16-04-10

De ervaring van de heilige Geest in de orthodoxe kerk

De ervaring van de Heilige Geest in de orthodoxe Kerk

Door Elisabeth Behr Sigel

 

Orthodoxe theologen en spirituele mensen onderlijnen het verborgen , mysterieuze karakter van de Derde  Persoon van de drie-eenheid.  Zij constateren een soort anonimiteit van de Geest, waarvan de volle openbaring enkel op het einde der tijden wordt verwacht. De geest heeft geen eigen naam. Spiritualiteit en heiligheid behoren toe aan de Drie  goddelijke Personen. Terzelfdertijd  heeft de Geest vele namen. Alles wat de mensheid verheft boven zichzelf, alles  wat het werk en de uitstraling is van de Heilige Geest. "Gij hebt vele namen, hoe zal ik je noemen, Gij die men niet kan noemen ?" roept Gregorios van Nazianze uit. " Uw naam, zo begeerd en voortdurend aanroepen, niemand kan zeggen wie het is", zingt de byzantijnse mystieker Symeon de Nieuwe Theoloog.

De Geest heeft geen onthuller in de andere goddelijke Persoon, stellen de Kerkvaders vast. "De beelden zelf waarmee de Schrift de Geest beschrijft blijven duister", schrijft de monnik van de Oosterse Kerk. "Hij is een vlam, zalving, parfum. Hij is een duif die vliegt en rust - en hij is tegelijk niets van dit alles" (Een monnik van de Oosterse Kerk, de duif en het lam, Chevetogne, 1979,pp.13-14). De Geest, is de anonieme God die in de wereld aanwezig is zonder zich ermee te vermengen. Zijn persoon  verbergt zich tegelijk in hem aan wie hij zich geeft, Christus, waarvan hij de tegenwoordigheid actualiseert, en in hen aan wie Hij zich geeft.

Er is dus ook een kenose van de Geest, zoals er een kenose van de Zoon van God is. De Geest ontledigt zich en verootmoedigt zich als persoon om de Zoon des mensen  te openbaren  en in de mensen.

"Zijn tegenwoordigheid is verborgen in de Zoon zoals de adem en de stem verdwijnt  voor het woord die zij hoorbaar maken" schrijft Paul Evdokimov (L'Esprit Saint dan la Tradition orthodoxe, p88). Het is in de volheid der tijden, in de veelheid van de verlichte aangezichten door hen, de menselijke personen die hij geheiligd heeft, het is in de Kerk-mensheid die de  vrouw geworden is,omhuld met de zon uit de Apocalyps (Hand.12,1-2), dat de persoon van de geest onthuld zal worden. De geest kennen, hier en nu, betekent zijn kracht ontvangen, maar het is ook, zoals de heiligen het getuigen, zich laten binnenleiden in het mysterie van zijn tederheid, het zichzelf wegcijferen, de vreugde, in de wederzijdse zelfgave. Zo is het einde van de christelijke existentie, het Koninkrijk van God waarvan wij de komst afsmeken.  Het is kenmerkend dat in  sommige zeer oude teksten van het Onze Vader, het afsmeken van het Koninkrijk van God wordt vervangen door de vraag : "dat uw Geest kome".

In dit perspectief betekent Pinksteren de ultieme  openbaring die wij zouden kunnen ontvangen in dit aardse leven, een anticipatie van deze waarnaar wij verlangen - en waarnaar wij gaan in geloof en hoop. De gave van de Heilige geest kondigt zich aan en bevat de cosmische transfiguratie in kiem, de nieuwe hemelen en de nieuwe aarde, het hemels Jeruzalem waar God elke traan wist. Daarom komen op de dag van Pinksteren de gelovigen naar de Kerk met groene takken en bloemen. Zij symboliseren het nieuwe van de Geest, die van de verrezen Christus,die vloeit op de aarde en op de mensen, de goddelijke belofte vervullend : " In zal een nieuwe Geest over hen zenden, ik zal uit hun lichaam het hart van steen  weghalen en zal hen een hart van vlees geven " (Ez.2,19).

