10-01-10

Een Kerk is een paradijs op aarde

EEN KERK IS EEN PARADIJS OP AARDE

     De kerk is het meest centrale punt van elk monasterie. Zoals het monastieke leven een voortdurende cultus van de levende God is, zo is de kerk de plaats van de offerande van elke monnik Daarom is de kerk ook gebouwd in het midden en wordt ze het catholicon genoemd om haar te onderscheiden van de kapellen die men vindt binnenin het monasterie. In het catholicon verzamelen de monniken zich op vastgestelde uren van de dag om gezamenlijk te bidden, terwijl bijzondere opdrachten met betrekking tot de netheid en het goede voorkomen van de kerk alsook de kerkelijke ordo's gedurende de heilige diensten verdeeld worden onder de monniken, die ze op zich moeten nemen en uitvoeren in bereidwilligheid en trouw.

    Niets in de kerk is toevallig of  overtollig. Alles heeft er zijn plaats en staat ten dienste van een heilig doel. Het gebouw op zichzelf symboliseert het universum. Hemel en aarde zijn verenigd , met de mens in het midden, en vormen een eenheid tot aanbidding van God. De heilige afbeeldingen op  de muren en de iconen scheppen een ruimte van inkeer en gebed. De lusters en de olielampen, de manier om ze aan te steken, soms ook het ontbreken van elektriciteit, het gebruik van olie dragen heel wat bij om de mystieke dimensie van de Orthodoxie uit te drukken.De koorstoelen met hun bijzondere vormen die bestemd zijn om het lichaam te ondersteunen gedurende de lange uren van de diensten, voornamelijk tijdens de vigilies, spelen een belangrijke rol. De houten of met tegels belegde vloer, met haar tekeningen en soms met haar veelheid van kleuren, draagt bij tot de harmonie van het geheel. De delen in uitgesneden hout geven een warme indruk, en door hun artistieke vormgeving ontsluieren ze de grootheid van de schepping. Alle religieuze kunstvormen wedijveren aan de binnenzijde van de kerk met mekaar  om het mooiste van zichzelf uit te spreiden. En de muziek volgt, met haar vocale uitstralingskracht. Ze vormt een uitdrukking van persoonlijke spiritualiteit, evenals het borduurwerk op de gewaden van de priester, vooral door het gebruik van goud of zilver, voor de grootsheid van de eredienst die de eeuwigheid van God weerspiegelt, maar ook de zilveren bekleding van de heilige voorwerpen, de ex-voto's of andere nuttige voorwerpen. Al deze dingen nemen in de kerk een spiritueel karakter aan en verwerpen het werelds karakter ervan. Daarom moeten we ze niet beoordelen volgens de maatstaven van de wereld. Binnenin de kerk overtreft de mens zichzelf om de realiteit van God te overtreffen, hij offert er de potentiële rijkdom van al zijn gevoelens en gedachten, hij neemt met gans zijn wezen deel aan de celebratie, met ziel en lichaam. Orthodoxen zijn geen nestorianen, daarom ontkennen noch misprijzen ze hun aardse dimensie niet. Het is met wijsheid dat de Heilige Vaderen alles binnen de Kerk zodanig hebben geregeld, dat de mens aan de geestelijke cultus deelneemt met de twee dimensies van zijn bestaan..

    Het is met dergelijke gevoelens dat de mens, trouw aan de Orthodoxie, God aanbidt. En met zijn geest én met zijn ziel. Wanneer hij het parfum inademt van de wierook en de lange dunne kaarsen aansteekt, gemaakt van de zuiverste bijenhoning, wanneer hij de gezichten van de Heiligen  bekijkt,soms streng en vol van tederheid, wanneer hij de psalmen en  de hymnen beluistert, de ekfonesies en de gebeden van de celebrant en de zangers aanhoort, wanneer hij eet en drinkt van het brood en de wijn, die het Lichaam en Bloed van Christus zijn, of van het antidoron (gezegend brood) of het gewijde water, wanneer hij de zalving ontvangt met de heilige oliën, wanneer hij met zijn handen de heilige iconen aanraakt, ze kust en vereert door met zijn lichaam diepe buigingen (metanieën) te maken en het kruisteken slaat; wanneer hij rechtstaat of neerzit, altijd met aandacht en godsvrucht, dan toont hij met gans zijn houding dat de dienst aan de levende God geen onbegrijpelijke liturgie is, maar boven alles een deelname van gans zijn wezen, met gans zijn hart.

     In de cultus van de Orthodoxe Kerk, is de ascese onveranderlijk gebleven. Velen zetten zich gedurende de ganse celebratie niet neer, nog andereen nemen deel aan de nachtelijke vigilies, zoals dit vandaag de dag gebeurt in de monasteria, maar ook in parochies in Griekenland. Gans de nacht waken en bidden de gelovigen. En wanneer zij soms ten prooi vallen aan vermoeidheid, dan sluiten ze soms hun vermoeide ogen en worden voor een tijd overmand door vaak. Dan zitten ze in een hoek, rustig in hun koorstoel. Zelfs dan bidden ze nog ! God zal hen deze zwakheid niet aanrekenen, want zij zouden evengoed , zoals vele anderen kunnen slapen in hun bed, maar ze verkiezen om te bidden, zij het onvolmaakt. Zij worden waardig geacht.

    De veranderingen welke op dit punt zijn aangebracht in de kerk van het Westen, onder voorwendsel  van de gezondheid voor hun lichaam, is ook een bekoring voor het Oosten. In het Westen willen de mensen komfortabel bidden, zonder zich te vermoeien, zonder iets van zichzelf op te offeren. In het Oosten is de mentaliteit en de opvatting van de eredienst anders. Hier, bij ons,is de ascese een levenswijze. De strenge vasten, de kniebuigingen, de metanieën, de nachtelijke vigilies, het rechtstaan, al deze dingen zijn wijselijk bevat in het verloop van de eredienst, het één vervolledigt het andere. Door God te aanbidden, offert de mens zich geheel, 'als een levende offerande, heilig en welgevallig aan God, als een redelijke eredienst' (Rom.12,1)

   De Kerk is een hemel, een paradijs. Een troparion van de Orthodoxe Kerk zegt tot de Moeder Gods 'standhoudend in de tempel van uw Glorie, geloven wij in de hemel te zijn, o Moeder van God..' (Troparion op het einde van de Metten van de Grote Vasten) Het zijn deze gevoelens welke elke gelovige ervaart wanneer hij een kerk binnengaat en het is daarom dat hij dit doet met een overvloed van godsvrucht, maar ook met vreugde. Door in de kerk te zijn, begrijpt hij dat hij in het paradijs is, en al wat hij er aantreft herinnert hem aan deze realiteit. Alleen zo wordt de kerk een toevluchtsoord van hoop en een bron waaruit hij spirituele kracht kan putten. Als wij een kerk zien, dan voelen wij onmiddellijk alles wat ze suggereert. Het symbool van het heilige Kruis die haar bekroont herinnert ons aan het offer, de liefde en de aanwezigheid van God. Zij bevestigt ons in het geloof, zij sterkt ons in onze strijd, zij pantsert ons en beschermt ons. Zij is de meest positieve en beslissende bijdrage in onze geestelijke vooruitgang.

 

+ Metropoliet CHRISTODOULOS van Demetrias.

Vertaling uit het frans : Kris B.

 

11:55 Gepost in theologie | Permalink | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.