06-01-10

Inleiding tot de heilige Liturgie

INLEIDING TOT DE HEILIGE LITURGIE

  liturgie

 De blijde boodschap verkondigen,  zowel  in het heden als in het verleden en morgen, behoort tot één van de belangrijkste verantwoordelijkheden van de Kerk in de wereld , sedert de Heer er  na zijn verrijzenis zijn leerlingen heeft mee belast.. Deze Blijde Boodschap is niet zomaar een aangename , eenvoudige nieuwe boodschap, maar het Leven, dit wil zeggen, de overtuiging dat God zijn Zoon heeft gezonden voor ons heil. Wij zullen trachten dit duidelijker te maken door een meditatie over de liturgische celebratie.

DE VIERING VAN DE EUCHARISTIE

    De eerste taak van de Goddelijke Liturgie bestaat erin, dat wij erkennen, dat wij als beeld van de levende God geroepen zijn "om de opbouw van het mysterie dat van alle eeuwigheid verborgen is in God en in Hem die alles geschapen heeft in het licht te stellen"(Ef.5,9). St.Maximus de Belijder legt uit, dat tijdens de Eucharistische celebratie, de gehele wereld zich onthult als een kerk : het kerkschip, zegt hij, vormt de tastbare wereld ; de engelen vormen het koor ; en de geest van de mens het heilige der heiligen : "Zo wordt de mens op dat moment, de verbinding tussen het goddelijke en het aardse" en van hem uit " verspreidt zich de genade over de ganse schepping" daar zijn ziel, onder leiding van het Woord, het heelal offert aan God als op een altaar. "Dankt God voor alles (eucharistie=dankzeggen)", lezen wij in de eerste brief van  Sint Paulus aan de Thessalonicenzen (5,18):aan de Eucharistie als sacrament beantwoordt de spirituele Eucharistie, die een gedaanteverandering teweegbrengt in gans het menselijk zijn. Hier is de Heilige Geest onverstoorbaar aanwezig en deelt zich mee in zijn geheel, en het eucharistisch brood zegent allen die eraan deelnemen. De kreupelen, de blinden, de gebrekkigen zijn uitgenodigd aan de mystieke Maaltijd, aan het Ware Leven ; de kleine kinderen, de zieken, de vernederden, de gevallenen zijn ook uitgenodigd aan het feestmaal van het Koninkrijk. De Goddelijke Liturgie wordt gecelebreerd, opdat de hongerigen zouden verzadigd worden, opdat de dorstigen zouden gelaafd worden, opdat zij die lijden  en wenen zouden getroost worden.

DE LITURGIE VAN DE GELOVIGEN

   "Wij die in dit heilig mysterie de Cherubijnen verzinnebeelden..." Deze hymne die ons binnenleidt in de liturgie van de gelovigen onderdrukt zij niet meteen de tegenstelling tussen de hemelse realiteit en de aardse realiteit; tussen de tijd en de eeuwigheid en staat ze ons niet toe om elk moment van ons bestaan te aanvaarden als het verloop van het geheel van de mensengeschiedenis ?

    Gans het  liturgisch leven is een getuigenis van de hoop door dewelke de mensen zich niet meer verzetten en zichzelf niet meer kwellen. Als velen in onze tijd de zin zelf voor God hebben verloren, indien voor hen het besef van de godheid totaal "buiten spel" staat, is het dan niet, omdat zij niet hebben begrepen dat gans de liturgische celebratie  buitengewoon sociaal en kerkelijk - geestelijk  is ?. Het gebed, het geloof, de liefde, de naastenliefde houden op het "mijne" te zijn en worden het "onze", en de gehele relatie van de mens met God, wordt een relatie van God met zijn volk. De Goddelijke Liturgie beschermt op elk moment de gehele natuur van de mens en dit in  tegenstelling met de angst die leeft bij een groot deel van onze tijdgenoten, die, sterk beïnvloedt door de recente wetenschappelijke en filosofische veranderingen, nog moeilijk het onderscheid kunnen maken tussen het natuurlijke en het bovennatuurlijke. Men scheidt nogal gemakkelijk de ziel van het lichaam en de geest van de materie.

HET ENIGE GOEDE NIEUWS

   Maar wat gebeurt er, als wij op het einde van de liturgie uitgenodigd worden om weg te gaan in vrede ? Leidt onze deelname aan het Eucharistisch Mysterie werkelijk tot een transfiguratie en vernieuwing van de schepping en de mens in Christus ?. Daarin ligt voor ons de enige en ware vraag. Laten wij de dingen zien, zoals ze zich in de werkelijkheid aan ons voordoen : het volstaat niet om tot de wereld te spreken om haar te veranderen. De wereld heeft integendeel nood aan een  "ondervinding" van het kruis, van een heroïsche overwinning van de ascese, die ons zal binnenvoeren in de ware dimensie van het komende Rijk, opdat wij zouden gedeïfieerd, geheiligd zouden worden in tijd en ruimte. En in zulke visie is er geen plaats voor een "louter sociaal"evangelie. Ondanks de poëtische stijl van zovele menslievende tijdgenoten, schreef een voorname vertegenwoordiger van onze Kerk in Frankrijk, weten wij goed, dat er dood en hel is in de mens, dat er dood en hel is tussen de mensen onderling. Het enige nieuws dat voor de ganse mensheid goed nieuws is, is de boodschap van de Apostelen, die de boodschap is geworden van de Kerk " CHRISTUS IS VERREZEN !". Of men het erkent of niet, geen enkele levensvorm en cultuur ontsnapt aan de universaliteit van de Incarnatie.Daarom spoort het Mysterie van de Eucharistie ons aan om altijd te werken, niet in de zin van de Kerk aan te passen aan de wereld, maar integendeel, de wereld aan te passen aan de goddelijke Waarheid. De kerkvaders, vergeten we het niet, hebben niet alleen het "geloof bewaard", zij hebben ook hard gewerkt opdat de Kerk de wereld zou transformeren en behouden.

"Broeders christenen, vragen wij aan God om alles wat is in de hemelen en op aarde onder één hoofd, Christus, samen te vatten"(Ef.1,10), opdat alleen de Heer  "alles in allen" zou zijn (1Kor.15,28). Het is alleen daarin dat onze solidariteit met de wereld zal bestaan en het bewijs dat existentieel gezien de Kerk de getransfigureerde wereld is.

DE AANKLEDING EN DE PROSCOMIDIE

   Om te beginnen gaan we alles bestuderen wat zich voltrekt vanaf  de aankomst van de celebranten in de Kerk, tot aan het begin van de liturgie van het Woord : De gebeden van de celebranten vóór de Heilige Deuren ; de intrede van de celebranten in het Heiligdom en de aankleding met de priesterlijke gewaden ; de voorbereiding van de gaven genoemd de  "proscomidie"

   Deze liturgische daden komen nogal dikwijls bij de gelovigen als geheimzinnig over

door het feit dat de celebranten na de gebeden vóór de Heilige Poorten, het heiligdom binnengaan en de deuren gesloten worden.  Zij maken nochtans een integraal deel uit van de liturgie, en het is belangrijk dat de gelovigen eraan deelnemen door hun aanwezigheid en hun inkeer.

1 - GEBEDEN VOOR DE HEILIGE POORTEN EN INTREDE IN HET HEILIGDOM

     Na de gebeden,met lage stem, vóór de Heilige Deuren, vereren de priester en de diaken de ikoon van Christus, daarna deze van de Moeder Gods en ook deze van andere heiligen. Zij buigen zich voor de gelovigen en vragen hen vergiffenis, om de eucharistie te kunnen vieren in vrede met allen. Bij het binnengaan van het heiligdom zeggen zij : " Heer, door de overvloed van Uw barmhartigheid mag ik binnentreden in Uw huis. Ik zal nedervallen voor Uw heilige tempel, in vreze voor U...."(Ps.5,8). De priester kust het Evangelie en het altaar en gaat dan naar het diakonikon (rechts van het altaar) om zich te bekleden met de priesterlijke gewaden. Zo ook de diaken.

2 - DE AANKLEDING

   Door hun pracht en harmonie, delen de liturgische gewaden aan de schoonheid en het feestelijke van de Dienst, en de woorden uitgesproken op het moment dat de  celebranten zich aankleden hebben allen een symbolische waarde.

    Voor het sticharion of albe, een lange tuniek gedragen boven de soutane, lezen de priester en de diaken de verzen van Jesaja : " Mijn ziel verheugt zich in de Heer, want Hij heeft mij een kleed van verlossing aangedaan en mij bekleed met het gewaad der vreugde.Hij heeft mij als een  bruidegom met een mitra gekroond, en als een bruid met juwelen getooid".

    Het orarion voor de diaken, het epitrachilion(stola) voor de priester, symboliseren de uitstorting van de Heilige Geest die zij ontvangen vanuit de hoge. De gordel (alleen gedragen door de bisschop of de priester, zoals ook de volgende gewaden) is het teken van goddelijke kracht  voor hen die hem aandoen. De epimanikia (mouwen) herinneren eraan dat de handen van de celebrant gebonden zijn ten teken van gehoorzaamheid aan God.

  Het epigonation of nabedrennik in de vorm van een ruit, gedragen op de heup, symboliseert het geestelijk zwaard. Het herinnert aan de strijd en de zegepraal over de dood die Christus heeft behaald. Het is een eremerk dat verleend wordt aan sommige priesters. Het felonion bedekt de borst en strekt zich afrondend uit op de rug tot aan de voeten . Het is het teken van de glorie welke de priester omkleedt. Voor de bisschop voegt men er ook nog het omoforion, het kruis, de mitra en de panagia aan toe.

    De celebranten wassen vervolgens de handen en zeggen psalm 25 "Heer, met onschuldigen was ik mijn handen : ik zal rondom Uw altaar gaan, om het geluid der lofzang te horen..."

3 - DE PROSKOMIDIE

    Vervolgens gaan de celebranten naar de Voorbereidingstafel of prothese, die zich aan de linkerzijde van het altaar bevindt. Het is een kleine vierkante tafel waarop zich een kaars bevindt en alle noodzakelijke voorwerpen voor de celebratie van de Heilige Eucharistie.  Deze Dienst van de proscomidie is dus  de voorbereiding van de heilige gaven die bestemd zijn voor het eucharistisch offer. Het herinnert ons aan het enige offer van Christrus, door het geven  van Zijn leven.