Eén van de specifieke uitingen van dit veranderen van hart is de staat van de ziel welke de Russen oumilénié noemen,  "ontroering" : pijnlijke vreugde, gemengd met tranen, universele godsvrucht, exstase wanneer het hart zich verblijd  over de dimensies van het universum, van gans de schepping die in barensweeën verkeert en die  zuchtend streeft - maar met hoop - naar de openbaring van de Zonen en dochters van God ( cf. Rom.8,18-23). Van de woestijnvaders tot de byzantijnse mystiekers en de russen, van Ephraïm de Syriër tot Symeon de  Nieuwe Theoloog, van Tikhon en Seraphim van Sarov tot Aliocha Karamazov ( personnage uit de roman "De gebroeders Karamazov van Dostoïevski) en in de anonieme 'russische pelgrim", doorkruisen de accenten van deze smartelijke vreugde de oosterse spiritualiteit in een immense doxologie.

Het meest gewoon gebed gericht tot de Geest in de orthodoxe Kerk aanroept hem als 'Koning van de hemel'. De koninklijkheid van de Geest wordt nochtans nooit in  de kerkelijke godsvrucht beschouwd als een soort 'derde rijk' die zou volgen op dat van de Vader en de Zoon, als een nieuwe openbaring, volgens de illusie van sommige duizendjarige secten en die dikwijls gevolgd worden door nobele en grootmoedige geesten. De orthodoxe godsvrucht scheidt nooit de geest van de Zoon en de Vader. Zijn koninklijkheid, schrijft de Monnik van de Oosterse Kerk, bestaat erin "zijn onderwerpen te doen buigen naar diegene die gezegd heeft tot Pilatus : "Ik ben koning" (Joh.18,37). De functie van de Geest is om Jezus aan de mensen mede te delen, zijn genade,  het inzicht in Zijn Woord en Zijn verrijzenis. En terzelfdertijd in hen en onder hen het rijk van de Zoon te grondvesten. Hij toont hen met hem en in hem en door hem het rijk van de Vader, totdat God in allen zij (cf. 1 Kor.15,24-28).

De gave van de Geest zou in dit perspectief niets anders zijn dan een buitengewone gave, alleen gegeven aan sommigen. Leven in de Heilige Geest, dat is de roeping van elke Christen en tenslotte de ultieme roeping van elk menselijk zijn. In zijn beroemd onderhoud met Nicolas Motolitov, zegt de heilige Seraphim van Sarov, een Russische heilige uit de XIXe eeuw, aan zijn leerling en vriend : "Het gebed, de vasten, de waken en elk ander Christelijk werk zijn goed op zichzelf. Echter, het is niet in hun vervulling dat het doel van het christelijk leven bestaat. Het zijn slechts middelen. Het waarachtig doel van het christelijk leven is de verwerving van de Heilige Geest". De heilige Seraphilm van Sarov doet niets anders dan - in de taal van een simpele Russische monnik, een taal waarin men niet te veel de termen moet benadrukken - de vaste leer van de Kerk te onderwijzen, Helaas, dikwijls  verduisterd door het ritualisme en het legalisme, maar altijd aangepast voor de authentische spirituelen.

Tien eeuwen voor Sint Seraphim, vermaande Symeon de Nieuwe Theoloog zijn tijdgenoten : " Het zegel van de Geest is vanaf nu gegeven aan de gelovigen...aangespoord door dit geloof, loop zoals het behoort om het doel te bereiken....Klopt totdat men u opent en   dat gij binnen de bruidskamer de Bruid kunt aanschouwen". Dit appel en nog andere analoge die verspreid worden door deze bijbel van de mystiek van de Oosterse Kerk, dat de philocalie is, miljoenen orthodoxen hebben niet opgehouden het te bemediteren : hesychasten van de Athos berg, monniken-eremijten van Rusland en Moldavië, leerlingen van Nil van de Sora (Sorsky) of de staretz Païssii Velitchkovski, maar ook eenvoudige leken, mannen en vrouwen levend in deze wereld, zoals de beroemde Verhalen van de Russische pelgrim. Vandaag nog, is het spirituele gebed of het gebed van het hart de geheime bron die de orthodoxe  vroomheid  besproeien. Een gebed waarvan de naam van Jezus in zekere zin de materie vormt en waarvan de kracht de Adem is, de onuitsprekelijke Geest verenigt met de menselijke adem.

