30-12-09

Het beeld en de gelijkenis van God in de mens

Het beeld en de gelijkenis van God in de mens

(Ascetisch essai van de heilige bisschop Ignace Briantchaninov)

ignatius_Brianchaninov_the_Bishop 30e april
 

"Laten wij de mens maken naar Ons Beeld en Onze gelijkenis!" Dit is de mysterieuze raad die de heilige Drie-eenheid, onze God doet weerklinken in en met Zichzelf door de schepping van de mens. Aldus is de mens het beeld en de gelijkenis van God ! aldus is God, in zijn grootheid, onbereikbaar en staat hij boven elk beeld. Het is weergegeven in de mens, helder en met luister. Weerspiegelt de zon zich niet in een nederige druppel water ?

De menselijke natuur is naar het beeld van de goddelijke natuur. Dat wat de mens anders maakt dan een dier, dat wat hem gelijk maakt aan de engelen, is zijn geest. De eigenschappen van de menselijke geest, wanneer hij nog in zijn staat van zuiverheid en onschuld verkeerde, zijn volgens de gelijkenis met God. God heeft vanuit zijn almachtige Rechtschapenheid deze gelijkenis geboetseerd in de mens. Hij staat boven elke gelijkenis en elke vergelijking !

Wat is de mens ? Een volmaakt wezen, vervuld met alle waardigheid en alle schoonheid. De Almachtige heeft ter zijner intentie van de zichtbare natuur, welke hij totaal bestemd had om hem te dienen, een buitengewone omgeving gemaakt. Wanneer hij alle andere wezens vanuit het niet tot het bestaan heeft gebracht, heeft Hij zich tevreden gesteld met een almachtige orde; maar wanneer hij het grote werk van de schepping van de wereld door de schepping van de meest verfijnde en de meest vervulde van alle schepselen heeft volbracht, dan heeft hij deze act doen voorafgaan met een raad.....

De imposante materie die vóór de mens geschapen is, met haar oneindige diversiteit, is niets anders (wij durven dit bevestigen want het is de waarheid) dan een voorbereidende schepping. Een aardse koning is bezorgd om een zaal te vinden om er zijn portret in op te stellen. Op dezelfde wijze is het bij de Koning der koningen. Hij heeft de zichtbare natuur en al haar schoonheid, schitterend en bewonderenswaardig,voorbereid om er Zijn Beeld in te plaatsen, ultieme oorzaak van alles wat er is voorafgegaan. Anderzijds, na de schepping van de wereld heeft God datgene wat Hij had gemaakt bewonderd en zag dat het goed was (Gen 1,25). Maar na de schepping van de mens, nadat hij opnieuw datgene wat Hij had geschapen bewonderde, vond Hij Zijn schepping  beëindigd, volmaakt, volledig, Hij zag alles wat Hij geschapen had en zie het was zeer goed (Gen.1,31).

Mens, begrijp dus je waardigheid ! Bekijk de grasvelden en de landerijen, de grote rivieren, de immense zeeën , de hoge bergen, de prachtige bomen, alle dieren van de aarde en alle die zich verplaatsen in de wateren, de maan, de zon en de hemel : dit alles is voor u, tot uw dienst ! En als extra, buiten de wereld die wij zien, is er ook een onzichtbare wereld voor onze ogen, onvergelijkbaar hoger dan de zichtbare wereld : en deze onzichtbare wereld is ook geschapen voor de mens !

Hoe heeft God Zijn beeltenis geëerd !... En welk edele bestemming heeft hij ervoor voorzien ? De zichtbare wereld is niets anders dan de wachtkamer van een onvergelijkbaar uitgestrekt en mooi verblijf. Het beeld van God verblijft in deze wachtkamer om bekleed te worden met de definitieve kleuren, om zo veel mogelijk te gelijken op haar al heilig en volmaakt Origineel : Zij zou kunnen, door de schoonheid en de fijnheid van deze gelijkenis , doordringen in het paleis waar het Originele zich onuitsprekelijk laat kennen, en die  Zijn Oneindigheid onuitsprekelijk  beperkt om toegankelijk te zijn voor Zijn redelijke schepselen en wel-beminden.

Het beeld van God-Drie-eenheid is de trinitaire mens. Men vindt in de ziel van deze laatste drie krachten, die deze ziel kenmerken.

