04-03-10

Simeon de Nieuwe Theoloog (Heiligenleven)

Heiligenleven

De heilige SIMEON de Nieuwe Theoloog (949-1022)

Simeon de neuwe theoloog + basilios
Simeon de Nieuwe theoloog en Basilios de Grote 

Hij was geboren in paflagonië (klein-Azië) en zijn welgestelde ouders stuurden hem voor zijn opvoeding naar Constantinopel. Hij was intelligent, maar niet leergierig en na zijn middelbare opleiding volgde geen onderwijs, maar vestigde zich als schrijver. Dit vond een oom van hem te min, en hij bezorgde hem (tegen de zin van Simeon in) een plaats aan het hof. Toen deze oom stierf, leek dit voor Simeon de kans om het hof te verlaten en aan zijn geestelijke vader, Simeon de Vrome, vroeg hij om opgenomen te worden in het studionklooster. Daar hij echter pas 14 jaar oud was, werd hem dit geweigerd. Hij kreeg wel het boek van de heilige Markos de Asceet (5 maart) als geestelijke lectuur.

Zo begon Simeon zich toe te leggen op gebed, matigheid en schriftlezing tot diep in de nacht, terwijl hij overdag aan het hof verbleef. Maar vooral : hij leerde zichzelf nauwlettend acht te slaan op wat zijn geweten hen ingaf en dat altijd, zonder enige beperking, uit te voeren : "Maak nog enkele metanieën, zeg nog een paar psalmen, zeg nog vaker het Jezusgebed". Hij redeneerde daar niet over maar beschouwde het als een rechtstreekse opdracht van God. En toen hij op deze wijze eens  in de nacht aan het bidden was, werd hij volkomen onverwacht omstraald door een wonderbaar licht, dat hem met een onzegbare vreugde vervulde. Hij begreep dat dit een genade was die hij te danken had aan het vurig gebed van zijn geestelijke vader.

Hij was 20 jaar, het wereldse leven ontplooide nu zijn  volle kracht, en de herinnering aan dit visioen begon te verflauwen. Hij bezoekt nog wel geregeld zijn geestelijke vader, maar zijn ijver voor het gebed verdwijnt en hij laat zich meeslepen in de sleur van de dagelijkse verstrooiingen, zonder tot een bepaald zondig leven te geraken. Dit duurt ruim zes jaar.

Toen kwam er een tijd van bezinning, het drong tot hem door wat hij verloren liet gaan en hij nam het besluit om monnik te worden. Opnieuw ging hij naar het studionklooster, en werd aangenomen. Hij was 27 jaar. Nu kwam echter de moeilijkheid dat hij zich niet los wilde maken van zijn geestelijke vader en dat werd in dit strikte klooster niet toegestaan. Simeon ging dus weer weg en trad in het minder strakke Mamasklooster, waar hem die mogelijkheid wel gelaten werd.

Hier erkenden de monniken de waarde van zijn persoonlijkheid : reeds spoedig werd hij monnik gewijd en priester, en reeds na drie jaar werd hij tot abt gekozen. In deze tijd hield hij zijn beroemde toespraken, de Catechesen, erop gericht het geestelijk leven van zijn monniken te versterken. Doordat hij met heel zijn wezen zulk een vurig voorbeeld gaf, bezorgde dit alles hem geestdriftige navolgers, maar het kweekte ook een partij van ontevredenen die hun vroegere leven goed genoeg vonden. Simeon wilde zich losmaken uit deze verscheurdheid; hij droeg het bestuur over aan zijn beste leerling, Arsenios, en trok zich terug om zich geheel te wijden aan het geestelijk gebed en aan zijn geschriften.

Intussen stierf zijn geestelijke vader met wie hij zo  innig verbonden was. Op eigen gezag stelde hij een jaarlijks gedachtenisfeest in en daar kwam natuurlijk reactie tegen. Stefanos, de bisschop van Nikomedië, klaagde hem aan bij de patriarch en zei dat een niet-theologisch geschoolde monnik zoiets niet mag doen. De patriarch, een vriend van Simeon, is in verlegenheid, en schuift de zaak op de lange baan. Maar omdat Simeon hardnekkig vasthoudt aan zijn viering - hij ziet het opgeven ervan als ontrouw aan zijn geestelijke vader, aan wie hij heel zijn innerlijk leven te danken had - moet er na zes jaar een beslissing worden genomen. Simeon wordt verbannen en zonder meer over de Bosporus gezet.

Daar ging hij wonen bij een vervallen kerkje van de heilige Marina, het eigendom van een van zijn leerlingen, die nu ook in Simeons levensbehoeften voorzag en zorgde voor de restauratie van het kerkje. Al spoedig kwamen er gelovigen die zich onder zijn geestelijke leiding stelden en er ontstond een kloostertje. Intussen waren vrienden van Simeon in Constantinopel actief gebleven en zij drongen er bij de patriarch op aan de zaak te herzien. Zij slaagden erin  te bewerkstelligen dat de verbanning werd opgeheven en dat Simeon werd teruggeroepen. Hij kwam wel, om hun die genoegdoening te geven, maar hij keerde toch weer terug naar zijn eigen klooster, dat geheel van zijn geest doordrongen was en waar hij zich in alle rust kon wijden aan het creëren van zijn geestelijke geschriften. En na 48 jaar priesterschap is hij daar in vrede ontslapen in de Heer.

Deze enigszins bizarre levensloop moet ons niet doen vergeten wat voor een mens de heilige Simeon was, die we pas door zijn werk leren kennen. De halsstarrige liefde die hij zijn geestelijke vader toedroeg, was slechts een afschijnsel van de gloeiende liefde tot Christus welke hem bezielde. Zijn toespraken, overwegingen, zijn hymnen, zij tonen ons telkens opnieuw hoe sterk zijn leven met God verbonden was, hoe bewust hij leefde in Gods stralende tegenwoordigheid, hoe Gods liefde in hem leefde en uitstraalde naar zijn broeders. Deze liefde  van God  manifesteerde zich in meeslepende mystieke ervaringen, en Simeon, die tegelijk een groot dichter was, stelde heel zijn talent in werking om die ervaringen onder woorden te brengen om ze te kunnen delen met zijn broeders. Het is deze rechtstreekse beleving van Gods energie en Gods aanwezigheid die hem tot een ware "Godskenner" maakt, een "theoloog", iemand die God kent vanuit zijn binnenste, vanuit levende ervaring, niet vanuit zijn redenerend verstand. En het is daarom dat Simeon na de Evangelist Johannes, en na de God-schouwende gregorios van Nazianze, in de Orthodoxe Kerk de eretitel krijgt van "Nieuwe Theoloog".

De volgende aanroeping van de heilige Geest is uit één van zijn hymnen :

Kom, waarachtig  Licht.

Kom, eeuwig Leven.

Kom, mysterie dat verborgen is.

Kom, Rijkdom zonder naam.

Kom, Gij die onuitspreekbaar zijt.

Kom, wezen, onbereikbaar voor mensenverstand.

Kom, altijddurende Verheffing.

Kom, avondloos Licht.

Kom, Verlangen van allen die naar verlossing dorsten.

Kom, opstanding der gestorvenen.

Kom, Machtige, die door een wenk alles voortdurend schept, verandert en beweegt.

Kom, eeuwig Onbeweeglijke die toch geheel de tijd in U omsloten houdt.

Uit de geschriften van Simeon de nieuwe Theoloog

 

De commentaren zijn gesloten.