De Geest en de Kerk

De persoonlijke bewustwording van de inwoning van de Geest, "God is intiemer dan mijn intiemste", situeert zich nochtans in een kerkelijke context. De Kerk is, volgens de orthodoxe opvatting, bij uitstek "de plaats waar de Heilige Geest werkzaam is". Deze definitie is ons gegeven door Vader nicolas Afanassieff in zijn boek "L'Eglise de l'Esprit Saint" (De Kerk van de Heilige Geest). Het werd hernomen door de libanese metropoliet Georges Khodr in een communicatie die hij gedaan heeft op het theologisch colloquium over de heilige Geest te Rome (maart 1982) : "De Kerk is geactualiseerd op de dag van Pinksteren door de Geest en in de Geest. Zij is de plaats waar de Heilige Geest handelt en de Geest is haar principe van activiteit door de charisma's". En Georges Khodr citeert het gezang van de grote vespers van Pinksteren : "De Geest doet de profeten opspringen als een bron ; hij stelt de priesters aan ; de zondaars, hij maakt theologen , hij vormt de Kerk". En om de woorden van de heilige Johannes Chrysostomos  op te roepen : " Indien de Geest niet aanwezig was in haar midden, dan zou zij niet blijven bestaan. Indien zij blijft bestaan, dan is dit een teken van de aanwezigheid van de Geest".

Er is geen tegenstelling in dit perspectief tussen "het instituut" en de "Charisma's". Er zijn verschillende functies in de Kerk. Spanningen ontwikkelen zich, te wijten aan de menselijke zonde. Maar de Geest  is de enige bron van de gaven die aan ieder gegeven worden met het oog op het bouwen van het gemeenschappelijk spirituele huis, waarvan alle gelovigen de kostbare en noodzakelijke stenen zijn. Als plaats waar de Heilige Geest handelt beschikt de Kerk niet over hem als haar eigendom, krachtens een magische priesterlijke macht die de  bedienaar zou bezitten. Als gave en gever geeft de Geest zich in vrijheid. Hij is de persoon-gave die zichzelf geeft om met de Zoon, de wil van de Vader te vervullen. Hij is het antwoord van de Vader op het nederige en vertrouwvolle gebed van de Kerk, conform de woorden van het evangelie : "Vraagt en gij zult verkrijgen...Klopt en er zal u worden opengedaan. Als gij dus , die slecht zijt, de goede gaven weet te geven aan uw kinderen, hoeveel te meer dan zal uw hemelse vader zijn heilige Geest geven aan hen die erom vragen."(Luc.11,13). De orthodoxe eucharistische liturgie bereikt haar hoogtepunt in de épiclese : een dringend gebed gericht tot God om Zijn Heilige Geest te zenden, tegelijk over de gaven om ze te veranderen in het lichaam en bloed van Christus en over de gelovigen opdat het ontvangen van deze gaven voor hen zouden zijn "zuivering van de ziel, vergeving der zonden, communicatie met de Heilige Geest en vervulling van het Koninkrijk der hemelen ". Zo is elke eucharistie de actualisatie van zowel Pasen als Pinksteren, communio, door en in de Heilige Geest voor de gelovigen ten overstaan van de bevrijdende verlossing van het heil dat vervuld is door Christus eenmaal voor allen (Hebr.10,10) "Wij hebben het ware licht aanschouwd, wij hebben de Heilige Geest ontvangen" zingen de gelovigen na de eucharistische communie.