Onze gedachten en onze spirituele waarnemingen tonen ons met alle zekerheid het bestaan van het verstand, of het intellect , dat volstrekt onzichtbaar en onbegrijpelijk is. Het past hierbij te verduidelijken dat de Heilige Schrift en de Geschriften van de Vaders, het woord geest dikwijls als de ziel in het algemeen aanduidt, en dikwijls één van de machten  van de ziel, het intellect of de machten van het woord. Maar algemeen gesproken, geven de Vaders aan de ziel deze drie bijzondere machten : het intellect (of de rede), de gedachte ( of het woord), en de geest. De geest is de bron en de oorsprong van de gedachte, zoals de spirituele waarneming. De geest duidt de bekwaamheid aan om het spirituele waar te nemen (Bij sommige auteurs kan men het woord geest door het woord intellect vervangen; wij gebruiken het ook om de geschapen geesten aan te duiden).

Van nature is onze ziel het beeld van God. En zelfs na de zondeval blijft de ziel het beeld van God ! Zelfs als men in de vlammen van de hel zijn geworpen blijft de ziel het beeld van God ! Zo is de leer van de heilige Vaders. De Heilige Kerk zingt in haar heilige hymnen : "Ik ben het beeld van Uw glorie, zelfs al draag ik de tekenen van de zonde".

Ons intellect is naar het beeld van de Vader, onze gedachte (wij noemen gewoonlijk gedachte, elk woord dat niet is uitgesproken) naar het beeld van de Zoon, onze geest naar het beeld van de Heilige Geest. Op dezelfde wijze als in de Drie-eenheid, zijn de Drie Personen samengesteld zonder verwarring noch verdeling, een enig Goddelijk Zijn., in de trinitaire mens vormen deze drie "personen" één enkel zijnde, zonder verwarring nog verdeling in drie zijnden.

Ons intellect doet ontstaan en geeft onophoudelijk geboorte aan de gedachte. Eénmaal geboren, houdt de gedachte niet op om opnieuw geboren te worden, en terzelfdertijd is zij reeds geboren, verborgen in het intellect. Het intellect kan niet bestaan zonder de gedachte, en de gedachte zonder het intellect. Het begin van het ene is noodzakelijk het begin van de andere. Het bestaan van het ene is noodzakelijk het bestaan van het andere.

Op dezelfde wijze, komt de geest voort uit het intellect en draagt bij aan de gedachte. Elke gedachte heeft zijn geest, het bestaan van het eerste is noodzakelijk vergezeld van het bestaan van het tweede. Het bestaan van het ene en het andere tonen ons het bestaan van het intellect.

Wat is de geest van de mens ? het is de verzameling van gevoelens uit het hart die toebehoren aan de redelijke en sterfelijke ziel, en die niet bestaat in de ziel van een dier.

Het hart van de mens verschilt van het hart van de dieren door zijn geest. Het dier heeft waarnemingen die uit het bloed en de zenuwen komen, maar hij heeft geen spirituele waarneming. Deze daad van het goddelijk beeld is het erfdeel dat exclusief voor de mens is. De kracht van de mens is dus in zijn geest.

Ons intellect, onze gedachte en onze geest, omwille van de gelijktijdigheid van hun afkomst en hun wederzijdse relaties, zijn naar het beeld van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, de mede-eeuwige Drie Personen, zonder begin, gelijk in eer en van dezelfde natuur. Diegene die Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien, kondigt de Zoon aan, Ik ben in de Vader en de Vader is in Mij (Joh.14,9-10). Men kan spreken in dezelfde termen van het menselijk intellect en zijn gedachte.  Het intellect, onzichtbaar uit zichzelf, openbaart zich door de gedachte; diegene die kennis genomen heeft van de gedachte, heeft kennis genomen van het intellect die deze gedachte heeft voortgebracht.

De Heer heeft de Heilige Geest genoemd : heilige macht vanuit de hoge, Geest van Waarheid (Luc 14,49; Joh.14,17). De waarheid is de Zoon, de geest van de mens heeft ook de eigenschappen van deze Macht : hij is de geest van de gedachte van de mens,  zij is waar of vals. Deze geest verschijnt in elke geheime beweging van het hart, in elke wijze van denken, in elke daad van de mens,het is  de geest die de mens heeft geleid in zijn actie.

