24-03-10

Bezoek van de engel aan Maria

Groot feest van de blijde boodschap van de Heilige Moeder Gods

 bezoek van de engel 564

Apostellezing : Hebr.2,11-18

Want Hij die heiligt en zij die geheiligd worden hebben allen één Oorsprong; daarom schrikt Hij er ook niet voor terug om hen zijn broeders te noemen, wanneer Hij zegt:  Ik zal uw naam verkondigen aan mijn broeders
en uw lof zingen midden in de gemeente; 
en opnieuw:
Ik zal mij geheel op Hem verlaten;
en nog eens:
Hier ben Ik met de kinderen die God Mij gegeven heeft. 
Omdat 'de kinderen' mensen zijn van vlees en bloed, heeft Hij ons bestaan willen delen, om door zijn dood de vorst van de dood, de duivel, te onttronen,  en hen te bevrijden die door de vrees voor de dood heel hun leven aan slavernij onderworpen waren.  Want het zijn niet de engelen van wie Hij zich het lot aantrekt, maar de nakomelingen van Abraham.  Vandaar dat Hij in alles aan zijn broeders gelijk moest worden, om een barmhartig en getrouw hogepriester te worden bij God en de zonden van het volk uit te boeten.  Omdat Hij zelf de proef van het lijden doorstaan heeft, kan Hij allen helpen die beproefd worden.

Evangelielezing : Joh 11,1-45

      Niet lang daarna werd zijn vrouw Elisabet zwanger. Zij hield zich vijf maanden lang verborgen. Ze zei:  'Dit heeft de Heer voor mij gedaan, toen Hij zich mijn lot aantrok en mijn smaad onder de mensen wegnam.'

Aankondiging van de geboorte van Jezus
      In de zesde maand werd de engel Gabriël door God gezonden naar een stad in Galilea, met de naam Nazaret,  naar een maagd die verloofd was met een man genaamd Jozef, die uit het huis van David stamde; haar naam was Maria.  De engel trad bij haar binnen en zei: 'Verheug u, begenadigde, de Heer is met u.'  Zij raakte geheel in verwarring door wat hij zei en vroeg zich af wat deze begroeting te betekenen had.  Maar de engel zei: 'Schrik niet, Maria, u hebt genade gevonden bij God.  U zult zwanger worden en een zoon baren, die u de naam Jezus moet geven.  Hij zal een groot man zijn, en Zoon van de Allerhoogste worden genoemd. God, de Heer, zal Hem de troon van zijn vader David geven.  Hij zal eeuwig koning zijn over het huis van Jakob, en aan zijn koningschap zal geen einde komen.'  'Maar hoe moet dat dan?' zei Maria tegen de engel. 'Ik heb geen omgang met een man.'  De engel antwoordde haar: 'Heilige Geest zal op u komen en kracht van de Allerhoogste zal u overdekken. Daarom zal het kind heilig genoemd worden, Zoon van God.  Bovendien, ook Elisabet, uw verwante, is op haar oude dag zwanger van een zoon; zij werd onvruchtbaar genoemd, maar zij is al in haar zesde maand.  Want voor God is niets onmogelijk.'  Toen zei Maria: 'Ik ben de dienares van de Heer; laat met mij gebeuren wat u gezegd hebt.' Toen ging de engel van haar weg.

De commentaren zijn gesloten.