Zo sterk uitgedrukt in de eucharistische epiclese, vergezeld en authentificeert  de Geest alle sacramenten. Zij is de ademhaling van de Kerk : gans het leven van de Kerk is epicletisch, 't is te zeggen, afwachting, aanroeping en ontvangst van de Geest. De figuur van de kerk is de biddende die men ziet op de muren van de catacomben : de vrouw rechtop, haar lege,open handen omhoog naar de hemel gericht. Als gemeenschappelijk werk, volgens de ethymologische betekenis van het woord, actualiseert de liturgie het gebed van de Geest en de bruid : "Kom, Heer Jezus...Maranatha" (Apoc.22,17-20). Als antwoord doet de Heer de bruid deelnemen aan haar Pasen. Zo is de dialoog die het liturgisch gebed uitdrukt, als een echo van de eeuwige dialoog, in het intertrinitaire leven, van de Duif en het Lam. "De liturgische bijeenkomst", schrijft Georges Khodr, "is een bruidsvergadering die  de bewoners van hemel en aarde omvat en zelfs het universum. Haar bezieler, de daadwerkelijke liturgie, is de Geest "gever van het leven". Aanwezig in de christelijke bijeenkomst, zingt de Geest in haar, spreekt hij ten beste in haar bij de Vader. De Kerk smeekt de Geest heiligmaker en verlichter  dat zij haar zet - en in haar elke gelovige- in de staat van het gebed" (Georges Khodr, "L'Esprit Saint dans la Tradition orthodoxe" SOP, supplément n° 68np.7).). Dit gebed sluit de Kerk niet op in haarzelf. Zij verruimt haar tot wereldse dimensies. Als wij, door de Heilige Geest, de aanwezigheid van de Heer midden onder ons kunnen waarnemen, dan worden wij opgeroepen om zijn aangezicht waar te nemen in elk menselijk wezen, vooral in de minsten van onze broeders.

Wanneer de priester, op het einde van de eucharistische liturgie zegt : "Laat ons heengaan in vrede", dan wil dit zeggen, zoals vader Bobrinskoy eraan herinnert, dat wijzelf dragers zijn geworden van de Geest, dat wij geroepen zijn om het Goede Nieuws te zijn voor de wereld, verenigt met hem die het Goede Nieuws in persoon is.

Als gratis gave wordt de genade van de Geest gegeven aan de gelovige voor de geestelijke strijd in zijn eigen hart en in de wereld. Zij is Koninklijke en priesterlijke zalving die zichtbaar wordt in de cultus "in geest en waarheid" waartoe de mensheid is geroepen (cf.Joh.4,24). : offerande van zichzelf en het nutteloze universum waarvan hij de woordvoerder is, aan de Vader als de bron van de liefde zonder grenzen. Een offerande die de werken van een authentische menselijke cultuur zou kunnen veranderen in een cultus. Zo is de doelgerichtheid kenbaar gemaakt door het sacrament van het chrisma zoals het wordt  toegekend in de orthodoxe kerk, na het doopsel. Wij vermelden hierbij de zalving met het heilig chrisma over alle leden en in het bijzonder over de zintuigen, die het menselijk wezen in relatie stelt met zijn gelijken en met de wereld, deze zalving consacreert hem totaal aan God, opdat zijn ganse leven, hier en nu wordt veranderd, in afwachting van de uiteindelijke cosmische transfiguratie.

De Geest en de éénheid van de Kerk

Een voorafbeelding van de éénheid in Christus in de schepping in haar geheel, op het einde der tijden  wanneer "God alles in allen zal zijn" (1 Kor.15,28),is de éénheid van de Kerk in orthodox perspectief,  als een  gave van de Geest. Het is de geest die de Kerk bijeenbrengt; een vergadering van hen die Hij heeft geroepen uit het Oosten en het Westen om ondergedompeld te worden in de dood van Christus en te verrijzen met Hem door hen het nieuwe leven te schenken in de uitstraling van de trinitaire liefde.