De barmhartige Heer heeft elke mens getooid naar Zijn Beeld en Zijn gelijkenis. Bestaan naar het beeld van God is de natuur zelf van elke ziel. Maar de gelijkenis is het bezit van de ziel. Van nature is de Schepper eeuwig, wijs, goed, onvergankelijk, heilig, vreemd aan elke passie en elke zonde, aan elke idee en waarneming van de zonde. De mens, van zijn kant, werd ook geschapen naar het beeld van God.

Een handig schilder schets eerst de vormen en de trekken van het gezicht waarvan hij een portret wil maken. Vervolgens geeft hij aan het gezicht en aan de klederen de kleur van het origineel, en zo voltrekt zich de gelijkenis : het beeld werd zo in alle dingen begiftigd met de gelijkheid met God. Indien dit niet het geval was, dan zou het resultaat onvolledig zijn, God onwaardig, en God zou zijn objectief hebben gemankeerd.

Maar helaas, driemaal helaas ! Ween hemelen, en gij zon, de sterren , de aarde en alle aardse schepselen ! Ween, ganse natuur ! Heilige engelen, weent ! snikt met bitterheid en wees ontroostbaar ! Trek de rouwklederen aan ! Het onheil is vervuld, het enige onheil dat de verdienste heeft om onheil te worden genoemd : het beeld van God is gevallen ! Geëerd  door de vrije wil en verleidt door de gevallen engel, heeft de mens gecommuniceerd met de gedachten van duistere geesten en met de vader van de leugen en alle kwaad. Deze communicatie wordt gemanisfesteerd door een act : de scheiding met de goddelijke wil. En Ecclesiasticus zegt met juistheid dat datgene wat krom en gebogen is niet meer recht kan gemaakt worden , datgene wat ontbreekt kan er niet meer bij gerekend worden (Prediker.1,15).

De ontregeling van het beeld en de gelijkenis kan gemakkelijk  geobserveerd worden in elk van ons. De schoonheid van de gelijkheid, die bestaat uit het verbond van alle deugden, werd besmet door de talrijke passies en de slechte adem. De trekken van het beeld zijn hun eerste regelmaat verloren : hun wederzijds akkoord. De gedachte en de geest strijden met elkaar, zij houden op om het intellect te gehoorzamen, zij richten er zich tegen op. Hijzelf verblijft in een blijvende vertwijfeling, in een vreselijke duisternis die God in hem verduisterd, alsook de weg die naar God leidt, de heilige en onfeilbare weg.

Deze ontregeling van het beeld en de gelijkenis wordt vergezeld van een verschrikkelijk lijden. Het volstaat voor de mens om zich lang genoeg te concentreren op zichzelf in de eenzaamheid om zich ervan te overtuigen dat dit lijden permanent is, hoewel het kan afnemen of opgewekt worden, het kan verdrukt worden of niet.

O mens ! Uw verstrooiing en uw plezier verraden het lijden die in u broedt ! Gij zoekt om het te doen verdrinken in de kelk van het luidruchtige lachen en van de vermakelijkheden zonder einde. Ongelukkig ! Vanaf het moment dat je één minuut van waakzaamheid vertoond, wordt gij opnieuw overwonnen door dit lijden die gij trachtte te overwinnen. Maar weet dat de ontspanning het voedt en versterkt. Na te hebben uitgerust in de schaduw van het tekort aan waakzaamheid , bloeit het lijden weer op met een grotere kracht, als een getuige die in de mens woont, de getuige van zijn val.

Het lichaam van de mens is ook gekenmerkt door het zegel van de val. Vanaf de geboorte kent hij  vijandigheid. Hij vecht tegen alles wat hem omringt en tegen de ziel zelf die in hem leeft. Alle elementen vallen hem aan. Op het einde van het leven, uitgeput door innerlijke en uiterlijke strijd, gegrepen door ziekte, en geknecht door de ouderdom, valt hij onder de valsheid van de dood en wordt tot stof herleid, alhoewel hij als onsterfelijk is geschapen.

