo spoedig afvalt van Hem die u riep tot de genade naar een ander evangelie; maar er is geen ander, er zijn alleen maar lieden die u verontrusten en het evangelie van Christus willen perverteren"(Gal.1,6-7). Er is daar een wanorde op het vlak van het onderricht, de wil om een ander evangelie te prediken dan dat van Paulus. Hier, zoals bij de Kortntiërs schrijft hij : "Mij moge God ervoor bewaren op iets anders te roemen dan op het kruis van onze Heer Jezus Christus, waardoor de wereld voor mij gekruisigd is en ik voor de wereld" (Gal.6,14) (...)

"Weten te luisteren naar wat de Heer zegt tot de Kerken"

In de spirituele strijd voor de eenheid van de Kerk staat de geloofwaardigheid van de Kerk op aarde in functie van haar getuigenis van de kerkelijke communio. Welnu, de kerkelijke communio heeft een taal, deze van de vriendschap vooreerst. De vriendschap is de minimuumeis die wij kunnen verwachten om een evangelische taal te spreken, het is de voorwaarde om een kerkelijk wezen te zijn , die noodzakelijk op de zending is gericht.

De eerste zorg van het ware geloof is uitgedrukt door het woord van de liturgie van de heilige Johannes Chrysostomos : " Laten wij elkaar beminnen opdat wij in dezelfde geest de Vader, de Zoon en de heilige Geest zouden belijden" In het vooruitzicht van  een goede gesteldheid in het geloof, laat ons "gevoelens van medelijden, goedheid, nederigheid, zachtheid, geduld, de één de ander verdragend (...) mekaar vergeven,  cultiveren"(Koll.3,13-13). Het is in deze gesteldheid dat wij van mekaar kunnen  leren om het Woord van God te beluisteren. Met andere woorden, aanvaarden om eerst leerlingen van Christus te worden door te luisteren wat de Geest zegt doorheen de broeder of zuster. Dat diegene die woorden van God heeft , ze uitspreke. De gave van God moet gedeeld worden opdat de Kerk zou leven. De gehoorzaamheid aan de Heer vereist dat wij zijn wil herkennen die hij in de harten van zijn welbeminde leerlingen heeft gelegd. Dit vereist een grote nederigheid van allen, en vooral van de leden van het episcopaat, die moeten weten te luisteren  naar wat de Heer zegt tot de Kerken, 't is te zeggen, dikwijls tot leken met een zuiver hart die dikwijls de heilige schrift lezen en bestuderen. Van de kant van bisschoppen en priesters : God kiest wie hij wilt en deelt hen de mysteries van het Koninkrijk  en het woord mede dat ons versterkt in het vandaag van God.

Een ander heilsmysterie van de ganse Kerk is de gemeenschappelijke diakonia van de armen, die ons de zekerheid geven dat wij dezelfde Christus in hen dienen. Wij moeten in herinnering brengen dat het aan de armen is dat het Koninkrijk der hemelen is gepredikt, zij zijn  de kleine broeders van Jezus en hun weide is God. Er is voor ons geen hemelse voeding als wij geen leven van delen met hen leiden. Zij zijn het altaar waarop wij een verhevener  offer aanbieden dan dat wat wij offeren op het altaar van de liturgie, om een inspirerende gedachte van Johannes Chrysostomos  te hernemen.

Ten slotte, het is deze weg van onthechting die voorbereidt op de eenheid, wij kunnen slechts in God gefundeerd zijn als wij verzaakt hebben aan onze eigen persoonlijke belangen en onze godsvruchtige hoogmoed. De waarheid zal u kronen en dient uw historische ijdelheid niet, wat de bekoring ook mag zijn. In deze zin spreekt Paulus van hen die "hun eigenbelang zoeken, niet die van Christus Jezus" Filipp.2,21). In dezelfde zin vermeldt hij ook diegenen die christus "verkondigen uit nijd en strijd" ( Filipp. 1,15), en dit in contrast met Christus die" die zich van Zichzelf heeft ontdaan  en het bestaan van een slaaf op zich heeft genomen. Hij is aan de mensen gelijk geworden, en als mens verschenen heeft hij zich vernederd, Hij werd gehoorzaam tot de dood, tot de dood aan een Kruis" (Filipp.2,7-9).

 

"Heiligheid en éénheid vormen een geheel"

De kénose is onze weg naar onze voortdurende verrijzenis in Christus in een leven van gebed voor de ganse Kerk." God schept behagen in de gebeden van allen die de vrede liefhebben. Het grootste offer aan God opgedragen is onze vrede, het is onze broederlijke eendracht; want door de éénheid van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, is het volk één" (heilige Cyprianus van Carthago).

Dit brengt er ons toe te zeggen dat de spirituele strijd en de éénheid van de Kerk één geheel vormen. Een strijd van iedereen en van alle Kerken voor de Kerk van God. Een strijd door het bevrijdend woord en de heiligheid van leven. Heiligheid en éénheid vormen één geheel. De enige bezorgdheid voor de éénheid is in feite een theologisch redevoering in de enge betekenis van het woord,  terwijl de spirituele strijd de éénheid benadert in de diepte vanuit het leven in Christus, dat niets anders is, door onze verrijzeniservaring, dan onze  in met de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.

Wat voor hindernissen op deze weg ! Wij hebben ze naar voor gebracht. Het doel van deze ascese en deze goddelijke contemplatie op onze weg naar een ultiem einde in de glorie is, dat wij de echte heiligheid vragen voor onze Kerk en al dezen die de Drie-eenheid aanroepen, die alle gemeenschappen tot "kerk-maakt" die waarachtig in de Drie-eenheid geloven. Indien wij leven vanuit de gemeenschap van de goddelijke personen, dan proeven wij reeds de goddelijkheid in haar geheel en het Koninkrijk is dan midden onder ons.

Een waarachtige éénheid is dan reeds gerealiseerd, in het bijzonder tussen de Roomse Kerk en de orthodoxe. Nochtans, Rome is uitgenodigd om duidelijkheid te brengen over het vraagstuk te weten of de banvloek die uitgesproken is over de anti-infaillibilisten (oud-katholieken)ook op de orthodoxen van toepassing is. Indien de orthodoxen geen object uitmaken van een veroordeling, dan blijven zij trouw aan hun theologie en het romeinse dogma wordt voor hen een theologoumenon ('t is te zeggen een afzonderlijke theologische opinie, lokaal, geen dogma). Ik weet niet of dit mogelijk is. Maar als een geestelijke strijd moet worden geleid door de Kerk van Rome, dan is het wel deze. Indien ons voorstel denkbaar is, dan maken wij ons voor niets ongerust. Het essentiële van onze onderlinge afwijking zal dan zijn opgegeven. Het schisma die ons nu scheidt zou slechts een breuk zijn in het binnenste van de ene Kerk.

Het belangrijkste is van alles tesamen te overdenken voor de glorie van God die het lichaam van Christus bekleedt. Ja of neen, zijn wij in een waarachtige communio en niet slechts in een bijna - communio ? Waarom geven wij ons vandaag de vredeskus, opdat de enige strijd er niet meer in zou bestaan om de éénheid na te streven, maar om te verkondigen en te zingen ?

Vertaling : Kris Biesbroeck

10:53 Gepost in theologie | Permalink | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.