Zoals Vader Jean Meyendorf  opmerkt,  (Jean Meyendorf, Introduction à la théologie Byzantine, pp232-233, Seuil, 1975) dat in de byzantijns liturgische taal, de griekse term koinonia - Communio -specifiek de aanwezigheid van de Geest in de eucharistische  bijeenkomst aanduidt. Aldus is het idee evident dat de communio van de Vader, de Zoon en de Geest - deze communicatie van de Heilige Geest die de mens binnenleidt in het goddelijke leven, en de communio-communauté die er is tussen de mensen, in Christus, door de Geest, niet alleen worden aangeduid met hetzelfde woord maar ook geworteld zijn in  dezelfde realiteit. De eucharistische communio is een gave bij uitstek van de Geest, ze geeft vorm aan en actualiseert sacramenteel, de Kerk in haar volheid en dit in een gegeven plaats en tijd.

Door de uitstorting van de Geest, wordt een virtuele gemeenschap van zondaars veranderd zodat het Lichaam van Christus in hen aanwezig is, "De Kerk is één, heilig, katholiek en apostolisch".

Deze band tussen de sacramentele eucharistie en de éénheid van de Kerk die zij actualiseert door de gave van de Heilige Geest wordt sterk uitgedrukt in het anafoor  van Sint Basilius : "Wij bidden en smeken u, o Heilige der Heiligen, opdat door uw goedheid, uw Heilige Geest over ons en over de gaven die wij nu offeren kome, en dat hij ze zegent, heiligt en kenbaar maakt als het kostbaar Lichaam van onze Heer en God, en deze kelk als het kostbaar Bloed van onze Heer en Verlosser Jezus Christus... en dat de Geest ons allen, die het Brood en de Kelk delen, in de gemeenschap van de Heilige Geest, moge verenigen."

Geworteld in de gemeenschap van de Drie Goddelijke Personen is de kerkelijke communie ook een communio tussen personen. Traditioneel wordt in de Kerk van het Oosten ieder die communiceert genoemd bij zijn naam. "Het is omdat ieder van ons de tempel van de Heilige Geest is en dat wij gezamenlijk het "lichaam van Christus" vormen" (Un Moine de l'Eglise d'Orient, op.cit.p21). Eén van de thema's uit de byzantijnse hymnologie van Pinksteren is de parallel tussen de "verwarring van Babel" en de harmonie die gegrondvest is door de nederdaling van de Geest onder de vorm van vurige tongen die op ieder rustte, "Hij riep ons allen op tot éénheid, zo verheerlijken wij ook met één stem de Alheilige  Heilige Geest" (Kondakion van Pinksteren).

De gave van de geest heft de pluraliteit van personen niet op. Hij schaft deze onuitsprekelijke verschillen tussen de één en de ander niet af. Maar door de uitstorting van de Geest, triomfeert God op de zaaier van verdeeldheid - diabolos -  die de verschillen omvormt tot een instrument van scheiding, onderdrukking, wederzijdse uitsluiting. De Geest is de ziel van de symfonie van de schepping die sacramenteel wordt geanticipeerd in de Kerk, maar die zich slechts ten volle zal realiseren wanneer de tijden vervuld zijn.

Het empirische leven van de historische Kerken ontkent dikwijls deze visie, die nochtans ingeschreven staat in de diepten van het kerkelijk geweten. Moge de kerk worden zoals ze is in de gedachten van de levende God ! Mogen wij Kerk worden door de altijd vernieuwende uitstorting van de Geest !

Koning van de hemel, trooster, Geest der Waarheid

Die overal tegenwoordig zijt en met wie alles vervuld is.

Schatkamer van alle goed, en Gever van het leven

Kom en verblijf in ons

Zuiver ons van alle smet, en red onze zielen, O Algoede.

 (Uittreksel uit : Quelques aspects de le théologie et de l'experience de l'Esprit Saint dans l'Eglise orthodoxe aujourd'hui", Contacts, Vol.36)

 Vertaling : Kris Biesbroeck

11:41 Gepost in theologie | Permalink | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.