    De diaken steekt een kaars aan, hij legt de gaven van brood en wijn op de tafel, ter herinnering aan het laatste maaltijd van Christus, het laatste avondmaal, en terwijl hij dankend een dankgebed uitspreekt voor het offer van Christus. Het brood  is ofwel één groot rond brood, waarop vijf zegels op afgedrukt staan ofwel zijn het vijf prosfora met op elk ervan een zegel in de vorm van een kruis waar tussen de armen van het kruis de letters staan geschreven (JC -NI-KA) "Jezus Christus overwinnaar". Delen van elk van deze prosfora gaan nu geplaatst worden op de disk. Het kubusvormig deel dat zich in het centrum van het brood bevindt wordt eerst door de priester uit het brood gesneden met de lans (=scherp mes in de vorm van een lans), dit deel wordt  "Lam" genoemd, want Christus is geslacht als een lam. Het herinnert ons ook aan het Paaslam uit het Oude Testament, en aan de profetie van  Jesaja bij zijn aankondiging van de lijdende Dienaar. Het zijn trouwens de verzen van deze Profeet die de priester uitspreekt op het moment dat hij het centrale gedeelte uit de prosfora  rond de gestempelde indruk lossnijdt.

   Terwijl hij de vier insnijdingen doet met de lans zegt hij het volgende : " Als een schaap werd Hij ter slachtbank gevoerd. En als een onschuldig Lam, dat voor de scheerder stom blijft, deed Hij de mond niet open. In Zijn deemoed werd Hij veroordeeld. Wie kan Zijn afkomst doorversen ?"

Het Lam is nu losgesneden uit het geheel en wordt omgekeerd (met het zegel naar onder) op de disk gelegd. De priester doet nu een diepe insnijding in kruisvorm, doch zonder het zegel volledig te beschadigen, en dit om dit deel van het brood, in vier delen voor te bereiden voor de communie.

  Hij zegt de woorden : "Geslachtofferd wordt het Lam Gods, Dat de zonden der wereld wegneemt".

   Hij draait vervolgens het deeltje om en doorboort het Lam in de rechterzijde terwijl hij zegt : " Een der soldaten doorstak Zijn zijde met een lans, en terstond vloeide er bloed en water uit. Hij die het gezien heeft getuige daarvan, en zijn getuigenis is waarachtig" (Joh. 19,34-35).

   Deze rite en deze woorden herinneren ons aan de lans die in de zijde van de gekruisigde Christus werd gestoken, en waaruit water en bloed vloeide. Het legt ook uit  wat de betekenis is van de menging van water met wijn , die de priester nu , zegenend in de kelk giet. Daarna  volgt de voorbereiding van de deeltjes voor de "herdenking" die de priester nu zal halen uit de overige prosfora en ze zal leggen rond het Lam, dit in een strenge volgorde.

      Van de tweede prosfora snijdt de priester een deeltje in de vorm van een driehoek, ter ere van de Moeder Gods en plaatst het rechts van het Lam zeggende : "De Koningin staat aan Uw rechterzijde, met een gewaad van goudbrokaat getooid" (Ps.44,10).

   Uit de derde prosfora neemt de priester negen deeltjes die hij in drie rijen naast de linkerkant van het Lam legt. Hij herdenkt hierbij in volgorde de heilige Engelen, de heilige Aartsengelen Michaël en Gabriël en alle hemelse en onstoffelijke krachten, van Johannes de Voorloper, de Profeten, de Apostelen, de Heilige Hiërarchen, van alle heilige martelaren, van de heilige wonderdoende, onzelfzuchtige artsen ( anagyres = genezers), van de heilige, gerechte Grootouders des Heren, van de Heilige Johannes Chrisostomos (wanneer zijn liturgie wordt gevierd), en van alle heiligen.

   Het vierde deel is bestemd voor de levenden. De priester vermeldt eerst de patriarch en de bisschop waarvan hij afhangt, vervolgens de bedienaars en de gelovigen. Hij voegt op deze lijn een deeltje toe welke hij heeft gesneden uit de prosfora die zijn meegebracht door de gelovigen, terwijl hij de namen leest van diegenen die geschreven staan op de lijst van de diptieken.

De diptieken zijn bladzijden of een boekje waar bovenaan deze regels geschreven staan :

Voor de levenden :  "Voor de gezondheid en de rust van de dienaren Gods"

Voor de overledenen :  "Voor de rust van de zielen van de dienaren Gods".

De gelovigen schrijven de namen van de personen die zij willen herdenken hiervoor op een daarvoor bestemd briefje.

   De vijfde prosfora is bestemd voor de afgestorvenen waarbij ook de stichters van de kerk of het monasterie waar de liturgie wordt gevierd , worden herdacht.

De priester eindigt met een deelte toe te voegen aan de lijn van de levenden voor zijn eigen intentie. Alle boven vermelde handelingen worden begeleid  door gebeden die de priester met half luide stem uitspreekt.

Op deze wijze wordt op de pateen gans de verzamelde Kerk  vermeldt rond het Lam :  de vergadering van gelovigen van alle tijden, de heiligen, de zondaars, de levenden en de doden, gans de zichtbare en onzichtbare Kerk, die men de gemeenschap der heiligen noemt.

   Vervolgens geeft de diaken het wierookvat aan de priester, opdat hij dit alles zou zegenen. "Christus, onze God, wij offeren U wierook tot een welriekende geestelijke geur; neem deze aan op Uw hemels altaar, en zend ons daarvoor de genade van Uw alheilige Geest".

De priester neemt de asterisk, en nadat hij het gezegend heeft, plaatst hij het op de pateen zeggend : " De ster kwam, en stond stil boven de plaats waar het Kind zich bevond".(Matt.2,9).

   Het altaar wordt zo tot de grot van Bethlehem, de asterisk verzinnebeelt symbolisch de stralende ster boven de nieuw geborene, en de disk (het bovenste deel van de pateen)stelt de kribbe voor in dewelke het kind lag. In feite beeldt de gehele proscomidie tegelijk op symbolische wijze het begin van Jezus'aardse leven uit.

   Vervolgens bedekt de priester de pateen met het klein velum evenals de kelk, en op de twee samen wordt het groot velum, aër gelegd. Na drie maal de voorbereidingstafel te hebben bewierookt, zegt de priester een gebed voor de aangeboden gaven : "Dat Christus onze waarachtige God, die opgestaan is uit de doden, door de gebeden van Zijn Heilige alreine Moeder, van onze Vader onder de heiligen, de heilige Johannes Chrisostomos, de aartsbisschop van Constantinopel, en van alle heiligen, zich over ons ontferme en ons redde, want Hij is goed en menslievend".

LITURGIE VAN HET WOORD OF LITURGIE VAN DE CATECHUMENEN

De twee belangrijkste liturgieën van de Orthodoxe Kerk

    De liturgie van de heilige Johannes Chrisostomos, de voornaamste die gecelebreerd wordt gedurende het jaar en welke we vooral in deze studie behandelen, alsook de liturgie van Sint Basilios de Grote, zijn de twee belangrijkste liturgieën van de Orthodoxe Kerk. Zij verschillen alleen door de eucharistische canon.

Algemene betekenis van de Goddelijke liturgie

      "Christus is essentieel de Verlosser; Hij is in de wereld gekomen om de zondaars vrij te kopen. De goddelijke liturgie is het mysterie van de verlossing. De Verlossing eist vooreerst, dat men sterft aan deze zondige wereld. Daarom is de liturgie eerst en vooral mysterie van het Lijden. Deze vorm is alleen afgestemd op de menselijke conditie die nog altijd gedomineerd  en bedreigd wordt door de zonde. Deze mensheid moet nog sterven aan de zonde met de Heer,).maar indien zij mystiek gezien dood is, leeft zij ook met Christus voor God., zij is sacramenteel verrezen . Daarom moet de Goddelijke Liturgie het sacrament zijn van de Verrijzenis"(O Casel :  "Doe dit tot mijn gedachtenis",Cerf,Coll.Lex orandi,1962,p.174.)

De Goddelijke liturgie bevat twee delen : de liturgie van het Woord of liturgie van de Catechumenen, die wij nu gaan bestuderen, en de liturgie van de gelovigen, die wij verder zullen zien.

LITURGIE VAN HET WOORD OF LITURGIE VAN DE CATECHUMENEN

Liturgie van het Woord

   "Zoals de Proscomidie overeenkomt met  de aanvang van Christus'leven, met zijn geboorte, alleen geopenbaard   aan de engelen en aan enkele mensen (....) zo is ook de liturgie van het Woord verbonden aan Zijn openbaar leven tussen de mensen, die Hij heeft onderricht door het woord en de waarheid" (Nicolas GOGOL : "meditaties over de Goddelijke Liturgie", DDB. 1952). Gedurende haar verloop, hoort men lezingen uit de Brieven of uit de Handelingen der Apostelen, en het Evangelie. Vroeger trokken de catechumenen, personen die zich voorbereidden op het doopsel, zich terug op het moment van de liturgie van de gelovigen, want zij hadden niet het recht om het " mysterie "bij te wonen, dit wil zeggen tot de communie van het bloed en lichaam van Christus, wat, zoals nu trouwens ook nog, alleen bestemd is voor gedoopten.

1.GEBEDEN VOOR HET ALTAAR

    De liturgie van de catechumenen begint met de aanroeping van de Heilige Geest door de priester,met gedempte stem :  "Koning van de hemel, Trooster, Geest der waarheid, Die overal tegenwoordig zijt en met Wie alles vervuld is, Schatkamer van alle goed, Gever van het Leven : kom en verblijf in ons, zuiver ons van alle smet, en red onze zielen, o Algoede". Dit gebed wordt gebeden om aan te duiden dat de Kerk ook vandaag nog leeft van de komst van de Heilige Geest met Pinksteren. Zij zet de aanwezigheid van God op aarde voort tot aan de tweede glorierijke komst. Elke daad van het christelijk leven begint met dit gebed, opdat de kracht van de Geest ons moge begeleiden.

2. ENARXIS-VOORBEREIDING

Aanvangs doxologie

      De priester houdt het Evangelieboek in zijn twee handen en maakt ermee een kruisteken boven het altaar, terwijl hij met luide stem zingt : " Gezegend zij het Koninkrijk van de Vader, en van de Zoon, en van de Heilige Geest; nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen". Het is door de menswording van de Zoon dat in de wereld de zekerheid van het mysterie van de Drieeenheid is losgebarsten, daarom juist wordt begonnen met de aanroeping van de Drieeenheid en verlicht het begin van elke geheiligde daad. Daarom ook moet elke gelovige, nadat hij zich van alles onthecht heeft, zich meteen plaatsen in het koninkrijk van de Drieeenheid' (N GOGOL , op.cit.). Op deze aanroeping antwoordt het koor : "Amen" met dit woord drukken de gelovigen hun volle instemming uit voor  alles wat gezegd is. Het is méér dan een eenvoudige bevestiging, het is een geloofsbelijdenis.

