11-04-10

Heiligenleven : Heilige Gregorius de Grote

Heiligenleven

 

De heilige Gregorius de Grote

Paus van het oude Rome

Geboren in 540

 

Gregorios de grote 813

 

Gregorius stamde uit een beroemd senatorengeslacht. Hij was een jongeman van bijzondere geestkracht en werd aangesteld tot praetor van Rome in een bijzonder moeilijke tijd door de voortdurende invallen van de barbaren, met onvoldoende steun vanuit Byzantium. Hij won de harten van het volk door zijn manier van optreden en voerde een grote staat.

Zijn hart zocht echter naar meer wezenlijke dingen. Hij sloot vriendschap met een aantal leerlingen van de heilige Benedictus, en tenslotte besloot hij gehoor te geven aan die innerlijke roepstem. Hij verbrak alle wereldse banden, besteedde zijn rijkdom aan de bouw van zes kloosters op Sicilië, richtte zijn paleis ook in als klooster, toegewijd aan de heilige Andreas, voerde daar de benedictijnse Regel in en werd daar zelf monnik. De rest van zijn bezittingen maakte hij te gelde en hij schonk de opbrengst aan de armen, in 575. En het volk  van Rome, dat de jonge patriciër door de straten had zien gaan gekleed in kleurige zijde en omhangen met juwelen, zag nu vol bewondering hoe hij in een armoedige pij de bedelaars bediende in het hospitium dat hij had ingericht in het poortgebouw van zijn vaderlijk huis.

Nu hij eenmaal monnik was geworden, wilde hij dat ook volkomen zijn en hij volgde  zo strikt mogelijk de ascese die door de regel werd toegestaan. Verder legde hij zich met vuur toe op de studie van de Heilige Schrift. Daarbij vastte hij zo streng dat hij zijn gezondheid ruïneerde, zodat hij verplicht was zachte spijzen te gebruiken en tot zijn grote schaamte ook de vasten van de Paasnacht niet kon houden, wanneer zelfs kinderen ongespijzigd bleven. Door deze zwakke gezondheid werd hij heel de rest van zijn leven gekweld.

Paus Benedictus I haalde hem na twee jaar uit het klooster en stelde hem aan tot kardinaal-diaken, belast met een van de zeven departementen van Rome. De volgende paus, Pelagius II, zond hem aan het hoofd van een gezantschap naar Constantinopel. Hij kwam in de zes jaren dat hij daar verbleef in nauwe aanraking met de griekse eredienst. Daar schreef hij over het boek Job de beroemde "Moralia". In 585 kwam hij in Rome terug, en kon weer teruggetrokken leven in zijn klooster. In die tijd schreef hij zijn bekende "Dialogen" met de levensbeschrijvingen van eigentijdse heiligen, onder andere van de heilige Benedictus.

Het einde van zijn kloostertijd werd aangekondigd door een kenmerkend voorval. Hij ontmoette op de markt een paar slavenkinderen wier blonde schoonheid hem in verrukking bracht. Zij waren afkomstig uit het land der Angelen. "Dat zijn geen Angelen" zei Gregorius, "maar engelen". Dat heidense land moest beslist voor Christus worden gewonnen. Hij organiseerde direct bij de paus dat daarheen een missie gezonden zou worden, en toen er geen missionarissen beschikbaar waren, bood hij zichzelf aan en regelde zijn vertrek. Hij was reeds vertrokken eer het verbaasde volk reageerde, maar toen werd de paus bestormd om Gregorius, zulk een onschatbare kracht voor Rome, terug te doen halen. Er werd dus een delegatie achter hem aangezonden die hem na drie dagreizen inhaalde en hem dwong naar zijn klooster terug te keren.

In 590 stierf de paus aan de pest, die toen de bevolking van Rome decimeerde. Ogenblikkelijk werd Gregorius eenstemmig gekozen door het volk, senaat en geestelijkheid, en al zijn protesten mochten niet baten. Zelfs zijn beroep op de keizer om deze verkiezing niet te bekrachtigen bleef zonder uitwerking. Toen vluchtte hij vermomd uit Rome, maar hij werd ontdekt en teruggebracht, en nu erkende hij de eenstemmigheid van zijn medeburgers als de uitdrukking van Gods wil en hij aanvaarde het ambt.

Hij organiseerde een grote boeteprocessie om Gods toorn af te wenden van de stad. Zij kwamen bijeen in zeven afdelingen uit de zeven statiekerken van Rome, die elk een eigen afdeling verzorgden : geestelijkheid, monniken, monialen, kinderen, volk, weduwen en matrones, waarvan velen in het laatste stadium van de ziekte verkeerden. Tijdens de tocht stierven tachtig van de deelnemers, maar Gregorius liet het doorgaan en hij zag de verschijning van een Engel op de Hadrianusheuvel, die het zwaard in de schede stak. Het beeld van deze engel werd later opgericht op het dak van het mausoleum dat daarom San Angelo heet.

