14-05-10

Gregorius van Nyssa : Aanstonds zag hij weer, en volgde Hem op zijn weg

H. Gregorius van Nyssea (ca 335-395), monnik en bisschop
Het leven van Mozes, II, 231-233, 251-253  


Gregorius van Nyssa523

Gregorius van Nyssa

"Aanstonds zag hij weer, en volgde Hem op zijn weg"


      [Op de berg Sinaď zei Mozes tegen de Heer :"Laat mij toch uw Majesteit zien". God antwoordde: "Ik zal in mijn volle luister voor je langs gaan ... , maar mijn Gelaat zul je niet kunnen zien" (Ex 33,18s).] Het voelen van dat verlangen, lijkt me voort te komen uit een ziel die door de liefde voor de essentiële schoonheid wordt bewogen, een ziel die door de hoop steeds wordt meegevoerd naar de schoonheid die zij gezien heeft bij Degene die aan de andere zijde is... Deze moedige vraag die alle grenzen van het verlangen te boven gaat, gaat niet over het zien van de Schoonheid in spiegels en weerspiegelingen, maar van gelaat tot gelaat. De goddelijke stem staat het gevraagde toe door het feit dat ze het weigert...: de vrijgevigheid van God staat haar de vervulling van haar verlangen toe; maar tegelijkertijd belooft ze haar niet de rust en de verzadiging... Daaruit  bestaat het ware zien van God: in het feit dat degene die de ogen opheft naar Hem nooit stopt met naar Hem te verlangen. Daarom zegt Hij: "Je zult mijn Gelaat niet zien"...

      De Heer, die Mozes zo had geantwoord, drukt zich op dezelfde wijze uit tegenover zijn leerlingen en zet daarmee de betekenis van dat symbool in het licht. "Wie achter mij aan wil komen", zegt Hij (Lc 9,23) en niet : "Wie voor Mij uit wil gaan". Degene die Hem een verzoek doet betreffende het eeuwige leven, stelt Hij hetzelfde voor: "Kom, volg Mij" (Lc 18,22). Welnu degene die volgt kijkt naar de rug van degene die leidt. Dus het onderricht dat Mozes ontvangt op een wijze waarbij het onmogelijk is om God te zien, is als volgt: God volgen waar Hij je heenleidt, dat is God zien...

      Het is immers niet mogelijk om veilig te reizen voor degene, die de weg niet kent die hij moet gaan, als hij de gids niet volgt. De gids toont hem de weg door voor hem uit te gaan; degene die volgt zal daardoor niet van de goede weg afgaan, als hij zich altijd naar de rug, van degene die leidt, keert. Als hij immers naast hem loopt of als hij tegenover zijn gids loopt, dan bevindt hij zich op een andere weg dan die welke de gids toont. Daarom zegt God tegen degene die Hij leidt: "Mijn Gelaat zul je niet zien", dat wil zeggen: "Ga niet tegenover je gids staan". Want dan loop je de tegenovergestelde richting op als Hij... Hier zie je hoe belangrijk het is om God te leren volgen. Degene die Hem zo volgt, zal geen enkele tegenwerking van het kwaad meer op zijn reis hebben.

Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

De commentaren zijn gesloten.