Eerste grote litanie of ektenie (vredeslitanie)

    Zij begint met een dringende vraag om vrede : "laat ons de Heer in vrede bidden" Het gaat er in de eerste plaats om een innerlijke vrede in zichzelf te bewerkstelligen. Zij die deelnemen aan  de Heilige Liturgie moeten elke onrust uit hun geest bannen (....) Zij moeten zich voor God plaatsen in een staat van rust, vertrouwende aandacht, van concentratie op het "enig noodzakelijke" En dadelijk volgt een tweede vraag :"De vrede waarom we reeds gevraagd hebben is iets anders dan een zielstoestand, een psychologische situatie die door onze inspanningen tot stand is gekomen. Het is een vrede die komt 'uit de hoge'(....) een gave van God (....). Anderzijds erkennen wij dat de goddelijke vrede en het "heil"van onze ziel innig met mekaar verbonden zijn. De vrede is een teken van de  aanwezigheid en de werkzaamheid van de "Heer"in ons. "om vrede voor de gehele wereld en het welzijn van de heilige Kerken Gods, en om EENHEID van allen, laat ons de Heer bidden". "Wij bidden voor de vrede van de wereld(....) en opdat alle mensen zich verenigen in éénzelfde liefde". (Een monnik van de Oosterse Kerk :  "liturgische offerande" coll. Foi vivante, Uitg.Cerf,1988,p.1314.)

Gedurende de ganse liturgie, eindigen de grote en kleine ectenieën met een nagedachtenis van de Moeder van God en van alle heiligen, gevolgd door een gebed in stilte door de priester en een  "ekphonese"(=met luide stem) die dit gebed beëindigt.Het gaat om een uitroep door de priester in de vorm van een lofprijzing tot de Heilige Drieeenheid, een trinitaire doxologie, waarop het koor antwoordt : "Amen"

De drie antifonen : "gescheiden door twee korte ectenieën vormen als het ware het voorportaal dat wij moeten overschreiden voor  men kan binnentreden in het mysterie. De mens kan slechts binnentreden in de Tegenwoordigheid van God, als hij zich op een geleidelijke manier hierop heeft voorbereid." Gedurende de derde antifoon, nl. de zaligsprekingen, knielen de celebranten driemaal voor het altaar, de priester neemt het evangelie en geeft het aan de diaken.

3.DE KLEINE INTOCHT

      De celebranten vertrekken vanuit de noorder- poort van het heiligdom. De diaken als eerste, draagt , omhoog gehouden, het evangelieboek. Hij wordt voorafgegaan door akolieten met een kaars. De processie gaat tot voor de heilige poorten. Zij symboliseert de komst van Jezus zelf, die gekomen is om te prediken onder het volkeren. Het Evangelie vertegenwoordigt het Woord van God. De grote kaars voor het Evangelie symboliseert  "het licht dat in de wereld gekomen is", Christus zelf, Woord van God. De gelovigen buigen voor Hem. Nadat de priester met lage stem een gebed heeft uitgesproken opdat de liturgie in eenheid zou mogen zijn met de hemelse Liturgie, zegent de intrede en kust het Evangelie..

4.GEZANGEN EN LEZINGEN

   Terwijl het koor de troparia en de kondakia van de dag zingt, reciteert de priester met gedempte stem het gebed van het Trisagion, welke de hymne van het trisagion voorafgaat, dat door het koor zal worden gezongen.

Het trisagion

     De hymne driemaal heilig, is een trinitair gebed dat zijn oorsprong vindt in de zang van de engelen die gehoord werd door de profeet Jesaja (Jes.6,18). Meer dan 7 eeuwen later, is hij opnieuw gehoord door de apostel Johannes tijdens de openbaring die hij had in Patmos. (Apoc.4,8).

Dit gebed wordt  gecommentarieerd in de loop van de Vespers van Pinksteren: "Kom volkeren, aanbidden wij de godheid in drie personen, de Zoon in de Vader met de Heilige Geest. Want buiten de tijd, heeft de Vader de Zoon voortgebracht, in eeuwigheid met Hem op dezelfde troon. En de Heilige Geest verheerlijkt met de Zoon, was in de Vader, enige Macht. Enig Zijn, Enige Godheid, die wij allen aanbidden en zeggen : Heilige God die het universum schiep door de Zoon en in samenwerking (synergie)met de Heilige Geest, Heilige sterke, door wie wij de Vader hebben gekend en door wie de Heilige Geest gekomen is in de wereld, Heilige onsterfelijke, Geest-trooster die voortkomt uit de Vader en rust in de Zoon, heilige Drieeenheid, glorie aan U"

Ceremonie van de troon en Lezingen

    Voor de proklamatie van het prokimenon, nodigt de diaken de priester uit om de troon  van de bisschop te zegenen. Vervolgens, nadat de diaken onze aandacht heeft gevraagd, zingt de lector, midden de Kerk het prokimenon en leest de lezing van de Apostel van de dag. Tijdens deze lezing en tijdens het Alleluia die daarop volgt, bewierookt de diaken het altaar, het heiligdom, de ikonostase en het volk, "aldus de komst van het Woord voorbereidend, goddelijke tegenwoordigheid, en om ons eraan te herinneren dat voor het aanhoren van de Evangelische woorden een zuivering van het hart noodzakelijk is"

Homelie

   Na de lezing van het Evangelie houdt de priester een homelie. Gedurende deze homelie opent de Heilige Geest, door tussenkomst van de priester, de geest van de gelovigen "tot inzicht van de lezingen". Zij is dus geen eenvoudige uitleg van het Woord dat zojuist gelezen werd, maar wél de prediking van het Evangelie zelf. Door ernaar te luisteren zouden wij hetzelfde moeten ervaren als de leerlingen van Emmaüs : " Brandde ons hart niet in ons toen Hij tot ons sprak en ons de schriften opende ?".

4.GEBEDEN VOOR DE GANSE KERK

  Nu nodigt de diaken het volk uit om te bidden. De priester van zijn kant bidt met zachte stem, bij zichzelf , dat de gebeden van de gelovigen aanvaard mogen worden door God. Vervolgens, spreekt hij met luide stem de eind-doxologie uit, hij betrekt hen ook bij deze lofzang voor God. "Welk is het gebed van het volk, dat bijzonder opportuun is na het Evangelie ? Het is het gebed voor hen die trouw zijn aan het Evangelie, voor hen die de volheid van Christus uitgedrukt in het Evangelie navolgen", (Sint Nicolas CABASILAS :" Explication de la Divine Liturgie",coll. Sources Chrétiennes n° 4 bis,éd.Cerf,1967,p.159)

Het antimension

  Gedurende dit gebed ontvouwd de priester het antimension op het altaar. "Het antimension is een doek dat reliquiën bevat en gewijd is door de bisschop. Het is een draagbaar altaar. Het herinnert ons eraan dat de Kerk op pelgrimstocht is hier op aarde, op uittocht. Ze kan zich niet definitief vestigen. Haar ware vaderland is het Nieuwe Beloofde Land, het Rijk der hemelen waarnaar zij op weg is. Op het antimension is de graflegging van Christus uitgebeeld, om ons eraan te herinneren dat het altaar het heilig Graf voorstelt, van waaruit Christus is verrezen om zijn licht uit te doen stralen over het ganse universum.

De liturgie van het woord eindigt met een gebed en wegzending van de catéchumenen.

DE LITURGIE VAN DE GELOVIGEN

   Het tweede gedeelte van de liturgie wordt genoemd : Liturgie van de gelovigen. Daarom begint ze met een uitnodiging door de diaken, gekeerd naar het altaar, tot hun intentie : "Gelovigen, laat ons nogmaals en nogmaals de Heer in vrede bidden". De gelovigen die het volk van de gedoopten vertegenwoordigen, worden door het gemeenschappelijk gebed opgeroepen om zich voor te bereiden op de eucharistische offerande. Vroeger bleven de poorten van de Kerk gesloten, om aan te duiden, dat de Kerk niet meer van deze wereld is, zij is het lichaam van Christus. Nochtans, als ze zich afzondert van de wereld, dan doet zij dit voor de wereld, teneinde het offer van Christus "voor allen en voor alles" te brengen, zoals het lang gebed van de anaphora ons duidelijk maakt.

1.GEBED VOOR DE GELOVIGEN

   De liturgie van de gelovigen begint met twee gebeden uitgesproken door de priester. Zij worden elk voorafgegaan door twee korte ektenieën gezegd door de diaken. In het eerste gebed vraagt de priester Gods genade voor zichzelf en voor de andere celebranten, om het Heilige Offer van de Eucharistie waardig te kunnen opdragen. In het tweede gebed  bidt hij speciaal voor de gelovigen, opdat zij waardig geoordeeld zouden worden om deel te nemen aan de Heilige Mysterieën.

2.DE GROTE INTREDE

    De grote intrede is één van de meest plechtige momenten van de Liturgie.Zij wordt gekenmerkt door een grote bewieroking, de processie van de offergaven en door de Cherubijnenzang.

Handelingen en gebeden van de celebranten

    De priester begint met een gebed dat speciaal voor hem is bestemd. Het is het enige gebed van gans de Liturgie dat de priester voor zijn eigen intentie uitspreekt, en niet voor al diegenen die de kerkelijke gemeenschap uitmaken : " Daarom roep ik tot U, alleen  Goede, die bereid zijt naar ons te luisteren : zie neer op mij, Uw zondige en nutteloze dienaar ; reinig mijn ziel en mijn hart van slechte gedachten; en stel mij, die Gij door de kracht van Uw Heilige Geest met het priesterschap hebt bekleed, in staat hier voor uw Heilig Altaar te staan, om Uw heilig, smetteloos lichaam en kostbaar bloed te offeren. Met gebogen hoofd kom ik tot U, en ik smeek U : wend Uw aangezicht niet van mij af, en verstoot mij niet uit het getal van Uw dienaren. Veroorloof mij, zondige en onwaardige dienaar, U deze gaven aan te bieden".Vervolgens richt de priester zich tot Christus om te bevestigen, dat de gaven die naar het altaar zullen gebracht worden, offeranden  zijn die door Christus Zelf zijn tot stand gebracht : "Gij, Christus onze God, zijt het immers Die offert en geofferd wordt, Die ontvangt en ontvangen wordt". Wij kunnen deze offerande offeren, omdat Christus zelf als offerande is geofferd éénmaal voor allen, en dat zijn offer ook het onze bevat. Het is omdat de priester bekleedt is met het priesterschap van Christus dat hij alleen het sacrament van de Eucharistie kan uitvoeren. Hij dient niet de scheiding van de bijeenkomst, maar zijn eenheid met haar.te bewerkstelligen.Daarom vraagt de priester om bijstand en te worden "bekleed met de kracht van de Heilige Geest"

De grote bewieroking

   Na dit gebed doet de priester, voorafgegaan door de diaken met een brandende kaars in de hand, de grote bewieroking van het altaar, het heiligdom en vervolgens van de ganse kerk.Ondertussen reciteert hij psalm 50, en de troparia van berouw. Terug in het heiligdom en na de bewieroking van het altaar, doen de celebranten drie grote buigingen (metanieën) voor het altaar en kussen het na de tweede buiging. Vervolgens, richten zij zich tot de gelovigen, buigen voor hen en gaan naar de prothesis. De priester neemt de aër weg die de disk en de kelk bedekt, en legt het op de schouder van de diaken. Deze ontvangt de disk uit de handen van de priester, die zelf de kelk neemt.

