15-05-10

7e zondag na Pasen : 1e oecumenisch concilie

ZONDAG : GEDACHTENIS VAN HET 1e OECUMENISCH CONCILIE EN DE 318 GODDRAGENDE VADERS DIE ERAAN DEEL HADDEN.

7e ZONDAG NA PASEN

 

 Vaders eerste oecumenisch concilie213

Lezingen :

Handelingen 20,16-18, 28-36

 Want Paulus had besloten Efeze voorbij te varen om geen tijd in Asia te verliezen. Hij had haast omdat hij zo mogelijk met Pinksteren in Jeruzalem wilde zijn.
     
Van Milete uit stuurde hij een bode naar Efeze om de oudsten van de gemeente bijeen te roepen.  Toen die bij hem gekomen waren, zei hij tegen hen: 'U weet hoe ik mij heb gedragen vanaf de eerste dag dat ik in Asia kwam, de hele tijd dat ik bij u was

 Zorg goed voor uzelf en voor heel de kudde waarover de heilige Geest u als leiders heeft aangesteld om de kerk van God te weiden, die Hij door het bloed van zijn eigen Zoon heeft verworven.  Ik weet dat na mijn vertrek gevaarlijke wolven bij u zullen binnendringen die de kudde niet sparen;  zelfs mensen uit uw eigen kring zullen de waarheid gaan verdraaien om de leerlingen achter zich aan te krijgen.  Wees daarom op uw hoede en houd in gedachten dat ik drie jaar lang dag en nacht onophoudelijk iedereen onder tranen gewaarschuwd heb.  En nu draag ik u op aan God en aan het woord van zijn genade, dat bij machte is om op te bouwen en het erfdeel te geven, met alle geheiligden.  Zilver of goud of kleding heb ik van niemand verlangd;  u weet zelf dat deze handen in mijn eigen behoeften en die van mijn metgezellen hebben voorzien.  In alles heb ik u laten zien dat men zo, door hard te werken, de zwakken moet helpen, gedachtig de woorden van de Heer Jezus, die zelf heeft gezegd: "Het is zaliger te geven dan te ontvangen." '  Na deze woorden knielde hij met hen allen neer en sprak een gebed.

EVANGELIE :

Johannes 17,1-13

Afscheidsgebed van Jezus
 Na deze toespraak sloeg Jezus zijn ogen op naar de hemel en bad: 'Vader, het uur is gekomen! Verheerlijk uw Zoon, opdat uw Zoon U verheerlijkt.  Laat Hem, krachtens de macht die U Hem gegeven hebt over alle mensen, eeuwig leven schenken aan al degenen die U aan Hem hebt toevertrouwd.  Eeuwig leven! Dat betekent dat ze U, de enige waarachtige God, leren kennen, en ook degene die U gezonden hebt: Jezus Christus.  Ik heb U op aarde verheerlijkt door het werk te volbrengen dat U Mij te doen hebt gegeven.  Verheerlijk Mij nu, Vader, aan uw zijde, en bekleed Mij met de heerlijkheid die Ik bij U bezat voordat de wereld bestond.
     
Ik heb uw naam geopenbaard aan de mensen uit de wereld, die U Mij had toevertrouwd. Ze waren van U, en U hebt hen aan Mij toevertrouwd. Ze hebben uw woord ter harte genomen.  Nu erkennen ze dat alles wat U Mij gegeven hebt, van U komt.  Want de woorden die U Mij gegeven had, heb Ik aan hen doorgegeven, en zij hebben die aangenomen: ze hebben naar waarheid erkend dat Ik van U ben uitgegaan; ze hebben geloofd dat U Mij hebt gezonden.  Voor hen bid Ik. Niet voor de wereld, maar voor hen die U Mij hebt toevertrouwd bid Ik, omdat ze de uwen zijn -  al het mijne is trouwens het uwe en al het uwe is het mijne - en omdat in hen mijn heerlijkheid zichtbaar is geworden.  Ik ben al niet meer in de wereld, maar zij, zij blijven in de wereld achter, terwijl Ik naar U toe kom. Heilige Vader, bewaar hen in uw naam, die U Mij hebt toevertrouwd, opdat ze één mogen zijn zoals Wij.  Zolang Ik bij hen was, was het mijn taak hen te bewaren in uw naam, die naam die U Mij hebt toevertrouwd; Ik heb over hen gewaakt, en geen van hen is verloren gegaan, behalve degene die verloren moest gaan, opdat de Schrift in vervulling zou gaan.  Nu kom Ik naar U toe, maar terwijl Ik nog in de wereld ben, zeg Ik dit alles opdat ze volkomen vervuld mogen zijn van mijn vreugde.

De commentaren zijn gesloten.