Maar opnieuw manifesteert zich de grootheid van de mens als beeld van God ! Ze manifesteert zich in de val zelf doorheen het instrument die het onttrekt aan deze val : God heeft Zijn Beeld op Zich genomen, op één van Zijn goddelijke Personen ! God is mens geworden om Zijn beeld aan de val te onttrekken, het opnieuw in ere te herstellen in zijn oorspronkelijke glorie, en meer nog, het te verheffen naar een onvergelijkbare hoogte die de zijne was tijdens de schepping!

De Heer is rechtvaardig in Zijn barmhartigheid. Door de Verlossing te verzekeren, heeft Hij Zijn beeld geëerd meer nog dan Hij het deed tijdens de schepping, want de mens had zelf zijn val niet beraamd : het is de gevallen engel die heeft teweeggebracht uit afgunst, en bedrogen door het kwade onder het masker van het goede.

Elke Persoon van de Heilige Drie-eenheid heeft deelgenomen aan het werk van de incarnatie, elk volgens zijn  eigenschap. De Vader blijft degene die voortbrengt, de Zoon wordt geboren, de Heilige Geest bekleedt de mensheid. Door Hem treedt de Heilige Drie-eenheid in communio met ons intellect en onze geest.

De Zoon en het Woord van God is geïncarneerd. Dus is onze gedachte verbeterd, gezuiverd door de Waarheid. Onze geest is bekwaam geworden om te communiceren met de heilige Geest. Deze geest, die de eeuwige dood heeft gedood, is levendig geworden door de Heilige Geest, en ons intellect heeft toegang gekregen tot de kennis en het zien  van de Vader.

De trinitaire mens is genezen door de God-Drie-eenheid. Door het Woord is de gedachte genezen, zij is verwezen naar de wereld van de leugen en de valstrik naar die van de waarheid. Door de Heilige Geest is de geest geanimeerd, hij is overgegaan  van de vleselijke gewaarwordingen  van de ziel naar de spirituele waarnemingen. De Vader verschijnt aan het intellect en onze geest wordt geest van God : wij hebben de gedachte van Christus (1 Kor.2,16) zegt de Apostel.

Voor de komst van de Heilige Geest, vraagt de mens die dood is door de Geest : Heer, toon ons de Vader !(Joh14,8). Na het ontvangen van de Heilige Geest en de kinderlijke adoptie, zal de mens, geanimeerd door de nieuwe geest en gekeerd naar God en zijn heil, zich tot de Vader richten onder de actie van de Heilige Geest zoals tot iemand die wij kennen, en hij zal hem zeggen : Abba, Vader ! (Rom.8,15)

Het gevallen beeld wordt hersteld in  het Heilig Doopsel. De mens, wordt door het water en de geest geboren tot een nieuw leven. Vanaf het doopsel, zal de Geest, die zich verwijderd had van de mens door de zondeval, deelnemen aan zijn aards leven. Door het berouw geneest hij de wonden die de zonde  heeft geopend na zijn Doopsel, en brengt alzo het heil toegankelijk tot de laatste adem.

De schoonheid van de gelijkheid is hersteld door de Geest; zij is ontwikkeld en vervolmaakt door de  vervulling van de evangelische geboden. Het model en de volheid van deze schoonheid is niets anders dan de God-Mens, onze Heer Jezus Christus. "Wees mijn navolgers zoals ik het ben in Christus" (1 Kor.2,1), zegt de apostel. Door deze woorden  roept hij de gelovigen op om de gelijkenis in zichzelf te vestigen en te vervolmaken. Hij toont ons aan wat voor de nieuw geschapen en vernieuwde mens door de verlossing Zijn Heilig Model is voor de volmaaktheid : "Bekleedt u met de Heer Jezus Christus" (Rom.13,14).

De Heilige Drie-eenheid, onze God, door de verlossing van de mens, Zijn beeld, offert ons zo een mogelijkheid om te slagen in de vervolmaking en de gelijkenis, dat deze gelijkenis gaat tot aan de transformatie in eenheid met het Originele, een vereniging van het arme schepsel met zijn totaal volmaakte Schepper.

Hoe bewonderingswaardig en wonderlijk is het beeld van God ! God schittert en handelt door dit beeld ! De schaduw van de Apostel Petrus genas ! Hij die hem verloochend had stierf alsof hij God zelf had belogen !  Het linnen zelfs van de Apostel Paulus vervulden de tekenen ! Het gebeente van de profeet Eliséus stond op uit de dood waarvan de de resten van de Pneumatophore  reeds lang in het graf lagen, en dit door de eenvoudige onoplettendheid van de   grafbewakers !