De processie

   Nu begint de processie met de gaven ,die in processie rondom het schip van de kerk worden gedragen. De celebranten blijven "voor de heilige deuren staan, naar het volk gekeerd. De priester vraagt aan de heer de Herders van de Kerk in herinnering te brengen, de regeerders, de stichters van de plaats waar de Liturgie plaatsvindt, de overledenen en alle orthodoxe christenen. Deze plechtige intrede, begeleid door de akolieten met kaars en de tweede diaken die de heilige gaven bewierookt gedurende de processie, betekent ook onze eigen opgang naar het Koninkrijk van God.

De Cherubijnenzang

   Vanaf de gebeden en de bewieroking die de intredeprocessie voorafgaan zingt het koor de Cherubijnenzang : '" Wij die in dit mysterie verzinnebeelden de Cherubijnen, en die zingen d'hymne driemaal heilig aan de levenschenkende drieeenheid. Stellen wij nu ter zijde alle zorgen van deze wereld"

" Het gebed van de kleine intrede riep de intrede van de engelen op in eenheid met ons. In de grote  intrede doen wij méér. Wij verklaren dat wij op mysterieuze wijze, door een goddelijke genade, figuren, vertegenwoordigers van de engelen geworden zijn". (Une moine de l'Eglise d'Orient, L'offrande liturgique, coll.Foi Vivante, édit. Cerf,1988,p31)

Met hen verheerlijken wij de Heilige Drieeenheid want "zie, de Koning der koningen en de Heer des heren, Christus onze God, gaat op weg om geofferd te worden en als voedsel gegeven te worden aan zijn getrouwen.. Daarom moeten wij in dit transformerend ogenblik alle zorgen van de wereld van ons afwenden, ons ontdoen van alles wat ons van God afhoudt."(Idem, Op.cit. p.31).

Wanneer priester en diaken het heiligdom binnentreden, zingt het koor opnieuw : "Om te ontvangen de Koning van het heelal, onzichtbaar begeleid door Zijn lijfwacht van Engelenscharen.Alleluia,Alleluia,Alleluia !".

3.DE INTREDE VAN DE HEILIGE GAVEN

   "De intrede van de heilige gaven in het heiligdom symboliseert het leggen van het Lichaam van Christus in het heilig Graf. Daarom worden de heilige poorten gesloten. Het roept eveneens de intrede van Christus , onze Hoge-priester op in het hemels heiligdom". De priester  zet  het brood en de wijn op het altaar en offer ze aan God op,  om eraan te herinneren dat het Lichaam van de Heer in het graf werd gelegd als op een altaar en opgedragen als een offer voor het heil van de wereld. Vervolgens neemt de priester het doek van de kelk en de disk en legt het opgeplooid op het altaar. Hij neemt vervolgens de aër van de schouder van de diaken, bewierookt het en bedekt de heilige gaven, zeggende :" De rechtvaardige Jozef nam Uw allerzuiverst Lichaam van het Kruis. Hij wikkelde het in een zuiver linnen doek met reukwerk en legde Het in een nieuw graf".

4.EKTENIE

   De diaken verlaat door de noorderpoort het heiligdom om zich op te stellen voor de Heilige Poorten, gekeerd naar de ikonostase.Terwijl hij zijn stola met de rechterhand omhoog houdt, zegt hij een lange ektenie. Vervolgens gaan de Heilige Poorten open, de priester spreekt de  "ecphonese" van het gebed uit en zegt :  "Vrede aan allen". Het koor antwoordt : "En met Uw Geest".

5.DE VREDESKUS

     De diaken roept uit : " Laat ons elkander beminnen, om in éénheid te belijden".

Het koor zingt : "De Vader, de Zoon en de Heilige Geest; de één-wezenlijke en ondeelbare Drievuldigheid" Dit liturgisch element van de vredeskus werd vroeger gedeeld met alle aanwezigen, terwijl heden alleen de priesters en de diakens elkaar een akkolade geven zeggende : "Christus is in ons midden". Terwijl de aangesprokene antwoordt : "Hij is, en zal zijn". Deze liefde die ons gevraagd wordt te delen is radicaal nieuw. Want Christus beveelt ons aan niet alleen mekaar te beminnen, maar ook onze vijanden. Deze laatste aanbeveling, die irrealistisch lijkt,werd nochtans gegeven aan elke mens dank zij de genade van de menswording van Jezus Christus. Hij heeft ons werkelijk deze totale liefde geopenbaard. Zij is vervat in de natuur van God zelf, door zijn leringen, door zijn daden, en die uiteindelijk zijn hoogtepunt heeft bereikt in Zijn vrijwillig offer aan het kruis, waar Hij bad voor zijn beulen. In Zijn voetspoor hebben de heiligen het bewijs geleverd van dezelfde liefde voor de vijanden, zoals de heilige Stefanus de proto-martelaar, die toen hij gestenigd werd bad voor zijn beulen.Zo ook de heilige Silouan van de berg Athos wiens gebed voor de wereld ook zijn vijanden inhield. Zo hebben alle heiligen getuigenis afgelegd door hun leven en hun werken opdat dit bevel voor een totale liefde zou werkelijkheid worden. Zo ontvangt elke mens die met Christus verenigd is deze Liefde, ze  groeit in hem en hij kan op zijn  beurt deze Liefde doorgeven aan anderen.  "Daaraan zullen allen erkennen dat gij Mijn leerlingen zijt, als gij liefde voor elkaar hebt". Alleen door de Liefde van Christus waarmee we bekleed zijn maakt ons tot broeders in Christus.   "De vredeskus is eveneens geplaatst op dit moment van de Liturgie, voor het begin van het Offer, om te gehoorzamen aan de oproep van de Heer, ons met onze broeders te verzoenen voordat wij onze offerande aanbieden".

6.GELOOFSBELIJDENIS

    Voor de lezing van de geloofsbelijdenis,spreekt de diaken volgende woorden uit : "De

Deuren ! de Deuren ! : laat ons in wijsheid aandachtig zijn". 'Deze acclamatie richtte zich vroeger tot de portiers die erover moesten waken, dat geen enkele heiden de kerk zou binnenkomen. Zij richt zich vandaag tot alle gelovigen opdat zij de poorten van hun hart zouden bewaken en zouden beschikbaar zijn voor de volmaakte liefde, tegen elke aanval van de vijand. Dat alleen Gods tegenwoordigheid er zou wonen. De Heer heeft ons in het Evangelie bevolen om de deur van onze kamer gesloten te houden en in het verborgene te bidden. Wij zijn uitgenodigd om  "sommige deuren van ons hart" te sluiten. "Laat ons aandachtig zijn !", zegt de tekst van de Heilige Liturgie. Dat wij open en waakzaam zouden zijn voor de woorden en de ingevingen die van God komen. De Heer richt tot elkeen de zin die hij uitsprak over de zieke  "Efeta ! open-U" (Op.cit.,p36).

 "Gedurende het zingen van de geloofsbelijdenis waait de priester met de aër die de kelk bedekt over het brood en de wijn . Dit waaien met de aër boven het brood en de wijn wordt beschouwd als het symbool van  de adem van de Heilige-Geest, van de wind die het huis vervulde met Pinksteren. Ondertussen wordt de geloofsbelijdenis gezongen.Welnu, men kan het christelijk geloof niet belijden indien op hetzelfde moment, de Heilige Geest niet over ons waait. Indien de bezieling van de Heilige Geest afwezig is, dan kunnen we wél volmaakte formules lezen, maar de ritus zal een dode, steriele ritus blijven.Moge de Heilige-Geest de woorden die wij zeggen, komen  bezielen en levendig maken' (Op.cit. p37). In de primitieve Kerk en ook nog vandaag, voltooit de geloofsbelijdenis de voorbereiding van de catechumenen en hun doop-intrede in de Kerk. Sedert de VIe eeuw, is  zij in de Liturgie binnengebracht om duidelijker de band te benadrukken tussen  de eenheid van geloof van allen die deel uitmaken van de Kerk, en de vervulling ervan door de Eucharistie. "Wij allen hebben deel aan het ene Brood en de ene Kelk. Doe ons één worden met elkander in de Gemeenschap van de ene Heilige Geest". (Eucharistisch gebed van Sint Basilios).

 "De tekst van het Credo is een ikoon van de Drieeenheid, het leert ons om de Ene en driemaal heilige God te aanbidden".Door de geloofsbelijdenis te be-mediteren, drukken wij het in onze harten, zodat het onze adem mag worden. Door te zeggen :  "ik geloof" druk ik mijn vrije en persoonlijke aanhankelijkheid uit aan het christelijk geloof. Maar tegelijk neemt iedereen deel aan het geloof van de ganse Kerk. Door onze belijdenis zijn wij verenigd met God en met de christenen van geheel de wereld, van alle eeuwigheid en alle tijden, voor alle eeuwen der eeuwen". (Le Credo de Nicée-Constantinople, catéchèse orthodoxe, éd.du Cerf 1987, 4ème de couverture). Het Credo, nadat het eerst de enige God heeft beleden, verklaart ons vervolgens de drie Personen van de Drieeenheid. De Vader, Eerste Persoon van de Drieeenheid, is de enige bron van de godheid, Hij is het princiepe van eenheid van de drie goddelijke Personen en de schepper van alle dingen.. De Zoon, Tweede Persoon van de Drieeenheid deelt de eeuwigheid met de Vader, geboren , niet geschapen, Hij is de bewerker van de  schepping :  door zijn menswording, door Zijn vrijwillig lijden, door zijn Verrijzenis en hemelvaart. Hij is de verlosser van het menselijk geslacht en wij wachten op Zijn definitieve wederkomst. De Heilige Geest, Derde Persoon van de Drieeenheid die voortkomt uit de Vader is  "consubstantieel" (= van dezelfde substansie) met de Vader en de Zoon en deelt dus hun eeuwigheid, Hij is het die leven geeft aan alle dingen. Vervolgens belijden wij ons geloof in het mysterie van de Kerk, die, zoals Christus god-menselijk is en gesticht door Hem. En in één doopsel, want het doopsel is onuitwisbaar. Wij bevestigen eveneens ons geloof in de verrijzenis van de doden waarvan de Verrijzenis van Christus het vertrekpunt  is, en in het toekomstige leven, 't is te zeggen, in het eeuwige leven.