De pest nam langzamerhand een einde, maar er moest het hoofd worden geboden aan telkens nieuw onheil, en Gregorius was een der meest geplaagde bisschoppen van Rome. Steeds zal hij treurig zijn dat hij vanuit de geestelijke rust van het klooster zich in zulk een levensgewoel moest storten. Italië werd verscheurd door de voortdurende oorlog tussen Constantiniopel en de Longobarden, en de griekse troepen richtte even grote verwoestingen aan als de barbaren. Gregorius wist na eindeloze pogingen een soort vrede te bewerkstelligen en Rome te vrijwaren voor de eeuwig plunderingen door woeste soldaten, maar het land bleef geteisterd door pest, honger en overstroming.

Als paus bleef hij trouw aan zijn liefde voor Engeland. In 590 zond hij de heilige Augustinus met 40 monniken, en hij opende daarmee een geheel nieuw hoofdstuk in de geschiedenis van de Kerk van Engeland, waar hij als hun apostel werd geëerd. Hij opende ook voor Europa een nieuwe weg door de contacten die hij zocht met de Germaanse stammen in Frankrijk, waar de jonge stammen begonnen te ontwaken die het in verval geraakte byzantijnse imperium zouden aflossen.

Gregorius organiseerde ook de kerkzang door het oprichten van een zangacademie, die het voorbeeld werd voor zovele zangscholen door heel Europa, waardoor de latijnse zang zijn  naam draagt : het Gregoriaans. En toen hij in de laatste jaren van zijn leven zozeer gemarteld werd door de jicht dat hij het kamertje waarin hij leefde niet meer kon verlaten, liet hij de koorzangers bij zich komen omdat hij zijn lessen niet wilde staken. In een brief aan de patriarch van Alexandrië schreef hij : " Al bijna twee jaar ben ik aan mijn bed gekluisterd door zulke pijnlijke jichtaanvallen, dat ik op de grote feestdagen nauwelijks een paar uur kan opstaan voor de plechtige dienst, en dan direct weer moet gaan liggen om het niet uit te schreeuwen van de pijn. De ziekte laat niet van me af en is evenmin in staat me te doden; ik smeek uwe Heiligheid voor mij te bidden dat ik spoedig bevrijd mag worden om de glorievolle vrijheid te ontvangen van de kinderen Gods".

Tot in zijn laatste dagen dicteerde hij zijn omvangrijke correspondentie inzake de aangelegenheden van de Kerk. Bijna in volle activiteit is hij gestorven in 604, nog net geen 65 jaar oud, in het 13e jaar van zijn pontificaat. Zijn opvolger maakte een einde aan de vrijgevige schenkingen die Gregorius altijd voor de verzorging van de armen had gedaan, onder het voorwendsel dat de schatkist leeg was. Het volk liep nu te hoop tegen zijn overleden weldoener, beschuldigde hem van het verkwisten van de kerkelijke eigendommen en begon al zijn geschriften te verbranden om zijn gedachtenis uit te wissen.

Petrus, de diaken en persoonlijke vriend van Gregorius (die we steeds in de dialogen ontmoeten), wist dit met uiterste moeite te verhinderen, maar dit had hem zo ingespannen dat hij bij het einde van zijn redevoering ook zijn laatste adem uitblies. Om zijn trouwe vriendschap wordt hij samen met Gregorius op deze dag herdacht.

Om nog eens samen te vatten wat Gregorius in zijn korte leven tot stand bracht : hervorming van de geestelijkheid, verbetering van de liturgische boeken, organisatie van het zangonderricht, weldadigheid voor de armen, kerken en kloosters, vluchtelingenhulp in de Longobarden-oorlogen, en zijn geschriften : Dialogen over het leven der contemporaine Heiligen, de Regula Pastoris over het priesterambt, preken en commentaren over de Evangelies en de Profeten, en een uitgebreide correspondentie.

Uit : Heiligenlevens voor elke dag - Orth.klooster Heilige Johannes de Doper - Den Haag

Commentaren

In uw stukje over Gregorius schrijft u dat hij in 540 geboren is en in 604 overleden in zijn 55e levensjaar.
Of er is een schrijffout gemaakt of hij is pas in 550 geboren.
Als hij in 540 geboren is moet hij in 604 in zijn 65e levensjaar geweest zijn. wat is correct ?

Gepost door: Joke verweij-van Bergen Henegouwen | 07-02-11

De commentaren zijn gesloten.