25-03-10

Beda de eerbiedwaardige : God de Heer zal hem de troon van zijn Vader David geven

H. Beda de Eerbiedwaardige (ca 673-735), monnik, Kerkleraar
Overwegingen voor de advent, nr 3 ; CCL 122, 14-17


Beda heilige 444

"God de Heer zal Hem de troon van zijn vader David geven; Hij zal koning zijn over het huis van Jakob in eeuwigheid, en aan zijn koningschap zal geen einde komen."


      "De engel Gabriël werd door God gezonden naar een stad in Galilea, Nazareth genaamd, naar een jonge vrouw, een maagd die verloofd was met een man genaamd Jozef, die uit het huis van David stamde; haar naam was Maria." Wat er over het huis van David gezegd wordt, betreft niet alleen Jozef, maar ook Maria. Want de wet schreef voor dat een ieder moest trouwen met een vrouw uit zijn stam of familie, zoals de apostel Paulus aan Timoteüs schreef: "Houd Jezus Christus in gedachten, Davids nazaat, die uit de doden is opgestaan. Zo luidt mijn evangelie, dat ik verkondig" (2Tm 2,8)...

      "Hij zal een groot man zijn, en Zoon van de Allerhoogste worden genoemd. God, de Heer, zal Hem de troon van zijn vader David geven". De troon van David betekent hier macht over het volk Israël, waarover David in zijn tijd vol met ijver voor het geloof regeerde... Dit volk dat David leidde door zijn tijdelijke macht, wordt door Christus met geestelijke genade meegenomen naar het eeuwige Koninkrijk...

      "Hij zal eeuwig koning zijn over het huis van Jakob." Het huis van Jacob verwijst naar de universele Kerk, die door het geloof en de getuigenis van Christus, zich opnieuw verbindt met het lot van de vaderen, hetzij met hen die hun lichamelijke oorsprong hebben door hun stamvader, hetzij hen die lichamelijk geboren zijn in een andere natie, en herboren zijn in Christus door de doop van de heilige Geest. Over dat huis van Jacob zal Hij eeuwig heersen: "aan zijn koningschap zal geen einde komen". Ja, Hij regeert over haar in het huidige leven, wanneer Hij regeert over de harten van de uitverkorenen, waarin Hij woont door hun geloof en hun liefde jegens Hem; en Hij heerst over hen door zijn eeuwige bescherming, en laat hen de gaven van zijn hemelse beloning toekomen; Hij regeert in de toekomst, als eenmaal de staat van de tijdelijke ballingschap is afgelopen, dan brengt Hij hen binnen in het verblijf van het hemels vaderland. En daar, genieten ze van zijn zichtbare aanwezigheid welke hen er voortdurend aan herinnert dat ze niets anders hoeven te doen dan lofzangen te zingen.

Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

De commentaren zijn gesloten.