7.DE  EUCHARISTISCHE CANON OF ANAPHORA

Algemeen

   De verschillende delen van de liturgie welke wij reeds gezien hebben : kleine intrede, lezingen, grote intrede, geloofsbelijdenis,  vormen een opwaardse lijn naar dit belangrijkste deel van de Liturgie, die wij  "eucharistische canon of anaphora" noemen. De term  "eucharistische canon" komt ven het grieks :  "canon" wat regel of wet betekent, en  "eucharistie" wat  "dankzegging" betekent. De eucharistische canon bevat een vaste structuur - vanuit vastgelegde regels. Het griekse woord anaphora betekent   "verheffing". De anaphora is een  "verheffing", een aanbieding : de gelovigen bieden hun offer  aan, maar tegelijk bieden zij ook zichzelf aan God aan, opdat als antwoord hierop God zijn Heilige-Geest zou zenden over hen en de gaven.

Structuur

    De structuur van dit gebed vormt een geheel met een diepe eenheid. Zij komt overeen met de drie zegeningen (berakoth) die Israël deed na de joodse maaltijd.Het is dit dankgebed dat Christus heeft uitgesproken de avond van Heilige Donderdag na het brood en de wijn te hebben genomen. De drie delen van dit gebed bekleden tegenwoordig in de Kerk een trinitair karakter : Het eerste deel is een gebed van dankbaarheid voor de schepping is tot de Vader gericht. Het tweede gebed is een dankbaar gedenken (anamnese) voor het  verlossend en bevrijdend  werk van de Zoon. Het derde deel is een smeekbede of  aanroeping, of epiklese voor de nederdaling van de Heilige Geest, opdat  wij door Hem de  "volheid van het Rijk" zouden ontvangen (Dit onderscheid in drie delen is genomen uit  "Dieu est vivant", éd.du Cerf.p321).

Verloop

         De anaphora begint met een  oproep door de diaken :  "Laat ons eerbiedig staan; laat ons met vreze staan; laat ons aandachtig zijn om het Heilig Offer in vrede op te dragen".  De diaken doet een oproep tot ons, opdat wij ons  in onze verhouding tot God zouden gedragen zoals het hoort :  met godsvrucht en heiligheid, vrees en  grote eerbied, spirituele houdingen van innerlijke vrede bereid om God te loven.

Het koor antwoordt :  " Gift van vrede, een offer van lof". Niet alleen offeren wij in vrede, het is de vrede zelf welke wij offeren bij wijze van het huidige en het tweede offer. Want wij offeren de barmhartigheid  aan Hem die gezegd heeft : " Ik wil barmhartigheid en niet het offer", welnu, de barmhartigheid is een vrucht van een vaste en waarachtige vrede. Want wanneer geen enkele passie meer de ziel vertroebelt, staat niets  meer in de weg om te worden vervuld met barmhartigheid. Maar (wij offeren) ook een  "offer van lof" (St.Nicolas Cabasilas,op.cit.p.171).

De priester gaat nu naar het ambon en geeft de zegen, zeggend : "De genade van onze Heer Jezus Christus, de liefde van God de Vader en de gemeenschap van de Heilige Geest zij met u allen". Deze trinitaire formule van sint Paulus (II Kor.13,13) die hier gebruikt wordt, is niet de formule die gewoonlijk gebruikt wordt om de drie personen van de Heilige Drieeenheid onder woorden te brengen. Hier begint de zegening met een aanroeping van Christus, een mededeling van Zijn genade. Dit, omdat de genade ons gegeven wordt door Christus, en omdat Hij het is die ons de liefde van de Vader openbaart, en ons de Heilige Geest meedeelt. Na deze zegening antwoordt het koor :  "En met uw Geest". De priester :  "Omhoog de harten". Het koor : "Wij heffen ze tot de Heer". Door dit antwoord is de verheffing, de aanbieding (anaphora) reeds geopenbaard. Deze aansporing, om onze harten hoog te houden herinnert ons eraan dat de vervulling van de eucharistie zich niet voltrekt op aarde maar in de hemel. Als ledematen van de verrezen Christus zijn wij met Hem reeds gezeten aan Gods rechterhand.  "God, die rijk is aan erbarming, heeft om zijn grote liefde, waarmee Hij ons heeft liefgehad, ons, hoewel wij dood waren door de overtredingen mede levend gemaakt met Christus(....)en heeft ons mede opgewekt en ons mede een plaats gegeven in de hemelse gewesten, in Jezus Christus" (Ef. 2,4-6). De priester :  "Laat ons de Heer de eucharistie opdragen". Het koor : " Het is recht en waardig" (te aanbidden, de Vader en de Zoon en de Heilige Geest, Drieeenheid eenwezenlijk en ondeelbaar).(Dit deel tussen haakjes is soms weggelaten).

8. HET EUCHARISTISCH GEBED

    Wanneer de priester terug in het heiligdom is begint het eucharistisch gebed. In dit gebed van dankzegging, drukken wij onze erkentelijkheid uit tegenover God  "voor alles". Wij gedenken alles wat Hij voor ons gedaan heeft.  "Gij hebt ons uit het niets tot het zijn gebracht". Hij heeft de mensheid verlost na de val. Hij houdt niet op om ons te helpen het komende Rijk te bereiken..  "Voor dit alles danken wij U en Uw eengeboren Zoon en Uw Heilige Geest, voor alle aan ons bewezen weldaden, die wij kennen en die wij niet kennen, de zichtbare en de onzichtbare".Voor al deze aan ons bewezen weldaden, elke dag opnieuw en in een oneindigheid van vormen.

"Maar onze dankzegging wordt duidelijker, wordt direkter en konkreter ": "Wij danken U ook voor deze eucharistie, die Gij uit onze handen wilt aanvaarden, terwijl Gij toch beschikt over duizenden Aartsengelen en tienduizenden engelen...".

Een waardevoller aanbidding zou kunnen geofferd worden aan God door de hemelse krachten. Maar God aanvaardt wat wij Hem aanbieden met onze zondige handen. (Une moine de l'Eglise d'Orient,op.cit.p.41-42). Door deze woorden van dankzegging, erkennen wij ook het werk van de Schepper, wij drukken Hem onze erkentelijkheid uit. Wij zijn schepselen die, dankzij het offer van Christus, geroepen en in staat zullen worden gesteld om de wereld te transfigureren en zelf gedeifieerd en "deelgenoten van de goddelijke natuur" te worden (St.Gregorius Palamas).

Eenmaal deze roeping van de mens tot uiting gebracht is, zullen wij ons ook bewuster worden van onze zondige natuur. Nochtans zijn wij in staat om het te erkennen, wij hebben toegang tot de Vader en zijn deelgenoten van het komende Koninkrijk :"Gij hebt onophoudelijk alles gedaan om ons in de hemel te leiden en ons Uw komend Koninkrijk te schenken". De priester beëindigt het gebed met deze vier woorden :"Zingend, roepend, luid jubelend en zeggend". Doorheen deze vier termen heeft de christelijke traditie een zinspeling gezien op de roep van de vier "levenden" in het visioen van Ezechiël (Ez. 1,6vv) en de Apocalyps (Apoc.4,67), die tegelijk de Machten der engelen symboliseren die de schittering van Gods glorie uitdragen naar de vier windstreken ,dit wil zeggen, over de ganse kosmos, en de vier Evangelisten die de boodschap van het Woord uitdragen tot de uiteinden der aarde. Het is daarom, dat de diaken, terwijl de priester deze formule uitspreekt, een kruisteken maakt door met de asterix, die de heilige gaven bedekt, de boord van de disk op vier plaatsen aan te raken.

Nu zingt het koor de Cherubijnenzang : "Heilig,heilig,heilig is de Heer Sabaoth. Vol zijn hemel en aarde van Uw heerlijkheid, hosanna, hosanna in de hoge. Gezegend Hij die komt in de Naam des Heren : Hosanna in den hoge".

"De triomfantelijke cherubijnenzang, die door de profeten gehoord werd tijdens hun heilige visioenen en in haar geheel hernomen wordt door het koor, zet de gelovigen in gebed op weg naar de onzichtbare hemel" (Nikolas Gogol.op.cit).

9. DE ANAMNESE

   Anamnese is een grieks woord en betekent:  "gedachtenis, herinnering, een daad waardoor een voorbije gebeurtenis terug aktueel wordt, niet alleen ter gedachtenis van de mensen, maar ook van God".

Het verhaal van het Laatste Avondmaal dat nu volgt, zal het verhaal zijn van de instellingswoorden, dit wil zeggen, dat wat Jezus gedaan heeft op de vooravond van  Zijn dood. Dit verhaal vinden wij in de Evangeliën van de heilige Mattheus (26,26-28), van  de heiligeMarcus (14,22-25) en van de heilige Lucas(21,19-20), alsook bij  de  heilige Paulus (II Kor.,23-25).

De priester:  "Met deze zalige krachten, menslievende Meester, roepen ook wij en zeggen :

Heilig zijt Gij, Alheilig :

Gij en Uw eengeboren Zoon, en Uw Heilige Geest.

Heilig zijt Gij, Alheilig;

En hoogverheven is Uw heerlijkheid.

Zozeer hebt Gij Uw wereld liefgehad, dat Gij Uw

Eengeboren Zoon gegeven hebt,

Opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren ga

Maar eeuwig Leven hebbe.

Hij is gekomen en heeft heel de Heilseconomie

voor ons voltooid.

In de nacht, waarin Hij voor ons werd overgeleverd,

Of veeleer waarin Hij zichzelf overleverde voor het

Leven der wereld,

Nam Hij brood in Zijn heilige en vlekkeloze reine handen,

Dankte, zegende, heiligde , brak het,

En gaf het aan Zijn heilige Leerlingen en Apostelen,

Zeggend :

Neemt en eet, dit is Mijn lichaam,

dat voor U gebroken wordt,

tot vergeving der zonden."

Tegelijk toont de priester het brood met de rechterhand. Het koor antwoordt :"Amen"

Vervolgens naar de kelk wijzend, zegt de priester :

"Evenzo de Kelk na het Avondmaal, zeggend :

Drink allen hieruit : dit is mijn bloed

van het nieuw verbond, dat voor u

En voor velen vergoten wordt

tot vergeving der zonden".