De uiteindelijke gelijkenis, de vereniging met God, wordt bereikt en bevestigd door het onderhouden van de evangelische geboden. " Blijf in Mijn en Ik in u. Zoals de rank geen vrucht kan dragen uit zichzelf, maar alleen als zij blijft aan de wijnstok, zo gij evenmin, als gij niet blijft in Mij. Ik ben de wijnstok, gij de ranken. Wie in Mij blijft, zoals ik in hem, die draagt veel vrucht, want los van Mij kunt gij niets" (Joh.15,4-5). 

De gelukzalige vereniging wordt verleend, wanneer een gezuiverd geweten door de verwijdering van elke zonde en door de geboden van Christus, de christen communiceert aan het heilige lichaam en aan het bloed van Christus, en dus aan Zijn goddelijkheid die ermee gepaard gaat. "Hij die mijn vlees eet en mijn Bloed drinkt blijft in Mij en ik in hem"Joh.6,56)

Redelijk Beeld van God ! Onderzoekt tot welke glorie en welke eer gij zijt geroepen en bestemd door God ! De onbegrijpelijke wijsheid van de Schepper heeft u toegestaan te beschikken over uw eigen wil : is het mogelijk dat gij niet waardig wilt blijven om Beeld van God te zijn, wilt gij de gelijkenis vernielen en kapotmaken, zoekt gij om te gelijken op de duivel en u te verlagen tot de waardigheid van de beesten ?

God heeft niet tevergeefs zijn goederen uitgestort. Hij heeft niet tevergeefs de wonderlijke schepping verricht, Hij heeft niet onnodig de schepping van Zijn beeld geëerd door een voorafgaandelijke voorwaarde, Hij heeft  niet onbewust  dit beeld vrijgekocht na de val door Zichzelf te offeren ! Hij zal geen rekenschap vragen voor dit alles. Hij zal oordelen hoe zijn weldaden werden gebruikt, hoe Zijn Incarnatie is gewaardeerd, en hiermee het vergoten Bloed voor onze verlossing.

Ellende voor de schepselen die de weldaden van God zullen hebben versmaad, hun Schepper en Redder ! Het eeuwig vuur, een onblusbare vuurgloed     zonder bodem, aangestoken sinds lang, en bereid voor de duivel en zijn engelen en die wacht op de bedorven ,nutteloos geworden beelden. Daar zullen zij eeuwig branden, zonder te verteren.

Broeders  , zolang wij op deze aarde zullen rondwandelen, zolang wij in deze zichtbare wereld zijn, wachtkamer voor de eeuwigheid, laten wij ons inspannen om de  gegraveerde lijnen van het beeld door God in onze ziel te herstellen ! Laten wij aan de nuances en de kleuren van de gelijkheid schoonheid, levendigheid en frisheid geven ! En God, na de vreselijke beproevingen, zal ons waardig achten om in Zijn eeuwig paleis binnen te gaan, in Zijn eeuwige dag, in het feest en de eeuwige triomf !. 

Herneem de moed, mensen van weinig geloof ! Doe inspanningen, luiaards !  Deze mens die aan ons gelijk geworden is door zijn passies, die in zijn blindheid eertijds   de kerk vervolgde, die vooral de tegenstander en de vijand van God was, en die  zoveel deed om na zijn bekering in hem het beeld te herstellen. Deze mens vervolmaakt zo goed de gelijkheid zodat hij kan zeggen over zichzelf : "Niet meer ik ben het die leef, het is Christus die leeft in mij" (Gal.2,20).

Dat niemand twijfele aan de echtheid van deze stem ! Deze stem is zo vol van de Heilige Waarheid, de Heilige Geest werkt er zodanig mee samen, dat de doden verrezen, de demonen de mensen verlieten  die zij deden lijden en deed hun fantasieën zwijgen. De vijanden van het Licht verloren het licht van hun ogen, de heidenen verwierpen hun idolen, zij erkenden God als de ware God, en zij aanbaden Hem !  

Vertaling : Kris Biesbroeck

                                                                        

 

.

12:30 Gepost in theologie | Permalink | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.