Opnieuw antwoordt het koor met "Amen"

"Door het offer van brood en wijn wordt Jezus Christus tot offerande van zijn opoffering.. Hij stelt zich in de plaats van alle mens- en zoenoffers(Hebr.9,11-28).Zoals Abraham,toen hij op de proef werd gesteld, een altaar oprichtte en zijn zoon aan God had geofferd (Gen.22,1-18), zo offert  Jezus Zichzelf aan Zijn Vader.Het offer van het Kruis is van alle eeuwigheid, ontvangen en aanvaard door de Vader, voor het leven van de wereld".(Catéchèse orthodoxe,t2,la résurrection,éd.Cerf,p101).Wij begrijpen beter waarom in onze Kerken het altaar en het kruis zijn verenigd. Het is de Heilige Geest ontvangen in de Kerk met Pinksteren, die ons toelaat om op onze altaren de eucharistische maaltijd en het offer van het Kruis te verenigen, en dit in het licht van de Verrijzenis van Christus.

Nu gedenkt de priester alles wat Jezus voor ons heeft gedaan : "Dit verlossend gebod indachtig, stellen wij nu tegenwoordig alles wat voor ons geschied is : het Kruis, het Graf, de Opstanding op de derde dag, de Hemelvaart, de Troon ter rechterzijde, en de Wederkomst in heerlijkheid"." Gedurende de Goddelijke Liturgie participeren wij niet alleen  aan het unieke offer van de Redder maar ook aan zijn Verrijzenis, aan Zijn Hemelvaart en aan Zijn glorierijke wederkomst op het einde der tijden"."Het is kenmerkend, schreef de Archiemandriet Cyprianus, dat de herdenking zich uitstrekt over alle tijden, en niet allen over het verleden. In de eucharistische herdenking vermengen zich de grenzen van verleden, heden en toekomst. De eucharistische dienst, in woorden en onbloedig, staat buiten de tijd, niet onderworpen aan de wetten van onze zintuigelijke waarnemingen en van onze logica. Wij brengen in onze liturgie zelf de toekomst in gedachten".(Evkaristia, Ymca Press,1946,pp230-231)

Vervolgens beëindigt de priester met : "Offeren wij het Uwe, genomen uit het Uwe, namens alles en voor alles". Deze laatste uitgesproken woorden zijn de eigenlijke anaphora, 't is te zeggen de offerande welke de celebrant opdraagt aan God, uit dankbaarheid  voor het offer van Christus, in gehoorzaamheid aan dit bevel alsook uit dankbare erkentelijkheid (Doe dit tot Mijn gedachtenis).

Op het moment dat deze woorden worden uitgesproken kruist de diaken de handen en neemt de disk in de rechterhand en de kelk in de linker, hij houdt ze omhoog terwijl hij er een kruisteken mee maakt boven het altaar,.Ondertussen zingt het koor :  "Wij prijzen U, wij loven U.Wij danken U, onze Heer. Wij danken U, onze God. Wij loven U, onze Heer.Wij bidden U,onze God.".

10. EPIKLESE

   De anaphora wordt beëindigd met de epiklese. Het is een grieks woord dat "aanroeping" betekent. Het gaat er in werkelijkheid om, dat de priester aan de Vader vraagt om Zijn Heilige Geest te zenden "over ons en over deze neergelegde gaven", en  van dit brood en deze wijn het lichaam en bloed van Christus te maken.

De Liturgie is vanaf het begin doordrongen van de vraag aan God, Zijn Heilige Geest te zenden, opdat Hij de gaven en hen die ze zullen ontvangen zou transfigureren.  "De transformatie van het brood en de wijn in het Lichaam en Bloed van Christus is geen magie, door de priester voltrokken. De tekst van de Liturgie zegt : "..Ze herscheppend door Uw Heilige Geest". Deze verandering, als antwoord van God op ons gebed, is geen doel op zich. Het is uitgevoerd "opdat zij voor hen die ze ontvangen, worden tot reiniging van hun ziel" en ook "tot gemeenschap met Uw Heilige Geest". Alles gebeurt door de Heilige Geest en in de Heilige Geest" (Une moine de l'Eglise d'orient, op.cit.p48).

Inderdaad "de materie is niet ongevoelig voor de actie van de Heilige Geest, en de communie van het brood en de wijn zouden geen enkele betekenis hebben, indien deze gaven  niet zouden veranderd zijn door de werking van de Geest in Lichaam en Bloed van de Verrezen Christus".(God is levend, op.cit.p.326).

Er is nog een belangrijke opmerking. De priester heeft gezegd , "Zend Uw Geest over ons en over deze gaven..." Hij heeft niet gevraagd dat de Geest eerst over de gaven komt, maar eerst over ons. Dat is het moment van Pinksteren in de Eucharistische Liturgie. De Geest komt in ons hart voordat Hij komt in de materiële elementen, brood en wijn, objecten van de offerande en de consecratie". (Un moine de l'Eglise d'Orient,op.cit. p.4 )  "Ook geloof ik, dat dit Uw vlekkeloos lichaam is, en dat Uw kostbaar Bloed "; zeggen wij later in het gebed vóór de communie. Maar "het doel van de eucharistie is niet om het brood en de wijn te transformeren, het doel is te communiceren met Christus die ons voedsel is geworden, ons leven ; het is de manifestatie van de Kerk als Lichaam van Christus". (Alexander Schmemann, l'Eucharistie du Royaume,p.250).

De liturgie van de Heilige Basilios is zeer duidelijk hierover : "Wij allen hebben deel aan het ene Brood en de ene Kelk. Doe ons één worden met elkaar in de Gemeenschap van de Heilige Geest" (Volgens sommige russische gebruiken zegt de priester na "wij zingen U" drie maal met zachte stem, de handen opgeheven, een voorafgaand gebed van aanroeping van de Heilige Geest :"Heer, die op het derde uur, Uw Heilige Geest hebt gezonden over Uw apostelen, ontrek ons niet aan uw goedheid , maar hernieuw ons, wij die U smeken".En de diaken zegt als antwoord verzen uit psalm 50 :  "Schep in mij een rein hart, o God, en vernieuw in mijn binnenste een vaste geest.Verwerp mij niet voor Uw aangezicht, en neem Uw Heilige Geest niet van mij weg").

Na deze voorbereiding op de epiklese, zegt de priester met luide stem "Wij offeren U deze onbloedige Logosdienst; wij roepen Uw hulp in; wij bidden en smeken U : Zend Uw heilige Geest neer over ons en over deze voor U neergelegde gaven". De diaken wijst het Brood aan en zegt "Zegen, Vader, het heilig brood". De priester zegent het Brood "En maak dit brood het kostbaar lichaam van Uw Christus".De diaken, dikwijls met het koor en dikwijls ook allen samen zeggen :  "Amen". Vervolgens ,de kelk aanwijzend, zegt de diaken :  "Zegen, Vader de heilige Kelk". De priester zegent hem en zegt :  "En wat in deze kelk is, het kostbaar bloed van uw Christus". De diaken vervolgens alleen (of..zie hierboven) : "Amen". De diaken wijst vervolgens het Brood en de wijn aan : "Amen.Zegen ,Vader,beide". De priester maakt dan een kruis-teken "ze herscheppend door uw Heilige Geest". En terug de diaken alleen (of...zie hierboven) : "Amen.Amen.Amen". De priester vervolgens : "Opdat zij voor hen die ze ontvangen, worden tot reiniging van hun ziel, tot vergeving der zonden,tot gemeenschap met Uw Heilige Geest, tot volheid van het Koninkrijk der hemelen, tot vrijmoedigheid tegenover U, maar niet tot vonnis of veroordeling. Ook offeren wij U deze logosdienst voor hen die in geloof ontslapen zijn : Voorvaderen, Vaderen, Patriarchen, Profeten, Apostelen, Predikers, Evangelisten, Martelaren, Belijders, Asketen, en voor elke gerechte geest, die in het geloof tot volkomenheid gekomen is". De priester betrekt in zijn dankzegging de ganse Kerk : de overledenen en de levenden, met een bijzondere plaats voor de Moeder Gods, zij die de "Geïncarneerde Tempel was en die de Kerk roemt als eerbiedwaardiger dan de Heiligen en zelfs dan de hemelse machten"(De Goddelijke liturgie van de Heilige Johannes Chrisostomos, éd.Cerf,p.67). De priester bewierookt het altaar en de heilige gaven en herdenkt de Moeder van God:  "Vooral voor onze alheilige, ongerepte, hooggezegende, roemrijke Koningin Godsmoeder en altijd-maagd Maria". Het koort antwoordt met een lofzang tot de moeder Gods " O waarlijk passend is het u zalig te prijzen, o moeder Gods.Zalig geprezen en ongeschonden moeder van onze God.Gij eerbiedwaardiger dan de cherubijnen en onvergelijkelijk glorierijker dan de serafijnen.Die zonder smet God, het Woord heeft gebaard. Gij waarlijk moeder van God, u roemen wij"  De priester  gaat nu verder met de herdenking van de Heiligen en voornamelijk de heiligen van de dag, de overledenen en alle levenden. "Dan besluit de priester :  "En gedenk hen die ieder in zijn gedachten heeft", en het koor antwoordt :  "En allen, en allen".  Bekijken we goed wat deze zin inhoudt. Hij drukt de universaliteit uit van het gebed van de Kerk en ons persoonlijk gebed. Wij sluiten niemand uit van ons gebed. Wij openen onze armen, wij strekken ze uit naar al onze noden, naar al onze tegenspoed. Aan u behoren allen en alles toe, wij verenigen ons met elkaar" (Une moine de l'Eglise d'Orient, op.cit.,p. 54).

De priester spreekt ten beste voor alle menselijke noden en het eucharistisch gebed besluit met een trinitaire doxologie. Het is dus de ganse Kerk, aardse en hemelse die zich terugvindt in de eenheid van geloof en de gemeenschap met de Heilige Geest, dank zij het mysterie van de eucharistie. Deze eenheid van allen in het Lichaaan van Christus staat ons toe om de zegen te ontvangen die het gebed van de anaphora afsluit : "De barmhartigheid van onze grote God en de zaligmaker Jezus Christus, zal altijd met u zijn". Het koor antwoordt : "En met  uw geest". De noodzaak om de Goddelijke Liturgie voor te stellen in verschillende delen, mag ons de meest essentiële band niet doen vergeten die deze onderdelen met elkaar verbinden : te weten, de opgang van de Kerken, het Godsvolk naar het Koninkrijk. Dit Koninkrijk dat zich aan ons heeft geopenbaard en ons  is doorgegeven in de loop van deze mystieke maaltijd. Gans de opwaardse  beweging van de Liturgie heeft ons geleid tot aan deze aanroeping van de Heilige Geest over de Heilige Gaven, die ons zal toestaan om te kommuniceren met Christus, die zelf ons voedsel is geworden, ons Leven.

11. VOORBEREIDENDE GEBEDEN TOT DE COMMUNIE

    Op het einde van de eucharistische canon, nadat de priester het volk heeft gezegend, verlaat de diaken het heiligdom langs de Noorderpoort en spreekt een ektenie uit die gelijkt op deze vóór de geloofsbelijdenis. Nu echter bid men voor de "hier neergelegde  en geheiligde, kostbare gaven" want vanaf nu heeft de concecratie plaats gevonden. Gedurende dit moment zegt de priester met gedempte stem : "Menslievende meester, aan U vertrouwen wij ons leven toe en onze hoop. Wij roepen U aan, wij bidden en smeken U : maak ons waardig om met een zuiver geweten deel te hebben aan Uw hemelse, ontzagwekkende Mysteriën van dit gewijd en geestelijk altaar; tot vergeving van onze zonden, en kwijtschelding van onze fouten; tot gemeenschap met de Heilige Geest; tot erfdeel van het Koninkrijk der Hemelen; tot vrijmoedigheid tegenover U; maar niet tot vonnis of veroordeling". Vervolgens beëindigt de Diaken de smekingen met :" De eenheid van geloof, en gemeenschap met de Heilige Geest smekend, bevelen wij aan Christus God onszelf, elkaar, en geheel ons leven aan".

De eenheid van geloof : het is deze innerlijke zekerheid, onwrikbaar, zonder aarzeling, stabiel, beschut tegen uiterlijke  kwellingen, in het hart van deze mens die gelooft en die weet waarheen hij in alle rust gaat. "Wat betreft de gemeenschap met de Heilige Geest : zij betekent de genade van deze Geest. Men noemt het "gemeenschap" omdat de Heer, door zijn kruis, de "muur van verdeeldheid" (Ef.4,13) tussen God en ons heeft afgebroken. Zij die tot dan gescheiden waren en niet in communio leefden, moesten voortaan zich met mekaar verzoenen en de communio met elkaar herstellen. : de komst van de Heilige Geest over de Apostelen heeft dit bewerkstelligd...(N.Cabasilas, op.cit. p. 119-121). Om te "vertrouwen" op God", moet men zekerheid hebben.. Welnu, deze zekerheid verkrijgt men door een zuiver geweten "wanneer wij vrede in ons hart hebben, dan hebben wij aandacht voor God", zonder ons zorgen te maken over ons eigen zelf. Zoals de "lelie op het veld" vergeten we dan ook ons eigenbelang om ons volledig aan God over te geven. Hij weet het best van al wat wij nodig hebben"

Het gebed van de Heer

   De priester zegt met luide stem :  "En maak ons waardig, Meester, dat wij vrijmoedig, zonder vrees voor een oordeel, het wagen U, hemelse God en Vader, aan te roepen en te zeggen". Volgens de lokale gewoonten zingt nu het koor, of/en het volk, of de celebrant het "Onze Vader".

  "Voor de ganse Christelijke traditie, is het "Onze Vader" het gebed bij uitstek van de gedoopten, van hen die ten overstaan van God geen angstige  slaven meer zijn, maar aangenomen zonen ,die door de Heilige Geest aangespoord worden tot een kinderlijk vertrouwen ten opzichte van hun hemelse Vader".

"Daarna wenst de priester aan allen de vrede toe.Met dit gebed herinnert hij hen aan hun waardigheid, door God hun Vader te noemen : hij nodigt hen nu uit om Hem te erkennen als hun soevereine Meester en om ten opzichte van Hem gevoelens van een dienaar-zijn te tonen.Door het hoofd te buigen  belijden wij dat wij ten dienste staan van Hem. Wij buigen nu, niet alleen als wezens die als dienaars  geboren zijn het doen tegenover hun Meester, hun Schepper en God,maar zoals gekochte dienaars zich buigen voor Hem die hen heeft vrijgekocht met de prijs van het bloed van Zijn Enige Zoon. Krachtens dit bloed, bezit Hij ons om twee redenen : Hij heeft ons vrijgekocht als slaven en terzelfdertijd heeft Hij ons tot Zijn kinderen gemaakt. Want het is hetzelfde en unieke bloed dat de banden heeft versterkt en vermeerderd van onze dienstbaarheid en die de goddelijke  adoptie heeft teweeg gebracht" (Idem,p.221).

Terwijl de gelovigen het hoofd buigen, spreekt de priester een dankgebed en gebed tot voorbereiding op de communie uit. Dit wordt gericht tot alle gelovigen, want, vanaf haar oorsprong  heeft de Kerk de communie beschouwd als de vervulling door al haar leden, van haar christelijke roeping, en van  haar hoedanigheid van Lichaam van Christus. Wij moeten goed beseffen, zoals A.Schmemann het als een rode draad doorheen zijn boek "L'Eucharistie, sacrement du Royaume"sterk heeft onderlijnd, dat in de loop der tijden deze gemeenschappelijke houding  geworden is tot een individuele act, privaat, elkeen communiceert voor zijn eigen heiliging en niet meer om deel te nemen aan de realisatie van de Kerk.Wij moeten terug  bewust worden van het feit dat deze twee aspecten nooit mogen gescheiden worden. Bijgevolg, vanaf het begin van de Liturgie van de Gelovigen  wijst niets erop dat er twee kategoriën van gelovigen zijn : diegenen die te communie gaan en deze die niet te communie gaan. In de oude Kerk werden zij die niet te communie gingen : catechumenen en  boetelingen, na de Liturgie van het Woord weggezonden. Voor de Liturgie van de Eucharistie bleven alleen zij die tot de communie waren toegelaten. Het volgende gebed en deze die de communie voorafgaan zullen dit bevestigen : "U danken wij, onzichtbare Koning, die door Uw onmetelijke kracht het heelal geformeerd, en in de volheid van Uw barmhartigheid alles vanuit het niets tot het zijn hebt gebracht. Mester, zie uit de hemel neer op hen die het hoofd buigen voor U. Want zij buigen zich niet voor vlees en bloed, maar voor U de ontzagwekkende God. Meester, wend ten goede alles wat ons overkomt; vaar uit met de varenden, reis mee met de reizigers; genees de zieken, Geneesheer van onze zielen en lichamen..."

12. COMMUNIE

Riten en voorbereidende gebeden

     De priester bidt met gedempte stem het volgende gebed :"Verhoor ons, Heer Jezus Christus onze God, uit Uw heilige woning, vanaf de glorietroon van Uw Koninkrijk; en kom ons heiligen. In de hoge zetelt Gij met de Vader op de Troon, en hier beneden zijt Gij onzichtbaar bij ons aanwezig. Gewaardig U om met Uw machtige hand ons Uw smetteloos Lichaam te geven, evenals Uw kostbaar Bloed; en door ons aan heel Uw volk".

"Wij moeten bekwaam worden, door de ogen van het geloof en de liefde, om de Heer Jezus Christus zelf te zien komen naar elk van ons en, zoals Hij deed met Zijn apostelen, geeft Hij ons de Heilige Gaven, doorheen dewelke Hijzelf zich aan ons geeft. Het is niet de priester die ons de communie geeft, maar het is door de priester dat de Heer zich offert en geofferd wordt en die persoonlijk bij ons komt" (Un moine de l'Eglise d'Orient, l'Offrande Liturgique, op.cit.).

Gedurende het gebed van de priester houdt de diaken het orarion gekruisd over zijn borst, hij wordt zo gelijk aan de serafijnen "die hun vleugels kruisgewijs schikken over hun borst", om zo het gezicht  te sluieren voor de schittering van het Goddelijk Licht.

Daarna proklameert de priester :"Het heilige voor de heiligen !".

Het lichaam van de Heer, vermengd met de godheid, is God. Op dezelfde wijze wordt het ijzer dat in het vuur geworpen wordt ook vuur en niets kan het aanraken noch benaderen zonder te worden vernietigd en verteerd : alleen het vuur kan zich verenigen met vuur, alleen  de gloeiende kolen kunnen in kontact komen met andere gloeiende kolen zonder schade te ondervinden. Zo is ook de ziel, gezuiverd door het vuur van de Heilige Geest, vuur en geest geworden, en in staat in contact te treden met het smetteloze lichaam van Christus. Maar de ziel die niet door de geest gezuiverd is, noch zich kan vastklampen aan dit goddelijk licht, kan dit niet bereiken" (Saint Macaire d'Egypte, Homélie 52,6). Deze vereiste voor de communie der heilige Mysteries is nochtans niet de volmaakte heiligheid, maar deze van mensen die bij het doopsel de goddelijke gave hebben ontvangen, en die zich elke dag nederig inspannen om het in hun leven vruchten te laten dragen. Ook de gelovigen door de zang van het koor :"Eén is heilig, één is Heer : Jezus Christus; tot heerlijkheid van God de Vader.Amen", antwoorden dat ze niet heilig zijn : "Want niemand  bezit de heiligheid uit zichzelf, ze is niet het resultaat van menselijke deugden, maar allen ontvangen ze van de Heer en door de Heer".(N.Cabasilas, op.cit.p.225).

Nu gaat de diaken terug in het heiligdom en plaatst zich rechts van de priester. Het koor zingt het communievers eigen aan de dag of het feest. Vervolgens, terwijl het koor verder liederen zingt, lezingen uit de psalmen en voorbereidingsgebeden tot de communie, verdeelt de priester in het heiligdom het brood in vier delen.Brood dat reeds voordien (tijdens de proskomidie) was doorkerfd in de vorm van een kruis. Hij legt deze delen op de disk : boven, onder , rechts en links . Terwijl hij deze ritus voltrekt zegt hij :  "Ontleed en gedeeld wordt het Lam Gods; Het wordt gedeeld, maar niet gescheiden; Het wordt altijd gegeten, maar nooit verteerd; Het heiligt allen die er aan deel hebben".

"Datgene waaraan we zullen communiceren is een gebroken brood, het Lichaam van de Heiland gebroken tijdens zijn lijden. Datgene wat we gaan drinken is een vergoten wijn, het Bloed van de Heer hangend aan het kruis. Wij hernieuwen  dit sacrificie van Golgotha niet fysisch, wij nemen er spiritueel aan deel. Elke eucharistische communie is een zelf-opoffering van hem die communiceert. Hij die communiceert laat zich doordringen door het zwaard van het vuur. Hij sterft aan zichzelf en wordt als een nieuwe mens herboren" (Une moine de l'Eglise d'Orient, l'Offrande Liturgique, op.cit)

     De priester neemt het deel van het brood dat gemarkeerd is met de letters IC en doet het in de kelk terwijl hij zegt : " Volheid van de Heilige Geest". De diaken antwoordt :  "Amen". Vervolgens verdeelt de priester het deel gemarkeerd met de letters XC in deeltjes, volgens het aantal concelebranten in het heiligdom. Op de vraag van de diaken zegent hij het Zeon met warm water zeggende : "Gezegend zij de gloed van Uw heiligen; nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen.Amen". "Dit  water, dat tegelijk water is en deel heeft aan de natuur van het vuur, betekent de Heilige Geest, die ook dikwijls water genoemd wordt en die verscheen als vuur wanneer het op de  leerlingen neerkwam. Dit moment van de Heilige Liturgie betekent de triomf van Pinsteren : Toen de Heilige Geest neerdaalde, nadat alle mysteries van Christus waren vervuld; hebben  de Heilige Gaven nu hun hoogste volmaaktheid bereikt, en men voegt er dit water bij" (N.Cabasilas,op.cit. p. 229).

De communie van de klerus

De celebranten buigen samen aan de voet van het altaar en vragen vergiffenis voor hun zonden. Zij ontvangen eerst het brood op hun rechterhand. De diaken ontvangt zijn deeltje uit de handen van de priester. De priester geeft zichzelf het stukje brood door het met de linkerhand te nemen en het dan in zijn rechterhand te leggen. Voor de nuttiging van het Heilig Lichaam, zeggen allen het communiegebed, vervolgens nuttigen zij de wijn in drie keren : eerst de priester, dan de diaken.

"Door te communiceren in het gesloten heiligdom stellen de priester en de bedienaars de apostelen voor die in het Graf de eerste getuigen waren van de Verrijzenis. Aldus verlicht zijnde door het licht van de Verrijzenis, geven zij, bij de opening van de Heilige Poorten, deze genade aan het volk." Wanneer de klerus heeft gecommuniceerd, breekt de priester de twee delen van het "Lam" die op de disk zijn gebleven en gemarkeerd zijn met de letters NI en KA., ook dit volgens het aantal communicerenden. Hij doet ze in de kelk die hij vervolgens weer bedekt met de communie-doek, en waarop hij de lepel legt.

De communie van de gelovigen

   De Heilige Poorten openen zich in stilte voor de neerbuigende gelovigen . De diaken toont de kelk en roept de ganse gemeenschap op tot de communie zeggende : "Nadert in vreze Gods, in geloof en met liefde". Gekleed met zijn gekruiste orarion, zoals de vleugels voor het aangezicht van de Serafijnen, lijkt de diaken, het Heilige Lichaam en het kostbare Bloed van Christus dragend, op de serafijn die de gloeiende kool draagt naar Jesaja. Het koor zingt een lied die de aanwezigheid van de Heer bevestigt : "Amen,amen. Gezegend Hij die komt in de naam van de Heer". De gelovigen naderen nu één voor één. De priester, geholpen door de diaken, geeft hen de communie onder de twee gedaanten met de lepel. Hij noemt daarbij ieder bij zijn/haar naam. Zoals de Serafijn met een tang op de lippen van de profeet Jesaja een gloeiende kool heeft gelegd, om ze te zuiveren, zo ook legt de priester op de lippen van hen die communiceren, door middel van de lepel, de gloeiende kool bij uitstek, die Christus zelf is, om ze te zuiveren en te bezielen met het vuur van de Heilige Geest.

  "Datgene wat mij is gegeven is het Lichaam en Bloed van de Heer Jezus. Onder de fysische tekenen is er een realiteit : de tegenwoordigheid van mijn Redder en zijn reddend ons nabij zijn. Ik neem deel aan de offergave en het offer van Golgotha. De heilige gaven die ik ontvang zijn de uitdrukking van de vergeving van mijn zonden, welke het  geofferde Lam van mij heeft weggenomen en op zich heeft genomen. Ik ben rein geworden door Zijn Bloed, gewassen en ondergedompeld in Zijn Bloed, zoals de delen van dit brood ondergedompeld zijn in de Kelk. En deze Gave is het bewijs van eeuwig leven, want het geofferde Lam waaraan ik participeer, is ook het Lam dat de derde dag is Verrezen. Pasen omvat zowel de Verrijzenis als de Kruisiging van de Heer. Ik communiceer aan de Verrijzenis (l'Offrande liturgique, op.cit.p.61-62).

Dankzegging

   Wanneer de communie van de gelovigen is beëindigd, zet de priester de kelk opnieuw op het altaar. De diaken doet nu de achtergebleven restjes op de disk in het Bloed van Christus in de kelk. Deze deeltjes vertegenwoordigen de Maagd, de heiligen, de levenden en de doden die vermeld werden tijdens de proskomidie. Terwijl de diaken deze ritus voltrekt, zegt hij de troparia van de Verrijzenis. Op het moment dat hij het deeltje van de Moeder Gods in de kelk doet zegt hij het volgende troparium : "Sta op, word verlicht, nieuw Jeruzalem ! want de heerlijkheid des Heren gaat over u op. Juicht en jubelt van vreugde, o Sion. En gij gans reine Moeder van God, verheug u over de Verrijzenis van Uw Zoon". "Christus, verrezen en uitgestort over de Kerk, Nieuw Jeruzalem, het vuur van Zijn Heilige Geest vervult definitief de theofanie aangekondigd in Jesaja 60,1-3".

De diaken besluit het onderdompelen van de deeltjes in de kelk  met het zorgvuldig reinigen van de disk boven de kelk met de spons zeggende : "Heer, wis door Uw kostbaar Bloed  en de gebeden van Uw heiligen de zonden uit van hen die wij op deze disk hebben herdacht".

   Deze ritus manifesteert zichtbaar de voorbede voor onze naasten, levenden en doden.

Al diegenen waarvan de namen zijn genoemd toen de priester de verschillende delen van de prosfora, die door de gelovigen werden aangeboden,  heeft gescheiden , zijn op dit moment, door deze onderdompeling ledematen van het mysterie van de Verlossing.De priester, vanaf het ambon, zegent het volk zeggende : "God, red Uw volk en zegen Uw erfdeel". Het koor antwoordt met een gezang uit het officie  van Pinksteren, die eraan herinnert, dat elke communie ook een ontvangen van de Heilige Geest inhoudt, een permanent Pinksteren :"Wij hebben het ware Licht aanschouwd,wij hebben de hemelse Geest ontvangen,wij hebben het ware geloof gevonden.Wij aanbidden de heilige Drieeenheid : Deze heeft ons gered".

  De priester keert terug in het heiligdom om,met de diaken, de Heilige Gaven van het altaar naar de proscomidietafel over te brengen. De diaken zet de asterix op de disk en bedekt het geheel met zijn doek. Eveneens wordt de kelk opnieuw bedekt. Vervolgens bewierookt de priester driemaal de Heilige Gaven terwijl hij volgende woorden uitspreekt : "Verhef U boven de hemelen, God ; over de gehele aarde zij Uw heerlijkheid". De priester geeft hiermee het opgaan van de Heer naar Zijn Vader weer , om geprezen en verheerlijkt te worden : het is het thema van de hemelvaart. Had Christus, vooraleer ten hemel op te stijgen, niet gezegd : "Het is beter voor u dat ik heenga. Want  als ik niet heenga, kan de Trooster niet tot u komen, maar indien ik heenga, zal ik Hem tot u zenden" (Joh.16,7). In het tweede deel van het vers doet de priester beroep op de Geest van Pinksteren om zich uit te storten over de Kerk, om een metamorfose, een gedaansverandering teweeg te brengen die zijn volheid zal tonen op de dag van de laatste komst.

De priester neemt nu de kelk en heft ze omhoog als teken van zegen en zegt :"Gezegend zij onze God", en gericht naar het volk zegt hij : "Immer, nu en altijd, en in de eeuwen der eeuwen". Het koor zingt een hymne van dankzegging. De diaken verlaat het heiligdom, brengt zijn orarion uit de gekruiste houding om een laatste ektenie te zeggen. De priester zegt dan het gebed van dankzegging terwijl hij het antimension plooit en met het Evangelieboek , dat hij met beide handen vasthoudt,een kruisteken maakt.

13.CONCLUSIE

Wegzending van de gelovigen en zegen

    Na dit gebed verlaat de priester het heiligdom langs de Heilige Poorten. Hij stelt zich op in het midden van de kerk en zegt met luide stem :  "Laat ons in vrede heengaan". Door deze woorden en het slotgebed dat volgt  geeft hij de zending aan de gelovigen. Het betekent niet zozeer het weggaan uit de kerk, maar de intrede van de Kerk in de wereld. Zoals Vader Schmemann het zegt :  " de tijd van de zending (missie) begint op het moment dat de liturgie beëindigt.

    Vervolgens keert de diaken, die gedurende het gebed gebogen stond voor de ikoon van de Redder, terug in het heiligdom via de Noorderpoort en vraagt aan de priester de zegen voor het nuttigen van de Heilige Gaven. De priester spreekt het gebed uit van de nuttiging van de gaven, en terwijl de diaken  naar de proskomidietafel gaat om de inhoud van de kelk te nuttigen, zegent de priester het volk, neemt het kruis, gaat buiten de Heilige poorten staan, en gericht naar het volk geeft hij de wegzending. De gelovigen kussen het kruis en nemen een stukje gezegend brood, antidoron genaamd. Het zijn stukjes brood die afkomstig zijn van de prosfora van de proskomidie en beeldt de primitieve agapes uit.

  Het vlugge en beknopte einde van de liturgie staat in tegenstelling met de trage progressieve opgang van de liturgie tot aan de communie.

De communicerenden  zijn nu deelgenoten geworden aan het Koninkrijk en zijn in zekere zin weggegaan uit de tijd om de eeuwigheid binnen te gaan. "Want gelijk de bliksem komt van het oosten en licht tot het westen, zo zal de komst van de Zoon des mensen zijn". Zo ook brengt de communie van de Heilige Gaven in de tegnwoordigheid van de Heer, zonder uitstel.

Deze vlugheid en vrolijkheid  doet ons de Paasnacht in herinnering brengen, waar, na de Grote Vasten en de verheven officies van de Heilige Week, het licht en de vreugde van de Verrijzenis ons ineens verlicht  met haar frisheid en eeuwige jeugdigheid

 

11:08 Gepost in theologie | Permalink | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.